Christendom

 

 In deze rubriek zijn

onderstaande artikelen

verschenen:

 

Er komt een tijd...

Bethlehem vs. Bethlehem

De vlucht uit Jeruzalem

Op weg naar Babylon

Lotgevallen Jezus' verwanten

Gevaren die het volk van God bedreigen

Waarom ik geen Jehovah Getuige ben

De evangelische beweging in Nederland

Mogen we een opwekking verwachten in West-Europa?

Europees christendom in de eenentwintigste eeuw

Betekenis Christelijke feesten

De betekenis van Kerst

De betekenis van Pasen

De betekenis van Pinksteren

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

 

Er komt een tijd…

 

 

 

 

‘Er komt een tijd dat zij de gezonde leer niet meer verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen; en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden’ (2Tim.4:3-4)

 

Inleiding

Het is opmerkelijk hoeveel nadruk de apostel Paulus, in zijn twee brieven aan zijn echt kind Timotheüs, legt op Gods woord en het handhaven van de waarheid. Het zal in die tijd ook wel nodig zijn geweest, maar ik denk nog veel meer in onze tijd! Want wie een klein beetje op de hoogte is van wat er zich op het christelijk erf afspeelt zal dat zeker beamen. De oorsprong van veel dubieuze religieuze groepen of visies ligt in de negentiende eeuw, denk maar aan de Mormonen, Zeven-de-dag-Adventisten, Jehova’s getuigen en andere. De gelijkenis van de tien maagden (Mat.25:1-13) leert ons dat alle maagden in slaap vielen toen de bruidegom uitbleef (vs.5), maar jammer genoeg werden ze ook allemaal wakker; de wijze, maar ook de dwaze maagden!

De apostel Paulus waarschuwde de gelovigen al voor de gevaren die hen bedreigden: ‘Ik weet, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen; en uit uzelf zullen mannen opstaan, die verdraaide spreken om de discipelen achter zich weg te trekken. Daarom: wees waakzaam’ (Hand.20:29-31).

Meer dan ooit hebben we te maken met mannen uit ons eigen midden, die verdraaide dingen spreken. Veel uitvindingen hebben een positieve, maar ook een negatieve kant. Een vliegtuig is een fantastisch transportmiddel, maar het kan ook bommen werpen! Zo is het ook met internet het is uitstekend communicatiemiddel, maar het verspreid porno en veel andere slechte zaken, maar ook goede dingen zoals christelijke websites. Maar bij dat laatste is het ook weer oppassen want waarmee worden de bezoekers van die sites mee geconfronteerd en zijn zij in staat om goede van het verkeerde te onderscheiden?

1. Uw Woord is de Waarheid (Joh.17:17)

Ik denk dat veel kerken, christelijke organisaties, websites e.d. in hun beginselverklaring vermeld hebben staan dat de Bijbel door Gods Geest geïnspireerd is en als richtlijn voor hun handelen dient. Helaas staat dat beginsel soms in tegenspraak met hun handelen. Theorie en praktijk dienen met elkaar in overeenstemming te zijn, zoals bij de Heer Jezus ‘die was begonnen te doen en te leren!’ (Hand.1:1). Aan dat evenwicht tussen weten en doen, daaraan ontbrak het bij de schriftgeleerden en farizeeën: ‘Toen sprak Jezus tot de menigten en tot zijn discipelen en zei: De schriftgeleerden en de farizeeën zijn gaan zitten op de stoel van Mozes. Alles dan wat zij u ook zeggen, doet en bewaart dat, maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen niet. Zij nu binden lasten zware en moeilijk te dragen lasten, en leggen ze op de schouders van de mensen; maar zij zelf willen ze met hun vinger niet verroeren’ (Mat.23:2-4). De Heer Jezus zei later tegen de discipelen ‘Als u deze dingen weet, gelukkig bent u als u ze doet’ (Joh.13:17).

Maar hoe staan wij ten opzichte van Gods Woord en de toepassing daarvan in óns leven? De gelovigen in Thessaloniki hadden het evangelie aangenomen, niet als een woord van mensen, maar, zoals het waarlijk is, als Gods Woord, dat ook in de gelovigen werkte. (1Thes.2:13). We worden niet behouden door geloof en werken, maar door een geloof dat werkt! Bij de gelovigen in Thessaloniki bleek dat geloof uit hun werk van geloof, hun arbeid van de liefde en hun volharding van de hoop (1Thes.1:3), en daarom kon Paulus ook bevestigen dat ze door God uitverkoren waren (1Thes.1:4).

In onze tijd zien we hetzelfde, ik bedoel dit: Op zondag in de samenkomst spreken de voorgangers zich uit voor God als de Schepper van hemel en aarde, en de dagen daarna zeggen ze te geloven dat het ontstaan van het leven door evolutie tot stand is gekomen, of nog erger: dat God door evolutie de wereld tot stand zou hebben gebracht. Is Gods Woord niet gezaghebbend wanneer het over de schepping spreekt, en moeten we dan aan het evolutie geloof(!) meer waarde hechten dan aan Gods Woord? Mogen we het oor van de waarheid afkeren en ons tot de fabels wenden? Ik ga mij niet storten in de discussie over evolutie, maar zolang er geen bewijs is geleverd verwijs ik het naar de dogma’s van de zogenaamde wetenschap. Ter verduidelijking: Dogmatisme is de meer algemene duiding voor een overtuiging of houding waarbij iemand niet meer in staat is zijn opinies te herzien op grond van nieuwe informatie. Het begrip "dogmatisme" impliceert dat iemand zijn overtuigingen op een onnadenkende en conformistische manier hanteert zonder de fundamenten daarvan in vraag te willen stellen. Dogmatisme wordt als onverenigbaar gezien met een wetenschappelijke en/of rationele ingesteldheid, waar zelfcorrectie intrinsiek deel van uitmaakt.

2. Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis (Hosea 4:6)

Was het in het Oude Testament al niet bijster gesteld met de kennis van Gods Woord, in de tijd dat de Heer Jezus op aarde verkeerde was het niet veel beter. De farizeeën hadden het al ‘over de schare die de wet niet kent’ (Joh.7:49). In de confrontaties met de schriftgeleerden en farizeeën bleek dat ook zij zelf niet de juiste kennis van Gods Woord hadden. Wanneer de Heer Jezus met Nicodemus in gesprek is moet Hij dan ook tegen deze leraar van Israël zeggen: ‘Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet?’ (Joh.3:10). Hoe is het mogelijk, vraag je je af, dat mensen die de hele tijd bezig waren met het onderzoeken van de Schrift toch geen inzicht hadden? (Joh.6:39). Ondanks hun onderzoek moest de Heer Jezus toch tegen hen zeggen: ‘U dwaalt, daar u de Schriften niet kent, noch de kracht van God’ (Mat.22:29). Daar ligt de sleutel! Het bezitten van de heilige Geest is noodzakelijk voor het kennen van de Schrift, want de Geest leidt in alle waarheid! (Joh.16:13). De discipelen kenden de Schrift ook nog niet dat Jezus uit de doden moest opstaan (Joh.20:9), maar dat veranderde snel toen ze de heilige Geest ontvingen!

Ook vandaag de dag moeten we vaststellen dat het met de kennis van Gods Woord slechts gesteld is. Dat blijkt onder meer uit het groot aantal sekten maar ook uit het gemak, waar veel mensen die zich christen noemen, zich in laten meesleuren. Uiteraard is de beeld- en gevoelscultuur daar ook mee schuldig aan. Een preek mag al niet langer duren dan dertig minuten want dan is het gedaan met de concentratie en aandacht. Bijbelstudies, als ze er nog zijn, worden slecht bezocht en al helemaal niet door jonge mensen die zich toch zouden moeten voorbereiden voor een toekomstige taak in de gemeenten. Nu al is het voor veel gemeenten vaak zoeken naar sprekers die het Woord der Waarheid recht snijden.

3. Zie, het woord des Heren hebben zij verworpen, wat voor wijsheid zouden zij dan hebben? (Jer.8:9)

Het niet kennen van het Woord is erg, maar de verwerping ervan is nog erger! De verwerping van Het Woord van God is al een bewijs van onwijsheid! In de zogenaamde christelijke cultuur waarin wij leven is het Woord van God allang naar de zijlijn gedegradeerd. We noemen dat secularisatie, het terugtreden van de religie uit de samenleving, in haar extreemste vorm het niet toe laten dat het geloof invloed heeft op de maatschappij. David heeft dat onder leiding van Gods Geest zo omschreven: ‘De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de Here en zijn gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen!’ (Ps.2:2-3). We zien dat het secularisatieproces heeft gekregen doordat zgn. christelijke politieke partijen het steeds moeilijker krijgen om kiezers voor zich te winnen. Een ander fenomeen is dat de subsidiering van kerken door de overheid komt meer en meer onder druk te staan. Wordt de kerk in België nog door de overheid gesubsidieerd, in Nederland moeten de kerken zichzelf bedruipen! De maatschappij wil zich niet meer laten gezeggen door kerk en God (Ps.19:12) en wil de banden verscheuren en de touwen van hen werpen. Ni Dieu, ni maître! ‘Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag’ (Joh.12:48).

Dat is de maatschappij, maar hoe is de houding ten opzichte van Gods Woord in de kerk? De vrijzinnigheid in de kerken heeft de laatste decennia grote invloed gekregen. Vrijzinnige theologie is een stroming in de theologie die erkent dat twijfel op geloofsgebied een zekere mate van vrijheid mag hebben. Hiermee verbonden is dikwijls een geloof in de vooruitgang van de mens en zijn kennis, waarbij religieuze waarheden zich soms moeten aanpassen aan de huidige cultuur, in plaats van andersom. De wetenschap is gaan heersen over het Woord van God en dat zien we, zoals hierboven als aangehaald, heel sterk tot uitdrukking komen in de discussie over schepping en evolutie. Het effect van de vrijzinnigheid op christenen heeft ertoe geleid dat velen de kerk de rug hebben toegekeerd. Recente cijfers (juni 2019) zeggen ons dat in Nederland per dag zo’n 150 mensen de kerk verlaten, dat zijn er 50.000 per jaar! In België, en de rest van Europa zal het wel niet veel anders zijn.

4. Liefde tot de waarheid

‘Koop de waarheid en verkoop haar niet’ (Spr.23:23) is de oproep van de schrijver van het boek Spreuken; Salomo. Liefde tot een broeder of zuster mag niet betekenen dat je Gods Woord tekort mag doen. Om dit te illustreren het volgende: In een gemeentelijke bijenkomst waar van mening gewisseld werd over de positie van de vrouw in de gemeente, werd door een voorganger gezegd toen iemand hem in dat verband op een bijbeltekst wees: ‘Doe de Bijbel maar dicht, we gaan hier met elkaar in liefde om!’ Ik denk dat we dan op verkeerd spoor zitten, want de Bijbel is ons juist gegeven om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in de gerechtigheid (2Tim.3:16).

In plaats van zich te laten corrigeren gaan sommigen die de gezonde leer niet meer verdragen, zoeken naar hun eigen begeerten leraars, om zich het gehoor te laten strelen. Dat was in het Oude Testament ook al zo: ‘Wijk af van de weg, keer af van het pad, houd de Heilige van Israël bij ons vandaan. Want het is een opstandig volk, het zijn leugenachtige kinderen, kinderen die niet willen luisteren naar de wet van de HEERE; die tegen de zieners zeggen: U mág niet zien; tegen de schouwers: U mág niet voor ons schouwen wat waar is. Spreek tot ons vleierijen, schouw bedriegerijen. Wijk af van de weg, keer af van het pad, houd de Heilige van Israël bij ons vandaan’ (Jes.30:9-11). De verordeningen des Heren zijn waarheid… ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen’ (Ps.19:10,12). Aan de koningen van Psalm 2, die de banden wilden verbreken en de touwen van hun werpen, wordt aan het einde van de Psalm gezegd: Nu dan, gij koningen, weest verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde. Dient de Here met vreze

en verheugt u met beving. Kust de zoon, opdat hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat, want zeer licht ontbrandt zijn toorn’ (Ps.2:10-12).

5. Strijden voor het geloof (Judas vers 3)

Wij, gelovigen, hebben de opdracht te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heilige is overgeleverd. Strijden betekend niet alleen maar op de hoogte te zijn van de inhoud van de Schrift en deze ook te verstaan (theologie), maar dat Woord ook een plaats in ons leven geven en het uit te dragen door onze houding en getuigenis in deze wereld, willen we geloofwaardig over komen.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Bethlehem

versus

Bethlehem

 

Inleiding

In de maand december van 2018 verscheen op de Nederlandse televisie een vierdelige reeks over Jezus met als titel ‘Jezus van Nazareth’, een productie van de Evangelische Omroep. Kefah Allush, die in Nablus geboren is, gaat in die reeks op zoek naar de historische Jezus. Hij reist hiervoor af naar de gebieden waar Jezus geleefd heeft en wordt daarin bijgestaan door Jürgen Zangenberg, deze is christen en hoogleraar Antiek Jodendom en Vroeg Christendom. Zijn onderzoek richt zich op de plaats van vroegjoodse en vroegchristelijke samenlevingen binnen de Romeinse context.

Ik heb het voorrecht gekend om Israël een keer of tien te mogen bezoeken en het was het een plezier om naar deze reeks te kijken. Naast Zangenberg was er nog een andere archeoloog die in deze zoektocht Kefah voorkwam, dat was Aviram Oshri die van mening was dat Jezus niet geboren zou zijn geweest in het alom bekende Bethlehem dat nabij Jeruzalem ligt, maar in het Bethlehem dat nabij Nazareth gelegen is. Dat er twee plaatsen met de naam Bethlehem zijn was mij bekend. Maar dat de Heer Jezus daar geboren zijn wist ik niet. Mijn aandacht werd daardoor getrokken en ik begon mij af te vragen, klopt het wel wat Aviram Oshri beweerd, en indien het zo is, is dat niet in tegenspraak met de Bijbel of is die daarover niet duidelijk? Omdat Oshrie ook opgravingen heeft gedaan vroeg ik mij af of de Bijbel het moet afleggen tegen de archeologie en interpretatie van Aviram Ohsri? En wie is Aviram Ohsri? Daarover gaat dit artikel.

Aviram Ohsri

De visie die Aviram Ohsri verdedigd is volop bediscuteerd en in vraag gesteld. Op zijn minst gezegd is hij een omstreden figuur. Volgens hem is Bethlehem het dorp dat in de Israëlische landstreek Galiléa ligt het geboortedorp van Jezus. Het ligt 120 kilometer ten noorden van het Bethlehem dat in Judea ligt. Het andere dorp Bethlehem, met ca. 800 inwoners ligt amper 7 kilometer verwijderd van Nazareth. Volgens archeoloog Ohsri is hier Jezus Christus geboren, niet in het Palestijnse Bethlehem (met het Palestijnse Bethlehem bedoeld hij Bethlehem bij Jeruzalem). Hij vond er de fundamenten van een van de grootste Byzantijnse kerken in het Heilige Land, alsmede de resten van een klooster. Volgens Oshri moet dit Bethlehem in de 6e eeuw een belangrijk centrum geweest zijn van christelijke pelgrimage. Een van de argumenten van deze archeoloog is het feit, dat het Palestijnse Bethlehem niet bestond tijdens de geboorte van Jezus. Anderzijds heeft hij verwijzingen gevonden in de diverse evangeliën. Het onderzoek van Aviram Oshri ligt stil. Zijn werkgever, de Israëlische Archeologische dienst verkeert permanent in geldnood, maar er spelen ook belangen mee van het Vaticaan en andere christelijke belangen in het andere Bethlehem.

Bethlehem vs. Bethlehem

Zoals hierboven aangehaald vermeld de Bijbel twee steden met de naam Bethlehem, een op zo’n vijftien kilometer ten westen van Nazareth in het land Zebulon (Joz.19:15; Richt.12:8-10), en de ander zo’n zeven kilometers zuidwestelijk van Jeruzalem in Judea, voor velen het Bethlehem waar Jezus is geboren. Dit Bethlehem wordt dertig keer in het Oude Testament vermeld en heeft een rijke geschiedenis. De redenen die Aviram Oshri aanreikt dat dit Bethlehem niet de plaats is waar de Heer Jezus geboren is, zijn: (1) omdat Jezus zijn hele leven in Galilea heeft doorgebracht en niet in Judea, (2) dat Maria die in haar negende maand van haar zwangerschap was de reis van 120 km nooit zou hebben kunnen volbrengen, (3) dat bij opgravingen een grote kerk is ontdekt wat aangeeft dat er een belangrijke reden geweest moest zijn voor de bouw daarvan, en (4) een theologische reden, waardoor, (volgens Oshri) bijbelteksten bewust verkeerd zijn geïnterpreteerd, (5) het ontbreken van oudheden uit de Herodiaanse periode in Bethlehem in Judea, de tijd rond de geboorte van Jezus, een feit dat wordt bevestigd door de Israel Antiquities Authority, (6) Ohsri zegt dat hij ook nog andere ‘bewijzen’ heeft, want ‘hoe kwamen Maria en Jozef bij elkaar?’ Vroeg hij. 'Zij komt uit Tzippori en hij komt uit Bethlehem in Judea, en hoe groot is de kans dat ze elkaar hebben ontmoet als ze zo ver in de oudheid van elkaar vandaan woonden? Nul. Maar Bethlehem van Galilea en Nazareth en Tzippori liggen heel dicht bij elkaar.'

Tot zover de visie en argumentatie van de archeoloog Aviram Oshri, waarop ik hierna wil ingaan.

1e. Jezus verblijfplaatsen. Het is niet waar, zoals Oshri beweerd, dat de Heer Jezus zijn gehele leven heeft doorgebracht in Galilea. Hij is onder andere ook in het land van de Gadarenen geweest (Luk.8:26) en heeft Jeruzalem een aantal keren bezocht.

2e. De reis. Ten eerste weten we niet hoe Jozef en Maria gereisd hebben, vermoedelijk met een ezel hoewel dat uit de Schrift niet hard kan worden gemaakt, waardoor die 120 km niet onoverkomelijk geweest hoeven te zijn. Ten tweede was Maria wel hoogzwanger? Ik bedoel was ze in haar negende maand? We weten het niet. Hoe lang was het verblijf van Jozef en Maria in Bethlehem voordat de geboorte plaats vond? Lukas zegt: ‘Het gebeurde nu toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij zou baren’ (Luk.2:6). We hebben ook daar geen concrete bijbelse gegevens over maar Lukas 1:56 leert ons dat Maria ongeveer drie maanden bij Elisabeth verbleef en daarna terugkeerde naar Nazareth. Ergens in de daaropvolgende zes maanden van haar zwangerschap moeten zij en Jozef naar Bethlehem in Judéa zijn gereisd (Luk.2:4).

3e. Opgravingen. Tijdens elf jaar van opgravingen vond Oshri een enorme kerk uit het Byzantijnse tijdperk, met een grot verborgen onder de apsis, evenals delen van een muur die misschien om het dorp heen liepen en nog een gebouw van twee verdiepingen dat een oud gasthuis zou kunnen zijn geweest, alles uit de tijd van Jezus, volgens Oshri. Maar het Byzantijnse Rijk, ook bekend als het Oost-Romeinse Rijk, ontstond na de val van Rome in het begin van de vijfde eeuw. De bouwwerken die vanaf die tijd in het rijk werden gemaakt, worden Byzantijns genoemd. Een Byzantijnse kerk uit de tijd van Jezus?!

4e. Theologische reden. Oshri beweerd dat er theologische reden zijn dat de schriftgegevens bewust verkeerd geïnterpreteerd zijn. Wie dat gedaan hebben, waarom en over welke teksten uit het de Bijbel het gaat daarop krijgen we geen antwoord.

5e. Oudheden. Het ontbreken van oudheden uit de tijd van Jezus’ geboorte in Bethlehem is geen bewijs dat Jezus niet in het Bethlehem van Judea geboren zou zijn.

6e. Jozef en Maria. We hebben geen gegevens over hoe Jozef en Maria elkaar hebben leren kennen maar dat is ook geheel buiten de kwestie om, en kan niet als bewijs dienen waar de Heer Jezus geboren zou zijn.

 

7e. Galilea. Het is onwaarschijnlijk dat Jezus in het Galilese Bethlehem geboren zou zijn, want: ‘Komt de Christus dan soms uit Galilea?’ (Joh.7:41) ‘Zij antwoordden en zeiden tot hem (Nicodemus): Bent u soms ook uit Galilea? Onderzoek en zie dat uit Galilea geen profeet opstaat’ (Joh.7:52) en ‘Kan uit Nazareth iets goeds zijn? (Joh.1:47).

 

Er blijft dan ook niet veel van de argumenten van Aviram Ohsri over! Dus waarom zouden we een archeoloog geloven die tweeduizend jaar later dan Jezus’ geboorte leefde en die het getuigenis van twee man (Mattheüs en Lukas) verwerpt die wel tweeduizend geleden leefden en het voorrecht hadden Maria, de moeder van Jezus te kennen en te spreken. Oshri geeft dan ook geen bewijzen, slechts opinies.

Bijbelse gegevens

Wat zijn de bijbels gegevens die we ter beschikking hebben?

‘Het gebeurde nu in die dagen, dat er een bevel uitging van keizer Augustus, dat het hele aardrijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving vond het eerst plaats, toen Quirinius stadhouder over Syrië was. En allen gingen om zich te laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad. Jozef nu ging ook op van Galiléa uit de stad Nazareth naar Juda, naar de stad van David die Betlehem heet, omdat hij uit het huis en de familie van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was’ (Luk.2:1-5).

‘En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid’ (Mi5:1) en dit wordt bevestigd door Mattheüs: ‘Toen nu koning Herodes dit hoorde, werd hij ontsteld en heel Jeruzalem met hem; en hij liet alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeenkomen en deed bij hen navraag waar de Christus geboren zou worden. En zij zeiden tot hem: In Bethlehem in Judea; want is er geschreven door de profeet: ‘En u, Bethlehem, land van Juda, bent zeker niet de geringste onder de vorsten van Juda’ (Mat.2:5-6).

Uit deze teksten blijkt: (1) dat het gaat over het Bethlehem dat in Judea ligt, (2) dat Bethlehem de stad van David genoemd wordt, (3) de vermelding Bethlehem Efrata, en ook daar weer de vermelding van Juda, en (4) Johannes maakt duidelijk dat Jezus niet uit Galilea kwam maar van het dorp Bethlehem waar David was.

De stad van David

Bethlehem is de vaderstad van David vandaar dat Bethlehem de stad van David wordt genoemd (1Sam.17:12, 20:6; Luk.2:4). ‘De Here zeide tot Samuël: Hoelang zult gij nog leed dragen over Saul, en Ik heb hem toch verworpen, dat hij geen koning meer over Israël zal zijn? Vul uw hoorn met olie en ga heen: Ik zend u naar de Betlehemiet Isaï, want onder zijn zonen heb Ik Mij een koning uitgezocht’ en ‘Samuël deed wat de Here gezegd had en hij kwam te Betlehem’ (1Sam.16:1,4). Een ander gedeelte uit het Oude Testament verstrekt ons volgende gebeurtenis: ‘Eens daalden drie van de dertig aanvoerders af en kwamen tot David, tegen de oogsttijd, bij de grot van Adullam, terwijl een schare Filistijnen gelegerd was in de vlakte Refaïm. David bevond zich toen in de vesting en een wachtpost der Filistijnen lag toen in Betlehem. En er kwam een verlangen bij David op en hij zeide: O, dat iemand mij water te drinken gaf uit de put van Betlehem, die bij de poort is! Toen braken die drie helden door het leger der Filistijnen heen, schepten water uit de put van Betlehem, die bij de poort is, namen het mee en brachten het naar David. Maar deze wilde het niet drinken, doch plengde het voor de Here, en zeide: Het zij verre van mij, Here, dat ik dit zou doen! Is dit niet het bloed van de mannen die met gevaar voor hun leven gegaan zijn? En hij wilde het niet drinken. Dit hebben de drie helden gedaan’ (2Sam.23:13-17). Adullam ligt ongeveer 20 kilometer ten zuidwesten van de vallei van Rephaim en ongeveer 12 mijl ten west-zuid-west van Bethlehem in Judea. David wilde een drankje uit zijn huis, waar hij vroeger van dronk. Jezus werd in hetzelfde Bethlehem geboren.

Ook in Jezus’ tijd was men de mening toegedaan dat het Bethlehem in Juda de plaats was vanwaar de Heer Jezus kwam: ‘Sommigen dan uit de menigte die deze woorden zeiden: Deze is waarlijk de profeet. Anderen zeiden: Deze is de Christus. Weer anderen zeiden: Komt de Christus dan soms uit Galiléa? Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Bethlehem, waar David was?’ (Joh.7:41-42).

Efrata

In het boek Genesis vinden we dat Efrat Betlehem is. ‘Daarna braken zij op uit Betel. Toen zij nog maar een eindweegs van Efrat verwijderd waren, baarde Rachel, en zij had een moeilijke bevalling. En terwijl zij die moeilijke bevalling had, zeide de vroedvrouw tot haar: Vrees niet, ook ditmaal hebt gij een zoon. En toen haar het leven ontvlood – want zij stierf – noemde zij hem Ben-Oni, maar zijn vader noemde hem Benjamin. Zo stierf Rachel en werd begraven aan de weg naar Efrat, dat is Betlehem’ (Gen.35:16-20; 48:7). Efrata is de oude naam van Bethlehem en moet van het andere Bethlehem, dat vermeld wordt in Jozua 19:15, onderscheiden worden.

Ook in het boek Ruth gaat het over Elimelech, Efrathieten uit Bethlehem in Juda: ‘In de dagen dat de richters leiding gaven aan het volk, gebeurde het dat er hongersnood was in het land. Daarom ging een man uit Bethlehem in Juda op weg om als vreemdeling in de vlakten van Moab te verblijven, hij, zijn vrouw en zijn twee zonen. De naam van de man was Elimelech, de naam van zijn vrouw Naomi en de namen van zijn twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathieten uit Bethlehem in Juda. En zij kwamen in de vlakten van Moab en bleven daar’ (Ruth 1:1-2).

Conclusie

Alles samenvattend mogen we met grote zekerheid aannemen dat de stad Bethlehem dat nabij Jeruzalem in Judea ligt het Bethlehem is waar de Heer Jezus geboren is.

Bronnen:

Televisiereeks: EO – Jezus van Nazareth

http://www.christipedia.nl

www.timesofisrael.com

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

De vlucht uit Jeruzalem

 

Mattheüs 24 en Lukas 21

 

 

Inleiding

Zijn de eindtijdredes in Mattheüs en Lukas aan elkaar gelijk, vullen ze elkaar aan of gaat het om verschillende gebeurtenissen? Er is veel verschil van mening hierover. Belangrijk bij de uitleg van deze redes is de vraag welke plaats Israël in het eschatologisch denken inneemt. Hangt men het substitutionalisme aan, de vervangingstheologie dat leert dat de kerk het geestelijk Israël is en in Gods heilwegen de plaats van Israël heeft ingenomen, zal men tot een ‘geforceerde’ uitleg komen. Gaat men ervan uit dat Israël in de eindtijd weer een plaats gaat innemen in Gods handelen, dan ligt het veel gemakkelijker. Trouwens wie kan ná het uitroepen van de staat Israël in 1948 en het onder het gezag plaatsen van Oost-Jeruzalem in 1967 daaraan nog twijfelen? Ik verwijs voor meer uitleg daarover naar mijn website (www.bijbelstudiesgerardwesterman.be) voor een eerder geplaatst artikel in de rubriek Eschatologie met de titel: ‘Mattheüs 24 - Een exegese’.

Twee belangrijke verschillen in de beide evangeliën vallen op. Ten eerste wordt in Mattheüs gesproken over ‘de gruwel van de verwoesting’ dat in Lukas ontbreekt. Ten tweede spreekt Lukas over ‘de tijden der heidenen’ waarvan we geen notie vinden bij Mattheüs. Wat meer aandacht wil ik echter in dit artikel schenken aan de gelovigen die in Jeruzalem verbleven tijdens het beleg van stad door de Romeinen. Hebben ze gehoor gegeven aan de oproep van de Heer Jezus om de stad Jeruzalem te verlaten? Zo ja, waar zijn ze heen gegaan en wat is er van hen geworden?

Volgorde van de gebeurtenissen in Mattheüs

‘Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan in de heilige plaats – laat hij die het leest, erop letten! – laten dan zij die in Judéa zijn, vluchten naar de bergen’ (Mat.24:15-16)

Israël staat in het verslag van Mattheüs centraal en het beschrijft een periode van de verwoesting van de tempel tot Christus’ wederkomst in heerlijkheid waarna het Vrederijk aanbreekt en Israël een glorierijke toekomst tegemoet gaat. De tekst die deze rede opsplitst in twee gedeelten is het vers dat de gruwel der verwoesting vermeld, dus vers 15. Wanneer gaat dat plaatsvinden of heeft het al plaatsgevonden en wat moeten we ons bij ‘de gruwel der verwoesting’ voorstellen?

Bij de ‘gruwel der verwoesting’ moeten we denken aan een afgod dat in de tempel zal worden opgericht vlak voor de komst van Christus. Dit is in het verleden niet gebeurd en dus moeten we denken aan een toekomstige gebeurtenis. Zo denkt ook de Heer Jezus erover in zijn eindtijdrede. Dat er dan weer een tempel zal zijn blijkt uit 2Thes.2:4 waar gesproken wordt van de zoon van het verderf die in de tempel gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is. Vandaag de dag zijn er al ver gevorderde plannen en activiteiten die laten zien dat een toekomstige tempel in Jeruzalem geen utopie meer is. In Openbaring lezen we van dat beeld - deze ‘gruwel’ - dat zal worden opgericht door het ‘beest uit de aarde’ de Antichrist of valse profeet, een beeld dat het Romeins staatshoofd zal voorstellen die in die tijd aan het hoofd zal staan van het herstelde Romeinse rijk. Deze oprichting van het beeld zal plaatsvinden aan het begin van de tweede helft van de laatste jaarweek en luidt de gebeurtenissen van de Grote Verdrukking in.

De volgorde van de gebeurtenissen in de eindtijdrede van Mattheüs kunnen als volgt worden weergegeven:

De Opname van de Gemeente is de eerstkomende gebeurtenis (1Kor.15:51-58; 1Thes.4:13-18; Joh.14:1-3; Fil.3:20-21) maar kon nog niet worden vermeld in het evangelie omdat het nog een verborgenheid was die pas door de apostel Paulus geopenbaard zou worden. De volgende gebeurtenis is de terugkeer van het volk naar het land Israël zoals we dat nu al kunnen waarnemen. Tot aan de komst van de Messias zal Israël en in het bijzonder Jeruzalem in toenemende mate een ‘steen des aanstoots’ zijn voor alle volken. Een voorproefje daarvan hebben we kunnen waarnemen toen in december 2017 president Trump Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkende. Heel de wereld koos tegen Israël. Niet dat God voor die erkenning zich op Trump moet verlaten want voor God is Jeruzalem altijd de hoofdstad van Israël geweest. Door die daad van Trump zijn de VS voorlopig uitgeschakeld als gesprekspartner in het conflict tussen de Palestijnen en Israël. De mogelijkheid bestaat dat de EU deze taak in de nabije toekomst gaat overnemen. Dat zou dan in overeenstemming zijn met het profetische woord (Dan.2, 9) dat ons leert dat het Romeinse rijk voor de komst van Christus weer aanwezig zal zijn. Velen zien in de EU daarvan de voorloper van de uiteindelijke vervulling. De spanningen zullen toenemen en uitlopen op de Grote Verdrukking die een aanvang zal krijgen in het midden van de laatste van de zeventig jaarweken zoals vermeld in Daniël 9. Het verbond tussen het hoofd van het herstelde Romeinse rijk  en Israël dat aan het begin van de laatste jaarweek zal worden aangegaan zal in het midden van die periode worden verbroken. De openbaring van de Antichrist zal plaatsvinden en een ‘gruwel der verwoesting’ zal in de dan aanwezige tempel worden opgericht. Er komt een Grote verdrukking en de volkeren zullen worden bijeen verzameld in het dal van Armageddon om tegen Israël te strijden (Mat.24:21; Zach.12; Op.13:13-14; 19:11vv.). De huidige situatie in het Midden-Oosten maakt een dergelijke voorstelling van zaken steeds realistischer zeker nu Rusland in Syrië twee permanente militaire basissen heeft en daardoor op de stoep van Israël zit. Iran als (toekomstige?) kernmacht zal ook proberen als bondgenoot van Syrië, om zijn plaats in het conflict in te nemen en om als grootste vijand van Israël proberen het volk de zee in te drijven.

Volgorde van de gebeurtenissen in Lukas

‘Wanneer u nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan dat haar verwoesting nabij gekomen is. Laten dan zij die in Judéa zijn, vluchten naar de bergen; en zij die in haar midden zijn, eruit trekken, en die in de landstreken zijn, niet in haar binnengaan. Want dit zijn de dagen van wraak, opdat alles wat geschreven staat, vervuld wordt. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen; want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk. En zij zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door volken worden vertrapt, totdat de tijden van de volken zullen zijn vervuld’ (Luk.21:20-24)

Ook deze eindtijdrede wordt in tweeën gesplitst en wel door vers 24 dat spreekt over de ‘tijden der heidenen’. De verzen 20-24 bestrijken een tijdsperiode van het jaar 70 tot 1967. In 70 werd de stad en tempel verwoest in 1967 kwam geheel Jeruzalem onder Israëlisch gezag waardoor de tijden der heiden vervuld waren. Zowel in Mattheüs als in Lukas worden de gelovigen aangeraden niet de stad Jeruzalem binnen te gaan maar te vluchten. De eindtijdrede zal omstreeks het jaar 33 gehouden zijn. De Joodse oorlog, die leidde tot de verwoesting van de stad Jeruzalem en de tempel onder Titus, begon in 66. Omstreeks die tijd vindt de vlucht van de gelovigen plaats. De Joodse Oorlog, ook wel Joodse opstand genoemd, woedde in Judea en Galilea van 66 tot 70 na Christus. Joodse rebellen, aangevoerd door de Zeloten, kwamen in opstand tegen de Romeinen. De zoon van Vespasianus, Titus, nam de strijd tegen de joden op. Titus viel direct Jeruzalem aan en pakte de joden hard aan wat leidde tot de val van de stad. Flavius Josephus heeft de belegering en de verwoesting van Jeruzalem en de tempel uitvoerig beschreven in zijn Joodse Oorlogen (Boek 5 en 6). Door deze belegering brak er onder de joden een grote hongersnood uit die daardoor erg verzwakten. Romeinen doodden hele families. In totaal kostte de Joods-Romeinse oorlog tussen 66 en 70 zo'n 600.000 tot 1,3 miljoen doden. De ‘Titusboog’ in Rome herinnerd aan de wegvoering van de Joden uit Jeruzalem zoals is beschreven door Lukas. ‘Zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn’. Maar er is een ‘totdat’ en in 1948 is de staat Israël uitgeroepen door Ben Gurion. Toen in 1967 ook oost-Jeruzalem weer onder het gezag van de Israëlische staat kwam was daarmee een einde gekomen aan de ‘tijden der heidenen’ die was begonnen in 586 v.Chr. toen Jeruzalem door de Babyloniërs werd verwoest. De eindtijdweeën worden beschreven door Lukas als ‘angst onder de volken en een wankelen van de krachten van de hemel’. In de Grote Verdrukking zoals in Mattheüs vermeld zal er een ‘gruwel der verwoesting’ worden opgericht in de tempel. Ook dan zullen de joden in Judea vluchten naar de bergen. Ná de Grote verdrukking, de laatste jaarweek van Daniël (Dan.9) volgt de (zichtbare) komst van Christus, die het meest uitvoerig in Mattheüs wordt beschreven. Waarna het Vrederijk onder Christus aanbreekt.

Samenvattend kunnen we stellen dat de oproep om de stad te verlaten in het Mattheüs evangelie in de toekomst ligt. De oproep in het Lukas evangelie duidt op een moment in het verleden.

De vlucht uit Jeruzalem

‘Wanneer u nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan dat haar verwoesting nabij gekomen is. Laten dan zij die in Judéa zijn, vluchten naar de bergen; en zij die in haar midden zijn, eruit trekken, en die in de landstreken zijn, niet in haar binnengaan. Want dit zijn de dagen van wraak, opdat alles wat geschreven staat, vervuld wordt’ (Luk.21:20-22)

Hebben de gelovigen die in Jeruzalem verbleven tijdens het beleg van de Romeinen gehoor gegeven aan de profetie van de Heer Jezus om de stad te verlaten? Volgens enkele schriftelijke getuigenissen uit de vierde eeuw hebben ze Jeruzalem tijdig verlaten, vóór de totale vernietiging van de tempel in het jaar 70 en zijn ze gevlucht naar Pella in het huidige Jordanië. Volgens Eusebius van Caesarea (263-339) was Pella tijdens de Joodse opstand in 66 na Chr. het toevluchtsoord voor christenen uit Jeruzalem. In zijn Kerkgeschiedenis boek 3.5.3 - gepubliceerd in 324/325 – schrijft Eusebius: ‘De Jeruzalemse gemeente verliet op een gegeven ogenblik de stad; men deed dat op aanraden van enige mensen die algemeen als godvruchtig bekend waren en een goddelijke openbaring hadden ontvangen; zo kon de hele gemeente tijdig voor het uitbreken van de oorlog vertrekken; men vestigde zich in Pella, een stad in Perea. Door het vertrek van de mensen die in Christus geloofden was de koninklijke metropool Jeruzalem geheel verlaten van de heiligen; hetzelfde gold voor het Judese land; toen brak daar het goddelijk oordeel over hen aan en werden ze gestraft voor hun wandaden tegen Christus en zijn apostelen; onder dat oordeel verdween tenslotte het hele geslacht van deze goddelozen uit de mensenwereld’. Eusebius vermeldt als bron het geschrift van een man met de naam Ariston van Pella (100-160),

die veel kennis van de Joodse geschiedenis had en leefde onder keizer Hadrianus (117-138). Ariston is Eusebius’ bron (4.6.3) voor Hadrian’s permanente verbanning van de Joden uit Jeruzalem, toen geheten Aelia Capitolina. Het boek van Ariston is verloren gegaan.

Een andere bron is Epiphanius of Salamis (315-403) die in zijn Panarion 29,7,7-8 (374/375) schrijft: ‘Deze sekte van de Nazoreeërs bestaat in Beroea in de buurt van Coele Syria en de Decapolis in de streken van Pella en in Basanitis in de zogenaamde Kokaba, Chochabe in het Hebreeuws. Want daarvandaan begon deze actief te worden na de verhuizing vanuit Jeruzalem toen alle discipelen in Pella gingen wonen omdat Christus hen had gezegd Jeruzalem te verlaten en te vertrekken vanwege het beleg dat de stad te doorstaan zou krijgen. Vanwege deze raad woonden zij in Peraea, na naar deze plaats verhuisd te zijn, zoals ik vertelde. Daar had de sekte van de Nazoreeërs zijn oorsprong’.

In 30,2,7 van hetzelfde geschrift schrijft Epiphanius verder nog: ‘Toen allen die in Christus geloofden zich in die tijd in Peraea vestigden, de meerderheid [van hen] in een stad genaamd Pella in de Decapolis waarvan in het evangelie geschreven is dat het gelegen is nabij de streek van Batanaea en Basanitis, ontstond de prediking van Ebion hier nadat zij naar deze plaats verhuisd waren en daar waren gaan wonen’.

In zijn De ponderibus et mensuris, geschreven in 392, waarvan we de Syrische vertaling over hebben en enkele Griekse fragmenten, zegt Epiphanius in 1.8.3: ‘Aquila, zag, toen hij in Jeruzalem was, ook de discipelen van de apostelen terwijl ze bloeiden in het geloof en grote tekenen deden, genezingen en andere wonderen. Want zij maakten deel uit van degenen die teruggekomen waren uit Pella naar Jeruzalem, waar zij woonden en onderwijs gaven. Want toen de stad op het punt stond door de Romeinen ingenomen en verwoest te worden, werd van tevoren aan alle discipelen door een engel van God geopenbaard dat zij uit de stad moesten vertrekken, omdat deze volledig zou worden verwoest. Zij verbleven als emigranten in Pella, de hierboven vermelde stad in Peraea, die zij Pella noemden; Dit was vanwege het beleg dat Jeruzalem zou moeten doorstaan.’

*Voor een uitvoerige behandeling van dit onderwerp verwijs ik graag naar het artikel van Gerard Kramer die geplaatst is in het kwartaalblad ‘Focus op de Bijbel’ nr.36 van 2017.

Tenslotte

Volgens overlevering zijn deze christenen omstreeks 130 teruggekeerd naar Jeruzalem en hebben ze mede de stad opnieuw opgebouwd. Een wonderlijke stukje geschiedenis van de vroege kerk kun je wel zeggen. Maar wat kunnen we hiervan leren? De praktische les die we hieruit kunnen trekken is dat we moeten inzien hoe belangrijk het is op de hoogte te zijn van en gehoorzaam zijn aan het profetische woord.

‘Laten uw lendenen omgord en uw lampen brandende zijn, en weest u gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om als hij komt en klopt, hem terstond open te doen. Gelukkig die slaven, die de heer, als hij komt wakend zal vinden’ (Luk.12:35-36).

Bronnen:

Eusebius’ Kerkgeschiedenis - Boekencentrum

Josephus - Joodse Oorlog boek V. 6 – Duitse uitgave - Wiesbaden

Epiphanus van Salamis – Panarion – Internet Wikipedia

Epiphanus van Salamis – Ponderibus et Mensuris – Internet Wikipedia

De toekomst van God – Ouweneel

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

‘Op weg naar Babylon’

 

 

 

 

Inleiding

Onder bijbelgetrouwe gelovigen is het algemeen bekend en aanvaard dat de hoofdstukken 2 en 3 van het boek Openbaring een profetisch overzicht geven van de christelijke kerk, gezien in haar verantwoordelijkheid als getuigenis van God op aarde. Of, om het anders te zeggen, de gemeente van Christus als ‘huis van God’. Daarin zijn goed en kwaad met elkaar vermengd (Mat.13:24-30). Dit in tegenstelling met de Gemeente waar de boze uit het midden verwijderd dient te worden (1Kor.5:13; 2Tim.2:19)! De periode begint met de brief aan de gemeente te Efeze en eindigt met de brief aan de gemeente te Laodicea. De komst van Christus voor de Gemeente, de Opname, wordt in Openbaring 4:1 voorondersteld. Van hoofdstuk 4 tot 19 vinden we de Gemeente niet meer vermeld in het boek Openbaring, omdat na de Opname het volk Israël weer in het middelpunt van Gods handelen staat. Pas in hoofdstuk 19 komt de Gemeente als de bruid van het Lam weer in beeld. De kerkgeschiedenis zoals gezien in Openbaring 2 en 3, begint goed (Efeze) en eindigt slecht (Laodicea), en is dit niet altijd het geval met de dingen die God aan de mens toevertrouwt?

Toch leert het boek Openbaring dat er ook na de Opname nog steeds ‘gelovigen’ op aarde zullen zijn: wie zijn dat en hoe zijn die tot geloof gekomen? Na Laodicea lezen we over het Babylon van de eindtijd. Daarover gaat dit artikel, waarin we niet ingaan op alles wat er ná de Opname van de Gemeente gebeurt met de volken of het volk Israël, maar ons beperken tot het religieuze aspect van die tijd.

Voor hen die niet zo bekend zijn met het profetisch Woord volgt hier voor alle duidelijkheid een summier overzicht van de toekomstige gebeurtenissen:

1. De Opname van de gelovigen

2. De ure der verzoeking die over het gehele aardrijk zal komen

3. De Grote Verdrukking

4. Openbaring van de Antichrist

5. Het oordeel over Babylon

6. Wederkomst van Christus voor Israël en de Volkeren

7. Het Vrederijk

Van Efeze naar Laodicea

‘Als evenwel de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op de aarde?’ (Luk.18:8). We weten niet waaraan de Heer Jezus heeft gedacht toen Hij deze woorden uitsprak. Zag Hij over de eeuwen heen en was het zijn bezorgdheid over de toekomst van Gods volk, de Gemeente die zijn bruid was? Was het bezorgdheid zoals veel gelovigen dat vandaag ook hebben? Want waar gaat het heen met de wereld, met de Gemeente? Zal er nog een geloof te vinden zijn zoals het volhardend geloof dat de vrouw in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter toonde? De situatie in de wereld komt overeen met de dagen van Noach, zoals voorzegd door de Heer Jezus in zijn rede over de laatste dingen (Mat.24). Dagelijks worden we opgeschrikt door allerlei gewelddaden en misdrijven op allerlei terrein, we struikelen als het ware over de gebeurtenissen heen. Het kerkbezoek is enorm gedaald de laatste decennia en er komen relatief weinig mensen tot geloof in God, te weinig om de overledenen te kunnen vervangen. Maar het zijn niet alleen de aantallen die teruglopen, ook de inhoud van het Bijbels geloof is in veel kerken verminkt, onder andere door de komst van de Verlichting. De Bijbel is in veel kerken allang niet meer gezaghebbend als Gods Waarheid (Joh.16:16)! De wetenschap is de god van deze eeuw geworden! ‘Nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn!’ (Gen.11:6).

De futurologen van onze tijd zijn dan ook niet erg optimistisch over de toekomst van planeet aarde. De natuurkundige, kosmoloog en wiskundige Stephen Hawking, heeft onlangs beweerd dat ‘onze toekomst in de ruimte ligt’. Tot op zekere hoogte ben ik het daar mee eens, het is maar wat je verstaat onder ‘in de ruimte’. Daarover zullen we wel van mening verschillen, ben ik bang.

In onze westerse wereld zie je de polarisatie tussen verschillende bevolkingsgroepen steeds meer toenemen en soms wordt deze uitgevochten in onze steden. Er is bij de bevolking van West-Europa een gevoel van onbehagen en angst ontstaan voor de toekomst. ‘Multikulti ist gescheitert, absolut gescheitert!’ (de multiculturele samenleving is mislukt, absoluut mislukt!) was de conclusie van Angela Merkel, de eerste minister van Duitsland, en wat nu? Vermenging van culturen is nooit bevorderlijk om eenheid in stand te houden, vooral als binnenkomende culturen zich in een bestaande cultuur niet aanpassen. Is daaraan het vroegere Romeinse Rijk niet ten onder gegaan?

We zien nu al een groot verval van het christelijk geloof, maar straks zal de afval komen wanneer de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en toont dat hij God is (2Thes.2:3-4). Ja, ná Laodicea volgt Babylon!

Ná de Opname

De Gemeente is de woonplaats van de Heilige Geest (1Kor3:16; 2Kor.6:16; Ef.2:22) en dat betekent dat met de Opname van de Gemeente de Geest niet meer hier op aarde woont. Vaak hoor je dan de opmerking: ‘Dan kunnen er ook geen mensen meer tot bekering komen, terwijl er toch gesproken wordt over een grote schare die in de Grote Verdrukking tot geloof gekomen is?’ (Op.7:9-17). Dat is een misverstand en vraagt om een rechtzetting. Na de Opname krijgen we weer eenzelfde situatie als in het Oude Testament, namelijk dat de Geest wél werkzaam is, maar niet meer op aarde woont. Vóór Pinksteren was de Heilige Geest ook actief, want Hij was aanwezig bij de schepping (Gen.1:1-2), in de geschiedenis van het Oude Testament (Richt.6:34; 1Sam.16:13) en in het leven en de dienst van de Heer Jezus (Luk.1:10-37; 4:1; Hand.10:38), en er zijn nog andere plaatsen te noemen, zoals 2Samuël 23:2; Hand.1:16. Omdat de weerhouder (de Heilige Geest en/of de Gemeente) is weggenomen (2Thes.26-7), zal de moraliteit in de wereld drastisch veranderen. ‘De wetteloze zal geopenbaard worden’ (2Thes.2:8). Het: ‘Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen’ zal dan werkelijkheid zijn geworden (Ps.23).

Van Laodicea naar Babel

Om terug te komen op de hierboven vermelde tekst uit Lukas 18:8, geloof ik dat de Heer Jezus daar niet spreekt over zijn komst voor de Gemeente (de Opname), dat was nog een verborgenheid, maar over zijn zichtbare komst voor Israël en de volken kort voor de aanvang van het Vrederijk (Zach.14:3v.; Mat.24:30; Op.1:7). De tijd tussen de eerste en de tweede komst van Christus komt overeen met de laatste jaarweek van Daniël (Dan.9) en is een tijdsperiode van zeven jaar. Het is zo, dat er onmiddellijk voorafgaand aan Jezus’ (zichtbare) komst wel geloof zal zijn, want er wordt immers van het grote Babylon gesproken, dat toch duidelijk op een religieuze aanwezigheid duidt (Op.17–18). Maar wat moeten we onder dat ‘geloof’ verstaan? Zeker niet ‘het geloof der Schriften!’ De Bijbel vergunt ons een blik in de toekomst van hoe het ‘geloof’ er in de eindtijd zal uitzien en spreekt over het ‘grote Babylon’ (Op.17 en 18). We vinden in het boek Openbaring zelfs twee ‘soorten’ gelovigen in die tijd, ten eerste de ware gelovigen die ná de Opname van de Gemeente nog tot geloof zullen komen, en ten tweede ‘valse’ gelovigen die het beeld zullen aanbidden (Op.13).

We beginnen met de eerste groep van gelovigen. Wie zijn zij, hoe zijn ze tot geloof gekomen, door wie, en wat is hun bestemming? Zoals al aangegeven zullen ná de Opname, door de gebeurtenissen in die tijd, veel Joden tot geloof komen, de zogenaamde 144.000 (Op.7 en 14). We zien nu al dat God bezig is het volk terug te brengen naar het land van hun vaderen. Zouden de Messiasbelijdende Joden die na de inname van Oost-Jeruzalem in 1967 zijn verschenen, daarvan niet een voorvervulling kunnen zijn? Deze 144.000 zullen in die tijd het evangelie van het Koninkrijk van God gaan verkondigen, zoals Johannes de doper dat eerder deed, waardoor veel mensen tot inkeer en geloof zullen komen. In Openbaring 7 zien we deze groep gelovigen staande vóór het Lam. Op de vraag wie zij zijn, is het antwoord: ‘Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen’. Deze gelovigen zullen het vrederijk beërven.

