Wijsheidsboeken 2 - Prediker

In deze rubriek zijn de volgende artikelen opgenomen:

 

 

 

Prediker - Deel 1 Inleiding

Prediker - Deel 2 - Hoofdstuk 1:4-11

Prediker - Deel 3 - Hoofdstuk 1:12-2:2

Prediker - Deel 4 -Hoofdstuk 3

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 Deel 1

Het boek Prediker

 

 

 Het leven is als modern toneel, als je de helft begrijpt dan is het veel!

 

 

 

 

 

Algemene Inleiding

In ieder van ons schuilt wel een filosoof, waarmee ik bedoel dat ieder mens wel een of andere wereldbeschouwing heeft. Het boek Prediker, waarvan ik uitga Salomo de auteur is, behoort dan ook tot de zgn. Wijsheid geschriften van het Oude Testament. Als we mogen aannemen dat Salomo omstreeks 1000 v. Christus heeft geleefd, dan kunnen we met stelligheid zeggen dat hij de eerste filosoof was. De eerste filosofen traden rond 600 v.Chr. op en algemeen wordt Thales uit Milete en Anaximander als de vaders van de westerse filosofie beschouwd. Zij, en na hen vele anderen, ruilden de mythologische wereldbeschouwing in voor een min of meer ‘wetenschappelijke’ methode. Daarom kan Salomo met recht een filosoof genoemd worden, eeuwen eerder dat de eerste filosofen van de antieke wereld. Een filosoof is iemand die ‘liefde voor de wijsheid’ heeft, en in 1Koningen 3:1-15 vraagt Salomo van God een opmerkzaam hart, en God gaf hem ‘een wijs en verstandig hart’. Salomo ’s opgedane wijsheid kunnen we, los van het boek Prediker, tevens terugvinden in het Bijbelboek Spreuken.

God niet betrekken in ons denken, God daarvan uitsluiten (deïsme) - en in dit boek wordt dat duidelijk gemaakt door het sleutelwoord ‘onder de zon’, ontzegd ons een juiste kijk op de werkelijkheid. De naam van God wordt voor het eerst genoemd in 2:26. Wanneer er geen God is, dan is de wereld een gesloten, uniform en voorspelbaar systeem, waarin niets kan veranderen. Dat is een wereld waar geen antwoord op gebeden komen of wonderen kunnen gebeuren! Maar God heeft ‘ingebroken’ in deze wereld en heeft van Zich laten ‘horen’ doordat Hij liet de zon stilstaan (Joz.10), een doorgang door de Rode Zee maakte waardoor het volk Israël kon trekken, ook door de Jordaan (Ex.14, Jz3-4), onthield en gaf regen (Jak.5:17-18), en stilde de zee (Mark.4:35) en zal nog ‘inbreken’ om deze wereld te oordelen! (Op.6vv.; Ps.2).

Ook vandaag zijn er mensen die van mening zijn dat er geen God is en dat daarvan geen bewijzen zijn in de geschiedenis van onze planeet. Tegen ons en over die mensen zegt de apostel Petrus het volgende: ‘Weet dit eerst, dat er in het laatst van de dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen en zeggen: Waar is de belofte van Zijn komst? Want sinds de vaderen zijn ontslapen, blijft alles zó als van het begin van de schepping. Want moedwillig is hun dit onbekend, dat door het Woord van God de hemelen van oudsher waren, en een aarde bestaande uit water en door water, waardoor de toenmalige wereld, door water overstroomd, vergaan is. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord opgespaard voor het vuur en worden bewaard tot de dag van het oordeel en van de ondergang van de goddeloze mensen’ (2Petr.3:3-7).

De naam

In de Engelse taal wordt dit Bijbelboek ‘Ecclesiastes’ genoemd, dat van het Griekse woord ekklesia komt, dat in het Nieuwe Testament is vertaald met ‘kerk’, ‘gemeente’ of ‘vergadering’. Het heeft de idee in zich van een prediker die een vergadering van mensen toespreekt (zie: 1:1-2; 12:8-10). De Nederlandse titel – Prediker – die aan dit boek gegeven is komt van het woord ‘Qohèlét’ en dat is iemand die het woord voert in een vergadering zoals we dat en vinden we in het begin van het boek 1:1 en in vers 12 waar staat ‘Ik, Prediker, was koning over Israël te Jeruzalem’ (zie ook: 7:27; 12:8-10). De prediker stelt een praktisch probleem, bespreekt het, en zoekt naar een conclusie.

De auteur

Hoewel door sommigen betwijfeld op grond van 1:16 en 2:7, teksten die in de verleden tijd staan, wordt Salomo algemeen aanvaard als de auteur; zie 1:1-2, 12. Hij was wijd en zijd bekend om zijn wijsheid, getuige de koningin van Sjeba: ‘De koningin van het Zuiden zal worden opgewekt in het oordeel met de mannen van dit geslacht en zal hen veroordelen, want zij kwam van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen’ (Luk.11:31). Toen zij bij Salomo was zei ze tot de koning: Het was de waarheid, wat ik in mijn land over uw woorden en over uw wijsheid gehoord heb. Maar ik geloofde die woorden niet, totdat ik kwam en mijn eigen ogen het zagen. Zie, nog niet de helft was mij verteld. U hebt wat uw wijsheid en welstand betreft het gerucht dat ik gehoord had, overtroffen’ (1Kon.10:6-7). Zoals blijkt uit de volgende tekst was de koningin van Sjeba ook buiten zichzelf toen ze zijn rijkdom, welvaart en dienst aan de Here zag. ‘Toen de koningin van Sjeba alle wijsheid van Salomo zag, en het huis dat hij had gebouwd, het voedsel op zijn tafel, hoe zijn dienaren aanzaten, hoe zijn bedienden klaarstonden, hun kleding, zijn schenkers, zijn brandoffers, die hij bracht in het huis van de HEERE, was zij buiten zichzelf’ (1Kon.10:4-5). Geen andere koning in het Oude Testament voldoet beter aan de beschrijving van de koning in het boek Prediker dan Salomo. De rijkdom en wijsheid van Salomo wordt ook vermeld in het Nieuwe Testament (o.a. Mat.6:29, 12:42).

Het doel

Het boek Prediker beschrijft de poging van een wijs man de zin van de dingen te begrijpen en waar geluk te vinden. Maar hij beperkt zich tot wat ‘onder de zon’ is (de zichtbare dingen). Het resultaat van dit onderzoek is dat alles ‘ijdelheid’ blijkt te zijn (zinloos en hopeloos) zolang men God erbuiten laat. De betekenis van het leven wordt pas duidelijk wanneer men erkent dat God aan het eind van dat leven zal beoordelen in hoeverre het met Zijn wet in overeenstemming was. Het boek laat ons zien dat de wijsheid van de mens zonder God dwaasheid is en dat alleen God zin aan het leven kan geven. Om die reden is het boek Prediker zeer actueel juist in onze tijd waarin met God buiten spel heeft gezet. Door de zogenaamde secularisatie van de maatschappij en cultuur, heeft God zich teruggetrokken en/of is de mens verduisterd.

Het Onderwerp

Het onderwerp wordt vermeld in 1:1-3, en kan worden omschreven als: ‘Is het leven werkelijk waard om geleefd te worden?’ Salomo kijkt naar het leven met zijn schijnbare tegenstellingen en geheimenissen, en hij verbaast zich of het ‘eindeloos herhalen’ van het bestaan het leven waard is. Mensen zwoegen hun hele leven, daarna sterven zij, en iemand minder belangrijk dan zij erven de rijkdom en verspillen het. Salomo komt tot de conclusie dat het beste wat je kan doen is om nù te genieten van Gods zegeningen, God te vrezen, en vast te houden aan zijn Woord. Natuurlijk weten wij met het licht vanuit het Nieuwe Testament, dat ‘ons werk is niet tevergeefs in de Heer’ (1Kor.15:58).

Sleutelwoorden

Enige sleutelwoorden in het boek prediker zijn: mens (47 keer), arbeid (36 keer), onder de zon (30 keer), ijdelheid (37 keer), wijsheid of wijs (52 keer), kwaad (22 keer). Realiseer je dat Salomo de zaken beredeneert die ‘onder de zon’ gebeuren, dat wil zeggen dat je alles ervaart zonder rekening te houden met God. Als je stopt met lezen van het boek Prediker en niet verder gaat, dan blijf je zitten met vragen; maar je moet doorgaan om te komen bij het Nieuwe Testament waar de gehele raad van God wordt ontvouwd. Veel religieuze of filosofische ingestelde mensen gebruiken vaak (uit hun verband gerukte) teksten uit dit boek om hun eigen denken te ondersteunen.

De problemen

Beschrijft Prediker dan niet dat mensen sterven zoals de dieren, en dat er geen leven na de dood is? Nee. Lees de gedeelten die ‘de dood’ behandelen zorgvuldig (2:14-16; 3:16-22; 6:1-6; 7:2-4; 9:1-4) en je zal zien dat Salomo zeker gelooft in een leven na de dood. In 3:17 vermeld hij een toekomstig oordeel, en ook in 11:9 en 12:14. Als er geen leven na de dood is, hoe kan er dan een toekomstig oordeel zijn? Het ‘ene lot’ dat zowel de mens als de dieren treft (3:19-20) is dat beiden naar dezelfde plaats gaan – het stof. Maar let op vers 21 waar we lezen dat de geest van de mens opstijgt tot God; zie ook 12:7. Salomo had niet de volle openbaring van het Nieuwe Testament betreffende het leven, dood, opstanding, en oordeel, maar hij weerspreekt het nieuwtestamentisch onderwijs niet.

Leert Prediker ‘Eet, drink en wees gelukkig?’ Nee. Het onderwijst wel dat we de van God ontvangen zegeningen mogen genieten als we kunnen. Tegenover elk onderdeel dat het onderwerp ‘genieten’ behandeld, staat een gedeelte over de ‘dood’ (2:12-23 met 2:24-26; 3:16-21 met 3:12-15; en 22; 6:1-7 met 5:18-20; en 9:1-4 met 8:15-17. Salomo zegt: ‘Met het oog op de kortheid van het leven en de zekerheid van de dood, geniet nù van Gods zegeningen en de opbrengst van je arbeid. Gebruik deze zegeningen ter ere van God.’ Dat stemt overeen met wat Paulus schrijft in 1Tim.6:17: ‘God die ons alles rijkelijk geeft om te genieten’. Salomo raadt ons niet aan om roekeloos te genieten of in dronkenschap te gaan leven. Eerder raadt hij ons aan om het leven te waarderen en te genieten van de daarmee verbonden zegeningen.

Gods waarheid is niet in één keer bekendgemaakt, er is een progressieve ontvouwing van de waarheid in de Bijbel die met de komst van het Nieuwe Testament voltooid is. Er is wel voortschrijding in ons inzicht van de Bijbel, maar dat is heel wat anders dan een voortschrijding van de ontvouwing van de waarheid door God, die is voltooid! ‘Het geloof dat eenmaal aan de heilige is overgeleverd (Judas vers 3; Kol.1:25). Daarom dienen wij bij de interpretatie van het boek Prediker rekening te houden met het Nieuwe Testament. Als de dood aan alles een einde maakt, dan is het leven niet waard geleefd te worden, en zijn de mensen inderdaad te beklagen. Maar als we Christus als onze Heiland en Heer kennen, dan wordt het leven een adembenemend geloofsavontuur. En al ons zwoegen betekend geen ijdelheid meer, maar we zullen ervoor beloond worden (1Kor.15:51-58). Redding en opstanding door Christus maakt het leven waardevol. ‘Wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’ (1Joh.2:17). ‘Hun werken volgen hen’ (Op.14:13). Salomo ’s conclusie in de hoofdstukken 11-12 is dan ook: leef in geloof, gehoorzaam God, en Hij zal voor al het andere zorg dragen. Geniet nu van Zijn zegeningen en investeer je leven in de dingen waar het werkelijk om gaat.

Toepassing

Ook in onze huidige wereld is er ongerechtigheid t.o.v. de armen (4:1-3), corrupte politici (5:8), incompetente leiders (10:6-7), criminele mensen (8:11), materialisme (5:10), een verlangen naar de ‘goeie, ouwe tijd’ (7:10). Daarom is dit boek nog even actueel als in de tijd van de auteur. Het hart van de mens is te allen tijde boos (Gen.6:5).

 

Deel 2

Het boek Prediker - Hoofdstuk 1:4-11

Inleiding 

Het deïsme is de leer die God als Schepper erkent, maar gelooft dat Hij zich sinds de schepping niet meer met haar inlaat en dus het werk van de onderhouding loochent. Toch leert de Schrift ons dat God Zich wel degelijk met zijn schepping bezighoudt. Onze hoop is gevestigd op de levende God, die een Onderhouder is van alle mensen, schrijft de apostel Paulus aan zijn geestelijk kind Timotheüs (1Tim.4:10). En: ‘Hij heeft in de voorbije geslachten alle volken op hun eigen wegen laten gaan, hoewel Hij Zich toch niet onbetuigd heeft gelaten in goeddoen, door u uit de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en uw harten te vervullen met voedsel en vreugde’ (Hand.14:16-17). Wanneer we echter God uitsluiten (deïsme), en in dit gedeelte van het boek prediker wordt de naam van God niet genoemd, dan is de wereld een gesloten systeem, een uniform en voorspelbaar systeem, waarin niets kan veranderen. Dat is een wereld waar geen antwoord op gebeden kunnen komen of wonderen kunnen gebeuren!

Maar God heeft ingebroken; Hij liet de zon stilstaan (Joz.10), opende de Rode Zee en de Jordaan (Ex.14, Joz.3-4), onthield en gaf regen (Jak.5:17-18), en stilde de zee (Mark.4:35) en zal nog ‘inbreken’ om deze wereld te oordelen! (Op.6vv.; Ps.2). Maar de grootste gebeurtenis waarin God Zich heeft laten zien dat Hij wel bij zijn schepping en schepselen betrokken is natuurlijk doordat Hij zijn Zoon gezonden voor de zonden van wereld. Niet de mens heeft God gezocht, God heeft de mens opgezocht!

De vraag die beantwoordt moet worden is deze: ‘Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon?’ (Pred.1:3).

1. Leven in cirkels! (1:4-7) – Prediker als wetenschapper

‘Want sinds de vaderen zijn ontslapen, blijft alles zó als van het begin van de schepping’, zeiden de spotters in de dagen van de apostel Petrus (2Petr.3:4). Er is niets veranderd, want ook vandaag horen we hetzelfde: we leven in cirkels. Maar in het voorgaande hebben we gezien dat dat niet overeenkomt met wat Gods Woord ons leert. Er is wel beweging, maar geen vooruitgang, laat staan verandering. Zo, onder de zon, beschouwd Salomo de aarde, zon, wind en zee en hij ziet geen verandering, alleen herhaling, en dat is onuitsprekelijk vermoeiend (1:8). Salomo vermeld dezelfde elementen, aarde, zon, wind en zee, als de Siciliaanse natuurfilosoof Empedocles die enige eeuwen na hem leefde (495-435 v.Chr.) Alle veranderingen verklaart Empedocles door de tegengestelde krachten van haat en liefde waarmee deze vier substanties op elkaar inwerken. De zesde eeuw is wereldhistorisch van grote betekenis geweest omdat er zich belangrijke veranderingen in de geestesgeschiedenis van de mensheid voordeden. We denken maar aan Confusius in China en Boedha in India. Het ging de eerste natuurfilosofen erom om één beginsel te vinden waaruit alles verklaart kon worden. Salomo vermeld vier zaken waaruit blijkt dat er wel beweging is maar dat er niets verandert.

Niets veranderd (1:4-7)

De aarde – draait om de zon (vs.4)

‘Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden’ (Gen.8:22). De aarde is een stabiele factor, en geldt dat niet voor het gehele universum? ‘De hemelen vertellen Gods eer, het uitspansel verkondigt het werk van zijn handen!’ (Ps.19:2). ‘Buigt u neder voor de Here in heilige feestdos, beef voor zijn aangezicht, gij ganse aarde: vast staat nu de wereld, zodat zij niet wankelt. (1Kron.16:29-30). ‘Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet’ (Ps.93:1; 96:10). Dit is uiteraard spreektaal, want we weten dat de aarde om zijn eigen as draait en om de zon. Hier gaat het erom weer te geven dat er geen verandering is voor wat betreft onze planeet. De aarde zal altijd blijven bestaan, aldus Prediker.

De zon – van oost naar west (vs.5)

Wat is het nut eigenlijk van de zon? Dag en nacht wisselen elkaar af. ‘En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot tekenen, en tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren! En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo. En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; en ook de sterren. En God plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om de dag en de nacht te beheersen en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis. En God zag dat het goed was’ (Gen.1:14-18). Zo gaat het eindeloos voort, zolang de aarde bestaat. Wel beweging maar geen verandering! ‘Hij heeft daarin een tent opgeslagen voor de zon, die is als een bruidegom die uit zijn bruidsvertrek treedt, jubelend als een held om het pad te lopen. Van het ene einde des hemels is haar opgang en haar omloop tot het andere einde; niets blijft verborgen voor haar gloed’ (Ps.19:5-7).

De wind – van zuid naar noord (vs.6)

De aarde draait om de zon, en de zom komt op in het oosten en gaat onder in het westen en de wind van het zuiden naar het noorden en vervolgt zijn kringloop. In de bewing van aarde, zon en maan zit regelmaat, een zekere orde, maar er zit geen systeem in de beweging van de wind, die blijft voor ons verborgen. ‘De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zó is eenieder, die uit de Geest geboren is’ (Joh.3:8).

De zee – heen en weer (vs.7)

Als laatste observeert Prediker de zee en ziet het proces dat wij kennen als de waterkringloop. Zeewater verdampt van nature, maar onder invloed van de zon versnelt dat proces zich. Als de waterdamp boven land komt dan zal de waterdamp afkoelen en als waterdruppels vrijkomen. Deze vallen dan naar beneden als neerslag en loopt als oppervlaktewater, door rivieren en andere watergangen terug naar zee. De kringloop is hiermee rond.

Nu Salomo aan het einde is gekomen van zijn observatie van de aarde, zon, wind en water komt hij tot de conclusie dat er geen voordeel ‘onder zon’! Er is wel beweging maar geen verandering, alles is onuitsprekelijk vermoeiend en het oog wordt niet vol van het zien en het oor van het horen!

2. Er is niets nieuws (1:8-11) – Prediker als historicus

Is er wezenlijk iets verandert in de wereld vanaf de schepping tot op mijn tijd, vraagt Prediker zich af. Nee, zegt hij: Er is niets nieuws. De wetmatigheden die gelden voor deze aarde blijven hetzelfde zolang die bestaat. Wetenschappelijke wetten, ook wel natuurwetten genoemd, zijn vastgestelde wetmatigheden in bepaalde verschijnselen, die als universeel en onveranderlijk worden beschouwd. De handelswijzen zijn veranderd, maar de principes zijn onveranderd. We doden nu onze vijanden met een geweer en vroeger met een zwaard, maar dat is niet nieuw, alleen maar anders.

Maar mensen willen altijd iets nieuws. ‘Alle Atheners nu en de vreemdelingen, die zich daar ophielden, hadden voor niets anders tijd over dan om iets nieuws te zeggen of te horen’ (Hand.17:21). Maar als er werkelijk niets veranderd, doordat we in een gesloten systeem leven, kan er ook niets nieuws ontstaan en blijft alles hetzelfde!

Als God wordt buiten gesloten brengt de wereld niets nieuws tot stand, maar met God wel! Een nieuwe schepping wordt dan mogelijk, waarvan wij de eerstelingen zijn (2Kor.5:17) en kunnen we wandelen in nieuwheid van leven (Rom.6:4), en een nieuw lied zingen (Ps.40:3) en het heiligdom binnengaan via een nieuwe en levende weg (Heb.10:20) in de verwachting van een nieuwe hemel en aarde (Op.21:1, 5).

3. De ijdelheid van de wijsheid (1:12-18) – Prediker als filosoof

In ieder van ons schuilt wel een filosoof, waarmee ik bedoel dat ieder mens wel een of andere wereldbeschouwing heeft. Het boek Prediker, waarvan Salomo de auteur is, behoort dan ook tot de zgn. Wijsheidsgeschriften. Ook kan Salomo met recht een filosoof genoemd worden, dat is iemand die ‘liefde voor de wijsheid’ heeft, want in 1 Kon.3:1-15 vraagt Salomo van God een opmerkzaam hart, en God gaf hem “een wijs en verstandig hart’. Salomo’s opgedane wijsheid kunnen we terugvinden in de Bijbelboek Spreuken, Prediker en Hooglied. Dus, als er iemand is die ons de geheimen van het leven kan vertellen dan is het wel Salomo, of toch niet? De mens kan niets van alles wat gebeurt verstaan. Van Joost van den Vondels is de spreuk: ‘De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel’, en wordt strijd om de macht als een toneelstuk neergezet. Het probleem van het leven op te lossen en alle vragen te kunnen beantwoorden, zelfs daarin schiet de wijsheid tekort. Het voegt alleen maar toe aan smart en verdriet, want ‘wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. In de hof van Eden kwamen Adam en Eva in de positie, vanwege de zonde, om naast het goede ook het kwade te leren kennen en ze ervoeren daardoor verdriet (Gen.3:5). De mens is niet geëvolueerd, niet wijzer geworden, maar gedegradeerd, het hart is verduisterd geworden. (Rom.1:21; Ef.4:17). Iemand die geworsteld heeft met vragen betreffende het leven is uiteraard Job, maar hij kon het niet verklaren en moest leren te leven door geloof. Toen de Here Job vragen stelde, zoals: ‘Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt! Wie heeft haar afmetingen bepaald? Gij weet het immers!’ moest Job het antwoord op alle vragen schuldig blijven. Uiteindelijk moest hij zijn onmacht toegeven en zei: ‘Zie, ik ben te gering, hoe zal ik U bescheid geven? Ik leg de hand op mijn mond’ (Job.38:4vv.; 39:37). Nee, onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.’ (1Kor.13:9; Jak.1:5). Waar wordt dan de wijsheid gevonden en waar is toch de verblijfplaats van het inzicht? Zie, de vreze des Heren – dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht; (Job.28:12,28). We zullen nooit alles kunnen verklaren en ontdekken, ‘Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren’ (1Kor.13:9).

Deel 3

Het boek Prediker - Hoofdstuk 1:12- 2:23

Inleiding

In de eerste elf verzen van het eerste hoofdstuk hebben we gedacht aan de eentonigheid van het leven; alles is onuitsprekelijk vermoeiend! In de resterende verzen van hoofdstuk 1 en daaropvolgend tweede hoofdstuk gaat het over bezittingen, rijkdom, wijsheid en het leven. We volgen Salomo als bouwer, econoom, filosoof en theoloog. God gaf het leven om ervan te genieten en om erin te investeren (1Tim.6:17-19), maar Salomo besloot ermee te experimenteren. Hij beproefde zijn hart met plezier te maken (vs.1-3), met werken (vs.4-6) en met het vergaren van rijkdom (vs.7-9), en hij ontdekte dat dit alles geen voldoening gaf. Het kan allemaal een zekere maken van genieten brengen als men ermee bezig is, maar als alles gedaan is, voelt men zich leeg (vs.10-11). Genieten zonder God is alleen maar vermaak; geen verrijking; van vermaak kun je niet leven. Op dit punt werd Salomo cynisch en kreeg een afkeer van het leven (vs.12-23; zie ook Ps.34:12-15; 1Petr.3:10-12). ‘Waarom zou ik al die moeite doen,’ vroeg hij zich af, als ik toch ga sterven? Wie zal zich mij herinneren?’ Het antwoord van Paulus hierop is te vinden in 1Korinthiërs 15:58, en dat van Johannes in 1Johannes 2:17. In plaats van te klagen over wat u niet hebt, moet u God danken voor wat u wel hebt en ervan genieten (vs.24-26). Tel uw zegeningen!

Salomo als filosoof - Het vergeefse van de wijsheid (1:12-18)

In ieder van ons schuilt wel een filosoof, waarmee ik bedoel dat ieder mens wel een of andere wereldbeschouwing heeft. Het boek Prediker, waarvan Salomo de auteur is, behoort dan ook tot de zgn. Wijsheidsgeschriften. Ook kan Salomo met recht een filosoof genoemd worden, dat is iemand die ‘liefde voor de wijsheid’ heeft, want in 1Koningen 3:1-15 vraagt Salomo van God een opmerkzaam hart, en God gaf hem “een wijs en verstandig hart’. Salomo’s opgedane wijsheid kunnen we terugvinden in de Bijbelboek Spreuken, Prediker en Hooglied. Dus, als er iemand is die ons de geheimen van het leven kan vertellen dan is het wel Salomo, of toch niet? De mens kan niets van alles wat gebeurt verstaan. Van Joost van den Vondels is de spreuk: ‘De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel’, en wordt strijd om de macht als een toneelstuk neergezet. Het probleem van het leven op te lossen en alle vragen te kunnen beantwoorden, zelfs daarin schiet de wijsheid tekort. Het voegt alleen maar toe aan smart en verdriet, want ‘wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. In de hof van Eden kwamen Adam en Eva in de positie, vanwege de zonde, om naast het goede ook het kwade te leren kennen en ze ervoeren daardoor verdriet (Gen.3:5). De mens is niet geëvolueerd, niet wijzer geworden, maar gedegradeerd, het hart is verduisterd geworden. (Rom.1:21; Ef.4:17). Iemand die geworsteld heeft met vragen betreffende het leven is uiteraard Job, maar hij kon het niet verklaren en moest leren te leven door geloof. Toen de Here Job vragen stelde, zoals: ‘Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt! Wie heeft haar afmetingen bepaald? Gij weet het immers!’ moest Job het antwoord op alle vragen schuldig blijven. Uiteindelijk moest hij zijn onmacht toegeven en zei: ‘Zie, ik ben te gering, hoe zal ik U bescheid geven? Ik leg de hand op mijn mond’ (Job.38:4vv.; 39:37). Nee, onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.’ (1Kor.13:9; Jak.1:5). Waar wordt dan de wijsheid gevonden en waar is toch de verblijfplaats van het inzicht? Zie, de vreze des Heren – dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht; (Job.28:12,28). We zullen nooit alles kunnen verklaren en ontdekken, ‘Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren’ (1Kor.13:9).

Salomo als theoloog - De onzekerheid van het leven (2:1-3, 20-23)

Een van de levensvragen waarmee alle mensen worstelen is de zekerheid van de dood. De dood is het einde van alles en voor iedereen, want door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood (Rom.5:12; 6:23). Het is de mens beschikt éénmaal te sterven (Heb.9:27) maar de onzekerheid is: wanneer? Vragen waar ook Job mee zat, want zei hij: ‘De een sterft in ongebroken kracht, volkomen rustig en vredig; zijn lendenen zijn vol vet, en het merg zijner beenderen blijft fris. De ander sterft bitter te moede, zonder het goede te hebben gesmaakt. Tezamen liggen zij neer in het stof, en het gewormte bedekt hen‘ (Job 21:23-26). Voor de rijke dwaas kwam de dood onverwacht, want God zei tot hem in die gelijkenis: Dwaas, in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen en wat hebt u bereid en voor wie zal het zijn? (Luk.12:20). Ook in verband met de komst van de Heer Jezus in heerlijkheid en het daarmee gepaard gaand oordeel, staat geschreven: ‘En zij bemerkten het niet! (Mat.24:39). De dood is een ongenode ‘gast’, de laatste vijand en zijn komst is vaak onverwacht en ongewenst, maar er is niet aan te ontkomen, dat is zeker! Maar je kan je er wel op voorbereiden De vraag die blijft is dan ook, niet wanneer sterf ik, maar wat na dood? De Bijbel, bij monde van de Heer Jezus, is daar duidelijk over: ‘En weest niet bang voor hen die het lichaam doden, maar weest veeleer bang voor Hem die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel’ (Mat.10:28). Let wel: de hel of het eeuwige vuur is er niet voor mensen, maar voor de duivel en zijn engelen (demonen) (Mat.25:41). Het is naar de gedachten en wens van God dat een mens daarin terechtkomt maar veeleer dat hij zich bekeert en leeft; of is dat te veel gevraagd? (2Petr.3:9; Ez.18:23). Dus bereid u voor God te ontmoeten (Amos 4:12), want alleen die mens is voorbereid om te leven die ook voorbereid is op de dood!

Salomo als workaholic - Het vergaren van bezit (2:4-11)

Salomo moet een enorm druk leven hebben gehad als je afgaat op wat hij allemaal tot stand heeft gebracht. Uiteraard heeft hij zijn plannen gedelegeerd aan anderen om deze uit te werken, maar toch! ‘En niets dat mijn ogen wensten, ontzegde ik ze, noch hield ik mijn hart van enige vreugde terug, ja, mijn hart verheugde zich over al mijn zwoegen, en dit was wat al mijn gezwoeg mij opleverde. Toen ik mij nu wendde tot alle werken die mijn handen hadden gewrocht, en tot het zwoegen waarmee ik mij had afgetobd om die te volbrengen – zie, alles was ijdelheid en najagen van wind, en er is geen voordeel onder de zon’ (2:10-11). De opsomming in 2:4-8 kan nog aangevuld worden met ‘huizen’ (1Kon.4:33), steden (2Kron.8:4-6), tuinen, wijngaarden, boomgaarden bossen (1Kon.4:33) en de watersystemen die daarvoor benodigd waren. En dan zijn grootste prestatie: de tempel in Jeruzalem (11Kon.5vv.), een van de grootste gebouwen van de antieke wereld; Iemand heeft eens gezegd: ‘Succes is erg plezierig, totdat je het hebt!’ Salomo vond voldoening in zijn werken (2:10), maar toen het eenmaal was volbracht zag hij dat het alleen maar ijdelheid en was en najagen van wind (2:11). We mogen niet de conclusie trekken dat Salomo werken veroordeelde, want het is een zegen van God. Adam had werk te doen, zelf vóór de zondeval. ‘En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren‘ (Gen.2:15). Salomo veroordeelde luiheid (1Kor.10:31; 2Thes.3:10), maar werk alleen kan hart van de mens niet bevredigen, hoe succesvol dat werk ook mag zijn (Jes.55:2). Een workaholic probeert steeds meer te verkrijgen, maar laten we tevreden zijn met wat we hebben (Heb.13:5).

Salomo als econoom - Het vergeefse van de rijkdom (2:12-18)

Niets is hier blijvend, dat is duidelijk. Je kan niet meenemen na de dood wat je bezit, wel wat je bent. ‘Verzamelt u geen schatten op de aarde, waar mot en afvreter (een soort insekt) ze bederft en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar geen mot of afvreter ze bederft en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn’ (Mat.6:19-21). Salomo kreeg een afkeer van het leven en van al zijn zwoegen, want wat bracht het op voor de eeuwigheid, niets immers! We worden meerdere keren in de Bijbel gewaarschuwd voor de rijkdom. ‘Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in vele onverstandige en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te streven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord’ (1Tim.6:9). Met geld kun je je veel dingen veroorloven, maar je dient ervoor te zorgen dat je dan de dingen die je niet met geld kunt kopen niet kwijtraakt! Omdat je je bezittingen niet kunt meenemen – in het laatste hemd zitten geen zakken – ben je gedwongen om het aan anderen achter te laten, en wat doet deze ermee? Misschien is hij of zij die het erft wel een verkwister en brengt alles er door? Als je dat beseft wat voor vreugde heb je dan nog in dit leven onder de zon! Het is alles ijdelheid! De enige mogelijkheid is om je rijkdom vooruit te sturen; nú in dit leven, investeren in het koninkrijk van God! ‘Beveel de rijken in de tegenwoordige eeuw niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet gevestigd te hebben op de onzekerheid van de rijkdom, maar op God die ons alles rijkelijk geeft om te genieten, om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en mededeelzaam, om zij voor zichzelf een goed fundament weg te leggen voor de toekomst, opdat zij het werkelijke leven grijpen’ (1Tim.6:17-19).

Conclusie: Geniet van het leven! (2:20-26)

Salomo had een hekel aan het leven en zou willen sterven, zoals: Job (Job3:21-7:15), Mozes (Num.11:15), Elia (1Kon.19:4) en Jona (Jona 4:3). Maar aan het einde van dit hoofdstuk 2 aanvaarde hij het leven zoals het was. (2:24-26). Als je deze wereld, en alles wat ermee verbonden is, overziet en God buiten beeld houdt dan is het allemaal vergeefs, maar met God krijgt alles zin en kun je ook van die rijkdom genieten waarvan je rentmeester mag zijn!

Deel 4

Het boek Prediker hoofdstuk 3

Inleiding.

Vier onderwerpen, die in de eerste twee hoofdstukken al werden aangestipt, worden nu verder uitgewerkt.

Evenwicht (vs.1-8). Als het leven ongewoon moeilijk is, zijn we geneigd slechts één kant van de situatie te zien. Met de beweringen in deze verzen herinnert Salomo ons eraan dat God de leiding heeft in ons leven en alles in evenwicht houdt. We voelen verdriet als er een sterfgeval is, maar blijdschap bij een geboorte. We huilen niet altijd, maar lachen ook niet altijd. Job had weet van dit principe, en dat gaf hem kracht in zijn beproevingen (Job 1:21).

Gods werk (vs.9-16). Het ziet er misschien nu niet naar uit, maar God zal iets moois tevoorschijn brengen uit alles wat er gebeurt (Rom.8:28; Jes.61:1-7). Hoe het zaad er ook uitziet, de bloem zal schoon zijn, dus geef God de tijd om te werken. U bent geschapen voor de eeuwigheid; in Christus bezit u nu al het eeuwige leven, het leven van God (1Joh.5:9-13).

Onrecht (vs.16-17). De gelovige ziet nu al uit naar een wereld waar recht en gerechtigheid tot norm zullen zijn, wanneer Christus komt. Vandaar dat de apostel Paulus aan de Romeinen schrijft dat de schepping zucht en verlangt naar de vrijmaking van de vergankelijkheid. Ook de gelovige zucht in verwachting van de verlossing (Rom.8).

Sterven (vs.18-22). Opnieuw ziet Salomo de werkelijkheid van de dood onder ogen, zoals op meerdere plaatsen in dit boek. Zowel mensen als dieren sterven en worden begraven, en hun lichamen gaan naar dezelfde plaats: het stof. De geest van de mens stijgt op naar God (vs.21). Eens zal God zelfs uit het stof iets moois tevoorschijn roepen (1Kor.15:35-58)!

Vier zaken te ontdekken om te geloven dat het leven niet zonder betekenis en eentonig is:

1. Kijk naar boven. (3:1-8) - God is in controle (Tijd)

Wij delen de tijd in in seconden, minuten, uren, dagen weken, maanden, jaren, eeuwen en millenia (Ps.90). En dit alles staat onder Gods controle voor wat betreft de wereld, maar ook onze levens. En als er bij ons de bereidheid is om ons leven onder ‘Zijn’ controle te stellen dat zal het leven niet eeontonig zijn, maar boeiend en niet zonder doel en betekenis! ‘Mijn tijden zijn in uw hand’ (Ps.31:16). ‘Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd!

Er is een tijd…

Baren en sterven: Abortus en euthanasie zijn ‘hot items’ in onze maatschappij, zaken waar ook wij mee te maken hebben of krijgen. Psalm 139:13 zegt dat wij in de moederschoot geweven zijn, dat is Gods werk en daar dienen wij van af te blijven. Wij zijn geschapen In Christus Jezus tot het doen van goede werken (Ef.210). Sommige mensen maken een eind aan het leven, vaak om het lijden te ontlopen, vóór Gods tijd.

Zaaiing en oogst. ‘Zolang de aarde bestaat zullen zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden’ (Gen.8:22). We zijn geroepen om de schepping te bewerken en te bewaren; we wijn rentmeesters. We zien vandaag de dag, meer dan ooit, dat de schepping zucht en in barensnood is.

Doden en helen. De medische wetenschap is op zo’n hoog peil gekomen dat het in staat is levens te rekken, zodat de vraag ontstaat wat het nog met ‘helen’ te maken heeft. Met wil met alle middelen het sterven voorkomen.

Afbreken en opbouwen. Alles verouderd en aan sleet onderhevig, dus soms moet je eerst afbreken om iets nieuws te kunnen bouwen. Niets is hier blijvend!

Wenen en lachen. We spreken van goede tijden en slechte tijden. Het leven gaat gepaard met een lach en een traan. Verdriet wordt afgewisseld door vreugde.

Klagen en dansen. Begrafenissen en trouwpartijen maken deel uit van het leven. Rouwen en feesten zijn de twee uitersten van ons menselijk bestaan.

Wegwerpen en verzamelen. Het land Israël is bezaaid met stenen, soms zoveel dat het land nutteloos is. Je kunt stenen weggooien, maar je kunt ze ook verzamelen om er iets nuttigs mee te doen, iets te bouwen bijvoorbeeld.

Afscheid en weerzien. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, ook wat ons leven betreft. Het komen in deze wereld hebben we niet in de hand, maar ons vertrek wel, door ons te bekeren tot Christus om het eeuwig leven te beërven!

Vinden en verliezen. Soms ben je om allerlei redenen de vreugde in je leven kwijt, soms door zonde zoals David. Hij smeekt om die blijdschap weer te mogen bezitten. (Ps.51).

Scheuren en naaien. Van het volk Israël was het kleed niet versleten tijdens de reis (Deut.8:4). Bij groot verdriet of gebeurtenis scheurde men de kleren van ontzetting, verdriet of woede, maar daarna, als de emoties tot bedaring waren gekomen, herstelde men de kleren weer.

Zwijgen en spreken. De Heer Jezus zweeg toen Hij door Herodus werd ondervraagd (Luk.23:9), daarvoor had de Heer Jezus gesproken en het evangelie verkondigd. In onze maatschappij is God het zwijgen opgelegd het gevolg is dat God niet meer spreekt tot de mens.

Liefhebben en haten. We dienen onze vijanden lief te hebben, dat is de algemene regel, maar er zijn ook uitzonderingen van zaken die we wel dienen te haten (2Kron.19:2; Ps.97:10; Spr.6:16vv.; Op.2:6).

Oorlog en vrede. We zijn geroepen tot vrede, maar we hebben vijanden waartegen we hebben te strijden: ons vlees of hartstochten, de wereld en de duivel (Jak.4:1, 4, 7).

2. Kijk naar binnen. (3:9-14) - Onze relatie met God (Eeuwigheid)

In vs. 10 komt God op het toneel, dat is de tweede keer in het boek dat van Hem melding wordt gemaakt (2:25). Heeft het leven waarde? Een filosoof heeft eens gezegd: Het leven van de mens heeft niet meer betekenis dan dat van een dier dat gaat van de ene verdwijning na de andere. Met andere woorden : Volgens hem heeft het leven geen zin of doel. Hij heeft gelijk het leven zonder God heeft geen betekenis; de mens is gelijk aan de dieren (3:19-21). Vers 9 sloot het vorige gedeelte af met de vraag die we al eerder zijn tegen gekomen in 1:3: ‘Welk voordeel heeft de werker van datgene waarvoor hij zich aftobt?’ In de volgende verzen staat de mens in relatie met God centraal.

Ten eerste, het leven is een gave van God (vs. 11). Doorheen heel de Bijbel is dít wel duidelijk: God is onze Schepper! In deze tijd, waar de wetenschap god is, denken ze daar anders over, maar in de Bijbel vinden we geen spoor terug van een eventueel evolutieproces. God schiep de mens, en de mens verschilt van de dieren daarin dat hij een ziel heeft en is daarom eeuwig; Hij heeft de eeuw in hun hart gelegd! (1Kon.17:21-22; Ps.95:6-7; Pred.12:7; Luk.8:55; Mat.10:28). Ten tweede, het leven is verbonden met de eeuwigheid (vs. 11). De mens is uniek, élk mens is uniek en daarom waardevol! En God heeft aan de mens een ‘bezigheid’ gegeven (vs. 11) namelijk on iets van het werk Gods in deze schepping te ontdekken, maar dan zal niet lukken omdat Hij de eeuw in het hart van de mens heeft gelegd; de mens is begrensd in het verstaan van de raad van God. Zijn gedachten en wegen zijn hoger en anders die die van de mens. Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen? (Rom.11:33). Ten derde, je kunt en mag nú van het leven genieten (vs. 12-14). (Zie: Pr.3:13; 6:2; 9:9; 1Tim.6:17). Je mag van het leven genieten, maar de grootste ‘opbrengst’ van het leven is wanneer je dat doet met God (2:25). Ondanks als het ‘zwoegen’ heeft het leven ook zijn plezierige kanten, want God heeft regen en vruchtbare tijden gegeven om onze harten te vervullen met voedsel en vreugde (Hand.14:17).

 

3. Kijk naar voren. (3:15-22)

 

A. De zekerheid van de dood

 

Nog maar eens wordt ons het tijdelijke van de mens voor ogen gesteld. Als er één ding zeker is in het menselijk bestaan dat is het de dood. En in dat verband is het mogelijk dat vers 3:15 daar mee te maken heeft. Mogelijk slaat dit op de verantwoording die we zullen afleggen, hetzij voor de rechterstoel van Christus (2Kor.5:10), hetzij voor de grote witte troon (Op.20:13), van wat we in en met ons leven hebben gedaan (vgl. 3:15 met 8:11). ‘Ik zeide bij mijzelf: Over de rechtvaardige en de onrechtvaardige zal God gericht oefenen, want er is voor elke zaak en voor elk werk een bestemde tijd’ (vs.17). Dit impliceert dat er is een opstanding moet zijn en dat wordt uitvoerig besproken in het Nieuwe Testament (1Kor.15:29-50). Ja, het lot van de mensenkinderen is gelijk het lot der dieren, uitgezonderd het oordeel. ‘De mens, die met zijn praal geen inzicht heeft, is gelijk aan de beesten, die vergaan’ wat dat aangaat heeft de mens niets voor boven de dieren (Ps.49:21). Toch is er een fundamenteel verschil tussen mens en dier en dat is dat de mens een ziel heeft en een dier niet. Dat verschil wordt duidelijk gemaakt in het Oude Testament: ‘Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten’ (Gen.9:4) en ‘Want de ziel van het vlees is in het bloed’ (Lev.17:11). Dat de mens een ziel heeft vinden we aan het eind van het boek Prediker: ‘Het stof keert weer tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest keert weer tot God, die hem geschonken heeft. (Pred.12:7). In dat verband is het goed ook de volgende teksten te raadplegen: Gen.35:18; 1Kon.17:21-22; Mat.10:28; Luk.8:55; Jak.2:26. Als wij, als gelovigen en met de kennis van het Nieuwe Testament, naar ‘voren kijken’ denken we niet alleen maar aan de dood, maar eerder aan het eeuwig leven dat we door Christus mogen bezitten. Wij leven hier met het vooruitzicht van onze toekomst bij Christus.

 

B. Het eeuwig leven

 

Waar Salomo weinig of geen kennis van had, was wat er ná de dood gebeurde, daarvan is de openbaring hoofdzakelijk in het Nieuwe Testament gegeven. In geloof dat de opstanding, eeuwig leven in Gods heerlijkheid voor de gelovige onderwerpen die behoorden tot ‘de dingen die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’ en door de Heer Jezus en de apostelen is geopenbaard (Mat.13:35; zie verder: Rom.11:25; 16:25; Ef.3:9, 5:32; Kol.1:26, 2:2; 1Kor.15:51). Wat er ná de dood gebeurd wordt ons duidelijk gemaakt in Lukas 16 waar sprake is van een plaats waar de doden verblijven, genaamd het dodenrijk. (Zie voor verdere uitleg de Rubriek: NT Evangeliën op de website). Er is een opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Hand.24:15) en er is een opstanding ten leven en een opstanding van het oordeel (Joh.5:29). Een mens komt voor de Grote witte troon (Op.20:11) of voor de Rechterstoel van Christus (2Kor.5:10). Deze twee plaatsen dienen onderscheiden te worden. De Grote witte troon is voor de ongelovigen om geoordeeld te worden, de rechterstoel van Christus is voor de gelovigen om loon te ontvangen voor wat ze in het lichaam voor Christus hebben gedaan. De gelovige gaat na zijn sterven naar het paradijs. De volgende teksten verwijzen daarnaar: ‘Heen te gaan en met Christus te zijn is verreweg het beste’ (Fil.1:23), ‘Heden, of vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn’ (Luk.23:43), en ‘We willen liever ons verblijf in het lichaam verlaten en bij de Heer inwonen’ (2Kor.5:8). In die plaats, het Paradijs, verblijven de gelovigen tot het moment van de zgn. Opname, om dan samen met de nog levende gelovigen te worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht en zo zullen wij altijd met de Heer zijn (1Thes.4:17).

 

Waar we daarna zullen verblijven wordt duidelijk door het lezen van enkele anderen teksten. De Heer Jezus gezegd: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, opdat ze mijn heerlijkheid aanschouwen die U Mij hebt gegeven’ (Joh.17:24). We zullen dus bij Hem zijn, en waar is dat dan, in het huis van de Vader! ‘Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd. Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben’ (Joh.14:1-3).

 

Geniet van het leven: 3:12-15, 22

 

Regels bij tegenslagen:

 

(1) Ik zal niet klagen, (2) mijn omgeving niet beïnvloeden door een negatieve houding aan te nemen, (3) mijn zegeningen tellen, (4) en proberen tegenslag om te zetten in voordeel.

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Deze studies over het boek Prediker zullen de komende maanden telkens met nieuwe artikelen worden aangevuld. Ik hoop daarmee tegen de zomer van 2020 mee gereed te zijn.