Uit het leven van Elia en Elisa

Wat zegt de Bijbel?

 

Uit het leven van Elia en Elisa

Deel 1

1 Koningen 17-19

 

Inleiding

Voorbereidingen voor een strijd, of erger oorlog zijn essentieel wil je de overwinning behalen. Elia’s dienst begon in het verborgene, maar een ‘verborgen’ dienst is ook een dienst! Mozes had een voorbereidingstijd van veertig jaar, voordat hij het volk Israël naar het beloofde land mocht en kon leiden. Elia’s dienst duurde, in deze hoofdstukken, zeven jaar. Paulus spreekt over ‘strijd’ aan het einde van zijn leven (2Tim.4:7). Een goed soldaat zal in de strijd wonden kunnen oplopen, dat is praktisch onvermijdelijk. Elia haalde een grote overwinning maar viel daarna in een emotionele put ; hij was gekwetst. Ook wij hebben een strijd en zullen op de een of andere manier gewond kunnen raken, dat moet ons niet verbazen (1Petr.4:12). Hoe gaan we om met voorbereiding, strijd en teleurstelling? Hoe ging Elia daar mee om en welk rol speelde, en speelt God in dat proces? Daarover gaat dit artikel.

Situatie van het volk

Profeten traden op in tijden van verval. Een profeet was niet alleen maar een toekomstvoorspeller, maar ook een persoon om het volk op te roepen zich te bekeren en terug te keren naar de Here (Mal.4:5-6; Mat.3:1-2). Elia, en zijn opvolger Elisa, waren zulke profeten. Elia zijn naam betekend ‘mijn God is Jahweh’ en in tegenstelling tot het volk was hij de enige die met recht zo’n naam mocht dragen. In de dagen waarin zich deze gebeurtenissen zich afspeelden diende praktisch het hele volk de Baäl. Koningin Izebel, de echtgenote van koning Achab, had deze afgoderij met toestemming van Achab uit het land, Sidon meegebracht (1Kon.16:31-32). Ze doodde de ware profeten van God en gebruikte overheidsgelden om honderden andere, valse profeten aan te stellen om de dienst van Baäl te verrichten. De gevolgen van hun afgoderij konden daarom niet uitblijven en waren zoals voorzegd in het boek Deuteronomium in het hoofdstuk over de zegen en de vloek: ‘Maar indien gij niet luistert naar de stem van de Here, uw God, en niet al zijn geboden en inzettingen, die ik u heden opleg, naarstig onderhoudt, dan zullen de volgende vervloekingen alle over u komen en u treffen: ‘De Here zal u slaan met tering, koorts, brand, ontstekingen, droogte, brandkoren en honigdauw: zij zullen u vervolgen, totdat gij te gronde gaat’ (Deut.28:15, 22). De droogte in Elia’s dagen duurde drieeneenhalfjaar, wat door het Nieuwe Testament bevestigd wordt. ‘Maar Ik zeg u naar waarheid: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was, zodat er grote hongersnood kwam over heel het land’ (Luk.4:25; 1Kon.18:1). Gebrek aan regen was vaak de straf op de zonden van het volk (Deut.11:13-17; 2Kron.7:12-15).

Verberg u, Elia! (1Kon.17)

De droogte was vermoedelijk al een half jaar bezig voordat Elia als profeet geroepen werd (18:1). Plotseling verschijnt Elia, vanuit het niets op het toneel, stapt Elia de geschiedenis van Israël binnen en kondigd koning Achab het oordeel aan: ‘Zo waar de Here, de God van Israël, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord’ (17:1). Gods Woord en Elia’s woord komen overeen. Een profeet moest op de hoogte zijn van Gods plannen om die te verkondigen. ‘Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik doe?’ Had de Here bij Zichzelf gedacht (Gen.18:17). Of zoals de profeet Amos het zegt: ‘Voorzeker, de Here Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten. Profeten waren immers de ‘mond’ van God? Het getuigenis van Elia tot Achab was deze: ‘Zo waar de Here, de God van Israël, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord’ (17:1). De God van Israël, in wiens dienst ik sta, dat doet ons denken aan de apostel Paulus die op weg naar Rome, soortgelijke worrden kon zeggen toe het schip waarin hij zat in zwaar weer geraakte: ‘Want vannacht stond bij mij een engel van de God van Wie ik ben, die Ik ook dien’ (Hand.27:23). Ook wij mogen ‘mond van God’ zijn wanneer wij mensen oproepen om zich te bekeren en zich te laten verzoenen met Hem (2Kor.5:20).

Zo onverwacht en  onaangekonigd Elia op het ‘podium’ is gekomen, zo verdwijnt hij ook weer om drie jaar later weer voor Achab te verschijnen. Naar het woord van de Here moest Elia zich echter eerst verbergen bij de beek Kerit, totdat hij zou worden geroepen. In die voorbereidingstijd, die zo’n half jaar duurde, maakte Elia drie wonderlijke gebeurtenissen mee (18:1)

(1) Verberg u bij de beek Kerit

In die tijd werd hij gevoed door raven, onreine vogels’ die hem ‘des morgens brood en vlees, en des avonds brood en vlees, terwijl hij uit de beek dronk totdat die uitdroogde. Het was een tijd waarin Elia leerde afhankelijk te zijn van God, want dat zou hij nodig hebben in zijn verdere dienst van God. Mozes werd ook een periode van veertig afgezonderd waarin hij de kudde van zijn schookvasder Jetro moest hoeden (Ex.3:1). Een prachtige voorbereiding, omdat hij later een veel grotere kudde uit Egypte naar Kanaän zou moeten leiden. De Heer Jezus was omstreeks dertig jaar toen hij aan zijn openbaar optreden begon (Luk.3:23).

(2) Maak u gereed, ga naar Sarefat

Hij vertrok en nam zijn intrek bij een weduwe in Sarefat waar hij weer op een wonderlijke wijze gevoed werd, naar het woord van de Here: ‘Het meel in de pot zal niet opraken, en de olie in de kruik zal niet ontbreken tot op de dag, waarop de Here regen op de aardbodem geven zal’ (17:14). Ook hier zien we dat Elia namens de Here sprak, want deze voorzegging, die door de dienst van Elia was gedaan, kwam uit. Er moet van deze grote profeet toch iets wonderlijks van zijn uitgegaan, want toen de zoon van de weduwe ziek werd, kwam zij tot de uitspraak: ‘Hoe heb ik het met u, man Gods? Gij hebt bij mij intrek genomen om mijn ongerechtigheden in herinnering te brengen, en te maken dat mijn zoon sterft’ (17:18). Was er iets in het leven van deze weduwe gebeurd waaraan zij herinnerd werd en bracht ze misschien die eventuele zonde in verband met de ziekte van haar zoon? We weten het niet, we krijgen daarover geen uitsluitsel, maar het niet zelden dat zonde in verband met ziekte wordt gebracht, dan kan maar hoeft natuurlijk niet altijd zo te zijn (Ps.41:5; Joh.5:14; 9:1-3-4; Mk2:7; Ex4:11; Hand.28:4).

(3) Geef mij uw zoon

Tenslotte werd Elia het middel om de gestorven zoon van de weduwe weer tot leven te brengen, waardoor zij tot de erkenning kwam: ‘Thans weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des Heren in uw mond waarheid is’ (1Kon.17:17-24). Elia strekte zich driemaal uit bovenop het kind en de ziel van het kind keerde in hem terug (vgl. Pred.12:7). Daarmee was de voorbereidingstijd voor Elia voorbij, drie jaar waren verstreken, koning Achab was niet veranderd, en Elia moest het definitieve oordeel aan hem verkondigen. Deze voorbereidingtijd moest Elia genoeg vertrouwen geven om de aanstaande confrontatie aan te gaan. We worden niet ingelicht over de bijzonderheden hoe deze wonderlijke gebeurtenissen die Elia tot dusver had meegemaakt, tot stand zijn gekomen. De Heer Jezus neemt ze voor waar gebeurd aan, dus waarom zouden wij dat ook niet doen? (Luk.4:25-26). Het ‘verberg u, Elia’ wordt nu ‘Vertoon u, Elia’!

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?