Voor u gelezen

 

 

In deze rubriek zal aandacht gevraagd worden voor nieuw verschenen boeken en recensies daarop die voor de bezoekers van mijn website nuttig en/of interessant kunnen zijn.

 

 

 

1. Wij haten lekaar meer dan de Joden - Els an Diggele

2. En de aarde bracht voort - Gijsbert van den Brink

3.. Recensie: En de aarde bracht voort

4. Adam waar ben je? - W.J. Ouweneel

5. Nawoord: Adam waar ben je?

6. Oorspronkelijk - M.J. Paul

7. Recensie: Oorspronkelijk

8. The Quest for the Historical Adam - W. VanDoodewaard

9. Recensie: The Quest for the Historical Adam

 XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

49 argumenten tégen preterisme

 

De Bijbel bestaat voor grofweg een derde uit profetie. Wat moeten we daarmee? Één manier om hiermee om te gaan, is wat we preterisme noemen. Deze leer gaat ervan uit dat bijna alle profetie uit de Bijbel vóór het jaar 70 AD vervuld is. Maar is dit wel een juiste veronderstelling? Hoewel Unravelations recentelijk al een uitgebreide weerlegging van de doctrine van preterisme online zette, zijn er enkele nieuwe inzichten die ik graag met u wil delen middels dit nieuwe e-book. Waarom het zo belangrijk is om uw visie op profetie en de eindtijd juist te hebben? Omdat de hermeneutiek van de preteristen niet consequent is. Men past die aan naar de eigen vooronderstellingen en vergeestelijkt passages die niet in hun theologie passen. Dat is een hellend vlak en kan uiteindelijk leiden tot een totaal ander evangelie. We zullen de Bijbel zo letterlijk mogelijk moeten nemen. In dit boek zullen we onder andere stil staan bij wat het zogenaamde 'koninkrijk' nu precies is en natuurlijk wat het níet is. Daarnaast kijken we naar wat de eerste kerkvaders over preterisme dachten.

Dit e-book wordt begin 2019 verwacht en is gratis te downloaden.

Reeds gratis te downloaden zijn de volgende titels:

49 redenen voor de opname vóór de grote verdrukking

49 profetiën die de afgelopen eeuw vervuld werden

Bron: https://unravelations.weebly.com/49-argumenten.html

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

We haten elkaar meer dan de Joden

 

Tweedracht in de Palestijnse maatschappij

Auteur: Els van Diggele
 
ISBN 978 90 253 07141

 

 

 

Samenvatting

Dit boek gaat over verdeeldheid tussen Palestijnen onderling en niet over Israël en de bezetting van de Palestijnse gebieden. Het handelt over een vraag die doorgaans niet gesteld wordt: waarom zijn Palestijnen soms banger voor elkaar dan voor de Israëliërs?

De broederstrijd, een constante in de Palestijnse geschiedenis, blijft verborgen achter de schermen van de wereldpolitiek, terwijl de gewone Palestijn er dagelijks schade van ondervindt. Rechtvaardigt de inmiddels vijftig jaar durende bezetting het negeren van dit drama?

Tien jaar na de burgeroorlog tussen Hamas en Fatah lijkt een Palestijnse onafhankelijke staat een gepasseerd station en stevenen de Palestijnen af op hun eigen tweestatenoplossing. Is dat het lot van een volk dat zich kan verheugen in een obsessieve media-aandacht en in de hoogste ngo-dichtheid ter wereld?

Els van Diggele bezoekt dissidenten en andere goed geïnformeerde onafhankelijke Palestijnen: mensen met lef, die vrijuit spreken. Ze woonde in Ramallah en maakt ons met beurtelings humor en ernst deelgenoot van haar speurtocht in de Palestijnse gebieden, waar niets is wat het lijkt.
 
Els van Diggele is historica en jounaliste. We haten elkaar meer dan de Joden is het laatste deel van haar drieluik over onderlinge conflicten bij Israëliërs en Palestijnen. Eerder verscheen het eerste deel; over Joden; Een volk dat alleen woont, en het tweede, over christenen: Heilige ruzies.
 
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXX

 

En de aarde bracht voort

dr. Gijsbert van den Brink

 

 

Uitgever: Boekencentrum
364 pagina's - ISBN: 9789023971535 - juni 2017

 

Samenvatting

Stel dat de standaard-evolutietheorie klopt. Wat betekent dat dan voor het christelijk geloof? Voor mijn geloof? In dit boek onderzoekt dr. Gijsbert van
den Brink de mogelijke gevolgen van acceptatie van de evolutietheorie voor vragen als: Hoe kijken we naar de Bijbel? Hoe zit het met lijden en dood, met Adam en Eva, met de zondeval - en hoe is de mens dan beeld van God? Sluiten bovendien toevallige mutaties de voorzienigheid van God niet uit? Van den Brink wil christenen met dit boek helpen ontdekken of en hoe orthodox geloven en evolutie kunnen samengaan.
 
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXXXX 

Recensie: En de aarde bracht voort

 

 

 

 


           Boekrecensie door Kees Fieggen

Vorig jaar verschenen in Nederland twee belangrijke boeken van theologen over schepping-evolutie. Met name het boek van Gijsbert van den Brink ("En de Aarde bracht voort") heeft heel wat discussie teweeg gebracht, o.a. in het ND en het RD. Er werden ook goed bezochte studie-/discussieavonden belegd, o.a. met Van den Brink en Mart Jan Paul (die "Oorspronkelijk" schreef). Beide auteurs verwijzen naar een ander belangwekkend (studie-)boek dat in 2015 verscheen: "The quest for the historical Adam" van William VanDoodewaard, al maakt v.d. Brink er geen zichtbaar gebruik van...

In dit artikel bespreek ik alleen de boeken van v.d.Brink en VanDoodewaard, in een volgend nummer van Focus wil ik graag ingaan op het (mijns inziens veel betere en grondiger) boek van Paul. Noodzakelijkerwijs moet ik me beperken in deze bespreking.

En de aarde bracht voort
Hoewel prof. v.d. Brink keer op keer stelt dat hij in zijn boek verkent wat de gevolgen zouden zijn voor ons geloof van het accepteren van de evolutietheorie ('stel dat het waar zou zijn'), lijkt zijn hele boek toch gericht te zijn óp die acceptatie. Volgens prof. v.d. Brink kunnen (orthodox) geloof en evolutie best samengaan en hij verdedigt de mogelijkheid dat God Adam en Eva zo'n 45.000 jaar geleden uit een hele groep van mensen heeft uitgekozen. Hij stelt dat de evolutietheorie veel sterkere papieren heeft dan welk alternatief ook. Dit is ook het uitgangspunt van de mensen achter 'Biologos', zoals Denis Alexander (die hij menigmaal citeert), maar daar valt nogal wat op af te dingen. Wie het register van namen doorbladert, ziet al snel welke auteurs hij vooral heeft geraadpleegd: daar horen moderne creationisten niet bij.

Conflict wetenschap en geloof?
Volgens v.d.Brink schreef hij dit boek ook om mensen voor wie de evolutietheorie boven iedere vorm van twijfel verheven is, de gelegenheid te bieden om christen te worden zonder 'flagrante onwaarheden te hoeven omarmen'. Christen worden is echter niet een intellectuele exercitie: het is een bekering van het hart. Zo heb ik het (als overtuigd evolutionist) ook ervaren: het is een ontmoeting met de Levende Heer en Hij kan ervoor zorgen dat ons hart rust vindt te midden van wetenschappelijke onzekerheden. Volgens prof. v.d. Ent (kinderarts-pulmonoloog) wordt enerzijds wat 'wetenschap' heet enorm overschat en anderzijds Wie God is enorm onderschat.

Het is van groot belang te zien welke beperkingen de natuurwetenschap juist met betrekking tot de oorsprongsvraag heeft. Darwin had voor zijn evolutietheorie wel aanwijzingen, maar die betroffen verwantschap binnen de familie (van zoiets was Linnaeus al overtuigd, net als Von Baer, de Duitse opponent van Darwin). Alle bewijs dat sindsdien voor afstamming door verwantschap is geleverd, gaat precies daarover — maar ontbreekt voor verwantschap tussen families: Panter en Huiskat zijn onderling verwant, maar niet met Wolf en Kameel. Verdergaan dan verwantschap binnen een familie is biologisch gezien nogal gewaagd. Er is geen experimenteel bewijs voor, en aannemelijk mechanisme ontbreekt. Overeenkomsten in het DNA kunnen net zo goed naar een Schepper verwijzen...
De fundamentelere vraag is: kan de wetenschap uitspraken doen over het verleden? Herhaalbare experimenten zijn niet mogelijk en een Schepping door het Woord is bijna per definitie niet te onderzoeken: we kunnen alleen onderzoeken wat we 'in handen hebben'. En we moeten rekenen met de eindigheid en het verduisterde verstand van de mens als we nadenken over wat de wetenschap vermag: alleen daardoor al staat Gods Woord als openbaring boven wat wij uit de natuur van Hem kunnen ontdekken — en dan nog kunnen we Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid met het verstand doorzien (Rom.1:20)!

Een grondig werk
Het boek lijkt een grondig werk - en in zekere zin is dat ook zo: v.d.Brink verkent een heel scala aan gevolgen van de acceptatie van de evolutietheorie. Maar nergens wordt een grondige exegese gegeven van cruciale Schriftplaatsen: hij bespreekt vooral visies van andere theologen. Als hij zegt dat de schrijver van Genesis 1 een "soort opklimmende lijn van planten via kleine en grote dieren naar de mens" lijkt te ontwaren, frons ik mijn exegetische wenkbrauwen: dit is echt inlegkunde. En als hij meldt dat "in Genesis 2 de dieren zelfs ná de mens worden geschapen", dan denk ik: doe je huiswerk beter!

Op meer dan 170 plaatsen heb ik aantekeningen gemaakt of stukken onderstreept, en op een gegeven moment werd ik moe van de tunnelvisie en het selectief winkelen bij theologen als Augustinus en Calvijn. Waar kerkvaders als Augustinus pleiten voor een niet-letterlijke lezing, bedoelen ze iets heel anders dan v.d.Brink: God heeft mogelijk alles in één keer geschapen en past zich aan ons voorstellingsvermogen aan als Hij dat over zes dagen 'uitsmeert'. Calvijn zou steigeren bij het lezen van deze toepassing van zijn accommodatietheorie.

Volgens v.d. Brink ging Darwin nog uit van een Schepper (van het eerste leven) en moeten we het ontstaan van het leven los zien van de 'eigenlijke' evolutietheorie. Verreweg de meeste biologen zijn dat niet met hem eens. Darwin vermeed dit onderwerp, in het openbaar, maar uit persoonlijke brieven en aantekeningen blijkt dat hij een 'moderne', materialistische visie op het ontstaan van het eerste leven uit anorganische materie had, hoewel hij wist van de experimenten van Pasteur (die spontane generatie uitsloten). Darwin sprak in 1871 over een 'warm little pond' waar eiwitten en uiteindelijk levende cellen zouden kunnen worden gevormd. Bij Darwin (en vele 'vaders' van de evolutie-theorie) was er wel degelijk sprake van een in de grond atheïstische levensvisie.

God schiep of ...?
Genesis 1 en 2 spreken van een 'momentane' schepping. Zo spreekt de hele Bijbel: God sprak en het was er (Ps.33:9 en Joh.1:3; vergelijk Mat.8:8 en Mark.4:39). Door het geloof verstaan we dat... (Hebr.11:3). Nergens lijkt in de Schrift de schepping een proces te zijn. Typerend voor de teneur van het boek vind ik het volgende citaat: "Zonder God blijft het evolutionaire proces een ongelooflijk verspillend en doelloos gebeuren. Wil er enige hoop in te ontwaren zijn, dan zal die moeten ontspringen aan het geloof dat de God en Vader van Jezus Christus op de een of andere manier met deze wereld op weg is naar zijn Koninktijk." Krampachtig probeert v.d.Brink in de chaos van evolutie leiding van God te zoeken. Hier vinden we een belangrijk bezwaar tegen theïstische evolutie. Een momentane schepping wordt vervangen door een handelen van God in voorzienigheid - dat wringt met het Bijbelse spreken. Het plaatst God op afstand van zijn scheppingswerk — alsof Hij het proces in gang heeft gezet en later weer eens komt kijken of er mensen zijn met wie Hij een relatie aan kan gaan.

Ons beeld van Gods almacht komt ook onder druk te staan — juist daarover spreekt God in Job 38-42 (tegenover de kleinheid van de mens) en Jesaja 40-48 (tegenover de afgoden). In het NT vinden we de Heer Jezus als degene door Wie alle dingen geschapen zijn (o.a. in Joh.1 en Hebr.1): waar blijft dat getuigenis met deze andere lezing?

Een letterlijke lezing van Genesis 1 en 2 is meer in harmonie met wat de Bijbel ons verder vertelt over Gods bovennatuurlijk handelen: Hij handelt soeverein, o.a. door mensen uit de dood op te wekken. Dat culmineert in de opstanding van Christus en de profetieen over Zijn wederkomst en gezegende regering (waar de wolf met het lam verkeert) en het komende oordeel. Daarbij komt de vraag naar het gezag en de helderheid van de Schrift: die komen bij een alternatieve interpretatie zeker onder druk te staan.

De 'schepping' van de mens
Als het gaat om de mens, hinkt v.d.Brink op twee gedachten. Enerzijds accepteert hij een evolutionaire afstamming, anderzijds moet de mens toch apart en bijzonder blijven. Het bewijs voor verwantschap met de mensapen is flinterdun. In veel boeken lees je nog, dat ons DNA voor (ruim) 98% overeenstemt met dat van de chimpansee, maar dat is allang achterhaald: het is gebaseerd op een heel grove methode (waarbij unieke DNA-sequenties als lussen onzichtbaar blijven). Grondiger onderzoek laat zien dat het verschil minstens 8% is en waarschijnlijk meer. Daarbij heeft de mens zo'n 1400 unieke genen, tientallen unieke regelgenen en staan de verschillen vooral in verband met de hersenen. De verschillen tussen alle mensen onderling beslaan maar 0,2% van ons DNA (waarbij verschillen russen rassen niet meer dan 6% van die 0,2% bedragen).

Ook de verschillen in bouw en gedrag zijn veel groter dan vaak gesteld, terwijl onze taal en cultuur echt uniek zijn. Aan de andere kant vinden we het gebruik van gereedschap niet alleen bij Chimpansees (daar wordt vaak op gewezen), maar o.a. ook bij de zeeotter en de spechtvink. Hier zou veel meer over te zeggen zijn...

Theologisch zijn de problemen levensgroot. Denk aan de uitleg van 1 Kor. 15 (over de eerste en de tweede mens) en Rom.5 (over Adam en Christus) — de ruimte ontbreekt helaas om een en ander uit te spitten. En dan komen nog de vragen rond het spreken van onze Heere Jezus over Adam en het huwelijk, gebaseerd op Genesis 2, en de toepassing daarvan op Christus en zijn bruid. In OT en NT vinden we toch duidelijk dat God de hele mensheid uit één mens heeft gemaakt (zie o.a. Gen.3:20, Hand.17:26 en de geslachtsregisters). Zie verder de bespreking van het boek van VanDoodewaard.

De zondeval en natuurlijke selectie
Door de zondeval doet de dood zijn intrede — in elk geval voor de mens. Maar als de mens 'menselijke' voorouders heeft, stammen Adam en Eva af van mensen waar de dood allang gemeengoed was. Toen Adam en Eva als 'uitverkorenen' van een groep mensen in de zonde vielen, deed de dood 'opnieuw' zijn intrede: ze vielen als het ware terug — volgens v.d. Brink werden ze naar beneden getrokken door de oerdriften die hen aan de dieren gelijk maakten. Wat is het kwaad van de zonde dan anders dan wat van nature al in dieren aanwezig is? Wat is dan de verschrikking van de dood: die was er toch al?

Deze interpretatie Iijkt vooral een poging om wetenschappelijke inzichten in te passen in de Bijbel: de (feilbare) wetenschap wordt op die manier boven de Bijbel gesteld. Het overtuigt Bijbels niet, maar wringt ook wetenschappelijk gezien.

V.d.Brink realiseert zich terdege dat 'survival of the fittest' een theologisch probleem oplevert: "Heeft God niet gezegd dat de hele schepping 'zeer goed' is? En heeft Hij geen speciale zorg voor het zwakke?". Hij besteedt er een heel hoofdstuk aan, maar heeft geen bevredigende oplossing. Het is zoals Kuiper formuleert: 'geen selectie, maar electie'. Het kwaad dat we heden ten dage in de schepping zien, is veroorzaakt door de zonde: hierdoor zucht de hele schepping en ziet reikhalzend uit naar de Grote Verlossing uit de vergankelijkheid (Rom.8:20-22).

Juist de zondeval zoals de Bijbel die leert, geeft ons een goede verklaring voor alles wat we nu in de schepping zien. Oorspronkelijk was alles zeer goed, maar door de zonde kwam de dood binnen en werd het een strijd om het bestaan - bij mens en dier (en andere schepselen). De grote belofte van het Koninkrijk en de Nieuwe Schepping houdt dan ook in dat al deze frustratie voorbij zal zijn. Dat gebeurt niet door een 'geleidelijk steeds beter' (de kerngedachte van de evolutietheorie), maar door een ingrijpen van God - gebaseerd op die Ene Daad van Gerechtigheid op het Kruis!

De zondvloed
Vroeger werden de aardlagen veelal als een getuigenis van de zondvloed gezien. Volgens het evolutiemodel tonen de aardlagen echter evolutiegeschiedenis — inclusief hoge leeftijden. Maar op deze manier ontkennen of bagatelliseren we Gods oordeel over de zonde. Als de toenmalige wereld niet is verzwolgen door water (2 Pettus 3:6), waarom zouden we Petrus geloven als hij spreekt over Gods oordeel in de toekomst? En is dat niet wat de slang ons wil doen geloven (u zult geenszins sterven...)? De ontzagwekkende realiteit van Gods oordeel en de nieuwe schepping zijn beter in harmonie met een letterlijke lezing van de eerste schepping en de zondvloed. Een plaatselijke vloed inlezen in Genesis is daarbij geen oplossing: God wordt dan zeer onbetrouwbaar, omdat Hij duidelijk zegt dat zo'n vloed nooit meer zal plaatsvinden (Gen.9:11) - de regenboog is het teken van het verbond dat God daarover sluit.

V.d.Brink stelt dat een enkele, eenjarige vloed nooit voldoende geërodeerd materiaal kan hebben afgezet om soms kilometers dikke lagen sediment te verklaren. Ook noemt hij de vulkanische afzettingen. Die gedachte miskent de dynamiek van een wereldwijde vloed, die ongetwijfeld samenging met grote vulkanische activiteit (die mogelijk ook mede oorzaak was van een snelle continenten-verschuiving). Wie ziet wat lokale gebeurtenissen als een plaatselijke overstroming en vulkaanuitbarsting al kunnen aanrichten, kan bevroeden wat een wereldwijde gebeurtenis kan aanrichten. Voor de opvatting van geologen als Hutton en Lyell (dat de aardlagen niet het gevolg zijn van catastrofes maar van langzame processes) is juist verrassend weinig bewijs. Nogal wat lagenpakketten moeten juist wel snel zijn gevormd en de laatste decennia zijn catastrofes juist weer populairder geworden in de geologie.

Niet dat we alle natuurwetenschappelijke vragen rond de zondvloed en de (schijnbaar) hoge ouderdom van aardlagen al hebben opgelost! Het siert wetenschappers (en zeker christenen) als ze bescheiden zijn: alle vragen rond oorsprong zijn per definitie niet makkelijk wetenschappelijk te beantwoorden.

Conclusie
V.d.Brink kiest voor verschillende perspectieven: geloof en wetenschap zijn twee perspectieven op dezelfde wereld. De feiten worden geleverd door de wetenschap, het geloof levert de levensbeschouwelijke interpretatie. Weliswaar houdt v.d.Brink nog deels vast aan de historische waarde van het Bijbelse getuigenis, maar in principe zet hij Gods Woord op de tweede plaats: de interpretatie daarvan wordt ondergeschikt gemaakt aan wat de wetenschap ons vertelt.
Gods Woord heeft voor mij echter het primaat boven de wetenschap, die principieel over vragen naar de oorsprong veel minder kan zeggen. "Waar was u toen ik de aarde grondvestte?", zegt Hij tot Job en tot ons. Ik moet teveel van de Bijbel prijsgeven als ik wil lezen zoals Van den Brink. Als bioloog vind ik het ook volstrekt onnodig om de Bijbel anders te lezen dan door christenen de eeuwen door is gedaan. Guido Gezelle zegt het dichterlijk: "mij spreekt de blomme een tale". Als bioloog 'weet' ik meer, maar zeg ik hetzelfde en buig mij neer.

Bron: Focus op de bijbel - 6 mei 2018 - www.focusopdebijbel.org 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

 

 

Adam, waar ben je?

 

 

Samenvatting

Adam, waar ben je? 1e druk is een boek van Willem J. Ouweneel uitgegeven bij Buijten En Schipperheijn B.V., Drukkerij En Uitgeversmaatschappij. ISBN 9789058819741 

Waren Adam en Eva nu de eerste mensen op aarde? Hadden ze gewoon beiden twee ouders of is Adam door God geformeerd uit het stof van de aarde en Eva uit zijn zijde? Waren zij de eerste mensen die zondigden en de eerste mensen die stierven? Was er een zondeval en was de wereld daarna anders dan daarvoor?
Weinig Nederlandse wetenschappers hebben zo bekwaam en indringend evolutionistisch denken weersproken als Willem J. Ouweneel. In de loop van de jaren is over dit onderwerp veel geschreven, ook vanuit christelijk standpunt, en heeft Ouweneels denken over vragen van schepping en evolutie zich ontwikkeld. Maar nog steeds heeft hij grote bezwaren, biologische zowel als theologische, tegen de idee van een algemene evolutie, van amoebe tot mens.
Dit boek gaat over theologische bezwaren. Veel christelijke theologen hebben hun oorspronkelijke bezwaren overboord gezet. Ouweneel betoogt daartegenover in dit boek dat als wij aannemen dat er een menselijke evolutie was, we dan toch onmogelijk de Bijbelse boodschap van Genesis 1-3, van Romeinen 5 en van 1 Korinthiërs 15 kunnen vasthouden.
Het thema van dit boek is niet de evolutieleer op zichzelf. Veeleer gaat het om de vraag of, als wij de menselijke evolutie aannemen, het orthodoxe christendom overeind gehouden kan worden.
Willem J. Ouweneel is een Nederlandse bioloog, filosoof en theoloog. Ouweneel is onder het evangelische/orthodox-protestantse deel van Nederland een bekend publicist en spreker. Hij is meervoudig gepromoveerd, in de biologie, de theologie en de filosofie. Daarnaast heeft hij meer dan 150 populair-wetenschappelijke boeken op zijn naam staan.
 
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Nawoord: Wil de juiste Adam opstaan alsjeblieft?

 

 

 

 

Dankbaar mag ik schrijven dat mijn boek over Adam uit is, mét de vraag die God hem ooit stelde: ‘Waar ben je?’ In het Hebreeuws zijn deze drie woorden slechts één woord: ajjÄ“kah? In de antieke Griekse en Syrische vertalingen is de eigennaam aan deze vraag toegevoegd: ‘Adam, waar ben je?’ De vraag kan letterlijk opgevat worden: ‘Waar heb je jezelf verborgen?’, maar ook figuurlijk: ‘In welke toestand verkeer je?’ Uiteraard waren de antwoorden op beide vragen al aan God bekend. Maar Hij wilde dat de eerste mens zelf met de antwoorden zou komen.

In de titel van mijn boek heeft Gods vraag zowel een figuurlijke als een uitgebreide betekenis: Adam, waar kunnen we je vandaag vinden? Ben je verdwenen in de ‘bosschages’ van mythe, sage en archetype? Ben je verdwenen in een ‘bosschage’ dat zwaar beïnvloed is door het evolutiedenken, waarin je misschien nog wel ‘historisch’ bent, maar waarin je nauwelijks nog lijkt op het bijbelse plaatje? Of ben je nog steeds waar je duizenden jaren geweest bent: in de feitelijke wereld van de echte geschiedenis? Kunnen wij nog steeds vertrouwen wat Mozes, Jezus en Paulus ons over jou verteld hebben, of moeten we vandaag luisteren naar de stemmen van de ‘moderne wetenschap’ om te begrijpen wat zij bedoelden? Ben jij direct geschapen door God, misschien 6.000-10.000 jaar geleden, of ben je het product van miljoenen jaren evolutie?

Wil de juiste Adam opstaan alsjeblieft? Het is een beetje als het oude tv-spelletje: ‘Wie van de drie?’ Je kunt vandaag inderdaad kiezen uit (minstens) drie Adams:

(A) De Adam van de ‘vrijzinnige’ theologen; dat is de Adam die al vóór de opkomst van het moderne evolutionisme ontworpen werd: de mythische Adam, eventueel afgeleid van de oude Soemerische of Babylonische mythologie.

Zou het niet zo kunnen zijn dat Jezus gewoon dezelfde visie op Genesis 1 hanteerde die Joden en christenen eeuwenlang gehanteerd hebben?

(B) De Adam van theologen die, als het om de hoofdpunten van het christelijk geloof gaat, ‘orthodox’ zijn, maar als het om Genesis 1-3 (of 1-11) gaat ‘vrijzinnig’. De meest progressieve leden van deze groep geven eigenlijk al helemaal niet meer om een of andere ‘historische’ Adam of een ‘historische’ zondeval. De meest behoudende leden van deze groep willen nog wel graag vasthouden aan een ‘historische’ Adam of ‘historische’ zondeval, alleen lijken die twee bitter weinig op de historische Adam en de historische zondeval zoals we die uit de Bijbel kennen.

(C) De Adam van orthodoxe theologen die niet alleen vasthouden aan de hoofdpunten van het christelijk geloof, maar ook aan de historiciteit van Genesis 1-3 (of 1-11). Dat begrip ‘historisch’ is nog best lastig; daar besteed ik in mijn boek dan ook een heel hoofdstuk aan. Maar het betekent op z’n minst dat men Genesis 1-11 leest ongeveer zoals Jezus en Paulus dat lazen.

Aanhangers van (A) en (B) citeren Paulus vaak uitvoerig en zetten hem daarbij graag weg als ‘kind van zijn tijd’, die wat de oudste geschiedenis betreft ook niet beter wist. En dat geeft niet, redeneert men, want dat raakt verder helemaal niet de kern van het christelijk geloof. Met andere woorden: je kunt best een aanhanger van (B) zijn en toch ‘orthodox’!

Tja, Paulus kun je misschien op zo’n manier wegzetten, maar Jezus (de Logos door wie God alles geschapen heeft!) niet. Jezus plaatste Adam en Eva aan het ‘begin van de schepping’ (Mark. 10:6). Kennelijk was er voor Jezus geen enorme tijdsspanne tussen Genesis 1:1 (het begin van de wereld) en vers 26-28 (de schepping van Adam en Eva). Het ‘begin van de schepping’ viel min of meer samen met het begin van de menselijke geschiedenis; er waren maar vijf dagen tussenin, geen miljarden jaren. Dit is een bekend argument van jonge-aarde-creationisten, en het is moeilijk de kracht ervan over het hoofd te zien. Het enige tegenargument zou zijn dat wij niet te veel in Jezus’ woorden moeten lezen omdat Hij het hier niet heeft over het thema van oorsprongen als zodanig, maar over het thema van huwelijk en echtscheiding. Toch kunnen we ons afvragen of Jezus ooit iets zomaar terloops zei. Zou het niet zo kunnen zijn dat Jezus gewoon dezelfde visie op Genesis 1 hanteerde die Joden en christenen eeuwenlang gehanteerd hebben? Bedenk: de Logos was erbij toen de wereld geschapen werd.

'Als je de evolutietheorie aanvaardt, kun je dan het orthodoxe christendom overeind houden? Mijn antwoord is nee.'

Jezus sprak ook over Satan en zijn rol bij de val van de eerste mensen; Hij zei tegen zijn opponenten: ‘U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan’ (Joh. 8:44). Satan wordt een moordenaar en een leugenaar genoemd omdat hij met zijn leugens Adam en Eva de geestelijke dood bezorgde (vgl. Gen. 2:17; 3:4). Let in Johannes 8:44 weer op de uitdrukking ‘het begin’: vanaf het begin van de geschiedenis openbaarde Satan zich als een moordenaar en een leugenaar. Met andere woorden: Adams val vond plaats aan het begin van de menselijke geschiedenis, of zelfs aan het begin van de wereldgeschiedenis. Kennelijk was het voor Jezus vanzelfsprekend; er waren geen miljarden jaren tussen Genesis 1 en Genesis 3 – zelfs niet een paar jaar.

Voor alle duidelijkheid: dit is een theologisch boek, niet een natuurwetenschappelijk boek (al ben ik naast theoloog ook bioloog). Mijn punt is niet zozeer of de algemene evolutietheorie aanvaardbaar is of niet (al heb ik mijn ernstige biologische twijfels op dit punt). Mijn punt is dit: als je de evolutietheorie aanvaardt, kun je dan het orthodoxe christendom overeind houden? Mijn antwoord is nee. In het boek gebruik ik zo’n 350 pagina’s om dit degelijk te onderbouwen. Lees maar na!

Bron: CIP

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Oorspronkelijk

Dr. M.J.Paul
 
 
 
 
 
 
Auteur: M.J. Paul
600 pagina's - ISBN: 9789402904956 - september 2017                                         
Dr. M.J. Paul (1955) studeerde theologie in Leiden en is docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij was hervormd predikant- en ziekenhuispredikant en werd in 2002 benoemd tot buitengewoonhoogleraar Oude Testament in Heverlee (België). Van zijn hand verscheen ook de uitgave Geestelijke strijd.

Een revieuw voor u gelezen:

Een gedegen betoog waarmee nog eens wordt onderbouwd dat het Neo-Darwinisme passé is, én dat theïstische evolutionisten zich op een dood spoor bevinden. Alhoewel er nauwelijks nog zichzelf respecterende wetenschappers zijn die hun naam aan macro-evolutie durven verbinden (wanneer dringt die realiteit eindelijk eens door in de maatschappij van alledag?), behoort het tot de seculiere folklore om ID en theïsme in een kwaad daglicht te stellen. Die frustratie is goed te begrijpen: de naturalistische confessie begint steeds holler te klinken naargelang de wetenschappelijke fundering wordt ontmanteld. Van harte aanbevolen!

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Recensie: Oorspronkelijk

 

 

 

 

 

Het tweede boek heet Oorspronkelijk: Overwegingen bij schepping en evolutie (uitg. De Banier, Apeldoorn) en is geschreven door prof. dr. Mart Jan Paul (1955), hoogleraar aan de ETF te Leuven. Hij gaat uit van de volle historiciteit van Genesis 1–3 en wil er niets van weten dat deze hoofdstukken gelezen zouden moeten worden door de bril van de evolutieleer. Tussen twee haakjes: Paul schreef zijn boek niet als reactie op dat van Van den Brink; toen dit laatste uitkwam, lag Pauls boek al bij de drukker. Je zou vandaag de dag misschien kunnen denken dat het creationisme (de beweging die in de bijbelse schepping gelooft en de leer van een algemene evolutie [van amoebe tot mens] afwijst) in Nederland zo langzamerhand dood is. Dat is niet het geval. Op het boek van Van den Brink kwam meteen flink protest van diverse gepromoveerde natuurwetenschappers (Willem Binnenveld, Peter Borger, Herman Bos, Juri van Dam, Hans Degens en Wim de Jong) die Van den Brinks nogal kritiekloze aanvaarding van de evolutieleer gelukkig stevig onder handen namen. Sommige theologen hebben Van den Brinks boek natuurlijk juichend ontvangen, maar anderen hadden er stevige kritiek op. Nu sinds 29 augustus ook het boek van Paul uit is, zal de discussie wel helemaal losbranden.

Laat ik het maar ronduit zeggen: afgezien van wat kleinere punten sta ik grotendeels achter Mart Jan Paul. Ik vind de aanpak van Van den Brink, hoe goed bedoeld ook, desastreus. Ik durf zelfs de stelling aan dat zijn aanpak, ook al wil hij dat absoluut niet, altijd eindigt in de vrijzinnigheid; is het niet bij hem, dan bij zijn volgelingen. Ga maar na: bij Van den Brink zijn Adam en Eva niet de eerste mensen, is Adam niet door God zelf uit stof toebereid, is Eva niet uit de zijde van Adam voortgekomen, maar zijn zij ‘hominiden’, afstammelingen van oermensen. Door Adam is niet de dood in de wereld gekomen, want de dood bestond allang. Je vraagt je af waarom Christus aan het kruis gestorven is om de dood af te schaffen, als de dood niet door de zonde in de wereld is gekomen, maar een natuurlijk verschijnsel is. Je vraagt je ook af in hoeverre we de apostel Paulus verder nog serieus kunnen nemen als hij, als kind van zijn tijd, niet eens wist hoe het nou echt zat met Adam en de zondeval. Het antwoord dat Mart Jan Paul en ikzelf daarop zouden geven, is dat Paulus dat eenvoudig aan het goddelijk geïnspireerde Genesis 1–3 heeft ontleend. (Trouwens, ook Jezus was blijkbaar onwetend ‘kind van zijn tijd’, want ook Hij nam Genesis 1–3 letterlijk!)

Op het moment dat een christen begint te geloven dat Adam een geëvolueerde hominide is, verlies je het bijbelse mensbeeld. In de Bijbel zijn de verschillen tussen dieren en mensen niet gradueel, maar essentieel. Neem alleen al deze vraag: dieren houden bij de dood op te bestaan, maar mensen bestaan na de dood eeuwig voort. Hoe moeten we dat verklaren vanuit de menselijke evolutie? Hoe en wanneer evolueerden dieren tot eeuwigheidswezens? Of was daar stiekem toch weer een ingrijpen van God voor nodig? Lukt dat, zo’n voorstelling van zaken waarin aan de ene kant de Bijbel gelezen wordt door een evolutiebril – en de evolutietheorie heeft God helemaal niet nodig! – en aan de andere kant toch weer bijbelse noties worden ingevlochten? Hier is werkelijk een nieuwe hermeneutiek in het geding: voor het verstaan van de Bijbel is tegenwoordig blijkbaar de “moderne wetenschap” nodig.

Ik weet alle antwoorden die Van den Brink op mijn commentaar zal hebben, want die staan in principe al in zijn boek. Daarom is zo’n column als deze hoogst onvoldoende. Op verzoek van een buitenlandse uitgever ben ik dan ook druk bezig met een omvangrijk Engelstalig werk waarin ik Van den Brink, alsmede zijn Engelstalige geestgenoten (van BioLogos en soortgelijke organisaties), grondig hoop te weerleggen. Dat moet wel, want mijns inziens is hier de kern van het christendom in het geding. Zonder de eerste Adam blijft er – ondanks Van den Brinks uitgebreide redeneringen – ook van de laatste Adam niet veel over. Dat wil Van den Brink niet, maar hij bevindt zich volgens mij wel op het hellende vlak (Hosea 8:7a).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 The Quest for the Historical Adam

Genesis, Hermeneutics, and Human Origins

 

Auteur: William Vandoodewaard

 
Engelstalig - 359 pagina's - 9781601783776 - april 2015   
 
Samenvatting
In 'The Quest for the Historical Adam', William VanDoodewaard recovers and assesses the teaching of those who have gone before us, providing a historical survey of Genesis commentary on human origins from the patristic era to the present. Reacquainting the reader with a long line of theologians, exegetes, and thinkers, VanDoodewaard traces the roots, development, and, at times, disappearance of hermeneutical approaches and exegetical insights relevant to discussions on human origins. This survey not only informs us of how we came to this point in the conversation but also equips us to recognize the significance of the various alternatives on human origins. 
 
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
XXXXXXXXXXXXXXXXXXX     

Aanvullende recensie over het boek "The quest for the historical Adam"
door William VanDoodewaard

De ondertitel van deze zeer grondige studie is: "Genesis, Hermeneutics and Human Origins". VanDoodewaard bespreekt vanaf de vroegste kerkvaders hoe de visie op de oorsprong van de mens is geweest en is veranderd. Tenslotte geeft hij in "What difference does it make" zijn eigen visie op dit vraagstuk, en zijn epiloog geeft hij als titel "Literal Genesis and Science?" mee.

De ontwikkeling van het denken over Adam
Uit dit boek wordt heel helder dat in de eerste 18 eeuwen er nauwelijks verschil van mening was over de oorsprong van Adam: vrijwel iedereen ging er van uit dat de mens door God speciaal geschapen is en wel zo'n zesduizend jaar geleden. Adam en Eva waren het eerste mensenpaar en stamden niet van andere mensen af. Waar uitleggers als Augustinus soms pleiten voor een niet-letterlijke lezing, denken ze helemaal niet aan meer tijd dan de zes dagen, maar aan minder: de schepping kan heel goed in één moment zijn gedaan. De accommodatie aan het beperkte begrip van de mens (die Augustinus en anderen voorstellen) is dus andersom dan velen nu bepleiten. Ook een allegorische uitleg komt niet in mindering op de belijdenis dat God de mens apart geschapen heeft.

In de 19e eeuw verandert het speelveld door de opkomst van de evolutietheorie. Nogal wat uitleggers blijven desondanks vasthouden aan een letterlijke interpretatie van Genesis 1 en 2. Tegen het einde van de 20e eeuw zien we dat aan de ene kant onder orthodoxe en evangelische christenen de acceptatie van de evolutietheorie groeit, maar aan de andere kant dat in sommige van die kringen men teruggaat naar een meer letterlijke uitleg.

Als het gaat om een alternatieve lezing van de schepping van de mens, onderscheidt VanDoodewaard onder uitleggers drie varianten. Bij één variant ontvangt één paar hominiden (Adam en Eva) het beeld van God (en de menselijke ziel) door ingrijpen van God. De tweede variant is die van Gijsbert van den Brink: te midden van een grotere groep mensen worden een Adam en Eva als verbondshoofd door God 'geadopteerd'. Bij de derde variant worden Adam en Eva als literaire figuren gezien.

Alternatieven gewogen
VanDoodewaard kiest in de laatste hoofdstukken duidelijk positie. Kritisch bespreekt hij de drie modellen voor theïstische evolutie. Daarbij laat hij eerst zien dat er interne tegenstrijdigheden in zitten. Zo zijn Neanderthalers er volgens de gangbare tijdrekening al zo'n 350.000 jaar, maar hun graven vertonen religiositeit - ver vóórdat, volgens v.d. Brink zo'n 45.000 jaar geleden, God Adam en Eva uitkoos. Genesis 1-4 plaatsen Adam en Eva in een maatschappij van landbouwers en veetelers, maar dat gebeurt volgens de dominante tijdrekening pas in het Neolithicum - hooguit 15.000 jaar geleden.

Vervolgens laat hij zien hoe een letterlijke lezing het beste overeenstemt met het hele getuigenis van de Bijbel - waar Adam en Eva toch duidelijk als historische figuren worden gezien en als het eerste mensenpaar. Veel uitleggers hebben in alle eeuwen sterke exegetische argumenten voor een letterlijke lezing aangedragen. Te denken valt aan zondeval en verlossing (zie o.a. Rom.5:12-21), het huwelijk (Gen.2:24 wordt driemaal geciteerd in het NT), Gods bovennatuurlijk handelen in heel de Bijbelse geschiedenis, de vergelijking tussen eerste en de tweede mens (1Kor.15:42-49), het Bijbelse getuigenis dat door de zonde de dood in de wereld gekomen is, het probleem van strijd en lijden al die miljoenen jaren van 'survival of the fittest' (terwijl in het NT juist de zwakke wordt uitgekozen), de goedheid van de schepping, de visie op Wie God eigenlijk is en ook de toekomst (waarom zou die wel letterlijk genomen moeten worden?). Verder valt op hoe divers de meningen zijn bij hen die een niet letterlijke lezing van Genesis 1 en 2 voorstaan. Ze worden het nergens eens over waar ze de lijn moeten trekken. Ook valt de magere exegese van de cruciale hoodstukken op.

Tot slot
Volgens VanDoodewaard is de logische consequentie van een volwassen geschapen Adam dat dat ook voor de rest van de schepping geldt. Verder moet de zondeval grote gevolgen hebben gehad - hierdoor zucht de hele schepping. Deze gegevens bieden volgens hem tezamen met de grote impact van de wereldwijde zondvloed voldoende basis voor een goede verklaring van wat we heden ten dage in de schepping waarnemen: we kunnen welgemoed de letterlijke lezing vasthouden.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXX