De Zeven Gemeenten in Openbaring 2 en 3

Wat zegt de Bijbel?

Voorwoord en inhoudsopgave van de reeks Bijbelstudies over de Zeven Gemeenten

 

 

Het hoofdthema van deze reeks studies is om aan te tonen dat de zeven brieven aan de gemeenten zoals vermeld in Openbaring 2 en 3 een profetisch overzicht geven van de geschiedenis van de kerk doorheen de eeuwen. Voor velen, helaas ook in Evangelische kringen, is dit onbekend gebied en ik heb dan ook voorafgaand aan de eigenlijke bespreking van de zeven gemeenten, een aantal inleidende artikelen geschreven.

 

Deel 1 - Inleiding op de Openbaring naar Johannes

Deel 2 - De profetische uitleg van Openbaring 2 en 3

Deel 3 - Specifieke Inleiding Openbaring 2 en 3

Deel 4 - Boodschap voor de Gemeente te Efeze

Deel 5 - Boodschap voor de Gemeente te Thyatira

Deel 6 - Boodschap voor de Gemeente te Thyatira

Deel 7 - Boodschap voor de Gemeente te Sardis 

Deel 8 - Boodschap voor de Gemeente te Filadelfia

Deel 9 - Boodschap voor de Gemeente te Laodicéa

 

 

Wat zegt de Bijbel?

De zeven Gemeenten

Deel 1 

Inleiding op de Openbaring naar Johannes

 

Inleiding

De apostel Johannes nam het herderlijk werk in Efeze en de omliggende gemeenten op zich ongeveer in het jaar 70. De Romeinse keizer Nero had de gelovigen in Rome vervolgd, maar de ‘vuurgloed’ die Petrus had voorzegt in 1 Petrus 4:12 was nog niet begonnen. Toen echter Domitianus keizer werd in 81 werd de vervolging heftiger. Domitianus was een brute moordenaar zoals je de geschiedenis dat duidelijk maakt. Hij promootte de ‘keizer verering’ en begon met de aanhef: ‘Onze Heer en God Domitianus beveelt…’. Iedereen die voor hem verscheen moest hem aanspreken met: ‘Heer en God’. Hij was verbitterd in de behandeling van joden en christenen, en het was op zijn bevel dat Johannes naar Patmos verbannen werd, een rotsachtig eiland van zo’n vijftien kilometer lang en acht kilometer breed, in de Egeïsche zee. De Romeinen hadden er een strafkamp waar de gevangenen in de mijnen moesten werken. Het was op deze geïsoleerde plaats dat Johannes zijn visioenen kreeg en het boek Openbaring schreef. Hij schreef het ongeveer in het jaar 94. Het is niet moeilijk om het boek Openbaring in te delen, want dat is al voor ons gedaan in hoofdstuk 1:19 waar staat: ‘Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna gebeuren zal’.

Het karakter van de Openbaring

Openbaring is een uniek boek met kenmerken waar we acht op dienen te geven. De tekst van Openbaring is:

Profetisch

Het is enige echte profetische boek van het Nieuwe Testament (1:3; 10:11; 11:3; 19:10; 22:7, 10, 18-19)

Het heeft Christus als het middelpunt

‘Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie’ (Op.19:10). Het is de openbaring van Jezus Christus, niet een profetisch programma. In hoofdstuk 1 is Hij de Opgestane Priester-Koning; in de hoofdstukken 2-3 beoordeelt Hij de gemeenten; in hoofdstukken 4-5 ontvangt Hij eer en lof; in de hoofdstukken 6-19 oordeelt Hij de wereld en keert terug in heerlijkheid; en in de hoofdstukken 20-22 heerst Hij in heerlijkheid en kracht.

De Openbaring is een ‘open’ boek

Het woord ‘openbaring’ betekent letterlijk ‘onthulling’. Tot Daniël werd gezegd zijn boek te verzegelen (Dan.12:4), maar tot Johannes ‘verzegel het niet’ (22:10). In plaats van een verzameling raadselachtige profetieën, is het boek Openbaring een logische en chronologische geordende onthulling van Christus en zijn uiteindelijke overwinning over satan, zonde en de wereld.

De symboliek van Openbaring

‘Hij zond om te kennen gegeven’ (1:1) suggereert dat het boek tekenen en symbolen gebruikt om de boodschap over te brengen. Sommige worden verklaard (1:20; 4:5), andere blijven onverklaard (2:7,12,27-28). Deze geestelijke symboliek zou duidelijk worden voor de gelovige lezers die het boek zouden ontvangen, maar voor de Romeinse vervolgers bleef het gesloten. De symbolen spreken van een realiteit. Het beeld van Christus bv. in 1:12 is niet letterlijk te nemen, maar elk van deze symbolen onthullen een geestelijke waarheid van Hem.

De basis is het OT

Het is niet mogelijk het boek te begrijpen zonder kennis te nemen het Oude Testament. Van de 404 verzen van Openbaring, verwijzen 278 naar het Oude Testament. Er is berekend dat er meer dan 500 referenties en toespelingen van het Oude Testament in het boek Openbaring te vinden zijn. Naar de Psalmen, Daniël, Zacharia, Genesis, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Joël worden het meest verwezen.

Getallen in Openbaring

Er zijn zeven reeksen van ‘zeven’ in het boek: zeven gemeenten, zegels, trompetten, schalen, kandelaren enz. Het getal drieënhalf verschijnt ook aantal keren (11:2-3; 12:6; 13:5). We vinden ook de 144.000 (een veelvoud van twaalf) verzegelde Israëlieten uit alle stammen, twaalf sterren (12:1), twaalf poorten (21:12), en twaalf fundamenten (21:14).

Het is Universeel

Openbaring gaat over de hele wereld. Johannes ziet naties, volkeren menigten (zie: 10:11; 11:9; 17:15 enz.). Dit boek beschrijft Gods oordeel over de wereld en de schepping van een nieuwe.

MajestueuDit is het ‘boek van de troon’, want van het eerste hoofdstuk tot het einde, lezen we over de Koning en zijn heerschappij Het woord ‘troon’ wordt vierenveertig keer gebruikt; ‘koning’, ‘koninkrijk’ en ‘heerschappij’ ongeveer zevenendertig keer; ‘macht’ en ‘gezag’ zo’n veertig keer. We zien Christus als de soevereine Heerser, heersende vanuit zijn hemelse troon.

Het boek is Sympathiek

Doorheen het hele boek zien we het lijdende volk van God en het medelijden van de hemel voor het volk van God op aarde (1:9; Jes.63:9): Antipas is martelaar (2:13); de gemeente in Smyrna dreigt gevangenschap (2:10); de zielen onder Gods altaar roepen om Gods oordeel (6:9-10); het oordeels uur is gekomen (3:10); de grote hoer is dronken van het bloed van de heiligen (17:6; 18:24; 19:2). Toch zal God de wereld oordelen en zijn volk redden.

Het is de Climax van Gods handelen

Openbaring is het hoogtepunt, de climax van de Bijbel en toont de vervulling van Gods plan en doel met zijn schepping. Alle lijnen van de Schrift vinden daarin hun bestemming.

Interpretatie

Onder christenen verschilt men van mening over de details van het boek. Er zijn vier belangrijke interpretaties te noemen:

A. Preteristische visie

Deze visie beweert dat alles wat in Openbaring staat vervuld is in de eerste eeuw. Johannes, zeggen de voorstanders, gaat over de oorlog van de kerk en Rome. Hij schrijft aan de heiligen om ze te vertroosten en te bemoedigen. Maar Johannes schrijft zeven keer dat het ‘profetie’ is. Zeker heeft het boek een speciale waarde voor hen die vervolging van de Romeinen te verduren hadden, maar die waarde eindigt niet met het einde van de apostolische eeuw maar strekt zich uit over alle eeuwen totdat Jezus komt.

B. Historische visie

Hen die deze visie volgen geloven dat we in de symbolen van de Openbaring de vervulling van de kerk kunnen vinden. Ze geloven dat het boek een overzicht geeft van het verloop van de geschiedenis van de apostolische tijd tot aan het einde van de tijden. Ze zoeken in geschiedenisboeken naar paralellen met het boek Openbaring, maar de resultaten daarvan zijn soms desastreus. De ene uitlegger ziet in een symbool Luther en de Reformatie, maar een ander ziet in hetzelfde symbool de boekdrukkunst! Wat voor een waarde zou het boek Openbaring voor de gelovigen in Johannes dagen gehad hebben als alleen maar de geschiedenis van de wereld zou voorzeggen? En wat voor waarde heeft het boek dan voor ons?

C. Idealistische visie

De verdedigers van deze visie verlaten de idee van profetie totaal en gebruiken Openbaring als een presentatie van het conflict tussen Christus en satan, goed en kwaad. Ze verwerpen de idee dat Johannes schrijft over actuele gebeurtenissen; ze zeggen dat het boek alleen gaat over algemene geestelijke principes. Maar nogmaals, Johannes schrijft profetie! We erkennen dat Openbaring meerdere algemene geestelijke principes in symbolische vorm bevat, maar we moeten we ook erkennen dat het boek ook gaat over echte gebeurtenissen die eenmaal zullen plaatsvinden in deze wereld.

D. Futuristische visie

De navolgers van deze visie benadrukken dat Openbaring profetie is; de hoofdstukken 2-3 zijn een profetische beschrijving van de Gemeente op aarde, en de hoofdstukken 6 tot 22 beschrijven een reeks gebeurtenissen die op aarde en in de hemel zullen gebeuren nadat de gemeente van de aarde is weggenomen. De navolgers van deze visie realiseren en erkennen dat er ook geestelijke lessen in het boek Openbaring aanwezig zijn, maar ook dat het gaat over werkelijke gebeurtenissen die eens zullen gebeuren. Als Openbaring niet uitgelegd wordt als profetie, dat heeft God de gemeente geen boek in het Nieuwe Testament gegeven dat de toekomstige gebeurtenissen van de wereld weergeeft, de overwinning van de gemeente, het oordeel over de zonde, en de vervulling van de beloften en profetieën die in het Oude Testament worden gevonden. Dit is niet mogelijk! Nee, Openbaring is een profetisch boek! Zij die dit boek onderzoeken als een profetisch boek die komende gebeurtenissen voorzegt nadat de gemeente is opgenomen, zullen beloond worden voor hun werken.

Tenslotte

Openbaring geeft Gods programma weer voor de geschiedenis van de mensheid. Wat eeuwen geleden is begonnen bij de eerste schepping, zal in de schepping van een nieuwe hemel en aarde zijn vervulling vinden. Dit is het boek van de ‘zaligsprekingen’ (1:3; 14:13; 16:15; 20:6; 22:7,14). Het laat ons zijn dat de geschiedenis Zijn geschiedenis is en dat menselijke geschiedenis in de handen is van de overwinnende Christus. Wanneer we dit boek bestuderen, worden we bemoedigd, bereid om te dienen, en zullen we in staat zijn om ons leven te reinigen, zodat we gereed zouden zijn als Hij komt!

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

De zeven Gemeenten

Deel 2

De profetische uitleg van Openbaring 2 en 3

Voorwoord

In de traditionele uitleg, d.w.z. in de meeste Protestantse en RK-kerken, hebben de hoofdstukken 2 en 3 van het boek Openbaring geen profetische betekenis, slechts een contemporaine c.q. praktische uitleg. Dat komt o.a. doordat men denkt de Gemeente nog te kunnen vinden in Openbaring ná hoofdstuk 4, hoewel daarvoor geen enkele aanwijzing is. Ze betrekken heel het toekomstig gebeuren, zoals geschilderd in het boek Openbaring, op de Gemeente. De 144.000 verzegelden uit alle stammen vormen de Gemeente of een deel ervan. De grote schare, die uit de grote verdrukking komt, stelt eveneens de Gemeente voor. Met de vrouw uit Op12 is het precies zo gesteld. Ook de aanbidders in hoofdstuk 11:16 behoren tot de Gemeente. Dit alles wordt door hen toegepast op de Gemeente. Maar in het Bijbelboek Openbaring wordt de Gemeente, zoals hiervoor gezegd, echter niet meer gezien vanaf hoofdstuk 4 tot 19. Door hen die de vervangingsstheologie voorstaanis is er geen plaats voor een toekomstig Israël. De vervangingstheologie (ook bekend als supersessionisme) leert dat de gemeente Israël heeft vervangen in Gods plan. Aanhangers van vervangingstheologie geloven dat God geen specifieke toekomstplannen voor de natie Israël meer heeft. De kerk is in de plaats van Israël gekomen (Augustinus). Omdat er in Openabring na hoofdstuk 4 nog wel gesproken wordt over gelovigen moet het dus in hun denken wel de kerk zijn; wie anders?

Ook zijn er die geloven dat de Gemeente door de Grote Verdrukking moet gaan en aanvaarden ook niet dat Openbaring 2 en 3 een profetische beschrijving geeft van de geschiedenis van de Gemeente. Omdat de Grote Verdrukking niet eerder plaats zal vinden dan in de tweede helft van de laatste jaarweek, kan de Opname niet eerder plaatshebben. Dus kan een profetische geschiedschrijving in hun denken geen plaats hebben en verklaart men Openbaring 2 en 3 alleen praktisch. (Zie voor de Pre-Wrath Doctrine de gelijknamige Rubriek op deze website).

Aanhangers van het zgn. Preterisme heeft aan het hele Bijbelboek Openbaring helemaal geen profetische boodschap, omdat in die visie alles in het jaar 70 als vervuld wordt beschouwd. (Zie Preterisme in de rubriek: Eschatologie).

Ook zijn er die een profetische uitleg wel accepteren maar geloven dat Openbaring 2-3 in de profetische uitleg alleen maar toepasbaar kan zijn op de kerk binnen het Romeinse rijk. Daar is immers de RK-kerk ontstaan en de Reformatie. In dat Romeinse rijk vinden we ook het Babylon van de eindtijd met als centrum Rome (Op.17-18). Ook veel verdere eindtijdgebeurtenissen zullen voor een groot gedeelte plaats vinden in Israël waarmee het hersteld Romeins Rijk in de nabije toekomst verbonden zal zijn. De openbaring van de antichrist en het verbond dat met dit hersteld Romeins Rijk zal worden gesloten ondersteunen de gedachte dat de profetische uitleg van de zeven gemeenten op West-Europa betrekking kan hebben.

Dus dat Openbaring 2 en 3 een profetische geschiedschrijving is, is voor velen onacceptabel, toch zijn de meeste Bijbelleraars in de Evangelische wereld van mening dat de zeven gemeenten wel degelijk een profetische voorzegging is van de Gemeente (Christendom of Kerk), vanaf de uitstorting van de Heilige Geest tot aan de komst van de Heer Jezus om zijn Gemeente op te nemen. Daarvoor spreken de gegevens, die vermeld worden in de brieven aan die zeven Gemeenten, overduidelijk en zijn niet te negeren. In de bespreking van de brieven aan de Gemeenten zal dat meer verduidelijkt worden.

Indeling Openbaring

De sleutel tot de indeling van het boek Openbaring kunnen we vinden in 1:19. Dit vers geeft een driedeling van Openbaring: ‘Wat u hebt gezien’ is dan hoofdstuk 1 het visioen van de Zoon des mensen. ‘Wat is’ zijn de hoofdstukken 2-3 en geven een profetisch overzicht in de zeven Gemeenten. ‘Wat hierna gebeuren zal’ verwijst naar hoofdstuk 4:1 en alles wat daarna gaat gebeuren. Openbaring 4:1 - ‘Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet. Dit vers verwijst naar twee zaken: (1) De voltooiïng van de geschiedenis van de Gemeente op aarde en haar  Opname, dat is het eerste ‘hierna’ en (2) de oordelen die staan te komen en beschreven worden vanaf hoofdstuk 6, dat is het tweede ‘hierna’. In deze studies volgen we het standpunt dat het hele boek Openbaring ‘profetisch’ is (1:3). Dat geldt voor Openbaring 4-19, maar ook voor Openbaring 1, waar Christus ons wordt voorgesteld in de profetische gestalte van Dan.7 en 10 en dus ook voor hoofdstuk 2- en 3.

De voornaamste aanwijzingen

Wat zijn de voornaamste redenen om aan te nemen dat Openbaring 2-3, naast de historische en praktische betekenis, ook een profetische betekenis heeft? Daarvoor kunnen onderstaande opmerkingen ons helpen:

1e. ‘Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren, hetgeen daarin geschreven is’ (Op.1:3; 22:7, 10, 18, 19). Door deze woorden wordt het gehele boek Openbaring, en dus ook de zeven brieven, als profetie gekenmerkt, en daarom het enige Bijbelboek het enige profetische boek in het Nieuwe Testament. Zoals de rest van de Openbaring een schets geeft van de gebeurtenissen, die uitlopen op de komst van Christus, zo schetsen de brieven aan de zeven Gemeenten de ontwikkelingen als getuigenis van God die daaraan voorafgaan. Het druist tegen elke vorm van hermeneutiek in, om de hoofdstukken 2 en 3 een andere kwalificatie te geven dan profetisch. Meestal staat daar een theologisch dogma of een verkeerde leer in de weg om daarin een verandering tot stand te brengen (zie hierboven). Om hun leer te handhaven worden deze hoofdstukken ‘weggemoffeld’ door te stellen dat ze niet profetisch van karakter zijn! Argumenten daarvoor heeft men niet! Ooit heb ik iemand horen zeggen: ‘Dat Openbaring 2 en 3 een profetische beschrijving van de geschiedenis van de kerk op aarde voorstelt daar kan ik niets mee! Dat is pas uitlegkunde!

2e. Het begrip ‘profetie’ heeft in Openbaring een duidelijk eschatologisch karakter, d.w.z. het heeft betrekking op de toekomstige dingen: ‘Om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren’ (1:1; 22:6). In Openbaring 4:1 staat: ‘Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, de met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren’. Wat kan het tweevoudig ‘hierna’ anders betekenen dan dat ‘ná de gebeurtenissen beschreven in de hoofdstukken 2-3, met andere woorden ná de kerkgeschiedenis die met de Opname afgesloten wordt, waarna de oordelen volgen. De Opname van de Gemeente, zoals vermeld in Joh.14:1-3, 1Thes.4:13-18, wordt niet vermeld in het boek Openbaring, maar als gebeurt verondersteld. Het boek Openbaring is een boek dat ons spreekt over het oordeel dat over deze wereld zal komen en omdat de Opname al voldoende werd vermeld in andere brieven van het Nieuwe Testament, was een herhaling daarvan niet nodig.

3e. Paulus heeft verschillende brieven aan zeven gemeenten geschreven, maar Johannes richt zijn gehele schrijven in één boek tot zeven gemeenten (1:4, 11). De brieven moesten niet elk afzonderlijk aan de betreffende gemeente worden gezonden. In 1:11 lezen we dat de zeven brieven in één boek moesten worden opgenomen en dat dit boek in zijn geheel aan de zeven gemeenten woest worden gezonden. Elk van de zeven gemeenten kreeg elk van de zeven brieven. Ook het meervoud ‘wat de Geest tot de Gemeenten zegt’ duidt op een eenheid. Het gehele boek Openbaring is daarom een ondeelbaar profetisch geheel. Dit onderstreept de opmerking onder Op 1:3 namelijk, dat de gehele Openbaring toekomst-onthullende profetie is.

4e. Het is opvallend dat juist deze gemeenten gekozen zijn en dat hun getal tot zeven is beperkt. Er waren in Asia méér gemeenten, maar deze zeven zijn genomen omdat ze zich in een toestand bevonden die de Heilige Geest nodig had, om ons een volkomen beeld van de geschiedenis van de christelijke Kerk op aarde te kunnen geven.

5e. Er is in de zeven brieven een morele volgorde. Men kan zien dat de Heer een vast plan voor ogen had. Het kwaad begint klein, alleen zichtbaar voor het oog van de Heer (Efeze), maar het neemt langzamerhand toe totdat de Gemeente uit de mond van de Heer wordt gespuwd (Laodicéa). Alles wat God aan de verantwoordelijkheid van de mens overlaat, begint goed maar eindigt slechts. Ik noem maar als voorbeeld de schepping, en het volk

Israël.

6e. Na het tweede en derde hoofdstuk wordt geen melding meer gemaakt van de Gemeente op aarde. In de hoofdstukken 4 en 5 wordt ons getoond wat er in de hemel zal gebeuren, en in de volgende hoofdstukken is er nog slechts sprake van de volken, Israël en de grote hoer Babylon.

7e. In de brieven wordt gesproken van de persoonlijke wederkomst van de Heer voor de gemeenten Thyatira (2:25), Sardis (3:3, vgl. 16:15) en Filadelfia (3:11). Hieruit blijkt wel zeer duidelijk dat de inhoud profetisch is. Voor de plaatselijke gemeenten Thyatira, Sardis en Filadelfia kan de Heer niet wederkomen, want deze gemeenten zijn reeds lang verdwenen. Deze gemeenten moeten dus de éne Kerk voorstellen, in zeven toestandelijke gedaanten, vanaf het begin tot aan de komst van Jezus Christus voor Zijn Gemeente.

8e. Veel gelovigen hebben geen moeite om in de zeven scheppingsdagen de hele heilsgeschiedenis te zien. Ook heeft met geen problemen om in Leviticus 23 een profetische beschrijving van de geschiedenis van Israël te zien. Zelfs in de zeven gelijkenissen (Mat.13) wil men nog wel een profetische schildering van de geschiedenis van de christenheid zien, dus waarom niet in Openbaring 2 en 3? Wat is daar zo vreemd aan?

_____________________________________________________________




De zeven Gemeenten

Deel 3

 




                                                                            Wat zegt de Bijbel?


Specifieke inleiding op de zeven Gemeenten

 

Zoals in de inleiding verdedigd nemen wij de zeven zendbrieven aan de zeven gemeenten, die zijn opgenomen in Openbaring 2 en 3, als basis voor de geschiedenis van Christus’ Gemeente op aarde. Deze brieven hebben een wonderlijke, dubbele betekenis. Allereerst zijn het brieven aan zeven bestaande gemeenten, alle gelegen in Asai, dat is de westkust van het huidige Turkije, en waarschijnlijk ontstaan vanuit het getuigenis dat in Efeze geklonken heeft en vandaar is uitgedragen (Hand.19:10). In de provincie Mysië lagen de haven Troas en de residentie Pergamum. Ook de handelsstad Smyrna lag aan de kust. In de provincie Lydië lagen de handelsstad Efeze en voorts in het binnenland: Thyatira, Sardes en Filadelfia. In de provincie Caria lag Milete aan de kust, en daarvoor het eiland Patmos. Oostelijk daarvan lag in het binnenland de provincie Pisidië met de steden Hiërapolis, Laodicea en Kolosse, en uiteraard Antiochië in Pisidië waarvan sprake is in Handelingen 13. Uit deze brieven blijkt wel hoe iedere gemeente duidelijk een eigen karakter had, haar eigen verzoekingen en overwinningen. Eigenlijk geven de brieven van elke lokale gemeente een specifieke sterkte-zwakte analyse. Maar daarnaast zijn deze brieven voor de gemeenten bedoeld, hetgeen blijkt uit het laatste vers van iedere brief. Wij kunnen ze dus, vanwege het feit dat deze zeven brieven in de canon zijn opgenomen, met vrucht en zegen lezen en daarin de stem van de Heer verstaan, in bemoediging en vermaning. Tenslotte zijn deze hoofdstukken ook typerend voor de zeven achtereenvolgende perioden uit de kerk/gemeentegeschiedenis. Daarin ligt een wonderbare profetische boodschap en zeker ook voor de tijd waarin wij nu leven. Hoewel het hele Nieuwe Testament, ja de hele Bijbel, nuttig is voor alle tijden en voor alle plaatsen, zijn het toch juist deze hoofdstukken in het bijzonder die profetisch spreken van de thans negentienhonderd jaar die verstreken zijn sinds het afsluiten van de canon. Juist daarom verdienen deze beide hoofdstukken in het bijzonder onze aandacht en zullen wij ze als basis nemen en als typering van elke periode in het bijzonder. Het blijkt zelfs erg doelmatig en verhelderend om ook de kerkgeschiedenis op deze basis in te delen. De jaartallen die deze onderscheiden perioden afbakenen zijn soms vrij nauwkeurig aan te geven, soms slechts bij benadering. In sommige gevallen bestaat er in de evangelische literatuur ook geen volledige eenstemmigheid over. Maar in het algemeen wordt toch wel deze indeling aangehouden. Ook moet niet worden vergeten dat een nieuw tijdperk wel een nieuwe periode van de gemeente inluidt, maar daarmee wordt natuurlijk niet het vorige tijdperk definitief afgesloten. Bijvoorbeeld na de Reformatie bleef de Rooms-Katholieke Kerk bestaan, maar zij had niet meer de alleenheerschappij, omdat nu naast haar de kerken van de Reformatie gingen functioneren

Methode van uitleg

De zeven Gemeenten hebben naast de contemporaine, ook een historische, profetische en praktische uitleg en zo willen we de Gemeenten ook belichten. Daarna besteden we ook aandacht aan de specifieke leerstellige problemen waarmee men in die tijd te maken hadden. Zo heb ik ze ook jaren geleden op meerdere plaatsen besproken met gebruik van Power Points.

1e. Contemporaine uitleg (van deze tijd - vgl.: museum van contemporaine (hedendaagse) kunst)

Het gaat hier om zeven toenmalig bestaande gemeente in Klein-Asia die in een bepaalde geestelijke toestand verkeerden. Dat Christus hen daarop prijzend of vermanend aanspreekt, heeft allereerst grote betekenis voor die gemeenten zélf gehad.

2e. Praktische uitleg

Wie zou hier de praktische uitleg over het hoofd kunnen zien? Bijvoorbeeld: ‘Maar Ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde hebt verlaten’ (2:1) of ‘Wees trouw tot de dood’ (2:10). Vraag: bij welke van de zeven gemeenten zou u willen behoren?

3e. Profetische uitleg

In het kort houdt de profetisch-eschatologische uitleg van Op.2 en 3 in, dat de zeven brieven een profetische verwijzing vormen naar zeven opeenvolgende fasen in de kerkgeschiedenis, vanaf het midden van de eerste eeuw tot aan de opname van de gemeente.

Globaal overzicht van de Kerkgeschiedenis

De gegeven jaartallen mogen niet strikt genomen, sommigen uitgezonderd, maar geven een indicatie van het tijdperk.

Apostolische tijd (ca. 33 – 90)

Een tijd van zaaien en gemeentestichting zoals we dat kunnen vinden in het boek Handelingen. Het jaar 90 als einddatum van deze periode is genomen omdat toen het boek Openbaring door Johannes op Patmos geschreven is. Anderen nemen het jaar 70 vanwege de verwoesting van de tempel in Jeruzalem.

Efeze (90 – 170 n.Chr.)

Begin en einde van de eerste generatie van de Gemeente en van de eerste liefde. In het jaar 70 n.Chr. was de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel. ‘Dit geslacht’ (Mat.24:34) is dan voorbijgegaan.

Smyrna (170 – 313 n.Chr.)

Begin van tien grote Christenvervolgingen door tien Romeinse keizers (‘tien dagen’). Deze eindigden definitief in 313 n.Chr. met de komst van Constantijn de Grote. De tien keizers zijn Nero (54), Domitianus (81), Trajanus (98), Hadrianus (117), Septimus Severus (193), Maximus (235), Decius (249), Valerianus (254), Aurelianus (270) en als laatste Diocletianus (303).

Pergamum (313 – 606 n.Chr.)

Keizer Constantijn aanvaardt het Christelijk geloof en het christendom wordt uitgeroepen tot staatsgodsdienst. In 325 eerste grote concilie in Nicea, waar de ‘Nicolaïeten het roer van de kerk overnemen.

Thyatira (606 – 1520 n.Chr.)

Bonifatius III wordt gekroond tot ‘universeel bisschop.’ Hiermee doet het pausdom officieel zijn intrede. Uitbreiding van de kerk met behulp van de krachtige hand van de staat. Bouw van grote kathedralen.

Sardis (1520 – 1750 n.Chr.)

De Reformatie zet algemeen door en maakt een eind aan de alleenheerschappij en de almacht van de Rooms Katholieke Kerk. Begin van vele kerkelijke denominaties: o.a. Luther, Calvijn en Zwingli.

Filadelfia (1750 – 1948 n.Chr.)

De ‘evangelische beweging’ zet door. Belangrijkste kenmerken hiervan zijn: Opwekking in grote delen van het christendom, nadruk op het profetische Woord en op de verwachting van Christus’ wederkomst. Opkomst van de zogenaamde geloofszendingen.

Laodicea (1948 - ? n.Chr.)

Vorming van de Wereldraad van kerken te Amsterdam in 1948 en in datzelfde jaar ook het uitroepen van de staat Israël. Ontstaan EGKS, later EEG en nu EU, dat volgens velen het begin is van een Hersteld Romeinse Rijk (Dan.2:36-45).

Enkele belangrijke jaartallen

70 - Val van Jeruzalem

170 - Begin van de ‘tien koningen’, de grote christenvervolgingen. Deze duurden tot keizer Diocletianus (310).

313 - Constantijn aanvaardt het Christelijk geloof en maakt het tot een staatsgodsdienst. Edict van Milaan.

330 - Byzantium wordt Constantinopel.

337 - Dood van Constantijn.

325 – Eerste grote concilie in Nicea, waar de Nicolaïeten het roer van de Kerk overnemen.

395 - Scheiding West- en Oost-Romeins rijk.

410 - Rome definitief ingenomen door Alarik (de Visigoten uit het noordoosten van Roemenië. Begin van de ‘donkere’ middeleeuwen.

476 - Val van het West-Romeinse rijk door de Vandalen.

570 - Geboorte van Mohammed stichter van de Islam.

606 - Bonifatius wordt gekroond tot ‘universeel bisschop’. Hiermee doet het pausdom zijn intrede. Uitbreiding van de kerk met behulp van de krachtige hand van de staat. Bouw van grote kathedralen.

800 – Kroning Karel de Grote.

1054 - Scheiding van de kerk in West en Oost. Oorzaak: verschil van mening over de uitdrukking filioque, politieke rivaliteit tussen het Griekssprekende (Constantinopel) en het Latijnsprekend (Rome). Toenemende aanspraak op gezag door de paus van Rome.

1096 - Begin van de kruistochten.

1204 - Inname Constantinopel door de kruisvaarders.

1453 - De val van Constantinopel door de Islam. Begin Renaissance in West-Europa.

1517 - Reformatie: Luther, Calvijn en Zwingli. 95 Stellingen Wittenberg als reactie op de aflaathandel van de RK-kerk (Tetzel)

1750 – De verlichting, een filosofische beweging (ca.1650-1800) volgens welke de waarheid gevonden wordt met behulp van de rede (t.o. met name het kerkelijk gezag).

1850 – Ontstaan evangelische beweging (o.a. Darby, George Müller)

1854 - Maria verering: In 431 de titel ‘Moeder van God’. In 1854 de ‘onbevlekte ontvangenis’. 1870 - Maria hemelvaart als dogma aanvaard.

1948 - Oprichting Wereldraad van Kerken. Ontstaan Israël. Begin van de EU.

Afwijkingen in de Bijbelse leer

(1) De gnostiek. Een pseudo-christelijke leer; alleen voor ingewijden.

(2) Het docetisme. Leer dat Jezus niet werkelijk vlees is geworden.

(3) De Marcionieten. Geloof in twee goden: OT en NT. Eigen canon: Alleen Evangelie van Lucas en Paulus’ 10 eerste brieven.

(4) De Manicheeën. Streven naar een syncretisme tussen alle religies.

___________________________________________________________________