Indelingen en Inleidingen Boeken OT

 

In deze rubiek kunt u indelingen en inleidingen vinden op de boeken van het Oude Testament

 

 

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX 

 

Inleiding op het boek Genesis

1. Naam

Genesis komt uit het Grieks en betekend ‘begin’ of ‘generaties’. Het woord genesis wordt in het evangelie naar Mattheüs als ‘geslachten’ vertaald (1:1). Genesis is het boek van waaruit alles begint. Er worden tien geslachten vermeld in het boek: de hele en aarde (2:4); Adam (5:1); Noach (6:9); Sem (11:10); Terach (11:27); Ismaël (25:12); Isaak 25:19); Esau (36:1) en Jakob (37:2). Als basis voor de hele Bijbel, vermeld Genesis het begin van het universum, geschiedenis van de mens, cultuur, zonde, redding, offer, huwelijk en het gezin.

2. Auteur

Het is algemeen aanvaard dat Mozes de auteur is van de eerste vijf boeken van de Bijbel, ook genoemd de ‘Pentateuch’. Uiteraard leefde Mozes niet op het moment dat de gebeurtenissen vermeld in het boek Genesis gebeurden, maar de Geest spoorde hem aan het schrijven (2Petr.1:20-22). De Heer Jezus geloofde dat de boeken door Mozes geschreven waren want hij verwijst ernaar (Joh.5:45-47) en het gezag van de Heer Jezus mag voor ons voldoende zijn om het auteurschap van Mozes ook te aanvaarden 

3. Doel

Wanneer we beginnen met het lezen van het boek Genesis zullen we ontdekken dat de eerste elf hoofdstukken erg beknopt zijn in de beschrijving van de gebeurtenissen, terwijl de rest van het boek uitvoerig en gedetailleerd ingaat op de gebeurtenissen van de vier hoofdpersonen: Abraham, Jakob, Isaak en Jozef. Zoals je uit de indeling kunt opmaken (zie aldaar) handelt het eerste gedeelte (1-11) over de algemene geschiedenis van de mensheid en de zonde, terwijl het tweede gedeelte in het bijzonder over het ontstaan van het volk Israël gaat. Dit geeft aan dat de bedoeling van het boek om het begin van de mensheid en zonde te verklaren, en Israël en Gods heilplan met betrekking tot de gevallen mens. Eigenlijk is een van de hoofdthema’s van het boek Genesis de Goddelijke verkiezing.

We beginnen met ‘de hemel en de aarde’ maar dan gaat het verder over de aarde en niet over de hemel; vanaf dan is het onderwerp Gods plan met betrekking tot de aarde. Omdat Gods keuze op de aarde is gevallen gaat Hij voorbij aan de engelen (ook de gevallen) en kiest ervoor om met de mens te handelen. Van Adams vele zonen, kiest God Set (4:25). Van Sets nakomelingen (Gen.5) kiest God Noach (6:8), en van Noach nakomelingen Sem (11:10), Terach (11:27) en tenslotte Abraham (12:1). Abraham had veel kinderen, maar Isaak is de uitverkorene (21:12). Isaak had twee zonen, Jakob en Esau, en God kiest Esau om de ontvanger van zijn zegen te zijn. Dit laat ons Gods uitverkiezing zien. Geen een van de vermelde personen verdiende deze eer; zoals het ook is voor alle gelovigen, want ook hun verkiezing is door Gods genade tot stand gekomen. Samen met God uitverkiezing laat Genesis ons verder Gods kracht en uitzonderlijke voorzienigheid zien. De mens is ongehoorzaam aan God en twijfelen aan Hem, toch zegeviert Gods plan en komt Hij tot zijn doel met de mens. Was dit plan van God gefaald in het boek Genesis, dan zou eeuwen later geen Messias in Bethlehem geboren geweest zijn.

4. Genesis en Openbaring

Alles wat in het boek Genesis begint windt zijn voltooiing in het laatste bijbelboek Openbaring.

God schiep de hemel en de aarde (Gen.1:1) en zal ooit eens een nieuwe hemel en aarde scheppen (Op.21:1). Satan viel de eerste mens aan (Gen.3) maar zal worden verslagen in de laatste aanval (Op.20:7-10). God maakte licht en duisternis (Gen.1:5), maar er komt een dag waarin er geen nacht meer zal zijn (Op.21:23; 22:5). Er zal geen zee meer zijn (Gen.1:10; Op.21:1), en de vloek die rust op de schepping zal worden opgeheven (Gen.3:14-17; Op.22:3). God verdreef de mens uit de tuin (Gen.3:24), maar de mens zal welkom worden geheten in het hemels paradijs (Op.22:1vv.), en de boom van het leven zal weer hersteld worden voor de mens (Op.22:14). Babylon zal vernietigd worden (Gen.10:8-10; Op.17-19) en het aangekondigd oordeel over satan zal worden voltooid (Gen.3:15; Op.20:10).

5. Christus in Genesis

Overeenkomstig Lukas 24:27, 44-45 kunnen we Christus in alle bijbelboeken vinden Onderstaande verwijzingen zijn slechts een paar van vele:

1. Het scheppende Woord - Gen.1:3; Joh.1:1-5; 2Kor.4:3-7)

2. De laatste Adam - Rom.5; 1Kor.15:45

3. Het zaad van de vrouw – Gen.3:15; Gal.3:19; 4:4

4. Abel – Gen.4; Heb.11:4; 12:24

5. Noach en de zondvloed – Gen.6-10; 1Petr.3:18-22

6. Melchizedek – Gen.14; Heb.7-10

7. Isaak, het kind van de belofte – Gen.17; Gal.4:21-31 (Isaak is een type van Christus door zijn wonderlijke geboorte, zijn bereidheid om te steren, zijn ‘opstanding’ (Heb.11:19), en het ontvangen van zijn bruid. Natuurlijk, de Heer jezus stierf werkelijk en stond op uit de doden. In Isaak was het slechts symbolisch).

8. Het Lam – Gen.22:7-8; Joh.1:29

9. Jakob’s ladder – Gen.28:12vv.; Joh.1:51

10. Jozef – Gen.37-50 (Verworpen door zijn broers, geliefd door de ader, onterecht geleden, verhoogd om te heersen. Jozef zijn broers erkenden hem de eerste keer niet toen ze hem zagen, maar ze erkenden hem de tweede keer. (Zo zal het ook gaat met de Messias en het volk Israël).

 

Indeling van het boek Genesis

 

I. De geschiedenis van de mensheid 

A. De schepping van hemel en aarde (1-11)

B. Adam en zijn familie (3-5)

C. De val van de mens (3)

D. Noach en zijn familie (6-11)

De vloed (6-10)

De torenbouw van Babel (11) 

 

II. Geschiedenis van Israël

A. Abraham – De vader die zijn zoon gaf (12:1-25:18)

B. Isaäk – De zoon die een bruid kreeg (25:19-26:35)

C. Jacob – Het vlees vs. de Geest (27:1-36:43)

D. Jozef – De voorzienigheid van God (37:1-50:26)

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX 

 

Inleiding op het boek Exodus

 I. De naam

In het Grieks betekend de naam ‘exodus’ uittocht. (Zie Hebreeën 11:22). Exodus beschrijft Israëls onderdrukking en de wonderlijke bevrijding uit Egypte. Een van de kernwoorden van het boek is ‘verlossing’, omdat verlossing vrijheid inhoud. In het boek vinden we veel illustraties van verlossing in Christus. Het woord ‘exodus’ wordt op twee plaatsen in het Nieuwe Testament vermeld. In Lukas 9:31 heeft de uitgang te maken met de dood van Christus, en in 2 Petrus 1:14 waar het te maken heeft met de dood van Petrus. Met andere woorden: er zijn drie ‘exodus- ervaringen’ in de Bijbel: (1) Israëls’ bevrijding uit Egypte, (2) Christus‘ bevrijding van de zondaar door het kruis, en (3) en de bevrijding van de gelovige van gebondenheid van de wereld en de dood.

II. De schrijver

Er is geen reden om te twijfel een het auteurschap van Mozes. De eenheid van het boek (zie: de indeling) geeft ook de indruk dat er maar één auteur was, en het getuigenis van de ooggetuigen geven aan dat de auteur overal aanwezig was. Christus getuigd van het auteurschap van Mozes (Joh.7:19; 5:46-47).

III. Het doel

Genesis is het boek waar alles beging; Exodus is het boek van de verlossing. Het boek vermeld naast de verlossing van het volk uit Egypte, de geschiedenis van het ontstaan en de religieuze handelingen. Deze dingen geven ook de verlossing weer die Christus aan het kruis heeft verworven. Er zijn veel typen en symbolen van Christus en de gelovige in Exodus, speciaal in de dienst en ceremonies behorende bij de dienst aan de tabernakel. Exodus vermeld ook het ontvangen van de Wet. Het is moeilijk allerlei nieuwtestamentische onderwerpen te begrijpen zonder het boek Exodus te raadplegen.

IV. De typen

Er zijn meerdere typen te vermelden in het boek Exodus: (1) Egypte is het beeld van de wereld, in opstand tegen Gods volk, en tracht het volk te onderdrukken. (2) Farao is een type van de duivel, de god van deze wereld, die aanbidding wenst, God tart, en erop uit is zijn volk in slavernij te brengen. (3) Israël is een type van de Gemeente – berijd van de banden van deze wereld, op een pelgrimsreis, en beschermd door God. (4) Mozes is een type van Christus, Gods profeet. (5) De doortocht door de Rode Zee is een beeld van de opstanding, die de gelovige scheidt en bevrijdt van deze boze wereld. (6) Het manna is een beeld van Christus het Brood van het Leven. (7) De rots die geslagen werd is een type van de geslagen Christus, door wiens dood de heilige Geest gekomen is. (8) Amalek is een beeld van het vlees, en zich erzet tegen de gelovige op zijn reis. Het belangrijkste type in Exodus is het Pascha, die de dood van Christus uitbeeld, de toepassing van het bloed voor onze veiligheid, en het toepassen van Zijn leven voor de kracht tijdens onze wandel.

V. Mozes en Christus

We kunnen veel vergelijkingen en een groot tegenstelling tussen Mozes en Christus maken, omdat Mozes een beeld van Christus is. Mozes was een profeet (Hand.3:22); een priester (Ps.99:6, Heb.7:24); een dienaar (Ps.105:26; Mat.12:18); een herder (Ex.3:1; Joh.10:11-14)); een middelaar (Ex.33:8-9; 1Tim.2:5); en een bevrijder (Hand.7:35; 1Thes.1:10). Hij was zachtmoedig van aard (Num.12:3; Mat.11:29), gehoorzaam, en machtig in woord en daad (Hand.7:22; Mark.6:2). In zijn leven was hij een zoon in Egypte en in gevaar om gedood te worden (Mat.2:14vv.), maar werd door God voorzienigheid beschermd. Hij gaf er de verkeur aan- om met het volk te lijden dan te heersen in Egypte (Heb.11:24-26; Fil.2:1-11). Mozes werd de eerste keer door zijn broers verworpen, maar de tweede keer aanvaard; en tijdens zijn verwerping verwierf hij zich een bruid ui de heidenen (een beeld van Christus en de Gemeente). Mozes veroordeelde Egypte, en Christus veroordeelde de wereld. Mozes bevrijdde Gods volk door het bloed van het lam, zoals Christus dat deed op het kruis (Luk.9:31). Mozes leidde het volk, voedde het volk en droeg hun lasten. De tegenstelling is natuurlijk, dat Mozes het volk niet in het beloofde land binnenbracht; Jozua deed dat. De Wet is gegeven door Mozes, maar genade en waarheid kwamen door Jezus Christus (Joh.1:17).

 

Indeling van het boek Exodus

 

I. Verlossing – Gods macht (1-17) 

A. De slavernij van de zonde (1-4)

B. De weigering van Farao (5-11)

C. De verlossing van God (12-17) 

1. Pascha – Christus, Lam voor ons geslacht (12-13)-

2. Doortocht door de Rode Zee – Opstanding (14-15)

3. Het Manna – Christus het Brood van het Leven (16)

4. De rots geslagen – De Geest (17:1-7)

5. Amalek – Het vlees tegen de Geest (17:8-16) 

 

II. Gerechtigheid – Gods heiligheid (18-24) 

A. Het volk voorbereid (18-19)

 

B. De Wet gegeven (20-23) 

1. De geboden ten opzichte van God (20)

2. De oordelen ten opzichte van het volk (21-23)

 

C. Het Verbond bevestigd (24)

 

III. Herstel – Gods genade (25-40)

A. Beschrijving van de tabernakel (25-31)

B. De tabernakel was nodig – Israëls zonden (32-34)

C. De tabernakel opgericht – (35-40)

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Inleiding op het boek Leviticus

 

I. Naam

Leviticus betekent ‘met betrekking tot de Levieten’. De Levieten waren nakomelingen van Aäron, die niet waren bestemd voor het priesterschap maar verantwoordelijk waren om de priesters te assisteren in de dienst aan de tabernakel (Num.3:1-13). Dit boek bevat de goddelijke instructies voor de priesters in verband met de verschillende offers, de feesten en de wetten betreffende de afzondering (Wat is rein en wat is onrein).

II. Onderwerp

Genesis beschrijft de zondige mens en zijn veroordeling, terwijl Exodus het boek van de verlossing is. Leviticus handelt met betrekking tot afzondering en gemeenschap. Exodus beschrijft hoe het volk uit Egypte was geleid en in de Sinaï was gekomen, maar in Leviticus spreekt God van de tabernakel (Lev.1:1) en legt uit hoe een zondige mens in gemeenschap met God kan wandelen. Het woord ‘heilig’ en ‘heiligheid’ komen we meer dan tachtig keer tegen in dit boek. Het eerste gedeelte van het boek behandelt de offers, omdat we niet tot God kunnen naderen dan door bloed. Het woord ‘bloed’ vinden we achtentachtig keer in het boek Leviticus.

Het tweede gedeelte van Leviticus gaat over de wet op reinheid, en geeft aan hoe het volk in heiligheid dient te leven om God te behagen. God had het volk bevrijd van de slavernij; nu wenste Hij het volk te zien wandelen tot zijn eer in reinheid en heiligheid. Wanneer we gered zijn door het bloed van het Lam en bevrijd zijn van de slavernij van de wereld, dan behoren we te wandelen in gemeenschap met God (1Joh.1:5-10). We hebben het bloed van Chrishtus nodig, het Volmaakte Offer, om ons te reinigen van de zonden, en we dienen ons te onderwerpen aan Gods Woord en in reinheid en heiligheid te wandelen in deze tegenwoordige boze wereld. Dit alles wordt weergegeven in typen en beelden in Leviticus.

III. Offers

Leviticus is een boek van offers en bloed; onderwerpen die in deze wereld niet op prijs worden gesteld. Vandaag de dag willen de mensen een ‘bloedloze godsdienst’, maar verlossing zonder offer, is niet mogelijk. Leviticus 16 is het eigenlijke sleutelhoofdstuk van het boek, en hoofdstuk 17 maakt duidelijk dat het gestorte bloed de oplossing is voor het probleem van de zonde (17:11). Het woord ’verzoening’ betekent ‘bedekking’; het woord wordt ongeveer veertig keer gevonden in het boek. Het bloed van de oudtestamentische offers kon echter nooit geen zonden wegnemen (Heb.10:1-18). Dat was alleen mogelijk door het volmaakte offer van Christus dat eens en voor altijd gebracht is op het kruis van Golgotha. Het bloed van de oudtestamentische offers kon alleen zonden bedekken en aangeven, het zag vooruit op het offer van de verzoening door Christus. Op zichzelf konden de offers geen zonden wegnemen of de zondaar verlossen. Er moest geloof in Gods Woord zijn, want het is het geloof dat de ziel redt. David wist dat offers alleen geen zonde kon wegnemen (Ps.51:16-17); en ook de profeten denken zo (Jes.1:11-24). Hoe dan ook, die zondaar die kwam met een berouwvol hart, stelde zijn vertrouwen op Gods Woord, daarmee was het offer aangenaam voor God (zie Kaïn en Abel – Gen.4:1-5).

Leviticus geeft ons veel beelden van Christus en zijn werk van verzoening op het kruis. De vijf offers geven verschillende aspecten weer van zijn Persoon en werk, en de Grote Verzoendag geeft ons een prachtig beeld van zijn dood op het kruis. Maar probeer niet elk detail in elke type te verklaren. Sommige instructie betreffende de offers, bijvoorbeeld, hadden gewoon een praktisch doel en hoeven geen geestelijke betekenis te hebben.

IV. Praktische lessen

We brengen de offers van Leviticus vandaag niet meer in praktijk, maar het boek geeft ons wel belangrijke lessen waar we goed aan doen om daaraan aandacht te besteden.

A. De ernst van de zonde

Er moet bloed vloeien om zonde te verzoenen. Zonde is niet zomaar iets en onbelangrijk; het is hatelijk is Gods ogen. Zonden zijn duur – elk offer was een kostbaar iets voor de jood die offerde.

B. De heiligheid van God

God maakt in dit boek een scheiding tussen rein en onrein. Het waarschuwt het volk ook: ‘Weest heilig want Ik ben heilig’ (11:44).

C. De barmhartigheid van God

God bereidt een weg voor vergeving en herstel! Natuurlijk, deze ‘weg’ is Christus, de ‘nieuwe en levende weg’ (Heb.10:19vv.). Het oudtestamentisch offer wijst naar de komende Verlosser. De frase ‘het zal hem vergeven worden’ wordt tenminste tien keer gebruikt in Leviticus.

 

Indeling van het boek Leviticus

  

I. Gods oplossing voor de zonde (1-10)

 

A. De offers (1-7) 

1. Brandoffers (1; 6:8-13)

2. Spijsoffers (2; 6:14-23)

3. Vredeoffers (3; 7:11-34)

4. Zondoffers (4; 6:24-30)

5. Schuldoffers (5:1-6:7; 7:1-7)

 

B. Het Priesterschap (8-10)

 

II. Gods voorschriften voor afzondering (11-24) 

A. Een heilige natie (11-20)

1. Rein en onrein – reinigingswetten (11-15)

2. De grote Verzoendag (16-17)

3. Verschillende heiligingswetten (18-20)

 

B. Een heilig priesterschap (21-22)

 

C. Heilige dagen – feesttijden des Heren (23-24)

 

III. Gods beloften voor zegen (25-27)

 

A. Sabbats- en Jubeljaar (25)

B. Zegen en Vloek (26)

C. Lossing bij geloften (27)

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Inleiding op het boek Numeri

 

I. Inleiding

Het boek ontleent zijn naam aan de twee tellingen van de mannen die voor de strijd geschikt waren in de hoofdstukken 1-4 en 26-27. De eerste telling dateerde van het tweede jaar na hun vertrek uit Egypte, de tweede was achtendertig jaar later toen de nieuwe generatie op het punt stond het beloofde land binnen te trekken. Deze telling bevatten niet het gehele volk, maar alleen de mannen die voor de strijd bestemd waren. De eerste telling laat zien dat er 603.550 mannen beschikbaar waren (Num.1:46), de tweede telling bestond uit 601.730 (Num.26:47).

II. Onderwerp

Numeri is het ‘woestijnboek’ van het Oude Testament. Het beschrijft het falen van het volk bij Kades-Barnea en hun verdere reis door de woestijn totdat de ongelovige oudere generatie was gestorven. Iemand heeft deze woestijnreis omschreven als ‘de grootste begrafenisstoet in de geschiedenis’. Van de oude generatie mochten alleen Kaleb en Jozua het beloofde land binnentrekken, omdat zij op God hadden vertrouwd en de beslissing van het volk om terug te keren naar Egypte niet volgden. Mozes mocht het beloofde land niet binnengaan omdat hij zondigde en de rots sloeg in plaats van dat hij ertegen sprak (Num.20:11; Deut.1:37).

III. Geestelijke lessen

Het boek Numeri bevat belangrijke geestelijke lessen voor de gelovigen vandaag, zoals beschreven in Hebreeën 3-4 en 1Korinthiërs 10:1-15. God beloont geloof en bestraft ongeloof. De oorzaak van al het falen van het volk Israël was ongeloof: ze vertrouwden Gods Woord niet te Kades-Barnea en mochten het land niet binnentrekken. In plaats van het land te claimen door het geloof, moesten ze door de woestijn in ongeloof. Veel gelovigen zijn ook in zo’n situatie voor wat betreft hun geestelijk leven. Ze zijn bevrijd door het bloed van het Lam, maar ze hebben hun erfenis in Christus niet in bezit genomen. Kanaän is niet een type van de hemel. Het is eerder een type van onze geestelijke erfenis in Christus (Ef.1:3), een erfenis dat in bezit moet worden genomen door geloof. Kanaän was een land van strijd en zegeningen, zoals het ook is in het leven van een gelovige. Helaas komen veel gelovigen niet verder dan hun plaats van beslissing (hun eigen Kades-Barnea), en falen door ongeloof om hun erfenis in Christus in bezit te nemen. In plaats van overwinnaars te worden (zoals beschreven in het boek Jozua), worden ze reizigers, zoals beschreven in het boek Numeri. Ja, ze zijn gered, maar falen in het toepassen van Gods beloften in hun leven. Ze vertrouwen niet op God die de kracht kan geven om reuzen te overwinnen, muren neer te halen, en hun erfenis in bezit te nemen. Ze zullen de Jordaan niet oversteken (die het doden van het vlees, het eigen ik voorstelt) om in geloof in bezit te nemen wat God voor hen heeft klaargelegd.

Het is interessant vast te stellen dat het volk in aantal niet is toegenomen gedurende hun woestijnreis. In feite toont de tweede telling dat er 1820 strijders minder waren. Het volk verspilde achtendertig jaar, moest onnodige conflicten doormaken, groeide niet en faalde om God te verheerlijken al de dagen van hun ‘begrafenisreis’! Dat is wat ongeloof teweegbrengt in het leven van een gelovige. Het is verloren tijd, moeite en kracht en brengt geen echte zegen voort. Het is droevig wanneer gelovigen en gemeenten niet in geloof wandelen en handelen, want doet men dat niet dan is het resultaat degeneratie, in aantal en zegen. Geef dat God ons helpt om op zijn Woord te vertrouwen!

 

Indeling van het boek Numeri

  

I. De oude generatie opzij gezet (1-20) 

A. De telling (1-4) 

B. Bekendmaking (5-10)

C. Getuchtigd(11-12)

D. Veroordeeld (13-20)

  

II. De nieuwe generatie apart gezet (21-36) 

A. Hun reizen (21-25, 33) 

B. Hun telling (26-27)

C. Hun geloften (28-30)

D. Hun verdeling van de erfenis (31-36)

 

 XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Inleiding op het boek Deuteronomium

 

I. De naam

Deuteronomium betekent ‘tweede wet’ en komt van Deut.17:18, en ook door het feit dat Mozes de Wet opnieuw bekendmaakte aan een nieuwe generatie. Dit boek bevat geen nieuwe Wet, het is een tweede bekendmaking van de originele Wet.

II. Het doel

Er zijn meerdere redenen waarom Mozes de Wet opnieuw onder de aandacht bracht aan de grens van Kanaän, vlak voor de intrede:

A. Een nieuwe generatie

De oude generatie (behalve Jozua en Kaleb) was gestorven in de woestijn, en de nieuwe generatie moest opnieuw met de Wet in kennis worden gebracht. Onze herinnering is vaak zeer tijdelijk, en deze mensen waren ongeveer zestig jaar en daaronder, want er waren achtendertig jaar voorbijgegaan sedert Kades-Barnea. Het was belangrijk dat ze Gods Woord kenden om te beseffen hoe belangrijk het was om God ook te gehoorzamen.

B. Een nieuwe uitdaging

Tot op dat moment had het volk nog geen vaste verblijfplaats; ze waren pelgrims. Maar nu ze op het punt stonden het beloofde land binnen te gaan, konden ze ook een vaste woonplaats innemen. Er moest nog wel strijd geleverd worden, en ze moesten bereid staan. Het beste om voor de toekomst gereed te zijn is het verleden te begrijpen. ‘Zij die zich de geschiedenis niet kunnen herinneren, zijn veroordeeld om ze herhalen’ heeft ooit de filosoof Santana gezegd. Mozes wilde dat het volk wist wat God in het verleden had gedaan. (vgl. 1Tim.3:15).

C. Een nieuwe leider

Mozes’ dood was nabij, en Jozua zou het leiderschap over het volk overnemen. Mozes wist dat het succes van het volk gelegen was in de gehoorzaamheid aan God, ongeacht welke menselijke leider ze zouden krijgen. Als ze goede kennis hadden van Gods Woord en Hem liefhadden, zouden ze Jozua volgen en de overwinning behalen.

D. Nieuwe beproevingen

Een gevestigd volk in het land zou ook nieuwe en andere beproevingen met zich mee brengen, dan een pelgrimsvolk in de woestijn. Mozes wilde niet slechts dat ze het land zouden bezitten, maar ook dat ze die bezittingen blijvend tot een bezit zouden houden, daarom waarschuwde hij hen voor de gevaren en toonde hen de weg tot succes.

Om dit geestelijk over te brengen: Te veel christenen blijven met Israël in Deuteronomium 1-3. Ze zijn bevrijd uit Egypte, maar ze hebben hun geestelijke erfenis nog niet in bezit genomen. Ze staan ‘aan deze kant van de Jordaan’ in plaats van in het beloofde land en diens zegeningen. Ze moeten Gods Woord opnieuw horen en in geloof, de erfenis die in Christus voor hen gereed ligt, in bezit nemen.

E. Een diepere boodschap

Wanneer we Deuteronomium lezen, kunnen we niet om de diepere boodschap heen die Mozes verstrekt met betrekking tot het geestelijk leven van het volk. We vinden het woord ‘liefde’ twintig keer vermeld in het boek, een benadrukking die in de boeken Genesis tot Numeri niet gevonden wordt. ‘Liefde voor God en Gods liefde voor de mensen’ is een nieuw onderwerp in Deuteronomium (4:37; 6:4-6; 7:6-13; 10:12; 11:1; 30:6,6,20). Ook al spreken de voorgaande boeken zeker over de liefde en Gods liefde voor Israël, maar het boek Deuteronomium benadrukt dit onderwerp als nooit tevoren. Het woord ‘hart’ is ook belangrijk: Het woord moet wonen in hun harten (5:29; 6:6); zonde begint in het hart (7:17vv. en 8:11-20); en ze moeten de Here liefhebben met geheel hun hart (10:12). Met andere woorden, Mozes probeert duidelijk te maken dat zegen alleen kan komen als het hart op de juiste plaats zit. Om te kunnen genieten van hun bezittingen en het land, dient het met het hart juist gesteld te zijn en vervuld zijn met liefde voor God en het Woord (Joh.14:21).

F. Een boek voor iedereen

Exodus, Leviticus en Numeri waren min of meer ‘technische boeken’, behorend op een speciale wijze voor de priesters en de Levieten, maar Deuteronomium was geschreven voor iedereen. Ook al worden veel wetten en verordeningen gevonden in de voorgaande boeken, toch geven ze een diepere betekenis van deze wetten en verordeningen in het dagelijks leven van het volk. We kunnen allemaal veel leren van het boek Deuteronomium als het gaat over onze liefde tot God en gehoorzaamheid aan zijn wil.

We sommen hier een aantal sleutelwoorden van dit boek op, en het aantal keer dat het voorkomt; land (153), erven (36), bezitten (65), hoor (44), luisteren (27), hart (46), liefde (20). Wanneer we deze woorden naast elkaar plaatsen, herkennen we snel de nadruk van het boek Deuteronomium: je gaat het land binnen en neemt het in bezit als je luistert naar Gods Woord, Hem liefhebt, naar Hem luistert en gehoorzaamt want dan zul zijn zegen ervaren. Als we God liefhebben, willen we Hem gehoorzamen; en als we Hem gehoorzamen, zal Hij ons zegenen.

 

Indeling van het boek Deuteronomium

 

I. Historische bedenkingen: Mozes kijkt achterom (1-4) 

A. De tragedie van het ongeloof (1)

B. Tochten en Overwinningen (2-3)

C. Afsluitend beroep op gehoorzaamheid (4)

 

II. Praktische bedenkingen: Mozes kijkt naar binnen (5-26)

A. De getuigenissen (5-11)

1. De Wet uitgeroepen (5)

2. De Wet gepraktiseerd (6)

3. De Wet bewaren (7-10)

a. Gevaren van buiten (7)

b. Gevaren van binnen (8-10)

4. Afsluitende oproep (11)

 

B. De gedenkstenen (12-18)

 

C. De oordelen (19-26)

 

III. Profetische bedenkingen: Mozes kijkt naar voren (27-30)

A. Zegen en vloek (27-28)

B. Berouw en Terugkeer (29-30)

 

IV. Persoonlijke bedenkingen: Mozes kijkt naar boven (31-34)

A. Een nieuwe leider (31)

B. Een nieuw lied (32)

C. Een nieuwe zegen (33)

D. Een nieuw tehuis (34)

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Inleiding op het boek Jozua

 

I. Onderwerp

Kanaän is een type van onze erfenis in de hemelse gewesten in Christus. Kanaän is geen beeld van de hemel, want de gelovige hoeft geen strijd te voeren om zijn hemels huis binnen te gaan. Kanaän beeld Gods erfenis in Christus uit, geschonken aan de gelovige en in bezit te nemen door geloof. Het overwinningsleven van een gelovige is een leven van strijd en zegen, maar toch is het ook een leven van vrede. In Hebreeën 4-5 zien we dat het binnengaan van het volk in Kanaän een type is van een gelovige die een leven binnentreedt van rust en overwinning door geloof in Christus. Te veel gelovigen bevinden zich in hun geestelijk leven tussen Egypte en Kanaän. Ze zijn bevrijd van de macht van de zonde, maar ze zijn niet door geloof ingegaan in de erfenis van vrede en overwinning. Hoe binnengaan en bezitnemen van deze erfenis is het onderwerp van het boek Jozua.

II. Jozua de persoon

Jozua was geboren in slavernij in Egypte. Zijn vader was Nun, van de stam Efraïm (1Kron.7:20-27); we weten niets van zijn moeder. Oorspronkelijk was zijn naam Hosea, wat ‘heil’ betekent, maar Mozes veranderde het in Jozua, wat ‘God is mijn heil’ betekent

(Num.13:16). Hij was een slaaf in Egypte en diende Mozes op de reis van het volk naar het beloofde land (Ex.24:13). Hij leidde ook het leger in de strijd tegen de Amalekieten (Ex.17), en was een van de twee verspieders die geloof hadden om het beloofde land, Kanaän, binnen te trekken, terwijl het volk dat in ongeloof weigerde (Num.14:6vv.). Zijn geloof had tot gevolg dat hij (en Kaleb) het voorrecht kregen het beloofde land binnen te trekken. De Joodse traditie zegt dat Jozua 85 jaar was toen hij Mozes’ plaats als leider van het volk innam. Jozua 1-12, de verovering van het land, nam ongeveer zeven jaar in beslag; de rest van zijn leven wijdde hij aan de verdeling van het land en aan het besturen van het volk. Hij stierf op honderd en tienjarige leeftijd (Joz.24:29).

Het Nieuwe Testament maakt het duidelijk dat Jozua een type van Christus is (Heb.4:8 waar ‘Jezus’ zou moeten worden vertaald door ‘Jozua’). De betekenis van de naam ‘Jezus’ is gelijk aan dat van Jozua; beide namen betekenen ‘God is heil’. Zoals Jozua aardse tegenstanders bestreed en overwon, zo heeft Christus elke vijand bestreden en overwonnen door zijn dood en opstanding. Het was Jozua, niet Mozes (die de Wet vertegenwoordigde), die Israël Kanaän binnenbracht, en het is de heilige Geest die ons onze geestelijke erfenis in Christus binnen bereik brengt. Zoals Jozua de stammen hun erfenis aanwees, zo heeft Christus ons zijn erfenis toegewezen (Ef.1:3vv.).

III. De overwonnen volkeren

Zij die niet in de goddelijke inspiratie van de Bijbel geloven, stellen er behagen in om minachtend te doen, of trekken zelfs de oorlogen en het doden van de vijanden in twijfel (bijvoorbeeld 6:21). ‘Hoe kan God opdracht geven voor zulke slachtpartijen?’, vragen ze zich af. Maar bedenk dat God deze volkeren honderden jaren tijd gegeven had zich te bekeren (Gen.15:16-21), maar ze weigerden zich van hun verkeerde wegen te bekeren. Als je wilt weten wat de daden waren die deze volkeren deden, (lees maar Leviticus 18:24,27 en Deuteronomium 18:9-14) en houdt in gedachten dat deze immorele daden een deel uitmaakten van de religieuze praktijken van de heidenen! Elke zondaar in het volk (zoals Rachab, Joz.2 en 6:22-27) kon door geloof behouden worden; er was een gepaste waarschuwing aan voorafgegaan (Joz.2:8-13). God gebruikt soms oorlogen om te tuchtigen en zelfs volkeren vernietigen die Hem niet willen gehoorzamen. God heeft deze zondige volkeren vernietigd om ze te straffen voor hun zonden, zoals een dokter zijn instrumenten desinfecteert, om het volk te bewaren voor het kwaad.

 

Indeling van het boek Jozua

 

I. Doortocht door de Jordaan (1-5)

A. De opdracht voor Jozua (1)

B. Het verbond met Rachab (2)

C. De doortocht door de Jordaan (3-4)

D. De besnijdenis te Gilgal (5)

 

II. Overwinningen op de vijand (6-12)

A. De centrale strijd: Jericho, Ai en Gibeon (6-9)

B. De strijd in het zuiden (10)

C. De strijd in het noorden (11)

D. De overwonnen koningen (12)

 

III. De erfenis opgeëist (13-24) 

A. Toewijzing van het land aan de stammen (13-19)

1. Oost Kanaän (13-14)

2. West Kanaän (15-19)

B. Speciale steden aangewezen (20-21)

1. De vrijsteden (20)

2. De priestersteden (21)

C. Toewijzing van het land aan de grensstammen (22)

D. Het hele volk vermaand (23-24)

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Inleiding op het boek Richteren

I. Onderwerp

Gelijk Jozua, na de dood van Mozes de geschiedenis van het volk Israël vervolgt (Joz.1:11), vervolgt het boek Richteren Israëls geschiedenis na de dood van Jozua (1:1). Dit is een boek van nederlaag en ontrouw, zoals we kunnen lezen in het sleutelvers (17:6): ‘In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen’. De Here was geen Koning in Israël meer, de stammen waren verdeeld: het volk had zich vermengd met de heidense volken, en God vond het noodzakelijk het volk te tuchtigen. We hebben een samenvatting van het hele boek in 2:10-19: zegen- ongehoorzaamheid – tuchtiging – berouw – bevrijding. Richteren is een boek van onvoltooide overwinningen; het is een boek van het falen van Gods volk om op zijn Woord te vertrouwen en te gaan in de kracht van zijn Geest.

II. Geestelijke lessen

Denk aan de drie indelingen van het boek Jozua: het overstrekken van de Jordaan, de overwinning van de vijand en de erfenis in bezit nemen. Jozua vermeld hoe Israël de rivier overstak en begon de vijand te bestrijden, maar het boek eindigt met ‘Er is nog zeer veel land overgebleven om in bezit te nemen’ (Joz.13:1; 23:1-11). ‘Het overtrekken van de rivier’ wil zeggen het doden van je eigen ik en een leven gescheiden van de zonden; het betekent het in bezit komen van je geestelijke erfenis door geloof (Ef.1:3). Maar nadat we deze stap van geloof gezet hebben, is het gemakkelijk te verzwakken, of je te vermengen met de vijand. Israël trok het land binnen, maar ze faalde om de gehele erfenis in bezit te nemen. Ten eerste tolereerde ze de vijand, vervolgens nam ze belastingen aan van de vijand, daarna vermengde ze zich met de vijand, en tenslotte gaf ze zich over aan de vijand. Het was alleen door Gods ‘bevrijders’ (de Richters) dat de Israëlieten overwonnen. Hoe gemakkelijk is het ook voor gelovigen ‘om met zonde om te gaan’ en de totale toewijding en overwinning verliezen.

III. Het land

In het beloofde land bevonden zich veel volken en onbeduidende koningen, die over kleine gebieden heersten. Jozua had het gehele volk over de grote vijanden laten strijden; de weg was nu voorbereid voor elke stam om in geloof verder te gaan en de erfenis, die door loting aangewezen was, in bezit te nemen. Aangezien het boek Jozua een boek van een onverdeeld volk, Richteren laat ons een verdeeld volk zien dat niet aan God toegewijd is. Ze waren het verbond van dat ze bij de Sinaï waren aangegaan, vergeten.

IV. De Richteren

In dit boek worden twaalf verschillende Richters genoemd door God geroepen om een speciale vijand in een speciaal gebied te verslaan opdat het volk rust zou krijgen. De Richters waren geen nationale leiders; ze waren eerder lokale leiders die het volk van verschillende onderdrukkers bevrijden. Het is mogelijke dat sommige onderdrukkers of periodes elkaar overlappen. Niet elk van de stammen namen deel aan elk gevecht, er was vaak ook nog rivaliteit tussen de stammen. Dat God deze ‘gewone mensen’ als richters riep en hen op een machtige manier riep is nog maar eens een bewijs van zijn genade en macht (1Kor.1:26-31). De Geest van God kwam op deze leiders voor een speciale opdracht (6:34; 11:29; 13:25), hoewel hun eigen leven niet altijd voorbeeldig waren. De paar honderd jaar dat de Richters acteerden was een voorbereiding van de vraag van Israël voor een koning (1Sam.8).

V. De overgebleven volken

God stond de heidense volken in het land te verblijven om verschillende redenen: (1) om Israël te tuchtigen, 2:3, 20-21; (2) Israël op de proef te stellen (2:22; 3:4); Israël voor te oefenen en voor te bereiden op strijd 3:2 (4) te voorkomen dat het land verwaarloosd zou worden (Deut.7:20-24). Wanneer Israël met minderen condities tevreden was, Zou God hun zin geven. Hij gebuikte dan deze volken voor Zijn eigen doel. De Joden konden een totale overwinning genoten hebben; in plaats daarvan stelden ze zich tevreden met een compromis. De Hoofdstukken 3-16 tonen ons de ‘op-en-neer’ ervaringen van Gods volk. Helaas weidde het volk zich niet toe aan God om Hem te gehoorzamen; ze zagen op de menselijke helpers die God zond. Veel gelovigen hebben hun ‘op-en-neer’ ervaringen’ en zoeken hun hulp bij hun voorganger of andere vrienden, in plaats van God ingang te geven in hun hart zodat Hij hun problemen zou kunnen oplossen.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Indeling van het boek Richteren

I. Gelatenheid (1-2)

A. Eerste overwinningen (1:1-26)

B. Herhaaldelijke tegenslagen (1:27-36)

C. Goddelijke tuchtiging (2:1-5)

D. Afgodendienst (2:6-23)

(Samenvatting van het hele boek Richteren) 

II. Afvalligheid (3-16)

A. Otniël (3:1-11)

(Mesopotamië)

B. Ehun en Samgar (3:12-31)

(Moabieten)

C. Debora en Barak ((4-5)

(Kanaänieten)

D. Gideon (6-8)

(Midianieten)

E. Abimelech, Tola en Jaïr (9:1-10:5)

(Mannen van Sichem)

F. Jefta (10:6-12:15)

(Ammonieten)

G. Simson (13-16)

(Filistijnen) 

III. Gezagsloosheid

A. Afgodendienst (17-18)

B. Onzedelijkheid (19)

C. Burgeroorlog (20-21)

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Het boek Ruth 

I. Achtergrond

Het is moeilijk te geloven dat de gebeurtenissen in het boek plaatsvonden in de tijd van de Richters, een tijd waarin Israël verdeeld was en een verslagen volk. Maar op de diepste momenten toonde God zijn liefde en handelde met het oog op hen die Hem liefhadden. We leven vandaag ook in een tijd waarin er ‘geen koning in Israël’ is (Richt.17:6); 18:1; 19:1; 21:25), want de Joden hadden hun koning verworpen; maar in die periode, is er een prachtig liefdesverhaal bezig in de wereld: God werft voor een Bruid voor zijn Zoon. Het boek Ruth is een oogstverhaal, zoals de ‘Heer van de oogst’ zijn schoven verzameld (Joh.4:31-38).

We zijn niet zeker wanneer het verhaal van Ruth in de tijd van de Richteren gebeurde. Het is mogelijk dat de hongersnood het gevolg was van een van de invallen van de legers die God gebruikte om zijn volk te tuchtigen. Er moet vrede geweest zijn tussen Juda en Moab want anders was het voor Elimelech en zijn gezien niet mogelijk weest daar naartoe te gaan. Gedurende de tijd van de Richteren was het mogelijk dat er in één deel van het land in vrede was en in een ander strijd.

II. De theologie

Het rechtstreekse doel van dit kleine boek is om de geslachtslijn van koning David na kunnen gaan, zijn er ook veel geestelijke lessen te vinden. Ruth was van Moab, en de Moabieten waren uitgesloten van het volk Israël (Deut.2-3:3). Maar omdat ze geloof hechtte aan de God van Israël, werd ze aanvaard, een illustratie van Gods genade voor de volkeren (Ef.2:11-22). Boaz de losser, is een beeld van de Heer Jezus die de prijs betaalde om ons te redden en tot zijn bruid te maken. De onbekende losser wilde zijn erfenis niet in gevaar brengen voor de zaak van Ruth, maar Boaz hield zoveel van Ruth dat hij haar deel liet uitmaken van zijn erfenis! De genade van God en de leiding in voorzienigheid van God zijn de hoofdthema’s in dit verhaal. Ruth werd stammoeder van de Messias (Mat.1:5). En van David via wie de Messias was beloofd (2 Sam.7). Zoals Rachab (Joz.2:6; Heb.11:33), was ook Ruth iemand uit de volken die een Jood huwde en deel werd van de ‘heilsgeschiedenis’ (Mat.1:5). Het boek mag klein zijn, maar verhaal is een deel van het grootste verhaal ooit!

III. Praktische lessen

Er zijn veel geestelijke lessen te leren uit dit prachtig boekje: (1) Hoe moeilijk de situatie ook mag zijn, wanneer we ons overgeven aan God en Hem gehoorzamen, zal Hij ons uitkomst geven. (2) Niemand is zo ver van God dat Gods genade hem of haar niet kan bereiken of gered kan worden. Ruth had alles tegen, maar de Heer redde haar! (3) God leidt iedereen in zijn voorzienigheid wanneer je Hem wilt gehoorzamen en anderen wilt dienen. Omdat Ruth bezorgd was over Naomi, leidde God haar in een leven geluk en voorspoed. (4) Het is niet juist God de schuld te geven voor onze eigen fouten. Gos gebruikte Ruth om Naomi uit haar wanhoop in zegen. (5) Er zijn geen ‘kleine beslissingen’ bij God. Ruth’s beslissing om aren te lezen in het veld van Boaz leidde ertoe dat ze de stammoeder van koning David en de Messias. Lees Psalm 37:3-7 en merk op hoe dit in het leven van Ruth tot vervulling is gekomen. (6) Het is goed om op de Heer te wachten opdat Hij zijn liefdevol plan kan uitwerken. ‘Zij die op Hem vertrouwen zullen niet beschaamd worden’ (Jes.28:16). Nadat we alles hebben gedaan wat we kunnen doen, mogen we op de Heer vertrouwen die de rest zal doen; en Hij zal ons nooit tegenvallen.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

I. Ruth, haar keuze (1)

A. Naomi’s verkeerde beslissing (1:1-5)

B. Naomi’s verkeerd advies (1:6-18)

C. Naomi’s verkeerde houding (1:19-22)

II. Ruth, haar dienst (2)

A. God leidt Ruth (2:1-3)

B. Boaz bewijst Ruth vriendelijkheid (2:4-16)

C. Naomi bemoedigd Ruth (2:17-23) 

III. Ruth geeft zich over (3) 

A. Ze volgt Naomi’s advies op (3:1-5)

B. Ze onderwerpt zich aan Boaz (3:6-13)

C. Ze wacht om Boaz te dienen (3:14-18) 

IV. Ruth, haar voldoening (4)

A. Boaz lost Ruth (4:1-12)

B. Boaz neem Ruth tot vrouw (4:13)

C. Boaz en Ruth krijgen een zoon (4:14-21)

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Inleiding en indeling van de historische boeken

1 en 2 Samuël, 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken

 

Het onderwerp

De boeken Samuël, Koningen en de Kronieken geven de geschiedenis weer van het koninkrijk Israël, de jaren van nederlaag en overwinning en aan het einde een verdeeld koninkrijk. Wanneer je deze boeken leest is er één les die eruit springt en dat is: Spreuken 14:34 ‘Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën’. Wanneer het volk God verhoogt, verhoogt God het volk; maar wanneer de leiders, profeten en het volk zich van de Wet afkeren, ontzegd God het volk zijn zegen.

Deze waarheid wordt niet alleen gevonden in de geschiedenis van een volk als collectief, maar ook in het persoonlijke leven van de leiders? Beide David en Salomo werden de Here ongehoorzaam en betaalden daarvoor de prijs, zowel in hun gezinnen als in hun persoonlijke levens.

De profeten

In een periode van geestelijke achteruitgang, zond God profeten om het volk te doen ontwaken. Er zijn een aantal onbekende profeten in deze boeken, maar ook bekende dienstknechten van God zoals Elia en Elisa, Jesaja, Joël, Amos, Jona en Micha. Om een chronologisch overzicht te krijgen van hun optreden is het goed daarvoor andere boeken te raadplegen.

Een en twee Samuël

Deze boeken geven de overgang weer van de periode van de Richteren tot aan de tijd dat het koninkrijk Israël werd opgericht. Samuël was de laatste richter en de eerste nationale profeet. Hij was het die Saul tot koning zalfde, en daarna David als zijn opvolger. We kunnen van deze boeken als volgt indelen:

A. Samuël (1 Sam.1-7)

1. Geboorte en jeugd (1-3)

2. Vroege dienst (4-7)

B. Saul (1 Sam.8-15)

1. Saul tot koning gemaakt (8-10)

2. Zijn eerste overwinningen (11-12)

3. Zijn zonden en verwerping (13-15) 

C. David (1 Sam.16 – 2 Sam.24)

1. De herder (1 Sam.16-17)

2. De dienaar (1 Sam.18-19)

3. Verbannen (1 Sam.20-31)

4. De koning (2 Sam.1-12)

a. Zijn overwinningen (2 Sam.1-12)

b. Zijn beproevingen (2 Sam. 13-24)

I. Persoonlijke zonden (11-12)

II. Amnon’s zonde (13)

III. Absalom’s zonde (14-18)

IV. Nationale onrust (19-24)

Een en twee Koningen

Deze twee boeken, zoals de titels al aangeven, behandelen de koningen van het volk Israël. Ze beginnen met de glorieuze regering van Salomo en eindigen met de tragische wegvoering in ballingschap van Juda naar Babylon. We kunnen deze boeken als volgt indelen:

A. Het koninkrijk verenigd (1Kon.1-11)

1. Salomo’s rijkdom en wijsheid (1-4)

2. Salomo’s tempel (5-9)

3. Salomo’s zonde (10-11)

B. Het koninkrijk verdeeld (1 Kon.1-25)

1. Rehobeam en Rehabeam (12-14)

2. Een reeks van goede en verkeerde koningen (15-16)

3. Elia en koning Achab (17-22) 

C. Het koninkrijk in gevangenschap

1. Israëls gevangenschap (1-17)

2. Juda’s gevangenschap (18-25)

Een en twee Kronieken

De boeken een en twee Koningen werden geschreven vóór de gevangenschap van Juda en het lijkt erop dat het geschreven is vanuit het standpunt van een profeet, terwijl 1 en 2 Kronieken werden geschreven ná de gevangenschap (1Kron.6:15) en vanuit het oogpunt van een priester. Deze boeken roepen de herinnering op aan Spreuken 14:34 ‘‘Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën’. Zonde was een verwijt aan de Joden omdat zij Gods volk waren en door God geroepen werden tot een heilig leven ((Ex.19-20). God zou zijn volk veel eerder geoordeeld hebben maar vanwege zijn belofte aan David heeft Hij dat niet gedaan. ‘Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd’ (2Sam.7:16). De uiteindelijke vervulling van die belofte is de Heer Jezus, ‘de zoon van David’ (Mat.1:1), die eenmaal de troon van David zal oprichten (Luk.1:26-33) en zal heersen vanuit Jeruzalem.

We hebben genoeg aandacht besteed in bovenstaande indeling van 1 en 2 Koningen aan de geschiedenissen van Saul, David en Salomo, vandaar dat we hierna onze aandacht willen richten op die gegevens die alleen gevonden worden in 1 en 2 Kronieken.

A. Geslachtsregister van Adam tot koning Saul (1Kron.1-9)

B. De regering van koning David (1Kron.10-29)

1. De door van koning Saul (10)

2. David verstevigt zijn koninkrijk (11-16)

3. Gods verbond met David (17)

4. David breidt zijn koninkrijk uit (18-20)

5. David telt het volk (21)

6. David treft voorbereidingen voor de tempelbouw (22-29)

(De dood van David)

C. De regering van koning Salomo (2Kron.1-9)

1. Salomon ontvangt Gods zegen (1)

2. Salomo bouwt en wijdt de tempel (2-7)

3. Salomo’s roep en rijkdom (8-9) 

D. Het verdeeld koninkrijk (10-36)

(De koningen van Juda)

1. De regering van Jerobeam (10-12)

2. Van Abia tot Asa (13-16)

3. De regering van Josafat (17-20)

4. Van Joram tot Amasja (21-25)

5. De regering van Uzzia (26)

6. De regering van Jotam en Achaz (27-28)

7. De regering van Hizkia (29-32)

8. De regering van Manasse en Amon (33)

9. De regering van Josia (34-35)

10. De laatste koningen en de ondergang van Juda (36) 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX