Wereldgeschiedenis

 

 

In deze rubriek zijn de volgende onderwerpen opgenomen:

 

 

Opkomst en Ondergang van Wereldrijken (11 delen)

Korte geschiedenis van het christendom in China

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Opkomst en Ondergang van Wereldrijken

 

 

 

 

Inleiding

Eeuwenlang hebben historici, politieke theoretici, antropologen en het merendeel van het publiek de neiging gehad om over de opkomst en ondergang van beschavingen nagedacht. Thomas Cole heeft daarvan een overzicht gegeven in zijn schilderijen The Course of Empire. (Via google kunt u op het internet afbeeldingen van deze schilderijen terugvinden).

Elke van de vijf scénes geeft een bepaalde fase weer. In het eerste schilderij, The Savage State (De primitieve toestand), wordt een weelderige wildernis bevolkt door een handjevol jager-verzamelaars die bij het aanbreken van een stormachtige dag een primitief bestaan bijeenscharrelen. Het tweede schilderij, The Arcadian or Pastoral State (De arcadische of pastorale toestand), geeft een agrarische ydille weer: de bewoners hebben de bomen neergehaald, akkers aangelegd en een elegante Griekse tempel gebouwd. Het derde en grootste schilderij is The Consummation of Empire (De voltooiing van het Rijk). Nu is het landschap bedekt met schitterende marmeren gebouwen, terwijl de tevreden boeren-filosofen van het vorige tableau zijn vervangen door een menigte rijk geklede kooplieden, procunsuls en burger-consumenten. Het is middag in de levenscyclus. Dan komt Destruction (Vernietiging). De stad staat in brand, de inwoners vluchten voor een invallende horde die onder een dreigende avondlucht verkracht en plundert. Ten slotte komt de maan op boven Desalation (Leegte). Er is geen levende ziel te bekennen, slecht een paar verwerende zuilen en met boomheide en klimop overwoekerende colonnades. Coles vijfluik, bedacht in het midden van de jaren dertig van de negentiende eeuw, heeft een duidelijke boodschap: alle beschavingen hoe schitterend ook, zijn veroordeeld tot verval en ondergang.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Translatio imperii – Bijbelse vierrijkenleer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Translatio imperii (letterlijk: overdracht van de macht) is ook het middeleeuwse idee dat het Romeins keizerschap wordt overgedragen van het ene volk op het andere. De bijbelse onderbouwing voor de translatio imperii wordt ook wel de vierrijkenleer genoemd. Het is ontwikkeld om het ideaal van het imperium christianum te verwezenlijken. Eén God, één Kerk, één keizer. Dit principe werd toegepast toen Karel de Grote in 800 tot keizer werd gekroond door paus Leo III. Ook werd dit principe toegepast toen de Duitse koning Otto I op initiatief van paus Johannes XII in 962 tot keizer werd gekroond.

Kerkvader Hiëronymus introduceerde een periodisering van de wereldgeschiedenis die gebaseerd was op het Bijbelboek Daniël. Hierin wordt koning Nebukadnezars droom uitgelegd door Daniël. De koning zou een schrikwekkend beeld hebben gezien met een hoofd van zuiver goud, borst en armen van zilver, buik en lendenen van koper, benen van ijzer en de voeten deels van ijzer deels van leem. Het beeld zou hierna langzaam ineen storten. Volgens Daniël stond het rijk van Nebukadnezar voor het gouden hoofd, maar na hem zou de neergang beginnen met een zilveren koninkrijk, gevolgd door een derde koninkrijk van koper. Het vierde koninkrijk zou hard als ijzer zijn, gevolgd door het eeuwige rijk Gods.

Hiëronymus zag deze rijken in zijn eschatologisch geschiedwerk als: Het Babylonische rijk, Medo-Perzisch rijk, Macedonische rijk en het Romeinse rijk. Deze interpretatie van Hiëronymus wordt de vierrijkenleer genoemd.

Na de ondergang van het West-Romeinse Rijk, dat volgens velen in 476 was gevallen met de afzetting van keizer Romulus Augustulus door Odoaker, was dit nog moeilijk houdbaar, aangezien het rijk Gods niet gekomen was. Aan het Karolingische hof stelden geleerden echter dat er geen einde was gekomen aan het Romeinse Rijk, maar dat dit via het Byzantijnse Rijk over was gegaan op Karel de Grote. Tenslotte was Clovis I al in 507 door de Byzantijnse keizer Anastasios I tot consul benoemd, en zijn afstammeling Karel de Grote liet zich in 800 tot keizer kronen door paus Leo III en in 812 heeft Byzantium na veel diplomatie met tegenzin het hernieuwde westerse keizerschap ook erkend. Dit is de leer van de translatio imperii Romani. Na het uiteenvallen van het Karolingische Rijk in de 9e eeuw trachtten de Duitse Ottonen beschouwd als de voortzetters van het Romeinse Rijk, waarbij de paus een steeds belangrijker rol kreeg in de bevestiging daarvan. Keizer Otto I de Grote begon deze traditie in 962 door zich door paus Johannes XII te laten kronen tot keizer wat later het Heilige Roomse Rijk zou worden genoemd. Otto van Freising zag in zijn kroniek Chronica sive Historia de duabus civitatibus (1146) de overgang van het Romeinse Rijk via de Grieken - het Byzantijnse Rijk - naar de Franken - het Frankische Rijk - op de Longobarden naar de Duitse Franken - het Heilige Roomse Rijk.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Streven naar eenheid

 

 

 

 

 

De eeuwen door is er altijd een streven geweest naar een groot Europa, of een herstelling van het voormalig Romeins Rijk. De eerste poging gebeurde door Karel de Grote (747-814) afkomstig uit het geslacht der Karolingen. Hij was vanaf 9 oktober 768 koning der Franken en vanaf 25 december 800 keizer van het Westen. Deze kleinzoon van Karel Martel kreeg reeds tijdens zijn leven de bijnaam ‘de Grote’ en geldt sinds de middeleeuwen als een van de belangrijkste heersers van het Westen. Het Frankische Rijk kende onder hem haar grootste omvang. Met zijn kroning door paus Leo III op eerste kerstdag 800 in Rome, werd het keizerschap in West-Europa in ere hersteld.

De tweede die een serieuze poging ondernam om Europa te verenigen was Napoleon Bonaparte (1769-1821). Hij was een Frans militair en politieke leider tijdens de laatste stadia van de Franse Revolutie. Als Napoleon I was hij van 1804 tot 1815 keizer van de Fransen. Zijn juridische hervorming, de Code Napoléon, had een grote en blijvende invloed op het recht in vele landen, waaronder Nederland en België. Het best wordt hij echter herinnerd door de rol die hij in de naar hem genoemde Napoleontische oorlogen speelde. Het gelukte hem in het eerste decennium van de 19e eeuw een groot deel van Europa onder Frans gezag te brengen.

De derde was Adolf Hitler (1889-1945) een in Oostenrijk geboren Duits politicus en de leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Hij was rijkskanselier van Duitsland van 1933 tot 1945 en staatshoofd (als Führer en rijkskanselier) van 1934 tot 1945. Nazi-Duitsland is de Duitse staat in die periode die ook wel het Derde Rijk of in de propaganda van de nazi's soms ook het Duizendjarige Rijk genoemd wordt. Het begrip "Derde Rijk" (Drittes Reich) was destijds populair in onder andere de Duitse media. Als eerste rijk gold het oude Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie (843-1806) en als tweede rijk het Duitse Keizerrijk (1871-1918). De verwachting van de aanhangers van het Derde Rijk-concept was dat het Derde Rijk (minstens) duizend jaar zou bestaan.

Het handelen van de drie genoemde usurpators is identiek aan elkaar. Zij probeerden door macht en geweld de Europese landen tot een eenheid te maken. Het is hun niet gelukt, en het derde of duizendjarig rijk van Hitler duurde (gelukkig) maar vijf jaar. Maar dit streven stopte niet en al snel na de tweede wereldoorlog zien we dan de eerste pogingen om te komen tot een Europese eenheid. Na de Tweede Wereldoorlog vatte het idee kiem dat Europese integratie de enige manier was om af te rekenen met het vergaande nationalisme dat het continent tot dan toe geteisterd had. Jean Monnet, Robert Schuman en Konrad Adenauer presenteerden in een toespraak in 1950 het zogenaamde Schumanplan. Een jaar later werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht door het tekenen van het Verdrag van Parijs door België, de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland), Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland. De EGKS bleek zo succesvol dat in 1957 besloten werd tot een verdere integratie. Het Verdrag van Rome, getekend door dezelfde zes landen, richtte de Euratom en de Europees Economische Gemeenschap op. In 1967 werden de drie organisaties door tekening van het Fusieverdrag samengevoegd, waarna ze verder werkten onder de naam Europese Gemeenschappen (EG). Dit leidde tot de oprichting van de Commissie, de Raad en het Parlement.

In 1973 werden Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk lid van de EG. Griekenland werd lid in 1981, Spanje en Portugal in 1986. In 1990 traden de deelstaten uit de voormalige DDR toe tot de Bondsrepubliek en daarmee ook tot de EG. Het Verdrag van Maastricht, getekend in 1992, betekende de oprichting van de Europese Unie. Het legde de basis voor verdere vormen van samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, op juridisch en intern vlak, en in de vorming van de Economische en Monetaire Unie. De Verdragen van Schengen zorgden voor een Europese interne markt. In 1995 werden Oostenrijk, Finland en Zweden lid van de EU.

De euro werd ingevoerd in 2002. In 2004 werden tien nieuwe landen lid van de EU: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. In 2007 kwamen Bulgarije en Roemenië erbij, waarna de EU 27 lidstaten telde. Om te zorgen dat de Unie na deze uitbreiding goed bestuurbaar bleef, werd in 2007 het Verdrag van Lissabon getekend. Op 1 juli 2013 trad Kroatië toe tot de Unie. Daarmee kwam het totale aantal lidstaten op 28 te staan.

In tegenstelling tot de vroegere machthebbers ligt het verschil hierin dat er naar eenheid van Europa werd gestreefd niet door middel van geweld maar door overleg; door vrijwillig aangegane verbonden. De profeet Daniël schrijft over het Romeinse Rijk in zijn toekomstige vorm in volgende bewoordingen: ‘En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem, en de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn. Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Dan. 2:41-43).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Het Babylonische Rijk

 

 

 

 

 

We willen deze theorie eens gaan toepassen op de vijf wereldrijken, die in de Bijbel vermeld worden in het boek Daniël. We zullen zien dat de daar genoemde rijken, het Babylonische, Medisch-Perzische, Griekse en Romeinse rijk, allen zijn gekomen en gegaan. Het Romeinse rijk vormt een uitzondering op de regel, het is gekomen, gegaan en weer gekomen, tenminste als we de Renaissance, als een herleving van het antieke Romeinse Rijk mogen zien. Als begin van de renaissance wordt vaak het jaartal 1453 genomen, in dat jaar is Constantinopel gevallen als het laatste christelijk bolwerk van het Oost-Romeinse rijk dat daardoor feitelijk ophield te bestaan. Het westen heeft de laatste zeshonderd jaar een dominerende invloed uitgeoefend over de hele wereld. Maar de laatste decennia zien we andere imperia opkomen, wat de vraag doet rijzen in welke fase van zijn geschiedenis Europa zich nu bevind? Wanneer we de achter ons liggende zeshonderd jaar mogen zien als de wedergeboorte van het eerdere Romeinse rijk kunnen we dan ook een voorspelling voor de toekomst doen? Met andere woorden in welke fase bevinden we ons in Coles’ vijfluik? Bevind Europa zich in de ‘Eve of Destruction’ zoals Barry McGuire het in de jaren zestig al zong? Bevinden wij ons aan het einde van een tijdperk van suprematie en staan andere rijken op het punt te verschijnen om het leiderschap van het westen over te nemen? En welk ander rijk zal dat dan zijn? Kan het Romeinse rijk, of zoals u wilt Europa, dat heropgekomen is, ook weer verdwijnen? Is het waar dat het vijfde rijk – het rijk van Christus – zijn voltooiïng heeft in de Katholieke Kerk, zoals die gedachte na Constantijn de Grote post heeft gevat en door Augustinus van een theologische basis is voorzien in zijn ‘de Civitate Dei’, of is het nog toekomstig? Boeiende vragen die we willen kaderen in het beeld van de vijf rijken die de Bijbel ons verstrekt in het beeld van Nebukadnezar (Daniël 2). Ik geef een kort overzicht van de geschiedenis van de genoemde rijken en hun relatie tot de Bijbel en in het tweede deel van dit artikel ga ik uitvoeriger in op het laatst genoemde rijk, het Rijk van Christus.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Het Babylonische Rijk

 

 

De vier rijken die we nu kort willen bespreken hebben één gemeenschappelijk gegeven, namelijk dat tijdens deze gehele periode in Israël geen koning op de troon zat. De (eerste) ballingschap vond plaats in 586 v. Chr. toen Nebukadnezar het volk naar Babel wegvoerde. Deze ballinschap duurde zeventig jaar, waarna een klein gedeelte (42.360 - Ezra 2:64) van het volk terugkeerde onder Ezra en Nehemia.

1. Het Babylonische rijk

Nebukadnezar II regeerde van 605-562 v. Chr. en was de zoon en opvolger van Nabopolassar en was de machtigste koning van het Nieuw-Babylonische Rijk. Vijfennegentig procent van alle ruïnes die gevonden zijn in zijn koninkrijk, zijn gemaakt van bakstenen waar zijn naam op staat. Het lijkt er op dat hij bijna elke stad en elke tempel in het hele land heeft laten bouwen of restaureren. Hij onderwierp Syrië en breidde zijn rijk uit tot aan de grens van Egypte. Als koning van het Nieuw-Babylonische rijk bewees Nebukadnezar een verlicht vorst te zijn. Onder hem werd de hoofdstad Babylon in zijn vroegere luister hersteld. Tot de vele projecten die hij liet uitvoeren, behoorde de herbouw van de schitterende tempel van Marduk en de bouw van een paleisburcht, gelegen op een terrasgewijs verlopende, met veel planten begroeide heuvel; dit waren de Hangende tuinen van Babylon, een van de zeven wereldwonderen van de antieke wereld. Het is (vanuit de chronologie berekend) waarschijnlijk dat de in Herodotos' ‘Historiën’ genoemde Labynetos een en dezelfde persoon is als Nebukadnezar.

Het Babylonische Rijk en de Bijbel.

Nebukadnezar is verreweg het meest bekend door de aan hem gewijde passages in de Bijbel. In het Babylonische Rijk bleef het kleine koninkrijk Juda een haard van onrust. In 587 v.Chr. werd Juda veroverd door Nebuzar-adan, die kapitein was in het leger van koning Nebukadnezar en hij voerde een aantal inwoners onder Babylonische ballingschap mee. Volgens het boek Daniël kwam Nebukadnezar in het derde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda naar Jeruzalem en belegerde deze stad. Nebukadnezar nam veel Joden gevangen, onder wie Daniël (die daarna Beltsazar genoemd werd). Na verscheidene belegeringen verwoestte Nebukadnezar Jeruzalem volledig in 586 v.Chr.

In zijn tweede regeringsjaar droomde Nebukadnezar over een groot beeld dat bestond uit verschillende metalen (goud, zilver, brons en ijzer) en klei. De profeet Daniël vertelde hem Gods interpretatie, namelijk dat het beeld stond voor de opkomst en val van wereldmachten (Dan. 2).

Bij een ander voorval richtte Nebukadnezar een groot afgodsbeeld op om bij een publieke ceremonie op de vlakte van Dura te aanbidden. Toen drie Joden (met Babylonische namen aangeduid als Sadrach, Mesach en Abednego) weigerden deel te nemen, liet hij hen in een vurige oven werpen. Zij werden beschermd door een engel en kwamen ongedeerd en zelfs zonder de geur van rook weer tevoorschijn (Dan. 3).

Nog een droom werd geïnterpreteerd door de profeet Daniël, deze keer over een enorme boom (Dan. 4). Terwijl hij over zijn prestaties pochte, werd Nebukadnezar vernederd door God. De koning verloor zijn verstand en leefde zeven jaar als een wild dier. Hierna werd zijn verstand en positie hersteld. Noch de ziekte noch het interregnum zijn terug te vinden in de Babylonische annalen; toch is er een opmerkelijke afwezigheid van decreten van welke vorst dan ook in de periode 582-575 v. Chr. Het Babylonische Rijk van Nebukadnezar werd opgevolgd door dat van de Meden en Perzen.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Het Medo-Perzische rijk

 

 

 

 

 

 

Afgaande op het verslag van de Griekse auteur Herodotus van Halicarnassus volgde Cyrus in 559 v. Chr. zijn grootvader Astyages op als vorst in de gebieden die door de Perzen werden bewoond, en waarover zijn familieleden vermoedelijk al een aantal generaties regeerden. Zij deden dat als vazal van het machtige rijk van de Meden. Cyrus slaagde er echter in tegen zijn leenheer Astyages in opstand te komen en de Meden te verslaan. Daardoor werd hij in 550 koning van Meden en Perzen; hij beheerste daardoor een gebied dat min of meer samenvalt met het huidige Iran en het oosten van Turkije. Nu begon een reeks veroveringen die dit rijk deden uitgroeien tot het grootste wereldrijk tot dan. Babylon, Kanaän, Egypte, Bactrië, Klein-Azië en de Centraal-Aziatische steppenomaden moesten zijn gezag erkennen. Hij liet tevens de eerste hoofdstad van het Achaemeniden (het vroegere Perzische Rijk) bouwen, Pasargadae genaamd, deze lag ongeveer 87 km ten noordoosten van de historische stad Persepolis.

In 542 v. Chr. overwon hij Croesus, koning der Lydiërs. De verovering van het Lydische koninkrijk bracht ook de annexatie van de Griekse steden op de kust van Klein-Azië met zich mee. Dit was het gevolg van hun opportunistische neutraliteitspolitiek: nadat ze geweigerd hadden zich bij Cyrus aan te sluiten, deden zij ook geen inspanning om Croesus te helpen. Herodotus veronderstelde dat de nederlaag van Croesus tegen Cyrus als gevolg van een doorlopende en onvermijdelijke reeks voorvallen leidde tot het grote conflict tussen Oost en West.

De veroveringen werd gevolgd door die van het Neo-Babylonische Rijk, dat nog steeds een ernstige bedreiging vormde voor het Perzische Rijk. Babylon, in die tijd de culturele hoofdstad van de wereld, werd verdedigd door koning Nabonidus en zijn kroonprins Belsazar. Na een jaar vol bloedige gevechten, waarvan de Naboniduskroniek verslag doet, versloeg Cyrus Nabonidus in oktober 539 bij Opis; twee weken later deed hij zijn intrede in de stad. Volgens Cyrus eigen propaganda, bekend uit de Cyruscylinder, werd hij verwelkomd door de inwoners, die ontstemd zouden zijn geweest over de religieuze politiek van de laatste Babylonische koning. Hoeveel hier van waar is, valt niet uit te maken. Wel staat vast dat Cyrus sindsdien ook de titel ‘koning van Babylonië’ voerde.

Na de inname van Babylon trok Cyrus verder om zijn noordoostelijke grens te beveiligen. Zijn doel was het koninkrijk van de Massageten, een van die Aziatische nomadenstammen in de buurt van de Kaspische Zee, die een voortdurende bedreiging vormden voor de meer geëvolueerde sedentaire volkeren in het Rijk. Volgens Herodotus vond Cyrus de dood tijdens deze campagne; andere auteurs noemen andere doodsoorzaken. In elk geval nam zijn zoon Cambyses II in augustus 530 v. Chr. de macht over.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Het Griekse Rijk

 

 

 

 

 

Alexander III van Macedonië (356-323 v. Chr.), beter bekend als Alexander de Grote, was koning van Macedonië en op de leeftijd van 30 jaar was hij de schepper van een van de grootste rijken in de oudheid, een rijk dat zich uitstrekte van de Ionische Zee tot de Himalaya. Hij was ongeslagen in de strijd en wordt beschouwd als een van de meest succesvolle bevelhebbers aller tijden. Hij werd geboren in Pella in 356 v. Chr. Alexander werd tot aan zijn zestiende opgeleid door de beroemde filosoof Aristoteles. In 336 v. Chr. volgde hij zijn vader Philippus II van Macedonië op nadat deze Philippus door Pausanias werd vermoord. Philippus had de meeste stadstaten van het vasteland van Griekenland onder Macedonische hegemonie gebracht, door het gebruik van zowel militaire als diplomatieke middelen. Na de dood van Philippus erfde Alexander een sterk koninkrijk en een ervaren leger. Het bevelhebberschap van Griekenland werd aan hem toegewezen en, met zijn gezag stevig gevestigd, lanceerde hij de militaire plannen voor expansie uitgetekend door zijn vader. In 334 v. Chr. viel hij het door Perzen beheerste Anatolië binnen en begon een reeks van campagnes die tien jaar lang duurden. Alexander brak de macht van Perzië in een reeks van beslissende veldslagen, met name de veldslagen van Issos en Gaugamela. Vervolgens wierp hij de Perzische koning Darius III omver en veroverde het gehele Perzische Rijk. Het Macedonische Rijk strekte zich nu uit van de Adriatische Zee tot de Indus. In een poging om ‘het einde van de wereld en de Grote Buitenste Zee’ te bereiken, viel hij India binnen in 326 v. Chr., maar werd uiteindelijk gedwongen om terug te keren door de bijna-muiterij van zijn troepen. Alexander stierf in Babylon in 323 v. Chr., zonder een reeks van geplande campagnes (o.a. een invasie van Arabië en Carthago) te kunnen realiseren. In de jaren na de dood van Alexander verscheurde een reeks van burgeroorlogen zijn rijk wat resulteerde in de vorming van een aantal staten die werden geregeerd door de Diadochen, Alexanders overlevende generaals. Hoewel hij vooral bekend is door zijn grote veroveringen, was de blijvende erfenis van Alexander niet zijn bewind, maar de culturele diffusie die zijn veroveringen veroorzaakten. Hij stichtte een twintigtal steden die zijn naam droegen met het Egyptische Alexandrië als de voornaamste. Alexanders nederzettingen van Griekse kolonisten en de daaruit volgende verspreiding van de Griekse cultuur in het oosten resulteerden in een nieuwe Hellenistische beschaving, waarvan bepaalde aspecten nog duidelijk aanwezig waren in de tradities van het Byzantijnse Rijk tot het midden van de 15de eeuw.

Na Alexanders dood werd het rijk in vier delen opgesplitst (o.a. de Seleuciden). Vergelijk v.w.b. de vier delen Daniël 7:6 en 8:21-22. ‘Daarna zag ik, en zie, een ander dier, gelijk een panter; het had vier vogelvleugels op zijn rug en vier koppen’ (Daniël 7:6). ‘De harige geitenbok op de koning van Griekenland, en de grote horen die tussen zijn ogen stond, dat is de eerste koning. En dat die afbrak en er vier in zijn plaats kwamen te staan: vier koninkrijken zullen uit het volk ontstaan, doch zonder zijn kracht’ (Daniël 8:21-22).

Het Griekse Rijk en de Bijbel.

De periode dat het Griekse Rijk aan de macht was viel samen met de zogenaamde ‘vierhonderd stille jaren’, de tijd tussen het Oude en Nieuwe Testament. Zoals gezegd was maar een klein gedeelte van het volk dat onder Nebukadnezer in 586 v. Chr. In ballingschap was weggevoerd teruggekeerd onder Kores in 445 v. Chr. Enige vermelding van de Griekse periode vinden we alleen maar in het boek Daniël en verder in de apocriefe boeken van de Makkabeeën. Deze boeken worden door de Joden als historisch betrouwbaar gezien en is als deuterocanoniek opgenomen in de orthodoxe en rooms-katholieke canons. De protestanten wijzen deze boeken als niet-canoniek af.

De Makkabeeën waren een Joodse priesterfamilie die vanaf 167 v. Chr. de Makkabeese opstand leidde tegen het Seleucidische Rijk. Onder leiding van Judas Makkabeüs stichtte zij in 164 v. Chr. de dynastie van de Hasmoneeën, die over Judea regeerde tot de verovering van het land door de Romeinen in 63 v. Chr.

Het apocriefe Bijbelboek I Makkabeeën beschrijft hoe de Joodse priester Mattathias de Hasmoneeër zich beklaagde over het oprukkend Hellenisme in Jeruzalem en opriep tot een heilige oorlog. Hij weigerde om de Griekse goden te aanbidden en trok zich met zijn vijf zonen terug uit de stad naar het dorpje Modi'im. Andere Joden die met de Thora wilden leven, sloten zich bij hen aan. Na de dood van Mattathias omstreeks 166 v. Chr. nam zijn zoon Judas de leiding over en groeide de opstand uit tot een ware oorlog tegen de Seleuciden. De bijnaam van Judas was Maccabi, ‘de hamer’. Later ging deze naam over op zijn vader en broers.

Het boek I Makkabeeën, geschreven rond 100 v. Chr., geeft een (eenzijdig) verslag van de opstand en het herstel van het oude Joodse koninkrijk. II Makkabeeën beschrijft de periode van 180 tot 161 v. Chr. wanneer Judas een overwinning boekt op de Syrische generaal Nicanor. III Makkabeeën speelt zich ongeveer vijftig jaar voor de Makkabeese opstand rond 217 v. Chr. af. Het boek beschrijft hoe de Egyptische koning Ptolemaeus IV Philopator op bovennatuurlijke wijze wordt weerhouden van wreedheden tegen de Joden in zijn land. IV Makkabeeën is geen historische beschrijving, maar geeft commentaar op de eerste drie boeken.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

 

 

 

Het Romeinse rijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Romeinse rijk is het vierde rijk en Daniël schrijft dat het rijk ‘hard zal zijn als ijzer’ en beschrijft het als een dier dat ‘vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk’ zal zijn. (Daniël 2:40; 7:7).

Over de vroege geschiedenis van Rome is vrijwel niets met zekerheid bekend. Pas in de derde eeuw voor Christus werd een begin gemaakt met geschiedschrijving. Beroemd zijn de oorlogen die de republiek voerde met haar rivaal Carthago. De eerste keizer was Augustus (27 v. Chr. - 14 n. Chr.).

Daniël beschrijft het Romeinse Rijk in twee gedaanten, in zijn eerste verschijningsvorm als twee benen van ijzer en in zijn eindtijdvorm als twee voeten (met tien tenen) deels van ijzer, deels van leem (Daniël 2:33vv.). Door dit te vermelden lopen we al vooruit op de gebeurtenissen. Zoals we weten heeft het Romeinse Rijk bestaan uit een Oost- en West Romeins rijk wat gesymboliseerd wordt door de twee benen. In 476 ging het West-Romeins rijk ten onder, het Oost-Romeins rijk definitief in 1453 toen Constantinopel (nu: Instanbul) viel.

Na het vierde rijk gaat de macht over naar het vijfde rijk, het rijk van Christus, daarover zal het derde en laatste deel van dit artikel gaan.

Het Romeinse Rijk en de Bijbel.

Van de aanwezigheid van het Romeinse Rijk zijn er ruim voldoende aanwijzingen in het Nieuwe Testament dus we moeten ons beperken tot de meest belangrijke feiten. Naar aanleiding van de aanstaande geboorte van Jezus lezen we: ‘En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het eerst plaats, toen Quirinius het bewind over Syrië voerde. En zij gingen allen op reis om zich te laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad’ (Luk. 2:1-3).

Volgens het Evangelie volgens Matteüs werd Jezus geboren tijdens de laatste jaren van Herodes' leven. Mattheüs vermeldt dat 'wijzen uit het oosten' een ster volgden die volgens hen aangaf dat de nieuwe koning der Joden geboren was. Bij Herodes vernamen ze dat de Messias volgens de profetie in Betlehem geboren zou worden. Herodes, die voortdurend beducht was voor mogelijke bedreigingen van zijn heerschappij, wilde natuurlijk direct weten wie deze 'rivaal' was om hem uit de weg te kunnen ruimen maar dat zei hij niet tegen zijn bezoekers. Hij vertelde hen dat hij ook eer wilde bewijzen aan de pasgeborene en rekende erop dat de wijzen na hun bezoek aan Bethlehem bij hem verslag zouden uitbrengen, maar toen ze niet terugkwamen, liet hij voor alle zekerheid alle kleine kinderen uit deze plaats vermoorden, de zogenaamde kindermoord van Bethlehem. Jozef en Maria waren echter met Jezus gevlucht naar Egypte. Pas na de dood van Herodes de Grote keerden zij uit Egypte terug. Op grond van dit evangelie dateert men de geboorte van Jezus kort voor het jaar 4 v. Chr. (meestal 6 v. Chr.).

In het jaar 70 n. Chr. werd de tempel in Jeruzalem verwoest (Titus) en de Joden werden in (de tweede) ballingschap gevoerd.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

 

Het rijk van Christus

 

 

 

 

 

 

 

Het is ondoenlijk alle gebeurtenissen, die aan de komst van Christus voorafgaan, in dit artikel te behandelen. We slaan de volgende onderwerpen – zoals: de Opname van de Gemeente, de Grote Verdrukking, dan ook over om ons direct met het vijfde rijk, het rijk van Messias bezig te houden.

Nogmaals het Romeinse Rijk.

De profetie van Daniel in hoofdstuk 2 en 7:2vv. betreffende de wereldmachten leren dat er ná het Romeinse Rijk het Messiaanse Rijk zou komen, maar dat is niet gebeurd zoals we weten; de Messias is verworpen en gekruisigd. Het koninkrijk is uitgesteld en heeft een ‘verborgen’ vorm aangenomen. Zie daarvoor Mattheüs 13 ‘het koninkrijk der hemelen is gelijk geworden aan’. Het joodse volk heeft de Messias verworpen waarna de Heer Jezus de Gemeente aangekondigde (Mattheüs 16:18; 18:15-20).

We kunnen ons niet vinden in de leer dat met de komst van Constantijn de grote in 312 n. Chr. de (Rooms) Katholieke Kerk dat Messiaanse Rijk is en dat de paus de plaatsbekleder van de Messias c.q. Christus is. Er moet dus een Romeins Rijk aanwezig zijn voordat de Messias komt. Eigenlijk is het Romeins Rijk nooit echt ten onder gegaan (zie hierboven) en met mij geloven veel Bijbeluitleggers dat de huidige Europese Unie het (vergevorderd) begin is van het herstelde Romeinse Rijk in zijn eindtijdvorm; tien tenen – tien koningen (Openbaring 7:7, 10). Daarover zegt Openbaring 17:8 dat ‘het was en niet is en zal zijn’. Het grote verschil met de eerste vier rijken in vergelijking met het Rijk van Christus is dat ze allen tijdelijk waren en ten onder zijn gegaan. Het Rijk van Christus daarentegen is niet tijdelijk maar eeuwig en zal niet onder gaan. Ná het vijfde Rijk komt er geen zesde volgens Daniël’s profetie. ‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid’ (Daniël 2:44).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Israël

 

 

 

 

 

‘Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de HERE en tot zijn heil – in de dagen der toekomst’ (Hosea 3:4-5). Wat er tijdens de ‘vele dagen dat de Israëlieten zonder koning zouden zijn’ gebeurde weten we nu, God heeft aan de vier besproken wereldmachten het bestuur van de wereld gegeven. De ‘tijden van de volken’ zijn toen begonnen en duren voort totdat de Messias zal komen ‘in de dagen der toekomst’.

Er zal dus weer een volk Israël aanwezig moeten zijn voor de komst van de Messias. De Heer jezus had over het volk Israël geprofeteerd dat ‘zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn’ (Lukas 21:23-24). In 1948 werd de staat Israël uitgeroepen. De vraag is wel eens gesteld of er een staat Israël tot de mogelijkheden had behoort zonder de ‘holocaust’. Vanaf 1948 hebben we kunnen constateren dat veel joden zich gevestigd hebben in Israël. ‘En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is’ (Lukas 21:29-31). Heel treffend is de profetie die Ezechiël ontving betreffende het ‘dorre doodsbeenderendal’ (Ezechiël 37) waar duidelijk naar voren komt dat er eerst een nationaal herstel zal komen van Israël en daarna een geestelijk herstel: ‘maar geest was er nog niet in hen’, dat typeert de hedendaagse situatie van de staat Israël. Wat er verder vooraf gaat aan de komst van de Messias en de terugkeer van Israël kunnen we bv. lezen in Mattheüs 24.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXX

 

 

 

 

Het Rijk van Christus en de Bijbel

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu de twee voorwaarden, de aanwezigheid van een (hersteld) Romeins Rijk en een staat Israël al (grotendeels) zijn vervuld of op een verdere vervulling wachten, vragen we ons af hoever wij verwijderd zijn van de komst van Christus als de komende Koning voor Israël. Wanneer zou het vijfde Rijk aanbreken?

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Korte geschiedenis van het christendom in China

 

 

 

 

De opkomst van de geest van het kapitalisme in China is een verhaal dat iedereen kent. Maar hoe zit het met de opkomst van de protestantse ethiek? Volgens afzonderlijke surveys door China Partner en de East China Normal University in Sjanghai, zijn er in China nu circa 40 miljoen protestanse christenen, vergeleken met nauwelijks een half miljoen in 1949. Sommige schattingen stellen het maximum zelfs nog hoger, op 75 of 110 miljoen. Tel er 20 miljoen katholieken bij en er zouden wel 130 miljoen christenen in China kunnen zijn. Vandaag de dag is het inderdaad zo dat er in China al meer praktiserende christenen zijn dan in Europa. Er worden in China in een hoger tempo kerken gebouwd dan elders in de wereld. En er worden hier meer bijbels gedrukt dan in enig ander land. De Nanjing Amity Printing Compagny is de grootste drukker van bijbels ter wereld. De enorme drukkerij van de firma heeft vanaf de oprichting in 1986 meer dan 70 miljoen bijbels geproduceerd, met inbegrip van 50 miljoen exemplaren in het Mandarijn en andere Chinese talen. Het is mogelijk dat christenen binnen drie decennia tussen de 20 en 30 procent van de bevolking van China zullen uitmaken. Dit zou ons als des te opmerkelijker moeten treffen als we nadenken over hoeveel verzet er in de hele Chinese geschiedenis tegen de verspreiding van het christendom geweest is.

Het feit dat het protestantisme er niet eerder in is geslaagd in China wortel te schieten, heeft iets van een raadsel. Als in de zevende eeuw waren er nestoriaans-christelijke zendelingen in het China van de Tang-dynastie. De eerste rooms-katholieke kerk werd in 1299 gebouw door Johannes van Montecorvino, die in 1307 tot de eerste bisschop van Beijng werd benoemd. Aan het einde van de veertiende eeuw waren deze christelijke buitenposten als gevolg van de vijandige houding van de Ming-dynastie grotendeels verdwenen. Een tweede golf van zendelingen arriveerde begin zeventiende eeuw, toen de jezuïet Matteo Ricci toestemming kreeg zich in Beijing te vestigen. Er zouden begin achttiende eeuw weleens 300.000 christenen in China kunnen zijn geweest. Maar het jaar 1724 bracht met het Edict van Verdrijving en Confiscatie van keizer Yongzhen weer een strafcampagne.

De derde christelijke golf waren de protestantse zendelingen van de negentiende eeuw. Organisaties als de British Missionary Societies stuurden letterlijk honderden evangelisten om het Goede Nieuws te brengen naar het land met de grootste bevolking ter wereld. De eerste die arriveerde was een vijfentwintigjarige Engelsman, Robert Morrison van de London Missionary Society, die in 1807in Kanton (Guangzhou) aankwam. Zijn eerste stap, zelfs nog voor zijn aankomst, was om Mandarijn te leren en de Bijbel in Chinese karakters over te schrijven. Eenmaal in Kanton begon hij te werken aan een Latijn-Chinees woordenboek. In 1814 had Morrison, inmiddels in dienst van de East India Compagny, verklaringen klaar van de Handelingen van de Apostelen (1810), het Evangelie van Lukas (1811), het Nieuwe Testament (1812) en het boek Genesis (1814), alsmede A Summary of the Doctrine of Divine Redemption (1811) en An Annotated Catechism in the Teaching of Christ (1812). Dit was genoeg om de East India Compagny over te halen de invoer van een drukpers en een technicus om die te bedienen toe te staan. Toen de Compagny hem later ontsloeg, uit angst zich de woede van de Chinese autoriteiten op de hals te halen, ging Morrison onversaagd verder. Hij verhuisde naar Malakka om een Engels-Chinees college voor de ‘ontwikkeling van Europese en Chinese literatuur en wetenschap’ op te zetten, maar hoofdzakelijk voor de verspreiding van het christendom in de Oostelijke Archipel, maakte zijn vertaling van de Bijbel af – een gezamenlijke inspanning met William Milne (uitgegeven in 1823) - en produceerde een Engelse grammatica voor Chinese studenten, evenals een compleet Engels-Chinees woordenboek. Tegen de tijd dat Morrison zijn eerste vrouw en zoon in 1834 naar het graf in Kanton volgde, had hij er nog een Vocabulary of the Canton Dialect in 1828) aan toegevoegd.

Maar de inspanningen van de eerste Britse zendelingen hadden onbedoelde gevolgen. De keizerlijk regering had ernaar gestreefd christelijke bekering – op straffe van dood – te verbieden, op grond van het feit dat dit populaire houdingen aanmoedigde die ‘zeer dicht naderden aan het brengen van een opstand’. “De genoemde religie heeft noch eerbied voor geesten, noch heeft zij verering voor voorouders, dit is duidelijk tegengesteld aan de orthodoxe leer; en de gewone mensen die zulke waanideeën volgen en ermee vertrouwd raken, waarin verschillen zij van een opstandige menigte?” Dit bleek een vooruitziende blik. Eén man in het bijzonder reageerde op de meest extreme manier die men zich maar kan voorstellen op de bekeringspogingen. Hong Xiuquan had gehoopt de traditionele weg naar een loopbaan bij de keizerlijke ambtelijke dienst te nemen en nam deel aan een van de reeks zware examens die iemands geschiktheid voor het mandarinaat bepaalden. Maar hij zakte en, zoals zo vaak met examenkandidaten het geval was, werd het falen al snel gevolgd door de volledige ineenstorting. In 1833 ontmoette Hong William Milne, de co-auteur, met Robert Morrison, van de eerste Chinese Bijbel, wiens invloed op hem samenviel met zijn herstel van de depressie van het examen. Ongetwijfeld tot schrik van Milne verkondigde Hong nu dat hij de jongere broer van Jezus Christus was. God, zo verklaarde hij, had hem gezonden op China van het confucianisme – die introverte filosofie die concurrentie, handel en ijver als verderfelijke buitenlandse importartikelen zag – af te helpen. Hong creëerde een quasichristelijke Society of God Worshippers, die de steun van tientallen miljoenen Chinezen, merendeels uit de lagere klassen, verwierf en riep zichzelf uit tot de leider van het Hemelse Koninkrijk van de Grote Vrede. In het Chinees stond hij bekend als Taiping Tianguo, vandaar de naam van de revolte die hij leidde – de Taiping-opstand. Vanuit Guanxi trokken de rebellen naar Nanjing, door de zelfbenoemde Hemelse Koning tot zijn hoofdstad gemaakt. In 1853 beheersten zijn volgelingen – die zich onderscheiden door hun rode jas, lange haar en de verplichte strenge scheiding van de seksen – het hele dal van de Jangtsekiang. In de troonzaal hing een banier met de tekst: ‘Het bevel is van God gekomen om de vijand te doden en alle bergen en rivieren tot één koninkrijk te verenigen.’

Het leek een poosje of de Taiping het Qing-rijk inderdaad omver zouden werpen. Maar de rebellen konden Beijing en Sjanghai niet innemen. Langzaam keerde het tij zich tegen hen. In 1864 belegerde het Qing-leger Nanjing. Tegen de tijd dat de stad viel was Hong gestorven aan voedselvergiftiging. Voor alle zekerheid groeven de Qing zijn gecremeerde resten op en beschoten die met een kanon. Zelfs daarna duurde het nog tot 1871 voor het laatste Taiping-leger verslagen was. De kosten in mensenlevens waren verbijsterend: meer dan twee keer zoveel als die van alle betrokken landen in de Eerste Wereldoorlog. Tussen 1850 en 1864 verloren naar schatting 20 miljoen mensen in Midden- en Zuid-China het leven terwijl de opstand woedde en in haar nasleep hongersnood en pest ontketende. Eind negentiende eeuw hadden veel Chinezen besloten dat westerse zendelingen gewoon net zo’n ontwrichtende vreemde invloed op hun land hadden als westerse handelaren die in opium handelden. Toen Britse zendelingen na de Taiping-opstand naar China terugkeerden, werden zij daar geconfronteerd met een verhevigde vijandigheid tegenover vreemdelingen. Het kon hen niet ontmoedigen. James Hudson Taylor was tweeëntwintig toen hij namens de Chinese Evangelization Society zijn eerste tocht naar China maakte. Niet in staat, zoals hij het zei, ‘het schouwspel te verdragen van een gemeente van duizend of meer christelijke mensen die zich verheugden in hun eigen veiligheid (in Brighton) terwijl er overzee miljoenen uit gebrek aan kennis omkwamen’, stichtte Taylor in 1865 de China Inland Mission. Zijn voorkeursstrategie was CIM-zendelingen in Chinese kleding te steken en de staartvlecht (haarvlecht) van de Qint-tijd over te nemen. Net als David Livingstone in Afrika distribueerde Taylor op zijn hoofdkwartier in Hangzhou zowel christelijke doctrine als moderne medicijnen. Een ander onverschrokken CIM-visser van mensen was George Stott, een eenbenige inwoner van Aberdeen die op zijn eenendertigste in China arriveerde. Een van zijn eerste maatregelen was een boekwinkel te openen met een aangrenzende kerk, waar hij heftige toespraken voor een luidruchtige menigte hield die meer door nieuwsgierigheid was getrokken dan door een verlangen naar redding. Zijn vrouw opende een meisjeskostschool. Zij en anderen probeerden bekeerlingen te winnen door een ingenieus nieuw evangelisch gadget te gebruiken: het Woordloze Boek, ontworpen door Charles Haddon Spurgeon om de belangrijkste kleuren van de traditionele Chinese kleurenkosmologie te integreren. In één in brede kring gebruikte versie, in 1875 bedacht door de Amerikaan Dwight Lyman Moody, stond de zwarte pagina voor de zonde, de rode vertegenwoordigde het bloed van Jezus, de witte stelde heiligheid voor en de gouden of gele representeerde de hemel. Een heel andere aanpak werd gekozen door Timothy Richard, een doopsgezinde zendeling, gesponsord door de Baptist Missionary Society, die betoogde dat ‘China het evangelie van liefde en vergeving nodig had, maar het had ook behoefte aan het evangelie van materiële vooruitgang en wetenschappelijke kennis.’ Richard, die zich op de Chinese elites richtte in plaats van op de verarmde massa, werd in 1891 secretaris van de Society for the Diffusion of Christian and General Knowledge among the Chinese en had een belangrijke invloed op Kang Yu Weis ’Zelfversterkende Beweging’, en hij was bovendien adviseur van de keizer zelf. Richard was degene die in 1902 de oprichting van de eerste universiteit in westerse stijl, in Shanxi, wist zeker te stellen.

In 1877 waren er achttien verschillende christelijke missies in China actief, evenals drie Bijbelgenootschappen. De eigenaardige Taylor was vooral succesvol in het rekruteren van nieuwe zendelingen, onder wie een ongewoon groot aantal ongetrouwde vrouwen, niet alleen uit Groot-Brittannië maar ook uit de Verenigde Staten en Australië. In de beste protestantse tradities concurreerden de rivaliserende missies fel met elkaar, waarbij de CIM en de BMS een bijzonder heftige oorlog om grondgebied in Shanxi voerden. In 1900 brak tijdens de Bokseropstand echter opnieuw xenofobie uit toen een andere bizarre cultus, de Rechtvaardige Vuist van Harmonie (yihe quan), alle ‘vreemde duivels’ het land uit wilde drijven – deze keer met de expliciete goedkeuring van de douairière-keizerin. Voor een vele landen omvattende troepenmacht tussenbeide kon komen om de opstand van de Boksers de kop in te drukken, stierven er achtentwintig zendelingen, samen met eenentwintig van hun kinderen.

De zendelingen hadden veel zaden gepland maar in de toenemend chaotische toestand die op de uiteindelijke omverwerping van de Qing-dynastie volgde, ontsproten deze slechts om vervolgens weer te verwelken. De grondlegger van de eerste Chinese Republiek, Sun Yat-sen, was een christen uit Guandong, maar hij stierf in 1924, toen China op de rand van de burgeroorlog stond. Vervolgens moesten de nationalistische leider Tsjang Kai-Sjek en zijn vrouw – beiden christen – het in een lange burgeroorlog van de communisten in China verliezen en moesten ze uiteindelijk naar Taiwan vluchten. (Tsjang was in 1930 tot het christendom bekeerd. Zijn vrouw was een van de dochters van de methodistische miljonair Charlie Soong) Kort na de revolutie van 1949 ontwierpen Zhou Enlai en Y.T. Wu een ‘christelijk manifest’ met het doel de positie van zendelingen te ondermijnen op grond van zowel ideologische als vaderlandslievende argumenten. Tussen 1950 en 1952 besloot de CIM haar medewerkers uit de Volksrepubliek te evacueren. Toen de zendelingen vertrokken waren, werden de meeste kerken gesloten of tot fabrieken omgebouwd. Ze bleven de daarop volgende dertig jaar gesloten. Christenen als Wang Mingdao, Allen Yan en Moses Xie, die weigerden zich bij de door de Partij gecontroleerde Protestant Three-Self Patriotic Movement aan te sluiten, werden gevangengenomen (elk voor 20 jaar of meer). De rampzalige jaren van de ten onrechte Grote Sprong Voorwaarts (1958-1962) genoemde periode – in werkelijkheid een door de mens veroorzaakte hongersnood die ongeveer 45 miljoen levens kostte – waren getuige van een nieuwe golf kerksluitingen. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) was er sprake van een regelrechte beeldenstorm, die ook tot de verwoesting van veel oude boeddhistische tempels leidde. Mao zelf, ‘de Messias van de Arbeiders’, werd het object van een persoonlijkheidscultus die nog krankzinniger was dan die van Hitler en Stalin. Zijn linkse vrouw Jiang Qing verklaarde dat het christendom in China naar het museum was verwezen.

China nu, een voorbeeld.

De stad Wenzhou, in de provincie Zhejiang, ten zuiden van Sjanghai. Het zaad dat de Britse zendelingen hier 150 jaar geleden hebben geplant, is weliswaar laat maar op de meest buitengewone manier ontsproten. Terwijl er vóór de Culturele Revolutie 480 kerken in de stad waren, zijn dat er nu 1339 – en dat zijn dan alleen nog maar de door de regering goedgekeurde. De kerk die George Storr honderd jaar geleden heeft gebouwd, in nu elke zondag overvol. Een andere, in 1877 door de Inland Mission gestichte, tijdens de Culturele Revolutie gesloten en pas weer in 1982 heropende kerk, heeft nu een gemeente van 1200 leden. Er zijn ook nieuwe kerken, vaak met felrode neoonkruisen op het dak. Geen wonder dat ze Wenzhou het Chinese Jeruzalem noemen. Al in 2002 was was circa 14 procent van de bevolking van Wenzhou christelijk; dat percentage is vandaag de dag ongetwijfeld groter. En dit is de stad die Mao indertijd in 1958 ‘religievrij’ verklaarde. Nog in 1977 lanceerden functionarissen hier een campagne om ‘de kruisen te verwijderen’. Tot zover dit kort overzicht.

Bron: Civilisation – Niall Ferguson

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX