Onbeantwoorde Gebeden

 

 

 

Gebeden uit het Dodenrijk

Lukas 16:13-21

 

 

 

 

Inleiding

We moeten voorzichtig zijn te zeggen dat bovenvermeld Bijbelgedeelte een gelijkenis is. Ik geloof dat het een werkelijke gebeurtenis beschrijft. Wanneer de Heer Jezus een gelijkenis gebruikt om een geestelijke waarheid te verduidelijken, lezen we vaak dat hij zei dat hij in een gelijkenis sprak (o.a. Mat.13:18; Luk.15:3 en veel andere plaatsen), maar hier ontbreekt die vermelding. Ook worden in een gelijkenis vrijwel nooit namen genoemd en dat is hier wel het geval.

In hoofdstuk 16 ligt de nadruk op geld, het verspillen ervan, de zucht ernaar en het misbruik dat ervan gemaakt kan worden. In de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester wordt de aandacht gevestigd op een rentmeester die de bezittingen van zijn meester verspilt (vs.1-12), in het daaropvolgende gedeelte (vs.13-17) gaat het over de zucht naar geld zoals de farizeeën geldzuchtig waren (Mat.23:14) en in ons gedeelte gaat het over het misbruik maken van geld.

De les van de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester is, dat je van de geboden gelegenheid het beste moet maken en zorgen ‘om vrienden te maken met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten’ (Luk.16:9).

In het gedeelte van de rijke man en de arme Lazarus, vertelt de Heer Jezus het verhaal van een rijke man die zijn rijkdom verspilt en de gelegenheid voorbij laat gaan die God hem geeft om zijn rijkdom ten goede te gebruiken. Hij gebruikt het alles voor zijn eigen plezier en niet voor de arme. Het gevolg is dat deze rijke man in de eeuwigheid lijdt.

We lezen: ‘Nu was er een rijk mens, en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren, begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus, om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam. Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven, en Lazarus het kwade; en nu wordt hij hier vertroost, maar u lijdt smart. En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen. Hij echter zei: Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers, opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn. Abraham echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen.’

De eerste reden waarom het gebed van de rijke man niet opgemerkt werd, was dat hij bad in de verkeerde plaats. Lukas 16:23 zegt ons ‘In het dodenrijk sloeg hij zijn ogen op’. In sommige Bijbelvertalingen wordt dit woord (hades, Hebreeuws: sjeool) vertaald tot ‘hel’, in het Grieks is de ‘hades’ een tijdelijke plaats waar ongelovigen en gelovigen heengaan na hun dood. Andere vertalingen geven het woord hades weer als ‘dodenrijk’, wat dichter bij de bedoeling ligt.

Die ‘plaats’ bestaat dan uit twee gedeelten, waarvan het ene deel het Paradijs wordt genoemd, waar de gelovigen verblijven, en het andere deel, waar de ongelovigen verblijven, de plaats van pijn. Daartussen is er een grote kloof, zodat men niet van de ene naar de andere plaats kan overlopen. De hel, daarentegen, is de definitieve plaats van de ongelovigen. Op de oordeelsdag worden zowel de levenden als de doden die Christus verworpen hebben voor eeuwig in de hel geworpen. ‘Evenzeer als het de mensen beschikt is éénmaal te sterven en daarna het oordeel (…)’ (Heb.9:27). Het feit dat de hades en de hel twee verschillende plaatsen zijn, wordt duidelijker wanneer we Openbaring 20 opslaan, waar we lezen dat op de oordeelsdag de dood en het dodenrijk geworpen zullen worden in de poel van vuur, dat is de hel (Op.20:13-14). Daaruit blijkt duidelijk dat het dodenrijk en de hel niet hetzelfde zijn. Het woord ‘dood’ verwijst naar de graven. Terwijl het graf recht doet gelden op het lichaam bij de dood, gaat het bij het dodenrijk om de ziel en/of de geest van de dode (Mat.10:28). Bij het uiteindelijke oordeel zal het lichaam van de ongelovige nog eenmaal verenigd worden ziel en/of geest om daarna geworpen te worden in de hel, de poel van vuur.

Hij bad in de verkeerde plaats

Zoals uit dit gedeelte blijkt, zal bij de dood de ziel en/of geest van de rijke man terechtkomen in de hades in afwachting van het oordeel. Waarom was hij daar? Het was niet omdat hij rijk was.

Abraham was ook rijk tijdens zijn leven. Het verschil tussen deze twee mannen ligt in hun hart. Abraham was een man met een groot geloof, die God vertrouwde en diende. De rijke man gaf zichzelf voorrang op God. Hij weigerde zich te bekeren. Hij had zijn hart verhard voor de boodschap van God, die tot hem was gekomen door Mozes en de profeten (Luk.16:29-31). Daardoor bezegelde hij zijn eigen lot en ‘stuurde’ zichzelf naar de plaats van oordeel en pijniging, waar hij zou verblijven tot zijn verschijnen voor de grote witte troon op de finale oordeelsdag (Op.20:11-15).

Hebt u er wel eens over nagedacht hoeveel gelegenheden deze man tijdens zijn leven heeft gehad? Zelfs zijn rijkdom was een bewijs van Gods goedheid. De Heer Jezus zegt dat de man elke dag van zijn leven als een schitterend feest doorbracht (vs.19). Hoewel deze man toch had moeten zien hoe rijkelijk God hem gezegend had, lezen we niet dat hij er dankbaar om was, en hij realiseerde zich schijnbaar niet dat hij deze zegeningen niet verdiende. Romeinen 2:4 zegt: ‘Of veracht u de rijkdom van zijn goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, zonder te weten dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt?’ Hoe dan ook, in plaats van dat hij zich bekeerde en zijn voorspoedig leven hem tot God bracht, stond de rijkdom tussen hem en God. Wanneer we stoppen met de goedheid van God te waarderen, gaat dit een blokkade vormen in ons leven. Zoals in het leven van de rijke man zien we dat rijkdom oorzaak kan zijn om zich te verharden tegen de goedheid van God. De aandacht gaat dan meer naar zichzelf uit dan naar God. Wat het resultaat is? ‘Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart hoopt u voor uzelf toorn op in de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God’ (Rom.2:5). Wanneer we ons bezighouden met de materiële welvaart die we bezitten en ons hart verharden, hopen we voor onszelf eeuwige toorn op.

De Heer gebruikt Lazarus als een getuige tegen de rijke man. Deze bedelaar had vaak aan de poort van de rijke gezeten, in de hoop een weinig voedsel van deze rijke inwoner te ontvangen (Luk.16:20-21). Lazarus gaf de rijke man meerdere gelegenheden God te vertrouwen en Hem te dienen. De aanwezigheid van deze bedelaar kon niet verborgen blijven. Hoe dan ook, de rijke man gaf geen acht op de noden van zijn Lazarus en miste de gelegenheid om goed te doen.

Uit deze verzen blijkt duidelijk dat Lazarus een getuigenis voor de rijke man was geweest. In het dodenrijk smeekte de rijke: ‘Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van mijn vader, want ik heb vijf broers, opdat hij ernstig tot hen kan getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn’ (Luk.16:27-28). Waarom deed de rijke man dit verzoek? Omdat Lazarus tegen hem getuigd had, door zijn woorden of daden en zijn aanwezigheid. Het is mogelijk dat Lazarus tot hem gesproken heeft, om hem te wijzen op zijn ellende, of om op God te vertrouwen. Zelfs al zou Lazarus nooit iets tegen hem gezegd hebben, zijn aanwezigheid was een levend voorbeeld dat alle aardse welvaart eenmaal voorbijgaat en dat de rijke beter zijn vertrouwen kon stellen op het geestelijke, dat eeuwig is. De rijke man realiseerde zich te laat dat Lazarus’ getuigenis waar was. Hij hoopte dat hij de rest van zijn familie zijn lot kon besparen.

Ook de dood van Lazarus had een getuigenis voor hem moeten zijn. Vers 22 geeft aan dat Lazarus het eerst stierf. Wanneer de dood nabij komt, zoals dat gebeurde bij de rijke, brengt iemand zijn nood voor God. Maar zelfs de dood van Lazarus bracht de rijke niet echt tot een andere visie op zijn situatie.

Niet alleen had de rijke het getuigenis van zijn rijkdom en van Lazarus, maar hij had ook het getuigenis van het Woord, dat hem vertelde zijn vertrouwen op God te stellen in zijn nood. Zonder twijfel heeft de rijke iedere sabbat de synagoge bezocht en geluisterd naar de Wet en de profeten, maar die heeft hij niet ernstig genomen. Omdat hij het getuigenis van het Woord, van Lazarus en van zijn welvaart genegeerd had, riep hij het oordeel over zichzelf uit. Eenmaal in de hades afgedaald, was het te laat om zijn leven te veranderen. Eigenlijk had de rijke man ook geen verlangen naar verandering. De dood verandert iemands houding niet. De man was egoïstisch voor hij stierf en dat was hij daarna ook. Zijn smeekbede naar water en getuigenis naar zijn familie getuigde daarvan nog altijd. Dus we zien dat de rijke op de verkeerde plaats bad. Hij had dat op aarde moeten doen, niet in de hades. God ging de smeekbedes van de rijke man niet beantwoorden omdat hij zijn eigen oordeel getekend had. Na de dood is er geen mogelijkheid meer om Christus te aanvaarden. Daarom is het zo belangrijk om vandaag de gelegenheid aan te grijpen. ‘Zie, nu is het de welaangename tijd, zie, nu is het de dag van de behoudenis’ (2Kor.6:2).

Hij bad tot de verkeerde persoon

Het was niet alleen dat de rijke man op de verkeerde plaats bad, hij bad ook tot de verkeerde persoon. Het resultaat was dat zijn gebeden onbeantwoord bleven. In plaats van tot God te bidden, bad hij tot Abraham. We lezen: ‘Vader Abraham, erbarm u over mij’ (vs.24). In dit verband is het goed om eens te zien wat de vermelding ‘de schoot van Abraham’ betekent. In het Oude Testament werd de term ‘Abrahams schoot’ door het Joodse volk gebruikt om het paradijs aan te duiden. Abraham was de ‘vader’ van de Joodse natie en een groot geloofsman en het leek daarom vanzelfsprekend dat de gelovigen uit Israël na de dood met Abraham verenigd zouden worden. De Joodse mensen waren er trots op dat ze nakomelingen van Abraham waren. Daarom was een plaats dicht bij de gastheer een ereplaats. Deze positie, naast de gastheer, was er een die gelegenheid gaf om te leunen aan de boezem van de gastheer, waarvan de Heer Jezus hier een mooie toepassing geeft. Bij zijn dood werd Lazarus door de engelen gedragen in de schoot van Abraham. Maar de rijke man, die wel een dure begrafenis gehad zal hebben met veel aanwezigen, eindigde in een oneervolle plaats, de plaats van pijn. Maar als nakomeling van Abraham sprak het voor zich dat hij diens hulp inriep. Want Abraham was een groot geloofsman, een vriend van God en een groot bemiddelaar. Daarom waren de Joden er trots op nakomelingen van Abraham te zijn (Mat.3:9). Maar Abraham kon de rijke man niet redden; die bad tot de verkeerde persoon. Ook nu nog zijn er mensen die denken dat mensen – denk aan de vele heiligen - in de hades hen kunnen helpen. Er is echter geen enkele vermelding in de Bijbel dat mensen die gestorven zijn en in de hades verblijven ons te hulp kunnen komen. De enige Persoon die ons gebed kan beantwoorden is God. Tot iemand anders bidden, dood of levend, is nutteloos. Daarom, de rijke man bad tot de verkeerde persoon.

Hij vroeg om de verkeerde dingen

Er is nog een derde reden waarom het gebed van de rijke man niet beantwoord werd. Hij bad niet alleen in de verkeerde plaats en tot de verkeerde persoon, hij bad ook om de verkeerde gunsten. Waar vroeg hij om? Hij wilde water. ‘Zend Lazarus, om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam’ (Luk.16:24). Dit is een opmerkelijk verzoek wanneer we ons herinneren dat de rijke man Lazarus’ verzoek nooit wilde beantwoorden. De rijke zou Lazarus nog niet toegelaten hebben hem aan te raken. Maar de zaken waren veranderd. Hij zou nu alles gedaan hebben voor een aanraking van Lazarus. Zo is het ook nu. Zij die Christus niet als Redder kennen, willen wellicht niets met u van doen hebben. Ze verachten en verwerpen u misschien, speciaal wanneer u tegenover hen wilt getuigen van uw geloof in Christus. Maar er zal een tijd komen wanneer ze zullen wensen u te zien. Er komt een dag dat ze u zullen smeken om de liefde en zorg die u hen hebt betoond.

Zelfs wanneer de rijke man Lazarus vroeg om bij hem te komen, wilde hij slechts maar de vermindering van de pijn die hij leed. Hij was nog steeds zelfzuchtig. Maar de ironie van dit verzoek is dat het water zijn pijn toch niet zou kunnen verminderen. De pijn die de ongelovigen zullen ondergaan in de hel zal niet verzacht kunnen worden door een beetje water.

We zien hier Gods vergelding gedemonstreerd. Nee, de rijke man leed niet omdat hij gelukkig geleefd had tijdens zijn leven. Hij leed omdat hij in zijn leven God verworpen had. Andersom, Lazarus, die tijdens zijn leven pijn en lijden had ervaren, verheugde zich nu in alle dingen die hij had ontvangen. God belooft zijn kinderen tijdens hun leven geen kalme reis of dat lijden en leed hen bespaard zullen worden, maar Hij heeft wel de belofte gedaan dat we eenmaal in zijn huis zullen verblijven (Joh.14:1-3). Daar zullen we eeuwige vreugde hebben en alle zegeningen ontvangen die hij voor ons bereid heeft.

Dus ook al zou de rijke water ontvangen hebben, het zou niet geholpen hebben. Maar er is nog een andere reden waarom zijn verzoek werd genegeerd, want er was een grote kloof tussen de rijke man en Lazarus. Lukas 16:26 zegt ons dat op het moment dat iemand ontwaakt in de hades, er geen ontkomen meer aan is. Niemand kan overkomen van de plaats van vreugde en heerlijkheid om iets voor jou te doen. Dus je moet er tijdens je leven goed over nadenken waar je de eeuwigheid zal doorbrengen. Als je gestorven bent is het te laat om nog te kunnen kiezen.

De rijke man wilde niet alleen maar water, hij wilde ook nog een getuige. Dat deed hij toen hij zich eindelijk realiseerde dat zijn situatie hopeloos was; hij begon aan de anderen te denken. Misschien was het wel de eerste keer in zijn ‘leven’ dat hij aan anderen dacht. Hij dacht aan zijn vijf broers en waar zij de eeuwigheid zouden doorbrengen. Hij wilde niet dat zij in de plaats van pijn zouden komen waar hij was. De rijke man besefte ten volle de realiteit van de hades. Hij dacht heel anders dan veel zogenaamde christenen die denken dat hades en hel een fabeltje zijn om mensen bang te maken. Wanneer je zegt dat de ongelovigen voor de hel bestemd zijn, dan spotten ze daarmee door te zeggen: ‘Als ik naar de hel ga, dan zal ik wel veel gezelschap hebben’. Ze hebben geen idee wat hen te wachten staat. Ze zullen, wanneer ze daar zijn, God smeken om iemand naar hun vrienden en familie te sturen opdat ze hen geen gezelschap zullen houden. Niemand die in de Heer Jezus gelooft, zal de verschrikkelijke ervaring kennen die de ongelovigen te wachten staat.

De rijke man vroeg om een wonder, maar evenals met het water waar hij om had gevraagd, zou ook nu zijn smeekbede niet helpen. Hij zei: ‘Maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren’ (vs.30). Dat zullen ze niet! We kennen het voorbeeld van Lazarus, de broer van Martha en Maria, die de Heer Jezus uit de doden opwekte (Joh.11:1-44). Zij die hun hart verhard hadden, waren helemaal niet onder de indruk toen Lazarus uit de doden opstond. Eigenlijk wilden ze hem uit de weg ruimen (Joh.12:10)! Mensen worden niet gered door wonderen. Ze worden gered wanneer ze zich onderwerpen aan het Woord van God. Abraham antwoordde de rijke man: ‘Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen’ (Luk.16:31).

De woorden: ‘Ze laten zich niet overtuigen’ geven aan dat God niemand dwingt om in Hem te geloven. Hij wil dat de mensen de waarheid kennen over hemel en hel, zijn liefde maar ook zijn rechtvaardigheid. Juist om te zorgen dat de mensen niet in de hel zouden komen, zond Hij zijn Ene Zoon om voor ons te sterven. De Heer Jezus stierf in onze plaats. Hij nodigt ons uit om tot Hem te komen om niet in de plaats van pijn terecht te komen.

De Heer kon het gebed van de rijke man niet verhoren omdat hij vanuit de verkeerde plaats bad, tot de verkeerde persoon en om de verkeerde dingen. Uw gebeden zullen niet verhoord worden als u wacht tot u dood bent. De plaats waar u kunt bidden is hier op aarde, en dat is nu. U dient ervoor te zorgen dat u de gebeden opzendt naar Hem die ze kan beantwoorden en dat u in alle oprechtheid tot Hem gaat en naar zijn wil vraagt. U dient alle gelegenheden hier op aarde te grijpen ook om de Heer Jezus te aanvaarden in uw leven (als u nog geen gelovige bent) en te vragen naar zijn wil (wanneer u wel een gelovige bent). Niemand weet hoe lang hij of zij zal leven. Morgen kan het voor eeuwig te laat zijn. Wacht er niet mee de Naam van de Heer aan te roepen, want: ‘Ieder die de Naam van de Heer zal aanroepen, zal behouden worden’ (Rom.10:13).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXX