Het leven van aartsvader Isaak

 

 

 

 

Het leven van aartsvader Isaak

 

 

 

 

1. Profetische hoofdlijnen van het boek Genesis

2. Genesis 24 - 'Daar komt de Bruid!' - Een typologische verklaring

3. Genesis 24 - 'Daar komt de Bruid! - Een praktische verklaring

4. Genesis 25-26 - Isaaks huwelijk

5. Genesis 25-26 - Isaak de Erfgenaam

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Profetische hoofdlijnen van het boek Genesis

 

 

 

Genesis 12

Met de roeping van Abraham begint de geschiedenis van het volk Israël. God zou ze tot een grote natie maken, hen zegenen en tot een zegen doen zijn voor alle volken. Het heil is uit de Joden!

Genesis 14

Profetisch kunnen we de gebeurtenissen die na deze oorlog plaatsvonden, (de verbonden volkeren van de eindtijd, waarin het volk Israël in het bijzonder in het gedrang zal komen, maar waarin de vijanden zullen worden overwonnen) de tijd zien van, de Prins van de Vrede, de Koning van de Gerechtigheid, de grote Hogepriester, de Heer Jezus Christus, Die zal verschijnen om zijn volk Israël te zegenen. Dan zal Israël Hem erkennen zoals Abraham Melchizedek erkende als God de Allerhoogste.

Genesis 15

Het verblijf in Egypte, kunnen we zien als het opgaan van Israël temidden van de volkeren. Typisch is de beschrijving van de ‘rokende oven’; doet ons dat niet denken aan de Holocaust?

Hoofdstuk 21

‘Toen de volheid van de tijd gekomen was zond God zijn Zoon’ (Gal.4:4). Sara baarde Isaak, de zoon van de belofte. Isaäk en Ismaël beelden twee tijdperken, bedelingen uit. Hagar komt overeen met het aardse Jeruzalem, wier kinderen in slavernij zijn. Sara is het beeld van Jeruzalem dat boven is, en vrij!

Hoofdstuk 22

In dit hoofdstuk zien we Abraham als type van God die ‘zelfs zijn eigen Zoon niet spaarde, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft’ (Rom.8:32). Isaak is hier natuurlijk het beeld van de Heer Jezus, Die als een Lam ter slachtbank ging! We zien Isaak hier als: het Lam van God in zijn offer, sterven en opstanding.

Hoofdstuk 23

De zoon (Christus) was gekomen en Sara (Israël) verdween van dit aardse toneel. Sara is het type van Israël als natie en haar dood symboliseert de dood van Israël als natie. Deze gebeurtenis moet in verbinding gebracht worden met het voorgaande hoofdstuk.

Daar zagen we dat Isaäk op het altaar werd gelegd, maar er ook weer afkwam. Dit is het beeld van de dood en opstanding van de Heer Jezus. Onmiddellijk daarna, stierf Sara, door wie Isaak in de wereld kwam. De Heer Jezus kwam (naar het vlees) uit een Joods gezin! Israël, dat is Sara, werd begraven temidden van de Hethieten, dat een beeld is van de volkeren. Maar Israël heeft de belofte van herstel, uitgebeeld door de opstanding. God heeft Israël beloofd om ze uit het nationaal ‘graf’ weer op te zoeken, op te wekken en te brengen naar het land dat aan Abraham beloofd was.

Hoofdstuk 24

In dit hoofdstuk zien we Isaak de zoon en erfgenaam, met de vader die zijn knecht uitzend om een bruid voor zijn zoon te zoeken. Typologisch zien we hier de roep en thuiskomst van haar, die de troost is van de Zoon, na Israëls falen en nationale dood, de Gemeente. De knecht is een beeld van de heilige Geest. Hij werd uitgezonden nadat Christus was verheerlijkt en met de Pinksterdag begon Hij aan zijn dienst op aarde. Hij getuigde van de Vader en de Zoon; hoe rijk de Vader is en dat de Zoon de erfgenaam is. De heilige Geest roept mensen op, en voor hen die Hem gehoorzamen is Hij ook degene die hen naar de Bruidegom leidt.

Hoofdstuk 25

Abrahams huwelijk met Ketura en het nageslacht van haar besluit deze opmerkelijke geschiedenis. Dat dit huwelijk plaats had na het huwelijk van Isaak (typisch gezien: de bruiloft van het Lam) maakt het zeer interessant. Nadat de Gemeente voltallig is en de genadetijd op haar einde loopt, zal het zaad (lijfelijk) van Abraham gezegend worden en tot een zegen zijn voor de volkeren. Dat zal het resultaat van het nationale herstel van Israël. Dan zullen alle volkeren gezegend worden door Abraham nageslacht. Het nageslacht van Ketura staat voor de volkeren die het duizendjarig vrederijk zullen bewonen. ‘Isaak’ is echter de enige erfgenaam, ‘Abraham nu gaf alles wat hij had aan Isaak’. De volkeren werden weggezonden met ‘geschenken’.

Hiermee is de geschiedenis van Abraham geëindigd en stopt de typologische toepassing. In de volgende hoofdstukken wordt de draad weer opgenomen maar dan vanuit het leven van Jakob. Dat wordt al voor zijn geboorte aangeduid doordat God tegen Rebecaa zegt dat er twee volken in haar schoot zijn. (25:23).

Hoofdstuk 28

Abraham hebben we als een type gezien van de Vader; is Isaak het type van de Zoon in Jakob zullen we een type vinden van de heilige Geest. Jakobs geschiedenis is een voorafschaduwing van de geschiedenis van zijn zonen. Jakobs vertrek staat voor Israëls verdrijving uit hun eigen land om hun wandel en lijden onder de volkeren te ondergaan, totdat ze naar het land zullen worden teruggebracht om tot het hoofd van de volkeren te worden aangesteld. In de tuchtiging die over Jakob komt in de tijd bij Laban zien we Gods bestuurlijk handelen met Israël.

Hoofdstuk 29

In de tijd van zijn ballingschap in Padam-Aram gedurende twintig jaar lezen we niet dat God zich aan Jakob openbaard, evenals in de tijd dat Israël onder de volkeren verstrooid is. In die periode is de Gemeente de ontvanger, drager en uitvoerder van Gods raadsbesluit in de kracht van de heilige Geest (1 Tim.3:15).

We lezen niets van het sterven van Rebekka in de Bijbel. Zoals we hebben gezien was Rebekka een beeld van de Gemeente. Nadat het verslag in Genesis overgaat van Isaak naar Jakob horen we niets meer van Rebekka. Rebekka is verborgen op de achtergrond aanwezig en ontmoet haar God, zoals ook de Gemeente en de opname van de Gemeente tot haar Heer een verborgenheid is.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

 

‘Daar komt de Bruid!’

Genesis 24 

Een typologische verklaring

 

 

 

Inleiding

Wie ook maar een klein beetje op de hoogte is van de typologie van de Bijbel weet dat het grootste gevaar daarin schuilt om alles te willen verklaren. Typologie kan worden omschreven als de leer van de typen, voorafschaduwingen van latere geestelijke werkelijkheden. Zo paste de Heer Jezus het onderwijs van het Oude Testament betreffende de koperen slang op Zichzelf toe (Num.21:9; Joh.3:14-15). We onderscheiden meerdere soorten types: stoffelijke, persoonlijke en historische. Ik geef van elk een voorbeeld. De tabernakel is een type van het hemels model (Heb.8:5), Adam is een type van Christus (Rom.5:14) en de zondvloed is een type van de doop (1Petr.3:21). Andere soorten van types zijn: gebeurtenissen, feesten, plaatsen, voorwerpen en ambten. Voor meer onderwijs over typologie verwijs ik u naar de literatuurlijst onderaan dit artikel.

We mogen types daarom dan zien als illustraties van nieuwtestamentische waarheden (Heb.8:5; Gal.4:24; 1Kor.10:4; Heb.10:1; Rom.5:14; 1Kor.5:7; 9:9). Zo heeft niemand ernstige bezwaren tegen de toepassing om in Izaäk een type van de Heer Jezus te zien die door zijn Vader wordt geofferd voor de zonden van de mens in Genesis 22. Izaäk is ook een type van de zondaar die geoordeeld dient te worden om zijn eigen zonden maar die een vervanging vindt in de Heer Jezus, die voorgesteld wordt in de ram in het doornstruik (Gen.22:9). Daarom ben ik van mening dat de Bijbel en in ons geval het boek Genesis, niet een verzameling is van toevallig aaneengeplakte verhalen, maar met een duidelijke geestelijke structuur waarin een diepere betekenis in verborgen ligt. Het ontdekken daarvan is een grote verrijking bij het lezen van Gods Woord.

Voordat we aan de bespreking van hoofdstuk 24 beginnen geef ik hierbij een overzicht van de gebeurtenissen van de betrokken hoofdstukken. In hoofdstuk 22 is Abraham een type van God de Vader die zijn Zoon offert, Izaäk een type van de Zoon die zijn leven geeft als offer. Onmiddellijk na het offer van Isaak lezen we over de geboorte van Rebekka. De komst van de Gemeente, waarvan Rebekka en type is, heeft het offer van Christus als basis. In hoofdstuk 23 is de stervende Sara een type van de tijdelijke terzijdestelling van Israël waardoor er ruimte kwam voor de Gemeente. In hoofdstuk 24 is de Abraham een type van de Vader, de knecht een type van de heilige Geest, Rebekka van de Gemeente en Isaak van de Heer Jezus. Tenslotte is Ketura (de ‘nieuwe’ vrouw van Abraham) (25:1) een type van het toekomstig Israël. Zoals Abraham zijn knecht zond om een bruid voor zijn zoon te zoeken zien we in het Nieuwe Testament dat God zijn Geest heeft gezonden om een bruid voor zijn Zoon te verwerven. Na de bereidverklaring van Rebekka gaat de knecht met haar op weg naar de bruidegom. Isaak neemt haar tot vrouw en ontvangt de erfenis van zijn vader.

De wil van de Vader (Gen.24:1-9)

Het is toch vreemd dat het langste hoofdstuk van het boek Genesis gaat over hoe een vader op zoek gaat naar een vrouw voor zijn zoon. Ik geloof dat het ons een beeld geeft van hoe de hemelse Vader een bruid voor zijn Zoon zocht (Mat.22). Abraham was 140 jaar oud en was rijk aan bezittingen. Hij zou nog 35 jaar leven (21:5; 25:20). Mogelijk is zijn ouderdom de reden dat hij de tijd gekomen achtte dat hij een vrouw voor zijn zoon moest zoeken opdat er volgens de belofte nakomelingen zouden komen en hij Isaak ook het land Kanaän als erfenis zou kunnen geven (12:1-3; 13:14-17; 15:18; 21:12).

Als we de typologische hoofdlijn doortrekken dan zien we dat de Vader voor zijn Zoon een bruid zocht. De bevestiging daarvan zien we in het Nieuwe Testament onder andere in de gelijkenis van de bruiloft (Mat.22:1-14). We zien daar dat de koning (God) die een bruiloft voor zijn zoon aanricht en daarvan de uitnodiging doet uitgaan. Omdat op de eerste uitnodiging geen reactie kwam volgde later een tweede (22:8v.). De eerste uitnodiging was gericht aan het volk Israël en de tweede ‘aan allen die u er zult vinden’ (vs.9). Dit staat echter een later herstel van het volk Israël echter niet in de weg want zover gaat die gelijkenis niet. Let wel het initiatief om een bruiloft voor zijn zoon aan te richten gaat uit van de Vader en dat komt ook overeen met het getuigenis van het Nieuwe Testament. ‘Simeon heeft verteld hoe God in het eerst erop heeft toegezien uit de volken een volk aan te nemen voor zijn naam’ waarna ‘de vervallen hut van David weer zal worden opgebouwd die vervallen is’ (Hand.15:14,15). Hieruit blijkt tevens dat de Gemeente een tijdelijk fenomeen is en dat Israël haar plaats weer zal innemen wanneer de Gemeente is opgenomen. Ook in de volgende tekst zien we dat de actie van God uitgaat. ‘Past op uzelf en op de hele kudde, waarin de heilige Geest u als opzieners heeft gesteld om de gemeente van God te hoeden, die Hij Zich heeft verworven door het eigen bloed van zijn eigen Zoon’ (Hand.20:28).

Het getuigenis van de knecht (Gen.24:10-49)

Het mag duidelijk zijn dat de knecht een beeld is van de heilige Geest die uitgezonden is om een vrouw voor de zoon van zijn Heer te zoeken. Het werk van de heilige Geest om dat te bewerkstelligen is dan ook het voorwerp van het grootste deel van dit hoofdstuk. Het werk van de Geest, in het brengen van het evangelie duurt nu al bijna tweeduizend jaar. En als we letten op de huidige gebeurtenissen in deze wereld geloof ik dat we spoedig onze Heer zullen ontmoeten. De knecht zoekt de bruid, leidt haar door de woestijn en na een lange reis zal ze haar heer ontmoeten . Een verdere uitleg is hier overbodig, denk ik.

Hoewel de methode anders is dan vandaag zijn de principes hetzelfde; de knecht had als opdracht meegekregen dat het geen vrouw uit de Kanaänieten mocht zijn (Deut.7:3). Met andere woorden geen ongelijk juk aangaan; ‘mits in de Heer’ (1Kor.7:39; 2Kor.6:14). ‘Uit de volken een volk aan te nemen voor zijn Naam’ (Hand.15:14). Het niet houden aan dit voorschrift en toch in een huwelijk een ongelijk juk aangaan heeft in het verleden en heden voor veel verdriet gezorgd. Vandaar de vraag van de knecht: ‘Wiens dochter zijt gij?’ of zoals we het nu zouden zeggen: ‘Ben je een kind van God?’ (vs.23). Het zou ons te ver voeren om op alle details in te gaan en beperken we ons tot het moment dat knecht de toekomstige bruid gevonden heeft (vs.22). Van de heilige Geest zegt de Heer Jezus ‘dat Hij Mij zal verheerlijken, want Hij zal uit het mijne nemen en het u verkondigen’ (Joh.16:14). ‘Maar wanneer de Voorspraak is gekomen, die Ik zal zenden van de Vader, de Geest van de waarheid die van de Vader uitgaat, zal Die van Mij getuigen’ (Joh.15:26).

In zijn getuigen naar Rebekka spreekt de knecht van de grootheid en rijkdom van zijn heer en diens zoon. Hij verheerlijkt de vader en zoon. ‘De Here heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij rijk geworden is; Hij hem gegeven kleinvee en runderen, zilver en goud, slaven en slavinnen, kamelen en ezels. Paulus zegt het zo: ‘Christus in Wie al de schatten van de wijsheid en de kennis verborgen zijn’ (Kol.2:3) en ‘Christus Die rijk was’ (2Kor.8:9). De knecht getuigd verder: ‘En Sara, de vrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was, en hij heeft hem gegeven alles wat hij bezit’ (24:35-36).

Het gaan van de Bruid (Gen.24:50-60)

Voor Rebekka was het bezoek van Abrahams knecht natuurlijk totaal onverwacht maar niet zonder effect. De knecht had zich uitgeput in lofuitingen van zijn heer. Hij geeft God de eer die zijn weg voorspoedig had gemaakt (24:21). Hij had zijn opdracht zo goed ten uitvoer gebracht dat hij als gast werd verwelkomd in het huis van Betuël. Het getuigenis van de knecht had een zodanige indruk gemaakt op Betuël en Laban dat ze er Gods hand in erkenden. De uitnodiging om te eten stelde de knecht uit want hij wilde eerst zijn opdracht ten einde brengen.

Zoals in de inleiding als is gezegd is de knecht een type van de heilige Geest die getuigenis gaf van de rijkdommen van zowel de Vader als de Zoon als de erfgenaam. De heilige Geest spreekt niet over Zichzelf maar over de Vader en de Zoon en maakt hun plannen bekend, en zoals de knecht in zijn opdracht is geslaagd, zal ook de heilige Geest slagen in zijn opdracht om een Bruid voor de Zoon bijeen te verzamelen uit deze wereld.

En nog meer tot de verbeelding sprekend is de persoon van Rebekka die een type is van de Gemeente. Voor de eerste keer verneemt Rebekka wat het doel van de komst van de knecht is; hij zoekt een vrouw voor de zoon van zijn heer (vs.48). Ze had de boodschap nu gehoord en geloofde het getuigenis van de knecht. Toen ze de zilveren en gouden sieraden en de klederen ontving (vs.53) was ze overtuigd zowel van de rijkdom van de heer van de knecht alsook van de liefde van de zoon want hij was immers de toekomstige erfgenaam die zijn rijkdom met haar wilde delen. Daarom was er ook geen uitstel van haar vertrek mogelijk en op de vraag: ‘Wilt gij met deze man meegaan?’, zei ze: ‘Ja’ (vs.58). Maar ook de knecht wilde geen uitstel; hij had zijn opdracht voltooid en wenste nu zo snel mogelijk Rebecca voorstellen aan de zoon van zijn heer (vs.56). Betuël en Laban gaven toestemming dat Rebecca met de knecht meeging om de vrouw te worden van de zoon van zijn heer Isaak.

De ontmoeting van Bruid en Bruidegom (Gen.24:61-67)

Zich volledig overgevend aan de knecht gaat Rebecca op weg naar de ontmoeting met Isaak. Isaak van wie ze alleen maar gehoord had, maar nog niet had gezien. De toepassing is eenvoudig. De zondaar die het getuigenis en de boodschap van het Evangelie hoort en geloofd ontvangt de heilige Geest als zegel van zijn toekomstige erfenis (Ef.1:13-14). Zijn hart wordt losgemaakt van de wereld en hecht zich aan Hem, die ons liefheeft en die wij ook lief hebben gekregen, ook al hebben wij Hem nog nooit gezien (1Petr.1:8). ‘Toen maakte Rebekka zich met haar dienstmaagden gereed en zij reden op kamelen weg, en volgden de man. De knecht nam Rebekka mede en ging heen’ (vs.61). Het is niet bekend hoe lang de reis heeft geduurd, maar de afstand is mogelijk 800 kilometer geweest. Rebecca was niet op de hoogte van de bijzonderheden van de reis en welke de mogelijke gevaren en moeilijkheden deze zouden kunnen geven en ook niet hoe lang het zou duren voordat ze haar bruidegom zou ontmoeten. Maar haar gedachten zullen zich daar niet mee hebben beziggehouden, ze was gericht op het verlangen hem te ontmoeten waarvan ze al zoveel had ontvangen en nog zou ontvangen! Isaak was in haar hart en voor haar ogen. Ook wij zijn op reis naar Iemand van wie we hebben gehoord en hebben lief gekregen en verlangen naar de ontmoeting met onze Heer, maar we weten niet hoe lang de reis zal duren, maar ‘voor hen, die 't heil des Heren wachten, zijn bergen vlak en zeeën droog’.

‘Toen Rebekka haar ogen opsloeg en Isaak zag, liet zij zich van de kameel glijden. En zij zeide tot de knecht: Wie is die man daar, die ons tegemoet komt in het veld? En de knecht zeide: Dat is mijn heer (vs.64-65). Isaak kwam Rebecca tegemoet van de bron Lachaï-Roï, (‘bron van de levende’) en daar ontmoeten ze elkaar. De knecht stelde Rebecca aan Isaak voor en bracht verslag uit. Zoals Isaak Rebecca tegemoet kwam, op dezelfde wijze zal de Heer Jezus zijn Gemeente, waarvan Rebecca een type is, tegemoet komen in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen (1Thes.4:17). Zonder twijfel kunnen we zeggen dat Isaak ook een sterk verlangen had om zijn bruid te zien, als dat Rebecca de bruidegom wilde zien, want ‘Hij verlangt nog meer dan wij! Hij heeft zich alles ontzegd om de vreugde die voor Hem lag (Heb.12:2). ‘Christus heeft zijn gemeente liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet’ (Ef.5:25-27). We zullen Hem zien zoals Hij is. Voordat de nacht viel (vs.63), een type van de komende oordelen over deze wereld, bracht Isaak haar in de tent waarna het huwelijk voltrokken werd (Op.19). Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder.

Tenslotte

Ik wil nogmaals betonen dat ik hiermee een typologische verklaring van Genesis 24 heb gegeven, waarmee u misschien niet zo mee vertrouwd bent. Ik raad u dan ook aan om de inleiding nog eens te lezen. Het kan ook zijn dat het u ontbreekt aan een totaaloverzicht van de Bijbel, of dat u onbekend met het verschil tussen Israël en de Gemeente, dan raad ik u aan om u daarvan op de hoogte te brengen. De beknopte literatuurlijst hieronder zal u daarbij kunnen helpen.

Literatuurlijst

A Dictionary of Bible Types – Walter L.Wilson

Evangelical Dictionary of Theology – Walter A.Elwell

Systematic Theology – Lewis Sperry Chafer

De Geest van God – Ouweneel, W.J.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

  

‘Daar komt de bruid!’

Genesis 24

Een praktische verklaring

 

Inleiding

Hoofdstuk 24 behoort tot de meest geliefde gedeelten van het boek Genesis. Het aantal verzen van dit hoofdstuk overtreft verre dat van de schepping, waarover we graag iets meer hadden geweten. Waarom dan zo’n lang verhaal over Isaaks huwelijk met Rebekka, is het niet daarom dat hier een diepe geestelijke waarheid achter schuil gaat? Daarover kunt u lezen in het artikel met hetzelfde onderwerp ‘Daar komt de Bruid!’ maar in de typologische uitleg. Dit artikel wil meer de nadruk leggen op de praktische toepassing en gelet op het onderwerp, relatie en huwelijk, is dat meer dan nodig in onze wereld. De Bijbelse normen voor wat betreft het huwelijk, worden met voeten getreden. Ik wil ook niet zeggen dat het voor jongeren die opgegroeid zijn in een christelijk gezin, gemakkelijk is om een partner te vinden. In veel evangelische kerken is het aantal jongeren vaak gering in aantal en dat maakt het vinden van een partner er niet gemakkelijker op. Maar ik geloof wel dat als een jongen of meisje hun verlangen ernstig in gebed aan God voorleggen dat dat de meest aangewezen weg is om een partner te vinden.

Abraham op zoek naar een bruid (24:1-9)

Dit is het langste hoofdstuk van Genesis en het concentreert zich op geloof, hoop en liefde. Abraham is nu 140 jaar (25:19-20 en 21:5) oud en zou nog 35 jaar leven. God had hem rijkelijk gezegend, zowel geestelijk als materieel, maar Abraham wilde er zeker van zijn dat de zijn zoon de juiste bruid zou krijgen. Wellicht is zijn hoge leeftijd de reden om een vrouw voor Isaak te zoeken om een tijdige overdracht van zijn bezittingen te garanderen. Hoe wist Abraham dat God ervoor zou zorgen dat zijn zoon de juiste bruid zou krijgen? Hij vertrouwde op Gods beloften! Isaak was Gods bezit. Abraham had hem enkele jaren daarvoor op het altaar gelegd, en hij wist dat God in deze ‘nood’ zou voorzien. Anders zou het beloofde nageslacht immers niet geboren kunnen worden als Isaak geen bruid zou krijgen. De vrouw zou uit de familie van God moeten komen; het mocht niet iemand zijn uit de heidense volkeren. Natuurlijk waren er genoeg mooie meisjes uit de omringende volkeren die graag met Isaak zouden trouwen om daardoor te kunnen delen in zijn rijkdommen, maar dat was tegen de wil van God. In de verzen 6 en 8 wordt dit benadrukt met de woorden: ‘Maar gij zult naar mijn land en naar mijn maagschap gaan om een vrouw te nemen voor mijn zoon Isaak’ (vs.4-8). Een principe dat ook nu nog geldt: ‘mits in de Here’ is het advies van de apostel Paulus (1Kor.7:39-40; 2Kor.6:14-18). Het is jammer als de ouders soms nalaten hun kinderen daarin op de juiste wijze voor te lichten want daardoor zullen ze Gods zegen missen. Voor adolescenten is het ook niet eenvoudig om rationeel een beslissing te nemen met zulke verstrekkende gevolgen voor het latere leven. Abraham wilde liever dat zijn zoon ongehuwd zou blijven dan dat hij zou terugkeren naar Ur, of dat hij zou trouwen met een heidense vrouw. Dat geeft nog maar eens aan hoe belangrijk een huwelijksrelatie is. Moest in de toenmalige cultuur de vader een bruid voor zijn zoon zoeken, vandaag is dat totaal anders en loopt (vader en moeder) vaak achter de feiten aan…

De taak van de knecht (24:10-49)

De wijze waarop een jongen aan een meisje geraakte is heel verschillend in vergelijking met onze tijd en cultuur. Het initiatief ging van de vader, Abraham, uit. De familie van Rebecca moest zich ook kunnen vinden in een relatie zoals we kunnen lezen (vs.55-60). In veel landen en culturen vinden we dit gebruik nog in praktijk. Welke praktische lessen kunne wij uit dit gedeelte leren? Ten eerste de knecht, van wie de naam niet bekend is, is een beeld van de heilige Geest die uitgezonden wordt door de Vader, hier Abraham, die een bruid zoekt voor de bruidegom. Zoals de knecht gebonden was aan de opdracht en de voorwaarden door zijn meester gegeven, zijn ook de gelovigen gebonden aan de voorwaarden die hun gegeven zijn. De facto betekend dat voor een gelovige, dat de toekomstige partner ook gelovig behoort te zijn. ‘Mits in de Heer’ en ‘Geen ongelijk juk’ zegt het Nieuwe Testament (1Kor.7:39; 2Kor.6:14). Hier wordt het uitgedrukt met de woorden ‘mijn land en naar mijn maagschap’ (vs.4). Op het voorstel van de knecht in het geval die vrouw hem niet zou willen volgen of hij dan Abrahams zoon zou moeten terugbrengen naar het land, vanwaar Abraham uitgetrokken was, antwoorde Abraham: ‘Wacht u ervoor mijn zoon daarheen terug te brengen (vs.6).

Verder zien we dat de knecht zo bekommerd was om zijn taak te volbrengen dat hij niet om voedsel gaf (v.33; Joh.4:31-34). Vaak stellen wij fysieke zaken boven de geestelijke. De knecht ontving zijn opdracht van zijn meester en hij veranderde deze niet. Hij geloofde in gebed (Jes. 65:24; 2Kon.20:4; Dan.9:20vv.) en wist op de Heer te wachten. Er is geen plaats voor overhaast handelen in de dienst van de Heer. De knecht vertrouwde op de leiding van de Heer: ‘de Here heeft mij geleid op de weg…’ (vs.27; Joh.7:17). Toen hij wist wat Gods wil was, stelde hij het niet uit, maar haastte zich om zijn opdracht verder uit te voeren. De gastvrijheid was een mooie ervaring, maar hij had een opdracht te vervullen voor zijn meester dus moest al het andere wachten. Merk op dat de knecht bij zin terugkeer verslag uitbracht aan zijn meester (vs.66). Ook wij zullen eenmaal verantwoording dienen af te leggen voor Christus voor wat wij gedaan hebben (2Kor.5:10). De kenmerken die de knecht openbaarde, zoals bereidheid, trouw, gebed en leiding zouden ook bij ons gevonden moeten worden. ‘Hij zal Mij verheerlijken’ zei de Heer Jezus van de heilige Geest. (Joh.16:14).

Rebekka’s beslissing (24:50-67)

Toen Rebekka water ging putten voor de knecht en de kamelen heeft ze niet kunnen bevroeden wat de uitkomst van die daad zou zijn! Zij zou de vrouw van Isaak worden en de moeder van Jakob de vader van de 12 stammen van Israël. Nu moest Rebekka weer een belangrijke beslissing maken: zou ze thuis bij haar familie blijven om daar als dienstmaagd te blijven, of zou ze door te geloven in de woorden van de knecht naar Isaak gaan, een man die ze nooit gezien had (1Petr.1:8-9). Er kwamen belemmeringen op haar weg; haar broer wilde dat ze nog een tijdje zou blijven (vs.55); de reis zou lang en moeilijk zijn, en ze moest haar geliefden verlaten, en ze had Isaak nog nooit gezien. Maar dat weerhield er haar niet van om te vertrekken; het onbekende tegemoet, zoals eerder haar toekomstige schoonvader ook had gedaan (Heb.11:8).

De wereld geeft vaak als raad om te wachten, zoals Laban zijn zuster adviseerde. Maar toen de materiële voordelen ter sprake kwamen, had Laban wel haast! (vs.28-31). We vragen ons af of hij de knecht inviteerde uit vriendelijkheid of omdat hij op voordeel uit was. Met Laban zullen we nog uitgebreid kennis maken wanneer we de geschiedenis van Jakob zullen behandelen. Zondaars zijn over het algemeen niet zo haastig als over het behoud van hun ziel, of dat van een ander gaat. Tot zover had Rebekka haast getoond (vv.18-20, 28), maar nu wilde men haar intomen. ‘Zoekt de Here, terwijl Hij zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is’ (Jes.55:6). We kunnen alleen maar Rebekka’s keuze waarderen: ‘Ik zal gaan.’ Deze geloofsdaad veranderde haar leven. Ze veranderde van een dienstmeisje in een bruid, van de eenzaamheid van deze wereld in vreugde en liefde en vriendschap, van armoede tot (Isaaks) welvaart (2Kor.8:9). Heeft ze de gehele rijkdom van Isaak gezien? Natuurlijk niet! Dat zou onmogelijk geweest zijn! Wist ze alles over hem? Nee. Maar wat ze hoorde en zag, overtuigde haar dat ze moest gaan. Gelijk als nu, de Geest tot de zondaars spreekt en hen de dingen van Christus voorstelt, voldoende is om tot een beslissing te komen. ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom!’ (Op.22:17).

Rebecca ontmoet Isaak (24:62-67)

Eerst op het eind van dit hoofdstuk komt de eigenlijke hoofdpersoon in beeld: Isaak. Hij zal wel op de hoogte zijn geweest van het voornemen van zijn vader Abraham en de uitzending van de knecht maar we lezen daar niets van. Mogelijk wist hij wel iets wat blijkt uit het gegeven dat de knecht verslag aan hem uitbrengt. We krijgen een romantisch beeld wanneer we lezen dat Isaak tegen het vallen van de avond uitging in het veld om te peinzen; wellicht viel het overlijden van zijn moeder hem nog moeilijk. Had hij misschien zitten te berekenen wanneer de tijd aan zou breken dat de knecht terugkwam, in elk geval was het niet voor niets dat hij Rebekka tegemoet reed.

Rebekka’s geloof werd beloond. Haar naam is vermeld in Gods Woord; ze deelde in Isaaks liefde en rijkdom, en ze ging een belangrijk deel uitmaken van Gods plan. Als ze geweigerd had om mee te gaan, dan zou ze als een onbekende vrouw gestorven zijn. ‘Wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’(1Joh.2:17). ‘Toen Rebekka haar ogen opsloeg en Isaak zag, liet zij zich van de kameel glijden. En zij zeide tot de knecht: Wie is die man daar, die ons tegemoet komt in het veld? En de knecht zeide: Dat is mijn heer. Daarop nam zij de sluier en bedekte zich. Toen bracht Isaak haar in de tent van zijn moeder Sara, en hij nam Rebekka, en zij werd hem tot vrouw, en hij kreeg haar lief. Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder’ (24:24-67). Let op: ‘Isaak kreeg haar lief’, dat geheel tegen ons gebruik in, maar wel iets om over na te denken.

Tenslotte

Hoofdstuk 24 is een prachtige geschiedenis over het samenkomen van een man en een vrouw. In os maatschappij zien we dat het sprookje niet blijft duren als je niet aan je huwelijk werkt. We lezen dat Isaak Rebecca lief krijgt nadat hij haar tot vrouw had genomen (vs.67). Een vrouw die relatieproblemen had met haar man, zei tot haar psychiater: ‘Ik hou niet meer van mijn man’, waarop de psychiater antwoorde: ‘Dan moet je dat maar leren!’. Tegenwoordig worden er geen pogingen meer ondernomen om een huwelijk te redden, eerder het tegenovergestelde, met zo snel mogelijk tot de ontbinding ervan over. De statistieken spreken boekdelen over huwelijk en scheiding. ‘Want Ik haat de echtscheiding, zegt de Here’ (Mal.2:16). Dat wil mijn inziens niet zeggen dat God de echtscheiding verbiedt, maar de gevolgen voor de partners en niet te vergeten de eventuele kinderen zijn groot. ‘Een daad van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit. Ook het huwelijk van Isaak en Rebecca bleef niet voortduren zonder dat er problemen en zorgen kwamen, daarvan getuigt de Schrift ook.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Het huwelijk van Isaak en Rebecca

Genesis 25-26

 

Inleiding

Het is niet gemakkelijk een artikel over het huwelijk te schrijven in een wereld waarin de hoekstenen van de maatschappij gesloopt worden. In België is binnen twee jaar de helft van de gesloten huwelijken geëindigt in een scheiding. Wie durft nog te beginnen aan een vaste relatie? Velen kiezen dan ook voor het samenwonen of een latrelatie. Een latrelatie is een liefdesrelatie waarbij twee minnaars een in hoofdzaak monogame relatie hebben en ervoor kiezen geen gezamenlijke huishouding te voeren, maar apart te blijven wonen. Voor deze relatievorm wordt meestal gekozen als beide partners hun zelfstandigheid niet willen opgeven. (LAT is: Living Apart Together). ‘God haat de echtscheiding’ (Mal.2:16) maar Hij verbiedt het niet, want hij heeft bevolen in voorkomend geval een scheidbrief te schrijven, dit vanwege de hardheid van hun harten. (Deut.24:1,3; Mat.19:7; Mark.10:5). Persoonlijk geloof ik dat God de echtscheiding haat vanwege de enorme gevolgen die het met zich meebrengt, zowel op materieel als geestelijk gebied. De grootste slachtoffers van een scheiding zijn de kinderen. In amper één generatie is de maatschappij onherkenbaar verandert, sneller en meer dan ooit tevoren. Misschien vindt u het bovenstaande te zwart wit en te negatief dan kan mogelijk zijn, maar als ik om mij heen kijk zie ik een seculiere wereld, d.w.z. een proces waarbij de Kerk en het geloof onttrokken worden aan het maatschappelijk leven en dat heeft zijn gevolgen.

Laten we ons daarom maar met een mooier voorbeeld bezighouden, zoals het verhaal van Isaak en Rebecca. Het lijkt erop dat Isaak en Rebekka elkaars tegenpolen waren, wat je vaker ziet in relaties. Isaak bleek een rustige man (24:63) die, als het even mogelijk was moeilijkheden liever uit de weg ging, zoals we nog zullen zien. Rebecca was meer de persoon die tot het initiatief overging. Daar is niets mis mee zo lang er maar wederzijds respect is en iedere partner de plaats inneemt die God hem of haar heeft toebedeeld. Maar een huwelijk beginnen is één ding, er iets van te maken is een ander; dat vereist inspanning en volharding van beide partners.

Een goed begin…

‘En Isaak was veertig jaar oud, toen hij Rebekka, de dochter van Betuël, de Arameeër uit Paddan-Aram, de zuster van de Arameeër Laban, tot vrouw nam’ (Gen.25:20)

Een goed begin wil niet zeggen, een goed einde, want ook het huwelijk van een gelovige kan in een scheiding eindigen. De Bijbel vergund ons een blik in het huwelijk van Isaak en Rebecca. De Bijbel stelt de zaken nooit mooier voor dan dat de werkelijkheid is. Denk maar aan het leven van koning David die overspel pleegde met Batseba. Ook in het huwelijk van Isaak en Rebecca worden de zaken verhaald zoals ze zich voordeden. In de huidige maatschappij wordt het huwelijk voorgesteld als een sprookje. Hoe komt het dan dat het ‘sprookje’ in veel gevallen al na twee jaar voorbij is? Is het niet daarom dat veel relaties te vlug of niet op een juiste manier tot stand zijn gekomen? In de reclame is het allemaal rozengeur en maneschijn, zoals het gezegde luidt, maar zo gauw er een haar in de boter komt stort het (huwelijks-) wereld in. Helaas zien we in de gebeurtenissen die zich voordoen in het leven van Isaak en Rebecca dat het huwelijk onder druk kan komen te staan. Wat wil je ook wanneer na twintig jaar huwelijk er nog geen kinderen komen en dat terwijl Isaak de zoon van de belofte is. Maar de oplossing was op komst!

Teleurstellingen

‘Nu bad Isaak de Here voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar; en de Here liet Zich door hem verbidden, en zijn vrouw Rebekka werd zwanger’ (Gen.25:21)

Dat het gebed van een rechtvaardige veel vermag zien we in dit gedeelte (Jak.5:16). Elk huwelijk kent ook zijn ‘ups’ en ‘downs’ ook dat van een gelovige zoals we zien in dat van Isaak en Rebecca. Terwijl Ismaël twaalf zonen heeft, krijgen Isaak en Rebekka geen kinderen. Dat was een grote beproeving. Deze tegenslag bracht Isaak op de knieën want vanwaar zou anders zijn hulp komen (Ps.121:1-2) en met resultaat want ‘de Here liet zich door hem verbidden’ (25:21). Gelukkig wist Isaak van zijn ouders wáár hij hulp kon vinden! Rebekka volgde het voorbeeld van haar man toen de kinderen in haar binnenste tegen elkaar stootten. ‘Daarop ging zij de Here vragen’ (25:22). Daarmee vervulde ze wat later door Jakobus werd opgeschreven in zijn brief: ‘Als nu aan iemand van u wijsheid ontbreekt, laat hij die aan God vragen’ (Jak.1:5). Het antwoord dat Rebecca krijgt is tweeledig: ‘Twee volken zijn in uw schoot, en twee natiën zullen zich scheiden uit uw lichaam; de ene natie zal sterker zijn dan de andere, en de oudste zal de jongste dienstbaar wezen’ (25:23).

Bij de geboorte van de tweeling is het eerste kind dat tevoorschijn komt ‘rossig, geheel als een haren mantel’ (25:25). Als de broer van Ezau tevoorschijn komt, houdt zijn hand de hiel van Ezau vast. Daaraan dankt Jacob zijn naam. De Hebreeuwse uitdrukking voor bedriegen is: de hiel vastpakken. Daarom krijgt Jacob deze dubbelzinnige naam. Hij is de hielenlichter maar dat betekent wellicht ook de bedrieger. Hoe gelukkig Isaak en Rebecca ook geweest zullen zijn met de geboorte van de tweeling, het zou later een oorzaak van verdeeldheid in het gezin worden.

Ergernissen

‘Toen Esau veertig jaar oud geworden was, nam hij tot vrouw Jehudit, dochter van de Hethiet Beëri, en Basemat, dochter van de Hethiet Elon. En zij waren een kwelling des geestes voor Isaak en voor Rebekka’ (Gen.26:34)

Esau heeft voor zover de Schrift het ons meedeelt, drie vrouwen gehad. De twee eersten waren Jehudit en Basemat beiden een dochter van een Hethiet. Wat de beweegredenen van Esau zijn geweest om met deze vrouwen een relatie aan te gaan weten we niet, in ieder geval wordt het duidelijk wat zijn hart naar uitgaat. Later trouwt Esau ook nog met Machalat, een dochter van Ismaël (28:9). Je ziet dat kinderen lang in een gezin dat God dient kunnen meelopen, maar op zekere dag komt het hart openbaar in de keuzes die ze maken. We zien dat geïllustreerd in het leven van Lot die uiteindelijk kiest voor Sodom (Gen.13:10-13). Ook vandaag de dag zien we dat in de massale kerkverlating. We leven in een tijd dat we ‘het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient’ (Mal.3:18; Op.22:11). Wanneer Esau de leeftijd van veertig heeft bereikt, vindt hij het tijd om een vrouw te zoeken; het worden en gelijk twee. Dat het Rebecca de keuze van Esau erg hoog zat blijkt later nog maar eens bij het vertrek van Jakob naar Laban. ‘Voorts zeide Rebekka tot Isaak: Ik walg van mijn leven om die Hethitische vrouwen; indien Jakob zich nu ook zo’n Hethitische vrouw neemt uit de dochters des lands, waarvoor leef ik dan nog?’ (27:46). Vertaald naar onze tijd zien we dat veel vaker een relatie wordt aangegaan met een ongelovige, tot grote droefheid van de ouders. Hoewel, is dat wel zo of hebben zich al niet veel ouders zich er al bij zo’n keuze hebben neergelegd en het ook allemaal niet meer zo erg vinden?

Verdeeldheid en scheiding

‘En Isaak had Esau lief, want wildbraad was naar zijn smaak; maar Rebekka had Jakob lief’ (Gen.25:28)

We zien dat de kinderen oorzaak werden van de verdeeldheid in het gezin van Isaak. Dat was niet alleen de schuld van de kinderen maar ook van de voorkeur van de ouders! (vs.28). In hoofdstuk 27 komt dat veel duidelijker aan de oppervlakte en gaan we er daar wat meer op in. Jakob eb Esau waren kinderen van dezelfde vader en moeder en toch zo verschillend. Hetzelfde zien we bij Kaïn en Abel (Gen.4). Het is niet verkeerd een voorkeur te hebben voor een bepaald kind in het gezin, maar dat mag nooit zichtbaar worden voor de anderen. Het lijkt in de voorkeur die Isaak en Rebecca voor de kinderen hebben dat het hun elkaar tegenpolen zijn. Wat je zelf niet hebt, vindt je bij een ander. Bij veel echtparen zie je vaak hetzelfde. We krijgen de indruk dat Isaak een wat timide man is die liever confrontaties uit de weg gaat dan ertegen op te treden. Zijn voor keur is Esau een man, ervaren in de jacht, een man van het veld (25:27). Rebecca op haar beurt is iemand die overgaat tot het initiatief, ze is ondernemend en haar voorkeur is Jakob, een huiselijk man, die in tenten woonde (25:27). Rebecca maakte het plan, om Jakob te doen doorgaan voor Esau en op deze wijze de zegen van de eerstgeborene door haar jongste zoon te doen toekomen; zij hielp mee de uitvoering van het plan (Gen27). We zien dat de eenheid die er in het begin van het huwelijk was, weg is. We horen niet meer van gebed of overleg. De verdeeldheid is optimaal. Het wegsturen van Jakob door Rebecca naar haar broer Laban brengt ook scheiding teweeg; het gezin ‘valt uit elkaar’. Rebecca zou ‘haar’ Jakob nooit meer terugzien. Wanneer Rebekka gestorven is weten we niet, wel dat ze samen met Isaak begraven is geworden in de spelonk in het veld van Makpela, waar ook Abraham, Sara en Lea begraven waren (Gen.49:30-32).

De liefde vergaat nimmermeer

‘Toen hij lange tijd daar geweest was, en Abimelek, de koning der Filistijnen, eens door het venster keek, zag hij, en zie, Isaak was aan het minnekozen met zijn vrouw Rebekka’ (Gen.26:8)

Het woord verliefdheid komt in de Bijbel niet voor. Verliefdheid richt zich meer op het fysieke, het seksuele maar dat kan geen basis zijn voor een duurzame relatie. Wanneer men spreekt over liefde dan bedoelt men vaak seks, maar dat is het gevolg van liefde; Liefde is een geestelijke zaak, van hart tot hart. Je hebt iemand lief, niet om wat zij of hij is, maar wie zij of hij is. ‘Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt’ is het advies van Prediker (9:9). Sexualiteit hoort in het huwelijk thuis en waar het legitiem is waar je ervan kan genieten. ‘Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en huwelijksleven onbezoedeld’ (Heb.13:4). ‘Uw bron zij gezegend, verheug u over de vrouw uwer jeugd: een liefelijke hinde, een bekoorlijke ree; laat haar boezem u te allen tijde vreugdedronken maken, wees bestendig verrukt over haar liefkozingen. Waarom zoudt gij dan, mijn zoon, afdwalen naar een vreemde, de boezem van een onbekende omarmen? (Spr.5:18-20).

Het is niet duidelijk wat met het woord ‘minnekozen’ wordt bedoeld; wat heeft Abimelech gezien? De diverse vertalingen geven geen duidelijkheid.  In ieder geval was het een uiting van liefde voor elkaar. Rebecca moet ongeveer zestig jaar zijn geweest, maar dat wil niet zeggen dat ze onaantrekkelijk was. Abimelech vreesde dat de mogelijkheid bestond dat ‘licht iemand van het volk bij uw vrouw zou hebben kunnen liggen, en dan zoudt gij schuld over ons gebracht hebben’ (26:10).

Tenslotte

In hoofdstuk 27 wordt er al gesproken over Isaaks dood, maar dat zou toen nog drieënveertig jaar duren. Omdat Isaak honderdtachtig jaar is geworden en hij op zestigjarige leeftijd vader werd, is over die tussenliggende periode van honderdtwintig niet veel bekend. De aandacht richt zich vanaf hoofdstuk 27 meer op de geschiedenis van Jakob.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

 

Isaak de Erfgenaam

 Hoofdstuk 25-26

 

Inleiding

Omdat Abraham aan Isaak al zijn bezittingen had geschonken (25:5) was hij in een gespreid bedje terecht gekomen. Hij was de zoon van een beroemde vader (Abraham), en de vader van een beroemde zoon (Jakob), en het gevaar bestaat dat we Isaak uit het oog verliezen bij het lezen van het boek Genesis. We zien dat Isaak geen man was die initiatief nam, dat was eerder Rebecca. Hij ging liever de confrontatie uit de weg. Deze karaktertrek had misschien ook te maken met zijn opvoeding als enig kind. Omdat hij de enige erfgenaam was hoefde hij ook geen inspanning te doen om bezit te verwerven, hij kreeg immers vanzelf in de schoot geworpen. Zelfs zijn vrouw, Rebecca werd op initiatief van Abraham gezocht. Zijn leven was minder opwindend als dat van zijn vader Abraham, die een echte pelgrim was en trok van pleisterplaats tot pleisterplaats. Isaak leefde echter langer dan elke andere patriarch, 180 jaar (Gen.35:28), maar zijn leven was minder opwindend als dat van de anderen. Ongelukkig genoeg eindigt zijn leven minder goed als toen hij begon.

Een voorname afkomst (vs.1-11)

‘Hij of zij komt uit een goed nest’ hoor je wel eens zeggen, maar een ‘goede’ afkomst betekend niet dat je daardoor automatisch verzekerd bent van je eeuwige behoudenis, dat gold niet voor Isaak en ook niet voor ons! Ook Nicodemus, die een zeer goede positie had als leraar van Israël, moest wederom geboren worden! (Joh.3). Maar een opvoeding in een gelovig gezin geeft wel degelijk een ‘voorsprong’, maar is geen garantie dat ze ook tot geloof komen! God heeft geen kleinkinderen! Paulus schrijft aan Timotheüs: ‘als ik mij in herinnering brengj het ongeveinsd geloof in jou, dat eerst gewoond heeft in je grootmoeder Loïs en in je moeder Eunice, en ik ben ervan overtuigd ook in jou’ (2Tim.1:5). Zelfs deel uitmaken van joodse volk was geen garantie want toen Johannes de doper zag dat  ‘velen van de farizeeën en sadduceeën to zijn doop kwamen, zei hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u een aanwijzing gegeven om de komende toorn te ontvluchten? Breng dan vrucht voort, de bekering waardig; en denkt niet dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader! Want ik zeg u, dat God uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken’ (Mat.3:7-9). De apostel Paulus gaat daar in de brief aan de Romeinen op door als hij schrijft: ‘Maar het is niet zo dat het Woord van God vervallen zou zijn. Want niet allen zijn Israël die uit Israël zijn; evenmin, omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen; maar: in Izaäk zal uw nageslacht worden genoemd; dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend’ (Rom.9:6-8). ‘Maar allen die Hem hebben aangenomen, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees, niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn’ (Joh.1:12-13).

Hij viel in dezelfde zonde (vs.6-11)

De zonde die zulke nadelige gevolgen had gehad in het leven van Abram vinden we bij Isaak terug, ook hij verklaarde dat zijn vrouw zijn zuster was (Gen.20:13). Voor Abraham was er nog een verzachtende omstandigheid doordat zijn vrouw een halfzuster was, maar dat gold niet voor Rebekka! Ze vielen ‘door de mand’ toen ze aan het minnekozen waren! (26:8). De resultaten waren echter hetzelfde: het verlies van Gods zegen, een slechts getuigenis en openbare terechtwijzing door een heidense koning. Let wel: ‘deze dingen nu zijn hun overkomen als voorbeelden en zijn beschreven tot waarschuwing voor ons’ (1Kor.10:11). Abraham, Isaak en zoveel andere oud- en nieuwtestamentische gelovigen hebben gezondigd maar dat is geen vrijbrief voor ons om ze daarin na te volgen! Wij worden geacht in nieuwheid van leven te wandelen en de zonde over ons niet te laten heersen, maar voor God vrucht te dragen (Rom.8:4,14; 7:5). Een opziener in de gemeente moest ook ‘een goed getuigenis hebben van buiten zijn hen, opdat hij niet in opspraak komt en in de strik van de duivel valt’ (1Tim.3:7). We worden opgeroepen te wandelen met ‘een goed geweten, opdat in wat van u kwaad gesproken wordt als van boosdoeners, zij die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd worden’ (1Petr.3:16). ‘Opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God, temidden van een krom en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, terwijl u het woord van het leven vertoont’ (Fil.2:15).

Hij groef zijn vaders putten op (vs.12-22)

Nadat de zonde openbaar was geworden (de leugen van Isaak over Rebekka) kon er weer sprake zijn van vrucht dragen! Waterbronnen spreken van geestelijke bronnen van God (Joh.7:37). Welke bronnen zijn dichtgestopt en welke zijn weer open gegaan?

Met keizer Constantijn traden er grote verandering op in de positie, houding en leer van de kerk. Het caesaropapisme deed zijn intrede; de kerk werd dienstbaar aan de staat en de kerkelijke leiders aan de keizer gemaakt. Hieruit is het latere Pausdom ontstaan dat zijn officiële status kreeg onder Leo de Grote die van 440-461 bisschop van Rome was. Een andere verkeerde bron was het antichiliasme of amillenniasme, de idee van een ‘christelijk’ rijk dat het zicht op het toekomstige messiaanse rijk verloren deed gaan. Het sacramentalisme – behoud en eeuwig leven is niet door geloof, maar door het ontvangen van de sacramenten en daarmee verbonden het sacerdotalisme de bevoegdheid van de priester om namen de kerk de sacramenten uit te reiken, deden hun intrede in de kerk. Het substitutionalisme of vervangingstheologie - die de aan Israël toegezegde vervloekingen aan Israël overlaat en de aan Israël toegezegde zegeningen voor de kerk opeist nam haar plaats in de leer van de kerk in.

Wat zijn onze bronnen vandaag? Zijn niet veel bronnen dichtgestopt geworden in de loop der eeuwen? Af en toe ging er weer een bron open, zoals in de tijd van Luther, maar we moeten verder terug naar Gods Woord zelf. Dat Woord is de enige bron waarnaar we weer terug moeten. Gelukkig heeft in het midden van de negentiende eeuw en heropleving plaatsgevonden en vond er een herziening van de theologie plaats waarbij vooral gedacht moet worden aan de hernieuwde belangstelling voor de eschatologie, de leer van de laatste dingen. Isaak opende niet alleen de bronnen die Abraham gegraven had, maar hij noemde ze ook met dezelfde namen (26:18).

Hij vertrouwde op de God van zijn vader (vs.23-35)

God is trouw aan zijn volk. ‘Here, Gij zijt ons een toevlucht geweest van geslacht tot geslacht’ (Ps.90:1). Tijden veranderen, de ene mens neemt de plaats in van de andere, maar God blijft trouw wat er ook gebeurt! Zolang Isaak buiten het land Kanaän verbleef had hij conflicten, maar eenmaal terug in Berseba had hij weer een verschijning van God. ‘En de Here verscheen hem in die nacht en zeide: Ik ben de God van uw vader Abraham; vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal u zegenen en uw nageslacht vermenigvuldigen ter wille van mijn knecht Abraham’. ‘Toen bouwde hij daar een altaar en riep de naam des Heren aan.’ De gemeenschap was hersteld en Gods zegen kon weer gaan stromen. Daarna sloot Isaak vrede met zijn buren en te dien dage groeven de knechten van Isaak daar een put die Berseba werd genoemd; put van de eed, naar aanleiding van de eed die hij met zijn buren had gesloten. (26:25). Hij had dan wel vrede met zijn buren gesloten, maar thuis ondervond hij ‘oorlog’, door het huwelijk van Esau met de Hethietische vrouwen Jehudit en Basemat!

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX