Profetische Boeken 2

Wat zegt de Bijbel?

 

 

In deze rubriek zijn de volgende artikelen opgenomen:

 

 

 

 

Inleiding en Indeling van het boek Ezechiël

Ezechiël 37-48 - De vervallen hut van David

Ezechiël 38-39 - Is de vernietiging van Israël aanstaande? - Deel 1

Ezechiël 38-39 - Is de vernietiging van Israël aanstaande? - Deel 2

De beek Gods is vol water - Ezechiël 47

Inleiding en Indeling van het boek Daniël

Daniël 3 - Maar zelfs indien niet

Inleiding en Indeling van het boek Hosea

Gods genade voor Israël - Het boek Hosea

Inleiding en Indeling van het boek Joël

Inleiding en Indeling van het boek Amos

______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

Inleiding op het boek Ezechiël

 

 

Inleiding

In het jaar 606 v.Chr. werd een begin gemaakt van de eerste van meerdere deportaties van het volk Israël naar Babel, waarvan de profeet Daniël deel uitmaakte. Van de tweede groep maakte Ezechiël deel uit, toen ongeveer vijfentwintig jaar oud. Hij kwam bij de ballingen van Tel-Abib, die aan de rivier de Kebar woonden (Ez.3:15). Daar woonde hij met zijn vrouw in zijn eigen huis (8:1; 24:16vv.). Vijf jaar nadat Ezechiël in Tel-Abib aankwam, werd hij in het jaar 592 v.Chr. tot profeet geroepen; hij was toen dertig jaar. Zijn naam betekent ‘God geeft kracht’. Dit was dus zes jaar voor de verwoesting van de stad Jeruzalem in 586 v.Chr., toen Jeremia daar werkzaam was. Ezechiël diende als priester het volk dat in ballingschap was. Net zoals Jeremia was ook Ezechiël een priester die tot profeet geroepen werd.

Het boek Ezechiël kan, met uitzondering van Ezechiëls roeping, in drie delen worden verdeeld: (1) Gods oordeel over Jeruzalem, (2) Gods oordeel over de volkeren, en (3) het herstel van het volk Israël. De hoofdstukken 1–24 gaan over de tijd vóór het beleg van Jeruzalem; de hoofdstukken 25-32 tijdens het beleg van Jeruzalem en de hoofdstukken 33-48 ná het beleg van Jeruzalem. Hoewel de profeet in ballingschap was, bleef hij toch op de hoogte van de gebeurtenissen in Jeruzalem. Ezechiël bracht niet alleen mondeling Gods Woord tot het volk, het werd ook zichtbaar in zijn eigen persoonlijk leven. God legde hem een aantal symbolische activiteiten op om de aandacht van het volk te krijgen: een oorlogsspel (4:1-3); op zijn zijde liggen voor een aantal dagen (4:4-17); zijn haar en baard scheren (5:1-4); doen alsof hij voor de oorlog vluchtte (12:1-16); zuchten (21:1-7) en het meest moeilijke van allemaal de dood van zijn vrouw (24:15-27). Niet gemakkelijk om een profeet te zijn!

We zullen een paar bijzondere en belangrijke onderwerpen van het boek behandelen.

Gods heerlijkheid

De heerlijkheid geopenbaard in een stormwind (1:4)

Dit symboliseert Gods oordeel over Jeruzalem. Babel komt uit het noorden. De wolk van flikkerend vuur betekent de verwoesting van Jeruzalem.

De heerlijkheid geopenbaard door cherubs (1:5-14)

De cherubs, verschillen van engelen maar worden daarmee gelijkgesteld. Deze wezens symboliseren de heerlijkheid en de kracht van God. Ze kunnen alle kanten opkijken en bewegen zonder te draaien. De vier gezichten spreken van hun eigenschappen: de kennis van de mens; de kracht en vrijmoedigheid van de leeuw; de trouw en dienst van een os; en het hemelse van de arend. Sommigen uitleggers zien in die vier gezichten de vier evangeliën: Mattheüs de leeuw – de koning; Markus de os – dienstknecht; Lukas de mens - Zoon des mensen en Johannes de adelaar – Zoon van God. Deze wezens konden zich snel bewegen om de wil van God ten uitvoer te brengen.

De heerlijkheid geopenbaard door wielen (1:15-21)

Elk wezen is verbonden met een reeks wielen, twee wielen per rad. De wielen draaiden voortduren in alle richtingen. Ze waren ‘vol ogen’ (vs.18) een mogelijk symbool voor de alwetendheid van God (Spr.15:3). Dit mag spreken van Gods voortdurende bezig zijn met zijn schepping, zijn macht en heerlijkheid, zijn alomtegenwoordigheid, zijn plan met de mens, zijn voorzorg. De wereld is vol geweld en verandering, maar God is Dezelfde en volvoert zijn plan.

De heerlijkheid geopenbaard in het uitspansel of firmament (1:22-27)

Het is een mooi platvorm, het uitspansel, boven de wielen en de cherubs, die de troon van God bevat. God zit nog steeds op zijn troon, en zijn wil wordt nog steeds in deze wereld ten uitvoer gebracht ook al doorgronden wij het niet. De complexe bewegingen van de cherubs en de wielen symboliseren de onnaspeurlijkheid van Gods handelen, welk Hijzelf alleen kan verstaan en beheersen (Rom.11:33-36). Er is een perfecte harmonie en orde.

De heerlijkheid geopenbaard in een regenboog (1:28)

In de storm verscheen er een regenboog waaruit we mogen concluderen dat God trouw is aan zijn belofte (Gen.9:11-17; Op.4:3, 10:1). Noach zag een boog ná de storm, Ezechiël tijdens de storm en Johannes vóór de storm.

De heerlijkheid verwijderd (8-11)

De heerlijkheid van God verschijnt opnieuw maar nu in de zondige stad Jeruzalem waarvan het oordeel steeds naderbij komt. Natuurlijk kon Gods heerlijkheid op zo’n plaats niet aanwezig blijven. In 8:4 verschijnt de heerlijkheid, maar in 9:3 stond die heerlijkheid op de drempel van de tempel op het punt om te vertrekken. De tempel was nu leeg. Dan in 10:4 verhief Gods heerlijkheid zich en in 10:18 ging de heerlijkheid van de drempel naar de oostpoort van de tempel en uiteindelijk in 11:22-23 ging de heerlijkheid uit de tempel naar de Olijfberg. Ikabod: ‘Gods heerlijkheid’ was weg! (1Sam.4:21).

De heerlijkheid hersteld (43:1-12)

In de hoofdstukken 40-48 ziet de profeet een hersteld volk Israël en de heerlijkheid van het koninkrijk. Hij beschrijft de herstelde stad en tempel, groter dan Israël ooit heeft gekend. In 43:1-6 ziet hij de terugkeer van Gods heerlijkheid, die op dezelfde berg terugkeert zoals hij was weggegaan. Natuurlijk de Heer Jezus is de heerlijkheid van God en Hij zal in die heerlijkheid terugkeren tot het volk van God, Israël. Deze terugkeer van Gods heerlijkheid is niet gebeurd toen de Joden terugkeerden na hun ballingschap naar het land, dus moet die vervulling van die profetie nog toekomstig zijn.

De val van Jeruzalem

Het was een nationale catastrofe, de verwoesting van de tempel in 586 v.Chr. door koning Nebukadnezar. De herinnering eraan wordt door de Joden nog altijd levendig gehouden door de herdenking op Tisja Beav. Tisja Beav is de traditionele rouwdag van het jodendom. Een treurdag ter gelegenheid van de verwoesting van de tempel. Men herdenkt op die dag de verwoesting van zowel de Eerste als de Tweede Tempel, respectievelijk in 586 v. Chr. en 70 n. Chr. Het is een dag van vasten en het zingen van klaagliederen. De tempel werd in de brand gestoken, het koper, zilver en goud werd meegenomen en het volk werd in ballingschap naar Babel gevoerd, waar ze zeventig jaar zouden verblijven (Jer.25:11-12; 29:10; Dan.9:2). In 536 v.Chr. geeft de Perzische koning Cyrus de Joden toestemming om stad en tempel weer op te bouwen (Zie de boeken Ezra en Nehemia). Deze tempel was als niets in vergelijking met de vorige tempel, dat blijkt uit wat de profeet Haggaï daarover schrijft: ‘Wie onder u is overgebleven, die dit huis in zijn vroegere heerlijkheid gezien heeft? Hoe ziet gij het nu? Is het niet, daarbij vergeleken, als niets in uw ogen? (Haggaï 2:4).

Terugkeer en herstel van Israël (37)

Dit hoofdstuk beschrijft de herrijzenis van Israël. Het beeld dat daarvoor gebruikt wordt is een dal dat vol beenderen is. Deze beenderen stellen het gehele huis Israëls voor (37:11). Het zijn dode beenderen die zullen herleven, maar eerst zullen zij bijeengebracht worden, waarna er spieren, vlees en een huid aan toegevoegd zouden worden. Tenslotte zou de geest in hen komen waardoor ze herleefden. Veel uitleggers zien hierin de terugkeer van de Joden naar het land Israël die de laatste decennia zijn teruggekeerd en het land hebben ontgonnen en tot bloei gebracht. Maar geest is er nog niet; er is nog geen terugkeer tot God, hoewel de Messias-belijdende Joden daarvan mogelijk een hoopvol teken van zijn. In de toekomst zullen de twee en tien stammen weer verenigd worden onder het gezag van de Messias, waarvan David een voorloper en type was.

De nieuwe tempel (40-48)

Het boek eindigt met een uitvoerige beschrijving van de nieuwe tempel. Was de heerlijkheid verdwenen, hier zien we de terugkeer ervan. ‘En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit oostelijke richting, er was een geluid als het gedruis van vele wateren en de aarde straalde vanwege zijn heerlijkheid. En de heerlijkheid des Heren ging het huis binnen door de poort die naar het oosten gericht was, en de Geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof, en zie, de heerlijkheid des Heren vervulde het huis’ (43:2, 4-5).

---------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van het boek Ezechiël

I De aanstelling van de profeet (1 - 3)

II Het oordeel over Juda (4 - 24)

A.Een ongehoorzaam volk (4 - 7)

B. Een verdwijnende heerlijkheid (8 – 11)

C. Het volk wordt getuchtigd (12 – 24)

 

III Het oordeel over de volkeren (25 - 32)

IV Het herstel van Gods volk (33 - 48)

A. De terugkeer naar het land (33 - 36)

B. Het volk ervaart een nieuw begin en eenheid (37)

C. Ze worden beschermd van hun vijanden (38 – 39)

D. Ze vereren God beter dan voorheen (40 – 48) 

_________________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

‘De vervallen tent van David weer opgebouwd’

 

Ezechiël 37-48

 

‘Daarna zal Ik terugkeren en de tent van David weer opbouwen die vervallen is' (Hand.15:16)

1. Inleiding

Over Gods handelen met betrekking tot zijn verbondsvolk Israël laat Gods Woord ons niet in het ongewisse, er worden ons een overvloed van teksten gegeven zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Eeuwenlang is daar door de kerk geen aandacht aan besteed, omdat men ervan uitging dat er voor Israël geen toekomst meer was omdat haar plaats was ingenomen door de kerk. Ik doel op het zgn. substitutionalisme (de vervangingstheologie) dat is de leer dat de Kerk het ‘geestelijk Israël’ is en daarmee in Gods heilswegen de plaats van Israël heeft ingenomen. Ik denk dat het volk Israël daar veel onrecht mee aangedaan is. Na het ontstaan van de staat Israël in 1948 is daar gelukkig verandering ingekomen en hebben velen afgedaan met het vergeestelijken van teksten betreffende het herstel en toekomst van Israël. Maar ook vóór 1948 waren er al velen die in een toekomstig herstel van Israël geloofden en verkondigden.

Ik hanteer een letterlijke uitleg van Gods Woord zoals ook de Heer Jezus deed. Ik voel mij daarbij in goed gezelschap omdat mij geen enkele profetie uit het Oude Testament bekend is die door de Heer Jezus vergeestelijkt wordt. De profetieën zijn te gedetailleerd om vergeestelijkt te kunnen worden en op de kerk toegepast. De Heer Jezus voorzegde een toekomst voor het Joodse vol (Luk.22:29), de apostel Paulus (Rom.11) en eveneens de apostel Johannes (Op.22:1-6). Ook word ik door de gebeurtenissen die plaatsvinden in onze huidige wereld keer op keer bevestigd in mijn overtuiging dat er voor het volk Israël nog een geweldige toekomst is weggelegd! De vervallen tent van David zal weer worden opgebouwd en de heerlijkheid des Heren zal weer terugkeren! (Ez.43:2).

2. Een hersteld volk (hoofdstuk 37)

Van de scheuring van het rijk in 10 en 2 stammen, dat plaats vond na de dood van koning Salomo (1Kon.12), is het volk nooit herstelt en zulk een herstel moet dus nog plaatsvinden. In Ezechiël 36 vinden we oorzaak vermeld waarom Israël onder de volken is verstrooid geworden (vs.16, 21). In datzelfde hoofdstuk wordt tevens Israëls herstel aangekondigd (vs.24-38) dat verder wordt uitgewerkt in het daaropvolgende hoofdstuk 37. Israël zal terugkeren naar het land Israël (Ez.11:17), naar uw land en naar hun land (Ez.11:17; 36:24; 37:21) en het begin van de vervulling van die profetieën daarvan was, toen in 1948 de staat Israël werd opgericht. De herrijzenis van Israël wordt beschreven in het gezicht was Ezechiël kreeg van het dorre doodsbeenderen dal. Uit vers 11 leren we de betekenis van deze dorre beenderen: ‘Mensenkind, deze beenderen zijn het gehele huis Israël’. Dan volgt een beschrijving van een geleidelijk herstel: de beenderen voegden zich aaneen, er kwamen spieren op en vlees en er trok een huid overheen (vs.7-8). Dat is wat we gezien hebben de laatste decennia een geleidelijk groei van het volk Israël en het in cultuur brengen van het land. Moerassen zijn drooggelegd, steden en dorpen gesticht, het land tot ontwikkeling gebracht en vanaf 1882 zijn er meer dan 3 miljoen Joden uit alle vijf continenten teruggekeerd naar hun vaderland zodat er nu meer dan 6 miljoen Joden wonen. Wie had dat kunnen bedenken toen tijdens de twee wereldoorlog miljoenen Joden werden uitgeroeid in de holocaust? Zoals zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen! (Vs.11), maar dan hebben ze buiten de Here God gerekend want Hij heeft gedachten van vrede over hen en niet van onheil, om het volk Israël een hoopvolle toekomst te geven (Jer.29:11). Maar één ding ontbrak nog… geest was er nog niet in hen! Het meest fundamentele ontbreekt nog, hun terugkeer naar God! Iedereen die wel eens een bezoek heeft gebracht aan het land Israël weet dat er niet veel gelovige Joden zijn. Statistisch hangt 82% het joodse geloof aan maar dat is meer cultuur dan echt geloof, zoals dat ook in België of andere landen in Europa het geval is. Maar een terugkeer naar het land is niet voldoende, er moet ook een terugkeer naar de God van het land zijn!

3. De hereniging (hoofdstuk 37)

Het laatste gedeelte van hoofdstuk 37 beschrijft de hereniging van de 10 stammen van Israël en de twee stammen Juda en Benjamin. Er zal een wonder gebeuren, de twee en tien stammen zullen weer tot één volk worden, zoals de twee stukken hout tot één worden. Spreekt het eerste gedeelte van dit hoofdstuk over het recente verleden en de herrijzenis van het volk Israël, het tweede gedeelte spreekt over de hereniging van het volk in de nabije toekomst. Eén volk en één koning, want ‘mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn! (37:24, 25). Wie anders dan de Heer Jezus zal die Koning zijn! Er zal een verbond gesloten worden: ’Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal’ (Jer.31:31). ‘Mijn heiligdom, mijn woning zal voor eeuwig te midden van hen staan (vs.26-28). De beschrijving daarvan vinden we terug in de hoofdstukken 40-46. Zoals bekend verondersteld weten we dat een groep religieuze Joden al jarenlang bezig is met de voorbereiding van de herbouw van de tempel. Maar zover is het nog niet want er staat nog heel wat te gebeuren en ook daarvan zien we de schaduwen duidelijker en duidelijker worden, ik bedoel de situatie in het Midden-Oosten. Want niet alleen Israël is weer in het land, de vijgenboom, maar ook alle andere ‘bomen’ (landen) zijn uitgelopen Luk.21:29-30). We denken maar aan Iran, Irak, Syrië, Libanon en Jordanië, stuk voor stuk staten die er honderd jaar geleden nog niet waren. Alle genoemde landen staan zeer vijandig tegenover Israël, het bewijs van hun vijandigheid vinden we in de diverse oorlogen die Israël in haar korte bestaan heeft moeten voeren om niet onder de voet gelopen te worden. En die vijandigheid neemt met de jaren die verstrijken toe en zal tot het hoogtepunt komen in de slag van Armageddon, waarvan we een beschrijving vinden in de volgende twee hoofdstukken!

4. De overwinning (hoofdstuk 38-39)

In de volgende hoofdstukken wordt de strijd beschreven tussen Gog, in het land Magog en ‘het land (Israël) dat zich van de krijg heeft hersteld, een volk dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls’ (38:8). Gog zal een persoon zijn zoals blijkt uit vers 2, hij is namelijk de grootvorst van Mesek en Tubal. Drie keer wordt er ook gesproken dat ze komen uit het verre noorden (38:6,15; 39:2), terwijl van Israël gezegd wordt dat ze op de navel der aarde wonen, wat symbolisch verstaan moet worden als de levenslijn waarmee God met het volk in verbinding staat. Het is door een groot aantal bijbeluitleggers algemeen aanvaard onder Rusland Gog en Magog Rusland te verstaan, mede door de klankverwantschap van Mesek (Moskou) en Tubal (Tobolsk). Verder zien we in dit gedeelte dat Gog en Magog een grote rol gaan spelen in de eindtijd. Sedert enkele jaren weten we dat Rusland permanente militaire basissen in Syrië heeft en een marinebasis in Tartous en een grote rol speelt in het Midden-Oosten. Daardoor wint Rusland aan invloed in dit gebied. Kort na het uitbreken van de Arabische Lente in 2011 barstte de burgeroorlog in Syrië uit en vanaf die tijd is het Midden-Oosten veranderd in regio vol conflicten. We denken maar aan het conflict tussen Saudi-Arabië en Yemen en daaraan gerelateerd de vijandschap en spanningen tussen Saudi-Arabië en Iran. De strijd tegen de IS die ook nu, in 2019 nog lang niet opgelost is en mogelijk weer op gaat laaien nu Turkije het noorden van Syrië is binnen gevallen om tegen de Koerden te strijden. En dan Syrië zelf dat totaal verdeeld en verwoest is en vanwaar miljoenen inwoners gevlucht zijn naar Europa of in kampen in Turkije zitten. Je houdt je hart vast bij zoveel geweld en verwarring; waar gaat dit eindigen? Gods Woord leert ons dat de uiteindelijk strijd tegen Israël zal gaan en daarover gaan deze twee hoofdstukken. In de strijd tegen Israël zal Gog de leider zijn van de aanval op Israël en andere krijgsbende en volken zullen hem helpen (38:15,22). Te dien dage zullen er plannen in zijn hart opkomen en zij zullen een aanslag beramen. Dat dit door God zo beschikt is, daarvan zal hij geen besef hebben, want zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer’ (Mi.4:12).

Daar, op de bergen van Israël, zal de Here hen vernietigen en Israël uitkomst geven. We weten niet hoe de situatie zich in de komende tijd zal gaan ontwikkelen maar wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat de voorzeggingen in Gods Woord vervuld zullen worden.

5. De nieuwe tempel (hoofdstuk 40-46)

De tempel zoals beschreven in deze hoofdstukken is nog nooit gebouwd en zal dus nog moeten plaatsvinden. Er zijn vier interpretaties met betrekking tot de beschrijving van de tempel. (1) De ideale interpretatie. Deze visie vergeestelijkt de beschrijving van de tempel in die zin dat men hierin een voorbeeld ziet van hóe de dienst aan God zou moeten plaatsvinden ook voor de nieuwtestamentische gemeente. Maar hen die de vergeestelijkingstheorie aanhangen zullen grote moeite hebben deze hoofdstukken uit te leggen omdat er zoveel details gegeven worden. Misschien kun je beter zeggen dat je met de vergeestelijkingstheorie alles kunt ‘uitleggen’! (2) Een andere visie is dat de beschrijving van de tempel door Ezechiël een voorbeeld is hoe deze gebouwd moest worden ná de ballingschap onder Ezra en Nehemia. Maar de oudere Joden huilden toen die tempel klaar was, niet omdat het te vergelijken was met de tempel van Ezechiël, maar die van Salomo! (Ezra 3:10-13). (3) De derde visie is dat het een beschrijving is, en vooruitblik van de tempel die Johannes in het boek Openbaring 21 beschrijft. (4) De letterlijke interpretatie. In deze beschrijving ziet men de blauwdruk van de tempel die in het Vrederijk in gebruik zal worden genomen. Deze visie neemt de tekst letterlijk en vergeestelijkt het niet, maar dat wil niet zeggen dat alles wat er staat gemakkelijk is om uit te leggen. Om te beginnen weten we dat er over twee tempels gesproken wordt in het Nieuwe Testament. De eerste is de tempel waarin de antichrist, de mens van de zonde, de zoon van het verderf zichzelf vertonen dat hij God is (Dan.9:24, 26-27; Mat.24:15; 2Thes.2:1-4; Op.11:1, 15:5). De tweede is de tempel die Ezechiël beschrijft en in het Vrederijk aanwezig zal zijn. Het is niet alleen Ezechiël die spreekt over een toekomstige tempel voor Israël maar ook andere profeten. Voor verdere studie verwijs ik naar de volgende teksten: Jes.2:1-5, 60:7,13; Jer.33:18; Jl.3:18; Mi.4:2; Hag.2:7-9; Zach.6:12-15, 14:16, 20-21).

De tempel is belangrijk, maar nog meer is de heerlijkheid die de tempel zal vervullen. Gods heerlijkheid had de tabernakel eerder verlaten (1Sam.4:19-22). De tabernakel werd vervangen door de tempel van Salomo, waaruit de heerlijkheid was vertrokken, voordat deze door de Babyloniërs werd vernietigd (Ez.9:3; 10:4; 11:22-23). Er is geen bewijs dat Gods heerlijkheid in de tempel van Herodus aanwezig is geweest, dan alleen in de Persoon van de Heer Jezus en in die betekenis bracht Hij de heerlijkheid van God terug naar de tempel (Joh.1:14; Hag.2:7). Wanneer de Heer Jezus zal komen op de Olijfberg zal de heerlijkheid van God weer aanwezig zijn en de tempel vervullen (Ez.43:1-5; Hand.1:9-12; Zach.14:4)

6. Het nieuwe land (hoofdstuk 47-48)

De bezoekers van mijn website verwijs ik v.w.b. de toepassing van dit gedeelte naar de rubriek: Profetische Boeken op mijn website www.bijbelstudiesgerardwesterman.be.

Door het water dat onder de drempel van het huis, ten zuiden van het altaar gaat stromen, zal het land herleven. Alle zegen van God komt vanaf het altaar. Ezechiël beschrijft de genezing van het land als zegen voor het volk, er zal een geweldige verandering plaatsvinden. Het water zal oostwaarts stromen en in de zee worden uitgestort; de Dode Zee. Overal waar de beek komt ontstaat er leven. De Dode zee zal levend worden en er zullen vissen van allerlei soorten zijn die de vissers in hun netten zullen vangen. Vruchtbomen zullen opschieten en vrucht dragen vanwege het water dat uit het heiligdom komt. Leven, genezing, vrucht en groei zijn in dit gedeelte de kernwoorden. Een vergelijking met Openbaring 22:1-5 ligt voor de hand. Wie ooit in Israël is geweest en de streek van de Dode Zee heeft bezocht zal het niet meer herkennen.

De grenzen van het land worden beschreven, de Middellandse Zee zal de westgrens zijn; het noorden een lijn van Tyrus naar Damascus; in het oosten zal de rivier de Jordaan en de Dode Zee de grens vormen; en het zuiden zal de rivier van Egypte de grens zijn. Alle stammen zullen zich binnen deze grenzen zijn en geen aan de overkant van de Jordaan.

De verdeling van het land wordt beschreven in hoofdstuk 48. ‘Dit is het land, dat gij ten erfdeel moet verloten onder de stammen Israëls, en dit zijn hun delen, luidt het woord van de Here Here’ (vs.29).

Ezechiël sluit af met een beschrijving van de poorten van de stad, waarvan de naam voortaan zal zijn: de Here is aldaar.

______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 Is de vernietiging van Israël aanstaande?

Deel 1

 

 Ezechiël 38-39

 

Woord vooraf

Voordat u begint met het lezen van dit artikel is het goed om eerst (nog) eens het artikel op mijn website ‘De vervallen tent van David weer opgebouwd’ in de Rubriek: Profetische Boeken 2 eens te lezen, die handelen namelijk over de hoofdstukken 37-48 van het boek Ezechiël, de in de hoofdstukken 38-39 beschreven gebeurtenissen, die we nu voor ons hebben, zijn vrij complex.

Inleiding

Vanaf het begin van haar bestaan als moderne staat in 1948, wordt Israël bedreigt in haar bestaan, getuige de vele oorlogen die ze hebben moeten voeren met de omliggende landen. Dat het volk Israël door de eeuwen heen vervolgd is geworden, daar is niets nieuws mee gezegd. Daar zijn veel boeken over geschreven, ik denk maar het standaardwerk van de auteur Werner Keller met als titel ‘En zij werden verstrooid onder alle volken’, de geschiedenis van het Joodse volk na het Bijbelse tijdvak. Maar het was ook voorzegt, en voor gewaarschuwd, en dat al heel vroeg in haar bestaan als volk van God, dat wanneer ze ontrouw werden aan God, de uiterste consequentie de volgende zou zijn: ‘Maar indien gij niet luistert naar de stem van de Here, uw God, en niet al zijn geboden en inzettingen, die ik u heden opleg, naarstig onderhoudt, dan zullen de volgende vervloekingen alle over u komen en u treffen. De Here zal u verstrooien onder alle natiën van het ene einde der aarde tot het andere; aldaar zult gij andere goden dienen, die noch gij noch uw vaderen gekend hebben: hout en steen. Gij zult onder die volken geen rust vinden noch een rustplaats voor uw voetzool; de Here zal u daar een bevend hart geven, ogen vol heimwee en een kwijnende ziel. Zonder ophouden zal uw leven in gevaar verkeren; des nachts en des daags zult gij opschrikken en van uw leven niet zeker zijn. Des morgens zult gij zeggen: Was het maar avond; en des avonds: Was het maar morgen – vanwege de vrees, die uw hart vervult, en vanwege het schouwspel, dat uw ogen zien. De Here zal u op schepen naar Egypte terugbrengen langs de weg, waarvan Ik u gezegd had: Gij zult die nooit weerzien; gij zult daar aan uw vijanden als slaven en slavinnen te koop aangeboden worden, maar er zal geen koper zijn’ (Deut.28:15, 64-68). In 606 v.Chr. vond dan de eerste ballingschap plaats dat het begin was van de verstrooiing van de Joden onder alle volken van deze wereld, tot 1948 toen er weer een staat Israël werd opgericht.

Ikzelf ben heel vaak in Israël geweest en kan getuigen dat ‘de woestijn weer is gaan bloeien als een roos’ (Jes.35:1). Dat heeft tot veel jaloezie geleid bij de omliggende volken, die ver zijn achtergebleven in hun ontwikkeling en met de moderne wereld niet kunnen meekomen. Vooral toen het regime van Saddam Hoessein viel, de burgeroorlog in Syrië ontstond en de vreselijke praktijken van IS wereldnieuws werden, is de situatie in het hele Midden-Oosten drastisch veranderd. Ja, Israël zou hersteld worden, en voor een deel is dat al zo, maar tot het einde toe zal er strijd zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is’ (Dan.9:26). Het kleine landje is omringt door vijanden, waarvan zelfs één vijand binnen haar grenzen, de PLO. Daar komt bij dat al deze landen voor het grootste gedeelte aanhangers van de Islam zijn. In dit artikel zullen we zien wie de vijanden van het huidige Israël zijn, nú en in de nabije toekomst. Zal Israël het hoofd boven water kunnen houden?

Volgorde van de gebeurtenissen:

Voor alle duidelijkheid een kort overzicht van de komende gebeurtenissen. In het begin van de ure van de verzoeking die over de hele aarde zal komen, de laatste jaarweek van Daniël, (1) zal Israël een verbond sluiten met Europa, het Hersteld Romeins Rijk; (2) De koning van het noorden met zijn bondgenoten valt Israël binnen op de helft van deze jaarweek en zal verslagen worden; (3) Het beest uit de aarde, de Antichrist (Op.13:11;) verbreekt het gesloten verbond (Dan.9:27); (4) De koning van het noorden wordt verslagen; (5) Het land wordt in bezit genomen door de legers van het beest; (6) Het beest gaat regeren; (7) De koning van het Oosten komt; (8) De volkeren verzamelen zich rond Jeruzalem (9) Christus zal verschijnen.

De betrokken volken

In hoofdstuk 38 worden naast Israël, dat terug is en in het land in gerustheid woont (38:8,11,14), nog een aantal andere volken vermeld. Magog, dat is Rusland de vroegere Sovjet-Unie (38:2-3,15), Perzië, dat is Iran, het vroegere Perzië (38:5), Ethiopiërs (38:5), Putters, dat is Libië of Somalië (38:5), Gomer, dat is Centraal-Turkije (38:6), Bet-Togarma, dat is Oost-Turkije, het vroegere land Frygië (38:6). Deze landen zijn stuk voor stuk antisemitisch gezind. Seba, Dedan en Tarsis hebben geen deel aan de toekomstige inval in Israël. Om nog even terug te komen op het volk Israël, deze wordt verder aangeduid als: ‘het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid’ (38:8), en ook vers 12 ‘een natie die uit het gebied der volken bijeengebracht is, die have en goed heeft verworven, die op de navel der aarde woont’. Dat daar beschreven volk kan niet anders dan het volk Israël zijn.

De namen Gomer en Magog komen voor de eerste keer tegen in Gen.10:2, evenals Tubal en Mesek. Gog (een naam, geen volk) wordt elf keer vermeld in hoofdstuk 38 en 39:1 met als extra vermelding ‘uit het verre noorden’ (38:6,15; 39:2). Gog zal de leiding nemen in het conflict met Israël.

Recente ontwikkelingen laten ons de betrokkenheid, vooral op militair terrein, van Rusland in het Midden-Oosten zien. Tot voor kort beschikken ze over twee permanente militaire marinebasis in Syrië. Ze zijn bondgenoot van Syrië en hebben vriendschappelijke betrekkingen met Turkije. Poetin en Erdogan kunnen het goed met elkaar vinden de laatste paar jaar en breiden hun activiteiten al uit naar de overkant van de Middellandse Zee, in Libië, met name. Enkele willekeurige krantenkoppen van de laatste paar jaar bevestigen de toenemende betrokkenheid van Rusland in het Midden-Oosten: ‘Rusland richt een helikopterbasis in bij een luchthaven in Kamishli, een plaats aan de Noord-Syrische grens. De nieuwe basis wordt beschermd door raketsystemen’ - ‘Rusland krijgt tweede permanente marinebasis in Syrië Daartoe wordt de elementaire basis bij de stad Tartous, die nu geleast wordt van Syrië, uitgebreid en versterkt’ – ‘Rusland heeft al een permanente basis bij Hemeimeem in de westelijke provincie Latakia. De plannen voor een tweede basis wijzen op de intentie van het Kremlin om de Russische militaire rol in het land verder uit te breiden. Sinds 2015 steunt het Russische leger president Assad in de strijd tegen de opstandelingen’ - ‘Vorige week werd bekend dat Rusland een hypermodern S-300 raketsysteem op de basis bij Tartous heeft geplaatst. De luchtdoelraketten zijn volgens Moskou bedoeld om de Russische marineschepen in de haven van Tartous te beschermen. De tweede marinebasis maakt het mogelijk om meer Russische schepen naar de Middellandse Zee te brengen, die in Tartous kunnen bijtanken en bevoorraad kunnen worden’ – ‘Rusland versterkt zijn vloot in de Middellandse Zee bij Syrië’ – ‘Rusland installeert militaire basis met raketsystemen in Noord-Syrië’, enzovoort. Door zijn aanwezigheid in Syrië is Rusland genaderd tot aan de grenzen van Israël! Dit doet mij denken aan Ezechiël 38:4 waar het woord des Heren zegt: ‘Zo zegt de Here Here: zie, ik zàl u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger’.

Israëls welvaart

Te midden van de omliggende volken (Ez.5:5) is Israël een toonbeeld van welvaart en voorspoed; ‘een natie dat have en goed heeft verworven’ (38:12-13;). Vooral de laatste jaren zijn er enorme gasvoorraden voor de kust van Israël gevonden, die de welvaart van het land nog meer zullen vergroten. Enkele krantenkoppen: ‘Israël heeft in de afgelopen jaren voor de kust van Haifa belangrijke gasvondsten gedaan. De voorraden zijn groot genoeg om het land de komende tientallen jaren van aardgas te voorzien. Volgens een deskundige kan Israël in de toekomst bovendien gigantische hoeveelheden olie produceren’ – ‘In 2009 werd een groot aardgasreservoir van 311 miljard kubieke meter (BCM) voor de kust van Israël ontdekt. In de volgende paar jaar werd een nog groter reservoir gevonden (600 BCM). Het reservoir Leviathan was de grootste aardgasvondst in twee decennia. Aanvullende ontdekkingen hebben voldoende aardgas geproduceerd om 200 jaar lang in de behoeften van Israël te voorzien. In januari 2014 schatte het Oil & Gas Journal de bewezen oliereserves van Israël op 11,5 miljoen vaten en de bewezen reserves aan aardgas op 10,1 biljoen kubieke voet. Hoewel geen enkele statistiek Israël in de top-40 plaatst, zijn deze totalen aanzienlijk hoger dan een paar jaar geleden. Israël kan in ieder geval zelfvoorzienend zijn op het gebied van olie en aardgas. Het gaat zelfs gas exporteren naar andere landen. Met de opbrengsten ervan kan Israël veel dingen doen om de welvaart en de levensstandaard van de bevolking te vergroten’ – ‘Cyprus, Griekenland en Israël gaan samen gaspijplijn leggen. In Athene hebben de regeringsleiders van Cyprus, Griekenland en Israël een samenwerkingsovereenkomst ondertekend, om samen een gaspijplijn te leggen in de Middellandse Zee. Die zal meer dan 2.000 kilometer lang zijn. Tegen 2025 moet er op die manier Israëlisch gas naar Europa getransporteerd kunnen worden’ – ‘Ondanks dreigementen van het regime van de Turkse dictator Erdogan hebben Israël, Cyprus en Griekenland een overeenkomst ondertekend voor een nieuwe gaspijpleiding van Israël en Cyprus naar Griekenland. In de toekomst kan deze pijpleiding wel eens in 10% van de Europese aardgasbehoeften gaan voorzien. Ankara had juist besloten om tegen alle maritieme wetten en afspraken in de economische zone van Libië –dat de facto een ‘client state’ van Turkije wordt- dermate te vergroten, dat een deel van de wateren van Kreta eronder vallen. De Turken beweren nu dat ze veto recht hebben over deze nieuwe pijpleiding. De exploitatie van het aardgas in het oosten van de Middellandse Zee lijkt hiermee een almaar serieuzere trigger te worden voor een toekomstige nieuwe grote Midden-Oosten oorlog’.

Het podium is klaar

Let op de laatste zin van de vorige perikoop: ‘De exploitatie van het aardgas in het oosten van de Middellandse Zee lijkt hiermee een almaar serieuzere trigger te worden voor een toekomstige nieuwe grote Midden-Oosten oorlog’. Het is frappant: Israël wordt steeds rijker, de omliggende landen steeds armer ten gevolge van oorlogen en onlusten. Hoe nu verder, want dat het tot een escalatie moet komen is iedereen wel duidelijk. Wat er de komende jaren staat te gebeuren is kort omschreven door de profeet Micha: ‘Wel zijn nu vele volkeren tegen u vergaderd, die zeggen: Zij worde ontwijd, en mogen onze ogen zich aan Sion verlustigen! Maar zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer. Sta op en dors, gij dochter Sions; want Ik zal uw hoorn van ijzer maken en uw hoeven van koper, en gij zult vele volkeren verbrijzelen en gij zult hun onrechtmatig gewin door de ban aan de Here wijden, en hun vermogen aan de Here der ganse aarde’ (Micha 4:11-13). Dit is in het kort een schets van de gebeurtenissen die we vinden in Ezechiël 38 en 39. Vooral de zinsnede: ‘Maar zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer’ is intrigerend. Wie had tot voor enige jaren geleden, kunnen vermoeden dat ‘Gog uit het verre noorden’ (38:14-15) van grote invloed zou kunnen zijn en worden in het Midden-Oosten? Maar Ezechiël schrijft dat God achter dit alles zit: ‘Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger: paarden en ruiters, allen volledig uitgerust, een grote schare, met grote en kleine schilden, allen vertrouwd met het zwaard; ook Perzen, Ethiopiërs en Puteeërs, allen met schild en helm; Gomer en al zijn krijgsbenden; Bet-Togarma ver in het noorden met al zijn krijgsbenden – vele volken met u’ (38:4-6). Maar dat God achter de schermen de leidende rol in deze gebeurtenissen heeft weten de wereldmachten niet, want zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet!

Naast Israël en Rusland is er echter nog een macht die grote invloed heeft en zal uitoefenen in het Midden-Oosten, en dat is Europa, of beter gezegd het Hersteld Romeins Rijk, het beest dat uit de aarde opkomt (Op.13:1). Europa, niet alleen een grote economische macht maar ook een macht met grote politieke invloed, die zal dan ook in de nabije toekomst een 7-jarig verbond met Israël sluiten (Dan.9:27).

---------------------------------------------------------------------------------------

Wat zegt de Bijbel?

 Is de vernietiging van Israël aanstaande?

Deel 2

 

 

Ezechiël 38-39

 

De Opname

De eerstvolgende gebeurtenis die voor de deur staat is de Opname van de Gemeente, die daarmee ook een zevenjarige periode inluidt, die door velen de Grote Verdrukking genoemd, of, zoals de Schrift het zegt ‘de ure van de verzoeking die over het hele aardrijk zal komen’, de laatste van de zeventig jaarweken van Daniël (Op.3:10; Dan.9). De gebeurtenissen in deze laatste periode zijn divers en het is niet gemakkelijk het overzicht te behouden. Over de bijzonderheden en het onderscheid met betrekking tot de komst van de Here Jezus voor het volk Israël en de Gemeente houden we ons dan ook niet bezig, daartoe dienen andere artikelen in de rubriek: Eschatologie van mijn website. Datzelfde geldt voor de antichrist. In deze ‘ure van de verzoeking’, die gelijkstaat met de laatste jaarweek van Daniël komen de profetische lijn van de gehele Schrift samen. In aansluiting op de Opname zal het Hoofd van het Romeinse Rijk, ‘het beest uit de zee’ (Op.13:1), een verbond van zeven jaar sluiten met Israël (Dan.9:27), als garantie tegen aanvallen van de vijandige machten, onder leiding van Rusland, die Israël van de aardbodem willen vegen. Dat Europa een steeds meer dominantere rol in het Midden-Oosten zal moeten spelen heeft ook te maken met het gegeven dat Amerika, onder leiding president Trump, zich steeds meer uit het politieke wereldgebeuren terugtrekt. Israël geniet nu nog het voordeel van de sympathie van Trump, maar als die niet meer aan de macht is, wat dan?

De inval van Gog en zijn bendes zal kort voor de tweede helft van de laatste jaarweek plaatsvinden, dus zo’n drieënhalf jaar ná de Opname. In de eerste drieënhalfjaar zullen dan de oordelen, die beschreven staan in Openbaring 6-8 plaatsvinden (zie: Mat.24:6-8). Het zal dan een tijd van grote sociale onrust zijn en grote benauwdheid onder de volken en de mensen zullen het besterven van bangheid en angst (Luk.21:24-25). In het midden van die laatste jaarweek zal het zevenjarig verbond dat met Israël gesloten is verbroken worden, zeer ten nadele van Israël uiteraard. Daarmee begint dan ook de eigenlijke Grote Verdrukking, de Dag des Heren, of ‘de benauwdheid van Jakob (Jer.30:7; Dan.12:1). Een uitvoerige beschrijving van die ‘dag’, of periode wordt beschreven in het boek van de profeet Joël hoofdstuk 2.

De inval door Gog en de Dag des Heren (Jer.38:14-23)

Met de inval van Gog in Israël, het verbreken van het gesloten verbond met Europa en Israël, en de intrede van de Antichrist begint de eigenlijke dag des Heren, de Grote Verdrukking of de benauwdheid van Jakob (Jer.30:7). Het zal dus een chaotische wereld zijn op dat moment. Zoals gezegd ben ik van mening dat Rusland en die met hem verbonden zijn, Israël zal binnenvallen in het midden van de laatste jaarweek, maar die aanval zal vastlopen vanwege grote tegenstand. (1) Er zal een grote aardbeving komen (38:19-20), er zal (2) een grote verwarring zijn (vs.21) die oorzaak zal zijn dat de legers elkaar zullen bevechten. Er zal een grote plaag, pest komen waardoor velen omkomen, en tenslotte (4) breken de natuurmachten los, stromende regen, hagelstenen, vuur en zwavel (vs.22). De Here zal het voor zijn volk opnemen en ‘het huis Israëls zal weten, dat Ik de Here hun God ben, van die dag af en voortaan’ (39:22). We moeten de beschrijving van deze strijd niet verwarren met de strijd die is beschreven in Openbaring 20:7-10 en ná het duizendjarig vrederijk zal plaatsvinden (Op.20:7).

De antichrist

Het tweede beest, de antichrist (Op.13:11) zal zich dan ook in de tweede helft van de laatste jaarweek, de Grote Verdrukking openbaren. Het mag duidelijk zijn dat de Satan, die vanaf het begin van de Bijbel prominent aanwezig is om Gods plannen met betrekking tot deze schepping, te dwarsbomen, weet dat hij nog weinig tijd heeft (Op.12:12), en hij zal dan ook alles wat in zijn vermogen ligt gebruiken om de komst van het aanstaande rijk van Christus te verhinderen. Satan is de macht die het beest uit de zee zal beïnvloeden en aansturen om met het Hoofd van het Hersteld Romeins rijk, Europa, een zevenjarig verbond te sluiten, die het op de helft zal verbreken (Dan.9:27). De Antichrist, het beest uit de aarde, zal dan het hoogtepunt van zijn vermeende macht bereiken, de tempel innemen en een ‘gruwel van verwoesting’ waarvan sprake is in het boek Daniël oprichten (Dan.9:27; 11:31; 12:11; Mat.24:15), en zal zichzelf in de tempel vertonen en vertonen dat hij God is (2Thes.2:4). De dan nog levende Joden die deze gebeurtenissen zullen meemaken, worden aangeraden Jeruzalem te verlaten om hun leven te redden (Mat.24:16-20; Op.12:6, 13-17). Ze zullen over de Jordaan een veilig heenkomen zoeken, sommigen denken dan aan Petra in Jordanië, en daar verblijven tot aan de komst van Christus.

Zo zien we een soort van antigoddelijke drie-eenheid: de Satan, het beest uit de zee en het beest uit de aarde. De Antichrist, het beest uit de aarde, zal het gezag van het eerste beest uitoefenen in diens tegenwoordigheid, en maken dat zij die op de aarde wonen het beest aanbidden. Hij laat een beeld maken dat iedereen, op straffe van de dood, zou moeten aanbidden. Het maakt dat men aan allen een merkteken geeft op hun rechterhand of voorhoofd zodat niemand kan kopen of verkopen zonder dat teken. (Op.13:11-18). Leek dit voor enige decennia geleden nog onmogelijk, vandaag de dag is dat niets bijzonders meer. De technische mogelijkheid is aanwezig, alleen is het nog wachten op de toepassing, en die gaat komen en misschien wel eerder dan de mensen verwachten.

De komst van Christus en de oprichting van het Vrederijk

We keren nog even terug naar de inval van Gog in het land Israël, want dat is aan het begin van de Grote Verdrukking. Daarna volgt Harmagedon (Op.16:14-16), die zal plaatsvinden aan het einde van de Grote Verdrukking vlak voor de komst van Christus. Dan zullen alle volken van de aarde zich verzamelen om tegen Jeruzalem ten strijde trekken (Zach.14:1-2; Op.16:12-16). De rivier de Eufraat zal opdrogen om de doorgang van de volken van het oosten mogelijk te maken. Drie slagvelden worden genoemd: (1) de vlakten van Harmagedon, ook bekend als het dal van Jizreël of Esdralon, (2) het dal van Josafat (Joël 3:2,12) beter bekend als het Kidrondal, gelegen tussen de Olijfberg en Jeruzalem en (3) in Bosra in de buurt van Petra in Jordanië (Jes.63:1). Het doel is om Jeruzalem in te nemen en het Joodse volk te vernietigen. De beschrijving van die gebeurtenis vinden we beschreven in Zacharia 12-14. Twee derden van het volk zal uitgeroeid worden, huizen geplunderd en vrouwen geschonden. Een derde zal echter op wonderlijke wijze worden gespaard (Zach.14:2b; Micha 4:11-14). Maar dan, op het laatste moment, zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg, zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem. En op die dag zal er geen kostelijk licht zijn, noch verstijving; ja, het zal één dag zijn – die is bij de Here bekend – geen dag en geen nacht; maar ten tijde van de avond zal er licht wezen’ (Zach.14:3-7). Ja, dan ‘zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid’ (Mat.24:30).

De blijde intocht

‘Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong’ (Zach.9:9). Het moment dat ‘de Heer, onze God de Almachtige zijn koningschap heeft aanvaard is aangebroken (Op.19:6), het rijk van vrede en gerechtigd kan beginnen. Jeruzalem, zal dan de stad van de grote Koning zijn (Mat.5:35). Wat zo’n twee duizend jaar geleden nog voor hun ogen verborgen was (Luk.19:42b), zal dan zichtbaar zijn. ‘Want Ik zeg u: u zult Mij van nu aan geenszins zien, totdat u zegt: Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’ (Mat.23:39). ‘Heft, poorten, uw hoofden omhoog, en verheft u, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga. Wie is toch de Koning der ere? De Here, sterk en geweldig, de Here, geweldig in de strijd. Heft, poorten, uw hoofden omhoog, en verheft ze, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga. Wie is Hij toch, de Koning der ere? De Here der heerscharen, Hij is de Koning der ere’ (Ps.24:7-10). ‘Te dien dage zullen levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. En de Here zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en zijn naam de enige. Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de Here der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren’ (Zach.14:9, 16).

Tenslotte

‘Is de vernietiging van Israël aanstaande’, was de titel van dit artikel, u weet nu het antwoord, het tegengestelde zal waar zijn, Israël zal tot hoofd van de volken verheven worden. Maar nu is de dreiging om Israël te vernietigen al reëel aanwezig, zoals blijkt uit een interview van 2019 met de voormalig Iraanse viceminister van Buitenlandse Zaken Hossein Sheikholeslam, die als Iraanse ambassadeur in Syrië heeft gediend, hij zei in een interview op 27 augustus 2019 op Ofogh TV (Iran) dat Iran heeft geïnvesteerd in de ‘enorme defensieve en strategische onderneming’ van de inzet van ongeveer 150.000 raketten in Libanon, Syrië en de Gazastrook die naar eigen goeddunken naar Israël worden gelanceerd. Hij zei dat, aangezien de VS de nationale veiligheid van Israël als onderdeel van hun eigen nationale veiligheid hebben gedefinieerd, deze strategie het grootste afschrikmiddel van Iran is tegen beide landen, en hij beweerde dat Israël zeker tientallen keren Fordow, Bushehr en Natanz zou hebben aangevallen, ware het niet voor de raketten van Iran in deze landen. Sheikholeslam ging verder met te zeggen dat een vanuit Iran gelanceerde ballistische raket acht minuten nodig had om naar Israël te komen en zou worden gedetecteerd door Amerikaanse en NAVO-radars in de regio. Hij legde daarentegen uit dat vanuit Libanon gelanceerde raketten bijna onmiddellijk zouden worden neergehaald van zodra ze kunnen worden gedetecteerd en gevolgd. Bovendien zei Sheikholeslam dat Iran niet van plan is Israël in zee te drijven of er nucleaire wapens tegen te gebruiken. Integendeel, hij zei dat de militaire capaciteiten van Iran uitsluitend dienen ter afschrikking en dat Iran gewoon wil dat de zionisten ‘begrijpen’ dat ze de rechten van de Palestijnen hebben geschonden en de regio verlaten, vooral omdat ze hoe dan ook ‘burgerschap hebben in verschillende Europese landen.’ Niemand van ons gelooft – zoals velen hebben gezegd – dat we Israël en de Zionisten in de zee zullen drijven, of een atoombom gebruiken. Dat is helemaal niet zo. Alles wat we hebben is bedoeld voor afschrikking. We willen deze middelen nooit gebruiken om mensen te doden’. Tot zover deze Iraanse minister.

Nawoord

Wanneer niet-gelovigen dit artikel zullen ze wel met het hoofd schudden van onbegrip en misschien zeggen welke fantast dit heeft geschreven. Maar is het u wel opgevallen dat meerdere dingen die in artikel zijn vermeld honderden, ja, duizenden jaren geleden zijn geschreven en in onze tijd zijn uitgekomen, of op het punt staan verwerkelijkt te worden?! Dat kan toch geen fantasie of toeval zijn? Het profetische woord is zeker en vast en we doen er goed aan daarop acht geven, want niet door de wil van een mens werd ooit profetie voortgebracht, maar heilige mensen van Godswege hebben, door de Heilige Geest gedreven gesproken’ (2Petr.1:19-21).

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 ‘De beek Gods is vol water’

 

Ezechiël 47:1-12 

 

 

'Toen bracht hij mij terug naar de ingang van het huis; zie, er stroomde water onder de drempel van het huis uit, oostwaarts, want de voorzijde van het huis was op het oosten; het water vloeide onder de rechter zijkant van het huis vandaan, ten zuiden van het altaar. En hij leidde mij door de Noordpoort en hij voerde mij toen buitenom naar de buitenste poort, naar (de poort) die op het oosten uitzag; en zie, daar borrelde water op uit de rechter zijkant. Nadat de man uitgegaan was naar het oosten met een meetsnoer in zijn hand, mat hij duizend el en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de enkels. Hij mat weer duizend (el) en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de knieën. Hij mat weer duizend (el) en deed mij erdoor gaan; het water reikte tot aan de heupen. Hij mat nog eens duizend (el); nu was het een beek geworden, die ik niet doorwaden kon, want het water was zo hoog, dat men erin zwemmen kon, een beek die men niet kon doorwaden. Toen zeide hij tot mij: Hebt gij het gezien, mensenkind? Daarop deed hij mij teruggaan langs de oever van de beek. Toen ik terugkeerde, zie, langs de oever van de beek stonden aan weerszijden zeer veel bomen. Hij zeide tot mij: Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek, vloeit af naar de Vlakte en komt in de zee; in de zee wordt het uitgestort, zodat haar water gezond wordt. En alle levende wezens die er wemelen, zullen leven, overal waar de beek komt, en er zal zeer veel vis zijn, want als dit water daarheen komt, dan wordt (het water van de zee) gezond. Overal waar de beek komt, zal alles leven. 1Vissers zullen erlangs staan van Engedi tot En-Eglaïm; het zal een plaats zijn om de netten uit te spreiden, en de vissen erin zullen van allerlei soort zijn, zoals de vissen van de grote zee, zeer talrijk. Maar de moerassen en poelen ervan zullen niet gezond worden; zij zijn aan het zout prijsgegeven. Langs de beek zullen op haar oevers aan weerszijden allerlei vruchtbomen opschieten, waarvan het loof niet verwelkt en de vrucht niet opraakt; elke maand zullen zij vrucht dragen, omdat hun water uit het heiligdom komt; hun vruchten zullen tot spijze zijn en hun loof tot geneesmiddel'

 
Inleiding

De letterlijke betekenis van Ezechiël 40-47 is bij veel gelovigen wel bekend; het spreekt immers van de tempel te Jeruzalem in het komend Vrederijk, want ‘te dien dage zullen levende wateren uit Jeruzalem vlieten’ (Zach.14:8). Naast deze letterlijke toepassing is er ook de figuurlijke die we vinden in het boek Openbaring. De apostel Johannes zag een zelfde visioen ‘van een rivier van levenswater, blinkende als kristal, die uitging van de troon van God en het Lam’ (Op.22:1-2).

Wij mogen in deze leven-gevende rivier een schitterende uitbeelding van de volheid van de Heilige Geest zien want dat is de derde toepassing, de praktische, en daaraan is dit artikel gewijd. Deze toepassing is geoorloofd omdat de apostel Paulus in de brief aan de Romeinen en de Korintiërs heeft geschreven dat ‘alles wat tevoren geschreven is, tot onze lering geschreven is’ dus ook dit gedeelte (Rom.14:4; 1Kor.10:6).

Waarvan is de rivier een beeld en waar komt het vandaan? De Heer Jezus zag water als een beeld van de Heilige Geest (Joh.7:37-39). ‘Omdat het water uit het heiligdom komt’ (Ez.47:12) is de rivier een beeld van de Heilige Geest wiens oorsprong van God is. ‘De Geest van de waarheid, die van de Vader uitgaat’ (Joh.15:26). Het altaar (47:1) spreekt van het kruis van Christus, van Zijn lijden, sterven en opstanding. De Geest kon maar eerst komen nadat de Heer Jezus verheerlijkt was (Joh.7:39; 16:7).

Veel gelovigen verkeren, voor wat betreft de inwoning van de heilige Geest, in onwetendheid. Ze zijn te vergelijken met de gelovigen te Efeze die op de vraag hen door Paulus gesteld: ‘Hebt u wel de heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam’, moesten antwoordden: ‘Wij hebben zelfs niet gehoord, of de heilige Geest er is’ (Hand.19:2). Mocht u in die situatie verkeren dat hoop ik dat dit artikel daarin verandering mag brengen. Dus laten we ons maar leiden door de ‘man met het meetsnoer’ (Ez.47:2vv.) en de eerste, en volgende, van de vier stappen in het ‘water’ zetten opdat we deel krijgen aan de zegen die God voor eenieder van ons heeft klaarliggen en we van de heilige Geest vervuld mogen raken.

Het water reikte tot aan de enkels

‘Nadat de man uitgegaan was naar het oosten met een meetsnoer in zijn hand, mat hij duizend el en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de enkels’ (Ez.47:3)

Dit is maar een klein begin. Maar beter een klein begin, dan helemaal geen begin! En zijn we zo niet allemaal begonnen? Het echte leven begint wanneer we de Heer Jezus aanvaarden in het geloof als onze Heiland. ‘Het is maar één stap tot Jezus!’ Door die stap te doen hebben we deel gekregen aan Gods Geest want: ‘toen u geloofd hebt, bent u verzegeld met de Heilige Geest’ (Ef.1:13) en dat veronderstelt een nieuw leven en wandel en daarvan spreken de voeten. De apostel Petrus deelt het leven op in twee gedeelten, vóór en ná de bekering. Hij spreekt over ‘de overige tijd in het vlees’ en ‘de voorbijgegane tijd’ (1Petr.4:2, 3). Bij de doop belijden we immers dat ‘we in nieuwheid van leven zouden wandelen’ (Rom.6:4). Die belijdenis dient gevolgd te worden door daden. Gods Woord leert ons dat Christus gestalte in ons moet krijgen, dat we iets mogen gaan vertonen van het leven van Christus in ons. Johannes de Doper heeft dat goed begrepen en onder woorden gebracht toen hij zei: ‘Hij (Jezus) moet meer, maar ik minder worden’ (Joh.3:30). Daar zijn wij dus nog lang niet, er is nog veel te veel van ons zichtbaar, maar het begin is er en dat is belangrijk.

Het water reikte tot aan de knieën

‘Hij mat weer duizend (el) en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de knieën’ (Ez.47:4)

De knieën symboliseren onderwerping. Onderwerping aan Christus en het Woord van God. In Jes.45:23 en Fil.2:10 vinden we daarvan een illustratie. ‘Opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen’. Gelovigen geven weleens te kennen dat ze meer van Gods Geest in hun leven wensen te ervaren dat is goede wens maar wanneer je de Geest hebt ontvangen kun je daarvan niet meer krijgen. Het is net andersom: de Geest moet meer van jou krijgen! De enige manier dat het water hoger komt, is dat wij er dieper ingaan! Gebogen knieën representeren de geest van gebed en afhankelijkheid. Hoeveel gelovigen komen niet verder dan de ‘enkels’?

Water is in de Bijbel niet slechts een beeld van de Geest van God maar ook van zijn Woord (Ef.5:26; Joh.7:39,3:5). Het Woord is ons gegeven dat we daardoor zouden opgroeien, zeker wanneer je pas met je voeten in het water staat. Petrus spreekt daarover in zijn eerste brief: ‘Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor opgroeit tot behoudenis’ (Petr.2:2). Door de Geest van God komen we te weten wat de dingen zijn die ons door God geschonken zijn en kunnen die dan toepassen in ons leven (1Kor.2:12). ‘De Bijbel is ons niet alleen gegeven om ons te informeren, maar ook om ons te transformeren.’ Om die ‘transformatie’ te bewerkstelligen is onderwerping aan Gods Woord noodzakelijk. ‘Ook laat uw knecht zich daardoor (door Gods Woord) ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning’ (Ps.19:12).

Het water reikte tot aan de heupen

Hij mat weer duizend (el) en deed mij erdoor gaan; het water reikte tot aan de heupen’ (Ez.47:4)

De ‘heupen’ staan symbool voor dienst zoals we kunnen zien in Johannes 13:4 waar we de Heer Jezus zien als de volmaakte Dienstknecht. In Lukas 12 wordt het nog duidelijker want we lezen daar: ‘Laat uw lendenen omgord en uw lampen brandende’ (Luk.12:35). Hier vinden we een aansporing om beschikbaar en gereed te staan voor de dienst aan de Koning. God heeft ons geschapen tot goede werken die Hij tevoren heeft toebereid opdat wij daarin zouden wandelen (Ef.2:10). God zal u uw taak voor Hem op aarde laten zien tot u er klaar voor bent. Onderzoek intussen Gods Woord en geef uzelf de gelegenheid om te groeien. Door ons het Woord van God eigen te maken zullen we in staat zijn om te strijden voor de Heer. Het is niet zo dat ons verstand niet belangrijk is, juist het tegenovergestelde want we lezen: ‘Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden’ (Luk.24:45) dus laat ‘Uw lendenen omgord zijn met de waarheid’ (Ef.6:14). We mogen God dienen met inzicht en wijsheid, dus: ‘Omgordt de lenden van uw verstand (1Petr.1:13).

De heupen staan ook symbool voor de kracht van de man. Dit representeert de Geest van kracht. ‘God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid’ (2Tim.1:7). De biddende christen zal al gauw een getuigende christen zijn! Daarvoor hebben we de kracht van de heilige Geest nodig. Voordat de Heer Jezus naar de hemel werd opgenomen heeft Hij tegen zijn discipelen gezegd dat ze die kracht zouden ontvangen (Hand.1:8). Maar er is meer…

Er in zwemmen

‘Hij mat nog eens duizend (el); nu was het een beek geworden, die ik niet doorwaden kon, want het water was zo hoog, dat men erin zwemmen kon, een beek die men niet kon doorwaden’ (Ez.47:5)

Nu is in het water waden niet meer mogelijk. Men moet zwemmen; helemaal eronder. Dat is belangrijk want dan is er niets meer van jou zichtbaar! Het ‘Hij moet meer, maar ik minder worden’, is hier gerealiseerd! Wordt vervuld met of vol van de Geest (Ef.5:18) was de opdracht. Stefanus was zo iemand, een man ‘vol van geloof en de Heilige Geest’. We lezen van hem in Handelingen 6:5 en 7:55 dat hij: ‘echter vol van de Heilige Geest, staarde naar de hemel en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan Gods rechterhand’.

‘Stromen van levend water zullen uit uw binnenste vloeien’ (Joh.7:37). Dat is wat de Heer Jezus van de Geest zei, dat zij die in Hem geloven zouden ontvangen (Joh.7:38-39; Ef.1:13). En is dat niet waar we allemaal naar verlangen? Maar stromen van levend water kunnen alleen maar uit uw binnenste stromen wanneer u er zelf vol van bent. ‘Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in Mij’ (Gal.2:20). Zo te leven zal niet zonder gevolgen blijven, want dan rust de zegen van God op u!

‘Vol zijn van de Geest’ betekent ook dat Christus gestalte in u krijgt. Vol zijn van Gods Geest betekent ook geestelijke volwassenheid. ‘Want allen die door de Geest geleid worden, die zijn zonen van God’ (Rom.8:14). Alle gelovigen zijn kinderen van God, maar niet alle kinderen zijn zonen! We worden opgeroepen om ‘aan het beeld van zijn zoon gelijkvormig te worden’ (Rom.8:29). Paulus was over de gelovigen in barensweeën totdat Christus gestalte in hen zou krijgen (Gal.4:20, 1:16).

Terug naar af

Toen zeide hij tot mij: Hebt gij het gezien, mensenkind? Daarop deed hij mij teruggaan langs de oever van de beek’ (Ez.47:6).

Na de rondleiding ging de man terug langs de oever van de beek en zien we de gevolgen die door het water waren ontstaan. Overal waar de beek kwam was leven. Langs de beek stonden aan weerszijden bomen, het water van de zee werd gezond en er zou zeer veel vis zijn. Langs de beek zouden op haar oevers zeer veel vruchtbomen zijn. Dat kwam allemaal door het water dat vloeide onder de rechterzijkant van het huis vandaan, ten zuiden van het altaar. 

Maar laten we ook eens terugkijken op ons leven om te ontdekken wat God door zijn Geest in ons leven heeft gedaan. Mogen ook wij zulke grote gevolgen zien van Gods Geest die in ons leven heeft gewerkt? Hoe ver bent u in het ‘water’ geweest? Zoals u wellicht weet zullen alle gelovigen eens rekenschap moeten afleggen van hetgeen ze hier op aarde als gelovige hebben gedaan. ‘Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is gedaan, naardat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad’ (2Kor.5:10; Luk.16:2; Rom.14:12). Daarom, laten we ernaar streven om ons ‘aan God beproefd voor te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen’ (2Tim.2:15).

Eenmaal zullen we de opbrengst mogen zien van wat we hier op aarde gezaaid hebben. Hoeveel en wat dat mag zijn blijft tot dan verborgen maar heeft wel te maken met hoever u in het ‘water’ bent gegaan…

De terugweg eindigt weer in Jeruzalem bij het altaar, daar waar de rivier begon. Dit spreekt ervan dat God de eer toekomt voor wat Hij door zijn Geest in ons heeft verricht. Want alles wat wij doen daarvoor komt Hem de eer toe. ‘Dus is noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God die de groei geeft’ (1Kor.3:7).

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op het boek Daniël

 

 

De mens Daniël

Daniël is één van de grootste mannen in de Joodse geschiedenis. Dat hij werkelijk heeft bestaan wordt duidelijk door vermelding van hem in het boek Ezechiël 14:14, 28:3 en ook in Mattheüs 24:15 en Hebreeën 11:33. Hij was in zijn tienerjaren in het jaar 605 v.Chr. toen Nebukadnezar Juda en Jeruzalem bedreigde, innam en de stad verwoestte. Er zijn meerdere deportaties geweest van de Joden naar Babel, en Daniël maakte deel uit van de eerste groep omdat hij van hoge afkomst was. De praktijken van Babel bestonden daarin dat ze hen die tot de hoogste kringen behoorden het eerst deporteerden om hen dan in te zetten tot dienst in hun eigen rijk. Daniël was nog actief in 539 v.Chr. toen het koninkrijk werd overgenomen door Cyrus (Kores). Hij leefde en diende meer dan zestig jaar in Babel. In feite leefde hij onder de volgende heersers: Nebukadnezar, Belsassar, Darius en Cyrus en verschillende rijken: Babel, Meden en Perzen. Zijn naam betekent ‘God is mijn rechter’. Hij heeft meerdere belangrijke posten vervuld en werd geacht om zijn karakter en wijsheid, vanwege God die hem zegende. Nebukadnezar noemde hem het hoofd van de wijzen en heerser van het land (2:48), een positie te vergelijken met die van eerste minister. Nebukadnezars kleinzoon, Belsassar, riep Daniël terug van zijn pensioen en, omdat hij het handschrift op de wand had verklaard, maakte hij Daniël tot de derde heerser in het land (5:29). Minstens vijfenzeventig jaar was Daniël Gods trouwe getuige in een zondige en afgodisch koninkrijk.

Het boek

Het boek Daniël is voor het Oude Testament, zoals Openbaring voor het Nieuwe Testament; het is eigenlijk zo dat we de een niet zonder de ander kunnen begrijpen. Profetisch gaat het in Daniël over de ‘tijden van de volken’ (zie: Luk.21:24), die periode begon in 606 v.Chr. met de inname van Jeruzalem en eindigt met de komst van Christus om de volken te oordelen en zijn koninkrijk op te richten. In de verschillende dromen en visioenen die we in Daniël tegenkomen, vinden we het programma voor de volken vanaf de opkomst van Babel via de verovering van de Meden, Perzen, Grieken en Romeinen, en de overheersing van de antichrist juist voor de komst van Christus. Dit boek maakt duidelijk dat ‘er een God in de hemel is’ (2:28) en dat de ‘Allerhoogste macht heeft over het koningschap der mensen’ (4:25). Daniël maakt duidelijk dat God Almachtig is wat de gang van zaken betreft met deze wereld. God kan heersers aanstellen of afzetten. God kan de grootste rijken tenietdoen en overgeven aan hun vijanden. In 1:1-2:3 is het boek in het Hebreeuws geschreven, maar van 2:4 tot 7:28 in het Chaldeeuws. De Hebreeuwse gedeelten zijn verbonden met het activiteiten van de Joden.

Volgorde van de gebeurtenissen

Het boek Daniël is niet geschreven in chronologische volgorde. In de helft van het boek verklaart Daniël de dromen van anderen; in de tweede helft geeft hij zijn visioenen over de toekomst van zijn volk weer. De historische volgorde van het boek is als volgt:

(hfdst.1)  De ballingschap (605-604 v.Chr.)

(hfdst.2)  De droom van het beeld (602 v.Chr.)

(hfdst.3)  Nebukadnezars beeld

(hfdst.4)  Nebukadnezars droom van de boom

(hfdst.7) Het visioen van de vier beesten (556 v.Chr.)

(hfdst.8) Visioen van de geit en de ram (554 v.Chr.)

(hfdst.5) Belsassars feest – Babel valt (539 v.Chr.)

(hfdst.9) Visioen van de zeventig weken (538 v.Chr.)

(hfdst.6) Daniël in de leeuwenkuil

(hfdst.10-12) Afsluitende visioenen

Daniël moet dus ongeveer tachtig jaar zijn geweest toe hij in de leeuwenkuil kwam.

---------------------------------------------------------------------------------------

 

Indeling van het boek Daniël

 

I. Daniëls persoonlijk leven (1-6)

1. Volharden in zijn geloof (1)

2. De uitleg van de droom van Nebukadnezar (2)

C. Het gouden beeld (3)

D. Uitleg van de droom over de boom (4)

3. Uitleg van het handschrift op de wand (5)

4. Volharden in de leeuwenkuil (6)

II. Daniëls profetische dienst (7-12)

1. Zijn visie over de vier beesten (7)

2. Zijn uitleg over het ram en de geit (8)

C. Zijn gebed – de zeventig weken (9)

D. Zijn toekomstverwachting (10-12)

______________________________________________________________

 

 

 

‘Maar zelfs indien niet…’

Daniël 3

 

 

‘Veiligheid voor een christen is, niet de afwezigheid van gevaar, maar de tegenwoordigheid van God.’

 

 

 

Inleiding

Je hoort weleens zeggen: ‘de Bijbel is een oud boek en niet meer relevant voor onze tijd!’ Dat de Bijbel een oud ‘boek’ is, daar kan ik mee instemmen, maar dat het niet meer relevant is voor deze tijd zeker niet. Kijk maar eens naar het Midden-Oosten of andere plaatsen in de wereld en merk op hoe christenen vandaag de dag worden vervolgd, zoals dat zo veel eeuwen geleden de vrienden van Daniël overkwam. De Bijbel niet meer relevant, niet meer voor deze tijd? Kom nou!

Het leven van gelovigen gaat niet altijd van een leien dakje, zoals sommigen denken of wensen. De brief aan de Hebreeën leert ons dat soms gelovigen tot grootse dingen in staat waren, maar ook dat anderen door een tijd van grote moeiten gingen en soms het leven lieten (Hebr.11:32-38). Daardoor legden zij allen getuigenis van hun geloof af (Joh.21:29).

De duivel verzoekt ons om het slechtste in ons naar boven te halen en ons geloof te vernietigen, God stelt ons op de proef om het beste in ons naar boven te halen, ons te doen groeien zodat ons geloof zich kan ontwikkelen. Een geloof dat niet op de proef gesteld mag worden, is niet waard om geloof genoemd te worden. En dat is wat we heel nadrukkelijk in hoofdstuk 3 vinden: gelovigen die op de proef worden gesteld.

Het is goed te zien dat er in tijden van verval en vervolging gelovigen zijn die staande blijven. Zulke gelovigen zullen de kroon van het leven ontvangen (Jak.1:12). Tijden van verval en vervolging geven gelegenheid tot getuigen. De ervaringen van Sadrak, Mesak en Abednego helpen ons om ons eigen geloof onder de loep te nemen om te zien welk ‘soort’ geloof wij hebben. ‘Onderzoekt dan uzelf of u in het geloof bent; beproeft uzelf’ (2Kor.13:5). De Heer Jezus zei tegen de apostel Petrus dat hij door zijn dood God zou verheerlijken (Joh.21:19).

We komen in dit hoofdstuk meerdere personen tegen die verschillend reageerden op de situatie.

Geen echt geloof

De eerste groep van mensen die we tegenkomen tijdens de gebeurtenissen zijn mensen die geen echt geloof hebben of eigenlijk helemaal geen geloof! Dat zijn de meelopers. Toen de koning gebood het gouden beeld dat hij had laten oprichten te aanbidden, deden ze dat zonder zich rekenschap te geven wat ze eigenlijk deden. Alle eeuwen door zijn er machthebbers geweest die onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eisten, bijvoorbeeld een Napoleon, Mao of Hitler. De mensen knielen, buigen en verklaren zich één met de machthebber, wellicht om hun vel te redden en er financieel beter van te worden. Zulke mensen noemen we opportunisten, mensen die uit elke situatie hun voordeel proberen te halen. Een voorbeeld van een heerser die absolute gehoorzaamheid eiste vinden we in het boek Handelingen, waar we Herodes op zijn rechterstoel zien zitten en het volk hem toeroept: ‘Een stem van God en niet van een mens’ (Hand. 12:22)

De festiviteiten die verbonden waren met het oprichten van het gouden beeld van Nebukadnezar moeten een geweldig spektakel zijn geweest! Je zou in hedendaags taalgebruik kunnen spreken van een ‘popconcert’. Allerlei instrumenten waren aanwezig: hoorn, fluit, citer, luit, harp, doedelzak en allerlei soort van muziekinstrumenten (Dan.3:5). Bij het horen daarvan moesten ze zich ter aarde werpen en het gouden beeld aanbidden dat was opgericht. Kan het zijn dat Nebukadnezar muziek gebruikte om op het gemoed van de mensen te werken om ze achter zich te krijgen? Muziek kan een helende werking hebben, dat is zeker, we hoeven maar te denken aan Davids citerspel voor Saul (1Sam.16:23; 18:10; 19:9), maar muziek kan mensen ook emotioneel zo raken dat ze meegesleept worden en dingen doen die ze anders niet zouden hebben gedaan. Ze gaan dan letterlijk ‘uit hun dak’. Ik wil niet moraliseren, maar we dienen bewust om te gaan met het gebruik van muziek in christelijke samenkomsten! Muziek dient ervoor om harten tot Christus te brengen, niet om hoofden op hol te doen slaan. Muziek mag ook niet de plaats van het Woord innemen, maar heeft als functie het Woord te ondersteunen.

Een zwak geloof

Er moeten daar meer joodse mensen zijn geweest tijdens deze gebeurtenis dan alleen de drie vrienden van Daniël; maar waar waren ze op dat ogenblik, we zien ze niet? Duizenden joden, inwoners van Juda, waren als balling weggevoerd naar Babel. De eerste deportatie was in 597 v.Chr. (Jer.52:30; 2Kon.24; 25), een tweede geschiedde in 586 v.Chr. en een derde in 581 v.Chr., alles ten uitvoer gebracht in opdracht van Nebukadnezar. Er waren zelfs overlopers bij (2Kon.25:11)! Een aantal jaren daarvoor, in 732 v.Chr., hadden de Assyriërs het tienstammenrijk Israël in ballingschap doen gaan. De Chaldeeën deden hetzelfde met de inwoners van Juda. In 2Koningen 15:29 lezen we dat Tiglatpileser en na hem Sargon II de bewoners van het tienstammenrijk in ballingschap hadden weggevoerd. In zijn annalen noemt Sargon II een getal van 27.290 inwoners van Samaria die hij gevangen maakte.

Dus dat waren er nogal wat! Maar waar waren ze op het moment van deze gebeurtenis? Of zouden ze tegen Sadrak, Mesak en Abednego gezegd hebben: ‘we kunnen niet komen maar we zullen voor jullie bidden!’ of: ‘Je moet het ook niet te ver drijven, levend kun je meer voor God betekenen dan dood!’ In 1 Koningen 18 lezen we over een soortgelijke situatie, toen Elia alleen tegenover vierhonderdvijftig profeten van Baäl stond. Waar waren al die anderen? Pas in Romeinen 11:4 lezen we dat zevenduizend man hun knie niet voor Baäl gebogen hadden, maar daar had Elia op dat moment niet veel aan. Ook de apostel Paulus kon ervan meespreken want, zegt hij: ’Bij mijn eerste verdediging is niemand bij mij geweest, maar allen hebben mij verlaten’ (2Tim.4:16). En wat te denken van de Heer Jezus; Hij moest het zelfs uitroepen: ’Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!’

Een voorwaardelijk geloof

‘Als God ons zal bevrijden…’ (vs.17).  Er zijn veel mensen die een geloof hebben dat voorwaarden eist. Een geloof dat zegt dat als God mij dit of dat geeft, dan geloof ik, en anders niet. ‘Heer, als U dit of dat wilt doen, dan zal ik…’ Ik noem dat maar een conditioneel geloof, en we hoeven maar aan Gideon te denken die tegen de Engel des Heren zei: ‘Och mijn heer, indien de Here met ons is, waarom is dit alles ons dan overkomen?’, een geloof dat twijfelt aan de macht van God. (Richt.6:13).

Een echt bijbels geloof is geen geloof in wat God kan doen of schenken, maar in Wie God Zelf is. Veel mensen hebben een verkeerd idee van wat het betekent om een volgeling van de Heer Jezus te zijn. Dit kan natuurlijk voortkomen uit een verkeerde voorlichting die verkeerde verwachtingen schept. We hoeven maar te denken aan de zgn. ‘prosperity preaching’, die leert dat het ons als gelovige op elk terrein van het leven goed zal gaan, en dat armoede en/of ziekte een gebrek aan geloof is en daarom zonde!

Mensen met een voorwaardelijk geloof bezien God uit het oogpunt van een handelaar: ‘als U mij dit geeft, dan zal ik dat doen’, of juist andersom, door allerlei beloften te doen om van God iets gedaan te krijgen! Hoeveel gelovigen hebben niet op die manier met God onderhandeld door allerlei beloften te doen die men vaak al gauw weer vergeten was!

Een onvoorwaardelijk geloof

De Heer Jezus had tegen de discipelen gezegd: ‘Voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden om Mijnentwil, tot een getuigenis voor hen’ (Mark.13:9). In het Bijbelboek Handelingen vinden we daarvan rijkelijk verslag (Hand.4:23-31, 5:17vv., 6:8vv.).

Sadrak, Mesak en Abednego hadden een onvoorwaardelijk geloof. Want, zeiden ze tegen koning Nebukadnezar, ‘indien onze God, die zij vereren, in staat is om ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; maar zelfs indien niet – het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden’ (vs.17). ‘Maar zelfs indien niet…’ Een onvoorwaardelijk geloof betekent God te gehoorzamen ongeacht gevoelens in ons, omstandigheden rondom ons, of de consequenties voor ons! De drie vrienden hadden met Daniël God vereerd (hoofdstuk 1), nu vereert God hen! Zou de apostel Paulus aan hen gedacht hebben toen hij schreef: ‘Zij waren onbesproken kinderen van God, te midden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder ze schenen als lichten in de wereld, en ze het woord van het leven vertoonden’ (Fil.2:15)?

En zo gebeurde het dat zij gebonden in de brandende oven werden gegooid, die zevenmaal heter werd gestookt dan gewoonlijk! Maar toen de koning ging zien hoe het de drie vrienden verging, zag hij er geen drie maar vier mannen die wandelden midden in het vuur! De rest van verhaal is bekend: ze werden alle drie uit de oven gehaald, maar waar de vierde man was gebleven, daarvan horen we niets!

Getuigenis van de koning

In Daniël 3:28 geeft koning Nebukadnezar getuigenis van het geloof van Sadrak, Mesak en Abednego. De koning had gezien dat hun geloof niet oppervlakkig, zwak of voorwaardelijk was, maar echt! Ze stonden voor wat ze geloofden en gaven daarvan getuigenis door hun daden. Iemand heeft eens gezegd: ‘Beter als gelovige in een brandende oven, dan als ongelovige in de poel van vuur!’ De drie vrienden waren wel in het vuur, maar het vuur was niet in hen. Ik denk dat de apostel Petrus de gebeurtenissen die in Daniël 3 worden beschreven voor ogen had toen hij zijn eerste brief schreef, want daarin sprak hij over ‘de vuurgloed in uw midden die tot uw beproeving dient’ (1Petr.4:12). In zijn afscheidsrede aan de gemeente van Efeze zegt de apostel Paulus: ‘ik reken mijn leven niet kostbaar voor mijzelf’; daarmee gaf hij aan dat hij de woorden van de Heer Jezus als norm voor zijn leven als gelovige aannam, die gezegd heeft: ‘Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest ter wille van Mij, zal het vinden’ (Mat.10:39). ‘Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt’ (1 Petr. 2:19).

‘Wie Mij eren, zal Ik eren’ zegt de Heer (1Sam.2:30). ‘Wie nu zichzelf zal verhogen, zal worden vernederd; en wie zichzelf zal vernederen, zal worden verhoogd’ (Mat.23:12). Al gauw na hun vrijlating werden de drie vrienden verhoogd en werden hun bijzondere gunsten verleend in het gewest Babel, want tenslotte krijgen we bij monde van de heidense koning Nebukadnezar te horen hoe hij over de vrienden denkt en zegt:

1. Ze hebben zich op God verlaten

‘Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten, zodat wij vrijmoedig mogen zeggen: ‘De Heer is mij een helper ik zal niet vrezen; wat zal een mens mij doen?’ (Hebr.13:5-6).

2. Hij heeft zijn engel gezonden en zijn dienaren bevrijd

‘De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen’ (Ps.34:8).

3. Ze hebben het bevel van de koning overtreden

‘Men moet God meer gehoorzamen dan mensen’ (Hand.5:29).

4. Ze hebben hun lichamen prijsgegeven

In zijn afscheidsrede aan de gemeente van Efeze zegt de apostel Paulus: ‘ik reken mijn leven niet kostbaar voor mijzelf’, daarmee gaf hij aan dat hij de woorden van de Heer Jezus als norm voor zijn leven als gelovige aannam, die gezegd heeft: ‘Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest ter wille van Mij, zal het vinden’ (Mat.10:39). Daarom kon hij ook aan de gelovigen in Rome schrijven dat zij hun lichamen dienden te stellen tot een levende offerande, heilig, voor God welbehaaglijk (Rom.12:1; zie: Fp.2:17).

5. Ze wilden alleen hun God vereren en aanbidden.

‘We zullen alleen God aanbidden en niemand anders’.

6. Het gebod van de koning

Daarom wordt door mij een gebod uitgevaardigd, dat ieder, tot welk volk, tot welke natie of taal hij ook behore, die enig oneerbiedig woord spreekt tegen de God van Sadrak, Mesak en Abednego, in stukken gehouwen en dat zijn huis tot een puinhoop gemaakt zal worden, omdat er geen andere god is, die zó verlossen kan. Toen bewees de koning Sadrak, Mesak en Abednego bijzondere gunst, in het gewest Babel.

 

'Echt geloof betekent God te gehoorzamen ongeacht onze gevoelens in ons, omstandigheden rondom ons, of de consequenties voor ons!'

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op het boek Hosea

 

 

 

De persoon

De naam Hosea betekent ‘heil of verlossing’. Hij is een meester in het gebruik van beeldspraak: let u maar eens op de vele vergelijkingen die hij maakt: ‘als een dor land’ en ‘als een morgenwolk’ enzovoorts. Hij was een inwoner van het tienstammenrijk. Tot welke stam hij behoorde is onbekend. Zijn optreden valt na dat van Amos en was gelijktijdig met dat van Jesaja en Micha in Jeruzalem. Hosea trad als profeet op in de dagen van Uzzia, Jotam, Achaz, Hizkia allen koningen van Juda en die van Jerobeam II koning van Israël.

Tijd en plaats

Hosea preekte in het noordelijk koninkrijk Israël, ook Efraïm genoemd, in een periode van geestelijke neergang. Hosea begon zijn dienst toen koning Jerobeam II koning was, in een tijd van grote voorspoed. De natie bloeide uiterlijk maar was innerlijk rot en ging een zeker oordeel tegemoet. Ze was gewikkeld in allerlei bondgenootschappen met andere machten in plaats van op God te vertrouwen. Hosea leefde in de tijd dat het noordelijk rijk Israël in ballingschap werd gevoerd door de Assyriërs in 721 v.Chr. U kunt de historische achtergrond lezen in 2 Koningen 15-17.

Het onderwerp

Hosea’s boodschap is gericht tot het volk Israël (de 10 stammen), en hij wijst ze hun zonden aan en verkondigt het aanstaand oordeel. Er is, zoals we zullen zien, ook een boodschap van hoop voor de toekomst. Maar het unieke van zijn boodschap is wel dat hij in zijn eigen leven zelf iets moest uitbeelden voordat hij tot kon vertellen; dat was zijn huwelijk met een ontuchtige. Dit was om duidelijk te maken dat Israël ontrouw was aan God.

Zijn huwelijk

De profeet moest door een periode van diep verdriet gaan in zijn huwelijk vanwege de zonden van zijn echtgenote, maar dat was een door God gebruikte object les voor zijn volk. Hosea trouwde een vrouw die hem drie kinderen baarde en hem daarna verliet en een opnieuw prostituee werd. Uiteindelijk moest hij haar terugkopen op de slavenmarkt (3:1-2). Hosea’s pijnlijke ervaring diende als vermaning tot het volk. Israël was gehuwd met Jahweh, maar pleegde ‘geestelijk overspel’ door zich tot de afgoden te keren. Dat leidde op zijn beurt tot geestelijk verval van de natie. Het volk zou boeten voor zijn zonden, maar eens zoude Heer het loskopen en herstellen.

Praktische toepassing

De gemeente van vandaag ‘prostitueert zich gemakkelijk met de wereld en beweert dan desondanks de Heer trouw te zijn (Jak.4:4-10). De waarschuwing van Openbaring 2:4-5 mag wel ter harte worden genomen: ‘Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten. Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert’.

---------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van het boek Hosea

I. Israëls ontrouw beschreven (1-3)

God is genadig (1:1 - 2:1)

God is heilig (2:2-13)

God is liefde (2:14 - 3:5)

II. Israëls zonden aangeklaagd (4-7)

Onwetendheid (4:1-11)

Afgoderij (4:12 – 5:15)

Onoprechtheid (6:1 – 7:16)

III. Israëls oordeel vastgesteld

De invasie van de Assyriërs (8)

Het volk verspreid (9)

Oogsten wat je hebt gezaaid (10)

IV. Israëls herstel aangekondigd (11-14)

Gods genade in het verleden (11)

Gods tegenwoordige tucht (12 – 13)

Gods toekomstige beloften (14)

______________________________________________________________

 

Wat zegt de Bijbel?

 

Gods genade voor Israël

 

Het boek Hosea

 

 

 

Inleiding

In het boek Hosea is het Gods liefde en genade voor zijn volk Israël dat het hoofdthema is. We zullen bij het bestuderen van dit boek dan tot de ontdekking komen dat de genadegaven en de roeping van God ten opzichte van Israël dan ook onberouwelijk zijn (Rom.11:29), dit ondanks Israëls ontrouw.

De naam Hosea betekent ‘redding’. Hij profeteerde in het noordelijk rijk Israël, (ook genoemd Efraïm) gedurende een periode van geestelijke achteruitgang. Toen Hosea met zijn dienst begon, was Jerobeam II koning (1:1), en het was een tijd van materiële voorspoed en was, om zich veilig te stellen betrokken in sluiten van buitenlandse allianties, in plaats van hun vertrouwen op God te stellen en bescherming bij Hem te zoeken. Hosea heeft Israël in ballingschap zien gaan door de Assyriërs in 721 v.Chr. Zie voor de historische achtergrond van die gebeurtenis 2Koningen 15-17. Hosea’s boodschap voor Israël was dat hij hun het naderend oordeel aankondigde vanwege hun zondige wandel. Gelukkig is er ook een boodschap van herstel en een hoopvolle toekomst. Tuchtiging moet leiden tot herstel en dat zien we dan ook in dit boek weergegeven. Het unieke van Hosea’s boodschap is wel dat hij die boodschap in zijn eigen leven moest voorleven voordat hij tot het volk kon spreken. De profeet moest een grote zielenstrijd in zijn eigen huwelijk ervaren en overwinnen vanwege de zonden van zijn echtgenote, maar dat diende ervoor dat hij het als een soort goddelijke objectles kon gebruiken om het volk Israël duidelijk te maken waar het bij hun aan haperde.

Israëls ontrouw uitgebeeld (1-3)

De Here gaf Hosea de opdracht Gomer te huwen, een ontuchtige vrouw. Nadat zij Hosea drie kinderen had gebaard, verliet zij hem voor anderen mannen (2:4). Hosea’s hart zal verscheurd van verdriet geweest zijn over haar handelswijze. Toen gaf God Hosea de opdracht om zijn vrouw te zoeken, en hij ontdekte haar op de slavenmarkt! (3:1-2). Hij moest haar terugkopen en bracht haar weer naar zijn huis en verzekerde haar van zijn vergeving en liefde. We mogen aannemen dat Gomer zich van haar verkeerde wandel bekeerd heeft en een trouwe echtgenote is geworden. Dit alles is een onbegrijpelijke gebeurtenis, totdat we inzien dat dit Israëls ontrouw ten opzichte van God weergaf, maar het is ook een teken van Gods genade.

Israël was als het ware ‘gehuwd’ met God, en ze zou trouw aan Hem moeten zijn geweest.

Want zoals een jongeling een maagd huwt, zullen uw zonen u huwen, en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zal uw God Zich over u verblijden’ (Jes.62:5). Zie ook de volgende teksten: Ex.34:14-16; Deut.32:16; Jer.3:14. Maar Israël bleef niet trouw, zoals Gomer dat niet deed, ze gingen achter andere goden aan en pleegden ‘geestelijke overspel’ door hun wandel met God ter verzaken en de goden van andere volken achterna te lopen. Zo geraakte het volk Israël in slavernij, gelijk Gomer dat overkwam. Maar dat is niet het einde van het verhaal, zoals Hosea zijn overspelige vrouw opzocht en vrijkocht, zo zoekt God zijn volk Israël weer op, vergeeft haar zonden, brengt herstelt ze in hun vroegere positie als volk van God. ‘Vader vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen! (Luk.23:34; Jes.53:12).

De geschiedenis van het volk Israël is terug te vinden in de namen van de kinderen aan Hosea geboren: (1) Jizreël betekent ‘verstrooiing’ en duidt op de tijd van de Joden verstrooid zijn onder de volken. (2) Lo-Ruchama: ‘geen ontferming’ en geeft de tijd weer dat Gods genade niet meer het deel van Israël is en dat het zal moeten lijden onder Gods tuchtende hand. Lo-Ammi ‘niet mijn volk’ duidt op de huidige tijd waarin God het volk Israël niet meer erkent als zijn volk; de Gemeente is nu Gods volk. Maar let op dat vanaf vers 10 tot 12 onmiddellijk aangeeft dat alles weer zal veranderen en ze weer Gods volk zullen zijn. ‘Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de Here, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de Here en tot zijn heil – in de dagen der toekomst’ (Hos.3:4-5).

Israëls zonden vermeld (4-7)

‘Van David. Een leerdicht. Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedektis’ (Ps.32:1). Het zou mogelijk geweest kunnen zijn dat de bevolking Hosea gewezen zal hebben op de ontrouw van zijn vrouw, maar nu wijst Hosea naar hun zonden! (4:1-2). Hosea spreekt hier eerste de priesters, de geestelijke leiders van het volk aan: mijn aanklacht geldt u, o priester!’, want het is ‘zo priester, zo volk’ (4:9). De Heer Jezus moest tegen de sadduceeën zeggen: ‘U dwaalt, daar u de Schriften niet kent, noch de kracht van God’ (Mat.22:29). Zondigen of een zondig gedrag kan voortkomen uit onwetendheid: ‘ik wist het niet!’ Er was geen trouw, geen liefde en geen kennis van God in het land’ (4:1) en ‘Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis’ (4:6). Gebrek aan kennis van Gods Woord was ook wat de Heer Jezus, Nicodémus, een overste van de Joden verweet (Joh.3:10). Daardoor komt het volk dat geen inzicht heeft ten val (4:14). Ze vervielen tot drankgelagen, ontucht en afgoderij (4:11vv.). De verzen 6:1-3 moeten we lezen als een ‘doekje voor het bloeden’, mooie woorden maar geen oprecht berouw, dat mag wel blijken uit de woorden die volgen, vanaf vers 4-6. ‘Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer; in kennis van God en niet in brandoffers!’

Wat duidelijk blijkt uit dit gedeelte is de nadruk die ligt op de belangrijkheid van het Woord van God, want: ‘Zie het Woord des Heren hebben zij verworpen, wat voor wijsheid zouden zij dan hebben? (Jer.8:9). Wij leven in een tijd waarin velen de gezonde leer niet meer verdragen, leraars verzamelt naar hun eigen begeerten verzamelt om zich het gehoor te laten strelen, zich van de waarheid afwendt en in fabels gaat geloven! Vandaar de oproep van Paulus aan Timotheüs om het Woord te prediken, gelegen en ongelegen! (2Tim.4:2-4).

Israëls oordeel aangekondigd (8-10)

‘Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten’ (Gal.6:7), dat is een niet te onderschatten waarschuwing voor een gelovige, of zoals hier het volk Israël. In een ander verband zegt Paulus in de tweede brief aan de gelovigen te Korinthe (9:6) in verband met de inzameling voor de arme gelovigen: ‘Wie spaarzaam zaait, zal ook spaarzaam maaien, en wie rijkelijk zaait, zal ook rijkelijk maaien’. Oorzaak en gevolg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Israël had zich niet laten gezeggen en was voortgegaan op de ingeslagen zondige weg. ‘Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood’ (Spr.14:12). ‘Wie zijn nek verhardt ondanks herhaalde vermaning, wordt opeens onherstelbaar gebroken’ (Spr.29:1). Het oordeel over hun zondige wandel was op komst en zou daarin bestaan dat de Assyriërs het volk in ballingschap zouden voeren. ‘Zij zullen in het land des Heren niet blijven, maar Efraïm zal naar Egypte terugkeren, en in Assur zullen zij het onreine eten’ (8:8; 9:3). Daaruit bestond de tuchtiging van God, hoe vreemd ons dit ook mag lijken, maar wie de Heer liefheeft die tuchtigt Hij’ (Hebr.12:6; Spr.3:11-12). Dit oordeel had als doel dat het volk tot inkeer zou komen, zodat God genade kon toepassen. Dit mogen we ook toepassen op een gelovige die in zonde is gevallen en zich daarvan niet wil reinigen en doorgaat op de ingeslagen zondige weg. Hij of zij zal buiten de gemeenschap van God, en in voorkomend geval ook buiten de gemeenschap van de gelovigen, komen te staan, en verliezen hun blijdschap, vrede en zijn niet meer bruikbaar voor de Meester (2Tim.2:19-21). Zulke gelovigen omschrijft de apostel Paulus als: ‘maar zelf zal hij (of zij) behouden worden, maar zó als door vuur’ (1Kor.3:15). Zeventig jaar is Israël in ballingschap gegaan totdat koning Kores, de grondlegger van het Medisch-Perzisch rijk, hen toestemming gaf om terug te keren naar hun land, om stad en tempel te herbouwen (Jes.44:28).

Israëls herstel aangekondigd (11-14)

‘Want niet voor eeuwig verstoot de Here. Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen. Immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen’ (Klg.3:31-33). Wanneer Gods tuchtiging zijn doel bereikt en mensen of het volk tot inkeer komt, dan ontfermt Hij zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen; God past genade toe! Door te zondigen overtreed je niet allen wet, maar ook Gods hart!

Er is echter een goddelijk ‘totdat’! (Luk.21:24; Rom.11:25). ‘Zie uw huis wordt aan u woest overgelaten. Want Ik zeg u: u zult Mij van nu aan geenszins zien, totdat u zegt: ‘Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’ (Mat.23:38-39). God zal genade toepassen, want Hij is geen mens en Hij zal niet komen in toorngloed! (11:9). Ja, Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de Here, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de Here en tot zijn heil – in de dagen der toekomst (Hos.3:4-5).

Het is een harde les geweest voor het Joodse volk, toen en al de tijd dat ze dolende waren onder de volken (9:17). Gelukkig is daar een voorlopige verandering in gekomen door de stichting van de staat Israël in 1948, waarin we hand van God mogen zien. De geestelijke verandering laat nog op zich wachten, maar er wacht het volk nog een geweldige toekomst. De verdere uitwerking van Hosea’s belofte voor wat betreft de toekomst voor Israël wordt in andere profetische boeken verder uiteengezet.

De persoonlijke boodschap voor ons is dat gelovigen die afdwalen altijd terug kunnen keren op hun schreden en met belijdenis van schuld weer in Gods nabijheid mogen komen, om zijn genade en vergeving te ervaren.

______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op het boek Joël

 

 

 

 

Het is mogelijk dat Joël de eerste profeet is die zijn boodschap op schrift heeft gesteld. Hij profeteerde vermoedelijk in Juda tijdens de regering van koning Joas (835-796 v.Chr.). Het verslag daarvan vindt u in 2 Koningen 11-12 en 2 Kronieken 22-24. Joas kwam op de troon toen hij zeven jaar oud was, en Jojada was zijn leermeester. Dit is een mogelijke verklaring waarom Joël niets zegt over een koning, omdat Joas nog niet echt als koning fungeerde.

Hosea’s boodschap kwam voort uit een persoonlijk verdriet in zijn eigen gezin. Joël z’n boodschap ontstond door nationale problemen: een sprinkhanenplaag die het land teisterde. Daardoor kwam er een verschrikkelijke droogte (1:19-20) en de combinatie van die twee plagen bracht een hongersnood in het land teweeg. Joël had een boodschap voor het volk van Juda, want hij zag in deze gebeurtenissen de tuchtigende hand van God vanwege hun zonden. Maar achter de sprinkhanenplaag zat een ander ‘leger’ – een letterlijk leger van heidense volken die Jeruzalem aanvielen (3:2). Met andere woorden, Joël gebruikte het onmiddellijk oordeel van God (de sprinkhanen) als een illustratie van het uiteindelijk oordeel, ‘de dag des Heren’. Joëls boek bestaat uit twee delen: (1) de toenmalige geldende boodschap van de sprinkhanenplaag (1:1-2:27); en (2) de toekomstige boodschap betreffende ‘de dag des Heren’ (2:28-3:21).

Voordat we deze twee boodschappen verder onderzoeken, moeten we te weten zien te komen wat Joël bedoelt met ‘de dag des Heren’. Hij gebruikt deze term vijf keer, in 1:15; 2:1, 11, 31; en 3:14. Andere profeten dan Joël gebruiken het ook: Jesaja 2:12; 13:6-9; 14:3; Jer.30:7-8; 46:10 en ook het hele boek van Sefanja gaat erover. De uitspraak ‘dag des Heren’ verwijst naar een toekomstig gebeuren wanneer God zijn oordelen uitstort op de volken vanwege hun zondige daden gedaan ten opzichte van het Joodse volk (Zie Joël 3:1-8). Het zal gebeuren nadat de Gemeente is opgenomen (Zie 1Thes.1:10 en 5:9-10 en Op.3:10) tijdens een periode van zeven jaar die ook wordt weergegeven met de uitdrukking ‘de Grote Verdrukking’. Het wordt het meest uitvoerig beschreven in Openbaring 6-19. Deze periode zal worden afgesloten met de slag van Armageddon (Joël 3:9-17; Op.19:11-21) en de terugkeer van Jezus Christus op aarde om zijn koninkrijk op te richten.

---------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van het boek Joël

I. De onmiddellijke dag des Heren (1:1-20) 

1. Hoor! (Oudsten, bewoners (1:2-4)

2. Wordt wakker! dronkaards (1:5-7)

3. Bedrijf berouw boeren (1:11-12)

4. Weeklaag priesters (1:13-14)

II. De naderende dag des Heren (2:1-27) 

1. De naderende legers, gelijk sprinkhanen (2:1-11)

2. Oproep tot bekering (2:12-17)

3. De belofte van herstel (2:18-27)

III. De ultieme dag des Heren (2:28 – 3:21) 

1. Vóór die dag – Geest uitgestort (2:28-32)

2. Tijdens die dag – oordeel uitgestort (3:1-16)

3. Na die dag – zegen uitgestort (3:17-21)

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

LET 

Inleiding van het boek Amos

 

 

Inleiding

Het is ongeveer vijfentwintig jaar voor de val van Israël. We brengen een bezoek aan de stad Betel, waar koning Jerobeam II zijn privékapel heeft en Amasja is zijn priester. Het volk geniet van vrede en voorspoed, in feite leven ze in luxe. Een indrukwekkende dienst staat op het punt te beginnen, met Amasja als leider, wanneer we rumoer buiten de kapel horen. ‘Wee hen die zich op hun gemak voelen in Sion’ roept een stem. ‘God zal het zondige volk oordelen’. Ze rennen naar buiten, waar ze een landman vinden ‘een heuvel prediker’ van Tekoa, met de naam Amos (‘lastdrager’). Hij is geen profeet in de klassieke betekenis, want zijn vader was geen profeet en ook was hij niet op een profetenschool geweest (7:10-17). Maar hij is een man Gods met Gods boodschap, hij waarschuwt het volk Israël voor het komend oordeel. Hij gebruikt het woord ‘gevangenschap of ballingschap’ meerdere keren (5:5, 27; 6:7; 7:17).

Amos’ tijd

Amos (lastdrager) was een schapenfokker en een kweker van moerbeibomen (1:1; 7:14) toen de Heer hem riep tot profeet. Hij woonde in de plaats Tekoa, ongeveer tien kilometer van Jeruzalem, tijdens de regering van Uzzia in Juda (790-740 v.Chr.) en Jerobeam II in het noordelijk rijk, Israël (793-753 v.Chr.). Amos was een ‘leek’, een eenvoudige boer en herder die geen lid was van de Joodse religieuze of politieke gevestigde orde.

Rond deze tijd genoot Juda en Israël een tijd van voorspoed en veiligheid. Men leefde in luxe (3:10-15; 5:3-6) en godsdienst was populair. Israël kwam samen in de koninklijke kapel te Betel (4:4-5), en Juda vierde de feesten met enthousiasme (5:21-22), maar de zonden van beide koninkrijken ondermijnden de religieuze en morele houding van het volk. Geld verdienen was veel belangrijker dan de dienst aan God (8:5); de rijken buiten de armen uit, het gerechtelijk systeem was corrupt en ongerechtigheid tierde welig (5:11-15, 24; 8:4-6).

---------------------------------------------------------------------------------------

 Indeling van het boek Amos 

I. Kijk om je heen en let op Gods oordeel (1-2) 

Acht volkeren veroordeeld

1. Zes heidense volkeren vervloekt (1:1-2:3)

2. Juda veroordeeld (2:4-5)

3. Israël veroordeeld (2:6-16) 

II. Kijk naar binnen en let op de corruptie (3-6) 

Drie oproepen voor het volk Israël

1. Israëls oordeel staat vast (3:1-15)

2. Israëls zonden aangeklaagd (4:1-13)

3. Israëls noodlot beklaagd (5:1-6:14) 

III. Kijk naar voren: het einde komt (7-9) 

A. Vijf oordeels visoenen (7-9) 

1. De sprinkhanen (7:13)

2. Het vuur (7:4-6)

3. Het paslood (7:7-9) 

B. Geschiedkundige onderbreking: Amos in Betel (7:10-17) 

4. Een korf met rijpe vruchten (8:1-4)

5. De verwoeste tempel (9:1-10) 

C. Een visioen van het toekomstig koninkrijk (9:11-15)

_______________________________________________________________