Indelingen en Inleidingen Boeken OT

 

In deze rubiek kunt u indelingen en inleidingen vinden op de boeken van het Nieuwe Testament

 

 

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Indeling van het boek Genesis

 

I. De geschiedenis van de mensheid 

A. De schepping van hemel en aarde (1-11)

B. Adam en zijn familie (3-5)

De val van de mens (3)

C. Noach en zijn familie (6-11)

De vloed (6-10)

De torenbouw van Babel (11) 

II. Geschiedenis van Israël

A. Abraham – De vader die zijn zoon gaf (12:1-25:18)

B. Isaäk – De zoon die een bruid kreeg (25:19-26:35)

C. Jacob – Het vlees vs. de Geest (27:1-36:43)

D. Jozef – De voorzienigheid van God (37:1-50:26)

 

Inleiding van het boek Genesis

1. Naam

Genesis komt uit het Grieks en betekend ‘begin’ of ‘generaties’. Het woord genesis wordt in het evangelie naar Mattheüs als ‘geslachten’ vertaald (1:1). Genesis is het boek van waaruit alles begint. Er worden tien geslachten vermeld in het boek: de hele en aarde (2:4); Adam (5:1); Noach (6:9); Sem (11:10); Terach (11:27); Ismaël (25:12); Isaak 25:19); Esau (36:1) en Jakob (37:2). Als basis voor de hele Bijbel, vermeld Genesis het begin van het universum, geschiedenis van de mens, cultuur, zonde, redding, offer, huwelijk en het gezin.

2. Auteur

Het is algemeen aanvaard dat Mozes de auteur is van de eerste vijf boeken van de Bijbel, ook genoemd de ‘Pentateuch’. Uiteraard leefde Mozes niet op het moment dat de gebeurtenissen vermeld in het boek Genesis gebeurden, maar de Geest spoorde hem aan het schrijven (2Petr.1:20-22). De Heer Jezus geloofde dat de boeken door Mozes geschreven waren want hij verwijst ernaar (Joh.5:45-47) en het gezag van de Heer Jezus mag voor ons voldoende zijn om het auteurschap van Mozes ook te aanvaarden 

3. Doel

Wanneer we beginnen met het lezen van het boek Genesis zullen we ontdekken dat de eerste elf hoofdstukken erg beknopt zijn in de beschrijving van de gebeurtenissen, terwijl de rest van het boek uitvoerig en gedetailleerd ingaat op de gebeurtenissen van de vier hoofdpersonen: Abraham, Jakob, Isaak en Jozef. Zoals je uit de indeling kunt opmaken (zie aldaar) handelt het eerste gedeelte (1-11) over de algemene geschiedenis van de mensheid en de zonde, terwijl het tweede gedeelte in het bijzonder over het ontstaan van het volk Israël gaat. Dit geeft aan dat de bedoeling van het boek om het begin van de mensheid en zonde te verklaren, en Israël en Gods heilplan met betrekking tot de gevallen mens. Eigenlijk is een van de hoofdthema’s van het boek Genesis de Goddelijke verkiezing.

We beginnen met ‘de hemel en de aarde’ maar dan gaat het verder over de aarde en niet over de hemel; vanaf dan is het onderwerp Gods plan met betrekking tot de aarde. Omdat Gods keuze op de aarde is gevallen gaat Hij voorbij aan de engelen (ook de gevallen) en kiest ervoor om met de mens te handelen. Van Adams vele zonen, kiest God Set (4:25). Van Sets nakomelingen (Gen.5) kiest God Noach (6:8), en van Noach nakomelingen Sem (11:10), Terach (11:27) en tenslotte Abraham (12:1). Abraham had veel kinderen, maar Isaak is de uitverkorene (21:12). Isaak had twee zonen, Jakob en Esau, en God kiest Esau om de ontvanger van zijn zegen te zijn. Dit laat ons Gods uitverkiezing zien. Geen een van de vermelde personen verdiende deze eer; zoals het ook is voor alle gelovigen, want ook hun verkiezing is door Gods genade tot stand gekomen. Samen met God uitverkiezing laat Genesis ons verder Gods kracht en uitzonderlijke voorzienigheid zien. De mens is ongehoorzaam aan God en twijfelen aan Hem, toch zegeviert Gods plan en komt Hij tot zijn doel met de mens. Was dit plan van God gefaald in het boek Genesis, dan zou eeuwen later geen Messias in Bethlehem geboren geweest zijn.

4. Genesis en Openbaring

Alles wat in het boek Genesis begint windt zijn voltooiing in het laatste bijbelboek Openbaring.

God schiep de hemel en de aarde (Gen.1:1) en zal ooit eens een nieuwe hemel en aarde scheppen (Op.21:1). Satan viel de eerste mens aan (Gen.3) maar zal worden verslagen in de laatste aanval (Op.20:7-10). God maakte licht en duisternis (Gen.1:5), maar er komt een dag waarin er geen nacht meer zal zijn (Op.21:23; 22:5). Er zal geen zee meer zijn (Gen.1:10; Op.21:1), en de vloek die rust op de schepping zal worden opgeheven (Gen.3:14-17; Op.22:3). God verdreef de mens uit de tuin (Gen.3:24), maar de mens zal welkom worden geheten in het hemels paradijs (Op.22:1vv.), en de boom van het leven zal weer hersteld worden voor de mens (Op.22:14). Babylon zal vernietigd worden (Gen.10:8-10; Op.17-19) en het aangekondigd oordeel over satan zal worden voltooid (Gen.3:15; Op.20:10).

5. Christus in Genesis

Overeenkomstig Lukas 24:27, 44-45 kunnen we Christus in alle bijbelboeken vinden Onderstaande verwijzingen zijn slechts een paar van vele:

1. Het scheppende Woord - Gen.1:3; Joh.1:1-5; 2Kor.4:3-7)

2. De laatste Adam - Rom.5; 1Kor.15:45

3. Het zaad van de vrouw – Gen.3:15; Gal.3:19; 4:4

4. Abel – Gen.4; Heb.11:4; 12:24

5. Noach en de zondvloed – Gen.6-10; 1Petr.3:18-22

6. Melchizedek – Gen.14; Heb.7-10

7. Isaak, het kind van de belofte – Gen.17; Gal.4:21-31 (Isaak is een type van Christus door zijn wonderlijke geboorte, zijn bereidheid om te steren, zijn ‘opstanding’ (Heb.11:19), en het ontvangen van zijn bruid. Natuurlijk, de Heer jezus stierf werkelijk en stond op uit de doden. In Isaak was het slechts symbolisch).

8. Het Lam – Gen.22:7-8; Joh.1:29

9. Jakob’s ladder – Gen.28:12vv.; Joh.1:51

10. Jozef – Gen.37-50 (Verworpen door zijn broers, geliefd door de ader, onterecht geleden, verhoogd om te heersen. Jozef zijn broers erkenden hem de eerste keer niet toen ze hem zagen, maar ze erkenden hem de tweede keer. (Zo zal het ook gaat met de Messias en het volk Israël).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Indeling van het boek Exodus

 

I. Verlossing – Gods macht (1-17) 

A. De slavernij van de zonde (1-4)

B. De weigering van Farao (5-11)

C. De verlossing van God (12-17) 

1. Pasen – Christus, Lam voor ons geslacht (12-13

2. Doortocht door de Rode Zee – Opstanding (14-15)

3. Het Manna – Christus het Brood van het Leven (16)

4. De rots geslagen – De Geest (17:1-7)

5. Amalek – Het vlees tegen de Geest (17:8-16) 

II. Gerechtigheid – Gods heiligheid (18-24) 

A. Het volk voorbereid – (18-19)

B. De Wet gegeven (20-23) 

1. De geboden ten opzichte van God (20)

2. De oordelen ten opzichte van de volk (21-23)

C. Het Verbond bevestigd (24)

III. Herstel – Gods genade (25-40)

A. Beschrijving van de tabernakel (25-31)

B. De tabernakel was nodig – Israëls zonden (32-34)

C. De tabernakel opgericht – (35-40)

 

Inleiding op het boek Exodus

 I. De naam

In het Grieks betekend de naam ‘exodus’ uittocht. (Zie Hebreeën 11:22). Exodus beschrijft Israëls onderdrukking en de wonderlijke bevrijding uit Egypte. Een van de kernwoorden van het boek is ‘verlossing’, omdat verlossing vrijheid inhoud. In het boek vinden we veel illustraties van verlossing in Christus. Het woord ‘exodus’ wordt op twee plaatsen in het Nieuwe Testament vermeld. In Lukas 9:31 heeft de uitgang te maken met de dood van Christus, en in 2 Petrus 1:14 waar het te maken heeft met de dood van Petrus. Met andere woorden: er zijn drie ‘exodus- ervaringen’ in de Bijbel: (1) Israëls’ bevrijding uit Egypte, (2) Christus‘ bevrijding van de zondaar door het kruis, en (3) en de bevrijding van de gelovige van gebondenheid van de wereld en de dood.

II. De schrijver

Er is geen reden om te twijfel een het auteurschap van Mozes. De eenheid van het boek (zie: de indeling) geeft ook de indruk dat er maar één auteur was, en het getuigenis van de ooggetuigen geven aan dat de auteur overal aanwezig was. Christus getuigd van het auteurschap van Mozes (Joh.7:19; 5:46-47).

III. Het doel

Genesis is het boek waar alles beging; Exodus is het boek van de verlossing. Het boek vermeld naast de verlossing van het volk uit Egypte, de geschiedenis van het ontstaan en de religieuze handelingen. Deze dingen geven ook de verlossing weer die Christus aan het kruis heeft verworven. Er zijn veel typen en symbolen van Christus en de gelovige in Exodus, speciaal in de dienst en ceremonies behorende bij de dienst aan de tabernakel. Exodus vermeld ook het ontvangen van de Wet. Het is moeilijk allerlei nieuwtestamentische onderwerpen te begrijpen zonder het boek Exodus te raadplegen.

IV. De typen

Er zijn meerdere typen te vermelden in het boek Exodus: (1) Egypte is het beeld van de wereld, in opstand tegen Gods volk, en tracht het volk te onderdrukken. (2) Farao is een type van de duivel, de god van deze wereld, die aanbidding wenst, God tart, en erop uit is zijn volk in slavernij te brengen. (3) Israël is een type van de Gemeente – berijd van de banden van deze wereld, op een pelgrimsreis, en beschermd door God. (4) Mozes is een type van Christus, Gods profeet. (5) De doortocht door de Rode Zee is een beeld van de opstanding, die de gelovige scheidt en bevrijdt van deze boze wereld. (6) Het manna is een beeld van Christus het Brood van het Leven. (7) De rots die geslagen werd is een type van de geslagen Christus, door wiens dood de heilige Geest gekomen is. (8) Amalek is een beeld van het vlees, en zich erzet tegen de gelovige op zijn reis. Het belangrijkste type in Exodus is het Pascha, die de dood van Christus uitbeeld, de toepassing van het bloed voor onze veiligheid, en het toepassen van Zijn leven voor de kracht tijdens onze wandel.

V. Mozes en Christus

We kunnen veel vergelijkingen en een groot tegenstelling tussen Mozes en Christus maken, omdat Mozes een beeld van Christus is. Mozes was een profeet (Hand.3:22); een priester (Ps.99:6, Heb.7:24); een dienaar (Ps.105:26; Mat.12:18); een herder (Ex.3:1; Joh.10:11-14)); een middelaar (Ex.33:8-9; 1Tim.2:5); en een bevrijder (Hand.7:35; 1Thes.1:10). Hij was zachtmoedig van aard (Num.12:3; Mat.11:29), trous (Heb.3:12), gehoorzaam, en machtig in woord en daad (Hand.7:22; Mark.6:2). In zijn leven was hij een zoon in Egypte en in gevaar om gedood te worden (Mat.2:14vv.), maar werd door God voorzienigheid beschermd. Hij gaf er de verkeur aan- om met het volk te lijden dan te heersen in Egypte (Heb.11:24-26; Fil.2:1-11). Mozes werd de eerste keer door zijn broers verworpen, maar de tweede keer aanvaard; en tijdens zijn verwerping verwierf hij zich een bruid ui de heidenen (een beeld van Christus en de Gemeente). Mozes veroordeelde Egypte, en Christus veroordeelde de wereld. Mozes bevrijdde Gods volk door het bloed van het lam, zoals Christus dat deed op het kruis (Luk.9:31). Mozes leidde het volk, voedde het volk en droeg hun lasten. De tegenstelling is natuurlijk, dat Mozes het volk niet in het beloofde land binnenbracht; Jozua deed dat. De Wet is gegeven door Mozes, maar genade en waarheid kwamen door Jezus Christus (Joh.1:17).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Indeling van het boek Leviticus

 

I. Gods oplossing voor de zonde (1-10) 

A. De offers (1-7)

1. Brandoffers (1; 6:8-13)

2. Spijsoffers (2; 6:14-23)

3. Vredeoffers (3; 7:11-34)

4. Zondoffers (4; 6:24-30)

5. Schuldoffers (5:1-6:7; 7:1-7)

B. Het Priesterschap (8-10)

II. Gods voorschriften voor afzondering

A. Een heilige natie (11-20)

1 Rein en onrein – reinigingswetten (11-15)

2. De grote Verzoendag (16-17)

3. Verschillende heiligingswetten (18-20)

B. Een heilig priesterschap (21-22)

C. Heilige dagen – feesttijden des Heren (23-24)

III. Gods beloften voor zegen (25-27)

A. Sabbats- en Jubeljaar (25)

B. Zegen en Vloek (26)

C. Lossing bij geloften (27)

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX