Israël Actueel

 

 

De volgende artikelen kunt u vinden in deze rubriek:

 

 

 

 

 

Vier verblijfplaatsen van het volk Israël

Vervangingstheologie

Is er een plan?

Vredesconferentie Parijs

Resolutie VN van 231216 m.b.t. Nederzettingenbeleid van Israël.

Toespraak premier Netanyahu op de Algemene Vergadering van de        VN op 22 september 2016.

Israël en de Kerk (De invloed van de theologie van Augustinus) 

Terzijdestelling van Iraël.

Jeruzalem, zie uw Koning komt tot u.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Vier verblijfplaatsen van het volk Israël

 

 

 

Inleiding

De vier geografische locaties waar het volk Israël zich heeft bevonden geven ons een beeld van vier geestelijke ervaringen. In 1Kor.10:1-13 zien we dat de gebeurtenissen die het volk Israël overkwamen ‘als voorbeelden dienen en zijn beschreven tot waarschuwing voor ons’. ‘Want alles wat tevoren geschreven is, is tot onze lering geschreven’ (Rom.15:4).

Egypte

Een beeld van de wereld met al zijn rijkdommen maar ook van dood en slavernij. In het boek Genesis wordt diverse keren melding gemaakt van de belofte dat Hij Abraham, Isaak en Jakob had gedaan om hen tot een groot volk te maken (Gen.12:2; 28:3; 46:3), maar in Egypte wordt voor de eerste keer melding gemaakt van Israël als ‘Gods volk’ (Ex.3:7). Egypte is een type van de wereld met zijn rijkdommen en mogelijkheden, zodat in Hebreeën 11:26 gesproken kan worden van ‘de schatten van Egypte’. Maar ondanks dat waren ze ver van God en zonder hoop (Ef.2:12).

Maar Egypte was ook de plaats van de dood en slavernij waaruit het volk verlost moesten worden wilden ze God kunnen dienen. Ze werden bevrijd van de dood door het bloed van een lam en van de slavernij door God toen hij de Rode Zee opende en hen uit Egypte leidde. Dit is

een beeld van de verlossing die we hebben door het geloof in Christus. ‘Het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt’ (Joh.1:29). Door zijn dood en opstanding, verlost Jezus Christus de zondaar die in Hem gelooft van slavernij en oordeel. De doortocht door de Rode Zee is een beeld van Christus’ dood voor ons.

De woestijn

Een plaats die een gelovige niets anders te bieden heeft dan teleurstelling en beproeving is de woestijn. Maar ook een plaats waar een gelovige terecht komt als hij zijn eigen weg gaat.

Omdat het volk Egypte verliet kwam het onvermijdelijk in de woestijn, maar het was niet Gods bedoeling dat ze daar zouden blijven. Na het ontvangen van de Wet bij de berg Horeb was het de bedoeling het beloofde land binnen te trekken (Deut.1:20) maar door gebrek aan vertrouwen kwam daar niets van terecht en hebben ze veertig door de woestijn getrokken. (Num.12-13). De ervaringen van het volk Israël in de woestijn is een beeld van een gelovige die leeft in ongeloof en ongehoorzaamheid en niet binnengaat in de rust en de rijkdom van de erfenis van Christus, wellicht omdat daarover de kennis ontbreekt of dat ze die weigeren binnen te gaan. Ze zijn verlost uit Egypte, maar Egypte is nog in hun harten; en ze hebben een voortdurend verlangen om terug te keren naar hun oude leven zo gauw er zich problemen voordoen (Ex.16:1-3; Num.11; 14:2-4; zie Jes.30:3; 31:1). In plaats om als overwinnaars in Christus door het leven te gaan, gaan ze voort als wandelaars en genieten nooit de volheid van wat God voor hen heeft bestemd. Het is een groep die speciaal wordt vermeld in de brief aan de Hebreeën. 

Kanaän

Kanaän is niet een type van de hemel maar van de hemelse gewesten (Ef.1:3). In de hemel is geen strijd, zonde of nederlaag meer! De doortocht door de Jordaan is een beeld van onze dood met Christus opdat wij in nieuwheid van het leven zouden wandelen. Het verblijf van het   volk Israël in Kanaän is een beeld van het leven van een gelovige zoals het zou moeten zijn: strijd en overwinning, geloof en gehoorzaamheid, geestelijke rijkdom en rust. Het is een leven van geloof, vertrouwen in de Heer Jezus, onze Jozua, de overste leidsman van onze behoudenis (Heb.2:10), om ons te leiden van overwinning tot overwinning (1Joh.5:4-5). Toen Israël in Egypte was, was de vijand rondom hen, en maakte hun het leven onmogelijk. Toen ze door de Rode Zee trokken, liet Israël de vijand achter zich; maar toen het volk de Jordaan overtrok, zagen ze nieuwe vijanden vóór hen, en bevochten deze door het geloof. Het overwinnend christelijk leven wordt niet in één keer behaald door één strijd die al onze problemen beëindigt. Zoals uitgebeeld door het volk Israël in het boek Jozua, is het

overwinnende christelijke leven een reeks van conflicten en overwinningen als we onze vijanden overwinnen, de een na de ander, en steeds meer in bezit nemen van onze erfenis. In overeenstemming met Jozua 11:23 moest het gehele land worden ingenomen, maar volgens hoofdstuk 13:1 ‘was er zeer veel land overgebleven om in bezit te nemen’. Is dit een tegenspraak? Neen, het is de verklaring van een geestelijke waarheid: In Christus, hebben we alles wat nodig is voor een overwinnend christelijke leven, maar we dienen onze erfenis in bezit nemen door geloof, stap voor stap (Joz.1:3). Jozua’s vraag aan het volk is ook een goede vraag voor de gemeente van nu: ‘Hoelang zult gij traag blijven, om het land in bezit te nemen, dat de Here, de God uwer vaderen, u gegeven heeft?’ (Joz.18:3).

Babel

Babel is een plaats waar het volk getuchtigd werd. De vierde en laatste geografische plaats op de ‘geestelijke kaart’ van Israël is Babylon, waar het volk zeventig jaar van ballingschap onderging omdat ze God ongehoorzaam waren en de goden van de volken vereerde. (2Kron.36; Jer.39:8-10) Als Gods volk moedwillig ongehoorzaam is, zal Hij ze moeten tuchtigen totdat ze zich aan Hem onderwerpen en gehoorzamen (Heb.12:1-11) opdat ze weer vrucht kunnen dragen (1Joh.1:9; 2Kor.7:1). Dit zal in de toekomst gebeuren. Die principes zijn ook op ons als gelovigen toepasbaar. De gemeenschap waartoe wij geroepen zijn (1Kor.1:9) kan door de zonde teniet worden gedaan (1Joh.1:6). Corrigeren wij onszelf niet (2Kor.13:5) dan kan of moet God ingrijpen ‘opdat wij aan zijn heiligheid deel zouden krijgen’ (Heb.12:11).

Tenslotte

Als je naar jouw eigen leven en het leven van de gemeente waar je mee in gemeenschap bent kijkt, zie je jezelf en je medegelovigen dan in de woestijn wandelen of als overwinnaars in het Beloofde Land? In de wildernis, waren de Joden een klagend volk; maar in Kanaän waren ze een overwinnend volk, in de woestijn, bleef Israël achteromkijken, verlangend naar de dingen die ze in Egypte genoten; maar in het Beloofde Land, keken ze naar voren om de vijand te overwinnen en namen hun toegezegde bezittingen in bezit. De tocht door de woestijn was een ervaring van uitstel, nederlaag en dood; maar hun ervaringen in Kanaän was er een van leven, kracht en overwinning.

Als u kijkt naar uw ‘geestelijke kaart’ van uw christelijke leven, waar bevindt u zich?

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Vervangingstheologie: de leer dat de Kerk het ‘geestelijk Israël’ is en daarmee in Gods heilswegen de plaats van Israël heeft ingenomen.

 

 

 

Deze tweede grote periode van de Handelingen der Gemeente wordt gekenmerkt door een radicale ommekeer in 313. In dat jaar vaardigde keizer Constantijn het Edict van Milaan uit, waarbij aan alle mensen vrijheid van godsdienst werd toegestaan. Deze periode is van blijvend belang omdat hierin werd begonnen met een Unie tussen Kerk en Staat: zou de Kerk in staat zijn de wereld te behouden, wanneer zij daarmee een bondgenootschap zou aangaan? Kort daarop, in 325, werd het eerste grote, Kerk-concilie gehouden, namelijk in Nicea in Bithynië. Er waren daar 1500 afgevaardigden, en wel viermaal zoveel ‘leken’ als bisschoppen. Daar werd een belangrijke leerbeslissing genomen, waarbij, het Arianisme als ketterij werd afgezworen. Hoewel deze beslissing juist was en daarmee zowel de Drieëenheid van God als de Godheid van Christus opnieuw werden beklemtoond, was de manier waarop hier werd opgetreden verre van bijbels. De keizer en de bisschoppen oefenden hun macht uit, er werd druk geïntrigeerd, en daarmee ontstond een kerk wier optreden berust op macht, om de leer zuiver te houden! Met andere woorden, wat ‘leerstellig’ gezien gewonnen was, werd ‘kerkordelijk’ gezien prijsgegeven, en daarmee trad aardse macht in de plaats van hemelse, geestelijke volmacht.

Hieruit zien wij dat de Kerk het ‘huwelijk met de Staat’ is aangegaan, door zich aan de koning te koppelen. Er kwam een einde aan een tijdperk van verdrukking en armoede, en een nieuw tijdperk van aardse rijkdom brak aan. Daarbij schonk de “koning” een aantal indrukwekkende bouwwerken, basilieken genoemd, aan de bisschoppen om deze voortaan als ‘kerken’ te gebruiken. Op deze wijze werd de “leer der Nicolaïeten” nu officieel gesanctioneerd en als model voor de kerkorde vastgesteld. Bovendien blijkt hier de ‘methode van Bileam’ te werken, want wat door veel zware vervolging niet was gelukt, schijnt nu te gelukken door vleierij en rijkdom. Het resultaat is dat naarmate de ‘geestelijkheid’ de beschikking kreeg over gewaden, tronen, altaren, wierook, gewelven, sieraden en voorwerpen van kunst, het waarachtige geestelijk leven de achterdeur uitging.

Maar de leer van Bileam werd nog verder doorgevoerd. Waar het Christendom de staatsgodsdienst is geworden, worden tal van overheidstaken voortaan door de Kerk uitgevoerd, zoals het sluiten van huwelijken, het bidden voor en het vaststellen van veldtochten en dergelijke. Daarmee wordt dan ook de Kerk een zaak voor het gehele volk, en niet slechts voor de uitverkoren heiligen. Zo worden ook de heidenen de Kerk binnengebracht, maar dan zonder de eis van bekering en het verzaken van hun zondig en werelds leven. Om deze heidenen te gerieven werd de eredienst prachtig opgesierd en veranderde het karakter van de ‘preken’ aanzienlijk. Ook werden nu de heidense feesten ingevoerd, zij het in een gekerstende vorm: Een voorbeeld daarvan is het Midwinterfeest: de dag dat Mithra de duisternis overwon werd nu gemaakt tot Kerstmis, Christus als ‘zon der gerechtigheid’ ging zijn verjaardag vieren op de geboortedag van de heidense zonnegod, ter gelegenheid waarvan in Rome de Grote Spelen van het Circus plaatsvonden. Zo werd Kerstmis voorgoed tot een spektakelfeest, waarbij het heidendom in de kerk werd ingebakken. Dit alles nog afgezien van het feit dat wij, volgens Paulus, thans Christus niet meer naar het vlees kennen, en dus stellig niet ‘zijn verjaardag’ moeten vieren, op welke dag dan ook (wat overigens iets heel anders is dan het dankbaar gedenken van Christus’ komst in het vlees). Een laatste punt is dat het toenemen van de middelen en, naar men meende, ook van ‘de Geest’, het waarachtig geestelijk licht en de verwachting van de wederkomst deed verduisteren. In deze periode komt de Kerk dan ook tot een officieel vastgesteld uitstel van Christus’ wederkomst door te stellen dat eerst een ‘Duizendjarig Rijk’ op aarde gevestigd moet worden, door de gezamenlijke inspanning van Kerk en Staat. Er is dus een groot mensoptimisme, een verwachting dat met keizer Constantijn een begin is gemaakt met deze periode van duizend jaar. En wie daaraan niet meedoet, vertraagt daarmee de komst des Heren! Het onmiddellijke vooruitzicht van de gelovigen is dus niet meer Zijn komst, maar het Rijk van Koning en Kerk, die Hem voor minstens duizend jaar ‘in de kerk-kast’ heeft gestald: weliswaar hoogverheven, maar tegelijkertijd onbereikbaar! Een direct gevolg was tevens dat de joden als volk nu voorgoed werden afgeschreven: alle profetieën van Israëls toekomstige heerlijkheid werden nu op de Kerk van toepassing verklaard, en zo kwam Marcion dus toch nog, en nu wel officieel, voor een groot deel aan zijn trekken!

Deze tweede periode wordt gekenmerkt door een mengvorm van Gemeente en Kerk, waarbij deze laatste steeds meer de overhand gaat krijgen. De periode loopt af in het jaar 606, als Bonifatius III 44 wordt gekroond tot ‘universeel bisschop’, kort nadat Gregorius de Grote deze functie al feitelijk had ingevoerd en zich had toegeëigend. Hiermee krijgt de Rooms-Katholieke Kerk in haar definitieve hiërarchische vorm gestalte.

HET VERBOND TUSSEN KERK EN STAAT

Het keerpunt: keizer Constantijn

Aan het begin van de vierde eeuw kwam een nieuwe beproeving op de Gemeente af, die heeft geleid tot zowel overwinning als nederlaag. Het is goed zich in te leven in de situatie waarin Christus’ gemeente zich, na eeuwenlange vervolgingen en leerstrijd, bevond op het moment dat in Rome de macht van Diocletianus door Constantijn werd overgenomen. Want daarmee valt een van de grootste ‘dialectische zwenkingen’ uit de geschiedenis der Kerk te verklaren, die geleid heeft tot een nieuwe episode van de ‘Handelingen der Gemeente’.

Deze waarlijk dialectische omwenteling vond plaats toen de nieuwe keizer Constantijn, die in 312 aan de macht kwam, het Christendom als religie toeliet en daarmee de besluiten van de eerdere keizers herriep. Kort daarna werd het verheven tot staatsgodsdienst, waarbij hijzelf gold als de eerste christelijke keizer van het Romeinse Rijk. In zijn onbekeerde staat was Constantijn, als Romeins keizer, drager van de keizerlijke waardigheid als hogepriester van de heidense religie. Na zijn bekering tot het Christendom bracht hij deze waardigheid ‘gewoon’ over op het Christendom. Op deze wijze werden Kerk en Staat nauw aan elkaar verbonden en het duurde dan ook niet lang of de macht van de Staat stond ten dienste van allen die het in de Kerk voor het zeggen hadden, om hun beslissingen kracht bij te zetten. En zo werden de vervolgden weldra tot de vervolgers! Natuurlijk was er reden dankbaar te zijn voor de immense wending die het lot van Kerk en Gemeente genomen had, toen keizer Constantijn de Christenen erkende en de Christenvervolgingen door de heidense staat een einde namen. Daarmee kwamen toch ook de wereldse machthebbers tot de erkenning dat het leven van Christus in zijn volk niet kan worden uitgeroeid. Het vuur van de vervolging was daarin niet geslaagd en de vloed van tegenstand had Christus’ gemeente niet kunnen overweldigen. Het geestelijk leven van de gemeente stond ongerept na zoveel lijden en de kracht om de uitingen van de vleselijke mens te overwinnen was ongebroken.

Deze overwinning was alleen met geestelijke wapenen bevochten en we kunnen waarlijk spreken van de triomf van het kruis waarbij het zwakke en het dwaze van God de sterkte en de wijsheid van mensen heeft terneer geworpen: de Gemeente had gewonnen, het grote Romeinse Rijk was op haar stukgelopen. Maar er is ook een andere kant aan deze zaak, en deze wordt het best weergegeven met de woorden van Jezus over ‘de leer van Bileam, die Balak leerde de kinderen Israëls een strik te spannen’, (Op. 2:14). Wat op de ene manier aan de overste van deze wereld niet was gelukt, gaat hij nu op een andere manier proberen, een manier die bij het volk Israël veel succes heeft gehad.

Behalve op de uiterlijke vorm der Kerk, de Kerkorde, heeft deze omslag ook een groot effect gehad op de theologie van de christelijke Kerk. De leerstukken omtrent God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest bleven staan, en werden zelfs verder ontwikkeld. Maar de verwachting van het Koninkrijk van God, dat gepaard gaat met de komst van Jezus Christus als Koning, moet nu plaatsmaken voor de gedachte dat het Koninkrijk nu was aangebroken. De beloften werden vervuld aan de Kerk, nu deze machtig was geworden, en de verwachting van Jezus’ wederkomst wordt vaag en verschuift naar een verre toekomst. De directe aanleiding tot deze ommekeer was een militaire overwinning die gepaard ging met een religieus visioen. In 312 trok Constantijn op tegen zijn rivaal en tegenstander Maxentius. Voordat Constantijn, die een aanbidder was van de zonnegod, zijn veldtocht begon, had hij een visioen waarin hij de vorm van een kruis tegen de lucht zag afgetekend, en hoorde hij de woorden: In hoc signo vinces (In dit teken zult gij overwinnen). Aan de vooravond van de beslissende slag te Pons Mulvius vlak bij Rome ontving hij in een droom een ‘goddelijk bevel’ om op de schilden van zijn soldaten een monogram aan te brengen met de twee letters van de Griekse naam van Christus: een ‘X’ waarover een ‘P’ was geschreven. Zo trok Constantijn ten strijde met de gedachte dat hij onder de zekere bescherming stond van de God van de Christenen. Na zijn overwinning werd deze gebeurtenis verheven tot een ‘goddelijk ingrijpen’, waarmee later de ‘christelijke veldtocht’ zou worden gesanctioneerd om de heidenen te onderwerpen aan de Kerk. Constantijn de Grote meende dat hij de God van de Christenen dank verschuldigd was en hij bewees dit onder meer door aan de Christenen vrijheid van godsdienst te geven. Maar zelf bleef hij Hogepriester van de heidense staatsreligie, en pas in 338, een jaar voor zijn dood, liet hij zich dopen en verklaarde zich daarmee openlijk tot Christen. Deze nieuwe keizerlijke gunst had een grote betekenis voor de christelijke Kerk, en wel in twee opzichten. Ten eerste kwam het Christendom nu in de mode. Hoewel Constantijn zelf geen belijdend Christen was, moedigde hij anderen aan om het christelijk geloof aan te nemen, waardoor zij de gunst van de Staat verwierven. Het gevolg daarvan was dat tal van heidenen de kerk binnenstroomden met gemengde motieven: daar leerden zij de eerste beginselen van het geloof en werden zij gedoopt, maar in hun hart bleven zij heiden. Dat dit zo kon gebeuren vindt zijn oorzaak in het overintellectualiseren van het geloof en de toenemende tendens naar sacramentalisme, waardoor leven bij uiterlijkheden in de plaats kwam van waarachtig geestelijk leven. Maar al die heidenen drukten ook een stempel op de kerk, zeker daar waar tal van steden in heel korte tijd ‘christelijk’ werden: tal van heidense gebruiken en feesten werden eenvoudig ‘gekerstend’ door ze een christelijke naam te geven, net zoals later de Roomse Kerk in de missielanden zou gaan toestaan, zoals in Azië, in Afrika en in Brazilië, waar de Afrikaanse goden van de negerslaven eenvoudig werden vervangen door katholieke ‘heiligen’.

Ten tweede kreeg de Staat nu een belangrijke stem in het kerkelijke kapittel. De kerkelijke leiders waren Constantijn zeer erkentelijk voor zijn bescherming, en in ruil ontving hij van hen een erepositie die hem geenszins toekwam, al was het alleen al op grond van zijn heidens hogepriesterschap. Maar de grond hiertoe was allang toebereid door de toenemende tendens tot centralisatie en de opkomst der bisschoppen en metropolieten, waardoor de ‘leer der Nicolaïeten’ tot volle ontplooiing kwam. De aldus verkregen godsdienstvrijheid sloeg dan ook weldra door naar begunstiging: (erfrecht, geld voor kerkbouw, zondagswet), en stuk voor stuk werden de uitingen van het officiële heidendom afgeschaft. Dit leidde tenslotte tot de proclamatie van de staatskerk door keizer Theodosius (1) in 380, waarbij alle onderdanen van het rijk werden verplicht om het katholieke geloof aan te hangen. Tegen deze toenemende staatscontrole is maar één afdoend antwoord, wat ook de Christenen in Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben beleefd. Ook daar werden toen, op last van de keizer, alle christelijke kerken in een federatie ondergebracht, zodat zij door de Staat konden worden geregistreerd en gecontroleerd. Als antwoord daarop hielden veel Christenen dapper vast aan de absolute onafhankelijkheid van elke plaatselijke gemeente. Dat maakte dat de overheid zich genoodzaakt zag om zich tot elke gemeente afzonderlijk te richten, wat meestal ondoenlijk bleekte zijn. Hetzelfde hebben de Christenen in China meegemaakt, zowel in de dagen van Mau Ze-dong als daarna: het merendeel van de christelijke gemeenten stelde zich onafhankelijk op van de door de regering gecontroleerde centrale ‘Drie-Zelf beweging’.

Het Christendom wordt gevulgariseerd

Nu het Christendom tot mode was geworden en tal van steden zich als ‘christelijke stad’ hadden uitgeroepen, kreeg het officiële Christendom een geheel nieuwe dimensie. We zagen al eerder dat met het toenemen van de Christenvervolgingen steeds meer mensen gunstig over de Christenen gingen denken, waardoor er velen zich spontaan tot Christus en de leer van de Christenen bekeerden. Dat is trouwens een bijbels gegeven dat we ook tegenkomen in Jeruzalem, Hand. 2, en vooral ook na de eerste Christenvervolging na de dood van Stefanus, Hand. 8.

Maar nu gebeurde er iets geheel anders: de positie van het Christendom was geworden tot een object van politiek: in het Rijk, regionaal en plaatselijk, kon men zien hoe de kerkelijke leiders gingen inspelen op de grillen van de massa om daarmee de positie van de kerk veilig te stellen en uit te breiden. Dat het Christendom tot mode werd, bleek ook uit het feit dat de moppen en de liedjes, het cabaret en de praatjes, nu gingen over kerkelijke aange-legenheden. Zo kreeg bijvoorbeeld de brede massa belangstelling voor theologie, wat ertoe leidde dat de mensen hun mening ten beste gaven over de Ariaanse strijd. Daarmee zag de Kerk haar paarlen voor de zwijnen geworpen, wanneer er bijvoorbeeld liedjes werden gemaakt over de Drieëenheid, zowel pro als contra! Ook werden kerkelijke ambtsverkiezingen tot geweldige spektakels, waarbij de mededingers elkaar publiekelijk betichtten van al wat lelijk is. Opnieuw was het Christendom in het circus gebracht, maar nu werden niet de Christenen voor de leeuwen geworpen, maar wierpen de kerkelijke leiders elkaar en hun opvattingen voor de “leeuwen” van een publiek dat nu eenmaal was ingesteld op ‘brood en spelen’. Helaas was dit niet zomaar een voorbijgaande gril, maar was het gekomen om te blijven, zij het ook in verschillende gedaanten, zoals het latere carnaval, de semi-religieuze stierengevechten of de glitter en spetter van de Kerst-mis in midwintertijd! Met dit alles nam ook de intolerantie in kerkelijke zaken toe. Aan zaken van ondergeschikt belang werd de grootste aandacht besteed, evenals aan een opgelegde uniformiteit die altijd een levenloze religie kenmerkt. Dit voldoen aan de eisen van ‘de geestelijkheid’ werd al gauw gelijkgesteld met ‘orthodoxie’, en allen die zich daarin niet konden vinden en schikken werden als ketters en rebellen gebrandmerkt: zij konden kiezen tussen zich gedwongen conformeren of eruit gezet worden (excommunicatie). En dat tekent de tragiek en de ironie wel ten volle: de Kerk die zelf zo heftig was vervolgd en die eindelijk haar vrijheid had verworven, heeft geen scrupules om zelf de rol van vervolger op zich te nemen en de vrijheid aan anderen te ontzeggen.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Is er een plan?

 

 

 

 

 

‘Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden’ (Zacharia 12:2)

 

Inleiding*

‘Trumps beslissing lokt wereldwijd hevige reacties uit’

De beslissing van de Amerikaanse president Donald Trump om Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël heeft wereldwijd hevige reacties uitgelokt: Israël is tevreden, in de rest van wereld zijn de reacties negatief. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu spreekt van een historische dag. Hij wil dat de andere landen de beslissing van de Verenigde Staten volgen en hun ambassades in Israël ook naar Jeruzalem verhuizen. Ook de Israëlische minister Bennet is positief en bedankt in een eerste reactie de Amerikaanse president: “Bedankt VS-president, het is vandaag een mooie dag voor de Joden.’

Bron VRT Nieuws, woensdag 06 dec. 2017

De Palestijnse beweging Hamas roept op tot een nieuwe intifada of volksopstand.

Daarmee reageert Hamas op de demarche van de Amerikaanse president Donald Trump om Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van Israël en de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verhuizen.

‘We kunnen alleen een antwoord bieden op het zionistische beleid dat gesteund wordt door de VS door een nieuwe intifada te lanceren’, zei Hamas-leider Ismail Haniyeh tijdens een toespraak in de Gazastrook.

Volgens Haniyeh is de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël een oorlogsverklaring van de VS. Hamas liet gisteren al weten dat Trump met zijn beslissing ‘de poorten van de hel heeft geopend.’

Bron: VRT Nieuws, donderdag 07 dec 2017 

Nu de media over elkaar heen vallen met hun commentaren over de recente gebeurtenissen en de hele wereld Israël veroordeeld vragen we ons af: wat is het toch wat de volkeren in beroering brengt? Hoe komt het toch dat de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël zoveel vijandschap oproept? Hoe komt het toch dat het antisemitisme nooit schijnt te verdwijnen? Hoe komt het toch dat de Arabische lente in een Arabische winter is geëindigd? Hoe komt het toch dat de Islam de laatste decennia zoveel vijandschap tegen de (christelijk) wereld toont? Allemaal vragen, en nog veel meer, waardoor de mensen zich afvragen over er misschien een plan achter zit? Is het toevallig dat er de laatste jaren zoveel onlusten, oorlogen, rampen, hongersnoden en dergelijke zijn? Allerlei complottheorieën doen de ronde. Is het einde der tijden nabij? Komt Armageddon in zicht? Is Jezus komst nabij? Is er een plan; een goddelijk plan met betrekking tot deze wereld?

Metahistorie

‘Weet dit eerst, dat er in het laatst van de dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen en zeggen: Waar is de belofte van zijn komst? Want sinds de vaderen zijn ontslapen, blijft alle zó als vanaf het begin van de schepping. Want moedwillig is hun dit onbekend, dat door het woord van God de hemelen van oudsher waren, en een aarde, bestaande uit water en door water, waardoor de toenmalige wereld, door water overstroomd vergaan is’’ (2Petr.3:3-6).

Veel geschiedkundigen of filosofen zien in de wereldgeschiedenis geen samenhang. Anderen denken het tegenovergestelde maar zijn het niet eens, of weten niet waaruit die samenhang bestaat. We noemen deze benadering de cyclische. De gebeurtenissen zijn cyclisch: mensen en wereldrijken komen en gaan onder. Het patroon uit het verleden wordt herhaald in de toekomst. De mens past zich steeds aan. Het is alsof de apostel Petrus daaraan denkt wanneer hij zegt: ‘dat alles zó blijft als vanaf het begin van de schepping’. Vanuit de christelijke opvatting is er een heel ander perspectief. De geschiedenis wordt bepaald door God. De geschiedenisopvatting is lineair: De kerkvader Augustinus is de ‘vader’ van de lineaire benadering.

Is er een plan? Ja, zegt de profeet Jesaja want de Here verkondigd: ‘Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen’ (Jes.46:10; 45:11; 41:22-23). God dirigeert het wereldgebeuren. Dat zou je metahistorie kunnen noemen. Metahistorie is de geschiedenis achter de geschiedenis. Bovennatuurlijke wezens beïnvloeden historische en aardse feiten. Daarmee bedoelen we niet het mythologisch wereldbeeld van de antieke wereld met al zijn goden maar het bijbels wereldbeeld waardoor God met inzet van engelen geschiedenis schrijft. U begrijpt dat er weinig aandacht is voor bovennatuurlijke wezens, die invloed hebben op het wereldgebeuren in de huidige tijd. In de moderne wereld gaat men ervan uit dat de werkelijkheid te verklaren is vanuit menselijke waarneming. Dit vanuit verschillende filosofische en politieke beschouwingen. Vanuit het standpunt van de metahistorie wordt de werkelijkheid vanuit een hoger standpunt gezien. Het is als een toneelspel van Shakespeare. Boven het dagelijkse toneel vindt op een hogere verdieping een gelijktijdig toneelspel in de godenwereld plaats.

Voorbeelden

Het eerste voorbeeld van het plaatsvinden van handelingen door geestelijke wezens die achter de werkelijke gebeuren schuilgaan vinden we in het boek Daniël. ‘Maar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; doch zie, Michaël, een der voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand behield’ (Dan.10:1-3). ‘Toen zeide hij: Weet gij, waarom ik tot u gekomen ben? Terstond moet ik terugkeren om met de vorst der Perzen te strijden, en zodra ik uitgegaan ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen –; nochtans zal ik u mededelen wat geschreven staat in het boek der waarheid. – En niet één staat mij vastberaden tegen hen terzijde, behalve uw vorst Michaël’ (Dan.10:20-21). Uit dit hoofdstuk van het boek Daniël blijkt overtuigend dat de ware strijd achter de schermen wordt gestreden en dat er engelmachten achter de verschillende rijken blijken te zijn die het gebeuren sturen.

Het tweede voorbeeld is het zgn. ‘Statenbeeld’ van Daniël dat vier wereldrijken symboliseert. Achtereenvolgens komen na Israël terzijdestelling vier wereldrijken in beeld: Het Babylonisch rijk, het Medisch-Perzisch, het Griekse rijk en het Romeinse waarop het rijk van Christus volgt waardoor ook Israël weer in beeld komt. (Dan.2 en 7). Door de verwerping en dood van Christus is dat laatste rijk uitgesteld naar een later tijdstip vandaar dat het Romeinse rijk door twee verschillende symbolen wordt uitgebeeld. De eerste verschijning door twee benen (Oost- en West-Romeinse rijk) en de tweede verschijning door tien tenen (voor de uitleg daarvan zie: Op.17).

Het is duidelijk dat alle rijken voorafgaand aan het Romeinse zijn ten ondergegaan; het Romeinse ook maar dat is weer ‘herrezen’ in de huidige Europese Unie zoals veel uitleggers geloven. Dat is te verklaren door het gegeven dat vóór het Christusrijk verschijnt het Romeins rijk eraan voorafgaat en erdoor vernietigd wordt. ‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid, juist zoals gij gezien hebt, dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde‘ (Dan.2:44-45).

Gods plan met Israël en Jeruzalem Is er een plan? Ja, God heeft een plan met Israël en Jeruzalem vormt daarvan het middelpunt, want het is de stad van de grote Koning (Mat.5:35). God heeft daarvoor een verbond met Abraham gesloten: ‘Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat’ (Gen.15:18). En dat plan is dat Israël het hoofd van de volkeren zal worden in het ‘Christusrijk’. ‘Want zo zegt de Here: Jubelt van vreugd over Jakob, juicht om het hoofd der volkeren, verkondigt, looft en zegt: de Here heeft zijn volk verlost, het overblijfsel van Israël. Zie, Ik breng hen uit het land van het noorden en verzamel hen van de einden der aarde; onder hen blinden en lammen, zwangeren en barenden tezamen; in een grote schare zullen zij hierheen terugkeren. Onder geween zullen zij komen en onder smeking zal Ik hen leiden; Ik zal hen voeren naar waterbeken op een effen weg, waarop zij niet struikelen. Want Ik ben Israël tot een vader, en Efraïm, die is mijn eerstgeborene. Maar ook voor de volkeren heeft God een plan maar dat is voor hen verborgen’ (Jer.31:7-10). Ja, God heeft nog geweldige plannen voor zijn volk Israël waarvan de volkeren geen weet hebben. ‘Wel zijn nu vele volkeren tegen u vergaderd, die zeggen: Zij worde ontwijd, en mogen onze ogen zich aan Sion verlustigen! Maar zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer. (Micha 4:11-12).

Waar staan we nu?

Precies honderd jaar geleden beloofde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Balfour de Joden een eigen staat die er dan ook in 1948 is gekomen. Twintig jaar daarna in 1967 is oostelijk Jeruzalem onder Israëlisch gezag gekomen. Verschillende oorlogen zijn tegen Israël gevoerd en tot dusver heeft Israël het hoofd boven water kunnen houden, maar hoelang nog? Landen die, vooral ná de Tweede Wereldoorlog, achter Israël stonden hebben zich allang tegen hen gekeerd. Door de erkenning van Jeruzalem als de hoofdstad van Israël door Trump zal de ‘rust’ in het Midden-Oosten voorlopig niet terugkeren en Jeruzalem zal de oorzaak blijven van veel politiek gekrakeel. Maar ook de Verenigde Naties heeft in grote meerderheid op donderdag 29 november 2017, voor een resolutie gestemd waarin de soevereiniteit van Israël over Jeruzalem illegaal wordt verklaard. Eén ding staat vast: God regeert en zijn plan met Israël en de volken zal plaatsvinden zoals het door de profeten van het Oude en Nieuwe Testament is voorzegt!

‘Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem. En op die dag zal er geen kostelijk licht zijn, noch verstijving; ja, het zal één dag zijn – die is bij de Here bekend – geen dag en geen nacht; maar ten tijde van de avond zal er licht wezen. Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. En de Here zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en zijn naam de enige. Het gehele land zal worden als de Vlakte van Geba tot Rimmon, zuidelijk van Jeruzalem; maar dit zal verhoogd worden en op zijn plaats blijven bestaan, van de Benjaminpoort tot de plaats van de vroegere poort, tot de Hoekpoort, en van de Chananeltoren tot de koninklijke perskuipen; men zal het bewonen, en er zal geen ban meer zijn, maar Jeruzalem zal veilig gelegen zijn. Dan zal dit de plaag zijn, waarmee de Here alle volken zal treffen, die tegen Jeruzalem zijn uitgerukt: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren, en ieders ogen zullen wegteren in hun kassen, en ieders tong zal wegteren in zijn mond. Ja, te dien dage zal er onder hen een grote, door de Here bewerkte, ontsteltenis wezen, en ieder zal de hand van een ander grijpen, en ieders hand zal zich tegen die van een ander verheffen. Ja, ook Juda zal tegen Jeruzalem strijden, terwijl het vermogen van alle omwonende volken bijeengebracht wordt: goud, zilver en klederen in zeer grote menigte. En voor de paarden, de muildieren, de kamelen, de ezels en alle dieren die zich in die legers bevinden, zal er een plaag zijn gelijk aan deze plaag.

Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de Here der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren. Maar wie uit de geslachten der aarde niet naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de Koning, de Here der heerscharen, neder te buigen, op hem zal geen regen vallen, en indien het geslacht der Egyptenaren niet zal heentrekken en komen, op wie geen (regen) valt, dan zal toch komen de plaag waarmee de Here de volken zal treffen, die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. Dit zal de straf zijn van de Egyptenaren en van alle volken die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.

Te dien dage zal op de bellen van de paarden staan: Den Here heilig; en de potten in het huis des Heren zullen zijn als de sprengbekkens vóór het altaar; ja, alle potten in Jeruzalem en in Juda zullen de Here der heerscharen heilig zijn, zodat alle offeraars kunnen komen en die gebruiken om daarin te koken. En er zal te dien dage geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de Here der heerscharen’ (Zacharia 14).

*Ga voor meer uitleg over de diverse onderwerpen m.b.t. dit artikel naar de Rubrieken: Oude Testament – Profetische boeken, Bijbelse Onderwerpen, Eschatologie en Israël op deze website en/of onderstaande ‘Geraadpleegde bronnen’.

Geraadpleegde bronnen:

www.metahistorie.com

Als goden sterven – Dr. F. De Graaf

Het geheim van de wereldgeschiedenis – Dr. F. De Graaf

Ambrosius en de geschiedenis – dr. G.H. Kramer

De Negende Koning – W.J. Ouweneel

De Toekomst van God – W.J. Ouweneel

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

 

Vredesconferentie Parijs

 

 

 

 

Dat we leven in de eindtijd kunnen we afleiden aan de recente gebeurtenissen waarin het volk Israël betrokken is. Dit is reeds lang geleden aangekondigd door de profeet Zacharia (Zacharia 12:2-3)

‘Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen’

Op 22 september 2016 hield premier Netanyahu een toespraak voor de Verenigde Naties. Waarin hij een overzicht gaf van de kwaliteiten van de staat Israël maar ook de onrechtvaardige behandeling van de VN ten opzichte van Israël

Zie:

https://www.youtube.com/watch?v=33dYKifz91E&feature=youtu.be

Deze toespraak is met Nederlandse ondertiteling.

Op 28 december volgde dan een toespraak van minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten van Amerika Kerry waarin hij er op aandrong dat Israël vrede moest sluiten met de Palestijnen. Netanyahu heeft laten weten dat Israël altijd bereid is geweest voor vredesbesprekingen maar dat de Palestijnen de staat Israël weigeren te erkennen...

Zie: (Engelstalig)

https://www.youtube.com/watch?v=HjcDZ9jF6pQ

Op 14 en 15 januari 2017 komen zeventig volkeren bij elkaar in Parijs om een resolutie te bekrachtigen om Israël te veroordelen, de grenzen van het land en het tijdspad van de onderhandelingen aan Israël voor te schrijven. Om deze daarna in het Europese Parlement en in de Veiligheidsraad op 17 januari 2017 te laten bekrachtigen.

Israël is voor de conferentie niet uitgenodigd!

De Bijbelleraar Roger Liebi vestigt onze aandacht op het feit dat het dit jaar 50 jaar geleden is dat Israël de oorlog van 1967 heeft gewonnen waardoor de Golanhoogten, de Gazastrook, het west Jordaans gebied (West Bank) en Oost-Jeruzalem weer onder Israëlisch bestuur zijn gekomen. De Gazastrook is teruggeven en als dank kregen ze raketten...

Omdat Israël hoopt een groots herdenkingsfeest te organiseren, eind mei of begin juni van dit jaar, hoopt men met deze zgn. Vredesconferentie dat te voorkomen.

Zie: (Duitstalig) http://www.cgmm.de/downloads/vortraege/referenten/roger_liebi

Ik leg deze informatie aan ter overweging aan u voor maar persoonlijk ben ik van mening dat de komst van de Heer Jezus niet meer ver af is en wat er dan met Israël gebeurt wordt beschreven in mijn laatste studie van het boek Zacharia. (Zie Rubriek - Oude testament - Profetische Boeken) In de komende tijd zal de spanning in het Midden-Oosten en in Israël toenemen. Aanstaand president van de Verenigde Staten Trump heeft al aangekondigd dat hun ambassade verplaatst zal worden van Tel Aviv naar Jeruzalem. Abbas, leider van de Palestijnen heeft daarop gereageerd en laten weten dat dat het vredesproces in gevaar zal brengen.

16 januari 2017:

De Palestijnse autoriteit heeft haar tevredenheid uitgedrukt over de conclusies van de vredesconferentie in Parijs, waarin de aanwezigen hun steun bevestigden voor de tweestatenoplossing om het Israëlisch-Palestijns conflict tot een einde te brengen. Israël sprak zich opnieuw uit tegen de tweestatenoplossing.

Israël uitte ook kritiek op de conferentie van Parijs. "Deze internationale conferentie en de resoluties van de Verenigde Naties zijn enkel maar nefast voor de vooruitzichten op vrede, aangezien ze de Palestijnen aanmoedigen om rechtstreekse discussies met Israël te weigeren", aldus het ministerie van Buitenlandse Zaken in Jeruzalem. "Indien de landen in Parijs echt zouden willen dat het vredesproces evolueert, zouden ze druk moeten uitoefenen op president Mahmoud Abbas dat hij de uitnodiging voor rechtstreekse onderhandelingen van Netanyahu accepteert.

17 januari 2017

Bron: Christenen voor Israël

Afgelopen zondag heeft in Parijs een ontmoeting plaatsgevonden tussen zeventig landen. Daar werd een verklaring ondertekend, waarin Israël en de Palestijnen werden opgeroepen opnieuw te gaan praten over een tweestatenoplossing, volgens de verklaring de ‘enige manier om duurzame vrede te bereiken’.

De verklaring, die waarschijnlijk minder problematisch is voor Israël dan voorzien, is niet bindend. Maar hij heeft alsnog een sterke politieke betekenis, omdat hij Resolutie 2334 van de Veiligheidsraad ondersteunt, waarin staat dat ALLE Israëlische nederzettingen (Joods) ‘illegaal’ zijn. De verklaring van Parijs zal het verlangen van vele landen versterken om de weg verder te bereiden voor een Palestijnse staat.

Wat positief is en heel opmerkelijk, is dat het Verenigd Koninkrijk geweigerd heeft om deel te nemen aan de ontmoeting in Parijs en om de verklaring te ondertekenen. Het lijkt erop dat de premier van Engeland Teresa May sterk staat in haar overtuiging om Israël te beschermen, en dat zich een sterke band ontwikkelt tussen Engeland en de Verenigde Staten. Afgelopen maandag heeft Engeland een voorstel van de EU geblokkeerd om de Parijs-verklaring te implementeren. Tevens heeft minister van Buitenlandse Zaken John Kerry aan Israël beloofd dat er deze week geen resolutie zal worden aangenomen van de VN-veiligheidsraad (er werd namelijk gevreesd dat de VS een resolutie er doorheen zou duwen, vóór de inauguratie van Trump).

Samengevat, het lijkt erop dat de schade relatief beperkt is gebleven, en dat er deze week geen schadelijke gevolgen worden verwacht van de top in Parijs.

We danken de Heere God voor Zijn verhoring van de vele gebeden. We mogen ervan overtuigd zijn dat Hij zal doorgaan met het beschermen van Zijn volk. Maar de internationale druk op Israël om concessies te doen, zal ongetwijfeld toenemen in de maanden die voor ons liggen. Het is daarom essentieel dat we blijven bidden in de komende tijd.

We besluiten hiermee de berichtgeving betreffende de Vredesconferentie van Parijs.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 VN wijst Israëlische nederzettingen in Palestijnse gebieden van de hand (Belga)

vr 23/12/2016 - 21:54  Alexander Verstraete

 

 

De VN-Veiligheidsraad heeft een resolutie goedgekeurd die Israël opdraagt te stoppen met het bouwen van nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dat kon nadat de VS zich had onthouden. Israël is woedend, de Palestijnen reageren verheugd.

Voor het eerst in acht jaar heeft de VN-Veiligheidsraad vandaag een resolutie over Israël en de Palestijnse gebieden goedgekeurd. Concreet eist het orgaan dat Israël ophoudt met het bouwen van nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dat is Palestijns gebied dat Israël bezet. Ook in Oost-Jeruzalem mag Israël van de Veiligheidsraad geen nieuwe nederzettingen bouwen.

De resolutie was voorgedragen door Nieuw-Zeeland, Maleisië, Venezuela, Senegal en oorspronkelijk ook Egypte. Dat laatste land trok zich gisteren terug onder druk van Israël en de verkozen Amerikaanse president Donald Trump.

14 van de 15 leden van de VN-Veiligheidsraad keurden de resolutie goed. De VS onthield zich. Dat is opmerkelijk want het land is traditioneel een bondgenoot van Israël. Al meer dan eens heeft het een veto gesteld tegen resoluties tegen Israël. Deze keer dus niet.

"Schaamtelijk manoeuvre tegen Israël"

Israël heeft al meteen woedend op de resolutie gereageerd en dan vooral op het feit dat de VS die niet heeft tegengehouden. Het land beschuldigt de Amerikaanse president Barack Obama ervan onder een hoedje te spelen met de Palestijnen in een "schaamtelijk manoeuvre tegen Israël in de VN".

"De VS heeft Israël verlaten", zegt de Israëlische minister van Energie Yuval Steinitz. "Dit is geen resolutie tegen nederzettingen, dit is een anti-Israëlische resolutie, tegen het Joodse volk en tegen de Jodenstaat."

Ook de Israëlische premier Benjamin Netanyahu laat van zich horen. Hij laat weten dat Israël deze "anti-Israëlische resolutie van de VN" verwerpt en dat hij zich er niet zal aan houden. Tegelijk zegt hij dat hij niet kan wachten om samen te werken met Trump om deze resolutie ongedaan te maken.

"Nederzettingen ondermijnen veiligheid van Israël"

In de 8 jaar dat Obama aan de macht is geweest, is zowat elke poging tot verzoening tussen Israël en de Palestijnen futiel gebleken. Vaak liepen ze nota bene stuk op de nederzettingenpolitiek van Israël.

AP

De relatie tussen Obama en Netanyahu raakte hierdoor zwaar onderkoeld. Waarnemers zien in de onthouding van de VS bij deze resolutie dan ook een ultieme poging van Obama om zijn stempel op het Midden-Oosten te drukken.

VS-ambassadeur bij de VN Samantha Power is niet onder de indruk van de kritiek van Israël. "Je kan niet de bouw van nederzettingen promoten en tegelijk een tweestatenoplossing nastreven", zegt ze. "Het bouwen van nederzettingen is een ernstige ondermijning van de veiligheid van Israël." 

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken meent dat de VN de nederzettingenpolitiek van Israël "terecht" veroordeelt. Hij roept de beide partijen op een tweestatenoplossing te zoeken.

"Dingen zullen heel anders zijn na 20 januari"

De Republikeinen reageren op hun beurt furieus op de onthouding van de VS. Trump had Obama eerder al opgeroepen zijn veto te stellen. Intussen laat hij opnieuw van zich horen via Twitter. "Wat de VN betreft, zullen de dingen heel anders zijn na 20 januari", schrijft hij in een verwijzing naar de dag waarop hij de eed aflegt als president.

De Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Paul Ryan noemt de onthouding "absoluut schaamtelijk" en "een aanslag op de vrede". De Republikeinse senator John McCain vindt dat de onthouding de VS "medeplichtig" maakt aan de "schandelijke aanval" op Israël.

"Vrede is niet mogelijk door bezetting"

De Palestijnen reageren uiteraard verheugd op de resolutie. "Dit is een dag waarop het internationaal recht zegeviert", vertelt Saeb Erekat aan Reuters. Hij is de hoofdonderhandelaar voor de Palestijnen.

"De internationale gemeenschap maakt het volk van Israël duidelijk dat de weg naar veiligheid en vrede niet mogelijk is door bezetting, maar wel door het oprichten van een Palestijnse staat die zij aan zij met Israël kan bestaan volgens de grenzen van 1967."

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXX

 

De volledige tekst van de toespraak van Netanyahu bij 2016 Algemene Vergadering van de VN In New York adres, PM dringt er bij Abbas op Knesset te spreken en herstart vredesbesprekingen, dringt wereld om zich te verenigen tegen Iran

22 september 2016, 11:25

 

 

Via YouTube kunt u deze toespraak beluisteren met Nederlandse ondertiteling. Ga naar: https://youtu.be/33dYKifz91E

 

'Ik blijf inzetten voor een visioen van vrede op basis van twee staten voor twee volkeren'

Bij de VN, Netanyahu ontmoet 15 Afrikaanse leiders om technologie, toenadering praten Na de bomaanslagen, New Yorkers cop een Israëlische houding: 'Stuff' gebeurt High Court hoort argumenten tegen spion tech verkoop aan Zuid-Sudan Hoewel een meerjarige pessimist, Netanyahu droomt van de vrede in onze tijd Abbas waarschuwt tweestatenoplossing in gevaar, vraagt om VN-actie In vurige VN-toespraak Netanyahu nodigt Abbas naar Knesset te pakken Abbas officieel: Netanyahu's uitnodiging om Knesset 'bluf' aan te pakken Oppositie MKs slam Netanyahu's 'hypocriet' AVVN speech Palestijnse tiener beschuldigd van een poging 'zelfmoord door soldier' ontkent te willen sterven

Opmerkingen van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu op de 71e sessie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, 22 september 2016.

 

Meneer de president, dames en heren,

Wat ik nu ga zeggen zal u shockeren: Israël heeft een mooie toekomst bij de VN. Nu besef ik dat het als een verrassing bij u zal overkomen omdat u dat van mij moet horen, want jaar na jaar heb ik op dit podium gestaan ​​en verweet ik de VN om zijn obsessieve vooroordeel tegen Israël. En de VN verdiend ieder vernietigend woord - voor de schande dat de Algemene Vergadering de laatste  jaar 20 resoluties tegen de democratische staat Israël aannam en een totaal van drie resoluties tegen alle andere landen op de planeet. Israël - twintig; de rest van de wereld - drie. En wat te denken van de grap genaamd de VN-Mensenrechtenraad, die elk jaar Israël veroordeelt meer dan alle landen van de wereld bij elkaar. Als vrouwen systematisch worden verkracht, vermoord, als slaaf verkocht over de hele wereld, wat is dan het enige land dat de VN-Commissie voor Vrouwen kozen om dit jaar te veroordelen? Yep, je raadt het al - Israël. Israël. Israël waar vrouwen straaljagers besturen, grote bedrijven leiden, universiteiten voorzitten - twee keer - meer dan het Hooggerechtshof, en hebben gediend als voorzitter van de Knesset en als minister-president. En dit circus gaat verder bij UNESCO. UNESCO, het VN-orgaan dat belast is met het behoud van werelderfgoed. Nu, dit is moeilijk te geloven, maar UNESCO ontkende gewoon de 4000-jaar verbinding tussen het Joodse volk en zijn heiligste plaats, de Tempelberg. Dat is net zo absurd als het ontkennen van de verbinding tussen de Grote Muur van China en China.

Dames en heren,

De VN, begonnen als een morele kracht, is uitgegroeid tot een morele farce. Dus als het gaat om Israël bij de Verenigde Naties, zou je waarschijnlijk denken dat niets ooit zal veranderen, toch? Nou denk opnieuw. U ziet, alles zal veranderen en veel sneller dan je denkt. De verandering zal gebeuren in deze zaal, want terug thuis, zullen jullie regeringen snel hun houding ten opzichte van Israël wijzigen. En vroeg of laat, gaat de manier waarop je stemt over Israël bij de VN wijzigen. Steeds meer landen in Azië, Afrika, Latijns-Amerika, meer en meer naties zien Israël als een krachtige partner - een partner in de strijd tegen het terrorisme van vandaag, een partner in de ontwikkeling van de technologie van morgen. Vandaag de dag heeft Israël diplomatieke betrekkingen met meer dan 160 landen. Dat is bijna het dubbele van het aantal dat we hadden toen ik zo'n 30 jaar geleden hier diende als ambassadeur van Israël. En die banden worden steeds breder en dieper elke dag. In toenemende mate stellen wereldleiders het op prijs dat Israël een machtig land is met één van de beste inlichtingendiensten op aarde. Door onze ongeëvenaarde ervaring en bewezen capaciteiten in de strijd tegen het terrorisme, zoeken veel regeringen, velen van jullie regeringen onze hulp in het veilig houden van uw landen.

Velen trachten te profiteren van de vindingrijkheid van Israël in de landbouw, in de gezondheidszorg, in het water, in de cyber en in de samenvoeging van grote data, connectiviteit en kunstmatige intelligentie - die samensmelting verandert onze wereld in elk opzicht. Je zou dit kunnen overwegen: Israël leidt de wereld in het recycleren van afvalwater. We recycleren ongeveer 90% van ons afvalwater. Nu, hoe bijzonder is dat? Nu, gezien het feit dat het volgende land op de lijst slechts 20% van het afvalwater recycleert, is Israël een wereldwijde waterkracht. Dus, als je een dorstige wereld hebt, en dat hebben we, is er geen betere bondgenoot dan Israël. Hoe zit het met de cyberveiligheid? Dat is een kwestie die iedereen aangaat. Israël is goed voor een tiende van een procent van de wereldbevolking, maar vorig jaar trokken we ongeveer 20% van de wereldwijde particuliere investeringen in cyberveiligheid. Ik wil dat je dat getal  verwerkt. In cyber, springt Israël maar liefst 200 keer boven zijn gewicht uit. Dus Israël is ook een mondiale cyber macht. Als hackers op jullie banken zijn gericht, jullie vliegtuigen, jullie elektriciteitsnetten en zowat alles anders, kan Israël je onmisbare hulp bieden. Regeringen veranderen hun houding ten opzichte van Israël, omdat ze weten dat Israël hen kan helpen hun bevolking te beschermen, hen kan helpen hen te voeden, kan hen helpen beter te leven. Deze zomer had ik een ongelooflijke kans om deze verandering zo levendig te zien tijdens een onvergetelijk bezoek aan vier Afrikaanse landen. Dit was het eerste bezoek aan Afrika door een Israëlische minister-president in decennia. Later vandaag zal ik een ontmoeting met leiders uit 17 Afrikaanse landen hebben. We zullen bespreken hoe Israëlische technologie hen kan helpen bij hun inspanningen om hun land te transformeren. In Afrika veranderen dingen. In China, India, Rusland, Japan, is de houding ten opzichte van Israël ook veranderd. Deze machtige naties weten dat, ondanks het kleine Israëlische formaat, het een groot verschil kan maken in vele, vele gebieden die voor hen belangrijk zijn. Maar nu ga ik u nog meer verrassen. Ziet u, de grootste verandering in de houding ten opzichte van Israël vindt elders plaats. Het vindt plaats in de Arabische wereld. Onze vredesverdragen met Egypte en Jordanië blijven ankers van stabiliteit in het vluchtige Midden-Oosten. Maar ik moet je dit vertellen: Voor de eerste keer in mijn leven, erkennen veel andere staten in de regio dat Israël niet meer als hun vijand. Zij erkennen dat Israël hun bondgenoot is. Onze gemeenschappelijke vijanden zijn Iran en ISIS. Onze gemeenschappelijke doelen zijn veiligheid, welvaart en vrede. Ik denk dat we in de komende jaren zullen samenwerken om deze doelen te bereiken, openlijk samenwerken. Dus Israëls diplomatieke betrekkingen ondergaan niets minder dan een revolutie. Maar in deze revolutie, vergeten we nooit dat onze meest gekoesterde alliantie, onze diepste vriendschap is met de Verenigde Staten van Amerika, de meest sterke en de meest genereuze natie op aarde. Onze onverbrekelijke band met de Verenigde Staten van Amerika overstijgt partijen en politiek. Het weerspiegelt, boven alles, de overweldigende steun voor Israël onder het Amerikaanse volk, steun die op recordhoogte is en waarvoor wij zeer dankbaar zijn. De Verenigde Naties hekelen Israël; de Verenigde Staten ondersteunen Israël. En een centrale pijler van die verdediging is Amerika's consistente steun geweest voor Israël bij de VN. Ik waardeer de toezegging van president Obama’s inzet om dit langdurig Amerikaanse beleid. In feite, de enige keer dat de Verenigde Staten een veto inbracht in de VN-Veiligheidsraad was tijdens het presidentschap van Obama en was gericht tegen een anti-Israël resolutie in 2011. Zoals president Obama terecht op dit podium verklaarde, zal er geen vrede komen door verklaringen en resoluties van de Verenigde Naties. Ik geloof dat de dag is niet ver weg is dat Israël kan rekenen op vele, vele landen om naast ons te staan ​​bij de VN. Langzaam maar zeker; de dagen toen de VN-ambassadeurs reflexmatig Israël veroordeelden, die dagen lopen ten einde.

Dames en heren,

De automatische meerderheid van vandaag tegen Israël bij de VN doet me denken aan het verhaal, het ongelooflijke verhaal van Hiro Onada. Hiro was een Japanse soldaat die in 1944 naar de Filippijnen werd gestuurd Hij leefde in de jungle. Hij zocht naar voedsel. Hij ontweek gevangenschap. Uiteindelijk gaf hij zich over, maar dat gebeurde niet dan tot 1974, zo'n 30 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tientallen jaren, weigerde Hiroo te geloven dat de oorlog voorbij was. Toen Hiro zich verstopte in de jungle, waren Japanse toeristen aan het zwemmen in zwembaden van Amerikaanse luxe hotels in de omgeving van Manila. Tot slot, gelukkig, werd Hiroo’s voormalig commandant gestuurd om hem over te halen uit zijn schuilplaats te komen. Pas toen heeft Hiroo zijn wapens neergelegd.

Dames en heren, Vertegenwoordigers uit zoveel landen,

Ik heb een boodschap voor u vandaag: Leg je wapens neer. De oorlog tegen Israël bij de VN is voorbij. Misschien dat sommige van jullie dat nog niet weten, maar ik ben ervan overtuigd dat op een dag in de niet al te verre toekomst ook u het bericht zal krijgen van uw president of van uw eerste minister om u te informeren dat de oorlog tegen Israël bij de Verenigde Naties is beëindigd. Ja, ik weet het, dat er misschien een storm voor de rust zal zijn. Ik weet dat er is gesproken over bendevorming tegen Israël bij de VN later dit jaar. Gelet op de geschiedenis van vijandigheid tegenover Israël, is er iemand die werkelijk gelooft dat Israël zijn veiligheid zal laten vaststellen door de VN en onze vitale nationale belangen? We zullen elke poging van de VN om Israël voorwaarden te dicteren niet aanvaarden. De weg naar vrede loopt door Jeruzalem en Ramallah, niet door New York. Maar ongeacht wat er gebeurt in de komende maanden, ik heb het volste vertrouwen dat er in de komende jaren de voortgang van Israëls aanwezigheid onder de volken in deze zaal van de naties eindelijk zal doordringen. Ik heb zoveel vertrouwen, in feite, dat voorspel ik: dat tien jaar vanaf nu een Israëlische premier hier zal staan ​​waar ik sta en uiteindelijk de VN zal toejuichen. Maar ik wil u vragen: Waarom een ​​decennium wachten? Waarom blijven kwaadspreken van Israël? Misschien omdat sommigen van jullie het niet op prijs stellen dat het obsessieve vooroordeel tegen Israël niet slechts een probleem is voor mijn land, het is ook een probleem voor jullie landen. Want als de VN zoveel tijd besteedt aan het veroordelen van de enige liberale democratie in het Midden-Oosten, heeft het veel minder tijd om oorlog, ziekte, armoede, klimaatverandering en alle andere ernstige problemen die de planeet teisteren aan te pakken. Zijn de half miljoen afgeslachte Syriërs geholpen door jullie veroordeling van Israël? Hetzelfde Israël dat duizenden gewonde Syriërs heeft behandeld in onze ziekenhuizen, waaronder een veldhospitaal, dat ik gebouwd heb direct Bij de Golan Heights langs de grens met Syrië. Zijn de homo's, opgehangen aan kranen in Iran geholpen door uw kleinering van Israël? Datzelfde Israël waar homo's trots in onze straten marcheren en dienen in ons parlement, waaronder, en ik ben trots om het te zeggen, mijn eigen Likud partij. Zijn de hongerende kinderen in de brutale tirannie van Noord-Korea, geholpen door de demonisering van Israël? Israël, wiens landbouwkennis de hongerenden  van voedsel voorziet in de ontwikkelingslanden van deze wereld? Hoe eerder de obsessie van de VN ten opzichte van Israël eindigt, hoe beter. Hoe beter voor Israël, hoe beter voor uw landen, hoe beter voor de VN zelf 

Dames en heren,

Als VN-gewoonten moeilijk sterven, Palestijnse gewoonten sterven nog moeilijker. President Abbas heeft net vanaf dit podium de Balfour Verklaring aangevallen. Hij bereidt een rechtszaak tegen Groot-Brittannië voor over die verklaring van 1917. Dat is bijna 100 jaar geleden - praten over vastzitten in het verleden. De Palestijnen kunnen net zo goed vervolgd worden als Iran voor de Cyrus verklaring, die de Joden in staat stelde om onze tempel te herbouwen in Jeruzalem 2500 jaar geleden. Denk er eens over na, waarom niet een Palestijnse rechtzaak tegen Abraham voor het kopen van dat stuk grond in Hebron, waar de vaders en moeders van het Joodse volk 4000 jaar geleden werden begraven? Jullie lachen niet. Het is net zo absurd als dat. De Britse regering voor de Verklaring van Balfour aanklagen? Maakt hij grappen? En wordt dit hier serieus genomen? President Abbas viel de Verklaring van Balfour aan, omdat dit het recht van het Joodse volk erkende voor een nationaal tehuis in het land van Israël. Toen de Verenigde Naties de oprichting van een Joodse staat ondersteunden in 1947, erkende het onze geschiedenis en onze morele rechten in ons land en ons vaderland. Maar vandaag de dag, bijna 70 jaar later, weigeren de Palestijnen  nog steeds om die rechten te erkennen - niet ons recht op een thuisland, niet ons recht op een staat, niet ons recht om het even wat. En dit blijft de echte kern van het conflict, de aanhoudende Palestijnse weigering om de Joodse staat en grens te erkennen. U ziet, dit conflict gaat niet over de nederzettingen. Het was nooit. Het conflict woedde al tientallen jaren voordat er een enkele nederzetting was, toen Judea Samaria en Gaza allemaal in Arabische handen waren. De Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook waren in Arabische handen en ze vielen ons telkens opnieuw en opnieuw en opnieuw aan. En toen we alle 21 nederzettingen opgaven in Gaza en ons terugtrokken uit elke laatste inch van Gaza, hebben we geen vrede gehad uit Gaza - we hebben duizenden raketten gekregen, afgevuurd op ons vanuit Gaza. Dit conflict woedt omdat het voor de Palestijnen, de echte nederzettingen waar ze naar op zoek zijn om ze te bezitten Haifa, Jaffa en Tel Aviv zijn. Let wel, de kwestie van de nederzettingen is een echte en het kan en moet worden opgelost in de definitieve status van onderhandelingen. Maar dit conflict gaat nooit over de nederzettingen of over de oprichting van een Palestijnse staat. Het is altijd al over het bestaan ​​van een Joodse staat, een Joodse staat en een grens.

Dames en heren,

Israël is klaar, ik ben klaar om te onderhandelen over elke definitieve status, maar over één ding zal ik nooit over onderhandelen: Ons recht op de ene en enige Joodse staat. Wow, aanhoudende applaus voor de minister-president van Israël in de Algemene Vergadering? De verandering kan sneller dan ik dacht te komen. Hadden de Palestijnen ja gezegd tegen een Joodse staat in 1947, zou er geen oorlog geweest zijn, geen vluchtelingen en geen conflict. En als de Palestijnen eindelijk ja zullen zeggen voor een Joodse staat, zullen we in staat zijn om dit conflict voor eens en altijd te beëindigen. Nu hier is de tragedie, want zie, de Palestijnen zijn niet alleen gevangen in het verleden, hun leiders vergiftigen ook de toekomst. Ik wil dat je je indenkt in een dag in het leven van een 13-jarige Palestijnse jongen, ik zal hem Ali noemen. Ali wordt wakker om naar school te gaan, hij gaat oefenen bij een voetbalteam vernoemd naar Dalal Mughrabi, een Palestijnse terrorist die verantwoordelijk is voor de moord op een bus van 37 Israëli's. Op school, bezoekt Ali een evenement gesponsord door het Palestijnse ministerie van Onderwijs dat Baha Alyan eert, die vorig jaar drie Israëlische burgers vermoorde. Op zijn wandeling naar huis, kijkt Ali naar een torenhoog standbeeld opgericht slechts een paar weken geleden door de Palestijnse Autoriteit ter ere van Abu Sukar, die een bom in het centrum van Jeruzalem liet ontploffen, het veroorzaakte de dood van 15 Israëli's. Als Ali thuiskomt, draait hij de tv aan en ziet een interview met een hoge Palestijnse functionaris, Jibril Rajoub, die zegt dat als hij een nucleaire bom had, hij het tot ontploffing zou te brengen in Israël diezelfde dag. Ali draait dan aan de radio en hij hoort dat de adviseur van president Abbas, Sultan Abu al-Einein, de  Palestijnen oproept, hier is een citaat, "om de kelen van de Israëli’s door te snijden waar u ze maar kunt vinden." Ali controleert zijn facebookaccount en hij ziet een recent bericht door president Abbas’ Fatah-partij te bellen die zegt dat het bloedbad van 11 Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München een "heldendaad" was. Op YouTube, kijkt  Ali naar een clip van president Abbas en hoort hemzelf zeggen: "Wij zijn blij met elke druppel bloed vergoten in Jeruzalem. 'Directe weergave’. Tijdens het diner vraagt ​Ali ​zijn moeder wat er zou gebeuren als hij een Jood zou doden en  naar een Israëlische gevangenis zou gaan? Hier is wat ze hem vertelt. Ze vertelt hem dat hij zou worden betaald met duizenden dollars per maand door de Palestijnse Autoriteit. Sterker nog, ze vertelt hem, hoe meer Joden hij zou doden, hoe meer geld dat hij zou krijgen. Oh, en als hij uit de gevangenis komt, Ali zou  gegarandeerd een baan bij de Palestijnse Autoriteit krijgen.

Dames en heren,

Dit alles is echt. Het gebeurt elke dag, de hele tijd. Helaas, Ali vertegenwoordigt honderdduizenden Palestijnse kinderen die worden geïndoctrineerd met haat elk moment, elk uur. Dit is kindermishandeling. Stel dat uw kind deze hersenspoeling ondergaat. Stel je voor wat er nodig is voor een jonge jongen of meisje om deze cultuur van haat te doorbreken. Sommigen doen het , maar veel te veel niet. Hoe kan iemand van ons verwachten dat jonge Palestijnen vrede ondersteunen als hun leiders hun gedachten vergiftigen tegen de vrede? Wij in Israël doen dit niet. We voeden onze kinderen op voor de vrede. In feite zijn we onlangs gestart met een pilot-programma, mijn regering deed dat, om de studie van het Arabisch verplicht te stellen voor Joodse kinderen, zodat we elkaar beter kunnen begrijpen, zodat we samen kunnen leven zij-aan-zij in vrede. Natuurlijk, net als alle samenlevingen Israël heeft knelpunten. Maar het is ons reactie op die knelpunten, die het verschil maken. Neem het tragische geval van Ahmed Dawabsha. Ik zal nooit mijn bezoek aan Ahmed in het ziekenhuis vergeten slechts uren nadat hij werd aangevallen. Een kleine jongen, echt een baby, hij was ernstig verbrand. Ahmed was het slachtoffer van een gruwelijke terroristische daad gepleegd door Joden. Hij lag verbonden en buiten bewustzijn toen de Israëlische artsen de klok rond werkten om hem te redden. Geen woorden kunnen troost brengen voor deze jongen of zijn familie. Toch, toen ik aan zijn bed stond vertelde ik zijn oom: ‘Dit zijn niet onze mensen. Dit is niet onze manier.’ Ik nam buitengewone maatregelen om Ahmed aanvallers voor de rechter te brengen en vandaag zijn de joodse burgers van Israël die de familie Dawabsha hebben aangevallen in de gevangenis in afwachting van hun proces. Nu, voor beide, uit deze verhalen blijkt dat beide partijen hun extremisten en beide kanten zijn even verantwoordelijk voor dit schijnbaar eindeloze conflict. Maar wat Ahmed's verhaal eigenlijk bewijst dat is precies het tegenovergestelde. Het illustreert het diepe verschil tussen onze twee samenlevingen, want terwijl de Israëlische leiders terroristen veroordelen, alle terroristen, Arabieren en joden gelijk, vieren de Palestijnse leiders de terroristen. Terwijl Israël het handjevol Joodse terroristen onder hen gevangenzet, betalen de Palestijnen  duizenden terroristen onder hen. Dus ik roep president Abbas op: je hebt een keuze te maken. U kunt doorgaan met haat stoken zoals je vandaag deed of kun je eindelijk tegen de haat keren en met mij werken aan de vrede tussen onze twee volkeren

Dames en heren,

Ik hoor het geroezemoes. Ik weet dat velen van jullie de hoop op vrede hebben opgegeven. Maar ik wil dat u weet - ik heb de hoop op vrede niet opgegeven. Ik blijf mij inzetten voor een visioen van vrede op basis van twee staten voor twee volkeren. Ik denk als nooit tevoren dat de veranderingen die plaatsvinden in de Arabische wereld van vandaag een unieke gelegenheid bieden om de vrede te bevorderen. Ik loof President el-Sissi van Egypte voor zijn inspanningen om vrede en stabiliteit te bevorderen in onze regio. Israël is verheugd over de geest van het Arabische vredesinitiatief en verwelkomt een dialoog met de Arabische staten om een ​​grotere vrede te bevorderen. Ik denk dat om die grotere vrede volledig te bereiken, de Palestijnen er deel van uit moeten maken. Ik ben klaar om met onderhandelingen te beginnen om dit vandaag te bereiken - niet morgen, niet volgende week, vandaag. President Abbas sprak hier een uur geleden. Zou het niet beter zijn als we in plaats van langs elkaar heen te spreken we met elkaar zouden spreken? President Abbas, in plaats van te schimpen tegen Israël bij de Verenigde Naties in New York, nodig ik u uit om in de Knesset in Jeruzalem tot het Israëlische volk te spreken. En ik zou graag komen om tot Palestijnse parlement in Ramallah te spreken.

Dames en heren,

Terwijl Israël naar vrede zoekt met al onze buren, weten we ook dat vrede geen grotere vijand heeft dan de krachten van de militante islam. Het bloedige spoor van dit fanatisme loopt door alle continenten hier vertegenwoordigd. Het loopt door Parijs en Nice, Brussel en Bagdad, Tel Aviv en Jeruzalem, Minnesota en New York, van Sydney naar San Bernardino. Zovelen hebben door haar wreedheid geleden: christenen en joden, vrouwen en homo's, Yezidi's en Koerden en vele, vele anderen.

Toch is de zwaarste prijs, de zwaarste prijs van alles is betaald door onschuldige moslims. Honderdduizenden zijn genadeloos afgeslacht. Miljoenen veranderd in wanhopige vluchtelingen, tientallen miljoenen brutaal onderworpen. De nederlaag van de militante islam zal dus een overwinning zijn voor de hele mensheid, maar het zou vooral een overwinning zijn voor die vele moslims die een leven te zoeken zonder angst, een leven van vrede, een leven van hoop. Maar om de krachten van de militante islam te verslaan, moeten wij ze meedogenloos bestrijden. We moeten ze bevechten in de echte wereld. We moeten ze bevechten in de virtuele wereld. We moeten hun netwerken ontmantelen, hun financiën ontwrichten, hun ideologie in diskrediet brengen. We kunnen ze verslaan en we zullen ze verslaan. De middeleeuwen zijn geen partij in deze moderne tijd. Hoop is sterker dan haat, vrijheid machtiger dan angst. We kunnen dit doen.

Dames en heren,

Israël vecht deze noodlottige strijd tegen de krachten van de militante islam elke dag. Wij houden onze grenzen veilig tegen invloed van de ISIS, we voorkomen de smokkel van spel-veranderende wapens aan Hezbollah in Libanon, dwarsbomen de Palestijnse terreuraanslagen in Judea en Samaria, de Westelijke Jordaanoever, en we schrikken de raketaanvallen van de door de Hamas gecontroleerde Gazastrook af. Dat is dezelfde Hamas terreurorganisatie die wreed, ongelooflijk wreed weigert om drie van onze burgers en de lichamen van onze gevallen soldaten terug te geven, Oron Shaul en Hadar Goldin. Hadar Goldin's ouders, Leah en Simcha Goldin, zijn hier vandaag bij ons. Ze hebben één verzoek - om hun geliefde zoon in Israël te begraven. Het enige wat ze vragen is een simpel ding - in staat zijn om het graf te bezoeken van hun gesneuvelde zoon Hadar in Israël. Hamas weigert. Ze konden niet minder zorg schenken. Ik smeek u naast hen te staan, met ons, met alles wat fatsoenlijk is in onze wereld tegen de onmenselijkheid van Hamas - dat alles is onfatsoenlijk en barbaars. Hamas breekt elke humanitaire regels in het boek, gooi het boek naar hen.

Dames en heren,

De grootste bedreiging voor mijn land, onze regio, en uiteindelijk voor onze wereld blijft de militante islamitische regime van Iran. Iran streeft openlijk naar Israëls vernietiging. Het bedreigt landen in heel het Midden-Oosten, het sponsort wereldwijd terreur. Dit jaar heeft Iran ballistische raketten afgevuurd in de directe strijd met de resoluties van de Veiligheidsraad. Het heeft zijn agressie uitgebreid in Irak, in Syrië, in Jemen. Iran, 's-Werelds belangrijkste sponsor van terrorisme blijft haar wereldwijde terreur netwerk uitbouwen. Dat terreurnetwerk omvat nu vijf continenten. Dus mijn punt aan u is dit: De dreiging die Iran vormt voor ieder van ons ligt niet achter ons, het is voor ons. In de komende jaren moet er een duurzame en gezamenlijke inspanning zijn om de agressie van Iran tegen te gaan en de Iraanse terreur. De nucleaire beperkingen tegen Iran ZIJN nu een jaar dichterbij, laat ik duidelijk zijn: Israël zal niet toestaan ​​dat het terroristische regime in Iran nucleaire wapens ZAL ontwikkelen - niet nu, niet in een decennium, nooit.

Dames en heren,

Ik sta hier voor u vandaag op een moment dat de Israëlische oud-president, Shimon Peres, vecht voor zijn leven. Shimon is een van de grondleggers van Israël, een van de stoutmoedigste staatslieden, een van de meest gerespecteerde leiders. Ik weet dat u met mij en al het gehele volk van Israël hem Refuah shlemah Shimon, een spoedig herstel wenst. Ik heb altijd Shilon’s grenzeloze optimisme bewonderd, en net als hij, ben ik ook vol hoop. Ik ben vol hoop, omdat Israël in staat is zichzelf te verdedigen? tegen elke dreiging. Ik ben vol hoop, omdat de moed van onze vechtende mannen en vrouwen ongeëvenaard is. Ik ben vol hoop, omdat ik weet dat de krachten van de beschaving uiteindelijk zullen zegevieren over de krachten van de terreur. Ik ben vol hoop, omdat in deze eeuw van innovatie, Israël - de innovatieve natie - bloeit als nooit tevoren. Ik ben vol hoop, omdat Israël onvermoeibaar werkt om gelijkheid en kansen te bevorderen voor al haar burgers: joden, moslims, christenen, Druzen, iedereen. En ik ben vol hoop, want ondanks alle pessimisten, geloof ik dat in de komende jaren, Israël een duurzame vrede met al zijn buren zal smeden.

Dames en heren

Ik ben hoopvol gestemd over wat Israël kan bereiken, want ik heb gezien wat Israël al heeft bereikt. In 1948, het jaar van de onafhankelijkheid van Israël, was onze bevolking 800.000. Onze belangrijkste exportartikel waren sinaasappels. Mensen zeiden toen dat we te klein waren, te zwak, te geïsoleerd, een demografische minderheid om te kunnen overleven, laat staan ​​bloeien. De sceptici hadden het toen mis over Israël; de sceptici hebben het ook nu mis over Israël.De Israëlische bevolking is vertienvoudigd, onze economie verveertigvoudigd. Vandaag is onze grootste exportartikel technologie - Israëlische technologie, die kracht geeft aan de computers van de wereld, mobiele telefoons, auto's en nog veel meer.

Dames en heren,

De toekomst behoort aan hen die innoveren en dat is de reden waarom de toekomst is aan landen als Israël. Israël wil uw partner zijn in het benutten van die toekomst, dus ik roep u allen op: werk samen met Israël, omhels Israël, droom met Israël. Droom van de toekomst die we samen kunnen bouwen, een toekomst van adembenemende vooruitgang, een toekomst van veiligheid, welvaart en vrede, een toekomst van hoop voor de hele mensheid, een toekomst waarin zelfs bij de VN, ook in deze zaal, Israël tenslotte, onvermijdelijk, zijn rechtmatige plaats onder de naties zal innemen.

Dank u, 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Israël en de Kerk

 

 

 

 

‘Invloed van Augustinus’ theologie ten opzichte van Israël’ 

 

 

 

 

Inleiding

Weinigen van de vroege kerkvaders hebben meer invloed gehad in het denken van de Kerk dan Augustinus van Hippo (354-430 n.Chr.). Zijn invloed is nog terug te vinden en aanwezig in de theologie van de Katholieke aen vele Protestantse kerken. In 386 n.Chr. bekeerde hij zich tot het christendom en werd met Pasen in 387 door Ambrosius, de bisschop van Milaan, gedoopt.

Augustinus was een uitermate productief schrijver. In ‘De civitate Dei’ (De stad Gods), zijn meest bekende werk, verdedigt hij tegenover geletterde heidenen het christendom als de ware godsdienst en geeft hij zijn ideeën over de sociale en maatschappelijke orde weer.

Augustinus heeft in het bijzonder twee leerstukken ontwikkeld die de aandacht trekken: de leer van de genade en de leer van de Kerk. We laten het eerste voor wat het is en houden ons met het laatste, de leer van de Kerk omdat we de verhouding tussen Israël en de Kerk willen onderzoeken.  Om het denken van Augustinus goed te begrijpen en moeten we eerst terug in de geschiedenis en wel naar de grote ommekeer van Staat en Kerk vanwege de ‘bekering’ van Constantijn de Grote tot het Christendom in het jaar 312 n.Chr.

Korte geschiedenis

Voordat Constantijn aan de macht kwam en zich tot het Christendom bekeerde was de Kerk door een lange periode van grote vervolgingen gegaan. De vervolgingen onder de beruchte keizer Nero en de brand van Rome in 64 n.Chr. zijn alom bekend en beschreven. Maximinus (ca. 250-310) was de laatste in de rij van vele keizers van het Romeinse rijk die de Christelijke kerk vervolgde. Groot was dan ook de vreugde toen er voor de Christenen betere tijden aanbraken met de komst van Constantijn de Grote. Eusebius van Caesarea, de kerk-historicus die ook Constantijn heeft gedoopt in 337, putte zich dan ook uit in lofbetuigingen aan God en keizer Constantijn in zijn tiende boek van zijn Kerkgeschiedenis. Begrijpelijk na zoveel jaren van vervolging, maar hij sloeg daarin door naar de andere kant en zag in Constantijn degene die het ’Christus-rijk’  grondvestte en daarmee de Kerk aan de Staat koppelde. Hij zag de staat als een door God ingesteld instituut dat de taak had de wereld op de komst van Christus voor te bereiden.

Deze Unie tussen Kerk en Staat kwam heel goed tot uitdrukking bij het concilie van Nicea in 325 waar het Arianisme werd afgezworen en daarmee de Drieëenheid van God en de Godheid van Christus werd beklemtoond. Het was een goede keuze maar uit de manier waarop deze beslissing tot stand is gekomen blijkt duidelijk de macht van de keizer (Staat).

Met deze grote ommekeer, ontwikkelde zich de gedachte dat het Koninkrijk van Christus op aarde was aangebroken, waarin Hij regeert door zijn heilige algemene (katholieke) Kerk. Vanaf Constantijn wordt de term ‘katholieke kerk’ synoniem met het Romeinse Rijk; de katholieke kerk is dan de staatskerk. Vandaar dan ook dat geleidelijk de naam veranderde in Rooms-Katholiek.

De basis voor de gedachte dat het rijk van Christus was aangebroken lag niet alleen in het feit dat er door Constantijn vrede en geloofsvrijheid was aangebroken, maar deze had ook een theologische basis, daarover later meer.

Een mooie gedachte, ware het niet dat het West-Romeinse rijk in verval geraakte (de stad Rome viel in 410 door Alarik) en in 476 feitelijk ophield te bestaan. Daarmee stortte tevens het hele theologische en kerkelijke denkkader in dat had geleerd dat het ‘Christusrijk’, dat met Constantijn was aangebroken en zou duren tot de komst van de Christus. In die periode komt Augustinus naar voren en het werd zijn taak om die ineengestorte ‘denkwereld’ weer op te bouwen. In zijn boek ‘De Civitate Dei’ (De stad, of Staat Gods) stelt hij twee steden tegenover elkaar: de stad van de mens en de stad van God. Tegenover de stad Rome, die nu was ingenomen en verwoest, stelde hij de eeuwige stad van God. Die stad was niet het komende hemelse Jeruzalem, maar steeds meer de kerkelijke organisatie van het Katholicisme. Vanuit die gedachte was het dan ook gewenst dat iedereen van die Kerk deel ging uitmaken.

Enkele leerstukken van Augustinus

Maar we wijken af want we willen weten hoe Augustinus denken de relatie van Israël en de Kerk beïnvloed heeft. We keren nog eens terug naar het jaar 312, het jaar dat Constantijn keizer werd en het Christelijk geloof aannam. In het edict van Nicomedia (311), opgesteld door keizer Galerius (250-311) vlak voor zijn dood, worden de christenvervolgingen in het Romeinse Rijk beëindigd. Kerken mochten weer worden opgebouwd. In het edict van Milaan van Constantijn en Licinius (februari 313) wordt dit nog versterkt. De christenen krijgen dan volledige geloofsvrijheid. De originele tekst zelf is niet bewaard gebleven, maar Lactantius haalt in zijn boek ‘De mortibus persecutorum’ (De dood van de vervolgers), in hoofdstuk 38 en 45 grote delen van deze originele tekst aan. Onder meer staat erin dat alle bezittingen, gebouwen en grond die de christelijke gemeenschap ontnomen waren, teruggegeven zullen worden. Door deze gunsten kwam het Christendom in de mode en velen stroomden toe en namen het christelijk geloof aan, waardoor zij de gunst van de Staat verwierven en er zelf ook maatschappelijk beter van werden.

In 380 leidde dat onder keizer Theodosius I (346-395) tot de proclamatie van de Staatskerk, waarbij alle onderdanen van het rijk verplicht werden om het katholieke geloof aan te hangen. Iedereen die niet ‘de enige en ware Kerk’ aanhing werd tot ketter verklaard. Hij bepleitte zelfs een afgedwongen belijdenis als het geloof dat de ziel behoudt.

Tot zover een kort overzicht van de situatie waarin zich het Romeinse Rijk bevond ten tijde van de kerkvader Augustinus. De leer van de kerk en de sacramenten zoals Augustinus die ontwikkelde en we nu gaan bespreken, vond zijn volle ontplooiing in dit katholieke systeem en tot op vandaag de dag en ook in veel Protestantse kerken. Andere bijdragen aan de theologie waren de genadeleer en de Triniteitsleer. Een aantal punten van zijn theologische erfenis hebben grote invloed gehad op het denken en handelen van de kerk ten opzichte van het volk Israël en deze verdienen onze aandacht.

1. Het caesaropapisme, sacerdotalisme en sacramentalisme.

a) caesaropapisme: In 380 werd door het keizerlijk edict Cunctos populos van Theodosius I het (katholieke) christendom voor het eerst in het Romeinse Rijk vastgelegd als staatsgodsdienst, waardoor de Kerk dienstbaar werd aan de keizer. Hieruit ontwikkelde zich het pausdom en Rome werd daarin het gezagscentrum. (Aan het pausdom gaf Leo de Grote die van 440 tot 461 bisschop van Rome was haar grondslag d.m.v. zijn eigen interpretatie van Mattheüs 16:18-19.) Dit zou bovendien betekenen dat alle andere godsdiensten werden verboden en vervolgd, (nog) met uitzondering van het jodendom waaruit het christendom was ontstaan. In de latere middeleeuwen is daaruit de Investituurstrijd ontstaan dat een machtsstrijd was tussen de Rooms-Duitse keizer en de paus van Rome tijdens de 11e en 12e eeuw. De twistvraag ging steeds over de benoeming van hogere geestelijken (rijksbisschoppen) en de abten en abdissen van rijksabdijen (geestelijke instellingen onder voogdij van de keizer).

b) sacerdotalisme (de bevoegdheid van de priester om namens de Kerk de sacramenten uit te reiken) en het sacramentalisme (behoud en eeuwig leven is niet door geloof, maar door het ontvangen van de sacramenten).

Augustinus is verantwoordelijk geweest voor de leer dat een mens behouden wordt door de sacramenten van een georganiseerde, aardse kerk, toegediend door gewijde priesters. Weliswaar lag de oorsprong hiervan al veel eerder dan bij Augustinus maar hij heeft een officiële leer gemaakt van de gebruiken die al in de praktijk werden gebracht. Bepaalde, aan Augustinus toegeschreven uitspraken bevestigen dit: ‘Een sacrament is de zichtbare vorm van een onzichtbare genade’, ‘De genade Gods aan mensen wordt bediend door de sacramenten. Buiten de kerk kan geen redding bestaan’, ‘God vergeeft de zonden, maar de kerk bepaald de tijden waarop de mens boete kan doen, en buiten de kerk worden geen zonden vergeven’ en ‘Het recht om te dopen bestaat alleen binnen de kerk, en bovenal bij die ambtsdragers die door de kerk zijn gekozen en aangesteld om de sacramenten te bedienen’.

2. Het substitutionalisme.

De vervangingstheologie, ook wel vervangingsleer of substitutietheologie genoemd, behelst dat de geestelijke plaats van het jodendom (Israël) niet alleen is vervuld in, maar zelfs vervangen is door die van het christendom of kerk. Vanuit het boek Daniël is de gedachte ontstaan dat het rijk van Constantijn het vijfde en laatste rijk was. In hoofdstuk 2 en 7 van het boek Daniël worden vier rijken voorgesteld (het Babylonische, de Medo-perzische, het Griekse en het Romeinse) die dan gevolgd gingen worden door het rijk van de Christus. Hoe verleidelijk was dan ook de gedachte dat het rijk van Constantijn dit vijfde en laatste rijk was. Het is dan ook gemakkelijk om in te zien dat van een toekomstig Joods rijk geen sprake meer kon zijn. Alle zegeningen werden op de Kerk toegepast en alle vloeken waren voor het volk Israël.

3. Het chiliasme.

Chiliasme is de leer van het duizendjarig rijk, de verwachting van het toekomstig koninkrijk van God, dat gepaard gaat met de komst van Jezus Christus als Koning. Deze toekomstverwachting moest nu plaatsmaken voor de gedachte dat het koninkrijk nù was aangebroken. De beloften daaromtrent werden vervuld aan de kerk, nu deze machtig en rijk was geworden, en de verwachting van Jezus’ wederkomst werd vaag en verschoof naar een verre toekomst.

Was het prechiliasme (de leer dat de komst van Christus  vóór het millennium plaatsvindt) voor de grote Constantinische ommekeer gewoongoed daarna (mede door het toedoen van de kerkvader Augustinus) raakte deze visie geheel op de achtergrond en werd het vervangen door het achiliasme of amilllennialisme (de leer die een duizendjarig rijk afwijst). Deze visie gaf de basis aan de keizer en de kerk voor een wereldse, aardse macht, dat deel uitmaakte of ging uitmaken van het opkomende pausdom. De paus, als plaatsvervanger (of plaatsbekleder) van Christus regeerde in dat ‘duizendjarig rijk’ en absolute gehoorzaamheid werd geëist.

De gevolgen van Augustinus’ theologie voor het joodse volk. We zouden in het kort, n.a.v. de drie bovenvermelde onderwerpen, volgende conclusies trekken: (1) buiten de (Rooms Katholiek) kerk en zonder toedoen van de bevoegde ambtsdragers is er geen heil. (2) De (Rooms Katholieke) kerk is in plaats van Israël gekomen en er is geen toekomst meer voor het joodse volk. (3) Het beloofde vrederijk van Christus is nú en krijgt zijn vervulling in de (Rooms Katholieke) kerk waardoor er geen sprake meer kan zijn van een toekomstig Vrederijk.

Ook vóór Augustinus waren er al maatregelen tegen de joden genomen. De meeste Romeinse keizers waren de joden (ondanks verschillende afkeurende opmerkingen in de wetgeving) niet werkelijk vijandig gezind, in ieder geval niet zolang de openbare orde niet werd verstoord. Meerdere christelijke keizers beperkten de joodse religieuze godsdienstuitoefening of legden een verbod op voor de nieuwbouw van synagoges. In 315 wordt op straffe van de dood door levend verbrand te worden de joden verboden onder de Christenen aanhangers voor hun geloof te winnen. Op straffe van de dood mogen de joden hun christelijke slaven niet besnijden (Wet van Constantijn van 21 oktober 335). De joden mogen geen christelijke slaven hebben (Wet van Constantius II van 13 augustus 339). Gemengde huwelijken tussen joden en christelijke vrouwen zijn verboden (Wet van Constantius II van 13 augustus 339).

Toch bleef het jodendom na 391-392 de enige toegestane niet-christelijke religie in het Imperium Romanum. Meerdere christelijke keizers bestendigden ook zekere beschermende maatregelen voor joden, die ondanks verwoede pogingen, waren uitgezet. Ten tijde van Julianus de Afvallige (331-363) krijgen de joden weer hun vrijheid en rechten terug. Vooral in de vijfde eeuw, onder het bewind van keizer Theodosius II (401-450) tot en met Justinianus (482-565) werden wetten afgekondigd die alle aanhangers van het jodendom degradeerden tot de status van een volksdeel dat slechts ‘geduld’ wordt en dat buiten de gemeenschap van de overige Romeinse burgers staat en in hun rechten ernstig werd beknot.

Augustinus zal de praktische gevolgen van zijn theologische concepten wel niet gezien en verwacht hebben en te goeder trouw gehandeld hebben. Dit geldt zowel voor zijn leer van het sacerdotalisme (de bevoegdheid van de priester om namens de Kerk de sacramenten uit te reiken) en het sacramentalisme (behoud en eeuwig leven is niet door geloof, maar door het ontvangen van de sacramenten) dat veel ellende met zich mee heeft gebracht, maar ook voor zijn leer omtrent het chiliasme en de vervangingstheologie. Het antisemitisme vond daarin een voedingsbodem die al eerder gelegd was tijdens het concilie van Nicea in 425 waarin men verbood Pasen te vieren op dezelfde datum als het joodse Pascha en beide data werden ontkoppeld.

Zelf ontwikkelde Augustinus een uiterst genuanceerd beeld van de joden. De joden bezitten de verzameling van religieuze boeken die men later in christelijke kringen het Oude Testament is gaan noemen, de christenen hebben daarnaast de boeken van het Nieuwe Testament. In Augustinus' ogen was het Nieuwe Testament de vervulling van het Oude Testament, dat als de belofte kan worden gezien. Jezus Christus is de nieuwe Adam, Maria de nieuwe Eva. Volgens die visie zijn de joden de noodzakelijke wegbereiders van het christendom. Augustinus gaat dan ook vol respect met hen om. Samen met de heidenen vormen ze het fundament van het christendom, dat voortkomt uit joden en heidenen die zijn als twee muren die uit twee verschillende richtingen bij elkaar komen in één hoeksteen, Christus. In verschillende geschriften laat Augustinus zich over de joden uit. Meestal presenteert hij hen als (al te) getrouwe navolgers van de wet: ze nemen alles naar de letter, hoewel naar de Geest volgens Augustinus beter zou zijn. Dat is wat de christenen doen. "De letter doodt, maar de Geest maakt levend", zegt de apostel Paulus. Degenen die naar de letter leven en de (heilige) Geest geen kans geven, houden het oude (de oude mens) in stand en maken geen ruimte voor het nieuwe (de nieuwe mens). Augustinus werkt het "contrast" joden-christenen niet zozeer uit omwille van de verhouding tussen joden en christenen op zichzelf, als wel omdat hij de joden een voorbeeldfunctie wil toekennen. Hij gebruikt de gebondenheid van de joden aan de letter om de positie van verschillende heterodoxe (afwijkende) stromingen onder de aandacht te brengen.

Besluit

Dat de joden van de zijde van de christelijke kerk veel te lijden heeft gehad kan en mag niet ontkend worden. De joodse historicus Heinrich Graetz omschrijft het met deze woorden: ‘Het brute wapengeweld waarmee het heidense Rome het Christendom had bevochten, was niet in staat geweest zij  triomfantelijke opmars te stuiten. Wie kan in de verbazingwekkende gebeurtenis dat een joods kind uit Nazareth tronen en rijken aan zich kon onderwerpen, het feit miskennen dat het, historisch gezien, een noodzakelijke ontwikkeling was de oude, afgeleefde wereld ten grave te dragen en een nieuwe te laten verrijzen? Het Jodendom zou zich over deze triomf van de geest over de met de wapenen rammelende gewelddadigheid hebben kunnen verheugen, wanneer het triomfantelijke Christendom de zachtheid van zijn stichter had nagevolgd!’

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

De terzijdestelling van Israël

 

 

 

 

I. Inleiding

Een van de thema’s die de eeuwen door in de christenheid voor veel verdeeldheid en verwarring hebben gezorgd, is de discussie over het volk Israël. Die verdeeldheid komt vooral tot uitdrukking bij de vraag welke positie het volk Israël vandaag inneemt en of het volk nog een toekomstige betekenis zal hebben in het handelen van God met deze wereld. Ik ben mij ervan bewust dat dit artikel aan die verdeeldheid geen einde zal maken, maar hoop dat het voor de geïnteresseerde lezer de moeite waard zal zijn om er kennis van te nemen.

II. Het ontstaan van Israël

Na de zondvloed en de torenbouw van Babel neemt God een wending in zijn handelen met deze wereld. Dat verschil in handelen kunnen we opmerken in de roeping van Abraham uit Ur der Chaldeeën. Het oordeel over Babel is de spraakverwarring, geen nieuwe zondvloed, zoals beloofd aan Noach (Gen.9:15). In plaats daarvan roept God een echtpaar uit de volken waarmee hij zijn plan verder gaat uitwerken. De andere volken laat God tot op zekere hoogte aan hun lot over door ze op hun eigen wegen te laten gaan, hoewel Hij zich niet onbetuigd laat door voor zijn schepping te zorgen (Hand.14:16; 17:30). Hij heeft hen ‘overgegeven’, zoals de brief aan de Romeinen het zegt (Rom.1:24,26,28). We komen dan ook uit de Bijbel niets te weten over diverse antieke volken zoals bijvoorbeeld de Azteken of Inca’s, dan alleen over die volken die in een relatie met het volk Israël staan.

Abraham is de stamvader van het volk Israël en na hem Isaak en Jakob. Hoe het volk onder leiding van Mozes in het beloofde land is gekomen en zijn geschiedenis daarna, mag als bekend worden verondersteld. Na de eerste ballingschap, waar ze in geraakten vanwege hun zonden, keerde een klein overblijfsel onder leiding van Ezra en Nehemia terug naar het land (2 Kron. 36:15-21; Ezra; Neh.). De nadruk in dit artikel ligt op de afwijzing door het volk Israël van de Heer Jezus als hun Messias en hun terzijdestelling, en daar willen we ons mee bezighouden.

III. De terzijdestelling van Israël

Met de terzijdestelling van Israël bedoelen we niet het zogenaamde substitutionalisme of vervangingstheologie, de leer die zegt dat de Kerk het ‘geestelijk Israël’ is en daarmee in Gods heilswegen de plaats van Israël heeft ingenomen. Of met andere woorden: de vervloekingen worden aan Israël overgelaten, de zegeningen zijn bestemd voor de kerk. We moeten ver in de kerkgeschiedenis teruggaan om te weten te komen hoe die visie is ontstaan. Dat was door de theologie van de kerkvader Augustinus (354-430 n.Chr.). Hij zag in het Romeinse Rijk van Constantijn de Grote het beloofde Messiaanse vrederijk. In Daniël 2 wordt het laatste van de daar genoemde rijken, het Romeinse Rijk, toch opgevolgd door het rijk van Christus, dus wat is meer voor de hand liggend dan het rijk van Constantijn als zodanig te (h)erkennen? Deze visie impliceert de gedachte dat er voor Israël geen plaats meer is in het heden noch in de toekomst. We vinden dit uitgewerkt in het geschrift van Augustinus ‘De stad Gods’. Tot op vandaag de dag bepaalt dit de theologie van de rooms- katholieke en veel protestantse kerken.

Een andere leer die een goed zicht op de bijbelse positie van Israël verhindert, is de gedachte dat de kerk bij Israël is ingelijfd of zelfs deel van Israël uitmaakt. We laten dat voor wat het is en verwijzen naar 1 Korintiërs 10:32, dat ons leert dat er na het ontstaan van de Gemeente in Handelingen 2 drie verschillende groepen zijn: ‘Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods aanstoot’ (Gal.3:28; Kol.3:11). De Gemeente wordt gevormd door gelovigen uit de Joden en Grieken en is geen ‘geestelijk Israël’ of ‘kerk uit de heidenen ingelijfd bij Israël’, maar iets geheel nieuws (Mat.16:18).

De gedachte aan een toekomstig nieuw volk, de Gemeente, vinden we al terug in de gelijkenis van de onrechtvaardige landlieden. We zien daar dat de wijngaard afgenomen wordt van hen die de zoon gedood hebben, en gegeven ‘aan een volk dat de vruchten ervan opbrengt’, of de ‘anderen’ (Mat.21:33-44; vgl. Mark.12:1-12; Luk. 20:9-8). Als we aannemen dat dit de Gemeente is, dan impliceert het de terzijdestelling van Israël. In de gelijkenis van de verontschuldigingen (Luk.14:15-24) zien we hetzelfde gebeuren: ook daar willen de genodigden niet komen en worden de inwoners in de ‘stad’ (de gelovigen uit Israël) en zij die op de ‘wegen’ zijn (zij die uit de volken zijn) uitgenodigd. De kwestie van de terzijdestelling van Israël wordt niet alleen in voornoemde gelijkenissen onderwezen, maar ook in Romeinen 9-10, waar de apostel Paulus er uitvoerig op ingaat.

In de gelijkenis van het bruiloftsmaal in Mattheüs 22:1-14 zien we daar nog aanwijzingen voor de terzijdestelling van Israël. We lezen daar over burgers van de stad die de uitnodiging om te komen op de bruiloft van de ‘koningszoon’ afwijzen (ze wilden niet komen) en die slaven van de koning, en ook de andere slaven die later kwamen, doden. Het vervolg en de reactie van de koning lezen we in vers 7: ‘De koning werd toornig; en hij zond zijn legers en bracht die moordenaars om en stak hun stad in brand’. Dát is het oordeel over Jeruzalem; geen steen zou op de andere worden gelaten omdat het de boodschap van het heil verworpen had. Flavius Josephus, de joodse geschiedschrijver, bericht uitvoerig over deze gebeurtenis in zijn ‘De Joodse oorlogen’. Ook in de gelijkenis van de ponden vinden we hetzelfde einde aangekondigd: ‘Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, breng ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af’ (Luk.19:27). In Johannes 19:15 lezen we dat Pilatus vraagt: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ waarop de overpriesters antwoorden: ‘Wij hebben geen koning dan de keizer’.

Zoals gezegd, het oordeel over Jeruzalem was aangekondigd en wordt door de Heer Jezus in Lucas 19:43-44 voorzegd: ‘Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen en u zullen omsingelen en u van alle zijden benauwen; en zij zullen u met de grond gelijkmaken met uw kinderen in u; en zij zullen in u geen steen op de andere laten, aangezien u de tijd waarin naar u werd omgezien niet hebt erkend.’ De Heer Jezus, die over de stad Jeruzalem geweend heeft (Luk.19:41), moest met veel verdriet in zijn hart daarom wel de volgende conclusie trekken: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens bijeenverzamelt onder haar vleugels, en gij hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt aan u woest overgelaten’ (Mat. 23:37-38). We zien hier ten eerste dat het volk terzijdegesteld zou worden en ten tweede dat ‘uw huis’ (de tempel van de Joden) woest gelaten zou worden, maar ook dat het volk aanwezig zou zijn wanneer de Messias zou terugkomen en opnieuw zijn intocht in Jeruzalem zou houden.

Het volk heeft de tijd dat naar hen werd omgezien niet opgemerkt én ze hebben niet gewild (Luk.19:44; Mat.23:37), daarom moest het oordeel wel komen. In de dagen van de Romeinse bevelvoerder Titus is het oordeel voltrokken in het jaar 70 n.Chr. Lukas, de evangelist, beschrijft het met de volgende woorden: ‘Wanneer u nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan dat zijn verwoesting nabij gekomen is. Laten dan die in Judéa zijn, vluchten naar de bergen; en zij die in het midden van Jeruzalem zijn, er uittrekken, en die in de landstreken zijn, er niet binnengaan. Want dit zijn dagen van wraak, opdat alles wat geschreven staat, vervuld wordt. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen; want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk. En zij zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door de volken worden vertrapt, totdat de tijden van de volken zijn vervuld’ (Luk.21:20-24). Gelukkig is er een ‘totdat’ en daarover gaat het volgende onderdeel.

IV. De aanneming van Israël

Zoals al gezegd we spreken van de terzijdestelling en niet van verwerping van Israël, omdat anders de gedachte zou kunnen postvatten dat het met Israël definitief gedaan zou zijn en dat er geen herstel en toekomst voor het volk meer in het verschiet ligt. Toch wordt het woord wel door de apostel gebruikt in Romeinen 11:15. Maar zoals gezegd er is een ‘totdat’! God heeft het volk (tijdelijk) terzijdegesteld om het straks weer aan te nemen, want ‘wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?’ (vs.15). Vergelijk eens Hosea 1:9-10, waar we deze zelfde gedachte van terzijdestelling en (weder)aanneming vinden: ‘Toen zeide Hij: Noem hem Lo-Ammi, want gij zijt mijn volk niet en Ik zal de uwe niet zijn. Maar gelijk daarop volgend: ‘Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet – zullen zij genoemd worden kinderen van de levende God.’ ‘God heeft zijn volk niet verstoten’, want ‘de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk’ (Rom.11:29). Maar: ‘Vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de HERE en tot zijn heil – in de dagen der toekomst’ (Hos.3:4). Er is geen herstel denkbaar zonder bekering, en daarvan is momenteel nog geen sprake. Wel zien we daarvan misschien een begin in die Joden die zich in deze tijd tot de Heer Jezus hebben bekeerd. Tijdens een verblijf in Tiberias een paar jaar geleden sprak ik een vertegenwoordiger van de Messias-belijdende joden die mij vertelde dat er naar schatting een tienduizend leden waren in Israël. Een hoopvol begin!

We hebben bewust van ‘terzijdestelling’ gesproken en niet van verwerping, want de gedachte dat Israël voor altijd verworpen is kan niet gestaafd worden door de Bijbel. De uitverkiezing en de beloften gedaan aan Abraham zijn onvoorwaardelijk (Gen.12, 15 en 22). Die uitverkiezing, verbond en beloften waren natuurlijk geen vrijbrief voor Israël om er maar een potje van te maken! In de twee ballingschappen zien we dat God het volk serieus neemt in zijn verantwoordelijkheid om een heilig volk te zijn en te wandelen overeenkomstig zijn roeping. En geldt dat ook niet voor ons (Fil.2:12)? En dat is de moeilijkheid: aan de ene kant de onvoorwaardelijke verkiezing en aan de andere kant de verantwoordelijkheid om naar God te luisteren. Meerdere teksten in het Oude Testament wijzen daarop, bijvoorbeeld in Exodus 19:5: ‘Indien gij aandachtig naar mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn.’ In het uiteindelijke plan van God heeft het volk Israël een plaats in de (nabije) toekomst, maar dat herstel vereist berouw en bekering!

Over dat herstel en die bekering spreekt de profeet Ezechiël duidelijke taal: ‘De hand des HEREN kwam op mij, en de HERE voerde mij in de geest naar buiten en zette mij neer in een dal; dat was vol beenderen. Hij deed mij daar aan alle kanten omheen lopen en zie, zij lagen in grote menigte door het dal verspreid, en zie, zij waren zeer dor. En Hij zeide tot mij: Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven? En ik zeide: Here HERE, Gij weet het. Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen en zeg tot hen: gij dorre beenderen, hoort het woord des HEREN. Zo spreekt de Here HERE tot deze beenderen: Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; Ik zal spieren op u leggen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft; en gij zult weten, dat Ik de HERE ben. Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen zoals zij bij elkander behoorden; ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen; maar geest was er nog niet in hen. Daarop zeide Hij tot mij: Profeteer tot de geest, profeteer, mensenkind, en zeg tot de geest: zo zegt de Here HERE: kom van de vier windstreken, o geest, en blaas in deze gedoden, zodat zij herleven. Toen profeteerde ik, zoals Hij mij bevolen had; en de geest kwam in hen en zij herleefden en gingen op hun voeten staan, een geweldig groot leger. Voorts zeide Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen zijn het gehele huis Israëls. Zie, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen; het is met ons gedaan. Daarom profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk, en u brengen naar het land Israëls. En gij zult weten, dat Ik de HERE ben, wanneer Ik uw graven open en u uit uw graven doe opkomen, o mijn volk. Ik zal mijn Geest in u geven, zodat gij herleeft en Ik zal u doen wonen in uw land; en gij zult weten, dat Ik, de HERE, het gesproken en gedaan heb, luidt het woord des HEREN.’ (Ez.37:1-14).

‘Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de HERE en tot zijn heil – in de dagen der toekomst.’ (Hos.3:5)

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

‘Jeruzalem, zie uw Koning komt tot u’

 

 

 

 

Inleiding.

Wie ooit in de gelegenheid is geweest een bezoek te brengen aan Israël, zal zeker de stad Jeruzalem bezocht hebben. Vanaf de Olijfberg heb je een onvergetelijk uitzicht! Jeruzalem wordt vaak aangeduid als ‘de heilige stad‘ en zo staat het ook vermeld in het evangelie naar Mattheüs en in het boek Openbaring. (Mat.4:5; 27:53; Op.11:2; 21:2,10; 22:19). Men denkt dat het voorzetsel ‘heilige’ gebruikt wordt vanwege de tempel die daar door Salomo gebouwd is. Maar ‘heilig’ kan ook de betekenis hebben van ‘afgezonderd’ en dat is Jeruzalem ook; het is ‘afgezonderd’ van alle steden op deze planeet omdat de Here het verkozen heeft. ‘Want de HERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd’ (Ps132:13). Voor wie kennis heeft van het profetisch Woord gaat de interesse voor Jeruzalem natuurlijk verder dan slechts een bezoek. Jeruzalem is een stad die niet alleen bekend is vanwege haar geschiedenis, maar ook om haar betekenis vandaag de dag voor de drie grote monotheïstische godsdiensten, jodendom, christendom en islam. Maar de betekenis van Jeruzalem is niet alleen belangrijk voor het verleden en het heden, maar ook voor de toekomst, zoals we zullen zien.

Jeruzalem in het Oude Testament

De eerste niet-Bijbelse bronnen die de naam Jeruzalem vermelden, zijn te vinden in de kleitabletten  van het archief van Ebla, zo rond 2250 v.Chr. Ebla was een oude stad in het noordwesten van Syrië, ongeveer 55 km ten zuidwesten van Aleppo. Een andere vermelding van Jeruzalem vinden we in de zgn. Amarna-brieven. Amarna is de naam van de nieuwe hoofdstad die de Egyptische farao Amenhotep IV of Echnaton liet bouwen op de oostelijke oever van de rivier de Nijl. Tot de belangrijkste archeologische vondsten afkomstig uit Amarna behoren de zogenaamde Amarna-brieven, rond 1400 v.Chr. op kleitabletten geschreven in spijkerschrift, die gegevens bevatten over diplomatieke betrekkingen tussen het toenmalige Egypte en naburige rijken, waaronder ook Israël.

In de Bijbel vinden we waarschijnlijk de eerste vermelding van Jeruzalem in het boek Genesis. We lezen daar dat ‘Melchisedek, de koning van Salem’, Abraham tegemoet kwam met brood en wijn (Gen.14:18; vgl. Heb.7:1,2). Jeruzalem wordt in het Oude Testament met verschillende namen aangeduid, onder andere: Salem, Jebus, Moria en Sion. Wat later in Genesis lezen we van het offer van Abram: ‘Hierna gebeurde het, dat God Abraham op de proef stelde. Hij zeide tot hem: Abraham, en deze zeide: Hier ben ik. En Hij zeide: Neem toch uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Isaak, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op een der bergen, die Ik u noemen zal’ (Gen.22:1-2). Waarschijnlijk begon Salomo op die berg met de bouw van de tempel, waar de HERE aan zijn vader David verschenen was, op de dorsvloer die David had gekocht van de Jebusiet Ornan (2Kron.3:1; 1 Kron.21:22).

Jeruzalem in het Nieuwe Testament

Ook in het Nieuwe Testament neemt Jeruzalem een dominante plaats in. Het was (en is weer) het geestelijk centrum van de Joden, en het was de stad waar de Heer Jezus is gekruisigd. We lezen dat de Heer Jezus ‘zijn gezicht vastbesloten wendde om naar Jeruzalem te gaan’ (Luk.9:51; Jes.50:7). Daarmee zitten we al meteen met een theologisch vraagstuk want, was de Heer Jezus gekomen om koning van Israël te worden, of was Hij gekomen om te sterven voor de zonden van de wereld? Ik geloof, beide maar dan wel in die volgorde dat het laatste een gevolg van het eerste is, de verwerping van de Heer Jezus door de Joden, vooraf aan zijn offer voor de zonden. Wanneer we over die verwerping spreken moeten we wel onderscheid maken tussen het gewone volk en de geestelijke leiders. Wanneer de Heer Jezus de menigten toesprak, hing het volk aan zijn lippen (Luk.19:48). Maar de overpriesters zetten de menigten op, zodat Pilatus Barabbas moest loslaten in plaats van Jezus (Mark.15:11). In het Evangelie naar Mattheüs zien wij bij uitstek de Heer Jezus als de ‘koning der Joden’ (Mat.2:2) die op weg was naar Jeruzalem, ‘de stad van de grote koning’ (Mat.5:35). Maar al vrij vroeg in het evangelie wordt de verwerping van de Heer Jezus als komende Koning duidelijk, ook omdat Johannes de Doper niet geloofd werd. ‘En al het volk dat dit hoorde en de tollenaars rechtvaardigden God, daar zij waren gedoopt met de doop van Johannes; de farizeeën en de wetgeleerden echter hebben de raad van God voor zichzelf terzijde gesteld, daar zij niet door hem waren gedoopt’ (Luk.7:30v.). De evangelist Johannes zegt: ‘Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen’ (Joh.1:11). Deze vroege verwerping resulteerde uiteindelijk in de kruisiging van de Heer Jezus. Op de vraag van Pilatus: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ (Joh.19:15) antwoordden de overpriesters: ‘Wij hebben geen koning dan de keizer’ (Joh.19:16). In de brief aan de gelovigen te Rome schrijft de apostel Paulus: ‘Door hun (Israëls) overtreding is de behoudenis tot de volken gekomen, om hun jaloersheid op te wekken’ (Rom.11:11). Dit wordt mooi geïllustreerd in het leven van Jozef en Mozes. Immers, beiden werden zij bij hun eerste komst verworpen, Jozef (Hand.7:13) door zijn broers en Mozes door het volk. Maar bij hun tweede komst werden ze wel aanvaard. Dat is gebeurd en zal ook gebeuren met de Heer Jezus; Hij is verworpen maar bij zijn tweede komst zal Hij door het volk Israël aanvaard worden. ‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens bijeenverzamelt onder haar vleugels, en u hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt aan u (woest) overgelaten. Want Ik zeg u: u zult Mij van nu aan geenszins meer zien, totdat u zegt: ‘Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’ (Mat.23:37-39).

Wat moet het voor de Heer Jezus betekend hebben om naar Jeruzalem te gaan, want Jeruzalem was de stad die de profeten doodde, en stenigde wie tot hen gezonden waren’ (Mat.23:37). Geen prettig vooruitzicht! Drie keer had de Heer Jezus daarvan getuigd dat Hij naar Jeruzalem zou gaan om te lijden en te sterven. ‘Van toen af begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden vanwege de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en op de derde dag worden opgewekt’ (Mat.16:21; 17:22-23; 20:17-19). Het was zeker geen blijde intocht, die wacht nog maar het was wel een noodzakelijkheid, want zonder bloedstorting is er geen vergeving. ‘Moest de Christus dit niet lijden, en (zo) in zijn heerlijkheid binnengaan?’ (Luk.24:26).

Jeruzalem in de eindtijd

Zijn de ‘tijden van de volken’ (Luk.21:24)  met het uitroepen van de staat Israël door David Ben Gurion in het museum van Tel Aviv in de nacht van 14 op 15  mei 1948 vervuld? Het is inderdaad zo dat sinds de oprichting van de staat Israël de stad niet meer door de volkeren vertreden wordt. Maar ik geloof dat de tijden van de volken verbonden zijn met de tijd dat God de regering van deze aarde in handen van de volkeren heeft gelegd (Dan.2:37) en dat ze daarom duren tot aan de komst van de Messias. De meningen daarover zijn verdeeld.

Nadat de stad Jeruzalem en de tempel door Titus in het jaar 70 n.Chr. zijn verwoest, is de grote diaspora van de Joden begonnen. Deze verwoesting en wegvoering is door de Heer Jezus voorzegd: ‘Wanneer u nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan dat haar verwoesting nabij gekomen is’ (Luk.21:20, 6), en ‘zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden’ (Luk.21:24). Dit sluit geheel aan bij de voorzeggingen vermeld in het Oude Testament: ‘Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de Here, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de Here en tot zijn heil – in de dagen der toekomst’ (Hos.3:4,5). Tot die tijd is het Lo-Ammi, niet mijn volk’ (Hos.1:9).

Maar, zoals gezegd er is weer een staat Israël en er keren veel Joden uit de diaspora terug naar het land hunner vaderen, maar het is een terugkeer in ongeloof. Sinds de oorlog van 1967 maakt ook het oostelijke deel van de stad weer deel uit van Jeruzalem. Maar dat wil niet zeggen dat haar lijdenstijd volbracht is (Jes.40:2), want er zullen nog moeilijke tijden volgen. ‘Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden’ (Zach.12:2). Vlak voor de komst van de Heer Jezus op de Olijfberg zal ‘er een dag komen voor de HERE, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden. Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden’ (Zach.14:1-2).

Jeruzalem in het Vrederijk

Wanneer de apostel Paulus in zijn betoog in de brief aan de Romeinen stelt dat door de val van het volk Israël het heil tot de heidenen is gekomen, dan ziet hij als het ware in de verte al de toekomstige heerlijkheid van Israël. Betekent nu hun val rijkdom voor de wereld en hun tekort rijkdom voor de heidenen, zo stelt Paulus, hoeveel te meer hun volheid (Rom.11:11-12)! God heeft het volk Israël niet afgeschreven, want als de Grote Verdrukking achter de rug is met al haar verschrikkingen, zal de Zoon des mensen komen in zijn heerlijkheid (Mat.25:31), en zal er een ongekende periode van vrede en voorspoed aanbreken voor Israël en ook voor de wereld. ‘Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk’ (Jes.9:6). Over deze periode licht het Oude Testament ons uitvoerig in, te veel om hier te behandelen, maar een aantal dingen mag niet onvermeld blijven.

Ten eerste de intocht van de Koning! ‘Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong. Dan zal Ik de wagens uit Efraïm en de paarden uit Jeruzalem tenietdoen, ook de strijdboog wordt tenietgedaan; en hij zal de volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde’ (Zach.9:9-10). ‘Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten’ en ‘de HERE zal koning worden over de gehele aarde’ (Zach.14:8-9).

Jesaja zegt: ‘Uw ogen zullen de Koning in zijn schoonheid aanschouwen; zij zullen een wijd uitgestrekt land zien’ (Jes.33:16).

Ten tweede de terugkeer van de verstrooiden (de tien stammen) naar het land Israël. ‘De vrijgekochten des HEREN zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer en zuchten zullen wegvlieden’ (Jes.35:10). ‘Te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zal Ik voor alle geslachten van Israël tot een God zijn en zullen zij Mij tot een volk zijn. Zo zegt de HERE: Het volk der ontkomenen aan het zwaard vond genade in de woestijn, Israël, op weg naar zijn rust’ (Jer.31:1-2).

Vervolgens zal de tempel herbouwd worden en de terugkeer van de heerlijkheid van God (Ez.43:1-9). ‘De toekomstige heerlijkheid van dit huis zal groter zijn dan de vorige, zegt de HERE der heerscharen; op deze plaats zal Ik heil geven, luidt het woord van de HERE der heerscharen’ (Hag.2:10).

We zouden nog meer zaken kunnen vermelden maar ik wil het hierbij laten en afsluiten met de woorden van de apostel Paulus, die heeft geschreven: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’ (1Kor.2:9).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX