Pre-Wrath Rapture of the Church

Wat zegt de Bijbel?

 

 

 

 

Korte inhoud van de Pre-Wrath doctrine

 

Deel 1

 

 

 

 

 

Om een goed beeld te krijgen van wat de Pre-Wrath Rapture of the Church (Opname van de Gemeente vóór de Toorn van God) inhoud geef ik eerst een kort overzicht zoals het volgens Marvin J. Rosenthal voor het eerst gepresenteerd werd in 1990. Deze visie is niet zo gemakkelijk uit te leggen en het vergt enige inspanning om de inhoud, betekenis en consequenties van deze leer te begrijpen. Niet voor ‘dummies’ zou ik zeggen!

De Pre-Wrath Rapture zoals het gepresenteerd wordt in het boek van Marvin J. Rosenthal gaat ervan uit dat de laatste zeven jaar van de zeventigste jaarweek van Daniël 9 uit drie delen bestaat (blz.233).

Het eerste gedeelte bevat de weeën (Mat.24:4-8), of de eerste vier zegels (Op.6:1-8). Het bestrijkt de eerste helft van de zeventigste jaarweek (de eerste drie-en-half jaar).

Het tweede gedeelte bestaat uit de Grote Verdrukking (Mat.24:21). Deze begint in het midden van de zeventigste jaarweek bij het openen van het vijfde zegel (Op.6:9-11) en zal worden ingekort of eindigt met de kosmische gebeurtenissen van het zesde zegel (Op.6:12-14) ergens tussen het midden en het einde van de zeventigste week. Dus, de Grote Verdrukking duurt niet de gehele tweede helft van de laatste jaarweek.

Volgens de Pre-Wrath leer, is het zesde zegel, met zijn grote kosmische gebeurtenissen en een grote aardbeving (Op.6:12-17), een waarschuwing, liever een ‘wake up call’ voor de ongelovigen dat het derde gedeelte (namelijk de Dag van de Heer) op het punt staat aan te breken bij het openen van het zevende zegel (Op.8:1).

De Gemeente (d.w.z. de grote schare van Op.7:9-17) zal van de aarde worden weggenomen tussen het zesde en zevende zegel, wanneer Christus uit de hemel zal verschijnen bij zijn tweede komst in heerlijkheid. Omdat Christus de Gemeente zal opnemen ná de Grote Verdrukking en vóórdat de Dag van de Heer begint, is de Opname tegelijkertijd met de Tweede komst van Christus. Anders gezegd, het is de eerste gebeurtenis van een reeks dat deel uit gaat maken van de gebeurtenissen van Christus tweede komst.

Het derde gedeelte van de zeventigste jaarweek zal voor het grootste gedeelte bestaan uit de dag van de Heer. Deze begint met het openen van het zevende zegel (Op.8:1) op hetzelfde moment dat de tweede komst en de Opname plaatsvinden. Dus de Dag des Heren zal niet eerder beginnen dan ergens tussen het midden en het einde van de zeventigste jaarweek. De Dag van de Heer zal voortduren tot aan het einde van de zeventigste week en een toevoeging van dertig dagen inkorting van deze periode.

De Dag van de Heer zal gekenmerkt worden door de uitstorting van Gods toorn op de aarde. Gods toorn zal niet eerder beginnen dan de Dag van de Heer die begint met het openen van het zevende zegel (8:1).

Het begin van de weeën (zegels 1 tot 4) en de Grote Verdrukking (zegel 5) bestaat niet uit de toorn van God. Ze worden in het geheel gekenmerkt door satanische en menselijke wraak. Dus er is geen Goddelijke toorn tijdens de eerste helft van de laatste jaarweek en een belangrijk deel van de tweede helft van de laatste jaarweek. Volgens de Pre-Wrath doctrine zal de Gemeente op aarde zijn tijdens de eerste helft van de laatste jaarweek en ook tijdens de Grote Verdrukking. Dat betekend dat ze blootgesteld zullen zijn aan satanische en menselijke toorn, incluis dat van de Antichrist, tijdens de weeën en de Grote verdrukking. De Gemeente zal niet worden blootgesteld aan de toorn van God. Het zal worden opgenomen van de aarde vóórdat de Dag van de Heer begint met het uitstorten van Gods toorn. Dus de Gemeenten zal een Pre-Wrath opname ervaren.

Hieronder, zonder commentaar, de korte inhoud van de beginselen van de Pre-Wrath doctrine (blz.293-295). ‘De Bijbel’ leert, wil in dit verband zeggen ‘de Pre-Wrath doctrine’ leert!

1. De Bijbel leert dat er nog een periode van zeven jaar in de toekomst zal plaatsvinden. Binnen die periode zal de Antichrist geopenbaard worden, de Grote Verdrukking zal plaatsvinden, de Gemeente zal worden opgenomen en de Dag des Heren, de dag van Gods toorn zal beginnen. Die periode wordt de zeventigste week van Daniël genoemd, nooit de Verdrukking.

2. De Bijbel leert dat er drie grote delen zijn in de zeventigste week: het begin van weeën (Mat.24:8), de Grote Verdrukking (Mat.24:21), en de Dag des Heren (Mat.24:30-31).

3. De Bijbel leert dat de Grote Verdrukking (‘de tijd van Jakobs benauwdheid’) begint in het midden van die periode van zeven jaar, maar niet voortduurt tot het einde ervan. De Grote Verdrukking wordt verkort en gevolgd door kosmische gebeurtenissen (Mat.24:22; Mark.13:24-25).

4. De Bijbel leert dat Elia (of iemand zoals hij, indien gewenst) moet verschijnen voordat de Dag des Heren begint. Als hij vóór de zeventigste week verschijnt, dan kan er geen pretribulationele leer betreffende de imminentie zijn. Als hij verschijnt nadat het is begonnen, kan de Dag des Heren niet starten aan het begin van de zeventigste week, zoals het pre-tribulationisme normaal stelt. (Imminentie wil zeggen verwachting dat het Rijk Gods nabij is).

5. De Bijbel leert dat de afval en de openbaring van de mens der zonde vooraf moet gaan aan de Dag des Heren (2Thes.2:1-4). De afval en de openbaring van de mens der zonde vinden plaats binnen de zeventigste week. Daarom kan de Dag des Heren niet beginnen voordat de eerste vijf zegels zijn verbroken of aan het begin van de zeventigste week.

6. De Bijbel leert dat een kosmische gebeurtenissen onmiddellijk voorafgaan aan de Dag des Heren (Joël 2:31). Die kosmische gebeurtenissen beginnen met de opening van het zesde zegel. Dat gebeurt ergens in de tweede helft van de zeventigste week.

7. De Bijbel maakt duidelijk wanneer de Dag des Heren begint. Er is geen giswerk. Het zal beginnen met de opening van het zevende zegel, Johannes schreef, 'Want de grote dag van zijn toorn is gekomen' (Op.6:17).

8. De Bijbel leert dat de Dag des Heren een tijd is van ongekend oordeel over de hele aarde. Het zal ook een tijd zijn om Israël te zuiveren.

9. De Bijbel leert dat er slechts één tweede komst van Christus is – niet één komst voor de opname van de Gemeente aan het begin van de zeventigste week en daarna nog één zeven jaar later aan het einde van de zeventigste jaarweek, zoals het pre-tribulationisme soms beweert.

10. De Bijbel leert dat de tweede komst van Christus (parousia) spreekt van een komende en voortdurende aanwezigheid om een ​​aantal goddelijke doelen te bereiken. Het zal beginnen met de Opname en gevolgd worden door de Dag des Heren wraak en de letterlijke terugkeer van de Heer naar de aarde.

11. De Bijbel leert dat het einde of het einde van het eeuw de tijd is van de laatste oogst (Mat.13:39). Door de laatste oogst is de tijd aangebroken van de scheiding tussen de rechtvaardigen (tarwe) en de onrechtvaardigen (onkruid of dolik).

12. De Bijbel leert dat de kerk tot het einde op aarde zal blijven (Mat.28:20). Het einde is altijd een verwijzing naar het einde van de eeuw (Mat.13:39-40). Het einde vindt plaats in de zeventigste week, niet direct aan het begin.

13. De Bijbel leert dat het einde ('dan zal het einde komen') (Mat.24:14) begint met de opening van het zevende zegel. De rechtvaardigen (de tarwe) worden opgenomen (geoogst en gebracht in Gods schuur), en dan de onrechtvaardigen (het onkruid, of dolik) worden geoordeeld (geoogst en verbrand) tijdens de Dag des Heren, eindigend met Christus' fysieke terugkeer naar u aarde (Mat.13:30).

14. De Bijbel leert dat bij de wederkomst van Christus een overlevend overblijfsel van Joden tot Israël zal worden verzameld en gered. Gods verbondsbelofte aan Abraham, Izaäk en Jakob zal letterlijk worden vervuld (Mat.24:31); Rom.11:25-26).

15. De Bijbel leert dat in verband met Christus' wederkomst, de volkeren geoordeeld zullen worden (Mat.25:32) en Christus' duizendjarige koninkrijk gevestigd.

Let wel: dit alles wordt geleerd wordt door Rosenthal in zijn boek: The Pre-Wrath Rapture of the Church!

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

 

Pre-Wrath Rapture of the Church – Inleiding

 

Deel 2

 

 

 

 

Voorwoord

Begin 1990 kreeg ik van een vriend het boek ‘The Sign’ van Robert van Kampen geschenk. Naast de vele boeken die ik al bezat over eschatologie kon die er ook nog wel bij! Ik heb toen vluchtig kennisgenomen van de inhoud en gelaten voor wat het was. Totdat ik voor enige tijd geleden met de inhoud, dat wil zeggen met de ‘Pre-Wrath’ visie geconfronteerd werd. Al die jaren, van het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw tot heden, heb ik nooit gelovigen ontmoet die deze leer aanhingen. Zelfs, na twintig jaar als beheerder in een christelijke boekhandel gewerkt te hebben, en op de hoogte was en moest zijn wat er op de evangelische boekenmarkt te verkrijgen was, kan ik mij niet herinneren dat deze visie ooit een ‘hot item’ is geweest.  Ik heb op internet gezocht naar Nederlandstalige kritieken op deze visie maar dat bracht maar een schamele oogst op, vandaar dat ik dan maar de koe ‘bij de horens’ pak en zelf zal proberen daarover wat duidelijkheid te scheppen. Hoewel ik besef dat elke visie zijn sterke en zwakke kanten heeft volg ik zelf de futuristisch-pretribulationistisch-prechialistische uitleg, zoals de meerderheid van de gelovigen. Futuristisch is op de toekomst betrekkend hebbend; de dingen vanuit de toekomst verklarend. Pretribulationistisch is de leer dat de Gemeente wordt opgenomen vóór de grote verdrukking. Prechiliasme of millennialisme is de leer dat de parousie (de zichtbare wederkomst van Christus) vóór het millennium, het duizendjarig messiaanse vrederijk zal plaatsvinden. Dankbaar maak ik gebruik van de vele kritieken die op de ‘Pre-Wrath’ visie in de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw in de VS verschenen, toen het boek van Marvin Rosenthal ‘The Pre-Wrath Rapture of the Church’ op de markt kwam. Helaas zijn praktisch alle kritieken in het Engels geschreven en afkomstig uit de VS. U kunt ze met een beetje inspanning vinden op het internet.

Inleiding

De studie van de eschatologie is er een die veel mensen ofwel vermijden vanwege alle verschillen in uitleg, of ze zien het niet als relevant in hun leven van vandaag. Interessant genoeg lijkt onze cultuur gefascineerd te zijn door filmscenario's van mogelijke catastrofale gebeurtenissen die het einde van de wereld inluiden. En dat is niet denkbeeldig, want in augustus 2021 is door de IPCC, het klimaatpanel van de VN een nieuw rapport uitgebracht waarin aan alarmbel getrokken wordt, wordt de gedachte aan een eventueel catastrofaal einde van de aarde weer onder de aandacht gebracht. Zouden bijbelgetrouwe christenen deze fascinatie niet willen delen en in de Bijbel onderzoeken wat God zegt over het einde van de wereld, omdat Hij het einde al vanaf het begin heeft geschreven (Jes.46:10) en ook een antwoord te kunnen geven wanneer ongelovigen vragen hoe zij daarover denken? Nog belangrijker is dat profetie ongeveer een derde van alle Bijbelse tekst uitmaakt. Zouden deze zelfde christenen niet gemotiveerd moeten zijn om de ‘hele raad van God’ (Hand.20:27) te kennen of zijn ze tevreden met twee derde van de Bijbelse inhoud? Dit gebrek aan verlangen om zich het onderwijs over de eindtijd eigen te maken is ongelukkig en door de studie ervan helemaal te vermijden. De apostel Paulus en Johannes leren ons dat de christen dan een speciaal soort troost en zegen misloopt (1Thes.4:18; Op.1:3). Een van de onderwerpen is de komst van Christus voor de Gemeente, de zgn. Opname. De Opname-gebeurtenis als realiteit wordt niet fel bediscussieerd. De timing van de Opname echter wel. Er zijn vier hoofdvisies met betrekking tot de timing van de Opname: ten eerste het Pretribulationisme, de leer dat de Gemeente wordt opgenomen voor de laatste jaarweek van Daniël. Ten tweede, vanaf 1950 het zgn. Mid-tribulationisme, de leer dat de Gemeente wordt opgenomen halverwege de laatste zeventigste jaarweek van Daniël, dat is aan het begin van de laatste helft van de zeventigste jaarweek van Daniël. En tenslotte het posttribulationisme, de opvatting dat de Gemeente wordt opgenomen na de laatste, zeventigste jaarweek. In de jaren negentig van de vorige eeuw is er dan nog een andere visie bij gekomen die de ‘Pre-Wrath Rapture of the Church’ wordt genoemd, beter bekend als ‘Pre-Wrath’. Voor wat betreft de jaarweken zie Daniël 9:24-27; een jaarweek is een periode van zeven jaar.Elk van deze visies hebben hun argumenten naar voren gebracht en elk is ervan overtuigd dat zij de juiste uitleg van de Bijbelse gegevens hebben. Je zou pagina’s vol kunnen schrijven om tijd te besteden aan het bekritiseren van elke weergave, want elke weergave is niet zonder problemen. In dit artikel zal ik echter specifiek de laatstverschenen opname-visie, de Pre-Wrath-visie onderzoeken. De belangrijkste mannen van deze visie zijn Marvin J. Rosenthal en Robert van Kampen. Ze bedachten de uitdrukking ‘Prewrath Rapture’ om hun visie te verduidelijken. In een aantal artikelen hoop ik enkele van de belangrijkste aspecten van deze doctrine te behandelen om te onderzoeken en te zien of ze in overeenstemming zijn met de Schrift. Nu al kan ik zeggen dat de Pre-Wrath-opname-visie te veel problemen in zich heeft om als haalbare visie te worden beschouwd. Wat ik hoop is, dat Bijbelgetrouwe christenen zich niet laten afschrikken door de complexiteit van het onderwerp en spreek het verlangen uit dat er een verlangen ontstaat kennis te nemen van het profetisch Woord. (Hand.17:11; 2Petr.1:19; Op.1:3).

Kort overzicht

De kern van het boek van Rosenthal is de mening dat de Gemeente zal worden opgenomen net voor het vierde kwartaal van de zeventigste jaarweek van Daniël. Rosenthal verdeelt Daniëls zeventigste week in drie verschillende perioden: (1) ‘Het begin van smarten’, die drie en half jaar duurt, daarna de zgn. (2) Grote Verdrukking", waarbij de eerste helft van de laatste drieënhalf jaar of 21 maanden betrokken is, gevolgd door (3) de Dag des Heren, verspreid over de tweede helft van de drieënhalf jaar of de laatste 21 maanden. Rosenthal benadrukt dat de opname zal plaatsvinden ná de Grote Verdrukking en vóór de Dag des Heren, de tijd van Gods toorn, die, volgens de auteur begint met de opening van het zevende zegel (Op.8:1, blz.60, 61). In Rosenthals visie moet de Gemeente de Antichrist en de Grote Verdrukking, doormaken ​​en na vierenzestig maanden in de zeventigste jaarweek zal ze worden opgenomen. Dit vernietigt volledig de doctrine van imminentie, die Rosenthal 'onhoudbaar' noemt. (Imminent is wat (altijd) kan gebeuren; op handen zijnde; naderend; onmiddellijk dreigend; boven het hoofd hangend. Voorbeeld: een imminent gevaar). Zo schrijft hij Walvoords boek The Rapture Question, af als zijnde totaal nutteloos in het debat omdat ‘er simpelweg geen exegetisch bewijs is voor pretribulationeel rapturisme’. We zullen zien.

Heilige huisjes…

Als u, zoals het merendeel van de gelovigen, het pretribulationistisch standpunt volgt, zult u ervaren dat de Pre-Wrath doctrine tegen veel ‘heilige huisjes’ schopt. Hieronder een voorlopige en voorwaardelijke opsomming waaraan u zich mag verwachten. Voorlopig en voorwaardelijk, omdat ik in de nog te verschijnen artikelen dat verder hoop uit te werken.

1. De Gemeente zal door de Grote Verdrukking moeten en het optreden van de Antichrist mee moeten maken.

2. Het moment van de ‘Opname’ is vrij nauwkeurig te verwachten en te berekenen, dus de opdracht om te waken is nutteloos. ‘Waakt dan, want u kent de dag of het uur niet’ (Mat.25:13).

3. De zeventig jaarweken zijn voor Israël, ook het laatste jaar, maar in Rosenthals boek wordt aan Israël amper aandacht besteed.

4. Op blz.34 schrijft Rosenthal, ‘tussen neus en lippen door’ dat hij van mening is dat Openbaring 2 en 3 geen profetische geschiedenis schrijft van de christenheid doorheen de eeuwen. M.i. is het hele boek Openbaring echter profetie (Op.1:3) ook de hoofdstukken 2 en 3.

5. Er is maar één wederkomst van Christus, geen twee. Niet één komst voor de Gemeente en een tweede voor Israël en de volken.

6. De imminentie wordt verworpen. ‘Perhaps Today’ is daardoor een misplaatste opmerking in deze visie.

7. De Heer Jezus kon gisteren, maar kan ook vandaag niet komen, ten hoogste over zo’n 6 jaar vanaf de tijd dat de laatste jaarweek begint…

8. De zeventigste jaarweek wordt op grond van de Schrift gesplitst in twee delen (Dan.9:27). Door Rosenthal echter in drie delen.

9. De Opname. De vraag blijft echter wat daar onder verstaan in Rosenthals visie en wanneer vindt die plaats en waar vinden we daar een vermelding van in het boek Openbaring?

10. De Opname wordt, m.i. onterecht, verklaard door gebruik te maken van Mat.24:40. Dit kan niet juist zijn want de Opname was een verborgenheid en eerst door de apostel Paulus bekendgemaakt.

11. Mattheüs 24 wordt onterecht toegepast op de Gemeente. M.i. gaat het daar over het toekomstige volk Israël, zoals uit de tekst zelf duidelijk blijkt.

12. De vraag is of Rosenthal wel voldoende onderscheid gemaakt tussen gelovigen uit Israël en de Gemeente en of hetdispensationalisme wordt verworpen.

Tot zover voorlopig. Zoals gezegd in volgende artikel hoop ik wat verder op de doctrine van Rosenthal in te gaan.

Wordt vervolgd

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

Pre-Wrath Rapture of the Church - Voorlopige vaststellingen

 

Deel 3

 

 

 

Voorwoord

Het ligt niet in mijn bedoeling om elk onderdeel van de doctrine van Rosenthals boek te bespreken, trouwens daarvoor ontbreekt mij de tijd. Daar komt bij dat men deze visie hier te lande weinig of helemaal niet tegenkomt en de interesse niet groot zal zijn om zich met deze toch zeer afwijkende visie bezig te houden. Naast veel andere critici heeft Dr. Renald E. Showers, een oude vriend van Van Kampen en Rosenthal, sinds het begin van het bekend worden van Rosenthals visie uitgebreid interactie gehad met de Pre-Wrath Rapture theorie en biedt in een gezaghebbend boek met de titel ‘The Pre-Wrath Rapture view’ een uitgebreide Bijbelse kritiek op deze toevoeging aan het profetische landschap. Het doel van deze conclusie is een overzicht te geven van zowel de correcte als de niet-correcte standpunten. Showers komt tot maar liefst vierenveertig (!) punten waarop hij deze visie afwijst en twaalf waar hij mee kan instemmen en besluit zijn boek met deze conclusie: ‘De Pre-Wrath Opname geeft verschillende leringen correct weer. Maar veel van zijn leringen, inclusief de leringen die fundamenteel zijn voor de hele visie, hebben problemen vanuit een bijbels perspectief. Deze feiten leiden tot de conclusie dat het beeld van de Opname vóór de toorn een gebrekkige basis heeft en in strijd is met de Schrift’. (Iets om rekening mee te houden!)

Enkele persoonlijke (voorlopige) waarnemingen

Zoals gezegd het zijn voorlopige conclusies, waarop ik in latere artikelen hoop terug te komen.

1e. Het eerste wat opvalt is dat Rosenthal geen indeling geeft van het boek Openbaring, dat mag opvallend genoemd worden omdat men bij het bespreken van zo’n belangrijk onderwerp een vereiste genoemd mag worden.

2e. Rosenthal schrijft in zijn boek (blz.34) over de hoofdstukken 2 en 3 van de Openbaring, dat hij niet gelooft dat deze een beschrijving zijn van de verschillende periodes van de kerkgeschiedenis, maar dat ze dienen tot waarschuwing voor het gehele Christendom om zich voor te bereiden op de tijden die gaan komen in de laatste jaarweek.

3e. Rosenthal bestrijdt het profetisch karakter van de hoofdstukken 2 en 3 van de Openbaring (blz.288) maar erkent vreemd genoeg wel dat de rest van Openbaring wel profetisch verstaan moet worden. Dit is tegen het getuigenis van de Schrift in die zegt dat de heel Openbaring profetisch is; ook hoofdstuk 2 en 3!

4e. Later wordt in het boek duidelijk waarom Rosenthal in hoofdstuk 2 en 3 niet de geschiedenis wil zien en aansluitend de Opname, in hoofdstuk 4:1 verondersteld, omdat dit in zijn visie een onmogelijkheid is omdat de Gemeente volgens hem door de Grote Verdrukking moet.

5e. Je voor bereiden op de grote Verdrukking… Ik vraag me af wat je dan moet doen!? Moet een echte gelovige niet altijd bereid zijn om rekenschap af te leggen (1Petr.3:15) en niet alleen maar voor de Grote Verdrukking? Als we ons al moeten voor bereiden dan is het voor de komst van de Heer Jezus (1Joh.3:2).

6e. Door te stellen dat de gelovigen van de Gemeente door de Grote Verdrukking moeten en zullen worden weggenomen vóór de daaropvolgende Dag van de Heer, is het tijdstip van de Opname vrij nauwkeurig te berekenen en is de oproep om Hem te verwachten krachteloos.

7e. M.i. gooit Rosenthal alle gelovigen op één hoop en maakt hij geen onderscheid tussen de gelovigen van de Gemeente en Israël en honoreert daarom ook geen twee komsten van de Heer Jezus, één (onzichtbare) voor de Gemeente en één (zichtbare) voor Israël en de volken. Zie echter 1Kor.10:32 voor wat betreft het onderscheid dat de apostel Paulus maakt: Joden, volken en Gemeente!

8e. De Opname die Rosenthal voorstaat wijkt af van wat algemeen wordt aanvaard of gedacht. Omdat een beschrijving van de Opname in het boek Openbaring ontbreekt, neemt hij zijn toevlucht tot Mattheüs 24 wat niet mogelijk is want de verborgenheid van de Opname is eerst door Paulus geopenbaard.

9e. De zeventig jaarweken van Daniël zijn bestemd voor Israël: ‘uw volk en uw heilige stad’. In zijn boek komt Israël echter sporadisch ter sprake.

10e. Rosenthal verwerpt de imminente komst van Christus, dat wil zeggen een komst van Christus voor de Gemeente die elk moment kan plaatsvinden. Dit is tegen het getuigenis van de Schrift in en van veel kerkleiders uit het verleden. Dus de Heer kan vandaag niet komen!?

11e. Wordt vervolgd

 

Over veel onderwerpen van de eschatologie heb ik al diverse artikelen het licht doen zien en ik verwijs u daar graag naar, zo voorkom ik om in herhaling te vallen. Het zijn met name de rubrieken Eschatologie 1 en 2, Israël Theologisch, Oude Testament en Nieuwe Testament.

 

 

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

 

Pre-Wrath Rapture   Dispensationalisme

 

Deel 4

 

 

 

 

 

De definitie van het dispensationalisme of bedelingenleer is het onderwijs dat Gods handelen met de mens verschillend is in verschillende periodes in de tijd. Deze dispensaties worden ook ‘bedelingen’ genoemd.In het boek The Pre-Wrath Rapture of the Church heeft de auteur nooit een definitie gegeven van de Gemeente. Geen definitie geven van de Gemeente is onvergeeflijk in een werk dat beweert de betekenis van de opname van de kerk te willen verklaren. Het dispensationalisme of de leer van de bedelingen is een theologisch systeem dat onderscheid aanbrengt tussen Israël en de Gemeente. 1Korinthiërs10:32 stelt duidelijk dat er drie categorieën van mensen zijn in de wereld van vandaag: ‘Wees geen struikelblok voor (1) de Joden en voor (2) de Grieken en voor (3) de Gemeente van God’. De Gemeente en Israël zijn heilshistorisch twee afzonderlijke ‘volken van God’, elk met een eigen karakter, roeping en bestemming. Het is dus duidelijk dat Israël niet hetzelfde is als de Gemeente. Voor elke serieuze Bijbelonderzoeker is dat een heel belangrijke zaak om rekening mee te houden. Sommige van de meest voorkomende fouten in de theologie hebben te maken met het verwarren van de Gemeente met Israël. Alle niet-dispensationalisten vervagen tot op zekere hoogte het onderscheid tussen Israël en de kerk. Zo'n vervaging mislukt om het contrast te herkennen dat in de Schrift wordt gehandhaafd tussen Israël, de heidenen en de Gemeente. In het Nieuwe Testament staan het natuurlijk Israël en de heidenen ​​tegenover elkaar. Israël wordt aangesproken als een natie in tegenstelling tot de heidenen nadat de Gemeente werd opgericht met Pinksteren (Handelingen 3:12; 4:8, 10; 5:21, 31, 35; 21:28). In het gebed van Paulus voor het natuurlijke Israël (Rom. 10:1) is er een duidelijke verwijzing naar Israël als een nationaal volk als te onderscheiden van en buiten de Gemeente.

De Gemeente is op twee gebieden te onderscheiden van Israël. In het Oude Testament handelde God overwegend met en door het volk Israël, dat uit de lijfelijke nakomelingen van Abraham, Isaak en Jakob bestond. De Gemeente aan de andere kant bestaat uit wedergeboren gelovige Joden en gelovige heidenen, die tot één Lichaam gedoopt zijn (1Kor.12:13) waarin de Heilige Geest woont (1Kor.3:16). Maar er is ook een verschil in tijd en plaats tussen Israël en de Gemeente. Zoals gezegd staat het volk Israël centraal in het Oude Testament. De periode van de Gemeente begon na de opstanding van de Heer Jezus (Ef.1:20-23) en zijn hemelvaart (Ef.4:7-12). Daaruit volgt dat alle gelovigen, Jood en niet-Jood, die in het tijdvak ná de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag (Hand.2:11, 15-16) tot geloof in de Heer Jezus zijn gekomen tot één Lichaam gedoopt zijn (1Kor.12:13).

De Gemeente was een verborgenheid, dat in vorige geslachten niet bekend was, maar aan de apostel Paulus is geopenbaard (Ef.3:3-5, 9; Kol.1:26-27).

In het boek Pre-Wrath of the Church verward de auteur impliciet of expliciet diverse keren de Gemeente met Israël. Het onvermogen van de auteur om onderscheid te maken tussen Israël en de Gemeente is bijzonder verontrustend in zijn behandeling van de rede op de Olijfberg. Rosenthal bouwt voort op hermeneutische zand door een uitzonderlijke betekenis toe te kennen aan de Olijfbergrede. Het is de stelling van de auteur dat de Olijfbergrede Joods van karakter is, sequentieel in progressie, logisch in argumentatie, parallel aan de zegels van Openbaring 6, beslaat de zeventigste week van Daniël in omvang, beantwoordt de dubbele vraag met betrekking tot de komst van de Heer en het einde van het tijdperk, en omvat zowel de Opname en de wederkomst van Christus binnen zijn grenzen. De auteur verward opzettelijk of onopzettelijk Israël en de Kerk door zijn hele boek heen. (Een van de meer prominente voorbeelden van Rosenthal's uitleg is de afval, waar Paulus naar verwijst (2Thess.2:3-4). Deze zou dan betrekking hebben op Israël, niet op de Gemeente. Het is bevreemdend maar ook niet moeilijk te begrijpen dat de auteur aan het volk Israël in zijn uitleg van de Openbaring weinig of geen aandacht wordt besteed. Dat is op zijn zachts gezegd vreemd want alle zeventig jaarweken – dus ook de zeventigste (!) - hebben betrekking op ‘uw volk en uw heilige stad’ Dat zijn de Joden en Jeruzalem. (Dan.9:24).

Een kritieke tekortkomingen in Rosenthals uitleg is dat de auteur toegeeft dat de Gemeente niet aanwezig was tijdens de eerste 69 jaarweken, daarom rust de bewijslast bij hem om precies uit te leggen waarom de Gemeente dan wel een rol heeft in de zeventigste week. Alleen maar stellen dat de Gemeente theoretisch aanwezig kan zijn in de zeventigste week van Daniël omdat het vóór de zeventigste week tot stand kwam, in tegenstelling tot de eerste 69 weken die voor Pinksteren verstreken, bewijst op zich niets.

Het is erg belangrijk de fout hiervan te begrijpen. Gods beloften aan Israël hebben beslist niet gefaald. Israël zondigde wel en werd gestraft, net zoals God had gewaarschuwd in Deuteronomium 28:15-68, maar God heeft ook beloofd dat Hij Israël zou herstellen. Haar verbonden met God (andere dan het Mozaïsche verbond) zijn onvoorwaardelijk, eeuwig en onveranderlijk. Beschouw bijvoorbeeld het Davidische verbond in 2Samuël 7. Dit is een uitbreiding van Gods verbond met Abraham. In Zijn verbond met David (1) herbevestigde God het onvoorwaardelijke Abrahamitische verbond via Davids familie (2Sam.7:10); (2) Beloofde Hij dat Hij de troon van David voor altijd zou bevestigen (2Sam.7:12-13); (3) Beloofde straf voor zonde maar nooit een annulering van de belofte (2Sam.14-15); (4) Beloofde de bestendigheid van Davids huis en koninkrijk voor altijd (2Sam.7:16). Dit alles is vervuld in Davids Zoon, Jezus Christus, die de troon geërfd heeft van David (Mat.1:1) en die het Davidische koninkrijk zal bevestigen bij Zijn wederkomst naar de aarde (Jes.9:5-6). Het Nieuwe Testament zegt ons hetzelfde. In Romeinen 11:25-29, bijvoorbeeld, wordt ons voluit gezegd dat God Israël tijdelijk aan de kant heeft gezet, maar dat Hij hen zal herstellen en Zijn beloften aan hen zal vervullen. Dit betekent dat al Gods beloften aan Israël, in het Oude Testament, letterlijk zullen vervuld worden.

1e. Israël zal hersteld worden in hun land (Zach.10:6-12).

2e. Israël zal in een zwaar oordeel gebracht worden maar een derde deel zal Gods Naam aanroepen en in het land overblijven (Zach.13:8-9).

3e. Israël zal verlost worden (Zach.12:10-13:1).

4e. De Messias zal terugkeren en al Israëls vijanden verslaan en Hij zal regeren vanuit Jeruzalem (Zach.14:1-21).

Het is dan ook cruciaal om de Bijbelse profetieën letterlijk te interpreteren, en te begrijpen dat er een verschil is tussen Israël en de Gemeente.

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

 

  

Pre-Wrath Rapture - Kritieken

 

Deel 5

 

 

Inleiding

De studie van eschatologie is er een die veel mensen ofwel vermijden vanwege alle controverses, of ze zien het niet als relevant in hun leven van vandaag. Interessant genoeg lijkt de cultuur gefascineerd te zijn door scenario's van het einde van de wereld, zoals te zien is in de recente films die worden geproduceerd. Zouden bijbelgetrouwe christenen met deze fascinatie niet willen weten wat God zegt over het einde, aangezien Hij het einde al vanaf het begin heeft geschreven (Jes.46:10), om een ​​antwoord te geven wanneer ongelovigen vragen of er over nadenken? Nog belangrijker is dat profetie ongeveer een derde van alle Bijbelse tekst uitmaakt. Zouden dezelfde christenen niet gemotiveerd moeten zijn om de ‘hele raad van God’ te kennen of zijn ze tevreden met twee derde ervan? Dit gebrek aan verlangen om meer over de Eindtijd te weten is jammer en door de studie ervan helemaal te vermijden. De apostel Paulus en Johannes beweren dat de christen daardoor een speciaal soort troost en zegen misloopt (1Thes.4:18; Op.1:3). Een van deze studies is de komst van de Opname. De Opname-gebeurtenis als realiteit wordt niet fel bediscussieerd. De timing van de Opname echter des te meer. Er zijn vier hoofdvisies met betrekking tot de timing van de Opname: pretribulationisme, midtribulationisme, Pre-Wrath en posttribulationisme. Elk van deze heeft argumenten naar voren gebracht en elk is ervan overtuigd dat men de juiste kennis van de Bijbelse gegevens heeft. Je zou pagina's en pagina's tekst kunnen besteden aan het bekritiseren van elke weergave, want elke weergave is niet zonder problemen. In dit artikel zal ik echter specifiek de nieuwste opname-visie, de pre-toorn-visie, onderzoeken. De belangrijkste mannen van deze visie zijn Robert Van Kampen en Marvin Rosenthal. Ze bedachten de uitdrukking ‘Prewrath Rapture’ (PW) voor hun positie. Buiten deze mannen is er niet al te veel geschreven, daarom zal ik in dit artikel voornamelijk beantwoorden om enkele van de belangrijkste aspecten van hun theorie te onderzoeken door te zien of ze in overeenstemming zijn met de Schrift. Aan het einde zal ik laten zien dat de PW opname-visie te veel problemen heeft om als haalbare visie te worden beschouwd, omdat ze een eenvoudig onderzoek niet kunnen doorstaan. De schrijvers die ik heb gelezen, houden van de Heer, zijn evangelisch en lijken heel oprecht, ik beschouw ze niet als ketters. Ik ben erg onder de indruk van de ambitie, schrijfvaardigheid, eerbied voor Gods Woord en vrijgevigheid van de mannen van PW View. Wat ik verlang (evenals zij) is te geloven wat de Bijbelse gegevens presenteren en het is mijn hoop dat de volgende observaties iedereen zullen helpen om betere studenten van de profetie te worden (Hand.17:11).

Pre-Wrath Opname in het algemeen

De Pre-Wrath Rapture (Afgekort tot ‘PW’) visie werd voor het eerst uiteengezet in 1990 in het boek, The Pre-Wrath Rapture of the Church door Marvin Rosenthal. Volgens Rosenthal is de opname van de Gemeente geen op handen zijnde gebeurtenis en daarom is het onmogelijk voor Jezus om vandaag of op enig moment in de volgende week, maand of jaar voor Zijn Gemeente te komen. De reden hiervoor is dat de PW Opname onmiddellijk voor de Dag des Heren zal plaatsvinden en de Dag des Heren zal beginnen met de opening van het zevende zegel in de Grote Verdrukking. Dus de PW Opname zal plaatsvinden op de dag dat de PW-visie zegt dat de Dag des Heren begint. Voor de PW-weergave is Daniëls 70e week de 7-jarige Verdrukking die drie verschillende tijdsperioden bevat: (a) het ‘begin van weeën’, dat is de eerste 3½ jaar; (b) de ‘Grote Verdrukking’ die begint in het midden van de 70e week (aan het begin van de laatste 3½ jaar). Het wordt ook wel ‘de tijd van Jakobs benauwdheid’ genoemd omdat deze "Grote Verdrukking" de toorn van de mens tegen de mens is (niet Gods toorn). De Grote Verdrukking is bovendien ‘ingekort’ en zal minder dan 3½ jaar duren; (c) de Dag des Heren, de tijd van Gods toorn. Nogmaals, die begint met de opening van het 7e zegel. Volgens PW moet de Dag des Heren duidelijk onderscheiden worden van de Grote Verdrukking. Deze twee tijdsperioden zijn verschillend en gescheiden en mogen elkaar nooit overlappen. Ze vinden allebei plaats gedurende de laatste 3½ jaar, beginnend met de Grote Verdrukking en onmiddellijk gevolgd door de Dag des Heren. Het is onzeker wanneer de Grote Verdrukking eindigt en wanneer de Dag des Heren begint, omdat niemand de dag of het uur kent (Mat.24:36). De Dag des Heren zal ergens in de tweede helft van de 70e. week beginnen en zal eindigen aan het einde van die 70e. week. De onzekerheid heeft betrekking op wanneer het zal beginnen. Rosenthal stelt dat de Dag des Heren zal beginnen ‘lang voor het einde van de 70e. week... [en] een aanzienlijke periode voordat de 70e. week eindigt.’ PW maakt duidelijk dat de Dag des Heren langer moet zijn dan vijf maanden, omdat alleen al het oordeel verbonden met de 5e. bazuin vijf maanden duurt (Op.9:1, 5) en alle bazuin oordelen vinden plaats tijdens de Dag des Heren. De Dag des Heren zal onmiddellijk volgen op de Opname van de Gemeente, die volgens PW beschreven wordt in Mattheüs 24:31. Dit alles leidt tot de PW-visie dat de Gemeente op aarde is wanneer de Antichrist een verdrag met Israël sluit dat het begin van de 70e. week markeert. De Gemeente moet dan de 70e. week ingaan, moet de eerste 3½ jaar doorlopen en zal gedurende een aanzienlijk deel van de tweede helft van de 70e. week op aarde zijn. De Gemeente zal pas worden opgenomen nadat de Grote Verdrukking (het eerste deel van de tweede helft van de Verdrukking) voorbij is, maar onmiddellijk voorafgaand aan de Dag des Heren. Dus de Gemeente moet op aarde zijn om te beslissen of ze het merkteken van de Antichrist zal accepteren of niet, moet bereid zijn om te lijden en te sterven voor Christus, indien nodig, onder de vervolging van de Antichrist en moet op aarde zijn wanneer de Antichrist persoonlijk aanwezig is, bekrachtigd door Satan (Op.13:4), die eist dat de wereld neerbuigt en hem aanbidt, (pag. 137). Voor PW is de aanwezigheid van de Gemeente op aarde ‘gedurende een aanzienlijk deel van de 70e week van Daniël’ belangrijk en wordt beschreven als de grote schare uit elke natie in Openbaring 7. Wat betreft de specifieke oordelen in de periode van de verdrukking, ziet de PW de eerste vier zegeloordelen (Op.6) plaatsvinden tijdens het ‘begin van de weeën’ en het 5e. zegel vindt plaats tijdens de Grote Verdrukking. Tijdens de Dag des Heren vinden de bazuinoordelen plaats, maar niet de schaaloordelen. De schaaloordelen worden pas na de 70e. week van Daniël uitgegoten gedurende de 30 extra dagen die in Daniël 12:11 worden genoemd. De zegeloordelen hebben betrekking op de toorn van ongelovige mensen, terwijl de bazuin- en schaaloordelen de toorn van God inhouden. (24) De Dag des Heren is niet de tijd van Gods toorn in zijn totaliteit omdat de Dag des Heren de bazuin oordelen omvat maar niet de schaal oordelen. De schaaloordelen vinden plaats na de Dag des Heren gedurende de 30 dagen die volgen op Daniëls 70e week. Dus de zegeloordelen en de schaaloordelen maken geen deel uit van de Dag des Heren; alleen de bazuinoordelen vinden plaats in deze tijd.

Vergelijking met andere Opname visies

Om duidelijk te zijn, de PW-weergave verwerpt elke andere vorm van de opname. PW is geen pretribulationistische visie omdat PW erop staat dat de Kerk gedurende het grootste deel van de zeven jaar van Daniëls 70e. week (allemaal behalve de laatste fase die PW de Dag des Heren noemt) op aarde aanwezig zal zijn. De PW-visie is geen midtribulationistische visie omdat het erop staat dat de Opname zal plaatsvinden na het midden van de laatste zeven jaar, ergens rond het midden van de laatste 3½ jaar. De PW-visie is een type van een posttribulationele visie in de zin dat het leert dat de Opname zal plaatsvinden na de Grote Verdrukking. Deze visie herdefinieert echter de periode van de Grote Verdrukking op een manier die ongebruikelijk is. In plaats van te zeggen dat de Grote Verdrukking eindigt op hetzelfde moment dat Daniëls 70e. week eindigt aan het einde van deze periode van 7 jaar, zegt PW dat de Grote Verdrukking eindigt juist voor de Dag des Heren, waarvan ze zeggen dat deze plaats zal vinden op een aanzienlijke tijd vóór het einde van Daniëls 70e. week. Deze visie is dus posttribulationeel, maar niet post-‘Daniel's 70e. week’ (zoals posttrib zou zeggen). De PW-visie is een pre-toorn-, pre-‘Dag des Heren’-visie omdat het leert dat de Opname zal plaatsvinden onmiddellijk voorafgaand aan de Dag des Heren, de tijd dat God Zijn toorn over de aarde uitstort.

Samengevat: deze visie verwerpt de pretribulationele visie omdat het zegt dat de Opname niet zal plaatsvinden vóór Daniëls 70e. week; het verwerpt het midden van de verdrukking omdat het zegt dat de Opname zal plaatsvinden in een significante maar onbekende tijdsperiode na het midden van Daniëls 70e. week; en deze visie verwerpt de posttribulationele visie omdat het de opname niet aan het einde van Daniëls 70e. week plaatst, maar in een significante tijdsperiode voor het einde (= Dag des Heren).

Terreinen van overeenkomst

Persoonlijk houd ik me aan de pretibulationale kijk op de Opname. Met dit gezegd te hebben, ben ik van plan objectief en behulpzaam te zijn door te wijzen op wat volgens mij een paar fatale tekortkomingen zijn van de PW-opname. Ik wil ook duidelijk zijn, zoals ik eerder heb gezegd, dat degenen die de PW-visie volgen, broeders en zusters in Christus zijn met wie ik veel gemeen heb. Pretrib en PW zijn het eens over premillennialisme, een letterlijke hermeneutiek, een zevenjarige verdrukking, de tweede helft van de verdrukking gedomineerd door de antichrist, het merkteken van het beest, ongekende vervolging van de uitverkorenen en Israël, het tijdstip van de slag van Armageddon, en dat de Gemeente de toorn van God niet zal meemaken.

Waarom is het bij al deze overeenkomsten toch belangrijk om de PW-visie te analyseren? Net als elke andere leerstelling, zou de Bijbelgelovige christen de Schrift zo goed mogelijk moeten willen kennen, zelfs als het onderwerpen zoals de Opname betreft. Bovendien ‘werd de leer van de opname niet gegeven om een ​​strijdlustige geest onder de heiligen tot stand te brengen, maar ... om troost en bemoediging te brengen. Hoewel het waar is dat geen enkele visie probleemloos is, ben ik gaan inzien dat elke visie buiten de pretrib-visie problemen heeft die zo fundamenteel zijn dat ‘echte twijfel wordt geworpen op hun geldigheid’ en dat is de reden waarom het geëvalueerd moet worden.

Problemen met de Pre-Wrath-weergave

Zoals ik al eerder aangaf, is de PW-weergave een soort hybride weergave van pretrib en posttrib (hoewel meer post dan pre). Van Kampen bevestigt dit in zijn beweringen dat hij werd verscheurd tussen de pretribulationistische en postribulationistische opvattingen van de opname. Hij is het met zijn vrienden eens dat de Gemeente de toorn van God niet zal zien (1Thes:10; 5:9; Op:10). Toch is hij het ook eens met zijn postribulationistische vrienden dat de uitverkorenen op een dag het doelwit zullen worden van de vervolging van de Antichrist (Mat.4:21-22; 29-31; 2Thes.2:1-8; Op.3:3-10; 14:9-12). Van Kampen was van mening dat er ergens in de Schrift een gemeenschappelijke noemer moest zijn om deze leringen in evenwicht te brengen. Toen hij de tekenen in Mattheüs 24:29-31 overwoog, meende hij een gemeenschappelijk element te hebben ontdekt. Mattheüs 24:29-31 luidt: ‘Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen zijn uitverkorenen bijeen verzamelen uit de vier windstreken, van de uitersten van de hemelen tot de andere uitersten daarvan’. Van Kampen zegt dat de kernwaarheid van PW deze is: De vervolging door Antichrist tijdens de grote verdrukking zal de toorn van Satan zijn (Op.12:12), niet de toorn van God. Wanneer het teken van de zon, maan en sterren aan de hemel wordt gegeven, zal de toorn van Satan tegen de uitverkorenen eindigen, de getrouwen van God zullen worden opgenomen, en dan zal de toorn van God beginnen tegen de goddelozen die overblijven, eindigend met de slag bij Armageddon.

Na een zorgvuldige bestudering van beide boeken van Van Kampen (The Sign, and The Rapture Question Answered), geeft de verklaring van de ‘kernwaarheid" van de PW-visie goed de belangrijkste verschillen weer tussen de PW-opname en de positie vóór de verdrukking. Het identificeert verschillende twijfelachtige elementen van hun theologie. Deze discutabele veronderstellingen zijn: (1) Antichrist zal de Gemeente vervolgen. (2) Satans toorn eindigt bij de Opname en dan begint Gods toorn, en (3) de Opname vindt plaats wanneer Christus terugkeert in grote heerlijkheid.

Probleem #1: De Antichrist zal de kerk vervolgen.

De PW-positie erkent het afzonderlijke bestaan ​​van Israël en de speciale behandeling door God tijdens de Verdrukking wanneer ze de woestijn in wordt gedreven (Op.12), maar het gaat ervan uit dat ze niet eerder worden gered dan aan het einde, wanneer ze denken dat de 144.000 zijn verzegeld. Het grote probleem hier is de aanname van de PW dat de ‘uitverkorenen’, die ook ‘heiligen’ zijn van de periode van de verdrukking, in wezen hetzelfde zijn als van de Gemeente. Er zijn twee belangrijke problemen met deze opvatting. Ten eerste ontbreekt de Gemeente in de Schriftteksten over de Verdrukking. Ten tweede, even belangrijk, deze zevenjarige verdrukkingsperiode is beslist de laatste ‘week’ van Daniël 9:27, en is het als zodanig het laatste deel van de geschiedenis van Israël (bijv. het land Israël, de Tempel, Jeruzalem, de Twee Getuigen, en de 144.000 van de twaalf stammen van Israël) vóór het Duizendjarige Koninkrijk. Dus PW faalt op twee gebieden, (1) ze slagen er niet in om onderscheid te maken tussen Israël en de Gemeente en (2) ze slagen er niet in om onderscheid te maken tussen de Gemeente en de ‘heiligen’ van de verdrukking.

Geen onderscheid kunnen maken tussen Israël en de kerk

Het feit is dat toen Jezus Zijn uitleg gaf van toekomstige gebeurtenissen in de rede op de Olijfberg (Mat.24-25), de Gemeente juist een paar hoofdstukken eerder was aangekondigd (Mat.16:13-18), maar haar samenstelling en bestemming, inclusief de Opname, was nog een mysterie. Historisch gezien ontstond de kerk op de Pinksterdag (Hand.2), en beetje bij beetje kreeg het gestalte. Alle vroege gelovigen waren Joods en de nieuwe Gemeente werd gezien als een voortzetting van hun oudtestamentische overtuigingen. Als Christus het verloop van het tijdperk van de Gemeente en de Opname had besproken, zou het in die tijd erg verwarrend zijn geweest voor de discipelen. Het ‘mysterie’ van de Gemeente werd aan de apostel Paulus geopenbaard en door Hem in meerdere passages in de Schrift beschreven. In Romeinen 11:25 gebruikte hij het woord ‘Verborgenheid’ om de tijdelijke ‘verharding’ van Israël te beschrijven: ‘Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israël verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan’ (Rom.11:25). Het woord ‘mysterie’ (Grieks μυστήριον) betekend een ‘geheim’, of iets dat voorheen verborgen was, maar nu onthuld. Paulus gebruikte het op verschillende plaatsen om verschillende aspecten van de Gemeente en haar opdracht te beschrijven (Rom.16:25; Ef.1:9-10). De Opname zelf wordt in 1Korintiërs 15:51-58 een verborgenheid genoemd. In Efeziërs 3 legde de apostel Paulus meer in detail uit dat het geheimenis van de Gemeente al die tijd deel uitmaakte van Gods doel om heidenen samen met Israël tot erfgenamen te maken. Hij schreef: ‘…waar u immers hebt gehoord van het rentmeesterschap van de genade van God, mij voor u gegeven, dat mij door openbaring de verborgenheid is bekend gemaakt – zoals ik tevoren in het kort geschreven heb; daardoor kunt u, als u dit leest, mijn inzicht opmerken in de verborgenheid van Christus – die in andere geslachten van de mensen niet bekend is gemaakt, zoals zij nu in de Geest geopenbaard is aan zijn heilige apostelen en profeten; dat zij uit de volken medeërfgenamen zijn en medeïngelijfden en mededeelgenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie, waarvan ik een dienaar ben geworden naar de gave van de genade van God, die mij gegeven is naar de werking van zijn kracht. Mij, de allergeringste van alle heiligen is deze genade gegeven om de onnaspeurlijke rijkdom van Christus onder de volken te verkondigen, en voor allen in het licht te stellen wat het rentmeesterschap is van de verborgenheid die van alle eeuwen verborgen was in God, die alle dingen geschapen heeft; opdat nu aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten door de gemeente de veelvoudige wijsheid van God bekend gemaakt wordt, naar het eeuwig voornemen dat Hij heeft opgevat in Christus Jezus onze Heer’ (Ef.3:2-11).

Van Kampen klaagt dat wanneer de pretribulationisten de gebeurtenissen van de rede op de Olijfberg aan Israël toeschrijven, ze er niet in slagen om de hele evangelieboodschap te verkondigen. Ik ben het ermee eens dat studenten van het Woord moeten accepteren dat de hele Schrift nuttig is en dat er bij elke passage rekening mee moet worden gehouden. De juiste hermeneutiek stelt echter ook dat context de sleutel is tot elke passage (PW is het daarmee eens). Dat gezegd hebbende, zijn niet alle secties van toepassing op alle mensen. Alles in de evangeliën is belangrijk en leerzaam voor de Gemeente, maar sommige gedeelten gaan over de geschiedenis van Israël, voor het tijdperk van de Gemeente. Als u dat onderscheid niet maakt, maakt je een groot misbruik aan Bijbelvertaling en uitleg. PW slaagt er hier niet in om dit hermeneutische principe hier van toepassing te laten zijn, zonder opgaaf van redenen. Falen om onderscheid te maken tussen de Gemeente en de ‘heiligen’ van de verdrukking. De PW-theorie stelt de kerk gelijk aan de ‘uitverkorenen’ van Mattheüs 24:31, die door engelen worden vergaderd wanneer Christus terugkeert in macht en heerlijkheid. Er zijn serieuze problemen met deze visie, zoals (1) de glorieuze zichtbare wederkomst van Christus als Koning der Koningen is heel anders dan de beloofde Opname van de Gemeente (meer hierover hieronder) en (2) plots overgaan naar het boek Openbaring, waar de Gemeente niet één keer wordt genoemd in het hele verslag van de verdrukkingsperiode in de hoofdstukken 4-19. De beste verklaring voor Mattheüs 24:31 is drieledig en beide zijn contextueel: (1) de context van Jezus' preek wordt in Mattheüs 24-25 beantwoordt vragen over de toekomst van Israël en het toekomstige koninkrijk, niet de Gemeente omdat de Gemeente, hoewel geopenbaard, nog steeds een mysterie voor de discipelen was. Verder, zoals hierboven vermeld, de ‘heiligen’ gaat over de Joden (24:16) en hun vervolging. Halverwege (‘de gruwel der verwoesting’) zal de vervolging van de Joden erger zijn dan alles wat ze ooit in het verleden hebben geleden, en zal nooit meer zoiets als dit ondergaan. Het is zo erg dat God er een einde aan moet maken, anders zouden geen Jood overleven (24:21-22). Daarom is het lastig om de Gemeente in deze sectie te identificeren en moet de validiteit worden bewezen (PW probeert en is niet overtuigend). Ten slotte (3) identificeert Jezus hoelang deze vervolging duurt voordat Hij er een eind aan maakt. Het is niet een paar maanden of halverwege, zoals PW denkt. (41) Het is eerder drie en een half jaar. ‘Dit wordt tweemaal vermeld in Daniël 9:27; 12:5-7, en het is Daniël die het beginpunt van de vervolging aangaf als de gruwel der verwoesting. Het is precies dit punt dat Jezus oppikte... en gaf als teken aan de Joden om het land te ontvluchten’. Openbaring gaat verder met het verder openen van de timing door 1260 dagen te specificeren (Op.12:6, 13-14).

Een oneerlijke test (Opname of Armageddon?)

Van Kampen stelt een test voor die hij heeft gegeven tijdens lessen over de profetie die hij in de loop der jaren heeft gegeven. Eerst leest hij Mattheüs 24:27-40. Van Kampen vraagt ​​dan: ‘Bepaal nu welke gebeurtenis Christus in gedachten had toen Hij deze specifieke instructie aan Zijn discipelen gaf. Verwijst deze passage naar de slag van Armageddon zoals opgetekend in Openbaring 19:11-21, of verwijst het naar de opname van de heiligen zoals opgetekend in 1Thessalonicenzen 4:15-17?’ Hij stelt dan dat iedereen in zijn klas altijd heeft gedacht dat het over de Opname ging. Het probleem met dit voorbeeld van Van Kampen is dat de vraag zelf erg misplaatst is. Van Kampen maakt van deze twee de enige twee opties. In deze verzen wordt echter niet naar een veldslag verwezen, laat staan ​​naar de specifieke strijd van Armageddon. Als de vraag eerlijk zou worden gesteld, zou deze moeten zijn: ‘Verwijst deze passage naar de glorieuze wederkomst van Christus zoals opgetekend in Openbaring 19:11-21, of verwijst het naar de opname van de heiligen zoals opgetekend in 1Thessalonicenzen 4:15- 17?’ In dat geval twijfel ik er niet aan dat de goed geïnformeerde studenten van hem zeer waarschijnlijk de terugkomst in heerlijkheid zouden kiezen. Ik vermoed dat Van Kampen de vraag niet zo zou formuleren als ik zojuist heb gedaan, omdat hij kennelijk niet gelooft dat er twee afzonderlijke gebeurtenissen (komsten) zijn. In feite maakt hij de opvatting van de Opname vóór de verdrukking belachelijk, omdat deze leert dat de Gemeente naar de tweede komst moet uitkijken, maar dat Israël moet wachten op de derde komst. Natuurlijk is dit niet wat wordt onderwezen door leraren vóór de verdrukking. Het is gemakkelijk te bewijzen dat er twee verschillende gebeurtenissen zijn - de Opname en de Komst in heerlijkheid.

Probleem #2: Satans toorn eindigt bij de Opname en dan begint Gods toorn.

Met behulp van Openbaring 12:12 en 13:4-7 zegt Van Kampen dat Satans toorn de vervolging van Gods uitverkorenen is. (46) De natuurlijke lezing van deze passage toont echter duidelijk aan dat Satans toorn een reactie is op Gods toorn. God straft Satan door hem op de aarde te werpen, wat Satan van nature boos maakt. In dit geval, door Gods soevereine wil, krijgt hij de macht om gelovigen (‘de heiligen’) te vervolgen tijdens de laatste helft van de Grote Verdrukking (42 maanden). De juiste manier om de Grote Verdrukking te zien is dat het de tijd is van zowel Gods toorn als Satans toorn terwijl hij strijdt tegen de soevereiniteit van God. Dit zou geen enkele Bijbelstudent vreemd moeten zijn, want zelfs in deze huidige tijd, maar in mindere mate, is de duivel als een brullende leeuw, zoekend wie hij verslindt, en vervolging van gelovigen veroorzakend (1Petr.5:8-9) terwijl God gebruikt Satans toorn om zijn lichaam op te bouwen.

Kunstmatige verschuiving van Satans toorn naar Gods toorn

Gebruikmakend van de illustraties van de dagen van Noach en de dagen van Lot in Lukas 17:22-30, concludeert Van Kampen dat de Opname zal plaatsvinden op de dag dat Gods toorn begint, waarmee een einde komt aan de toorn van Satan. Zoals ik echter eerder heb aangetoond, verwijst de passage niet naar de Opname, maar naar de Komst in heerlijkheid van Christus. De ergste uitdrukking van Gods toorn zal op dat moment worden geleverd, omdat de strijd van Armageddon wordt gestreden. Maar dat wil niet zeggen dat het eerdere deel van de Verdrukking niet ook het resultaat is van Gods toorn.

Aanname dat Gods toorn niet begint voordat Christus terugkeert.

De veronderstelling van de PW dat Gods toorn pas begint vlak voor de slag van Armageddon past niet bij de feiten die in het boek Openbaring worden onthuld. Zelfs in het allereerste hoofdstuk van Openbaring, zien we Christus als Rechter, met ogen van laaiend vuur, gloeiende bronzen voeten, een stem die klinkt als stromend water, een zwaard dat uit zijn mond komt en een gezicht dat gloeit als de zon in al zijn schittering. (Op.1:13-18). In Openbaring 3:10 kreeg de Gemeente van Filadelfia de belofte dat ze zouden worden bewaard ‘voor het uur van beproeving dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op aarde wonen’ op de proef te stellen’. De implicatie is duidelijk dat Gods toorn over de hele boze wereld zou worden uitgestort zoals Hij had gedaan ten tijde van de zondvloed. In de hoofdstukken 4 en 5 worden toekomstige gebeurtenissen gezien als afkomstig van Gods soevereine troon. Jezus Christus, als de Leeuw van de stam van Juda en het Lam dat werd geslacht, is de enige die waardig is de zegels van de boekrol te openen. Vanaf hoofdstuk 6 opent Jezus de zegels, één voor één, en telkens gebeuren er dingen die Gods toorn en oordeel over de hele aarde weergeven door middel van verschillende natuur- en menselijke rampen. In hoofdstuk 7 houdt God de sterke engelen tegen die de macht hebben om de aarde schade toe te brengen totdat de 144.000 verzegeld kunnen worden. In hoofdstuk 12 wordt, zoals eerder vermeld, Satans toorn getoond, maar het is het resultaat van Gods toorn die tegen hem is geuit. Halverwege de Verdrukking, wanneer mensen moeten beslissen of ze het ‘merkteken van het beest’ willen ontvangen of niet, wordt gezegd dat Gods oordeel is gekomen (Op.14:6-11). Het gaat maar door, om te laten zien dat alle zeven jaren de toorn van God is, in verschillende vormen en door verschillende middelen.

Probleem #3: De Opname vindt plaats wanneer Christus in grote glorie terugkeert.

In deze sectie zijn er een paar problemen met de visie van de PW: (1) men faalt om onderscheid te maken tussen de opname-gebeurtenis en de wederkomst, (2) een onvermogen om te begrijpen wie het Duizendjarige Koninkrijk bevolkt, en (3) een mislukking om goed om te gaan met oordeelsteksten over de schapen en de geiten en de tarwe de dolik. Het nalaten om onderscheid te maken tussen de opname en de glorieuze terugkeer van Christus.

Hoewel ik dit hierboven een beetje heb aangeroerd, wil ik terugkomen op deze kwestie van PW's visie op de rede op de Olijfberg (Mat.24-25), omdat het hun belangrijkste passage is. Voor de PW-positie is er slechts één terugkeer van Christus in zicht en dat is aan het einde van de reeks gebeurtenissen die de Grote Verdrukking beschrijven. Mattheüs 24:30 zegt: ‘Zij zullen de Zoon des Mensen zien op de wolken van de hemel, met kracht en grote heerlijkheid’. PW zegt dat dit de Opname is. Er zijn echter veel verschillen tussen de Opname en de komst van Christus in heerlijkheid.

Interessant is dat PW toegeeft dat de opname niet in de tekst van Mattheüs 24-25, staat, wat betekent dat om het te vinden ‘men moet zoeken naar intertekstuele verbindingen tussen de correspondentie van Thessalonicenzen en de rede op de Olijfberg.’ Hoewel ik bevestig dat men de Bijbel moet gebruiken om de Bijbel te interpreteren, is het van groot belang om ook de context van een bepaalde passage te behouden. PW die alleen op 1Thessalonicenzen 4 vertrouwt om zijn opnamepunt in Mattheüs 24-25 te bewijzen, negeert volledig de intertekstuele verbanden tussen 1Thessalonicenzen 5 en de Dag des Heren en daardoor krijgt hun systeem een ​​enorme klap.

Wie blijft er over om het Duizendjarige Koninkrijk te bevolken?

Als de Opname zou plaatsvinden net voor de slag van Armageddon, en alle gelovigen zouden worden meegenomen net voor de laatste gebeurtenissen van de Verdrukking en geen van hen keert terug, welke mensen zouden dan op het allerlaatste moment gelovigen worden zodat er godvrezende mensen zouden zijn om het Duizendjarige Koninkrijk bevolken? PW's gedachte is dat dit is waar de 144.000 op de voorgrond komen. Ze zijn verzegeld vóór PW's Dag des Heren en zijn daarom onaangeroerd gedurende de hele tijd, totdat Christus terugkeert met Zijn engelen om te oordelen (Mat.25:31 e.v.).

Ik ben het ermee eens dat er veel Joodse mensen zullen zijn die aan het einde geloven als ze de Heer zien die ze hebben doorstoken en om Hem treuren (Jes.53; Zach.12:10), en ze zullen ook behoed worden voor vernietiging (Op.12; vgl. Mat.25:34-46). Ik ben het er ook mee eens dat de 144.000 Joden deel zullen uitmaken van de bevolking van het Duizendjarige Koninkrijk. De visie van de PW is echter gebaseerd op een verkeerd begrip van wie met Christus terugkeert bij Zijn wederkomst, het einde van de periode van de verdrukking. PW leest dat wanneer Jezus terugkeert, in Openbaring 19, alleen engelen Hem vergezellen om de toorn tot rust te brengen. Met andere woorden, als de toorn eenmaal voorbij is en het millennium begint, zullen alleen de 144.000 daarin eindigen. Dit is om een ​​paar redenen erg problematisch. Ten eerste hebben de ‘legers’ geen wapens om mee te vechten, d.w.z. ze zijn ‘niet-strijdende aanhangers van de Messias’, waardoor ze laten zien dat ze niet plaatsvinden tijdens de toorn van de Messias. Ten tweede, omdat dit echte legers zijn, creëren de paarden een probleem, aangezien oordeelsengelen door de hele Schrift nog nooit op paarden zijn gezien. Ten derde is de kleding die wordt gedragen zeer overtuigend om te concluderen dat dit verloste volkeren zijn (vgl. Op.17:14), vooral omdat in context (19:8) de verlosten dezelfde kleding dragen. En ten vierde, de belofte aan de overwinnaar is om te ‘heersen met een ijzeren staf’ (2:27), wat precies is wat er gebeurt in vers 15. Tot besluit: ‘Openbaring 19:14 ontkent niet de aanwezigheid van engelen in deze gelegenheid, maar concludeert eenvoudig dat de engelen hier niet worden genoemd. De heiligen zullen een rol spelen in het oordeel tijdens deze belangrijke episode’. Dit leidt tot het begrip dat in ieder geval de 144.000 en het verloste Israël van de Verdrukking en de verheerlijkte verlosten (die zullen regeren met een ijzeren staf) aanwezig zullen zijn in het Millennium. PW faalt in dit fundamentele exegetische werk. Toch is er in dezelfde lijn een ander probleem in de PW-theologie met de wederkomst van Jezus. Dat wil zeggen, het oordeel van de schapen en de bokken en de tarwe en de dolik.

Het oordeel van de schapen en bokken

Volgens Mattheüs 25:31-46 zal er een oordeel zijn over ‘schapen en bokken’, gebaseerd op hoe mensen Israël behandelden. In de context van Mattheüs 25 zijn de overlevende gelovigen die voor Israël zorgen tijdens de periode van de verdrukking gekwalificeerd als de ‘schapen’. In de visie van PW zouden alle gelovigen bij de Opname zijn meegenomen en zou alleen een overblijfsel uit Israël zelf aan het einde gelovigen worden. Het probleem hier is dat het moeilijk voor te stellen is hoe PW enige ‘schapen’ zou kunnen hebben die vriendelijk handelden jegens Israël, aangezien ze allemaal vertrokken zijn bij de opname.

Van Kampen geeft een zeer onorthodoxe verklaring voor dit dilemma. Aangezien het duidelijk is dat deze heidense overlevenden Christus nog niet hebben aanvaard (omdat ze niet in de opname zijn vertrokken), zegt hij dat ze Christus zullen vertrouwen wanneer ze Hem van aangezicht tot aangezicht zien bij Zijn wederkomst, ‘wanneer de Zoon des Mensen komt in Zijn heerlijkheid’ (Mat.23:31). Het probleem met deze opvatting is dat alle kampen het erover eens zijn dat wanneer Christus komt, Hij komt in oordeel, niet in redding. Die tijd is verstreken. Het is dan tijd om de schapen en de bokken te scheiden, niet om meer te zoeken om schapen te maken.

De gelijkenis van de tarwe en de dolik

De gelijkenis van het tarwe en het dolik is een ander probleem voor de PW-positie omdat deze gelijkenis in Mattheüs 13 ook verwijst naar de scheiding van gelovigen van ongelovigen aan het einde van dat tijdperk (13:24-30, 36-43). Deze gelijkenis lijkt erg op het oordeel over schapen en bokken in die beide gevallen, zijn er veel gelovigen en veel ongelovigen; (2) het vindt plaats aan ‘het einde der tijden’ en (3) de maaiers zijn engelen. Het is moeilijk voor de PW-positie omdat, zoals hierboven vermeld, de PW-visie geen rekening houdt met een groot aantal gelovigen op het einde van de eindtijd. Van Kampen gaat niet in op deze gelijkenis in The Rapture Question Answered. Hoe dan ook, hij vermeldde het teken minstens 15 keer in de Schriftenindex van dat boek. Van Kampen gebruikt deze gelijkenis om over de Opname te spreken en zegt: ‘Als we doorgaan, zullen we zien dat wanneer gelovigen door Christus in de wolken worden ontvangen bij de Opname van de Gemeente, en de engelen van God zullen zijn het die de tarwe in Mijn schuur brengen' (Mat.13:30) en die 'Zijn uitverkorenen verzamelt uit de vier windstreken, van het ene einde van de hemel tot het andere' (Mat.24:31), en dat 'wij die leven en overblijven zullen worden opgenomen [door Gods engelen] samen met hen in de wolken, om de Heer in de lucht te ontmoeten' (1Thes.4:17). Let op de vermenging van uitdrukkingen uit deze gelijkenis met de klassieke passage over de Opname. Het probleem hier is dat deze passage eenvoudigweg niet kan verwijzen naar de Opname, omdat er staat dat deze plaatsvindt ‘aan het einde van de tijd’, wat een verwijzing is naar het Millenniumoordeel (vgl. Mat.24:3; 28:20; 25 :31-46; Op.19:11-21). Om dit te beantwoorden, legt de auteur Hadidian in zijn ‘Prewrath Chart’ uit dat het ‘einde der tijden’ gebeurt in twee fasen: bij de opname (Mat.13 – tarwe/dolik) en net voor het millennium (Mat.25 – schapen/bokken). Deze interpretatie is gewoon te moeilijk om vol te houden omdat (1) geen enkele commentator op deze passage het eens is met de opvatting van PW, het zegt me dat het een geforceerde interpretatie is om op zijn best te passen bij een vooronderstelling, en (2) nog belangrijker, het onkruid, of dolik, wordt eerst verzameld, gebundeld om te worden verbrand, en dan wordt de tarwe in de schuren verzameld. Om de PW-positie juist te laten zijn, zou eerst de tarwe moeten worden geoogst (bij de Opname) en enige tijd later het onkruid verzameld en verbrand (bij het laatste oordeel). Dit past gewoon niet in de context en door dit misverstand heeft PW nog een groot hiaat in haar doctrine.

Gevolgtrekking

Door blogs te lezen en het internet te volgen, heb ik gemerkt dat een aantal predikanten de laatste tijd (bedoeld is 2013) de PW-positie hebben aangenomen, veel van hen jonge mannen. Een mogelijke reden hiervoor is de normale wens van elke generatie om ‘verder te gaan’ dan de vorige, dat kan ik aanbevelen, zolang het Schriftuurlijk nauwkeurig is. Een andere mogelijke reden komt van het feit dat ik een pretribulationist ben en de Bijbelse basis voor de pretrib-visie is evangelisatie en een heilig leven. Godvrezende PW-gelovigen kunnen net zo evangelisch zijn als hun pretrib-broeders en zusters. De PW-visie mist echter de naderende komst van Jezus. PW zoekt naar tekenen of vervullingen van profetische gebeurtenissen. Daarentegen zegt de Bijbel tegen alle christenen dat ze naar Jezus Christus Zelf moeten zoeken. Gerald Stanton concludeert: ‘Zijn komst is het volgende in het geopenbaarde programma van God, en het kan nabij zijn. Daarom kijken we, en kijken we en wachten we op onze Heer uit de hemel. Dit is onze zalige en gezegende hoop, veel hoger en meer in overeenstemming met de Schrift dan het zoeken naar de Antichrist en de tragische jaren van de komende Verdrukking. De volgende stem die we uit de hemel zullen horen, zal ons naar huis roepen!’

Bron: (PDF) A PROPER TIMING: Understanding and Evaluating the Pre-Wrath View of the Rapture | Greg Peterson - Academia.edu

_____________________________________________________________

 

 

 

Pre-Wrath Rapture - Dag des Heren

 

Deel 6

 

 

 

 

Verschijnt binnenkort: In bewerking