Wat zegt de Bijbel?

In deze rubriek zijn de volgende artikelen opgenomen:

Imminentie en Verwachting

Tien Economieën of Tien Koningen?

De acht koningen van de eindtijd

De koning van het Noorden - De Assyriër-Rubriek: Profetische Boeken 2

Wie zijn de 24 oudsten?

De geschiedenis van de Imminentie

The Great Reset

___________________________________________________________


Is de komst van

Christus aanstaande?


Imminentie en

Verwachting

 

John F. MacArthur, Jr.

 

Inleiding

Het Nieuwe Testament is consistent in zijn verwachting dat de wederkomst van Christus elk moment kan plaatsvinden. Dat doordringende perspectief van nadering roept drie vragen op. De eerste vraag heeft betrekking op de vraag of de Verdrukking zal voorafgaan aan de komst van Christus voor de Gemeente. Het antwoord op die vraag is dat het niet zo zal zijn, omdat de Gemeente nooit wordt gevraagd om vooruit te kijken naar de verdrukking, maar om vooruit te kijken naar de komst van Christus. De tweede vraag draait om hoe de wederkomst van Christus in de vroege kerk op handen had kunnen zijn. Het antwoord hier is dat niemand behalve de Vader weet wanneer de komst zal plaatsvinden, zodat christenen, inclusief de vroege kerk, altijd klaar moeten staan. De derde vraag is waarom de op handen zijnde wederkomst van Christus zo belangrijk is. Dit antwoord heeft betrekking op de motivatie die het voor gelovigen verschaft om hun leven te zuiveren en daardoor vooruitgang te boeken in de richting van het doel van heiliging en gelijkvormigheid aan Christus. De drievoudige oproep van het onderwijs van imminentie is om nu wakker te worden en te gehoorzamen, de werken van de duisternis af te werpen en de klederen van een heilig leven aan te trekken.

* * * * *

Christus kan elk moment komen. Ik geloof dat met heel mijn hart - niet vanwege wat ik in de kranten lees, maar vanwege wat ik in de Schrift lees. Vanaf de allereerste dagen van de Gemeente koesterden de apostelen en christenen van de eerste generatie een oprechte verwachting en vurige hoop dat Christus op elk moment plotseling zou kunnen terugkeren om Zijn kerk in de hemel te vergaderen. Jakobus, die waarschijnlijk de vroegste van de nieuwtestamentische brieven schreef, vertelde zijn lezers uitdrukkelijk dat de wederkomst van de Heer ophanden was: ‘Heb dan geduld, broeders, tot de komst van de Heer. Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht van het land, en heeft er geduld mee, totdat deze de vroege en late regen ontvangt. Hebt ook u geduld, sterkt uw harten, want de komst van de Heer is nabij. Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet geoordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur!’ (Jak.5:7-9).

Petrus herhaalde diezelfde verwachting toen hij schreef: 'Het einde van alles nu is nabij; wees dus bezonnen en nuchter tot gebeden’ (1Petr.4:7). De schrijver van Hebreeën noemde de ophanden zijnde wederkomst van Christus als een reden om trouw te blijven: ‘Laten we acht geven op elkaar tot aanvuring van liefde en goede werken; en laten wij onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen gewoon zijn, maar elkaar vermanen, en dat zoveel te meer naarmate u de dag ziet naderen’ (Heb.10:24-25). Hij schreef: Want nog een zeer korte tijd, en Hij die komt, zal komen en niet uitblijven" (vs. 37). En de apostel Johannes deed de meest zelfverzekerde uitspraak van allemaal: ‘Kinderen, het is het laatste uur, en zoals u hebt gehoord dat de antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen gekomen, waaraan wij weten dat het het laatste uur is’ (1Joh.2:18). Toen Johannes zijn visioen optekende in het boek Openbaring, liet hij het voorafgaan door te zeggen dat deze dingen ‘spoedig moeten gebeuren’ (Op.1:1).

De schrijvers van het Nieuwe Testament schreven vaak over de ‘verschijning’ van Christus en ze lieten nooit na om het gevoel over te brengen dat dit spoedig zou kunnen gebeuren. ‘En nu, kinderen, blijf in Hem, opdat wij, als Hij geopenbaard wordt, vrijmoedigheid hebben en niet beschaamd worden voor Hem bij Zijn komst” (1Joh.2:28; 3:2; Kol.3:4; 2Tim.4:8; 1Petr.5:4). Al die teksten suggereren dat in de vroege kerk de verwachting van de op handen zijnde wederkomst van Christus hoog opliep. Een vaste overtuiging dat Christus elk moment kan terugkeren, doordringt het hele Nieuwe Testament. Toen de apostel Paulus de komst van de Heer voor de Gemeente beschreef, gebruikte hij persoonlijke voornaamwoorden waaruit blijkt dat hij er duidelijk van overtuigd was dat hij zelf tot degenen zou kunnen behoren die levend zouden worden opgenomen om de Heer te ontmoeten: ‘Wij de levenden die overblijven tot de komst van de Heer’ en ‘wij de levenden, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht' (1Thes.4:15, 17). Het was duidelijk dat hij uitkeek naar de terugkeer van Christus tijdens zijn leven. Hij maakte verder duidelijk dat een waakzame, hoopvolle verwachting over de wederkomst van Christus een van de goddelijke houdingen is die goddelijke genade alle gelovigen leert: ‘Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen en onderwijst ons dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw, in de verwachting  van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus' (Tit.2:11-13).

Zal de verdrukking voorafgaan aan de komst van Christus voor de kerk?

Desalniettemin houden sommige onderzoekers van Bijbelse profetieën vol dat christenen geen onmiddellijke verwachting mogen hebben van de wederkomst van Christus. In plaats daarvan, zeggen ze, zouden we moeten uitkijken naar het begin van de zevenjarige verdrukkingsperiode, de vervulling van bepaalde oordelen en voorlopige tekenen, de opkomst van de antichrist – of al het bovenstaande. Als ze over toekomstige dingen praten, ligt de nadruk zwaar op angst en rampspoed voor het volk van God. Wat hen betreft, wordt ‘de gelukkige hoop’ pas relevant nadat de Gemeente door de verdrukking is gegaan. Op het eerste gezicht lijkt dit standpunt niet geheel verstoken van Bijbelse steun. Immers, toen Christus de gebeurtenissen van de laatste dagen schetste, nam Hij vele profetieën op over verdrukking en ontberingen, en Hij zei dat deze tekenen vooraf zouden gaan aan en wijzen op Zijn wederkomst (Mat.24:21, 30).

De brieven bevatten ook profetieën over afvalligheid en vervolging in de laatste dagen voorafgaand aan de wederkomst van Christus. Zo waarschuwde de apostel Paulus Timotheüs voor gevaarlijke tijden die zouden komen (2Tim.3:1-3). Hij zei tegen hem: ‘De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in de latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen’ (1Tim.4:1) - en hij beschreef verder een afvalligheid die vooraf zou gaan aan de terugkeer van Christus. Degenen die geloven dat de kerk door de ontberingen van de periode van de verdrukking moet lijden, citeren steevast 2Thes.2:1-3 als bewijs: ‘Wij vragen u broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, dat u niet zo snel in uw denken geschokt en verschrikt wordt, noch door geest, noch door een woord, noch door een brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf’.

Dus aan de ene kant is het Nieuwe Testament doordrongen van een groet verlangen van verwachting en overtuiging dat de gezegende hoop op Christus' wederkomst nabij is. Aan de andere kant worden we gewaarschuwd voor problemen en beproevingen die aan de wederkomst van Christus zullen voorafgaan. Hoe kunnen we deze twee draden van profetie met elkaar verzoenen? Hoe kunnen we een dagelijkse verwachting van Christus' wederkomst cultiveren als deze voorlopige tekenen nog moeten worden vervuld voordat Hij terugkeert? Er moeten verschillende punten in gedachten worden gehouden. Ten eerste zijn alle algemene ‘tekenen der tijden’ die in het Nieuwe Testament worden gegeven, vervuld - en worden voor onze ogen vervuld. Het zijn in feite kenmerken van het hele tijdperk van het Christelijke kerk. Afvalligheid en ongeloof, eigenliefde en zonde, oorlogen, geruchten van oorlogen en natuurrampen zijn allemaal heel gewoon geweest in het christelijk tijdperk. Vrijwel elke generatie christenen sinds de tijd van Christus heeft geloofd dat ze de tekenen van de eindtijd voor hun eigen ogen in vervulling zagen gaan. Dus hoe kunnen we weten of onze eigen tijd de ware ‘laatste dagen’ is van Bijbelse profetieën - of gewoon meer van dezelfde algemene afvalligheid en rampspoed die het hele christelijke tijdperk hebben gekenmerkt?

De apostel Johannes loste die vraag onder inspiratie van de Heilige Geest op toen hij schreef: ‘Kinderen, het is het laatste uur, en zoals u hebt gehoord dat de antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen gekomen, waaraan wij weten dat het het laatste uur is’ (1Joh.2:18). De Gemeente bevond zich al in ‘de laatste dagen’, zelfs voordat het apostolische tijdperk eindigde. In feite is de ‘laatste dagen’ een Bijbelse term voor het christelijke tijdperk zelf (Heb.1:1-2). Dit hele tijdperk is een opmaat naar het uiteindelijke hoogtepunt van de menselijke geschiedenis. Dit zijn de laatste dagen - en zo was het vroege Gemeente tijdperk.

Ten tweede, niets in het Nieuwe Testament suggereert ooit dat we onze verwachting van Christus' verschijning moeten uitstellen totdat andere voorbereidende gebeurtenissen kunnen plaatsvinden. De enige duidelijke uitzondering is 2Thes.2:1-3 (hierboven volledig geciteerd), die zegt: ‘die dag [de dag des Heren] komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is”. Dat is duidelijk een sleuteltekst voor degenen die geloven dat de Verdrukking de volgende gebeurtenis is op de profetische agenda, en dat de Gemeente de heerschappij van de Antichrist zou moeten verwachten in plaats van de terugkeer van Christus. Inderdaad, als 2Thes.2:1-3 eigenlijk betekent dat Christus' komst voor de Gemeente pas kan plaatsvinden na zeven jaar van Verdrukking, dan vernietigt het alles wat het Nieuwe Testament leert over de op handen zijnde wederkomst van Christus'.

Maar kijk eens goed naar de context van 2Thes.2. De christenen in Thessalonicenzen waren in de war en van streek door enkele valse leraren (mogelijk mensen die deden alsof ze namens de apostel spraken) die leerden dat de vervolgingen en het lijden dat ze op dat moment ervoeren de oordelen waren die gepaard gingen met de dag des Heren. (De uitdrukking verwijst altijd naar oordeel en gewoonlijk naar een tijd van apocalyptisch oordeel - vgl. Jes.13:9-11; Am.5:18-20; 1Thes5:2-3; 2Petr.3:10; Op.6: 17; 16:14.) Velen in de kerk van Thessalonika hadden, te midden van hun eigen zware ontberingen en ellende, blijkbaar die leugen geloofd, en ze geloofden dat het betekende dat ze zelf het voorwerp waren geworden van Gods laatste apocalyptische toorn. Het is duidelijk dat ze hierdoor diep verontrust waren, want in zijn eerdere brief had Paulus hen aangemoedigd door hen te vertellen over de opname (1Thes.4:14-17) - de komst van Christus voor zijn Gemeente. Paulus had hen zelfs opgedragen elkaar te troosten met de belofte dat Christus voor hen zou komen (vs. 18). Maar nu, in een tijd van hevige vervolging en beproeving, waren de christenen in Thessaloniki ten prooi gevallen aan het valse idee dat God Zijn laatste toorn al uitstortte - en zij behoorden tot de voorwerpen van die toorn. Ze waren duidelijk bang dat ze de opname hadden gemist en op het punt stonden te worden weggevaagd in de laatste en baanbrekende oordelen van de Dag des Heren. Daarom schreef Paulus: ‘Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief, als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn’ (1Thes.2:1-2). ‘De komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem’ is een duidelijke verwijzing naar de opname. ‘De dag van Heer’ is de dag des Heren (in feite gebruiken de oudere manuscripten de uitdrukking ‘dag des Heren’ in dit vers). Er waren twee aspecten van de fout die de kerk van Thessalonika verontrustte: een was het idee dat ze de opname hadden gemist. De andere was de daarmee gepaard gaande angst dat ze al het apocalyptische oordeel waren binnengegaan dat aangaf dat de dag des Heren al was aangebroken. En als Paulus dus zegt: ‘Die dag zal niet komen als niet eerst de afval gekomen is, en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf’ (2Thes.2:3) - dan heeft hij het over de dag van de Heer en zijn apocalyptische oordeel, niet de opname. Hij suggereerde niet dat de komst van Christus voor de Gemeente zou worden uitgesteld tot nadat de gebeurtenissen van de Verdrukking allemaal waren afgelopen. Hij suggereerde zeker niet dat de Thessalonicenzen hun hoop op de komst van Christus voor hen moesten uitstellen tot het einde van de Verdrukking. Hij had zijn hele eerste brief besteed aan het aansporen van hen om waakzaam en afwachtend te zijn en elkaar te bemoedigen met het nieuws van de op handen zijnde wederkomst van Christus (vgl. 1Thes.1:19; 4:15-18; 5:6, 9, 11). Als de apostel nu van plan was hun te leren dat alle gebeurtenissen van de Verdrukking vervuld moesten worden voordat Christus voor hen kon terugkeren, zou dat inderdaad weinig ‘troost’ zijn. In feite zou het alles omverwerpen wat het Nieuwe Testament te zeggen heeft over de naderende, troostende en hoopvolle wederkomst van Christus. Dus de consistente leer van het Nieuwe Testament is dat christenen moeten uitkijken naar de op handen zijnde komst van Christus voor Zijn Gemeente, en 2Thes.2:1-4 is daarop geen uitzondering.

Hoe kon de komst van Christus nabij zijn in de vroege kerk?

Sommigen beweren dat de komst van Christus onmogelijk ophanden kan zijn geweest voor de vroege kerk, gezien het overduidelijke feit dat Hij tweeduizend jaar later nog steeds niet is teruggekeerd. Sceptici maken het christendom vaak belachelijk of betwisten juist op die grond de onfeilbaarheid van de Schrift. De aan het begin van dit hoofdstuk geciteerde verzen bewijzen immers dat Jakobus, Petrus, Johannes, Paulus en de schrijver van Hebreeën allemaal geloofden dat de wederkomst van Christus zeer nabij was – ‘voor de deur’ (Jak.5:9); ‘De Heer is nabij’ (Fil.4:5; 1 Petr.4:7); ‘naarmate u de dag ziet naderen’ (Heb 10:25); ‘spoedig komen’ (Op.3:11; 22:7). Hoe kan het dan dat Christus tweeduizend jaar later nog steeds niet is teruggekeerd?

Zouden de apostelen het bij het verkeerde eind hebben gehad met betrekking tot de timing? Dat is precies wat sommige sceptici beweren. Hier is een typisch fragment uit een nieuwsbrief waarvan het enige doel is om de onfeilbaarheid van de Schrift aan te vallen: Paul zelf toonde dat hij een van degenen was die wachtten op de op handen zijnde wederkomst van Christus. Maar zoals de geschiedenis van die tijd duidelijk laat zien, was alles voor niets. Er verscheen geen Messias. Het Nieuwe Testament zegt herhaaldelijk dat de Messias binnen zeer korte tijd zou terugkeren. Toch heeft de mensheid bijna 2000 jaar gewacht en is er niets gebeurd. Dat kan in geen geval worden beschouwd als 'snel komen'. Het is inderdaad jammer dat miljoenen mensen nog steeds vasthouden aan de verloren hoop dat er op de een of andere manier een Messias zal opstaan ​​om hen uit hun hachelijke situatie te halen. Hoeveel jaar (2.000, 10.000, 100.000) zal het duren voordat ze eindelijk zeggen: "We kunnen alleen maar concluderen dat we het slachtoffer zijn van een wrede hoax"?

Wat zullen we van deze beschuldiging tegen de waarheid van de Schrift zeggen? Bewijst het verstrijken van tweeduizend jaar inderdaad dat de komst van Christus niet op handen was in het tijdperk van de vroege kerk, en dat de apostelen zich vergist hadden? Zeker niet. Denk aan de duidelijke uitspraak van Christus in Mat.24:42: ‘U weet niet op welke dag uw Heer komt.’ De exacte tijd blijft voor ons verborgen, net als voor de apostelen. Maar Christus kon niettemin elk moment komen. De rechter staat nog voor de deur. De dag staat nog voor de deur. Er zijn geen andere gebeurtenissen die op de profetische kalender moeten plaatsvinden voordat Christus ons in de lucht komt ontmoeten. Hij kan elk moment komen. En in die zin is de komst van Christus ophanden. In dezelfde zin was Zijn komst ophanden, zelfs in de dagen van de vroege kerk.

Ik veronderstel dat het ook mogelijk is dat Christus zijn komst nog tweeduizend jaar of langer zou kunnen uitstellen. Gezien de snelle achteruitgang van de samenleving, zie ik niet hoe dat mogelijk is, maar de apostelen ook niet toen ze de toestand van de wereld in hun tijd overzagen. Hij kon Zijn komst nog steeds uitstellen. Daarom leerde Christus ons om voorbereid te zijn, of Hij nu onmiddellijk komt of langer uitstelt dan we voor mogelijk houden (vgl. Mat.24:42–25:12). In ieder geval is het verstrijken van tweeduizend jaar geen verwijt aan de trouw van God of de betrouwbaarheid van Zijn Woord. Dit is precies het punt dat Petrus maakte toen hij anticipeerde op de spotters die zouden opstaan ​​en de spot dreven met de belofte van Christus' wederkomst (2Petr.3:3-4). Peters antwoord aan die spotters? ‘Bij de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag’ (vs. 8). De hoeveelheid aardse tijd die verstrijkt is niet van belang. Het is zeker niet relevant vanuit Gods tijdloze gezichtspunt. Een moment is als vele eonen in Zijn gedachten, en eonen gaan voorbij als momenten. Hij is niet gebonden aan tijd zoals wij, en geen enkele hoeveelheid tijd kan ooit Zijn trouw tenietdoen. 'De Heer is niet traag met betrekking tot Zijn belofte, zoals sommigen het voor traagheid beschouwen, maar Hij is lankmoedig jegens ons, niet willend dat iemand verloren gaat, maar dat iedereen tot bekering komt' (vs. 9).

Met andere woorden, de echte reden voor het uitstel van de Heer is niet dat Hij nalatig of onvoorzichtig is in het nakomen van zijn beloften, maar eenvoudig omdat Hij lankmoedig en vriendelijk is, de komst van Christus uitstelt en de toorn die daarmee gepaard gaat terwijl Hij mensen tot redding roept. En Christus zal niet terugkeren voordat de barmhartige doeleinden van God voltooid zijn. Verre van apathie of nalatigheid van Gods kant te suggereren, onderstreept het lange uitstel voordat Christus verschijnt eenvoudig de opmerkelijke diepte van Zijn bijna onuitputtelijke barmhartigheid en lankmoedigheid. En daarom is het feit dat er tweeduizend jaar zijn verstreken, volkomen irrelevant voor de leerstelling van de op handen zijnde wederkomst van Christus. De komst van Christus is nog steeds nabij. Het kan elk moment gebeuren. Het gebod om gereed en waakzaam te zijn is evenzeer van toepassing op ons als op de vroege kerk. In feite zou de wederkomst van Christus een nog urgenter probleem voor ons moeten zijn, omdat het met het verstrijken van iedere dag dichterbij komt. We weten nog steeds niet wanneer Christus komt, maar we weten wel dat we tweeduizend jaar dichter bij die gebeurtenis zijn dan Jacobus was in die vroegste dagen van de christelijke jaartelling, toen de Heilige Geest hem bewoog om de kerk te waarschuwen dat de komst van de Heer was nabij en de Rechter stond al vóór de deur.

Waarom is de op handen zijnde wederkomst van Christus zo belangrijk?

Waarom is het zo belangrijk om te geloven dat Christus elk moment kan komen? Omdat de hoop op de aanstaande komst van Christus een krachtig heiligend en zuiverend effect op ons heeft. ‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:3). De wetenschap dat de komst van Christus dichterbij komt, zou ons moeten motiveren om ons voor te bereiden, naar Christus te streven en alle dingen uit te stellen die betrekking hebben op ons vorige leven zonder Christus. De apostel Paulus volgde deze redenering tegen het einde van zijn brief aan de Romeinen. Hij herinnerde de gelovigen in Rome aan hun plicht om hun naasten lief te hebben als zichzelf, en zei dat liefde het enige principe is dat aan al Gods morele geboden voldoet (Rom.13:8-10). Vervolgens benadrukte hij de urgentie van het leven in gehoorzaamheid aan dit grote gebod, en schreef hij: ‘En dit te meer, omdat wij de tijd kennen, dat het uur voor u al daar is om uit de slaap te ontwaken; want de behoudenis is nu nader dan toen wij tot geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd en de dag is nabij. Laten wij dan de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen. Laten wij als op de dag, welvoeglijk wandelen niet in zwelgpartijen en dronkenschappen, niet in ontuchtigheden en uitspattingen, niet in twist en jaloersheid; maar doet de Heer Jezus Christus aan, en wijdt geen zorg aan het vlees om begeerten te voldoen (Rom.13:11-14). Dat is de wake-up call van de apostel Paulus aan de Gemeente. De wederkomst van Christus nadert. De tijd is nu dichterbij dan toen we voor het eerst geloofden. Elk moment dat voorbijgaat, brengt de wederkomst van Christus nog dichterbij. Hoe moeten we de tijd verzilveren? Hij roept op tot een drieledig antwoord dat perfect het juiste perspectief van de christen op de op handen zijnde mogelijkheid van Christus' wederkomst samenvat. Word wakker! ‘Ontwaak uit de slaap’, smeekt hij (vs. 11) - en hij onderstreept zowel de urgentie van dit gebod als de ophanden zijnde komst van Christus, met vier zinnen: ‘nu is het de hoogste tijd’; ‘onze redding is dichterbij’ (vers 11); ‘De nacht is ver gevorderd; en ‘de dag is nabij’ (vs. 12). Tijd is kort; gelegenheid is kort. De Heer komt spoedig, en de gebeurtenis komt elk moment dichterbij. De tijd om te gehoorzamen is nu. De enige tijd die we als vanzelfsprekend kunnen beschouwen, is nu. En aangezien er geen garantie is voor meer tijd, is het gewetenloos om onze gehoorzaamheid uit te stellen. Denk hier eens over na: de apostel Paulus benadrukte de urgentie van dit gebod in zijn tijd, tweeduizend jaar geleden. Hij geloofde dat de komst van Christus nabij was - en steeds dichterbij kwam. Hoeveel urgenter zijn deze dingen voor onze tijd? ‘Nu is onze redding dichterbij’ (vs. 11) - tweeduizend jaar dichterbij, om precies te zijn. Dit is zeker niet het moment om op onze hoede te zijn of in slaap te vallen. Hoewel sommigen in de verleiding kunnen komen te denken dat het lange uitstel betekent dat de komst van Christus niet langer een urgente zaak is, zal een ogenblik nadenken onthullen dat als we geloven dat Christus de waarheid sprak toen Hij beloofde snel terug te komen, we moeten geloven dat de tijd dringt komt steeds dichterbij - en de urgentie wordt niet verminderd door de vertraging, maar verhoogd. Het is volkomen natuurlijk voor ongelovigen, sceptici en ongelovigen om te denken dat het uitstel van Christus betekent dat Hij Zijn belofte niet zal vervullen (2Petr.3:4). Maar geen echte gelovige zou ooit zo moeten denken. In plaats van te wanhopen omdat Hij vertoeft, moeten we ons realiseren dat de tijd nu dichterbij is dan ooit. Hij komt eraan. Zoals we eerder zagen, garandeert Zijn Woord dat Hij zal komen. Onze hoop zou sterker moeten worden, niet afnemen, aangezien Hij zijn komst uitstelt. Wanneer Paulus schrijft: ‘Omdat wij de tijd kennen’ (Rom.13:11), gebruikt hij een Grieks woord voor ‘tijd’ (kairos), dat spreekt van een tijdperk of een periode, niet de tijd (chronos) verteld door een klok. ‘De tijd kennen’ spreekt daarom van het begrijpen van deze tijd, onderscheidend zijn, zoals ‘de zonen van Issaschar die begrip van de tijd hadden, om te weten wat Israël behoorde te doen’ (1Kron.12:32). Christus berispte de Farizeeën voor het ontbreken van ditzelfde soort onderscheidingsvermogen: ‘Wanneer het avond is geworden, zegt u: 'Mooi weer, want de hemel is rood'; en 's morgens: 'Vandaag storm, want de lucht is somber rood.' Het aanzien van de hemel weet u wel te onderscheiden, maar kunt u het de tekenen der tijden (kairos) niet?’ (Mat.16:1-3). Misschien had Paulus tekenen van geestelijke lethargie of saaiheid gezien onder de gelovigen in Rome. Ongetwijfeld bracht het leven in die grote stad veel afleidingen en aardse verlokkingen met zich mee die de harten afleidden van de oprechte hoop op Christus’ komst. Net als de samenleving waarin we leven, was het Romeinse leven gericht op het vlees en bood het veel materieel comfort en aards amusement. Misschien waren ze geneigd te vergeten dat ze in de laatste dagen leefden. Geestelijk vielen ze in slaap.

Het lijkt soms alsof de hele kerk tegenwoordig in een nog ergere staat van geestelijke slaperigheid verkeert. Er is wijdverbreide onverschilligheid over de wederkomst van de Heer. Waar is het verwachtingspatroon dat de vroege kerk kenmerkte? De trieste erfenisgeschiedenis die over de kerk van onze generatie zal worden opgetekend, is dat toen we het begin van een nieuw millennium naderden, de meeste christenen zich veel meer zorgen maakten over de komst van een computerstoring die bekend staat als de ‘millenniumbug’ dan over de komst van de duizendjarige Koninkrijk! Te veel christenen in onze tijd zijn in een toestand van gevoelloze lethargie en inactiviteit terechtgekomen - een ongevoeligheid voor de dingen van God. Ze zijn als Jona, diep in slaap in het ruim van het schip terwijl razende stormen ons dreigen weg te vagen (Jona 1:5-6). Ze zijn als de dwaze maagden, die ‘toen de bruidegom werd opgehouden, sliepen en sliepen’ (Mat.25:5). Hoog tijd om uit die sluimer te ontwaken. Paulus zond een soortgelijke wake-up call naar de kerk in Efeze: ‘'Ontwaak u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Kijkt dus nauwkeurig uit hoe u wandelt, niet als onwijzen maar als wijzen, terwijl u de geschikte gelegenheid ten volle uitbuit, want de dagen zijn boos’ (Ef.5:14-16). Nooit was zo'n alarm meer nodig dan vandaag. In de woorden van onze Heer Zelf: ‘Waakt dan! Want u weet niet wanneer de heer van het huis komt, 's avonds, of te middernacht of met het hanengekraai of ‘s morgensvroeg; opdat hij als hij plotseling komt, u niet in slaap vindt’ (Mark.13:35-36). Als Paulus zegt dat ‘onze redding dichterbij is dan toen we tot geloof kwamen’ (Rom 13:11), heeft hij het natuurlijk over de voleinding van onze redding. Hij suggereerde niet dat de Romeinen niet wedergeboren waren. Hij vertelde hen niet dat hun rechtvaardiging nog een toekomstige realiteit was. Hij herinnerde hen eraan dat het hoogtepunt van wat bij hun wedergeboorte begon, steeds dichterbij kwam. ‘Redding’ verwijst in deze context naar onze verheerlijking, het uiteindelijke doel van Gods reddende werk (Rom.8:30). Door de hele Schrift heen is dit verbonden met de verschijning van Christus: ‘Wij weten dat wanneer Hij wordt geopenbaard, wij aan Hem gelijk zullen zijn’ (1Joh.3:2). ‘Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten, die het lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van zijn heerlijkheid, naar de werking van de macht die Hij heeft om ook alles aan Zich te onderwerpen’ (Fil.3:20-21). ‘Wanneer Christus uw leven geopenbaard wordt, dan zult u ook met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid’ (Kol.3:4). ‘Hij zal voor de tweede keer verschijnen, zonder zonde – of gescheiden van - verschijnen tot behoudenis aan hen die Hem verwachtten’ (Heb.9:28). Merk op dat de schrijver van Hebreeën het woord redding op dezelfde manier gebruikt als Paulus het in Rom.13:11 gebruikt. Dit laatste aspect van het heil is waarnaar Paulus een paar hoofdstukken eerder verwees, in Rom 8:23: ‘Wijzelf zuchten bij onszelf, in de verwachting van het zoonschap, de verlossing van ons lichaam.’ Dat is het aspect van onze redding dat dichterbij is dan toen we voor het eerst geloofden, en het wacht alleen op de komst van Christus.

Dus de indringende oproep van Paulus hier in Romeinen 13 gaat ervan uit dat de wederkomst van Christus op handen is. Als er een ander eschatologisch tijdperk (kairos) - vooral de Verdrukking - zou plaatsvinden vóór Christus' wederkomst voor de kerk, zou Paulus zeker hebben gewezen op het begin van dat tijdperk en er bij de Romeinen op hebben aangedrongen zich erop voor te bereiden. Maar verre van hen te waarschuwen dat er een donker tijdperk van verdrukking in hun toekomst zou zijn, was wat hij hun vertelde praktisch het tegenovergestelde: ‘De nacht is ver verstreken, de dag is nabij’ (vs. 12). De kairo's van vervolging, ontbering en duisternis waren ‘vergevorderd’ (prokopto in de Griekse tekst - wat ‘snel vooruitgaan’ of ‘verdreven worden’ betekent). Daglicht - de uiteindelijke voltooiing van onze redding wanneer Christus terugkeert om ons naar de heerlijkheid te brengen - staat voor de deur. We hebben geen idee hoeveel zand er nog in de zandloper van de menselijke geschiedenis zit. Maar we moeten ons realiseren dat er veel zand door de zandloper is gegaan sinds de apostel Paulus zei dat het daglicht al nabij was. Hoeveel meer urgent is deze wake-up call voor de kerk vandaag! De nacht van Satans heerschappij zal spoedig plaats maken voor de dageraad van Christus' komst voor de Zijnen. De apostel Paulus gebruikte precies dezelfde beeldspraak van duisternis en dageraad toen hij aan de Thessalonicenzen schreef:

‘Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders, hebt u niet nodig dat u geschreven wordt. Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid! dan zal een plotseling verderf over hen komen, zoals de barensnood bij een zwangere vrouw, en zij zullen geenszins ontkomen. Maar u, broeders, bent niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen; want u bent allen zonen van het licht en zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis. Laten wij dus niet slapen zoals de overigen, maar laten wij waken en nuchter zijn. Want zij die slapen, slapen ’s nachts en zij die dronken zijn, zijn ’s nachts dronken. Maar laten wij die van de dag zijn, nuchter zijn, terwijl wij het borstharnas van het geloof en de liefde aangedaan hebben, en als helm de hoop van de behoudenis; want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer jezus Christus’ (1Thes.5:1-9). God heeft ons niet tot toorn aangesteld. De dag van toorn die zal komen in de Verdrukking is niet waar we ons op moeten voorbereiden. De plotselinge verschijning van Christus om ons tot heerlijkheid te brengen is onze hoop. Word wakker! Wees nuchter. Wees alert. Uw verlossing nadert.

Wegdoen! Het naderen van de dageraad betekent dat het tijd is voor een verandering van kleding: ‘Laten wij de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen’ (Rom.13:12). Paulus beeldspraak roept het beeld op van een soldaat die de nacht heeft doorgebracht in een dronken orgie. Nog steeds gekleed in de klederen van zijn zonde, is hij in een dronken slaap gevallen. Maar de dageraad nadert, en nu is het tijd om wakker te worden, de kleren van de nacht af te werpen en de wapenrusting van het licht aan te trekken. Het Griekse werkwoord dat met ‘afwerpen’ is vertaald, was een term die sprak van met geweld worden uitgeworpen of verdreven. De Griekse term wordt slechts drie andere keren in het Nieuwe Testament gebruikt, en in elk geval spreekt van verbanning uit een synagoge (Joh.9:22; 12:42; 16:2). Dus de term draagt ​​het idee van het afzweren en verzaken van zonde (of de onberouwvolle zondaar) met kracht en overtuiging. Paulus roept op tot een daad van berouw. Hij wil dat ze afwerpen - excommuniceren, of... verbreek de gemeenschap met - de ‘werken van de duisternis’. Het is dezelfde uitdrukking die hij gebruikt in Ef.5:11: ‘Heb geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis, maar stelt ze veeleer aan de kaak." Paulus gebruikt vaak de beeldspraak van veranderende kleding om het afleggen van de zonde en de oude mens te beschrijven. ‘Doe wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens uit, die ten verderve gaat wordt door de bedrieglijke begeerten’ (Ef.4:22). ‘Maar nu, legt ook u dit alles af: toorn, kwaadheid boosheid, laster, vuile taal uit uw mond. Liegt niet tegen elkaar, daar u de oude mens hebt uitgedaan’ (Kol.3:8-9). Let op het tweevoudig afschuiven: ‘u hebt de oude mens met zijn daden uitgedaan’; maar blijf ‘al deze’ werken van duisternis wegdoen. Het beeld dat dit oproept is dat van Lazarus, opgewekt uit de dood, nieuw leven gegeven, maar nog steeds gebonden in oude grafdoeken die nog moesten worden afgedaan (vgl. Joh.11:43-44). Gebruikmakend van soortgelijke beelden, spoort de schrijver van Hebreeën de gelovigen aan om ‘elke last en de zonde die ons zo gemakkelijk verstrikt af te leggen, en laten we met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt’ (Heb.12:1). Daar beeldt hij de christen af ​​als een atleet, ontdaan van alle lasten en klaar om te rennen. Er is veel dat we opzij moeten schuiven als we voorbereid willen zijn op de komende dag. Jakobus vat het kort en bondig samen: ‘legt alle vuiligheid onreinheid en overmaat van boosheid af” (Jak.1:21). En Petrus herhaalt de gedachte: ‘Leg dan af alle boosheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerijen’ (1Petr.2:1).

Aandoen! Er is nog een ander aspect van voorbereid zijn op de komst van de Heer. We zijn niet volledig voorbereid op het aanbreken van de nieuwe dag, tenzij we de juiste kleding hebben aangetrokken: 'doe de wapenrusting van het licht aan, doe de Here Jezus Christus aan' (vs. 12, 14). Nogmaals, het beeld is dat van een soldaat die de nacht in dronkenschap had doorgebracht. Hij was naar huis gestruikeld en in slaap gevallen in kleren die nu gekreukeld waren en bevuild met het bewijs van zijn lusten. De dag brak aan. Het was tijd om wakker te worden, de oude kleren uit te doen en iets schoons en gepolijst en strijdklaar aan te trekken. ‘Wapenrusting’ suggereert oorlogvoering, en dat is passend. Hoewel de wederkomst van Christus op handen is, is dat geen reden om de strijd op te geven. De Schrift suggereert nooit dat Zijn volk ergens op een heuvel zou moeten zitten om Zijn komst af te wachten. In feite zijn we tussen nu en Zijn komst opgesloten in een strijd ‘tegen de overheden, tegen de machten, tegen de heersers van de duisternis van deze eeuw, tegen de geestelijke machten in de hemelse gewesten’ (Ef.6:11). De nabijheid van de wederkomst van onze Heer doet niets af aan de ernst van de strijd. Dit is niet het moment om onze ijver te verslappen, maar het tegenovergestelde. We moeten de strijd met nieuwe kracht aangaan, wetende dat de tijd kort is. ‘Neemt daarom de hele wapenrusting van God op, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, na alles volbracht te hebben, stand te houden’ (vs. 13). Met andere woorden, we zijn geen soldaten buiten dienst, vrij om te feesten en te genieten van de vleselijke geneugten van het nachtleven. We hebben dienst en onze opperbevelhebber kan elk moment verschijnen. Daarom: ‘Laten wij als op de dag, welvoeglijk wandelen, niet in zwelgpartijen en dronkenschappen, niet in ontuchtigheden en uitspattingen, niet in twist en jaloersheid’ (Rom.13:13). De christen die geen heilig en gehoorzaam leven leidt met hemelse prioriteiten, is een christen die de betekenis van de op handen zijnde wederkomst van de Heer niet begrijpt. Als we oprecht verwachten dat onze Heer op enig moment zal verschijnen, zou die gezegende hoop ons ertoe moeten bewegen getrouw te zijn en op de juiste manier te wandelen, opdat onze Heer niet terugkomt om te ontdekken dat we verkeerd wandelen, Hem ongehoorzaam zijn of Hem onteren. In de eigen woorden van Christus: ‘Waakt dan! Want u weet niet wanneer de heer van het huis komt, 's avonds, of te middernacht, of met het hanengekraai, of in ’s morgens vroeg; opdat hij, als hij plotseling komt, u niet in slaap vindt. Wat Ik nu tot u zeg, zeg ik tot allen: Waakt!” (Mark.13:35-37). Er is meer: ​​‘Maar doet de Heer Jezus Christus aan, en wijdt geen zorg aan het vlees om begeerten te voldoen’ (Rom.13:14). Nogmaals, wanneer we verheerlijkt worden, zullen we ogenblikkelijk gelijkvormig worden aan het beeld van Christus - zoveel op Hem lijken als voor mensen mogelijk is. Christusgelijkvormigheid is daarom het doel waartoe God ons beweegt (Rom.8:29). Zelfs nu zou het proces van heiliging ons moeten conformeren aan Jezus ’s beeld. Als we groeien n genade, groeien we in Christusgelijkenis. Wij moeten een weerspiegeling worden van het karakter van Christus en Zijn heiligheid. En dat is wat Paulus bedoelt als hij schrijft: ‘Doe de Here Jezus Christus aan.’ We moeten heiliging nastreven, Christus volgen in ons gedrag en karakter, Zijn gedachten in ons laten zijn en Zijn voorbeeld onze wandel laten leiden (Fil.2:5; 1 Petr.2:21).

Paulus vergeleek zijn pastorale plicht om de Galaten te discipelen met geboorteweeën, terwijl hij ernaar streefde ze op Christus te laten lijken: ‘Van wie ik in opnieuw in barensnood bent, totdat Christus gestalte in u krijgt’ (Gal 4:19). Schrijvend aan de Korinthiërs beschreef Hij heiliging ook als het proces waardoor ze opnieuw gemaakt zouden worden naar Christus' gelijkenis: van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer, de Geest’ (2Kor.3:18). Met andere woorden, we gaan van het ene niveau van heerlijkheid naar het andere naarmate we verder komen in de richting van het uiteindelijke doel. Dus ‘doe de Heer Jezus Christus aan’ is gewoon een gebod om heiliging na te streven (het hele thema van Rom.12-16). Toen Paulus tegen de Galaten zei: ‘Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan’ (Gal.3:27), zei hij in wezen dat heiliging begint bij bekering. Vanaf het eerste moment van geloof zijn we gekleed in zijn gerechtigheid. Dat is rechtvaardiging. In de woorden van de profeet Jesaja: ‘Ik zal mij zeer verheugen in de Heer, mijn ziel zal blij zijn in mijn God; want Hij heeft mij bekleed met de klederen van de zaligheid, hij heeft mij bedekt met de mantel van de gerechtigheid’ (Jes.61:10).

Maar dat is nog maar het begin van wat het betekent om Christus aan te doen. Rechtvaardiging is een eens en voor altijd voltooide gebeurtenis, maar heiliging is een continu proces. En het commando om ‘aan te trekken Christus’ in Romeinen 13 is een gebod om de Christusgelijkenis van heiliging na te streven.

De hoop op de aanstaande wederkomst van Christus is daarom het scharnier waarop een goed begrip van heiliging draait.

Laten we eens kijken naar enkele van de belangrijkste teksten die spreken over de naderende wederkomst van Christus, en specifiek opmerken wat voor soort praktische plichten deze leer ons oplegt:

Standvastigheid: Hebt ook u geduld, sterkt uw hart, want de komst van de Heer is nabij’ (Jak.5:8).

Vriendelijkheid: ‘Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet geoordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur!’ (Jak.5:9).

Gebed: ‘Het einde van alles nu is nabij; wees dus bezonnen en nuchter tot gebeden’ (1Petr.4:7).

Trouw. Trouw in het samenkomen en elkaar aanmoedigen: ‘Laten wij op elkaar acht geven tot aanvuring van liefde en goede werken; en laten wij onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen gewoon zijn, maar elkaar vermanen en dat zoveel te meer naarmate u de dag ziet naderen' (Heb.10:24-25).

Heilig gedrag en godsvrucht: ‘Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht’ (2 Petr. 3:11).

Reinheid en gelijkenis met Christus: ‘Als Hij wordt geopenbaard, zullen we zijn zoals Hij is, want we zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:2-3).

Deze verschillende categorieën en omvatten elk een aspect van onze heiliging. De hoop op de aanstaande wederkomst van Christus is een katalysator en een stimulans voor al deze dingen - elke vrucht van de Geest, elke christelijke deugd, alles wat te maken heeft met heiligheid en gelijkvormigheid aan Christus, en alles wat tot leven en godsvrucht behoort. Daarom is het zo belangrijk om een ​​waakzame verwachting te kweken voor de op handen zijnde komst van Christus. Het punt is niet om ons geobsedeerd te maken door aardse gebeurtenissen. In feite, als je interesse in de wederkomst van Christus je totaal fixeert met wat er in deze wereld gebeurt, heb je het punt totaal gemist. De wetenschap dat de wederkomst van Christus ophanden is, zou ons hart naar de hemel moeten keren, ‘van waaruit wij ook de Heer Jezus Christus, als Heiland verwachten’ (Fil 3:20). ‘Daarom, geliefden, daar u deze dingen verwacht, beijvert u onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede’ (2Petr.3:14).

 

*De bron van dit essay is uitgebrachte boek The Second Coming, copyright © 1999 door John MacArthur (Crossway, 1999).

________________________________________________________________


Eschatologie 2



Tien Economieën

of Tien Koningen?

 





‘Hier is het verstand, dat wijsheid heeft: De zeven koppen zijn zeven bergen waarop de vrouw gezeten is. Ook zijn het zeven koningen: vijf ervan zijn gevallen, een is er nog en de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij korte tijd blijven. En het beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit de zeven en het vaart ten verderve. En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar een uur ontvangen zij macht als koningen met het beest. Dezen zijn een van zin en geven hun kracht en macht aan het beest. Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen (want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen) en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen’ (Op.17:10-14).

 

Vraag

Mogen we de tien koningen, vermeld in Op.17 opvatten als tien wereldeconomieën?

Antwoord

De 10 grootste economieën ter wereld zijn: De Verenigde Staten, China, Japan, Duitsland, India, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Brazilië en Canada. Maar moeten we deze tien grootste economieën in de wereld als een uitleg van Openbaring 17 zien? Het antwoord op die vraag geeft ons het statenbeeld van de profeet Daniël want daar zien we dat het daar om afzonderlijke rijken gaat, Babylonië, Meden en Perzen, Griekenland en vervolgens de Romeinen. De vraag is waarom we dan in het toekomstig Romeins rijk opeens tien wereldeconomische machtsblokken zouden moeten zien? Hoe zou het mogelijk zijn dat die tien machten, gelet op hun grote verschillen in grootte en politieke interesses, de macht zouden geven aan één van die tien machten?

De uitleg die de profeet Daniël heeft gegeven van het statenbeeld aan koning Nebukadnessar leert ons dat het laatste van de vier rijken aan wie God de aardregering heeft gegeven, van de tijd dat het Joodse volk in Babylonische ballingschap is gegaan tot aan de komst van de Messias, het Romeinse rijk het laatste is. Het Romeinse rijk wordt ons voorgesteld in twee gestalten, (1) door twee benen, Oost- en West Romeinse rijk, en (2) door tien tenen, in haar eindtijdfase, tien koningen (Op.17:713). Dat wil zeggen dat er vóór dat het rijk van Christus komt er een Romeins rijk aanwezig zal moeten zijn. Veel uitleggers zien dat ook in de huidige Europese Unie het begin en ontwikkeling van dit rijk, dat in de eindtijd de vorm van een tien-statenbond zal aannemen. Dit rijk wordt ons in het Nieuwe Testament voorgesteld door het beest uit de zee (Op.13:1-10). In de eindtijd zullen er tien koningen zijn die hun macht schenken aan één, het beest, het hoofd van het hersteld Romeins rijk. ‘En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar een uur ontvangen zij macht als koningen met het beest. Dezen zijn een van zin en geven hun kracht en macht aan het beest’ (Op.17:12-13). Verder wordt door mij genoemd het Hoofd van het hersteld Romeins Rijk afgekort tot (HRR). Deze ‘koning’ zal een verbond sluiten met Israël, specifieker met de Antichtist, dat verbond zou er toe moeten leiden dat ze gevrijwaard blijven voor de agressie van andere koningen, zoals die van het Noorden (Assyrië) en het uiterste noorden, Rusland. Deze laatste zal de eerste ondersteunen. Het gesloten verbond zal op de helft, dus na drieënhalf jaar verbroken worden, waarna een ‘gruwel van verwoesting’ zal worden opgericht, dat een ‘startschot’ is voor de Grote Verdrukking waar Israël doorheen zal moeten (Mat.24:15, 21; Dan.12:1; Jer.30:7). De koning van het herstelde Romeinse rijk zal worden vernietigd door Christus komst (Zach.14:3).

___________________________________________________________________


Acht koningen van

de eindtijd

 




                                                                               Wat zegt de Bijbel?

Woord vooraf

God is de God, die van het begin ook het einde verkondigd (Jes.46:10) en het is dan ook niet verwonderlijk, gelet op de overvloed aan Bijbelse informatie in verband met de eindtijd, hoeveel belang God eraan hecht om ons daarover te informeren. Een van de redenen waarom de Heilige Geest gekomen is, is om ons over die toekomstige dingen in te lichten (Joh.16:13; 15:15) en om onze aandacht op Christus te richten, want het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie (Op.19:10).

Bij de beschrijving van de eindtijd, zoals we dat vinden in Gods Woord, komen we maar liefst acht koningen, machthebbers of koninkrijken tegen, die dan een belangrijke rol zullen spelen. Ik denk dat we niet ver verwijderd zijn van het moment waarop ‘de koningen der aarde zich in slagorde zullen scharen en de machthebbers samen zullen spannen tegen de Here en zijn gezalfde’ (Ps.2:2). We leven in een transitieperiode waarin het aangename jaar van de Heer zal overgaan naar de dag van de wrake van God (Jes.61:2; Luk.4:18-19).

De huidige gebeurtenissen versterken de indruk dat het einde van ‘tijden van de volken’ zeer nabij is (Luk.21:24), wat wil zeggen dat de komst van Christus en zijn koninkrijk nabij is en Hij een einde zal maken aan alle voorgaande rijken (Dan.2:44).

Wij leven in een tijd dat we de ontwikkelingen die zullen leiden tot die definitieve fase van Gods handelen met deze wereld van nabij mogen meemaken. Een van de meest opmerkelijke gebeurtenissen ná de tweede wereldoorlog is de vestiging van de staat Israël in 1948. Maar ook het ontstaan van de rijken van de koningen, die we hierna zullen bespreken maken daar deel van uit (vgl. Luk.21:29). Daar komt bij dat de technologische evolutie van de laatste decennia toepassingen, die tot voor kort ondenkbaar waren, mogelijk maken. We denken maar een ontwikkelingen en toepassingen op het gebied van de computertechnologie. Maar ook het assortiment van wapens die de mens ter beschikking staan zijn onbegrensd. We zien daar nu al een glimp van bij de oorlog in Oekraïne, en dat zal alleen maar toenemen naarmate de tijd vordert. Het Midden-Oosten, maar met name Israël zal het middelpunt vormen van de gebeurtenissen, ‘de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad’ (Op.20:9).

Veel van de dingen die hieronder beschreven worden zullen zij, die hun vertrouwen op de Heer Jezus Christus hebben gesteld en deel uitmaken van de Gemeente van de Levende God, niet meemaken. Het getuigenis van de Schrift is daarover duidelijk, de Gemeente zal worden opgenomen vóór de dag deS Heren zal aanbreken! (1Thes.5; 2Thes.2). Voor hen die dan nog op de aarde wonen zal een verschrikkelijke tijd aanbreken!

Een denkbaar eindtijdscenario

Dat de Schrift één geheel vormt bestaande uit het Oude en Nieuwe Testament komt door de bespreking van dit onderwerp duidelijk naar voren. De meeste informatie moeten we uit het Oude Testament halen. Zoals de Heer Jezus zei: ‘de Schrift kan niet verbroken worden’ (Joh.10:35 – Telos. vert.). Op grond van de gegevens die de Bijbel ons verstrekt zou je, uiteraard onder voorbehoud, tot het nu volgende eindtijdscenario kunnen komen.

Na de Opname van de Gemeente zal een afvallig staatshoofd van Israël, de antichrist de macht krijgen in Israël,[1] die een verbond zal sluiten met het hoofd van het hersteld Romeins rijk, de Europese Unie, gesymboliseerd door het beest uit de zee[2]. Deze dictator van West-Europa wordt in Israël tot een afgod gemaakt[3]. In die tijd trekt de koning van het zuiden (Egypte)[4] op tegen Israël. Ook de Assyriërs (Iran/Irak/Syrië) trekken op en overspoelen Israël. Ze worden door God gebruikt als zijn roede om het afvallige volk Israël te tuchtigen en worden daarbij gesteund door Gog, Rusland[5]. De Assyriërs nemen Jeruzalem in en ook Egypte wordt door hen overrompeld[6]. De Europese legers snellen daarop Israël te hulp vanwege het verbond tussen de dictator van Europa en de Antichrist[7]. Op dat moment zal de Heer Jezus neerdalen op de Olijfberg en als een Held ten strijde trekken tegen zijn vijanden; dit is het begin van Zijn Davids regering[8]. De Europese legers die intussen het verbond met Israël verbroken hebben, worden in het noorden van Israël, in Harmagedon door Christus vernietigd[9]. De leiders van de opstand, het beest en de valse profeet, worden in de hel geworpen[10]. Het teruggekeerde overblijfsel uit de twee stammen dat was gevlucht[11], verdrijft samen met de in Jeruzalem achtergebleven getrouwen de bezettingsmacht van de Assyriërs uit het land[12]. Door geruchten uit het oosten en noorden keert de hoofdmacht van de Assyriërs met de koning van het verre noorden uit Egypte terug naar Jeruzalem.[13] Christus vernietigt in Edom, de grootste haters van Zijn volk, de heidenvolken die in Edom zijn verzameld[14]. Daarna komt de Heer Jezus uit Edom[15] naar Jeruzalem en vernietigt de Assyriërs en de koning van het verre noorden bij Jeruzalem[16]. De rest van de goddeloze Joden wordt gedood[17] maar het gelovig overblijfsel van de Joden wordt verlost[18] en zij oordelen Jordanië, Arabië, de Palestijnen e.a.[19]. Het overblijfsel van de tien stammen keert uit alle volken terug naar Israël[20] en Israël zal als één volk onder één Koning in vrede en veiligheid in het land wonen[21]. De Russische machten met in hun gelederen de Perzen, Cusjieten en Puteeërs rukken tegen Israël op en worden op de bergen van Israël vernietigd[22]. Tenslotte wordt Satan voor duizend jaren gebonden[23].

Tot zover een schets van de gebeurtenissen die in de eindtijd vlak voor de zichtbare wederkomst van de Christus, de parousia, zullen plaatsvinden. Deze gehele geschetste periode vanaf de Opname tot aan de wederkomst van Christus op de Olijfberg omvat de zeventigste en laatste jaarweek van Daniël (Dan.9:24927). Vanaf 1948, toen Israël weer als een staat erkend werd, is het podium voor de eindstrijd al in gang gezet. De machten die een rol gaan spelen en uit zijn op de vernietiging van Israël is de oorlog tegen het Lam. De koningen die hieronder vermeld en besproken worden zijn inmiddels allen aanwezig en hebben hun positie al ingenomen. We moeten wel bedenken dat zij niet kunnen bevroeden dat dit hun ondergang zal betekenen. Om het met de woorden van de profeet Micha te zeggen: ‘Wel zijn nu vele volkeren tegen u vergaderd, die zeggen: Zij worde ontwijd, en mogen onze ogen zich aan Sion verlustigen! Maar zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer. Sta op en dors, gij dochter Sions; want Ik zal uw hoorn van ijzer maken en uw hoeven van koper, en gij zult vele volkeren verbrijzelen en gij zult hun onrechtmatig gewin door de ban aan de Here wijden, en hun vermogen aan de Here der ganse aarde’ (Mi.4:11-13). ‘Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde’ (Ps.2:1-2). ‘Dezen hebben enerlei bedoeling en geven hun macht en gezag aan het beest. Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen - want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen – en zij die met Hem zijn, geroepenen en uitverkorenen en getrouwen’ (Op.17:13-14).

Overzicht van de vier machten die in de eindtijd een rol spelen

Bij het bestuderen van de opstelling van heidense naties ten tijde van de Grote Verdrukking zullen we ontdekken dat er: (1) een federatie van naties van tien koninkrijken zal zijn die de uiteindelijke vorm is geworden van het vierde koninkrijk (Dan.2:40-42; Op.17:9-12) een hersteld Romeins rijk (EU) onder leiding van het beest, de Antichrist (Open.13:1-10); (2) een noordelijke confederatie, Rusland en haar bondgenoten; (3) een Oosterse of Aziatische confederatie, Irak, Syrië (de Assyriër) en China (?) en (4) een Noord-Afrikaanse mogendheid, Egypte. Het optreden van deze vier geallieerde machten tegen Israël tijdens de Grote Verdrukking worden duidelijk in de Schrift vermeld en vormen een van de belangrijkste thema's van de profetie. (Zie o.a. Ez.38-39; Dan.11-12 e.v.a.).

De koning van het Romeins rijk

Uit de uitleg die de profeet Daniël heeft gegeven van het statenbeeld van Nebukadnezar weten we dat het laatste van de vier rijken aan wie God de aardregering heeft gegeven, van de tijd dat het Joodse volk in Babylonische ballingschap is gegaan tot aan de komst van de Messias, het Romeinse rijk het laatste is. Het Romeinse rijk wordt ons voorgesteld in twee gestalten, (1) door twee benen, Oost- en West Romeinse rijk, en (2) door tien tenen, in haar eindtijdfase (Op.17:713). Het rijk van Christus zal dat rijk verbrijzelen. Dit rijk wordt ons in het Nieuwe Testament voorgesteld door het beest uit de zee (Op.13:1-10). In de eindtijd zullen er tien koningen zijn die hun macht schenken aan één koning, het beest (Op.17:12). ‘En de tien horens die u hebt gezien, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvangen hebben, maar één uur gezag als koningen ontvangen met het beest. Dezen hebben enerlei bedoeling en geven hun macht en gezag aan het beest’ (Op.17:12-13). Veel uitleggers geloven dat de EU een voorloper is van deze koning, het ‘beest uit de zee’ (Op.13:1-7). Deze ‘koning’ zal een verbond sluiten met Israël, een verbond dat er zou toe moeten leiden dat Israël gevrijwaard zal blijven voor de agressie van andere koningen, zoals die van het Noorden (Assyrië) en het uiterste noorden, Rusland. Deze laatste zal de eerste ondersteunen. Het gesloten verbond zal op de helft, dus na drieënhalf jaar verbroken worden, waarna een ‘gruwel van verwoesting’ zal worden opgericht, dat een ‘startschot’ is voor de Grote Verdrukking voor Israël (Mat.24:15, 21; Dan.12:1; Jer.30:7). De koning van het Romeins rijk zal worden vernietigd door Christus komst (Zach.14:3).

De koning van het noorden

Deze koning is de Assyriër, de oude vijand van Israël in het Oude Testament. Te onderscheiden van ‘de koning van het verre noorden’, Rusland! Hiermee kan het huidige Iran, Irak en/of Syrië bedoeld zijn, maar dat is niet met zekerheid te zeggen. In elk geval zijn het wel drie landen die ten noorden van Israël liggen en vijandig ten opzichte van Israël zijn. Vooral de profeet Jesaja heeft ons veel over de Assyriër te zeggen, zo laat hij ons zien dat God de Assyriër in het verleden heeft gebruikt om het volk Israël, vanwege hun zonden, te tuchtigen opdat ze tot God zouden terugkeren. ‘Wee Assur, die de roede van mijn toorn is en in welks hand mijn gramschap is als een stok. Tegen een godvergeten volk zal Ik [die] [koning] zenden, en tegen de natie waarover Ik verbolgen ben, zal Ik hem ontbieden om buit te behalen en roof te plegen en om het volk te vertrappen als slijk der straten’ (Jes.10:5-6). Zo wordt door Jesaja ook Kores (Cyrus) vermeld als Gods herder (Jes.44:28; 45:1). Jesaja schildert Assur verder als een machtig, geweldig en wreed rijk, zie daarvoor Jes.8:5vv.; zie verder Jes.10:5vv.; 13:3vv.; 14:25; 30:31vv.; Jes.36-37; 41:2vv. Vergeet ook niet Psalm 83 te lezen, waarin vers 9 ook van Assur sprake is (Zie ook Dan.10-11). Zoals de Assyriër in vroegere tijden als tuchtroede door de Here is gebruikt geworden, zo zal het nogmaals zijn in de Grote Verdrukking. In het boek Daniël zien we de aanslag van de Assyriër op het land Israël, in het bijzonder de stad van de grote Koning, Jeruzalem. ‘Maar in de eindtijd zal met hem (de Antichrist – zie vers.36-39) de koning van het Zuiden in botsing komen, en de koning van het Noorden zal op deze (de Antichrist) aanstormen met wagens en ruiters en vele schepen; en hij zal de landen binnenvallen, en als een overstroming steeds verder om zich heen grijpen. Ook het Sieraadland (Israël) zal hij binnenvallen, en velen zullen struikelen; maar aan zijn macht zullen ontkomen: Edom, Moab en de keur der Ammonieten. En hij zal zijn hand uitstrekken tegen de landen, en het land Egypte zal niet ontkomen, Maar hij zal de schatten bemachtigen van goud en zilver en alle kostbaarheden van Egypte; en Libiërs en Ethiopiërs zullen in zijn gevolg zijn. Doch geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem ontstellen, zodat hij in grote grimmigheid zal uittrekken om velen te verdelgen en te vernietigen. Hij zal zijn staatsietenten opslaan tussen de zee en de berg van het heilig Sieraad (Dan.8:9), maar dan komt hij aan zijn einde, zonder dat iemand hem helpt’ (Dan.11:45).

De koning van het verre of uiterste noorden

Deze koning is Gog en wordt voor het eerst vermeld in Gen.10:2 (zie ook: 1Kron.1:5, Ez.38, 39 en Op.19:17-18, 20:8). In het Bijbelboek Ezechiël wordt er veel aandacht aan besteed: ‘Gij nu, mensenkind, profeteer tegen Gog en zeg: Zo zegt de Here Here: zie, Ik zal u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! Ik zal u komen halen en u voortdrijven, u doen optrekken uit het verre noorden en brengen op de bergen van Israël’ (Ez.39:1-2). Omdat er gesproken wordt van ‘uit het verre, of uiterste noorden, wordt algemeen aangenomen dat hiermee Rusland en zijn bondgenoten bedoeld is. Let op de uitdrukkingen in het ‘verre’ of ‘uiterste’ noorden (Ez.38:6, 15; 39:2). Wanneer mogen we het optreden en de ondergang van de ‘koning van het verre noorden’ chronologisch invoeren in de eindtijd gebeurtenissen? Ná het oordeel over de koning van het hersteld Romeins rijk onder leiding van de Antichrist in Armageddon volgt het oordeel over de ‘koning van het Noorden’ de Assyriër en zijn bondgenoten is het dal van Josafat. Daarna het oordeel over Bozra (Edom) waarna het land Israël de veel gezochte rust zal krijgen (Ez.38:8-12). In die tijd zal het volk dat uit het gebied van de volken is bijeengebracht, die have en goed heeft verworven, die op de navel van de aarde in gerustheid woont, worden overvallen. Toch blijft er nog een vijand over en dat is ‘de koning van het verre, of uiterste noorden’, zoals gezegd Rusland en zijn bondgenoten. Het oordeel van deze koning zal plaatsvinden op de bergen Israëls juist voor de definitieve vestiging van het Vrederijk van Christus. Op de bergen Israëls zal Gog vallen. De beschrijving van de verdere lotgevallen laat ik voor wat het is omdat Ezechiël in hoofdstuk 38 en 39 daarvan een levendige beschrijving geeft. Na de vernietiging van deze laatste vijand zal het Vrederijk aanbreken en de bouw van de tempel zoals beschreven vanaf Ezechiël 40 tot aan het einde van het boek.

De koningen van het Oosten (van de zonsopgang)

En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier dat is de Eufraat, en zijn water droogde op, opdat de weg van de koningen die van de zonsopgang komen, bereid zou worden’ (Op.16:12; 9:13-16). Het is niet helemaal duidelijk wie hier mee bedoeld worden en welke rol voor deze koningen in de eindtijd is weggelegd. Over de identiteit van deze koningen is veel discussie. Walvoord komt tot een telling van vijftig verschillende interpretaties! We kunnen denken aan China, anderen eerder aan Iran en/of Syrië en sympathiserende volken. Als het Iran en/of Syrië zou zijn dat is het gewoon een andere benaming voor de koning van het noorden. Wie voorkeur geven aan China verwijzen naar de grote aantallen die genoemd worden. ‘En het getal van de legers van de ruiterij was twintigduizend tienduizendtallen’ (Op.9:16). China staat echter op geen wijze in verbinding met Israël. Het zou kunnen dat ze wel betrokken zijn maar dan meer als verbonden met de Koning van het Noorden of de Koning van het verre Noorden. Op dit moment, in het voorjaar 2022 terwijl de oorlog tegen Oekraïne woest, zijn Rusland en China bevriende naties.

De koning van het zuiden

Er is geen ander zuidelijk rijk dat in verbinding met Israël heeft gestaan dan Egypte. De rol die Egypte in de eindtijd zal spelen is eerder passief te noemen, dat wordt wel duidelijk uit het volgende Bijbelgedeelte: ‘Maar in de eindtijd zal met hem (d.i. de Antichrist) de koning van het Zuiden in botsing komen, en de koning van het Noorden zal op deze aanstormen met wagens en ruiters en vele schepen; en hij zal de landen binnenvallen, en als een overstroming steeds verder om zich heen grijpen. Ook het Sieraadland (d.i. Israël) zal hij binnenvallen, en velen zullen struikelen; maar aan zijn macht zullen ontkomen: Edom, Moab en de keur der Ammonieten. En hij zal zijn hand uitstrekken tegen de landen, en het land Egypte zal niet ontkomen, Maar hij zal de schatten bemachtigen van goud en zilver en alle kostbaarheden van Egypte; en Libiërs en Ethiopiërs zullen in zijn gevolg zijn. Doch geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem ontstellen, zodat hij in grote grimmigheid zal uittrekken om velen te verdelgen en te vernietigen. Hij zal zijn staatsietenten opslaan tussen de zee en de berg van het heilig Sieraad, maar dan komt hij aan zijn einde, zonder dat iemand hem helpt’ (Dan.11:40-45). Die geruchten uit het oosten en noorden hebben betrekking op de vernietiging van de legers van het Romeins rijk onder leiding van de Antichrist. Egypte wacht nog een prachtige toekomst, want: ‘Te dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur de Here dienen. Te dien dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde. Omdat de Here der heerscharen het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk mijner handen, Assur, en mijn erfdeel Israël’ (Jes.19:23-25).

De koning van Israël

Dit is de antichrist, ‘het beest uit de aarde’ (Op.13:11-18; Dan.11:36v.). Er komt een moment waarop het volk Israël een koning over zich zullen stellen, van wie het ware karakter pas later wordt herkend. Die ‘herkenning’ komt aan het begin van de tweede helft van de laatste jaarweek, ‘de gruwel van verwoesting zal worden opgericht en zal staan op de heilige plaats’, dat zal de tempel zijn (Mat.24:15). In die tempel zal de ‘mens van de zonde, ‘zoon van het verderf’ zich zetten en vertonen dat hij God is (2Thes.2:3-4). Uitdrukkingen als ‘de god zijner vaderen’ en ‘de lieveling der vrouwen’ doen vermoeden dat het hierbij om een Jood zal gaan (Dan.11:37). Het is moeilijk te geloven dat het Joodse volk Israël een niet-jood als ‘koning’ zal aanvaarden. Deze koning van Israël in de eindtijd iS de Antichrist van wie de Heer Jezus heeft van deze geprofeteerd: ‘Ik ben gekomen in de Naam van mijn Vader en u neemt Mij niet aan. Als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen’ (Joh.5:43). Het is het beest uit de aarde en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als de draak’ (Op.13:11). De ‘koning’ van wie in Daniël 11:35 gesproken wordt heeft o.a. de volgende kenmerken. (1) Hij doet wat hem goeddunkt; dat is hij, die in zijn eigen naam komt (vs.36; vgl.Joh.5:43). (2) Hij verheft zich tegen alle goden (vs.36), dat is wat we ook vinden in 2Thes.2:4. (3) Hij minacht de Messias (vs.37); hij loochent dat Jezus de Christus is (1Joh.2:22). Hij vereert de god van de vestingen (Maoezzim) vs.38; dit is volgens velen de hoofdgod van de Romeinen. (4) Hij treedt op met behulp van een vreemde god (vs.39); hij oefent al de macht van het eerste beest uit (Op.13:12). We wijzen erop dat hoofdstuk elf van Daniël spreekt vanaf vers 35 over de eindtijd, wat eraan voorafgaat is de geschiedenis die in het verleden heeft plaatsgevonden. Deze koning van Israël zal, zoals gezegd de Antichrist zijn die, uit vrees voor de bedreiging van de omliggende volken, een verbond zal sluiten met het hoofd van het hersteld Romeins rijk. Jesaja spreekt van ‘een verbond met de dood’: ‘Omdat gij zegt: Wij hebben een verbond met de dood gesloten en met het dodenrijk een verdrag gemaakt; wanneer de voortstormende gesel doortrekt, zal hij ons niet bereiken, want wij hebben leugen tot onze schuilplaats gesteld en in bedrog ons verborgen’ (Jes.28:15). In de hier genoemd ‘voortstormende gesel’ mogen we de Assyriër lezen, de koning van het Noorden (Jes.28:2; Jer.6:22, 26; Dan.9:27). Zoals we kunnen lezen in Daniël wordt dit zevenjarig verbond, gesloten met het Romeins rijk, waarover we het volgende kunnen lezen: ‘En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is (Dan.3-9:27 Mat.24:15.). Het einde van de Antichrist vinden we beschreven in 2Thes.2:8, hij zal zijn einde vinden bij de verschijning van Heer Jezus.

De koning van de afgrond

Achter alle koningen van de aarde gaat de duivel schuil, de overste van deze wereld, zo noemt de Heer Jezus hem ‘de overste van de wereld’ (Joh.14:30; 12:31; 16:11). In de Openbaring zegt de apostel Johannes over de satan: ‘Zij hadden over zich als koning de engel van de afgrond; in het Hebreeuws is zijn naam Abaddon (verderver); en in het Grieks heeft hij de naam Apollyon’ (Op.9:11). Dat duidt op een georganiseerd geheel: een koning en zijn demonische onderdanen (Mat.25:41; Ef.6:12). Daarom noemt de Heer Jezus de duivel de overste van de demonen (Mat.12:24) en spreekt verder over ‘de duivel en zijn engelen’ (Mat.25:41). Daniël 10:13 laat zien dat er speciale engelen zijn die de satan helpen (Dan.10:13; Op.12:7). Het is de duivel die de volkeren verleid: ‘En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen’ (Op.12:9). De duivel is onverbeterlijk in zijn boosheid want ‘wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid (Op.20:7-10). We kunnen spreken van een viervoudige val van satan: (1) Verbanning berg goden (Vgl. Jes.14:10-21; Ez.28:11-19), (2) in hemelse gewesten (Ef.6:10-12). (3) Hij werd op aarde geworpen (Op.12:9, 10). En (4) geworpen in de poel van vuur en zwavel (Op20:10). Het is treffend dat in het boek Openbaring staat dat de duivel weet dat hij nog weinig tijd heeft voor dat het Goddelijk oordeel hem zal treffen. ‘Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft’ (Op.12:12).

De Koning der koningen

Hiermee is zonder enige twijfel de Heer Jezus bedoeld, de Koning van de koningen en Heer van de heren (Op.19:16). Het zgn. statenbeeld van Daniël (Dan.2) laat ons zien dat het laatste rijk het rijk van de Christus is. ‘Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; En hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is’ (Dan.7:13-14). Eenmaal komt het moment, en wie weet hoe snel al, dat we de Koning der koningen op de troon van zijn heerlijkheid zullen zien zitten en alle volken voor Hem verzameld zullen worden (Mat.25:31vv.). Het hemelse Jeruzalem is de bruid van het Lam (Op21:9v.), het aarde Jeruzalem is de bruid van de Koning (Hos.2:18 ,19). Jesaja zegt: ‘Uw ogen zullen de Koning in zijn schoonheid aanschouwen’ (Jes.33:17). ‘We zullen Hem zien gelijk Hij is’ (Fil.3:2). Hebreeën 2:7-9 zegt: ‘U hebt hem voor korte tijd minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond. U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen; alle dingen hebt U onder zijn voeten onderworpen. Want bij het onderwerpen van alle dingen aan Hem heeft Hij niets uitgezonderd wat Hem niet onderworpen is. Nu zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer’. ‘Hij, die gehoorzaam geworden is, tot de dood, ja, tot de kruisdood heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader (Fil.28-11).

We gaan niet verder in op wat het resultaat voor de wereld zal zijn van Jezus’ duizendjarige heerschappij omdat dit buiten het bestek van dit artikel valt, dan allen te vermelde dat het een rijk van vrede en gerechtigheid zal zijn.

Tenslotte

Tot zover een overzicht van de acht koningen van de eindtijd. Meer gedetailleerde uitleg over deze koningen zult u kunnen vinden in de vele boeken die de eschatologie tot onderwerp hebben. In het bijzonder wil ik één boek noemen waaraan ik veel te danken heb gehad en dat is ‘Jeruzalem, de stad van de grote Koning’ van W.J.Ouweneel.

___________________________________________________________________


[1] Joh.5:43; Dan.11:36-39; Jes.30:33; Zach.11:15-17; 1Joh.2:18,22

[2] Dan.9:27; Jes.28:14-15; Jes.57:9-11; Op.13:1v.; 11-13

[3] Mat.24:15; 2Thes.2:4; Op.13:11-18

[4] Dan.11:40

[5] Jes.8:5-8; Jes.10:5,28-32; Jes.28:2,14-19; Dan.9:27; Zach14:1-2; Dan.8:2

[6] Jes.10:24,32; Jes.28:14-19; Dan.11:40-43; Zach.14:1-4

[7] Op.16:13-16; Op.17:7-14; Op.19:19

[8] Ps.2; Zach.14:3-7; Hand.1:11; Ko.3:4

[9] Op.17:14; Op.19:11-19; Dan.2:34-35; Dan.2:44-45; Dan.7:7-14

[10] Op.19:20-21

[11] Mat.24:15-21

[12] Mi.5:4-5

[13] Dan.11:44-45; Jes.29:1-4

[14] Jes.63:1-6

[15] Jes.63:1

[16] Jes.10:5-27; Jes.29:1-8; Jes.30:27-33; Jes.31:4-8; Dan.8:20-26; Dan.11:44-45

[17] Jes.17:4-6; Zef.3:11,15; Zach.13:8-9; Zach.14:1-15

[18] Jes.10:20-27; Jes.28:16; Jes.29:1-8; Jes.30:18-26; Mi.5:1-8; Zef.3:12-20

[19] Jes.11:11-16; Jl.3:4-8; Zefanja 2

[20] Mat.24:31

[21] Ez.37:15-28

[22] Ez.38:5

[23] Op.20:1-3

__________________________________________________________________


De Koning van het

verre Noorden


Ezechiël 38 - 39

 



                                                                              Wat zegt de Bijbel?


Voorwoord

Ik weet niet of het u ook zo vergaat, maar nu Rusland Oekraïne is binnengevallen op 22 februari 2022, heb ik de Bijbel ter hand genomen en het boek Ezechiël opengeslagen. Vooral de hoofdstukken 38 en 39 zijn van belang, want daar staat het volgende: ‘Het woord des Heren kwam tot mij: Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem, En zeg: zo zegt de Here Here: zie, ik zal u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger: paarden en ruiters, allen volledig uitgerust, een grote schare, met grote en kleine schilden, allen vertrouwd met het zwaard; Ook Perzen, Ethiopiërs en Puteeërs, allen met schild en helm; Gomer en al zijn krijgsbenden; Bet-togarma ver in het noorden met al zijn krijgsbenden; vele volken met u. Maak u gereed en rust u toe, gij met al de scharen die zich bij u gevoegd hebben; wees gij hun tot een leidsman. Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, [een] [volk] dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid’ (Ez.38:1-8) Enzovoorts; maar leest u de beide hoofdstukken alstublieft.

Overzicht

Ezechiël 36 – In dit hoofdstuk vinden we de beschrijving van het geestelijk herstel van Israël.

Ezechiël 37 – Na het geestelijk herstel van Israël is het de beurt aan het nationaal herstel.

Ezechiël 38-39 – In deze hoofdstukken lezen we over de inval van Gog, en veel andere volken in het land Israël vlak voor het 1000-jarig Vrederijk aanbreekt. We vinden hier de laatste vijand van Israël, die vernietigd wordt vóórdat de uiteindelijke zegen komt. Het is een grote Noordoostelijke confederatie van volken, samen met de Assyriêr, de koning van het Noorden, die het laatste instrument in de hand van Satan zijn, door wie hij de vernietiging zoekt van het uitverkoren volk Israël, als het in het land teruggekeerd is, onder de bescherming van de Messias.

Ezechiël 40 – Tenslotte en afsluitend, in dit hoofdstuk de bouw van de tempel en de regering van Christus.

Inleiding

Deze hoofdstukken gaan over de beroemde 'slag van Gog en Magog'. Maar we moeten deze slag niet verwarren met de slag van Armageddon beschreven in Openbaring 19:11-12, want Armageddon vindt plaats aan het einde van de zevenjarige verdrukkingsperiode die volgt op de opname van de Gemeente. Het is ook niet hetzelfde als de strijd tussen Gog en Magog die in Openbaring 20:7-9 wordt genoemd, want die zal plaatsvinden ná het einde van de duizendjarige regering van Christus, wanneer satan opnieuw zal worden losgelaten. De strijd die in Ezechiël 38-39 wordt beschreven, vindt plaats op een moment dat de Joden in de 'laatste jaren' (38:8) veilig in hun eigen land wonen (38:8,11-12,14). Wanneer zal dit gebeuren? Het lijkt waarschijnlijk dat dit tijdens de eerste helft van de zeventigste jaarweek van Daniël zal zijn, wanneer Israël zal worden beschermd tegen haar vijanden door het verbond dat gesloten is met het hoofd van het Romeinse rijk, waarvan veel uitleggers denken dat de EU daarvan een voorloper is (Dan.2:39-43; 9:26-27). Nadat de Gemeente is opgenomen, zullen er grote veranderingen en gebeurtenissen plaatsvinden in de wereld. Het oude Romeinse rijk zal in Europa worden hersteld, onder leiding van een sterke heerser. Hij zal ermee instemmen het Joodse volk zeven jaar te beschermen en een verbond met hen sluiten (Dan.9:27), wat exact de lengte is van de periode van die verdrukking en overeenkomt met de zeventigste week van Daniël (9:25-27). De eerste drie en een half jaar van de periode zullen relatief rustig zijn en Israël zal genieten van rust in haar land, zoals gezegd gegarandeerd door het verbond dat gesloten is met de Romeinse heerser. Maar Gog zal de grote rijkdom van het land willen hebben (38:12-13) en ongeveer in het midden van de verdrukkingsperiode zal hij Israël zonder waarschuwing binnenvallen. Dan zal God ingrijpen en dat binnenvallende leger vernietigen. De nederlaag zal zo groot zijn dat het zeven maanden zal duren om de doden te begraven (39:12), en de mensen zullen de achtergelaten oorlogsinstrumenten zeven jaar verbranden (39:9-10). De Romeinse heerser zal zich naar Israël haasten om zijn verbond na te komen en zal ontdekken dat Gog geen wereldmacht meer is. Hij zal zich dan als dictator in de joodse tempel vestigen en daarna zijn verbond met Israël verbreken (Dan.9:27). Dit zal de 'gruwel der verwoesting' zijn en het signaal dat de Grote Verdrukking op aarde zal beginnen (Dan.9:27; 12:1; Mat.24:15-22).

Over welke tijd spreken we?

Voordat we al te snel overhaaste conclusies trekken willen we eerst de vraag beantwoorden wanneer de hier beschreven gebeurtenissen in Ezechiël 38-39, zullen plaatsvinden. Men is in het algemeen gauw geneigd om actuele gebeurtenissen onmiddellijk toe te passen in een of ander denkpiste met betrekking tot deze wereld. We zien dat Gog het land binnenvalt wanneer het volk Israël uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls en in gerustheid woont (Ez.38:8-12). Vóór die tijd heeft de strijd bij de Olijfberg, waar de legers van het Romeins rijk zijn samengekomen, reeds plaatsgevonden. Ook de koning van het noorden heeft reeds zijn einde gevonden. Dat zijn de beide grote vijanden die de Heer Jezus eerst oordelen zal als Hij van de hemel komt (Op.11; Dan.11). Eerst ná die gebeurtenissen woont Israël in veiligheid en dan zal Gog met al zijn legers komen om het land te veroveren. Hoofdstuk 38 geeft duidelijk aan dat het in die tijd is, dat het na vele dagen in het laatste der jaren zal zijn (38:8, 16).

Wie is Gog?

We mogen ‘Gog in het land van Magog’ van Ezechiël 38 niet verwarren met de ‘Gog’ van Openbaring 20:7-10. De Gog van Ezechiël zal zich tegen Israël richten vóór het duizendjarig vrederijk, maar de God van Openbaring wordt geoordeeld ná het vrederijk. De eerste Gog is de koning van het ‘verre’ noorden (Ez.38:6,15; 39:2) de tweede Gog komt van overal opzetten. De eerste Gog is ‘beperkt’ tot het land Magog (38:2; 39:6), de tweede Gog is verbonden meerdere naties. Bij de eerste Gog gaat het om verschillende volken en bondgenoten, bij de tweede Gog gaat het om naties zonder meer. De legers van de eerste Gog worden verslagen op de bergen en worden begraven. De tweede Gog wordt verteerd door vuur uit de hemel. Bij de eerste Gog wordt Satan niet vermeld, bij de tweede is hij de leidende kracht.

Vanwaar komt Gog en wie zijn zijn bondgenoten

In hoofdstuk 38 worden naast Israël, dat terug is en in het land in gerustheid woont (38:8,11,14), nog een aantal andere volken vermeld. Magog, dat is Rusland de vroegere Sovjet-Unie (38:2-3,15), Perzië, dat is Iran, het vroegere Perzië (38:5), Ethiopiërs (38:5), Putters, dat is Libië of Somalië (38:5), Gomer, dat is Centraal-Turkije (38:6), Bet-Togarma, dat is Oost-Turkije, het vroegere land Frygië (38:6). Deze landen zijn stuk voor stuk antisemitisch gezind. Seba, Dedan en Tarsis hebben geen deel aan de toekomstige inval in Israël. Om nog even terug te komen op het volk Israël, deze wordt verder aangeduid als: ‘het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid’ (38:8), en ook vers 12 ‘een natie die uit het gebied der volken bijeengebracht is, die have en goed heeft verworven, die op de navel der aarde woont’. Dat daar beschreven volk kan niet anders dan het volk Israël zijn. De namen Gomer en Magog komen voor de eerste keer tegen in Gen.10:2, evenals Tubal en Mesek. Gog (een naam, geen volk) wordt elf keer vermeld in hoofdstuk 38 en 39:1 met als extra vermelding ‘uit het verre noorden’ (38:6,15; 39:2). Gog zal de leiding nemen in het conflict met Israël.

Als bondgenoten worden genoemd de ‘Perzen, Ethiopiërs en Puteërs. Gomer is de stamvader van de Kelten. Het huis Togarma verwijst naar de Armeniërs (Oost Turkije. Daar vinden we de landen die met Gog verbonden zijn, of aan hem onderworpen. De invloed van Rusland in het Midden-Oosten is de laatste jaren al toegenomen. In Libanon geschikt het al over twee permanente vliegvelden en een haven. Door de inname van de Krim in 2014 is de weg naar de Middellandse zee vrij. De landen tot aan de Eufraat (de oude grens van het Romeinse rijk) zullen onder Russische heerschappij komen te staan. Het is in dit verband opmerkelijk dat als in Openbaring de oordelen over het Romeinse rijk genoemd worden, in hoofdstuk 16:12 gezegd wordt, dat de Eufraat opdroogt, ‘opdat de weg der koningen die van de opgang van de zon komen bereid zal worden’.

De inval van Gog

Het kenmerk van Gog dat we in deze hoofdstukken vinden is grote roofzucht (38:8) en een totaal negeren van God. Als de inval in Israël zal plaatsvinden, zal de Heer Jezus komen om het te oordelen. Volgens de Bijbel zullen we in de eindtijd twee grote volksmassa’s tegenover elkaar staan, namelijk het Romeinse rijk en een Noordoostelijk verbond waarvan Rusland de leiding heeft. De Schrift noemt al nakomelingen van de zonen van Noach op als ze de legers van deze groepen beschrijft. Rusland is machtig door zijn grote legers en zijn mensenmassa’s. Dit alles zal plaatsvinden in het Midden-Oosten, waar vanuit Gods standpunt, Israël de navel, het middelpunt van de aarde is. Daar woont het volk dat rijk is en geen verdedigingsmiddelen meer bezit!

Gog’s oordeel

Gog zal op een smadelijke wijze aan zijn eind komen. De legers zullen tegen elkaar gaan strijden en ziekte en de krachten van de hemel en aarde zullen het vernietigen. Het valt op dat de Here zelf Gog naar Palestina trekt (38:4; 39:2), maar dat dit tegen de zin van God gebeurt, zoals 38:11-12 ons dat leert. God kent de geschiedenis van Rusland en al de gruwelen die daar gebeurd zijn en dat vergeet Hij niet. Het oordeel, zoals dat in de laatste verzen van hoofdstuk 38 beschreven wordt, is verschrikkelijk. Maar het is niet beperkt tot het leger alleen. Ook Rusland zelf en de landen van zijn bondgenoten zullen Gods oordeel ondervinden. ‘En Ik zal een vuur zenden in Magog en onder degenen die in de eilanden zeker wonen, en zij zullen weten dat ik de Here ben’. De grootsheid en de macht van het leger blijkt wel duidelijk uit hoofdstuk 39. Zeven jaar zullen de Israëlieten het hout van de wapens kunnen gebruiken als brandstof, zodat ze geen ander hout behoeven te gebruiken. Het gehele volk zal zeven maanden nodig hebben om de lijken te begraven en dan zal het zelfs nog niet volledig zijn. De graven zullen zo talrijk zijn, dat de doorgang door een geheel dal daardoor gestopt zal worden. En als herinnering aan dit oordeel van God en de verlossing die de Here daardoor tot stand gebracht heeft, zal het genoemd worden: ‘het dal van Gog’s menigte’.

Tenslotte

Op dit moment is het moeilijk te weten hoe deze inval van Rusland in Oekraïne zich verder zal ontwikkelen en hoe wij dit in een profetisch perspectief moeten plaatsen. Wat we al wel kunnen zeggen en waarnemen dat het podium voor de eindstrijd met rasse schreden klaar gemaakt wordt. Sinds 1948 is de staat Israël weer aanwezig in het Midden-Oosten. Door veel uitleggers wordt de Europese Unie gezien als de voorloper van een hersteld Romeins rijk, dat er volgens het beeld van Daniël 2 zal zijn, voorafgaand aan het rijk van Christus. Wat te denken van de dreiging die van de ‘Assyriër’ (Iran), de koning van het noorden uitgaat en wat als ze de beschikking krijgen over een kernbom. De dreigementen om Israël weg te vagen zijn bekend en mogen niet genegeerd worden. Rusland die zich vandaag de dag manifesteert als een militaire grootmacht en zijn eigen weg gaat. Voor veel gelovigen is het, op grond van de Bijbel, duidelijk dat we leven in de eindtijd, de tijd vlak voor de komst van de Heer Jezus. Vlak voor de komst van de Heer Jezus om zijn Gemeente op te halen, waarna de oordelen van God over deze aarde zullen plaatsvinden.

___________________________________________________________________



Wie zijn de vierentwintig

oudsten genoemd in het

boek Openbaring?

 





                                                                            Wat zegt de Bijbel?


Inleiding

In de pretribulationistische visie, die visie die Gemeente opgenomen ziet vóór het uur van de verzoeking die over het hele aardrijk zal komen, ook wel met de term ‘Grote Verdrukking’ gelijkgesteld hoewel dat in principe niet juist is, is het belangrijk om aan te tonen dat de opname heeft plaatsgevonden ná hoofdstuk 2 en 3. In die visie zijn de hoofdstukken 2 en 3 een profetische beschrijving van de christelijke kerk in haar verantwoordelijkheid op aarde.

Men plaats ná die geschiedenis de Opname onder verwijzing naar 4:1 waar staat: ‘Hierna (dus ná hoofdstuk 2 en 3) zag ik, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren’. Aan het hoe, wanneer en waarom van de Opname wordt hier in Openbaring voorbijgegaan, omdat het al voldoende is vermeld in andere Schriftgedeelten (Joh.14:1-3; 1Kor.15:51-53; Kol.3:4; 1Thes.4:13-18).

De 24 oudsten

De oudsten vermeld in het boek Openbaring zijn een opvallende groep van personen, die tot twaalf keer toe in de hoofdstukken 4–19 vermeld worden (4:4, 10; 5:5, 5, 8 ,11, 14; 7:11, 13; 11:16; 14:3: 19:4). De eerste keer zien wij ze zitten op tronen rondom de troon van God in de hemel. Ze aanbidden God en prijzen hem voor zijn scheppingswerk (4:4, 10-11). Ze loven de Heer Jezus voor zijn verlossingswerk (5:8-12). Ze prijzen God voor de behoudenis van hen die uit de grote verdrukking zijn gekomen en vóór de troon van God zijn en Hem dienen (7:13-17). Ze prijzen God dat het koningschap is gekomen en Hij het oordeel zal uitvoeren en zijn rijk op aarde zal oprichten (11:16-18). En zij prijzen God voor het oordeel over het grote Babylon, de hoer, de valse kerk (19:4). Over het bepalen van de identiteit van de oudsten is veel onenigheid. Zijn deze oudsten mensen of engelen? En als zij mensen representeren, zijn het dan de gelovigen van het Oude testament of van het Nieuwe Testament, of beide? De Bijbelse beschrijving geeft toch aanleiding om aan gelovigen uit het Gemeentetijdperk te denken. Ze zijn al in de hemel (Op.4-5) vóórdat de oordelen uitgevoerd worden, de eerste zes zegels, die hun aanvang hebben in hoofdstuk 6 en zij zitten op tronen vóór Gods troon (4:4). In de tegenwoordigheid van God horen we nooit dat engelen zitten op tronen. De Heer Jezus heeft zijn volgelingen echter wel beloofd dat ze met Hem zouden zitten op tronen (3:21). God heeft de wedergeboren gelovigen echter al in de positie gebracht met Christus te doen zitten in de hemelse gewesten (Ef.2:6). De oudsten zijn gekleed in witte kleren (4:4). De belofte aan de gelovigen van de Gemeente om bekleed te worden met witte kleren vinden we in Openbaring 3:5, 18; 19:7-8. De oudsten dragen gouden kronen op hun hoofden (4:4). De kronen zijn een teken van overwinning. Zulke kronen werden ook beloofd aan de gelovigen van de Gemeente (2:10; 3:11). Ook in de brieven van de apostelen worden de gelovigen van de Gemeente kronen in het vooruitzicht gesteld (1Kor.9:25; 1Thes.2:19; 2Tim.4:8; Jak.1:12; 1Petr.5:4). Engelen dragen geen kronen, maar gelovigen wel en zullen het doen zoals blijkt.

Opvallend is het getal van vierentwintig. Koning David verdeelde de levitisch priesters in vierentwintig afdelingen (1Kron.24). Elk van deze afdelingen representeerde de hele priesterlijke stam en het gehele volk Israël, wanneer ze voor God hun dienst uitoefenden. Op die wijze representeerde het getal vierentwintig in Openbaring ook een grotere groep. Het hoeven daarom niet exact vierentwintig individuele personen te zijn. De oudsten zien zichzelf als koningen en priesters (5:10). De gelovigen van de Gemeente zijn ook een koninklijk priesterdom (1Petr.2:9; Op.1:6). Omdat Christus priesterkoning is naar de orde van Melchizedek (Heb.5-7), zijn ook de gelovigen, in Christus, priesterkoningen.

De oudsten worden duidelijk van engelen onderscheiden (5:11). Het begrip (presbyteros) (oudste) wordt op geen enkele plaats in de Schrift aan engelen toegeschreven, vaker echter op leiders en vertegenwoordigers van de Gemeente (Hand.20:17; 1Tim.3:1-7; Tit.1:5-9). We zijn dat ook van mening dat de vierentwintig oudsten de verloste gelovigen van de Gemeente representeren. Ook omdat ze al opgenomen zijn in de hemel 4:1) vóórdat de oordelen over de aarde losbarsten (Op.6-16).

Aartsengelen?

De argumenten, die door anderen worden aangehaald als zouden de 24 oudsten een speciale klasse van aartsengelen moeten zijn, zijn m.i. niet overtuigend genoeg.

___________________________________________________________________



  The Great Reset?

 






                                                                         Wat zegt de Bijbel?


Het boek wat op de laatste tijd grote aandacht in de pers trekt is ‘The Great Reset’ van de auteur Klaus Schwab met als subtitel: ‘The Fourth Industrial Revolution’. Het geeft een blik op de toekomst en de grote veranderingen die in 2030 mogelijk zullen moeten plaatsvinden.

Naar aanleiding van dat boek kunt u een preek van Ds. P.J. Visser op YouTube vinden met als titel '’The Great Reset’ en 'het beest' naar aanleiding van Openbaring 13. Voor velen een ‘eyeopener!’ Het is een streven van veel economen en politici dat na de coronacrisis The Great Reset er zou moeten komen. Zowel in de Nederlandse als de internationale politiek duikt de term, net als ‘Build Back Better’, steeds vaker op. Nee, wees niet bang, het is geen complottheorie zegt men, of toch wel? Maar wat is het dan wel en wat wil men dan met ‘The Great Reset’ bereiken?

(1) Waar dook de term voor het eerst op?

The Great Reset is de naam van de 50ste jaarlijkse meeting van het World Economic Forum (WEF) in juni 2020. Het slaat op een voorstel dat werd gepresenteerd door het WEF om de wereldeconomie na de coronapandemie opnieuw duurzaam op te bouwen. Het voorstel werd gepresenteerd door de Britse prins Charles en WEF-directeur Klaus Schwab onder de titel The Great Reset, Transforming Our World and Building Back Better en verscheen ook in boekvorm. Het is echter nog wachten op een Nederlandse editie. Het belangrijkste doel van The Great Reset is de coronacrisis aangrijpen om belangrijke veranderingen op wereldschaal door te voeren op het gebied van economie, klimaat, gelijkheid, technologie en politiek. Het is overigens niet voor het eerst dat het WEF een grootse spreuk gebruikt als thema voor een bijeenkomst. Zo kwamen eerder Shaping the Post-Crisis World (2009), Rethink, Redesign, Rebuild (2010), The Great Transformation (2012) en Creating a Shared Future in a Fractured World (2018) voorbij.

(2) Op welke thema’s heeft The Great Reset betrekking?

De grote herstart (The Great Reset) gaat om vernieuwing van verscheidene systemen. Het WEF grijpt de coronacrisis naar eigen zeggen aan om te kunnen werken aan veerkrachtige, inclusieve en duurzame economieën. Behalve in de financiële wereld, moeten er ook grote veranderingen worden doorgevoerd in andere systemen zoals de gezondheidszorg, het onderwijs en de energievoorziening en de aanpak van klimaatverandering. De zeventien Sustainable Development Goals (SDGs) of Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties dienen hiervoor als richtlijn. Deze doelstellingen van de Verenigde Naties zijn in 2015 opgesteld en moeten ervoor zorgen dat de wereld in 2030 vrediger, duurzamer en gelijkwaardiger is. Onder deze doelstellingen vallen onder meer het uitbannen van alle vormen van armoede, einde aan honger en de aanpak van klimaatverandering.

(3) Wie refereren aan The Great Reset?

Klaus Schwab en prins Charles hebben inmiddels bijval gekregen van een flink rijtje internationale leiders en invloedrijke figuren. De kreet ‘Build Back Better’ –  uit de slogan van het WEF – is inmiddels in de mond genomen door de Britse voormalige premier Tony Blair, klimaatactivist Greta Thunberg, de Franse president Emmanuel Macron, de Clintons, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van de Verenigde Staten Nancy Pelosi, de Canadese premier Justin Trudeau, de Britse premier Boris Johnson, de Democraat Elizabeth Warren, voormalig president van de Verenigde Staten Barack Obama, de Amerikaanse president Joe Biden, techmiljardair Bill Gates, hoofd van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) Kristalina Ivanova Georgieva, de Amerikaanse vicepresident Kamala Harris, de Britse prins Harry, de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern, secretaris-generaal van de Verenigd Naties António Guterres, de voorzitter van de Europese Comissie Ursula von der Leyen, de Belgische premier Alexander De Croo en niet te vergeten premier Mark Rutte (VVD).

De Nederlandse Forum Voor Democratie-lijsttrekker Thierry Baudet deelde dinsdag 26 januari een bericht op Twitter waarin hij zijn verbazing uit over de term ‘Build Back Better’ in een toespraak van premier Rutte in september vorig jaar. Die speech hield Rutte ter ere van de opening van een regionaal kantoor in Bangladesh van een organisatie die zich bezighoudt met klimaatadaptatie. ‘Waar komt die slogan vandaan, waarom gebruiken ze die ineens allemaal?’ schrijft Baudet. Rutte is overigens niet de enige Nederlandse politicus die ‘Build Back Better’ aanhaalde. Ook minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag (D66), minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD), staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven (D66) en minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen (VVD) gebruikten de term eerder in speeches of beleidsstukken. Het Nederlands kabinet kan in ieder geval rekenen op steun van de bestuurlijke elite van Nederland. In een groot onderzoek onder 200 Nederlanders uit deze elite door de Volkskrant blijkt dat een meerderheid van zeven op de tien voorstander is van een herstart, een Reset. Zoals Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): ‘We moeten onze crisisbestrijding meteen koppelen aan langetermijndoelen, bijvoorbeeld steunmaatregelen aan duurzaamheid en inclusiviteit. Er komen zeker meer pandemieën, dus we moeten schokbestendiger worden.’

(4) Betekent Build Back Better hetzelfde als The Great Reset?

Het is niet duidelijk of alle politici dezelfde politieke inhoudelijke waarde toedichten aan de woorden Build Back Better als de auteur Klaus Schwab. Het kan simpelweg ook duiden op economisch herstel na de coronacrisis, zoals premier Rutte uitlegde in de Tweede Kamer na een vraag van Henk Krol over zijn uitspraak Build Back Better. Rutte refereerde hierbij niet naar het WEF. De term Build Back Better bestaat al langer. In 2015, tijdens de derde conferentie van de Verenigde Naties over het verminderen van risico’s van natuurrampen, gebruikte de Japanse premier Shinzo Abe hem ook.  ‘De woorden Build Back Better klinken als een nieuw concept, maar dit is voor het Japanse volk gezond verstand, voortkomend uit onze historische ervaringen bij het herstellen van een ramp en het voorbereiden op de toekomst, en het is een belangrijk onderdeel geworden van de cultuur van Japan,’ zei Abe.

Tot zover en kijk aansluitend eens naar de preek op YouTube van Ds. P.J. Visser over Openbaring 13 ‘The Great Reset en het beest'. Voor velen is het een ‘eyeopener geweest!’

(5) De preek van ds. Visser

In de christelijke media werd de afgelopen weken veel geschreven over de preek van Paul Visser over Openbaring 13, die door meer dan 200.000 mensen via YouTube is bekeken. Met interesse en toenemende geboeidheid luisterde ik naar de preek van ds. Paul Visser over ‘The Great Reset’. Op een wat aarzelende, voorzichtige, maar overtuigende wijze wist hij tijdens de preek interesse te wekken voor de dingen die in Openbaring 13 beschreven staan in vergelijking met de ontwikkelingen rond The Great Reset van dr. Klaus Schwab. Zelf zei hij, dat er binnen zijn eigen kerk erg weinig aandacht geschonken wordt aan zaken, zoals beschreven in Openbaring 13. Des te meer is het dapper van ds. Visser om na lang stilzwijgen van zijn kerk op deze wijze hier nu wel aandacht aan te schenken, en hoe!

Wat is de Great Reset? Het IMF (Internationaal Monetair Fonds) en het WEF (World Economical Forum) hebben een routekaart ontwikkeld die antwoord moet geven op de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen die in 2030 bereikt moeten worden. Over negen jaar moeten de doelstellingen gerealiseerd zijn en is onze wereld gereset! De pandemie rond corona blijkt de springplank te worden om het doel te bereiken. De trans-gehumaniseerde mens is afhankelijk van de digitale wereld en is overal traceerbaar, controleerbaar en beheersbaar. Hiermee creëren we de mens voor de nieuwe wereldorde.

Ds. Visser somt vier punten op vanuit dit rapport:

1e. Trans-humanisering

Over de trans-humanisering van onze samenleving liet hij zien dat de mens steeds meer een onderdeel wordt van de vierde industrialisatie, waarin de mens steeds meer een mechanisch wezen wordt, gestuurd door kunstmatig intelligentie, data mining, cloud computing en robotics. Mens en computertechnologie zullen moeten samensmelten tot een nieuwe supermens door chipimplementatie in het menselijk brein met behulp van de neurolink-technologie. Voor velen is de mobiele telefoon nu al een verlengstuk van het menselijk lichaam. Onze telefoon is ons extern geheugen, onze navigatie, en heeft onze sociale vermogens van ons grotendeels overgenomen. De trans-gehumaniseerde mens is dan volkomen afhankelijk van de digitale wereld en is overal traceerbaar, controleerbaar en beheersbaar. Hiermee creëren we de mens van de toekomst, de mens voor de nieuwe wereldorde.

2e. Economische hervorming

Over de hervorming van de economie schrijft Klaus Schwab, dat er een rechtvaardige verdeling moet komen van al het geld en bezittingen op aarde. Door de enorme staatschulden die de landen inmiddels opgebouwd hebben, die nooit meer afgelost kunnen worden, zal binnenkort de wereldeconomie ineenstorten en het wereldkapitaal door één Wereldbank beheerd moeten worden. De wereldmunt zal dan niet meer geleid worden door de Amerikaanse dollar, maar door een digitale munt, zoals de Bitcoin. China is daar al veel verder mee dan de rest van de wereld. Zij die volgens de trans-humanitaire regels leven, ontvangen hun geld vanuit deze Wereldbank. Wanneer je niet mee doet, ben je uitgeplugd en heb je niets om te kopen of te verkopen. Velen weten niet meer wie ze zijn en in deze onzekerheid is het erg eenvoudig de mensen te beïnvloeden en klaar te maken voor de nieuwe wereldorde.

3e. Vrijheid, gelijkheid en solidariteit

Het derde punt over vrijheid, gelijkheid en solidariteit zien we vandaag in volle snelheid en ontwikkeling plaatsvinden. Het is een variant op de Franse Revolutie: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. De gendermainstream heeft als een storm in onze samenleving huisgehouden en heeft velen, vooral jongeren aan het twijfelen gebracht over hun identiteit. Christelijke normen en waarden tellen vandaag niet meer mee. Hoewel de Bijbel ons vertelt dat de Here God de mens als man en als vrouw geschapen heeft, bevinden zich vandaag tussen man en vrouw nog vele tussenvormen. Velen weten niet meer wie ze zijn en in deze onzekerheid is het erg eenvoudig de mensen te beïnvloeden en klaar te maken voor de nieuwe wereldorde.

  1. Oplossing van de klimaatcrisis

Als vierde punt werd de oplossing voor de klimaatcrisis genoemd. Natuurlijk is het Godgeklaagd, hoe we als mensen omgegaan zijn met Zijn schepping. Niemand zal er toch op tegen zijn om naar een oplossing voor het de opwarming van de aarde te zoeken? In dit probleem slaan de meeste landen de handen in een om dit probleem op te lossen. Iedereen doet hieraan mee. Maar waar ligt de eigenlijke oorzaak van het ‘zuchten van de schepping’ zoals Romeinen 8:20s-22 het zegt? Is het niet de zondeval, waardoor de schepping aan de vruchteloosheid onderworpen is? Moeten we het antwoord niet vinden in de Bijbel, bij God? De Bijbel leert ons dat de enige hoop voor onze schepping de wederkomst van Christus is, die deze vervallen schepping zal veranderen in de ‘Hof van Eden’! Elke menselijk poging om deze schepping te verbeteren is gedoemd om te mislukken! Het is de mens, los van God, die zijn eigen problemen op denkt te lossen, maar het zal hem buiten God om niet lukken!

Een satanische drie-eenheid: satan, de antichrist en de valse profeet

In Openbaring 12 en 13 wordt over een satanische drie-eenheid gesproken. In Openbaring 12 gaat het over de draak (satan), die de vrouw met twaalf sterren (Israël) vervolgt. De draak, de oude slang (vers 9) wordt op de aarde geworpen, waarna een beest uit de zee opkomt (13:1). Dit beest lijkt sprekend op de draak en heeft, net zoals de draak, ook zeven koppen en tien horens. Het beest (de antichrist) ontvangt van de draak zijn kracht, zijn troon en grote macht (vers 2), waarmee hij de mogelijkheid krijgt om de grote wereldleider te worden. Eens had satan dezelfde macht de Here Jezus aangeboden, wanneer Hij voor satan zou buigen, maar de Here Jezus deed het niet (Lucas 4:5-8). De antichrist kennelijk wel, waarmee hij een satanist is!

The Great Reset maakt de samenleving klaar voor de wereldheerschappij van de antichrist.

In Openbaring 13:1-10 zien we de antichrist zich tot een wereldleider van formaat ontwikkelen. In vers 7 en 8 lezen we dat alle volkeren der aarde hem zullen erkennen en aanbidden. In het tweede gedeelte van Openbaring 13 lezen we over een ‘ander beest’ dat uit de aarde opkomt, de valse profeet, die de mensen op aarde zal verleiden, de antichrist te volgen en te aanbidden. Deze satanische drie-eenheid lijkt erg veel op de Goddelijke drie-eenheid. Net zoals de antichrist op de satan lijkt, zo was de Here Jezus het beeld van God: 'Wie Mij ziet, ziet de Vader’! Het ander beest, lijkt op ‘de ander Trooster’, de Heilige Geest die gekomen is om geloof te bewerken, zodat we in de Here Jezus gaan geloven, dienen en Hem aanbidden, net zoals de valse profeet de mensen met tekenen en wonderen verleidt om in de antichrist te geloven te dienen en te aanbidden. Openbaring 13 vertelt ons over een samenleving onder de heerschappij van één wereldleider. Iedereen moet meedoen, anders word je uitgeplugd en kun je niet meer kopen of verkopen. Het getal 666 op voorhoofd en rechterhand is het hoogste dat de mens kan bereiken. Zowel hun gedachten als hun handelen zijn in overeenstemming met de antichrist.

The Great Reset pas ná The Great Rapture

The Great Reset maakt de samenleving klaar voor de wereldheerschappij van de antichrist. Zonder dat we het weten, veranderen we mee, op weg naar The Great Reset. Deze periode wordt in de Bijbel ook wel ‘De Grote Verdrukking’ genoemd, waarna de Here Jezus zichtbaar op aarde weder zal komen. Vóór deze Grote Verdrukking zal de Here Jezus zijn Gemeente evacueren (Op.3:10; 1Thes.4:13-18; Joh.14:1-3). Voor de Gemeente is er een geweldig hoop maar voor de ongelovigen, zonder Christus, vreselijk veel ellende. Wat een opdracht om juist nu het evangelie duidelijk te laten klinken!

___________________________________________________________________



Geschiedenis van

de Imminentie

 




                                                                     Wat zegt de Bijbel?


Inleiding

Wat verstaan we in de eschatologie (leer van de laatste dingen) onder imminentie? De meest gangbare verklaring van het woord is: boven het hoofd hangend, naderend, iets dat elk moment kan gebeuren zonder voorafgaande tekenen of waarschuwingen. In de eschatologie wordt het gebruikt door hen die het pretribulationisme aanhangen en geloven dat de wederkomst van Christus voor de Gemeente (de zgn. Opname) spoedig kan gebeuren en wel zonder voorafgaande tekenen. ‘Perhaps Today!’

De doctrine van de imminentie

Aan Israël zijn tekenen gegeven die aan de (tweede) komst van Christus zouden voorafgaan opdat ze in de verwachting van zijn komst zouden leven als deze dingen gaan gebeuren. Dag en uur blijven wel voor het volk Israël verborgen, maar door de tekenen die geschieden kunnen ze toch een redelijk vermoeden hebben van de tijd van de komst van de Messias.

Aan de Gemeente zijn geen tekenen gegeven. De Gemeente leefde en leeft in de verwachting van de onmiddellijke komst van de Heer Jezus om hen te brengen in zijn heerlijkheid (Joh.14:2-3; 17:24; Hand.1:11; 1Kor.15:51-52; Fil.3:20; Kol.3:4; 1Thes.1:10; 1Tim.6:14; Jak.5:8; 2Petr.3:3-4). Bijbelgedeelten zoals bijvoorbeeld 1 Thessalonicenzen 5:6, Titus 2:13 en Openbaring 3:3 roepen de gelovigen op om uit te zien naar de komst van de Heer Jezus en niet uit te zien naar bepaalde tekenen. Het is natuurlijk duidelijk dat de gebeurtenissen die voorafgaan aan de laatste jaarweek, zoals beschreven in Daniël 9, en waarvan de vervulling beschreven is in het boek Openbaring vanaf hoofdstuk 4-19, hun schaduw vooruitwerpen, maar nergens worden de gelovigen opgeroepen om op deze gebeurtenissen te letten, wel om hun aandacht te vestigen op de altijd aanwezige mogelijkheid van de onmiddellijke komst van de Heer Jezus.

Enkele Nieuwtestamentische teksten

1 Korinthe 1:7 zodat het u aan geen genadegave ontbreekt, terwijl u de openbaring van onze Heer Jezus Christus verwacht.

1 Korinthe 4:5 Oordeelt daarom niets vóór de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen, aan het licht zal brengen, en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God.

1 Korinthe 15:51 Zie, ik zeg u een verborgenheid. Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden,

1 Korinthe 15:52. in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden.

1 Korinthe 16:22 Als iemand de Heer niet liefheeft, die zij vervloekt. Maranatha!

1 Thessalonicenzen 1:10 en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

Titus 2:13 in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus.

Jakobus 5:7 Heb dan geduld, broeders, tot de komst van de Heer. Zie, de landman wacht de op de kostelijke vrucht van het land en heeft er geduld mee, totdat deze de vroege en late regen ontvangt.

Jakobus 5:8. Hebt ook u geduld, sterkt uw harten, want de komst van de Heer is nabij.

Jakobus 5:9. Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet geoordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur.

1Johannes 2:28 En nu, kinderen, blijft in Hem, opdat wij, als Hij geopenbaard wordt, vrijmoedigheid hebben en niet beschaamd worden voor Hem bij Zijn komst.

Openbaring 3:11 Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.

Openbaring 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.

Openbaring 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is bij Mij om ieder te vergelden zoals zijn werk is.

Openbaring 22:20 Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom Heer Jezus!

Stemmen uit het verleden

Hoewel de eschatologie in het vroege Christendom nog niet op alle punten duidelijk was, was de onmiddellijke wederkomst van Christus voor de gelovigen geen punt van discussie. De vroege kerkvaders, maar ook de hervormers Luther, Calvijn, John Knox en Latimer waren die mening toegedaan.

Luther: ‘Laten we niet denken dat de komst van de Heer veraf is. Laten we de hoofden opheffen en laten we onze Verlosser met verlangen verwachten’.

Calvijn: ‘De schrift is eenduidig in het verlangen naar de komst van de Heer’.

Knox: ‘De Heer zal terugkeren en dat met spoed’.

Latimer: ‘Misschien kan Hij komen in mijn dagen, zo oud als ik ook ben, of in de dagen van mijn kinderen’.

Cyprian, die leefde rond het jaar 200, zegt: ‘We zouden onszelf tegenspreken en ongeloofwaardig zijn wanneer we zouden bidden: dat Uw koninkrijk spoedig mag komen, en tegelijk verlangen naar een lang leven hier op aarde!’

Doorheen de achter ons liggende eeuwen is het getuigenis van de apostolische kerk, talloze kerkleiders en andere Christenen duidelijk, ze geloofden in een imminente onmiddellijke komst van Christus. Hieronder een beknopte opgave.

-Tussen de tijd van de apostel en het concilie van Nicea (325 n.Chr.) zijn het Papias, Irenaeus, Justin Martyr, Tertullian, Hippolytus, Methodus, Commodianus en Lactantius.

-In de zestiende eeuw Johannes Calvijn en William Tyndale.

-In de zeventiende eeuw de Puriteinen, de Covenanters en de Westminster Confession.

- In de achttiende eeuw George Whitefield, John Wesley en Thomas Coke.

-In de negentiende eeuw de Plymouth Brethern (Darby e.v.a.) en Charles H. Spurgeon.

Het getuigenis van Charles Haddon Spurgeon (De prins der Predikers)

Spurgeon schrijft in zijn ‘Twelve Sermons on the Second Coming of Christ, pag.137-38 het volgende: ‘Broeders, op dit punt wil ik oprecht zijn, want het idee van het uitstel van de komst van Christus is altijd schadelijk, hoe u er ook uitkomt door profetie te bestuderen, of op een andere manier ... Denk daarom niet dat de Heer zijn komst uitstelt, en dat hij nog niet wil of kan komen. Veel beter zou het voor u zijn om op de uitkijk te staan, en teleurgesteld te zijn te denken dat hij niet komt ... Hij zal op zijn eigen tijd komen, en we moeten altijd uitkijken naar Zijn verschijning' En verder vanaf pagina 140 nog het volgende: ‘O, geliefden, laten we elke ochtend proberen op te staan alsof dat de ochtend is waarop Christus zou komen; en als we 's avonds naar bed gaan, mogen we dan gaan liggen met de gedachte: 'Misschien word ik gewekt door het geluid van de zilveren trompetten die zijn komst aankondigen. Voordat de zon opkomt, kan ik uit mijn dromen worden opgeschrikt door de grootste van alle kreten: 'De Heer is gekomen! De Heer is gekomen!' Wat een uitzicht, wat een aansporing, wat een teugel, wat een aansporing, zulke gedachten zouden bij ons aanwezig moeten zijn! Neem dit als leidraad je hele leven. Doe alsof Jezus zou komen tijdens de handeling waarmee je bezig bent; en als u niet in die handeling betrapt wilt worden door de komst van de Heer, laat het dan niet uw handeling zijn’. Tenslotte nog op blz.140 het volgende: ‘Mensen van de Tabernakel, u bent klaar om vanavond te kijken zoals zij deden in de dappere dagen van weleer! De mannen van Whitefield en Wesley waren toeschouwers; en degenen die vóór hen waren, in de dagen van Luther en Calvijn, en zelfs terug tot in de dagen van onze Heer. Ze hielden de wacht in de nacht, en jij moet hetzelfde doen, totdat 'Beginnend met de middernachtelijke roep: 'Zie je hemelse Bruidegom is nabij' ga je eropuit om je terugkerende Heer te verwelkomen'

Het getuigenis van de Bijbel en het getuigenis van de kerk doorheen alle eeuwen mag niet zomaar naast ons neer worden gelegd, maar dient serieus te worden genomen. Er is altijd een verwachting geweest op een spoedige komst van de Heer ook in hun tijd.

Tegenwerpingen

Tegenstanders van het geloof in een onmiddellijke en spoedige komst van de Heer voeren daarvoor o.a. de volgende argumenten aan. De aankondiging van de verwoesting van de tempel (Luk.21:20), de zendingsopdracht om het Evangelie te prediken in de gehele wereld (Matth.28:19-20), het sterven van de apostel Petrus zoals vermeld in Johannes 21:19, dat zou moeten voorafgaan aan de terugkeer van de Heer, de belofte die de Heer Jezus gaf aan Johannes dat hij zou blijven totdat Hij zou komen (Joh.21:22), de opdracht die aan de apostel Paulus gegeven was om het evangelie aan alle volken te verkondigen (Hand.22:21, 26:16-18). De geschiedenis van de Kerk zoals die zich zou ontwikkelen volgens Openbaring 2 en 3, maakten volgens tegenstanders het geloof in een onmiddellijke en spoedige terugkeer van de Heer onmogelijk. Eerst moesten deze dingen gebeuren, anders kon de Heer Jezus niet terugkeren, zo stelden zij.

Antwoord

De hierboven vermelde argumenten falen hierin, dat de personen over wie het gaat zelf geloofden dat de normale gang van zaken zou kunnen worden onderbroken door de komst van de Heer.

Petrus: tot wie de Heer had gezegd dat hij door zijn dood Christus zou verheerlijken (Joh.21:18-19) en toch moedigt hij zijn lezers aan met de woorden: ‘Omgord daarom de lendenen van uw verstand, weest nuchter en hoopt volkomen op de genade die u gebracht wordt bij de openbaring van Jezus Christus’ (1Petr.1:13).

Paulus: had de taak ontvangen om het evangelie aan alle volken te verkondigen (Hand.22:21, 26:16-18) en toch roept hij de gelovigen voortdurend op, met het oog op de komst van de Heer een heilig leven te leiden (Tit.2:11-13; 1Kor.15:51; Fil.3:20; 1Thes.1:9-10, 4:17-18).

Johannes: tot wie de Heer had gezegd dat ‘hij zou blijven tot de komst van de Heer’ (Joh.21:22), getuigt toch in zijn eerste brief: ‘Kinderen, het is het laatste uur en zoals u gehoord hebt dat de antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen gekomen, waaraan wij weten dat het het laatste uur is’ (1Joh.2:18).

De apostelen: hadden de grote opdracht te horen gekregen om het evangelie wereldwijd uit te dragen (Matth.28:19) en toch lieten ze niet na de gelovigen te vertellen over de nabije komst van de Heer.

De vroege kerk riep de gelovigen toch op de Heer te verwachten (Openb.22:7, 12, 20). En in Eusebius’ kerkgeschiedenis vinden we veel vermeldingen van gelovigen die in zijn tijd leefden en getuigenis gaven van de spoedige komst van de Heer Jezus. Eusebius leefde van 260-340.

Nogmaals: Het getuigenis van de Bijbel en het getuigenis van de kerk doorheen alle eeuwen mag niet zomaar naast ons neer worden gelegd, maar dient serieus te worden genomen.

Zoals gezegd houden de tegenwerpingen er geen rekening mee dat God de vrijheid heeft en bij machte is om een aangekondigd ‘programma’ te wijzigen. Nemen we als voorbeeld de gelijkenis van de onrechtvaardige landlieden in Mattheüs 21:33-46, waar het oorspronkelijke plan van God was dat zijn Zoon koning zou worden, maar teniet gedaan werd doordat landlieden de erfgenaam verwierpen en doodden. De verwachting van de heer des huizes was dat ze zijn zoon zouden ontzien en hem zouden aanvaarden. ‘Maar toen de landlieden echter zijn zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Deze is de erfgenaam, komt, laten wij hebben doden. En zij grepen hem, wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem’. Op dat moment gaat het oorspronkelijke plan van God een andere richting op, want: ‘het koninkrijk van God zal van u worden weggenomen en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan opbrengt.’ Hier zien we dat een definitieve verandering plaats heeft gevonden. Een ander voorbeeld waarin een mogelijke verandering wordt aangekondigd is Handelingen 3:19-21, waar Petrus het volgende zegt: ‘Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van de verkwikking komen van het aangezicht van de Heer en Hij de voor u voorbestemde Christus, Jezus, zendt, die de hemel moet opnemen tot op de tijden van de herstelling van alle dingen, waarvan God heeft gesproken door de mond van zijn heilige profeten van oudsher.’ We zien dus dat een verandering in het eerdere plan van God erin zou hebben geresulteerd dat, als het Israëlische volk massaal de Messias zou hebben aangenomen, het Vrederijk zou zijn aangebroken en er geen sprake zou zijn geweest van een Gemeente uit de volken. De hierboven vermelde tegenargumenten, zoals de verkondiging van het evangelie in de gehele wereld, de verwoesting van de tempel en het aangekondigd sterven van de apostel Petrus, zouden dan ook niet doorgegaan zijn.

Samenvatting

Hoewel de argumenten die door de tegenstanders zijn aangevoerd, op het eerste gezicht overtuigend lijken, blijkt bij nader onderzoek dat ze de toets van de kritiek niet kunnen doorstaan en daarom dienen te worden afgewezen.

Geraadpleegde werken:

Things to Come, Pentecost, J.D.

De toekomst van God, Ouweneel, W.J.

De Openbaring van Jezus Christus, Ouweneel, W.J.

The Bible Exposition Commentary, Wiersbe, W.W.

Brennpunkte biblischer Prophetie, Walvoord, J.F.

__________________________________________________________________