Pneumatologie

Wat zegt de Bijbel?

 

De Heilige Geest als goddelijk Persoon

 

 

 

Inleiding

De Heilige Geest is een aanduiding die wordt toegepast op de derde (gelijke) Persoon in de Drie-eenheid. Vier algemene indelingen voor de leer van de Geest variëren afhankelijk van volgende tijdsperioden:

(1) Het Oude Testament. Gekenmerkt door soevereiniteit, begint de eerste periode met de opening van Genesis. Deze karakterisering geeft een zeer breed scala aan activiteiten aan.

(2) Tijdens Christus dienst op aarde. Gekenmerkt als progressief, kunnen de handelingen van de Geest in deze periode zo worden beschreven, omdat Hij nu samen met en door Christus werkte.

(3) De tegenwoordige eeuw. Nu woont en werkt Hij op verschillende manieren in de kerk. Hij kwam op de Pinksterdag in de wereld. Hij begon tegelijkertijd de kerk te vormen en vervulde vervolgens allen die op die zegen waren voorbereid. Er zijn zeven verschillende bedieningen van de Geest in de huidige bedeling: tegenhouden (2Thes.2:7), overtuigen (Joh.16:8), wedergeboorte (Joh.3:5), inwonen en zalven (1Joh.2:27), dopen (1Kor.12:13), verzegelen (Ef.1:13), en vervullen ((Ef.5:18).

(4) In het vrederijk (Hand.2:16-21; Joël 2:28-32), waarin de dienst van de Heilige Geest zal worden gekenmerkt door een wijdverspreid getuigenis.

De Heilige Geest als Persoon

Als de Heilige Geest geen God zou zijn, dan is er ook geen sprake van drie goddelijke personen en dan is er ook geen goddelijke Drie-eenheid. Op het concilie van Constantinopel in 381 n.Chr. kwam men tot de vaststelling van de eenheid en Goddelijkheid in wezen van de Heilige Geest met de Zoon en de Vader. Dit concilie stelde de geloofsbelijdenis van Nicea op met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God en die, zo zegt de tekst, ‘voortkomt uit de Vader’. Dit gebeurde als reactie op de leer van Arianus (het arianisme), waarin de Drie-eenheid niet wordt geaccepteerd. Zowel Jezus als de Heilige geest worden in het arianisme gezien als scheppingen van God, die ondergeschikt zijn. Jezus is hierbij alleen ondergeschikt aan God, terwijl de Heilige Geest ondergeschikt is aan zowel Jezus als God. Huidige volgelingen van het arianisme zijn de Jehova’s getuigen, die verkondigen dat de Heilige Geest geen persoon, maar een kracht is. De vraag is of de Heilige Geest als ‘kracht’ de bewerker van de wedergeboorte kan zijn (Joh.3:5), kan overtuigen van zonde (Joh.16:8-11), vernieuwing kan bewerken (Tit.3:5), heiliging kan bewerken (1Kor.6:11; 1Petr.1:2), de liefde in de gelovige kan uitstorten (Rom.5:5), geestelijke vrucht in de gelovige tot stand kan brengen (Gal.5:22), de gelovige kan verzegelen (2Kor.1:22; Ef.1:13, 4:30) en onze sterfelijke lichamen kan levend maken (Rom8:11). Het is onmogelijk dat een onpersoonlijke kracht de bron en oorzaak is van de hierboven vermelde zaken.

De vraag is dus of (1) de Heilige Geest een bepaalde omschrijving van God is, zoals het denken van God, het verstand van God, of kracht van God, of (2) de Heilige Geest een persoon is, en is Hij dan geschapen, zoals engelen en mensen, of (3) is de Heilige Geest een eeuwige ongeschapen persoon?

Uit een groot aantal Bijbelteksten kunnen we vaststellen dat de Heilige Geest niet zomaar een of andere onpersoonlijke kracht is, maar een echte Persoon, onderscheiden maar niet gescheiden van de Vader en de Zoon. Als de Parakleet helpt Hij, staat Hij bij, bemoedigt, troost, vermaant, onderwijst, getuigt, hoort, spreekt en overtuigt (Joh.14:16, 26; 15:26; 16:7v.). De Heilige Geest leidt (Mark.1:12; Luk.1:14; Joh.16:13). Hij zendt profeten (Jes.48:16), heft een banier op tegen de vijanden (Jes.59:19), kan bedroefd worden (Jes.63:10; Ef.4:30. Hij woont in de gelovigen (Joh.14:17; 1Kor.6:19) en in de Gemeente (1Kor.3:16; Ef.2:21v.). Hij roept dienstknechten van God (Hand.13:2). Vormt zich een oordeel over een zaak (Hand.15:28). Hij doorzoekt de diepe dingen van God (1Kor.2:10v.). Hij denkt, voelt en wil oftewel: heeft wijsheid en verstand (Jes.11:2; 1Kor.2:10v.), emoties (Jes.63:10; Mi.2:7; Zach.6:8; Rom.15:30; Ef.4:30) en heeft een eigen wil (Joh.3:8; 1Kor.12:11). De Heilige Geest kon zeggen ‘Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe Ik hen heb geroepen’ (Hand.13:2).

In het Nieuwe Testament is de Geest sterk gekoppeld aan de Vader en de Zoon. Hij is de Geest van de Vader (Mat.10:20; vgl. Ef.3:14,13) maar ook de Geest van de Zoon (Gal.4:6), de Geest van Christus ((Rom.8:9; Fil.1:19; 1Petr.1:11), de Geest van Jezus (Hand.16:7, vgl. vs.6) en de Geest van Jezus Christus (Fil.1:19). Omdat de Heilige Geest zowel de Geest van de Vader als de Geest van de Zoon genoemd wordt, terwijl de Vader en de Zoon duidelijk onderscheiden personen zijn, kan de Heilige Geest niet identiek zijn met óf de Vader óf de Zoon. Als de Heilige Geest ‘Ik’ zegt, is het niet de Vader of de Zoon die ‘Ik’ zegt, maar een Persoon die van Hen onderscheiden is.

Bovendien stelt Mattheüs 28:19 de drie personen van de Godheid gelijkwaardig aan elkaar voor. Dit zien we ook in de volgende teksten Joh.16:14v. waar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest genoemd worden, of in 1Kor.12:4-6, waar de Geest, de Heer en God genoemd worden, of in 2Kor.13:13 waar de Heer Jezus, God en de Heilige geest genoemd worden.

De Godheid van de Heilige Geest

Als de Heilige Geest een Persoon is, dan is de volgende vraag of Hij een niet-eeuwige geschapen persoon is – een engel of een soort van demiurg - of een eeuwige ongeschapen persoon. Hebreeën 9:14 spreekt van de ‘eeuwige Geest’. Handelingen 5:3 spreekt van ‘liegen tegen de Heilige geest’ en vers 4 stelt dat gelijk met ‘liegen tegen God’. Stéfanus kon zeggen dat de Joden ‘altijd de Heilige Geest weerstonden’ (Hand.7:51).

De nu volgende teksten laten ons zien dat de drie personen van de Godheid in hun activiteiten gezamenlijk optreden.

(1) Bij de schepping (Gen.1:2). Door zijn Geest is het heer der hemelen gemaakt (Ps.33:6 vgl.104:30). Elihu zegt: ‘De Geest Gods heeft mij gemaakt’ (Job 33:4).

(2) De inspiratie van de Schrift. Het was de geest van Christus die in de oudtestamentische profeten getuigde (1Petr.1:10v.). ‘Heilige mensen van Godswege hebben, door de Heilige Geest gedreven gesproken (2Petr.1:21).

(3) Bij de Vleeswording van Christus. De Zoon is verwekt uit de maagd Maria door de Heilige Geest (Luk.1:35; vgl. Mat.1:18,20).

(4) Bij de doop van Jezus. De vader sprak zijn welbehagen uit voor zijn Zoon en de Geest van God daalde op Hem neer (Mat.3:16).

(5) Het offer van Christus. ‘Christus die door de eeuwige Geest zichzelf vlekkeloos aan God heeft geofferd’ (Hebr.9:14).

(6) De Opstanding van Jezus. ‘Hij die wel gedood is in het vlees, maar levend gemaakt in de Geest’ (1Petr.3:18; vgl.Rom.1:4).

(7) Bij de wedergeboorte. (Joh.3:5; Tit.3:5).

(8) In de inwoning van de Geest in de gelovigen. Christus woont in hun harten (Ef.3:17), maar ook de Geest (Gal.4:6; 1Kor.6:19).

(9) Bij de zalving van de gelovigen. God zalft ons in Christus (2Kor.1:21) met de Heilige Geest (Hand.10:38).

(10) De heiliging van de gelovigen. Ze worden geheiligd door God de Vader (Jud.:1), door Christus (Ef.5:26), Hebr.2:11) en door de Geest van onze God (1Kor.6:11).

Verder kunnen we denken aan teksten waar de naam van God met de Geest verbonden wordt:

(1) In Ps.95:7-11 is het God die spreekt, maar in Hebr.3:7-11 wordt gezegd dat het de Heilige Geest is.

(2) In Jes.6:9 is het opnieuw God die spreekt, maar volgens Hand.28:25 is het de Heilige Geest.

(3) In Jes.64:1 wordt tot God gezegd: ‘Och, dat Gij de hemel scheurdet, dat Gij nederdaaldet’ wat bijna gelijk is aan Mark.1:10 waar we lezen dat ‘Jezus de hemelen zag scheuren en de Geest als een duif op zich zag neerdalen’.

(4) In Jer.31:33 is het God, maar volgens Hebr.10:15vv. is het de Heilige Geest die spreekt.

Tenslotte worden aan de Heilige Geest de goddelijke eigenschappen toegeschreven als aan de Vader en de Zoon: eeuwigheid (Heb.9:14, vgl.Rom.16:26), majesteit (Mat.12:31, vgl. Op.13:6), alomtegenwoordigheid (Ps.139:7v.; 1Kor.6:19), alwetendheid (1Kor.2:11, vgl. Ps.139:1-4), almacht, scheppende kracht (Ps.104:30; Rom.15:19), soevereiniteit (Joh.3:8; 1Kor.12:11), leven Joh.6:63; Rom.8:2,6), liefde (Rom.15:30, vgk.Gal.5:22), enz.

Bovenstaande mag ons sterken in de overtuiging dat de Heilige geest een Persoon binnen de Drie-eenheid is, eeuwig en ongeschapen.

_____________________________________________________________