Pneumatologie

Wat zegt de Bijbel?

 

 

 

 

Nogmaals de Heilige Geest

 

 

 

 

 

Voorwoord

Vragen zoals: ‘Hoe kunnen mensen nog behouden worden als de Opname van de Gemeente plaats heeft gevonden? De Heilige Geest is dan immers weg?’ maken duidelijk dat de kennis over de Heilige Geest in het algemeen nogal gebrekkig is. We mogen, op grond van wat in het evangelie van Johannes is vermeld over de Heilige Geest niet de conclusie trekken alsof de Heilige Geest niet eerder bestond, dat willen de woorden, ‘de Geest was er nog niet’ niet zeggen. Natuurlijk was de Heilige Geest er wel, Hij maakt immers deel uit van de Drie-Enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest! Met dit artikel hoop ik aan te tonen dat de Heilige Geest er altijd was en actief betrokken was bij Gods handelen met zijn schepping. Laten we beginnen met de vaststelling dat we vier onderverdelingen in het onderwijs van de Heilige Geest kunnen onderscheiden, afhankelijk van de tijdsperiode waarin ze voorkomen. We kunnen daardoor tevens een voortschrijdende openbaring van de Heilige Geest in de Bijbel opmerken. Zo’n ‘tijdsperiode’ kunnen we ook bedelingen noemen, dat een periode is binnen de heilsgeschiedenis die zich van andere onderscheidt door een eigensoortige relatie tussen God en de mens. De vier perioden waarin wij de Persoon van de Heilige Geest willen volgen, zijn: (1) Het verleden, de periode van het Oude testament; (2) De periode van de aanwezigheid van de Heer Jezus op aarde zoals we dat beschreven vinden in de Evangeliën; (3) Het heden, dat wil zeggen de periode van de gemeente; en (4) De Heilige Geest in de toekomst in het Vrederijk.

De Heilige Geest in het verleden

De Heilige Geest in het Oude Testament kenmerkt zich door soevereiniteit, zoals we dat kunnen opmerken in de eerste verzen van Genesis. ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren’. Door de karakterisering van soevereiniteit wordt een zeer breed scala aan activiteiten aangegeven. De Heilige Geest was er dus al voordat Deze werd uitgestort zoals we dat in Handelingen 2 beschreven vinden. In het Oude Testament gaf de Geest mannen en vrouwen de kracht om Gods wil te doen. Tijdens het oudtestamentische tijdperk zou de Geest van God echter op mensen komen en die ook weer kunnen verlaten. Zo vertrok Gods Geest van koning Saul (1Sam.16:14, 18:12) en David, toen hij zijn zonde beleed, vroeg hij dat de Geest niet van hem zou worden weggenomen (Ps.51:11). Neem bijvoorbeeld Jozef die door de Geest farao’s droom verklaarde waarop deze moest vaststellen: ‘Zouden wij ooit iemand kunnen vinden als deze man, in wie de Geest van God is?’ (Gen.41:38). De Geest maakt ook mensen bekwaam voor het uitvoeren van een bepaalde taak, zoals Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda. ‘Ik heb hem vervuld met de Geest van God, met wijsheid, inzicht, kennis en allerlei vakmanschap’ zo zegt de Heer (Ex.31:2). En tot Mozes en de zeventig oudsten werd gezegd: ‘Dan zal Ik neerdalen en daar met u spreken. En van de Geest Die op u is, zal Ik een deel afzonderen en op hen leggen. Zij zullen samen met u de last van dit volk dragen, zodat u die niet zelf alleen hoeft te dragen’ (Num.11:17). En verder denken we maar aan Saul, Simson en nogmaals David. Van de laatste lezen we in het boek Handelingen dat Gods Geest door hem sprak: ‘Heer, U bent het die gemaakt hebt de hemel en de aarde en de zee en alles wat daarin is; die door de Heilige Geest bij monde van onze vader David, uw knecht hebt gezegd…’ (1:16; 4:25). De Heilige Geest was dus vanaf het begin van de schepping al aanwezig en werkzaam, zoals we in bovenstaande voorbeelden hebben gezien. Met Pinksteren echter werd de Heilige Geest uitgestort en werd Hij aan Gods volk gegeven om voor altijd bij hen te blijven. Maar eerst staan we even stil hoe de Heilige Geest zich in Jezus’ tijd manifesteerde.

De Heilige Geest in Jezus’ tijd

Tijdens Christus dagen in het vlees vanwege zijn bediening ten behoeve van het volk Israël, wordt de Heilige Geest gekenmerkt als progressief en kunnen we de activiteiten van de Geest in deze periode terecht zo beschrijven, omdat Hij toen samenwerkte met en door Christus. Zo ontving de Heer Jezus de Heilige Geest, was vol van de Heilige Geest, werd door de Heilige Geest geleid en keerde na de verzoeking in de woestijn in de kracht van de Geest terug (Luk.3:21; 41,14). Toen de Heer later in de synagoge te Nazareth kwam getuigde hij tot de aanwezigen: ‘De Geest van de Heer is op Mij, doordat Hij Mij heeft gezalfd om aan armen het evangelie te verkondigen’ (Luk.4:18; Hand.10:38). De Heer Jezus dreef door de Geest van God de demonen uit, als bewijs dat het koninkrijk van God tot hen was gekomen’ (Mat.12:28). Maar zolang de Heer Jezus nog op aarde verbleef woonde de Heilige Geest nog niet op aarde, dat werd pas werkelijkheid ná Zijn opstanding en hemelvaart zoals de Heer Jezus zelf had aangekondigd zoals we nu zullen zien.

De Heilige Geest in het heden

(1) De komst van de Heilige Geest aangekondigd

De komst van de Heilige Geest werd door de Heer Jezus aldus aangekondigd: ‘Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit nu zei Hij van de Geest, die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt’ (Joh.7:39). Dit wordt later nog eens door de Heer Jezus bevestigd, wanneer Hij tot de discipelen zei: ‘Maar Ik zeg u de waarheid: het is nuttig voor u dat Ik wegga; want als Ik niet wegga, zal de Voorspraak niet tot U komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden (Joh.16:7).

(2) De belofte van de blijvende aanwezigheid van de Heilige Geest

De Heilige Geest zou niet alleen komen maar ook blijvend aanwezig zijn, zoals we mogen vernemen uit de woorden van de Heer zelf: ‘En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Voorspraak geven, opdat Die met u zal zijn tot in eeuwigheid: de geest van de waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet aanschouwt en Hem niet kent; u kent Hem, omdat Hij bij u blijft en in u zal zijn’ (Joh.14:15-17).

(3) De Heilige Geest is verblijf komen maken in de Gemeente en de gelovige

A. De Geest is woning komen maken in de Gemeente dat tot een ‘heilige tempel een woonplaats van de God in de geest werd’ (Ef.2:21-22). Het is een ‘geestelijk huis’ waarin een heilig priesterdom geestelijke offeranden offeren (1Petr.2:5). Paulus maakt de gelovigen in Korinthe duidelijk dat zij als Gemeente, de optelsom van de daar aanwezige gelovigen, ‘de tempel van God zijn en dat de Geest van God in hen, dat is de Gemeente, woont’ (1Kor.3:16). En verder zegt hij: ‘Want wij zijn de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: ’Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun een God zijn en zij zullen mijn volk zijn’ (2Kor.6:16;). De Heilige Geest begon de Gemeente te vormen, door ‘allen, hetzij Jood hetzij Griek, door één Geest tot één Lichaam, dat is de Gemeente, samen te dopen’ (1Kor.12:13) en vervulde vervolgens iedereen die was voorbereid op die zegen.

B. In de gelovige. De Heilige Geest woont niet alleen in de Gemeente als het collectief van de gelovigen, maar ook in de individuele gelovige, zoals geschreven staat: ‘Of weet u niet, dat uw lichaam de tempel is van de Heilige Geest die in u is, die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent. Want u bent voor een prijs gekocht, verheerlijkt dan God in uw lichaam’ (1Kor.6:19). Volgens Plato was het lichaam de gevangenis van de ziel. Het idee dat er twee verschillende dingen zijn, lichaam en geest, heet dualisme. Dualisme is de leer die twee principes (krachten factoren) aanneemt die tegenover elkaar staan en elkaar uitsluiten, bijv. ziel vs. lichaam. Een dualisme tussen ziel en lichaam, waarbij de ziel goddelijke werkelijkheid is terwijl het lichaam ten diepste tot het rijk van het kwaad behoort, is het christelijk geloof van huis uit vreemd. De Bijbel schrijft aan het lichaam echter een waardevolle betekenis toe, één waardoor we God kunnen verheerlijken (Rom.12:1; 6:11-12).

(4) De blijvende aanwezigheid van de Heilige Geest op aarde

Hier stuiten we op het grote fundamenteel verschil tussen de Heilige Geest in het Oude en het Nieuwe Testament, of moeten we zeggen vóór en ná Christus? Zoals gezegd de Heilige Geest was er dus al voordat Deze werd uitgestort zoals we dat in Handelingen 2 beschreven vinden. We geloven immers in het Bijbels onderwijs van een drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest? In het Oude Testament gaf de Geest mannen en vrouwen de kracht om Gods wil te doen, zoals Hij dat ook doet in het Nieuwe Testament daarin is geen verschil. Maar tijdens het oudtestamentische tijdperk zou de Geest van God echter tijdelijk op mensen komen en die weer verlaten. Toen de Heilige Geest met Pinksteren werd uitgestort, werd Hij aan Gods volk gegeven om voor altijd bij hen te blijven (Joh.16:15-17). ‘Een woonplaats van God in de Geest’ (Ef2:22). De Geest is aan de gelovige als een onderpand gegeven van de erfenis, tot de verlossing van de verkregen bezitting, tot lof van zijn heerlijkheid’ (Ef.1:14). Die blijvende aanwezigheid van de Heilige Geest in de Gemeente is ‘tot in eeuwigheid’ (Joh.14:15).

(5) Een beperkte tijd

Zowel de komst als het vertrek van de Heilige Geest is aangekondigd en beschreven in Handelingen 2 en 2Thes.2:3-8. Met de komst van de Heilige Geest is het genadetijdperk aangebroken, met Zijn vertrek zal het oordeel over deze aarde komen. Wij leven nu in een tussen geschoven periode waarin de gemeente van Christus uitgeroepen wordt als ‘een volk voor Zijn Naam’ (Hand.15:14). Ook de tijd waarin het ‘evangelie van de genade van God’ mag worden verkondigd (Hand.20::24). Of, zoals het in de eerste brief van Timotheüs vermeld is: ‘Het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God’ (1Tim.1:11). Omdat de Heilige Geest in de Gemeente woont mogen we dan het moment waarop de Heilige Geest, als ‘weerhouder’ wordt weggenomen gelijkstellen met de Opname? Als we ervanuit gaan dat de ‘hem’ en het tweevoudig ‘hij’ in hoofdstuk 2 van de tweede brief aan de Thessalonicenzen verwijst naar de Heilige Geest, mogen we er dan vanuit gaan dat de genadetijd en het wonen van de Heilige Geest in de Gemeente wordt beëindigd door die ‘wegneming’ van de Heilige Geest waardoor de mens van de zonde, de zoon van het verderf geopenbaard zal worden (2Thes.2:3-8). Met andere woorden is het moment van de Opname gelijk te stellen met de wegneming van de Heilige Geest zoals beschreven in 2Thesslonicenzen 2?

(6) Bedieningen of werkingen van de Heilige Geest

We kunnen verschillende bedieningen van de Geest in de huidige bedeling opmerken: (1) De Heilige Geest is de weerhouder (2Thes.2:7); (2) Hij overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh.16:8); (3) De wedergeboorte komt tot stand door de Heilige Geest (Joh.3:5); (4) De inwoning en zalving is door de Heilige Geest (1Joh.2:27); (5) door de Heilige geest zijn wij, zowel de gelovigen uit de Joden als uit de heidenen, tot één Lichaam gedoopt (1Kor.12:13); (6) We zijn verzegeld met de Heilige Geest (Ef.1:13), en kunnen (7) vervuld worden met de Heilige Geest (Ef.5:18).

(4) De Heilige Geest in de toekomst

Dit betreft het tijdperk van het koninkrijk van Christus, het zogenaamde 1000-jarig Vrederijk. Het werk en de aanwezigheid van de Heilige Geest zal gekenmerkt worden door een wijdverbreid getuigenis over de hele aarde. ‘Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten’ (Jl.2:28-29; Hand.2:16-21). In verband met komst van de Messias spreekt de profeet Zacharia: ‘Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene’ (Zc.12:10). Ezechiël vult dit aan met de volgende woorden: ‘Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeen vergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land; Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn’ (36:24-28). En over het toekomstige volk Israël spreekt hij: ‘Als Ik hen uit het gebied der volken terugbreng en hen uit de landen van hun vijanden verzamel, dan zal Ik Mij voor het oog der talrijke volken aan hen de Heilige betonen. En zij zullen weten, dat Ik de Here hun God ben, zowel wanneer Ik hen in ballingschap wegvoer onder de volken, als wanneer Ik hen weer in hun eigen land verzamel, zonder dat Ik iemand van hen daarginds achterlaat. En Ik zal mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort, luidt het woord van de Here Here’ (Ez.39:27-29).

Hoe het ook mag zijn er zal een geweldige nooit eerder gezien manifestatie komen van de Heilige Geest op aarde, in de nabije toekomst!

____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

De Heilige Geest

Verleden, heden en toekomst

Deel 1

 

 

Voorwoord

Het zijn niet alleen de ongelovigen die niet goed weten wat ze aan moeten met Pinksteren. Kerst begrijpt men nog, Pasen wordt al moeilijker maar Pinksteren is voor velen een vraagteken. Dat gebrek aan kennis over de Persoon en het werk van de Heilige Geest blijkt tijdens gesprekken en/of Bijbelstudies echter ook bij gelovigen te bestaan. Dat komt bijvoorbeeld naar voren wanneer de veelvoorkomende vraag gesteld wordt: ‘Als de Gemeente opgenomen wordt en daardoor ook de Heilige Geest, hoe kunnen er dan nog mensen in de Grote Verdrukking tot bekering komen?’ Deze vraag geeft al aan dat er geen goed inzicht is over de Persoon en het werk van de Heilige Geest. In dit artikel zal ik proberen wat meer licht op dit onderwerp te werpen.

Inleiding

We beginnen met de vaststelling dat we vier onderverdelingen in het onderwijs van de Heilige Geest kunnen onderscheiden, afhankelijk van de tijdsperiode waarin ze voorkomen. We kunnen dan ook een voortschrijdende openbaring van de Heilige Geest opmerken in het Oude en Nieuwe Testament.

(1) De Heilige Geest in het verleden

De Heilige Geest in het Oude Testament kenmerkt zich door soevereiniteit, zoals we dat kunnen opmerken in de eerste verzen van Genesis. ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren’. Door deze karakterisering van soevereiniteit wordt een zeer breed scala aan activiteiten aangegeven. De Heilige Geest was er dus al voordat Deze werd uitgestort zoals we dat in Handelingen 2 beschreven vinden. In het Oude Testament gaf de Geest mannen en vrouwen de kracht om Gods wil te doen. Tijdens het oudtestamentische tijdperk zou de Geest van God echter op mensen komen en die ook weer kunnen verlaten. Gods Geest vertrok van koning Saul (1Sam.16:14, 18:12) en David, toen hij zijn zonde beleed, vroeg hij dat de Geest niet van hem zou worden weggenomen (Ps.51:11). Neem bijvoorbeeld Jozef die door de Geest farao’s droom verklaarde waarop deze verklaarde: ‘Zouden wij ooit iemand kunnen vinden als deze man, in wie de Geest van God is?’ (Gen.41:38). De Geest maakt ook mensen bekwaam voor het uitvoeren van een bepaalde taak, zoals Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda. ‘Ik heb hem vervuld met de Geest van God, met wijsheid, inzicht, kennis en allerlei vakmanschap’ zo zegt de Heer (Ex.31:2). En bij Mozes en de zeventig oudsten: ‘Dan zal Ik neerdalen en daar met u spreken. En van de Geest Die op u is, zal Ik een deel afzonderen en op hen leggen. Zij zullen samen met u de last van dit volk dragen, zodat u die niet zelf alleen hoeft te dragen’ (Num.11:17). En verder denken we maar aan Saul, Simson en David. Van de laatste lezen we in het boek Handelingen dat Gods Geest door hem sprak: ‘Heer, U bent het die gemaakt hebt de hemel en de aarde en de zee en alles wat daarin is; die door de Heilige Geest bij monde van onze vader David, uw knecht hebt gezegd…’ (1:16; 4:25). De Heilige Geest was dus vanaf het begin van de schepping al aanwezig en werkzaam, zoals we in bovenstaande voorbeelden hebben gezien. Met Pinksteren echter werd de Heilige Geest uitgestort en werd Hij aan Gods volk gegeven om voor altijd bij hen te blijven.

(2) De Heilige Geest in Jezus’ tijd

Tijdens Christus dagen in het vlees vanwege zijn bediening voor het volk Israël wordt de Heilige Geest gekenmerkt als progressief en kunnen we de activiteiten van de Geest in deze periode terecht zo beschrijven, omdat Hij toen samenwerkte met en door Christus. Zo ontving de Heer Jezus de Heilige Geest, was vol van de Heilige Geest, werd door de Heilige Geest geleid en keerde na de verzoeking in de woestijn in de kracht van de Geest terug (Luk.3:21; 41,14). De Heer Jezus dreef door de Geest van God de demonen uit, als bewijs dat het koninkrijk van God tot hen was gekomen’ (Mat.12:28). Hij was door God gezalfd om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen (Luk.4:18; Hand.10:38) met de daarbij behorende tekenen. Maar zolang de Heer Jezus nog op aarde was woonde de Heilige Geest nog niet op aarde, dat werd pas werkelijkheid ná Zijn opstanding en hemelvaart zoals we in hierna zullen zien.

(3) De Heilige Geest in het heden

In de huidige tijd woont en dient de Heilige Geest in de Gemeente en in de gelovigen. De Heilige Geest verbleef permanent in deze wereld vanaf de Pinksterdag en werd woonachtig in de Gemeente, die werd tot een woonplaats van God in de Geest’ (Ef.2:22). Hij begon de Gemeente te vormen, door ‘allen door één Geest tot één Lichaam samen te brengen’ (1Kor.12:13) en vervulde vervolgens iedereen die was voorbereid op die zegen.

De Heilige Geest’s blijvende aanwezigheid op aarde

Hier stuiten we op het grote fundamenteel verschil tussen de Heilige Geest in het Oude Testament en het Nieuwe Testament, of moeten we zeggen vóór en ná Christus? De Heilige Geest was er dus al voordat Deze werd uitgestort zoals we dat in Handelingen 2 beschreven vinden. We geloven immers in het Bijbels onderwijs van een drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest? In het Oude Testament gaf de Geest mannen en vrouwen de kracht om Gods wil te doen, zoals Hij dat ook doet in het Nieuwe testament. Tijdens het oudtestamentische tijdperk zou de Geest van God echter tijdelijk op mensen komen en weer verlaten. Gods Geest vertrok van koning Saul (1Sam.16:14, 18:12) en David, toen hij zijn zonde beleed, vroeg hij dat de Geest niet van hem zou worden weggenomen (Ps.51:11). Toen de Heilige Geest met Pinksteren werd gegeven, werd Hij aan Gods volk gegeven om voor altijd bij hen te blijven. De Geest is aan de gelovige als een onderpand gegeven van de erfenis, tot de verlossing van de verkregen bezitting, tot lof van zijn heerlijkheid’ (Ef.1:14).

De komst van de Heilige Geest aangekondigd

De komst van de Heilige Geest werd door de Heer Jezus aldus aangekondigd: ‘Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit nu zei Hij van de Geest, die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt’ (Joh.7:39). Dit wordt nog eens door de Heer later nog eens bevestigd, wanneer Hij tegen de discipelen zegt: ‘Maar Ik zeg u de waarheid: het is nuttig voor u dat Ik wegga; want als Ik niet wegga, zal de Voorspraak niet tot U komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden (Joh.16:7).

De belofte van de blijvende aanwezigheid van de Heilige Geest

De Heilige Geest zou niet alleen komen maar ook blijvend aanwezig zijn, zoals we mogen vernemen uit de woorden van de Heer Jezus. ‘En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Voorspraak geven, opdat Die met u zal zijn tot in eeuwigheid: de geest van de waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet aanschouwt en Hem niet kent; u kent Hem, omdat Hij bij u blijft en in u zal zijn’ (Joh.14:15-17).

De Heilige Geest komt wonen in de Gemeente en de gelovige

(1) In de Gemeente. De Geest is woning komen maken in de Gemeente dat tot een ‘heilige tempel een woonplaats van de God in de geest is’ (Ef.2:21-22). Het is een ‘geestelijk huis’ waarin een heilig priesterdom geestelijke offeranden offeren (1Petr.2:5). Paulus maakt de gelovigen in Korinthe duidelijk dat zij als Gemeente, de optelsom van de daar aanwezige gelovigen, ‘de tempel van God zijn en dat de Geest van God in hen, dat is de Gemeente, woont’ (1Kor.3:16; vgl. 2Kor.6:16;).

(2) In de gelovige. Maar de Geest woont niet alleen in de Gemeente als collectief, maar ook in de individuele gelovige, zoals geschreven staat: ‘Of weet u niet, dat uw lichaam de tempel is van de heilige geest die in u is, die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent. Want u bent voor een prijs gekocht, verheerlijkt dan God in uw lichaam’ (1Kor.6:19).

Bedieningen of werkingen van de heilige Geest

Zeven verschillende bedieningen van de Geest in de huidige bedeling kunnen we opmerken: (1) De Heilige Geest is de weerhouder (2Thes.2:7), (2) Hij overtuigd (Joh.16:8), (3) de wedergeboorte komt tot stand door de Heilige Geest (Joh.3:5), (4) inwoning en zalving van de Heilige Geest (1Joh.2:27), (5) door de Heilige geest zijn wij tot één Lichaam gedoopt (1Kor.12:13), (6) we zijn verzegeld met de Heilige Geest (Ef.1:13), en kunnen (7) vervuld worden met de Heilige Geest (Ef.5:18).

(4) De Heilige Geest in de toekomst

Het tijdperk van het koninkrijk van Christus. Het werk en de aanwezigheid van de Heilige Geest zal gekenmerkt worden door een wijdverbreid getuigenis over de hele aarde. ‘Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten’ (Jl.2:28-29; Hand.2:16-21). Te noemen valt ook nog Zach.12:10 – ‘Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene’. Over het teruggekeerd volk Israël naar het land spreekt Ezechiël met de volgende woorden: ‘Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeen vergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land; Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn’ (36:24-28). Hoe het ook mag zijn er zal een geweldige nooit eerder gezien manifestatie komen van de Heilige Geest in de toekomst op aarde!

(5) De Heilige Geest in ons leven (Praktische toegepast)

Wat hebben we aan al die theoretische kennis als het geen ‘handen en voeten’ krijgt in het leven van een gelovige? Veel gelovigen zijn onbekend met het feit dat de Heilige Geest in hen woning is komen maken toen ze tot geloof kwamen (Hand.2:38; vgl. 19:2). We hebben als vastgesteld dat ‘het lichaam van de gelovige de tempel is van de Heilige Geest die in u is, die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent? Want u bent voor een prijs gekocht; verheerlijkt dan God in uw lichaam! (1Kor.6:19-20). Dus dat is wel degelijk iets om rekening mee te houden, want we worden opgeroepen om God te verheerlijken! De inwonende Heilige Geest is de bron waardoor we de kracht krijgen om God te dienen en van de Heer Jezus te getuigen (Hand.1:8; Fil.4:13). Door die Geest mogen we als gelovige vervuld en geleid worden (Ef.5:18) waarbij Gods Woord een lamp voor onze voet en een licht op ons pad (Ps.119:105). De Heilige Geest zal ons in staat stellen Gods Woord te verstaan, Hij zal ons in de hele waarheid leiden (Joh.14:26; 16:12-15). Over de Heilige Geest in ons leven is nog veel meer te zeggen maar ik wil afsluiten met de woorden: ‘Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen’ (Gal.5:25).

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

De Heilige Geest

 Deel 2

 

 

(Vervolg op het artikel: De Heilige Geest, verleden, heden, toekomst)

 

Voorwoord

In het voorgaand artikel heb ik proberen aan te tonen dat de Heilige Geest, die deel uitmaakt van de Drie-enige God, er altijd geweest is en actief betrokken is geweest vanaf de schepping van hemel en aarde. We hebben vastgesteld dat we vier onderverdelingen in het onderwijs over de Heilige Geest kunnen onderscheiden, afhankelijk van de tijdsperiode waarin ze voorkomen: verleden, in Jezus’ tijd, heden en toekomst. Nu willen we verder ingaan op het werk van de Heilige Geest in onze tijd, in de Gemeente en in de gelovige. Het eerste deel ging over de komst van de Heilige Geest en het ontstaan van de Gemeente, het tweede deel begint met de ‘wegneming’ van de Heilige Geest en de Opname van de Gemeente. Hoe zag de wereld van vóór en van ná de aanwezigheid in de Gemeente van de Heilige Geest eruit?

Inleiding

Wij kunnen ons moeilijk een beeld vormen van de tijd van vóór de uitstorting van de Heilige Geest. De Heer Jezus spreekt in de rede op de Olijfberg over ‘de dagen van vóór de zondvloed, etend en drinkend, trouwend en uithuwelijkend’ (Mat.24:38). En het boek Genesis vult aan: ‘Toen de Here zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was’ (Gen.6:5). Over die ‘oude wereld, de wereld van de goddelozen’ (2Petr.2:5), die ‘toenmalige wereld’ als oordeel de zondvloed gebracht (2Petr.2:5; 3:5). De Heilige Geest wordt, met verwijzing naar de tweede brief aan de Thessalonikers wel eens ‘de weerhouder’ genoemd. Hoewel dat woord er zo niet letterlijk vermeld staat geeft het toch wel duidelijk weer wat het gevolg is van de aanwezigheid van de Heilige Geest in deze wereld. ‘En nu, u weet wat hem tegenhoudt, opdat hij geopenbaard wordt op zijn tijd. Want de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al. Alleen hij die nu tegenhoudt, blijft totdat hij weggenomen wordt. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden’ (2Thes.2:6-8). Het gaat hier over de komst en openbaring van de Antichrist, ‘wiens komst naar de werking van de satan is met allerlei kracht en tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei bedrog van de ongerechtigheid’ (2Thes.2:9). Dat zal een verschrikkelijke tijd zijn, waarover het profetisch woord ons verder inlicht. De Heer Jezus spreekt van ‘een grote verdrukking zoals er niet geweest is van het begin van de wereld tot nu toe en er ook geenszins meer zal komen’ (Mat.24:21). Maar de wereld van vóór de komst van de Heilige Geest, vóór zijn blijvende aanwezigheid en verblijf in deze wereld in de Gemeente en de gelovigen, toont ons dan ook een beeld van een wereld van geweld en zonde, zoals we die ook zullen vinden vlak voor Jezus komst: zoals het was in de dagen van Noach! We hoeven naast de informatie die de Bijbel ons daarover geeft er de profane wereldgeschiedenis maar naast leggen om dat vast te kunnen stellenPsalm 2 geeft een heenwijzing naar de tijd wanneer de Heilige Geest als ‘weerhouder’ weggenomen is. We lezen daar: ‘Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen! (Ps.2:1-3). Een tekst die aangehaald wordt door de discipelen nadat Petrus en Johannes door de Joodse raad waren vrijgelaten.

Gevolgen van de komst van de Heilige Geest in deze wereld

In het onderwijs dat de Heer Jezus aan zijn discipelen meedeelde horen we over de gevolgen van de komst van de Heilige Geest. De Heer Jezus zei: ‘En als Die (de Heilige Geest) is gekomen, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; en van gerechtigheid, omdat Ik naar Mijn Vader heenga en u Mij niet meer aanschouwt; en van oordeel, omdat de overste van deze wereld is geoordeeld’ (Joh.16:8-11). Het Griekse woord e’legcho’ kan de betekenis hebben van ‘ontmaskeren’, door weerlegging aan het licht brengen.

(1) Overtuigen van zonde

De Heilige Geest overtuigd van één specifieke zonde en dat is ongeloof. Gods wet en het geweten van de mens zal de zondaar overtuigen van zijn of haar zonden. De Heilige Geest zal, door het getuigenis van de gelovigen, de wereld overtuigen van hun ongeloof. Hoe dan ook het is het ongeloof dat de verloren zondaars veroordeelt (Joh.3:18-21)

(2) Overtuigen gerechtigheid

De Heilige Geest overtuigd de zondaar van gerechtigheid, niet van ongerechtigheid. Wiens gerechtigheid? De gerechtigheid van Jezus Christus, het volmaakte Lam van God! De wereld wilde de Zoon van God niet ontvangen (Joh.1:10), daarom keerde Hij terug naar de Vader. Toen Hij hier op aarde was werd Hij beschuldigd door mensen een godslasteraar, wetsovertreder, bedrieger en zelfs een demon te zijn. De Geest van God openbaarde de Heiland in het Woord en op deze manier verheerlijkte de Geest Hem (Joh.16:13-14). De Geest openaard ook Christus in het leven van de gelovige. De wereld kan de Geest van God niet zien, noch ervaren maar ze kunnen het zien als ze naar de levens van toegewijde gelovigen kijken.

(3) Overtuigen van oordeel

De Heilige Geest overtuigd de ongelovigen van oordeel. De Heer Jezus verwijst naar het oordeel van Satan dat door Jezus’ dood op het kruis tot stand was gebracht (Joh.12:31; vgl. Kol.2:15). Satan is de overste van deze wereld, maar hij is een verslagen overste. Satan is al verslagen maar de uitvoering van het oordeel zal gebeuren wanneer de Heer Jezus terugkomt.

De Geest van de waarheid

In een drietal tekstgedeelten vinden we omschrijving wat de taak van de Heilige Geest is in het verstrekken van onderwijs betreffende het openbaren van de waarheid. (1) ‘Maar de Voorspraak, de Heilige Geest, die de Vader zal zenden in mijn naam, Die zal u alles leren en in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd’ (Joh.14:26). Wellicht mogen we daar de vier Evangeliën in zien, die verhalen ‘Alles wat Jezus is begonnen zowel te doen als te leren tot op de dag dat Hij werd opgenomen’ (Hand.1:1). (2) ‘Maar wanneer Hij gekomen is, de geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden. Daar mogen we dan het verder onderwijs in zien zoals in de diverse brieven geschreven is. Aan de apostel Paulus werd het rentmeesterschap van God gegeven, om het woord van God te voleindigen de verborgenheid die van alle eeuwen en geslachten verborgen is geweest, maar die nu geopenbaard is aan zijn heilige’ (Kol.1:25-26; Rom.16:25-26; Ef.3:3,5, 9-10). (3) want Hij zal vanuit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen’ (Joh.16:13). Het is duidelijk, dat naast allerlei gegevens in de Evangeliën en de brieven betreffende de toekomstige dingen, hier in het bijzonder gedacht moet worden aan het boek Openbaring. De Openbaring van Jezus Christus is ons gegeven om te tonen wat spoedig gebeuren moet (Op.1:1).

Kennen door openbaring

De natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest van God is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen omdat het geestelijk beoordeeld wordt’, dat zegt de apostel Paulus van de mens zonder God. Dat wij, wederom geboren gelovigen wel kunnen aannemen wat van de Geest is komt omdat wij Gods Geest hebben ontvangen toen wij tot geloof kwamen. ‘U die wedergeboren bent, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levend en blijvend woord’ waardoor daardoor zouden opgroeien (1Petr.1:23; 2:2). De openbaring van wat van de Geest van God is, is door het Woord, want alle Schrift is door God ingegeven (2Tim.3:14-16). De algemene openbaring is begonnen in de schepping en wordt voortgezet in de onderhouding en regering van alle dingen. De bijzondere openbaring heeft God voor ons doen te boek stellen in de Bijbel. De Bijbel is de beschreven openbaring, het beschreven Woord van God.

Vergezichten

‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’. Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest’ (1Kor.2:9-10). Tegen zijn ‘vrienden’ had de Heer Jezus gezegd: ‘Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb’ (Joh.15:15). Wat een bijzonder voorrecht dingen te weten waarvan een ongelovig mens geen weet van heeft en kan hebben. Ik denk vaak aan de tekst in Micha waar de Here van de volkeren zegt: ‘Wel zijn nu vele volkeren tegen u vergaderd, die zeggen: Zij worde ontwijd, en mogen onze ogen zich aan Sion verlustigen! Maar zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer. Maar ons ‘is het echter gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen’ (Mat.13:11). Want, ‘wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die uit God is, opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn’ (1Kor.2:12). En… er is heel wat te ontdekken in Gods Woord, laten we maar eens kijken!

Verborgenheden

In het Nieuwe Testament worden een aantal verborgenheden of geheimenissen onthult. Een verborgenheid is ‘een openbaring, die in de tijden van de eeuwen verwegen is geweest, maar die nu is geopenbaard en door profetische Schriften, naar het bevel van de eeuwige God, tot geloofsgehoorzaamheid aan alle volken is bekend gemaakt’ (Rom.16:25-26). We kunnen er een viertal onderscheiden: (1) De Heer Jezus als een middelpunt van Gods raad (Rom.16:25; 1Kor.2:7); (2) De verborgenheid in verband met de Gemeente (Ef.3:9; 5:32: Kol.1:26, 2:2); (3) De verborgenheid in verband met Christus komst, verschijning en eeuwige heerschappij (1Kor.15:51; Ef.1:9-11); (4) In verband het volk Israël (Rom.11:25). Deze verborgenheden of geheimenissen zijn ons geopenbaard in Gods Woord, zaak dus om het Woord erop na te slaan!

Ik vermag alle dingen door Hem

De apostel Paulus kwam, na zijn verblijf in Athene (Hand.17), aan in Korinthe, en schrijft hij… ‘En ik was bij u in zwakheid, in vrees en in veel beven’ (1Kor.2:3). Maar eenmaal aanwezig in Korinthe krijgt hij van de Heer de bemoediging: ‘Wees niet bang, maar spreek en zwijg niet, want Ik ben met je, en niemand zal de hand aan je slaan om je kwaad te doen’ (Hand.18:9). Ook hier kan de inwonende Heilige Geest in de gelovige een belangrijke rol spelen! ‘Want God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid’ (2Tim.1:7). De discipelen zouden kracht ontvangen wanneer de Heilige geest over hen zou komen, en zij zouden Jezus’ getuigen zijn (Hand.1:8). En zo, in die overtuiging zijn de discipelen van de Heer Jezus uitgegaan in de wereld beginnende te Jeruzalem en Samaria en God getuigde mee zowel door tekenen als wonderen en allerlei krachten en uitdelingen van de Heilige geest naar zijn wil’ (Heb.2:4).

_____________________________________________________________

 

Wat zegt de Bijbeld?

 

 

De Heilige Geest

 

 

 

Voorwoord

De Heilige Geest is een aanduiding die wordt toegepast op de derde (gelijke) Persoon in de drie-eenheid. Het woord drie-eenheid is geen Bijbelse term, hoewel het ongetwijfeld een Bijbelse waarheid is.

(1) In het Oude Testament. De nadruk van het Oude Testament ligt op goddelijke eenheid. Maar zelfs daar kan een goddelijke meervoudigheid worden gezien in de betekenis van Elohim (vgl. Deut.6:4), een veelvoud van personen en eenheid van wezen.

(2) In het Nieuwe Testament wordt de nadruk gelegd op de individuele personen van de Drie-eenheid en hun afzonderlijke verantwoordelijkheden met het oog op verlossing, maar ook hier zijn er af en toe verwijzingen naar goddelijke eenheid van wezen (vgl. Mat.28:19).

Inleiding

We kunnen vier onderverdelingen voor de leer van de Heilige Geest onderscheiden, variërend naargelang de tijdsperiode waarin ze voorkomen.

(1) Het Oude Testament. Gekenmerkt door soevereiniteit, begint de eerste periode met de opening van Genesis. Door deze karakterisering wordt een zeer breed scala aan activiteiten aangegeven.

(2) Christus dagen van bediening. Gekenmerkt als progressief, kunnen de activiteiten van de Geest in deze periode terecht zo worden beschreven, omdat Hij toen samenwerkte met en door Christus.

(3) De huidige tijd. Nu woont en dient Hij op verschillende manieren in de Gemeente. Hij werd op de Pinksterdag in de wereld woonachtig. Hij begon tegelijkertijd de Gemeente te vormen en vervulde vervolgens iedereen die was voorbereid op die zegen. Zeven verschillende bedieningen van de Geest in de huidige bedelingen kunnen we opmerken: de geest is de weerhouder (2Thes.2:7), Hij overtuigd (Joh.16:8), wedergeboorte door de Geest (Joh.3:5), inwoning en zalving van de Geest (1Joh.2:27), tot één Lichaam gedoopt (1Kor.12:13), verzegeld met de Geest (Ef.1:13), en vervuld met de Geest (Ef.5:18).

(4) Het koninkrijktijdperk (Hand.2:16-21; vgl. Joël 2:28-32), waarin Zijn bediening gekenmerkt zal worden door een wijdverbreid getuigenis over de hele aarde.

De Geest en de Drie-eenheid

De persoon van de Heilige Geest speelt in de leer van de drie-eenheid een belangrijke rol. Als de Heilige Geest geen goddelijke persoon zou zijn kunnen we niet spreken van een goddelijke drie-eenheid. Het is onmogelijk te verklaren dat een onpersoonlijke kracht, of invloed, de bewerker zou zijn van de wedergeboorte (Joh.3:5), de overtuiging van zonde (Joh.16:8-11), de vernieuwing (Tit.3:5), de heiliging (1Kor.6:11; 1Petr.1:2), het zoonschap (Rom.8:15), het bezit van de liefde van God (Rom.5:5), de geestelijke vrucht (Gal.5:22), de verzegeling (2Kor.1:22; Ef.1:13, 4:30), de zalving (2Kor.1:21) en de opstanding (Rom.8:11). Het was Athanasius die in het jaar 305 de wezensgelijkheid van de Geest beleed en alle subordinatianisme (ondergeschiktheid van de Geest aan de Vader en de Zoon, of van de Geest en de Zoon aan de Vader) verwierp.

De Heilige Geest als Persoon

Dat de Heilige Geest niet een of andere emanatie (voortvloeing van bepaalde en op of uit zichzelf bestaand ‘iets’ substanties uit de godheid) van God is, een kracht of macht, maar een echte persoon, onderscheiden maar niet gescheiden van de Vader en de Zoon. Als de paraklétos helpt Hij, staat Hij bij, bemoedigt, troost, vermaant Hij, Hij onderwijst en getuigt, Hij hoort, spreekt en overtuigt, Hij leidt, Hij zendt profeten, Hij heft een banier op tegen de vijanden. Hij kan bedroefd worden, Hij woont in de gelovigen en in de Gemeente. Hij roept dienstknechten van God, Hij vormt zich een oordeel over een zaak. Hij doorzoekt de diepe dingen van God. Hij bidt. Hij legt getuigenis af. Hij denkt, voelt en wil, oftewel: heeft wijsheid en verstand, emoties en een eigen wil. Het is toch niet mogelijk al deze zaken toe te schrijven aan een of andere onpersoonlijke kracht of invloed? Daar komt bij dat over de Heilige Geest nooit gesproken wordt als ‘Het’ maar over ‘Hij’. De Heer Jezus verwijst naar de Heilige Geest als de andere Trooster, Voorspraak of Pleitbezorger die de Heilige Geest in plaats van de Zoon op aarde inneemt, waardoor de Geest op gelijke niveau geplaatst wordt als de Zoon. Veelzeggend is ook Handelingen 13:2 waar staat: ‘De Heilige geest zei: ‘Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen heb geroepen’. Omdat er een aantal teksten zijn die de Heilige Geest koppelen aan de Vader en de Zoon (o.a. Mat.10:20; Ef.3:14,16; Gal.4:6; Rom.8:9; Fil.1:19; 1Petr.1:11; Hand.16:7), wil dat nog niet zeggen dat de Heilige Geest niet een andere Persoon binnen de drie-eenheid is. Dat wordt duidelijk in de doopformule in Mat.28:19 ‘hen dopend tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’ (zie: Joh.16:12-14; 1Kor.12:4-6; 2Kor.13:13.

De Godheid van de Heilige Geest

De Heilige Geest is een afzonderlijke persoon binnen de drie-eenheid. Hij is een eeuwige ongeschapen persoon, niet een geschapen persoon of een of andere hoge engel. Er zijn geen directe verwijzingen in de Bijbel naar het ongeschapen zijn van de Geest, maar er zijn wel aanwijzingen naar zijn volkomen godheid. Om het maar duidelijk te maken met het voorbeeld van Ananias en Saffira in Handelingen waar het liegen tegen de Heilige Geest gelijkgesteld wordt met liegen tegen God (5:3, 4). Of het wonen van de Heilige Geest in een persoon gelijkgesteld met wonen van Christus in een persoon (Rom.8:9, 10). Hieruit blijkt dat beide, zowel Christus als de Geest gelijkwaardig zijn. Ook de Gemeente als tempel waarin Gods Geest woont de Gemeente van God genoemd kan worden (1Kor.3:16; Ef.2:22).

In veel activiteiten zien we dat de drie personen in de Godheid samen optreden: (1) In de schepping (Gen.1:2; Ps.33:6, 104:30). (2) De inspiratie van de Bijbel (1Petr.1:10v.; 2Petr.1:21). (3) In de incarnatie (vleeswording) (Luk.1:35; Mat.1:18,20). (4) Bij de doop van Jezus (Mat.3:16). (5) Het offer van Christus (Heb.9:14). De opstanding (1Petr.3:18; Rom.1:4). (6) In de wedergeboorte (Joh.3:5; Tit.3:5). (7) Bij de inwoning in de gelovigen (Ef.3:17; Gal.4:6; 1Kor.6:19). (7) In de zalving van de gelovigen (2Kor.1:21; 1Joh.2:20,27; Hand.10:38). (8) De heiliging van de gelovigen (Jud.:1; Ef.5:26; Heb.2:11; 1Kor.6:11). (9) In de verschillende bedieningen van de gelovigen (Hand.20:28; 1Kor.12:4-11). (10) In bewaring van de gelovigen (Ef.1:13v.; 4:30). (11) In de Gemeente (Ef.2:21; 1Kor.3:16; 2Kor.6:16). (12) Bij de opstanding van de doden (Rom.8:11).

Uit onderstaande voorbeelden blijkt dat de Heilige Geest niet alleen God is, maar dat zelfs de Godsnaam Jahweh op hem wordt betrokken: (1) In Ps.95:7-11 waar Jahweh het is die spreekt, wordt daarvan in Hebr.3:7-11 gezegd dat het de Heilige Geest is. (2) Hetzelfde vinden we in Jes.6:9 en Hand.28:25. Ook in Jes.64:1 waar gezegd wordt ‘Och, dat Gij de hemel scheurdet, dat Gij nederdaaldet’ is gelijk aan Mark.1:10 waar de Heer Jezus zegt: ‘ik zag de hemelen scheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen’. (3) In Jer.31:33 waar Jahweh het woord voert, is het in Heb.10:15vv. de Heilige Geest. Het maakt voor de nieuwtestamentische schrijvers geen verschil om Jahweh of Geest te zeggen.

Namen van de Heilige Geest die naar personen verwijzen:

Verwijzingen naar personen:

1. De Godheid: de Geest van God (Gen.1:2 enz. Mat.3:16 enz.) (1Kor.6:11: van onze God; 2Kor.3:3: van de levende God), de Geest van Adonai Jahweh (Jes.61:1), ‘mijn Geest’ (Gen.6:3 enz.; Mat.12:18; Hand.2:17), ‘uw Geest’ (Neh.9:30; Ps.104:30; 139:7), zijn Geest (Num.11:26; Ps.106:33; Jes.48:16; Zach.7:12).

2. Vader en Zoon: ‘de Geest van uw Vader’ (Mat.10:20; vgl. Ef.3:14,16: ‘de Vader… zijn Geest), de Geest van zijn Zoon (Gal.4:6), de Geest van Jezus (Hand.16:7), de Geest van Christus (Rom.8:9; 1Petr.1:11), de Geest van Jezus Christus (Fil.1:19), de Geest van de Heer (Hand.5:19; 2Kor.3:17; vgl. 18)

3. Eigen naam: De enige geheel eigen naam of omschrijving van de Heilige Geest is Paraklétos (Trooster, Voorspraak, Pleitbezorger, Zaakwaarnemer, Belangenbehartiger) in Joh.14:16, 26; 15:26.

Verwijzingen naar eigenschappen:

1. Telwoorden: één Geest (Ef.4:4), zeven Geesten (Op.1:4 enz.).

2. Bijvoeglijk naamwoord: de Heilige Geest (Ps.51:13; Jes.63:10v. Mat.1:20 enz.), ‘uw goede Geest’ (Ps.143:10; Neh.9:20), de eeuwige Geest (Heb.9:14).

3. Bezitsnaamval: De g/Geest van de wijsheid (Ex.28:3; Deut.34:9; Jes.11:2: de Geest van wijsheid en verstand; Ef.1:17: de g/Geest van wijsheid en openbaring).

4. De Geest van raad en sterkte (Jes.11:2).

5. De Geest van kennis en vreze des Heren (Jes.11:2).

6. De g/Geest van het oordeel (Jes.28:6 SV).

7. De Geest van de waarheid (Joh.14:17; 15:26; 16:13; 1Joh.4:6).

8. De Geest van de heiligheid (Rom.1:4).

9. De Geest van het leven (Rom.8:2).

10. De g/Geest van het zoonschap (Rom.8:15).

11. De g/Geest van zachtmoedigheid (1Kor.4:21; Gal.6:1).

12. De g/Geest van het geloof (2Kor.4:13).

13. De Heilige Geest van de belofte (Ef.1:13).

14. De g/Geest van kracht, liefde en bezonnenheid (2Tim.1:7).

15. De Geest van genade (Heb.10:29; Zach.12:10: ‘der genade en der gebeden’).

16. De Geest van de heerlijkheid en kracht (1Petr.4:14).

17. De Geest van de profetie (Op.19:10).

Het is in enkele gevallen niet duidelijk of de ‘Heilige Geest’ of ‘geest’ (in de zin van Gezindheid, innerlijk) bedoeld is.

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

 

De Persoon en het Werk van de Heilige Geest

 

 

 

 

Bron: http://www.middletownbiblechurch.org/holyspir/index.htm

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (HSV) Vertaling en voetnoten door M.V.

 

Inleiding

Is de Heilige Geest een Persoon, of is Hij louter een werkzame kracht, een macht, een soort van energie, een invloed?

Valse zienswijzen

Vele sekten/culten leren valse dingen over de Persoon van de Heilige Geest. Zij ontkennen dat Hij een Persoon is. Arius (vroeg in de 4de eeuw: 309-336 n.C.) werd 'De eerste Jehovah’s getuige' genoemd wegens zijn ketterse zienswijze over de Persoon van Christus, en was een afspiegeling van de hedendaagse Jehovah’s getuigen. Hij leerde dat de Heilige Geest 'de uitgeoefende energie van God' was. Socinus leefde in de 16de eeuw en was de stichter van wat uiteindelijk het Unitarianisme werd. Hij leerde dat de Heilige Geest de 'eeuwig voortgaande energie van God' was. Jehovah’s getuigen, in hun boek De Waarheid die tot eeuwig leven leidt, propageren deze dwaling: 'Hij bracht de schepping niet met werktuigen tot stand zoals door mensen worden gebruikt, maar door middel van zijn heilige geest, ofte wel zijn onzichtbare werkzame kracht' (p. 20). In hetzelfde boek staat verder: 'Wat de ‘Heilige Geest’ betreft, de zogenoemde ‘derde Persoon van de Drie-eenheid’, wij hebben reeds vernomen dat deze niet een persoon, maar Gods werkzame kracht is. Johannes de Doper zei dat Jezus met heilige geest zou dopen net zoals Johannes met water had gedoopt. Water is geen persoon, noch is de heilige geest een persoon. … (de apostelen) ‘allen met heilige geest [werden] vervuld’. Werden zij ‘vervuld’ met een persoon? Neen, maar zij werden vervuld met Gods werkzame kracht” (p. 24). Dit is een erg duidelijke ontkenning dat de Heilige Geest een persoon is. Zij verwijzen naar de Heilige Geest als een “werkzame kracht”. Mormonisme leert dat “Jezus Christus, een kleine baby zoals wij allen waren, opgroeide tot een man, en werd vervuld met een goddelijke substantie of fluïdum, genaamd de Heilige Geest” (Key to Theology by Parley P. Pratt, p. 38). Christian Science heeft de bizarre zienswijze dat “Christian Science de Heilige Trooster is” (p. 277). “De Heilige Geest is de Wetenschap van Christendom” (p. 351). De citaten komen uit Science and Health door Mary Baker Eddy (1913 editie). Christadelphianisme leert: “de Heilige Geest is geen persoonlijke God, onderscheiden van de Vader, maar de radiante onzichtbare kracht of energie van de Vader” (geciteerd in Sanders, Heresies Ancient and Modern). Is de Heilige Geest echt onpersoonlijk, een energie, een werkzame kracht, een substantie, een fluïdum, Christian Science, onzichtbare energie, enz.?

Hoe weten we dat de Heilige Geest een Persoon is? 1 Zie de rubriek over Jehovah’s getuigen: http://www.verhoevenmarc.be/jg.htm 2 Volgens de Nederlandse uitgave weergegeven. 2 De Heilige Geest is een persoon want Hij bezit alle onderscheidende kenmerken van een persoonlijkheid. Wat is een persoon? Wat maakt iemand tot een persoon? Wat zijn de essentiële karakteristieken van een persoonlijkheid? Het volgende schema toont de drie componenten die iemand tot een persoon maken: 1. intellect, 2. wil, 3. emoties: Eerder is er een citaat vermeld, geschreven door Jehovah’s getuigen, waarin zij de Heilige Geest vergeleken met water. Water is geen persoon. Water denkt en redeneert niet, en water weet niets. Water maakt geen keuzes, en maakt evenmin beslissingen over iets. Water beslist niet in welke richting het zal vloeien; het volgt gewoon de stroming. Water bezit geen emoties. Als je water kookt dan wordt het niet droef of blij. Op een regenachtige dag zijn de regendruppels niet droevig en somber. Regen voelt helemaal niets, omdat het geen persoon is. Wat te zeggen van de Heilige Geest? Heeft de Heilige Geest intellect, wil en emoties? Heeft de Heilige Geest Intellect? 1 Korinthiërs hoofdstuk 2:10.13 'Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God. En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn. Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de Heilige Geest ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken.

Het punt hierboven is dat de Heilige Geest de dingen van God kent. Geen mens begrijpt God en wat God is, maar de Heilige Geest wel. Om dingen te kennen moet Hij een intellect hebben, Deze passage benadrukt ook dat de Heilige Geest onze Leraar is, Degene die de dingen van God onthult aan gelovigen. De eerste wet van leraarschap is dat de leraar moet kennen en begrijpen wat hij leert. We kunnen niet onderwijzen wat we niet kennen. De Heilige Geest is onze volmaakte Leraar en Hij heeft een volmaakte begrip en intellect. Lees Jesaja 11:2-3 en merk de zeven beschrijvingen op van de Heilige Geest: de Geest van de HEERE de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. In de Bijbel spreekt het getal zeven van volheid en volmaaktheid. De Geest van God is volmaakt in wijsheid, inzicht, raad, enz. Deze woorden beschrijven intellect. Maar intellect alleen maakt geen persoon. Er moeten ook wil en emotie zijn. Heeft de Heilige Geest een wil? Maakt de Heilige Geest beslissingen en keuzes? “Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil” (1 Korinthiërs 12:11). Wie beslist er welke gelovigen bepaalde geestelijke gaven zouden gegeven worden? De Heilige Geest maakt deze beslissingen, en Hij bedeelt elke gelovige individueel overeenkomstig Zijn keuze. Hij heeft een wil! Lees Handelingen 16:6-7: “En nadat zij door Frygië en het land van Galatië gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. En bij Mysië gekomen, probeerden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest liet het hun niet toe”. Wie besliste er dat zij niet zouden spreken in Asia? En wie verhinderde hen naar Bithynië te reizen? Zij werden niet geleid door een soort van energie. Nee, zij werden geleid door een Persoon. Hebt u ooit een “energie” of “kracht” een beslissing zien maken. Zegt een bliksemschicht soms: “Ik denk en zal beslissen waarop ik zal inslaan”? Samen met intellect en wil is er nog een component van persoonlijkheid. Heeft de Heilige Geest emoties of gevoelens? Lees Hebreeën 10:29: “Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft?” Het vers spreekt van een persoon die de Geest van de genade gesmaad heeft. Kan u iemand smaden die geen gevoelens heeft? Lees Efeziërs 4:30: “En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing”. In dit vers zien we dat de Heilige Geest emotie of gevoelens heeft. De Heilige Geest is HEILIG en Hij heeft gevoelens van afkeer tegen zonde. De Heilige Geest is een Persoon omdat hij alle componenten bezit van een persoonlijkheid: intellect, wil en emotie. De Heilige Geest is een Persoon omdat Hij dingen doet die enkel een Persoon kan doen Lees Johannes 14:26: “Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb” De Heilige Geest is een Leraar. Wanneer u denkt aan een leraar, dan denkt u gewoonlijk aan een persoon, niet aan een onpersoonlijke kracht. Voor de gelovige is het een erg troostende waarheid zich te realiseren dat Degene die in ons woont (1 Korinthiërs 6:19) onze persoonlijke Leraar is, die ons kostbare dingen kan onthullen over onze Verlosser en ons geestelijke waarheden kan tonen, hetgeen los van Hem onmogelijk zou zijn. Het is goed om weten dat wanneer we de Bijbel lezen, de Auteur van de Bijbel, de Heilige Geest, aanwezig is om ons te leren en te onderrichten. Maar, voordat we in de Bijbel lezen, bidden we dan wel tot God om ons te leren en ons Zijn weg voor ons te tonen? “Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de 4 toekomstige dingen zal Hij u verkondigen” (Johannes 16:13). Hij wijst de weg, spreekt, hoort, verkondigt! Enkel een persoon kan zulke dingen doen. Lees Handelingen 8:29: “En de Geest zei tegen Filippus: Ga er naartoe en voeg u bij deze wagen”. Wie gaf Filippus dit bevel? Een onpersoonlijke kracht geeft geen bevel. Kan de zwaartekracht - een onpersoonlijke kracht - u ooit een bevel geven? Het was een Persoon die Filippus dat bevel gaf, en Filippus gehoorzaamde deze Persoon en hij deed wat Hij vroeg. Vergelijk dit ook met Handelingen 13:2: “En terwijl zij de Heere dienden en vastten, zei de Heilige Geest: Zonder voor Mij zowel Barnabas als Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb”. Zie Romeinen 8:14: “Zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God”. Gelovigen worden niet geleid door een onpersoonlijke kracht, fluïdum of een energie. Hier zien we dat de gelovige door een Persoon, de Heilige Geest, geleid wordt. Zie Romeinen 8:26: “En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen”. De Heilige Geest komt voor ons tussenbeide. Hij bidt voor ons!. Enkel een persoon kan bidden. De Heilige Geest is een Persoon omdat persoonlijke voornaamwoorden gebruikt worden om Hem te beschrijven. Johannes 14:17: “de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn”. Johannes 16:7-8: “Maar Ik zeg u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden. En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel”. Johannes 16:13-15: “Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf (Grieks: autos) spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen”. Het gaat hier om een duidelijke “Hij”, een persoon, niet een onpersoonlijke kracht. Bovendien doet Hij dingen die enkel een persoon kan doen: overtuigen, wijzen, spreken, horen, verkondigen, verheerlijken, uitnemen. De Heilige Geest is een Persoon omdat Christus beloofde dat de Vader “de Trooster” zou zenden (Johannes 14:16). Johannes 14:16: “En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere [allos] Trooster [parakletos] geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid”. In het Grieks kent men twee woorden voor “ander(e)”. “Heteros” betekent “een ander van een andere soort”, en wordt gebruikt in Galaten 1:6 voor een “ander (vals) evangelie”. “Allos” wat hier in Johannes 14:16 gebruikt wordt, betekent “ander van dezelfde soort”. De Heer gaf Zijn discipelen slecht én goed nieuws. Het slechte nieuws was dat Hij zou weggaan. Hun goddelijke Metgezel zou hen verlaten. Het goede nieuws was echter dat een Ander Zijn plaats zou komen innemen. Dit zou een Ander zijn van dezelfde soort, een andere Persoon, zoals Christus Zelf. Toen de Heilige Geest kwam op de dag van Pinksteren, toen was het veel meer dan de loutere komst van een kracht of invloed. Een echte Persoon kwam op die dag. De Trooster kwam! De Heilige Geest draagt in Johannes 14-16 de naam “Parakletos”: Hij is de Trooster, Voorspreker en Helper, die van Christus getuigt, de wereld van zonde overtuigt en alles leert. De Heilige Geest is een Persoon omdat de Vader een Persoon is en de Zoon een Persoon is, en daarom moet ook de Heilige Geest een Persoon zijn. 5 Het zou absurd zijn te menen dat Mattheüs 28:19 het volgende zou moeten betekenen: “hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de werkzame kracht”. Zie ook 2 Korinthiërs 13:13: “De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen”. Als de Vader een Persoon is, en de Zoon is een Persoon, dan is ook de Heilige Geest een Persoon.

Zie verder onze studies over de Drie-eenheid: http://www.verhoevenmarc.be/drieeenheid

____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

Ziel en geest

 

 

 

 

 

‘Moge nu de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen en moge geheel uw geest en ziel en lichaam onberispelijk worden bewaard bij de komst van onze Heer Jezus Christus’ (1Thes.5:23)

Het niet-materiële deel van de mens heeft te maken met de ziel en de geest.

1. Oorsprong

We kunnen drie verschillende meningen onderscheiden in de bestudering van dit onderwerp.

(a) De pre-existentie. De transmigratie (verhuizen van de ene plaats naar de andere) van zielen ligt aan de basis van deze visie.

(b) Schepping. Volgens deze visie worden zielen en geest van mensen bij de geboorte geschapen. ‘Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen’ (Gen.2:7).

(c) Traducianisme. Ziel en geest worden op dezelfde manier gegenereerd als het lichaam. Traducianisme is een concept uit de Christelijke theologie, wat gaat over de oorsprong van de menselijke ziel dan wel geest. Traducianisme stelt dat de ziel wordt gegenereerd door de natuur; dit betekent dat bij het ontstaan van een mens, de ziel van de mens zijn oorsprong vindt in de ziel van de vader en moeder. Vanuit het creationisme bekeken betekent dit dat alleen de ziel van de eerste mens, Adam, door God werd geschapen. Eva, zijn vrouw, werd door God geschapen uit een rib van Adam (Gen.2:21) en daarmee uit hem: 'mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees (..) uit een man gebouwd' (Gen.2:23).

2. Onderscheidingen

Ziel impliceert dat in het immaterieel deel van de mens, het niet stoffelijke, dat in relatie staat tot het leven, actie, emotie. Geest is dat deel van het innerlijk van de mens, dat in relatie staat tot aanbidding, gemeenschap, goddelijke invloed.

a. Uitwisselbaar

Vaak zijn de woorden ‘ziel’ en geest’ uitwisselbaar; dezelfde functie kan aan elk van beide worden toegeschreven. Dikwijls heeft de uitdrukking ‘mijn ziel of geest’ geen andere betekenis dan eenvoudig ‘ik’.

Vergelijk Mark.8:12 en Joh.11:33; 13:21 met Mat.26:38 en Joh.12:27.

Vergelijk 1Kor.16:17-18 en 2Kor.7:13 met Mat.11:29.

Vergelijk 1Kor.7:1 met 1Petr.2:11.

Vergelijk 1Thes.5:23 met Heb.10:39.

Vergelijk Jak.5:20 met 1Kor.5:5 en 1 Petr.4:5-6.

(2) De overledenen worden soms als ziel en soms als geest vermeld. Let wel: verschillende vertalingen geven vaak verschillende uitkomsten weer.

Vergelijk Gen.35:18 (HSV); 1Kon.17:21; Hand.2:27,31; 20:10; Op.6:9; 20:4 met Mat.27:50-51; Joh.19:30; Heb.12:23; 1Petr.3:18).

(3) God is Geest

(a) Van God wordt gezegd dat hij Geest is.

Jes.42:1; Jer.9:8; Mat.12:18; Heb.10:38 en geest. In Joh.4:24 ‘God is Geest’ (HSV, NBG) anderen: God is een Geest. Zie ook 2Kor.3:17 ‘De Heer nu is de Geest; waar nu de Geest van de Heer is, is vrijheid’.

(b) Ziel en geest als synonieme termen zijn niet altijd uitwisselbaar. De ziel zou bijvoorbeeld verloren zijn, maar niet de geest. De geest zelf getuigt met onze ‘geest’, niet met ‘ziel’ (Rom.8:16). Evenzo ook psuchikos op in 1Kor.2:14 en pneumatikos in 1Kor.2:15 (vgl. 15:44 en Judas 1:19 waar 'natuurlijke mensen' worden gedefinieerd als 'de Geest’ niet hebben.

(c) Als er geen technisch onderscheid te herkennen is, is de Bijbel dichotoom (tweedeling (in de mens: onderscheiding van een lichaams-, een ziels / geestessubstantie), maar verder is hij trichotoom (driedeling (in de mens: onderscheiding van een lichaams-, een ziels- en een geestessubstantie). (Mat.10:28; Hand.2:31; Rom.8:10; 1Kor.5:3, 6:19-20, 7:34; Ef.4:4; Jak.2:26; 1Petr.2:11).

_____________________________________________________________