De Antichrist

De tweede groep zijn zij ‘die God niet kennen en het evangelie van de Heer Jezus niet gehoorzamen’. Zij gaan verloren ‘omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden. Daarom zendt God hun een werken van de dwaling om de leugen te geloven’ (2Thes.1:8; 2:10,11). De leugen, waaraan de Antichrist leiding zal geven, zal de loochening zijn van de Vader en de Zoon. Hij zal loochenen dat Jezus in het vlees is gekomen (1Joh.4:2v.). En daarom spreekt de apostel van de mens der zonde, de zoon van het verderf, die zich verheft tegen al wat God heet. Hij zal in de tempel gaan zitten en zich vertonen dat hij God is (2Thes.2). Daarmee is verval overgegaan in afval! Wanneer de Heer Jezus tegen de Joden zegt: ‘Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen’ (Joh.5:43), doelt hij op de toekomstige Antichrist waarop het Joodse volk dan zijn vertrouwen zal stellen.

In het boek Openbaring lezen we over twee ‘beesten’, een beest uit de zee en een beest uit de aarde (Op.13:1, 11). In hoofdstuk 17 vinden we nadere uitleg daarover. Met veel Bijbeluitleggers onderscheid ik in het eerste beest het hoofd van het toekomstige Romeinse Rijk. Mogelijk is de Europese Unie daarvan de voorloper. Het tweede beest (uit de aarde) is de Antichrist, de valse profeet die twee horens had, aan die van een lam gelijk (Op.13:11). Het vervolg van Openbaring 13 geeft aan waaruit zijn activiteit zal bestaan en met wie hij samenwerkt, namelijk het eerste beest (het hoofd van het Romeinse Rijk) en de duivel, de draak, hoewel die meer op de achtergrond werkzaam is. Een satanische nabootsing van de goddelijke drie-eenheid! (Op.20:10). En deze valse profeet oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.

Het grote Babylon

In de hoofdstukken 18 en 19 van het boek Openbaring vinden we de beschrijving van het oordeel over het grote Babylon, de moeder van de hoeren (Op.17:5). Hoewel deze beschrijving van Babylon opmerkelijke overeenkomsten vertoont met de R-K kerk, mogen we niet uitsluiten dat het hier ook kan gaan om een samengaan van alle religies. Misschien zal de Islam daarvan ook deel uitmaken, omdat hij min of meer een christelijke sekte is omdat er veel elementen uit het Oude en Nieuwe Testament in gevonden worden. De apostel Johannes verwonderde zich daarover, want het was voor hem een verborgenheid die in de daaropvolgende verzen geopenbaard wordt. Er wordt gesproken over het beest dat haar, de vrouw, draagt, en zeven koppen en tien horens die wereldmachten blijken te zijn. Er zijn zeven wereldrijken die met Israël in verbinding hebben gestaan. Egypte, Assyrië, Babel, Meden/Perzen, Grieken en Romeinen. Het achtste rijk is weer het Romeinse Rijk, maar dan in zijn eindtijdvorm.  Het blijkt dat de ‘vrouw’ (Babylon) met het achtste rijk verbonden is (Op.17:7), want de vrouw die u gezien hebt, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde (Op.17:18).

Werd de kerk in de eerst eeuwen van haar bestaan zwaar vervolgd door de Romeinse overheid, later, na de omwenteling tijdens keizer Constantijn in 312, maakte de R-K kerk zich daaraan schuldig. Vooral de praktijken van de Inquisitie zijn berucht. ‘En in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen die op de aarde geslacht zijn’ (Op.18:24). Is het dan verwonderlijk dat over het oordeel dat Babylon moet ondergaan, God geprezen wordt? ‘Wees vrolijk over haar, hemel, en u, heiligen en apostelen en profeten, omdat God uw rechtszaak tegen haar berecht heeft’ (Op.18:20). ‘Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken’ (Op.19:2).

Het oordeel over het beest en de valse profeet bestaat daarin, dat zij levend werden geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt (Op.19:20).

Christus’ komst

Nu het oordeel over de valse bruid voltrokken is, komt de ware bruid, de Gemeente, weer in beeld. De bruiloft van het Lam kon niet plaatsvinden voordat het oordeel over Babylon werd voltooid. Met de beschrijving daarvan sluiten we dit artikel af. ‘En ik hoorde als een stem van een grote menigte en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, die zeiden: Halleluja! Want de Heer, onze God, de Almachtige, heeft zijn koningschap aanvaard. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. En hij zei tot mij: Schrijf: gelukkig zijn zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam. En hij zei tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, en hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie’ (Op.19:6-10).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXX

 

 

De lotgevallen van Jezus’ verwanten

 

 

 

Inleiding

Het is algemeen bekend en het wordt door de Bijbel ondersteund dat Jozef en Maria meerdere kinderen hebben gekregen dan alleen de Heer Jezus en Hij dus meerdere broers en zusters heeft gehad. Rooms Katholieke theologen denken daar anders over maar veel Protestantse de meeste Evangelische schriftverklaarders gaan ervan uit dat het in de Bijbelgedeelten waar dat vermeld staat, om lijfelijke broers van de Heer Jezus gaat. ‘En het geschiedde, toen Jezus deze gelijkenissen ten einde gebracht had, dat Hij vandaar wegging. En in zijn vaderstad gekomen, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij versteld stonden en zeiden: Vanwaar heeft Hij die wijsheid en die krachten? 55Is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus en Jozef en Simon en Judas? En behoren zijn zusters niet allen bij ons?’ (Mat.13:53-56, Mat.1:25; 12:46-50; Joh.7:3 en Hand.1:14).

De RK-kerk leert dat Maria na de geboorte van de Heer Jezus geen kinderen meer heeft gehad, en beweert dat de broers van de Heer Jezus eigenlijk zijn neven waren. Dat heeft natuurlijk te maken met het kerkelijke dogma van de blijvende maagdelijkheid van Maria; dus ook na de geboorte van de Heer Jezus is volgens de RK-kerk Maria maagd gebleven. Zij doen dan ook alle moeite om aan te tonen dat vier broers van de Heer Jezus vier neven zijn geweest. Het Nieuwe Testament heeft echter een woord voor neef, en wel in Kol.4:10: ‘Aristarchus, mijn medegevangene, groet u, en Markus, de neef van Barnabas, over wie u opdrachten ontvangen hebt – als hij bij u komt, ontvang hem dan’. Daarom zou je mogen verwachten dat in de Evangeliën dan ook gestaan zou hebben: neven. Wanneer we in Mat.12:46 lezen: 'zijn moeder en zijn broeders stonden buiten en zochten hem te spreken' dan kunnen we ons moeilijk voorstellen dat 'moeder' wel in de directe zin bedoeld zou zijn en dus op Maria zou slaan, maar dat 'broeders' dan ineens op neven zou slaan. En zijn de ‘zusters dan zo maar nichten?

Zoals hierboven aangehaald wordt in Mat.13:53-56 op de familieband met Jozef zijn vader en met Maria zijn moeder gewezen en vervolgens op die met zijn broers en zusters. Dat moeten dan wel in volle zin broers en zusters geweest zijn, anders zou het argument van de omstanders weinig betekenis hebben. Dat de Messias maar niet in de verte familieleden had, maar dat ze zijn vader en moeder en zijn broers en zusters kenden, dat maakte het voor hen zo moeilijk in Jezus te geloven.

De dogma’s van de RK-kerk betreffende Maria staan de visie dat Jozef en Maria meerdere kinderen na de geboorte van de Heer Jezus zouden hebben gehad, in de weg. Deze dogma’s: de blijvende maagdelijkheid van Maria, de Maria tenhemelopneming en de onbevlekte ontvangenis van Maria, vinden geen enkele steun in de Bijbel, Gods Woord. Om aan die leemte te ontsnappen doet men een beroep op de Traditie om hun zienswijze te verklaren, door dat te doen kan met alles voor waar verklaren!

Het verdere getuigenis van de Bijbel

Alle namen van de broers van de Heer Jezus worden genoemd Jakobus, Jozef, Simeon en Juda. Van zijn zusters ontbreken de namen, maar het moeten er minsten twee zijn geweest (Mat.13:53-56). Aanvankelijk geloofden de broers niet in de Heer Jezus (Joh.7:4), maar na de opstanding wordt dat anders. De Heer Jezus is aan Jakobus verschenen (1Kor.15:7). De broers zijn evenals Maria bij de apostelen (Hand.1:14). Jakobus wordt, als de apostelen Jeruzalem verlaten hebben, de leider van de gemeente aldaar (Hand.12:17, 15, 13). Hij is ook de schrijver van de brief van Jakobus (Jak.1:1). Judas is de schrijver van de brief die naar hem genoemd is (Jud.:1). Van Jozef en Simeon is verder niets bekend.

De apostel Paulus betuigt, dat hij Jakobus, de broer van de Heer, gezien heeft. Deze toevoeging dient natuurlijk om deze Jakobus te onderscheiden van Jakobus de zoon van Alfeüs (Mat.10:3). En toen deze nog leefde ook van Jakobus de zoon van Zebedeüs en broer van Johannes. Deze was toen Paulus de brief aan de Galaten schreef echter al op last van Herodes ter dood gebracht (Hand.12:2).

Het getuigenis van Eusebius

De Bijbel laat ons in het ongewisse omtrent de latere lotgevallen van de broers en zussen van de Heer Jezus. Van Jozef, de echtgenote van Maria, is de afkomst niet bekend. Wel wordt aangenomen dat hij al zou zijn gestorven toen de Heer Jezus nog leefde omdat Jezus door Markus ‘de timmerman’ wordt genoemd in plaats van Jozef. ‘Is Dit niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus en Joses en van Judas en Simon? En zijn Zijn zusters niet hier bij ons?’ (Mark.6:3).

Na Hand.1:14 horen we in de Bijbel ook niets meer over Maria. Er zijn overleveringen dat Maria ooit in Efeze gewoond heeft; de Bijbel zegt er niets over. Volgens de overlevering heeft Maria, na uit Jeruzalem vertrokken te zijn, haar laatste jaren in Efeze doorgebracht, samen met de apostel Johannes. Eusebius bevestigd dat in zijn Kerkgeschiedenis dat zij met de apostel Johannes in Efeze vertoefde en aldaar ook begraven ligt. (Boek 3.19).

Eusebius (270-340) vermeld verder in zijn Kerkgeschiedenis (Boek 3.11–3.23) dat na de marteldood van Jakobus, de broer van de Heer Jezus, dadelijk de val van Jeruzalem volgde. De apostelen en de volgelingen van de Heer kwamen bij elkaar samen met de mensen die ‘naar het vlees’ aan onze Heere verwant waren. De meest van hen leefden immers nog. Als opvolger van Jakobus werd Simeon, de zoon van Clopas, de opziener van de gemeente te Jeruzalem. Jakobus’ marteldood vond plaats in AD 62 en Flavius Josephus beschrijft die als volgt: Ananus, een van hen, van welke wij nu spreken, was een stout en onversaagd mens en van de aanhang der Sadduceën, die, gelijk wij gezegd hebben, de strengsten onder de Joden zijn en in het gericht het hardnekkigst bij hun gevoelen blijven staan. Hij nam de tijd waar toen Festus gestorven en Albinus nog niet aangekomen was, deed de raad samenkomen en ontbood er Jakobus, broeder van die Jezus welke Christus genoemd werd, benevens enige anderen. En hen beschuldigd hebbende dat zij de wet overtreden hadden, deed hij hen veroordelen om gestenigd te worden. Dit bedrijf mishaagde al de inwoners van Jeruzalem, die enigszins godsdienstig waren en de onderhouding der wetten behartigden; daarom lieten zij Koning Agrippa heimelijk verzoeken, dat hij Ananus bevelen wilde zoiets niet meer te doen, dewijl hetgene hij gedaan had een onverschoonbare zaak was. In 2002 werd een ossuarium ontdekt met het opschrift Jakobus, zoon van Jozef, de broer van Jezus. Veel geleerden reageerden sceptisch of afwachtend. Na 8 jaar van onderzoeken en rechtzaken werd geconcludeerd dat het kistje en opschrift authentiek zijn.

Men zegt dat Simeon een neef van moederszijde was van onze Heiland. Hegesippus (110-180) verzekert dat Clopas de broer van Jozef was.

Men zegt dat Vespasianus, die van 69-79 keizer van het Romeinse rijk was, opdracht gaf het nageslacht van David op te sporen, niemand van die oude koninklijke familie mocht nog langer onder de joden blijven. Onder de vervolgingen die onder keizer Domitianus plaatsvonden, hij was keizer van 81-96, werd de apostel Johannes naar het eiland Patmos verbannen. Irenaeus (140-202) vermeld dat Johannes in de tijd van Dominitanus’ regering de Openbaring ontvangen had. Het was deze Domitianus die bevel gaf om het nageslacht van David te doden. Er waren toen ketters die de nakomelingen van Judas gingen beschuldigen; want Judas was de broer van onze Heiland, voor zover het lichamelijke verwantschap betrof; en dus was Judas’ nakroost verwant met de familie van David, en met Christus zelf. Men bracht een klacht tegen hen in dat deze familie van David waren en ze werden voor keizer Domitinanus gebracht. Hij vroeg of zij van Davids familie waren; zij zeiden daar ja op. Na het verhoor liet hij ze echter weer vrij. Deze mensen, die zo vrijkwamen, gaven leiding aan de gemeente; want zij waren getuigen en verwanten van de Heere. Hegesippus vertelt dat twee kleinzonen van Judas terecht stonden voor keizer Domitianus, bisschop waren en leefden tot de regering van keizer Trajanus. In 96 volgde Nerva Domitianus op en in die tijd verliet Johannes Patmos en ging wonen in Efeze tot in Trajanus’ tijd volgens Irenaeus. Johannes is gestorven ca. 101.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

‘Gevaren die het volk van God bedreigen’

 

 

 

‘Ik weet, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen; en uit uzelf zullen mannen opstaan, die verdraaide dingen spreken om de discipelen achter zich af te trekken. Daarom waakt, en herinnert u dat ik drie jaar, nacht en dag, niet heb opgehouden ieder met tranen terecht te wijzen. En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, die machtig is op te bouwen’ (Hand.20:29-32)

 

Inleiding

Was de apostel Paulus een zwartkijker of een pessimist toen hij afscheid nam van de oudsten van de gemeente te Efeze en hun bovenstaande waarschuwing gaf? Ik denk dat Paulus’ bezorgdheid die hij voor de gemeente had, mede aanleiding was voor deze waarschuwing (2Kor.11:28). Natuurlijk was hij iemand die een bijzonder inzicht had in de toekomst, getuige zijn brieven aan o.a. de Thessalonicenzen. Je kunt je afvragen of deze waarschuwing tijd- en plaatsgebonden was en dus alleen de gemeente te Efeze betrof. De geschiedenis bewijst helaas dat het niet tijd- of plaatsgebonden was en we kunnen dan Paulus’ waarschuwing ter harte nemen, ook vandaag. De apostel Paulus heeft een waarschuwing doen uitgaan over een komend gevaar. Kort voor zijn vertrek naar Rome waarschuwde hij de Romeinse hoofdman met de woorden: ‘Mannen, ik zie dat de vaart zal plaatsvinden met ongemak en grote schade, niet alleen van de lading van het schip, maar ook van ons leven. De hoofdman echter had meer vertrouwen in de stuurman en de schipper dan in wat door Paulus werd gezegd’ (Hand.10-11). Hoe de apostel aan die kennis kwam? In Hand.27:23 vinden we beschreven hoe de apostel ‘geïnformeerd’ werd: Hij zegt tegen de schepelingen het volgende: ‘Vannacht stond bij mij een engel van de God van Wie ik ben, die ik ook dien, en hij zei: Wees niet bang, Paulus, u moet voor de keizer verschijnen; en zie, God heeft u allen geschonken die met u varen. Houdt daarom goede moed, mannen, want ik geloof God, dat het zo zal gaan als tot mij is gesproken.’ Ook verder tijdens de gebeurtenissen van deze scheepsreis zien we dat Paulus voortdurend advies aan de bemanning en passagiers gaf. En zoals hij voorzegde, gebeurde, voor ons een reden om acht te geven op zijn waarschuwingen.

De waarschuwingen die de apostel Paulus richtte aan de eerste christenen die in de begintijd van het christendom leefden, zijn daarmee niet uitgeput. Aan ons, die leven in de laatste dagen van het christelijk getuigenis op aarde, hebben de apostel Paulus en de andere apostelen meerdere waarschuwingen nagelaten die we in de Bijbel terugvinden. Die willen we in dit artikel onderzoeken, uitwerken en hopelijk ook ter harte nemen.

Het Woord

‘Uw Woord is de Waarheid’ (Joh.16:16)

Een van de grootste gevaren in onze tijd is de kritiek op de Bijbel als het Woord van God. God openbaart zich in de natuur en in de geschiedenis op een algemene manier aan de mens; in de Bijbel op een bijzondere manier. Die twee openbaringen staan niet op zichzelf of naast elkaar, maar vormen één geheel. Kunnen we in de geschiedenis Gods handelen met deze wereld ontdekken en in de natuur zijn eeuwige kracht en goddelijkheid (Rom.1:20), dan kunnen we in de Bijbel daarvan de schriftelijke weerslag vinden. Maar de Bijbel, Gods Woord, gaat veel verder dan alleen maar de algemene openbaring te verklaren. Gods Woord is de Waarheid op alle gebieden van cultuur en wetenschap. Gods Woord is ook daarin ‘bijzonder’, dat het ons inzicht verschaft over de meest diverse zaken. Wat zouden wij weten over God, de schepping, het evangelie of de toekomst - om maar een paar dingen te noemen - als we de Bijbel niet zouden bezitten?

Paulus droeg de gelovigen op aan ‘Gods Woord en zijn genade’ bij zijn afscheid in Milete (Hand.20:32). Welke plaats heeft Gods Woord in uw en mijn leven? Is het bij u ook zoals bij de gelovigen in Thessaloniki, van wie geschreven staat ‘dat ze het gepredikte Woord van God hadden ontvangen en aangenomen, niet als een mensenwoord, maar (zoals het werkelijk is) als Gods Woord, dat ook in hen werkzaam was’ (1Thes.2:13)? De erkenning dat God zich in zijn Woord op een bijzondere wijze aan ons heeft geopenbaard, dient ertoe te leiden dat datzelfde Woord door ons gehoorzaamd wordt. Wanneer we dan onze zielen gereinigd hebben in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, en opnieuw geboren zijn, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God, verlangen we dan ook niet vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat we daardoor zouden opgroeien (1Petr.1:22-2:2)?

Het is dan ook niet zonder reden dat de duivel er grote baat bij heeft als wij aan dat Woord ongehoorzaam zouden worden en/of ons laten verleiden tot allerlei valse leer. Daarover gaat het volgende gedeelte

Valse leraars

Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen’ (1Tim.4:1).

De duivel doet zich voor als een engel van het licht, maar dat ‘licht’ is dan wel vals. Om zijn valse leer te verspreiden in zijn poging om de mensen - ook gelovigen - te misleiden, gebruikt hij profeten.

Die waren er al in de begintijd van het christendom, maar nog veel meer in onze tijd. De mogelijkheden die de duivel vandaag ter beschikking staan, zijn echter vele malen groter dan die in de tijd van de apostel Paulus! De moderne media, vooral internet, geven daarvoor volop de gelegenheid. Let wel, internet is op zich neutraal, zoals zo veel uitvindingen, en het kan ten goede maar ook ten kwade worden gebruikt en deze laatste toepassingen zijn helaas talrijk.

Naast de vele sekten die uit de 20e eeuw bekend geworden zijn, zoals o.a. de Mormonen en de Jehova’s getuigen, is de grootste bedreiging voor het volk van God vandaag de zgn. Bijbelkritiek die als gevolg van de Verlichting in de 18e eeuw opkwam, maar waarvan het vernietigend werk als een verlaat verschijnsel zich voordoet in onze tijd. Bedoeld is die Bijbelkritiek waarin het erom gaat de geloofwaardigheid, authenticiteit en integriteit van de verschillende Bijbelboeken onderuit te halen.

In die opkomende Verlichting was geen ruimte meer voor een geloof in wonderen, in goddelijke openbaring, in inspiratie van de Schrift, en in het ‘bovennatuurlijke’ in het algemeen. Het verstand was gaan heersen over de Schrift. Het motto van de Verlichting was ‘Sapere aude!’ (Hebt de moed om verstandig te zijn!). De Britse filosoof John Locke beschouwde de rede als de ‘laatste rechter en gids in alle dingen’. De Bijbel was niet meer de norm. De gevolgen voor het christelijk geloof? Dat van de Bijbel niet veel meer overbleef dan dat het een oud boek was. Veel kerkelijke leiders hebben het geloof in de Bijbel als het Woord van God opgegeven, waardoor veel kerken vandaag de dag leeg zijn, de kerkgangers het spoor bijster zijn geraakt en nu zoeken naar een andere invulling van hun geestelijke behoeften. Omdat de Verlichting min of meer een Europees verschijnsel is, is het verval van normen in cultuur en kerk hier ook het grootst; elders in de wereld zien we zelfs een groei van het christendom. De wereld waarin wij hier leven en die gekenmerkt is door het materialisme, heeft dan ook geen moeite om de leegheid van de mensen op te vullen. Daarover gaat het volgend onderdeel van deze studie.

Materialisme

‘Heb de wereld niet lief, noch wat in de wereld is’ (1Joh.2:15)

De industriële revolutie - ontstaan rond 1750 in Engeland - heeft onze wereld tot een moderne wereld gemaakt waarin het ons aan geen ding ontbreekt en waar schijnbaar niets onmogelijk is (vgl. Gen.11:6). Maar hoeveel voordelen die ‘revolutie’ voor de mens ook mag hebben gehad, ze heeft ook haar negatieve kanten, ook voor gelovigen. Onze samenleving wordt gekenmerkt door het materialisme, dat gedefinieerd kan worden als: ’de filosofie die de werkelijkheid, ook emoties en andere processen in het menselijk brein, uiteindelijk herleidt tot materie, dit in tegenstelling tot het idealisme of het spiritualisme’. In een recente studie over de gevolgen van het materialisme bij mensen vond ik volgende conclusie: ‘Materialisme maakt ongelukkig – daarover is nu weinig twijfel meer. Hoe materialistischer mensen zijn ingesteld, dus hoe meer ze geld, bezit en status najagen, hoe minder gelukkig ze zijn.’

In de gelijkenis van de zaaier en het zaad waarschuwde de Heer Jezus voor het materialisme; hoewel dat woord toen vermoedelijk nog niet bestond. ‘En dit zijn zij bij wie in de dorens gezaaid wordt: zij horen het Woord, maar de zorgen van deze wereld en de verleiding van de rijkdom en de begeerten naar al het andere komen erbij en verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar’ (Mark.4:18,19). Wij, volgelingen van de nederige Jezus, die tegen de discipelen zei: ‘De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen’, hebben meer wereldse goederen en comfort ter beschikking dan welke generatie voor ons. We lezen van Mozes dat hij de schatten van Egypte de rug toekeerde om de rijkdom die Christus geeft te kunnen bezitten (Heb.11:25,26). Bent u ook bereid, mocht u in een situatie komen die zo’n beslissing vereist, die beslissing te nemen en alle welvaart en bezittingen op te geven voor de rijkdom die Christus geeft (Heb.10:34)?

De mogelijke beïnvloeding van het materialisme in het leven van gelovigen kan leiden tot passiviteit, daarover gaat het volgende onderdeel.

Passiviteit

‘Laten wij onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen gewoon zijn, maar elkaar vermanen en dat zoveel temeer naarmate u de dag ziet naderen’ (Heb.10:25).

Passiviteit is niet denkbaar zonder haar tegenpool, de activiteit. Ze horen bij elkaar, hoewel zij tegenovergestelde richtingen aangeven. Een goed voorbeeld om het onderscheid tussen passiviteit en activiteit te illustreren, kunnen we waarnemen op de eerste de beste begraafplaats. De begrafenisondernemer is actief, de dode is passief. De een neemt actie, de ander ondergaat die actie. Wat misschien wel normaal is op een begraafplaats, is abnormaal in de kerk. We zien meer en meer megasamenkomsten die gekenmerkt worden door passiviteit van het merendeel van de aanwezigen. Een begrensd aantal van min of meer professionele acteurs geeft gestalte aan de dienst, de rest van de aanwezigen ondergaat die dienst. De voorganger, net zoals de begrafenisondernemer, voert zijn professionele taak uit, terwijl de rest van de kerkleden ontspannen en passief geniet van de dienst. Zulke diensten zijn een goed georkestreerd gebeuren en hebben weinig meer te zien met een samenkomst zoals beschreven in 1Kor.14:26-40. Denk maar aan de Lakewood Church de megakerk van Joel Osteen in Houston (USA) met 16.800 zitplaatsen. Francis Chan, een voormalige leider van een megakerk zegt in een video op YouTube ‘Why I Left The Megachurch I Created!’ dat zulke megakerken een verspilling zijn van ongebruikte gaven die God aan zijn kinderen gegeven heeft. Passiviteit is niet handelen, wat je ook zou kunnen bestempelen als luiheid. Je niet bezighouden met de dingen die boven zijn (Kol.3:2) zet de deur open voor de dingen van de wereld. In ieder geval kunnen we in de gemeenten en ook in organisaties veel inactiviteit waarnemen. Dat heeft vaak allerlei oorzaken. Mensen gaan vaak grote financiële verplichtingen waarna het min of meer noodzakelijk is - om aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen - dat zowel de man als de vrouw een volledige dagtaak vervullen. Als er dan nog kinderen komen, wordt de beschikbare vrije tijd nog meer beknot, zodat er vaak voor gemeentelijke activiteiten geen tijd meer is. Ik wil geen oordeel uitspreken over wat andere gelovigen doen of laten, maar het is en blijft een feit dat het moeilijk is een vacature in het geestelijk werk ingevuld te krijgen.

Een herbezinning over de roeping, inhoud en opdracht van een christen is wellicht nodig, gepaard gaande met bepaalde beslissingen om een verandering te bewerkstelligen willen we een vruchtbaar leven leiden in Gods koninkrijk. ‘Zoekt eerst het Koninkrijk van God!’

Ten slotte

’U dan, geliefden, nu u dit van tevoren weet, weest op uw hoede dat u niet, door de dwaling van de zedelozen meegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid, maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen.’ (2 Petrus 3:17,18) 

Dit artikel zouden we kunnen uitbreiden met nog veel meer gevaren, maar die kunt u zelf wel bedenken en dit artikel laat niet toe om daar dieper op in te gaan. ‘Een gewaarschuwd mens telt voor twee’ zegt het spreekwoord; dat betekent dat iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan, er zich op moet voorbereiden. Als gelovige mag ons dat zeker iets te zeggen hebben want door Gods Woord zijn we gewaarschuwd.

Ja, de apostel Paulus was bezorgd over de gemeente, want hij wilde haar graag als een reine maagd voor Christus stellen (2Kor.11:2). Bent u bereid zich daarvoor persoonlijk in te zetten, zodat Hij de Gemeente waar ook u deel van uitmaakt, voor Zich zou kunnen stellen zonder vlek of rimpel (Ef.5:27)?

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Waarom ik geen Jehova getuige ben!

(Vragen aan Jehovahs getuigen)

 

 

Dit een weergave van een traktaat dat gebruikt werd om een (vaak onvruchtbare) discussie uit de weg te gaan en het aan getuigen van Jehova te geven met de vraag de gestelde vragen te beantwoorden.

Onderwerpen:

Wie zijn de 144.000?

Getuigen van Jehovah of van Jezus Christus?

Wie is Jezus Christus?

Het Koninkrijk opgericht?

 

'Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen, en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben' (Johannes 5:39).

 

Getuigen van Jehovah of getuigen van Jezus?

De naam “getuigen van Jehovah” wordt in de Griekse Christelijke geschriften (Nieuwe Testament) niet gevonden; wel “getuigen van Jezus” (Handelingen 1:8; 13:31 en Openbaring 17:6 – vergelijk ook Openbaring 2:13 en Handelingen 22:20).

Welke naam hebben de eerste Christenen...

genoemd? (Romeinen15:20);

gepredikt? (Handelingen 8:12);

aangeroepen? (Handelingen 22:16).

In welke naam werden...

duivelen uitgedreven? (Handelingen 16:18);

wonderen gedaan? (Handelingen 3:6, 16; 4:10, 40).

In wie moet men...

geloven? (Johannes 3:16; Handelingen 16:31; 1 Johannes 3:23; 5:13).

In welke naam moet men...

gedoopt zijn? (Handelingen 2:38; 8:16; 10:48; 19:5).

Door welke naam verkrijgen wij...

vergeving van zonden? (Handelingen 10:43);

het leven? (Johannes 20:31);

rechtvaardiging? (1 Korinthe 6:11).

In welke naam...

komt men samen? (Mattheüs 18:20);

moet men alles doen? (Kolosse 3:17).

Welke naam moet men...

vasthouden? (Openbaring 2:13);

niet verloochenen? (Openbaring 3:8).

Welke naam is...

boven alle naam? (Filippi 2:9).

In welke naam zal...

alle knie zich buigen? (Filippi 2:10) 

Mag ik u vragen of u zich al voor Hem hebt neergebogen??

De 144.000 en het Koninkrijk

1. Waar leert de Bijbel dat er onder de Christenen twee klassen gelovigen zijn; een hemelse klasse en een aardse klasse (Johannes 1:12; Galaten 3:26-28; 1 Korinthe 1:10-13)?

2. Waarom verlangde Abraham naar een 'hemels vaderland', terwijl hij volgens uw leer geen deel uitmaakt van de 144.000 (Hebreeën 11:13-16)?

3. De bijbel leert dat de doden in Christus samen met de levenden (namelijk bij de wederkomst van de Heer Jezus) Hem tegemoet zullen gaan in de lucht en niet een deel in 1918, (of andere data als het niet uitkwam) en de rest daarna (1 Thessalonika 4:17).

4. Waarom neemt u het getal 144.000 wel letterlijk maar de namen van de stammen niet?

5. Waarom nemen alleen de gezalfden deel aan het zogenaamde avondmaal, terwijl de Heer Jezus het voor allen heeft ingesteld en elke gelovige uitnodigt om er aan deel te nemen (Markus 14:22-23; 1 Korinthe 10:17; 11:27-28)?

6. Zou de Heer Jezus onzichtbaar terugkeren naar de aarde om het Koninkrijk op te richten (Handelingen 1:9, 11; Mattheüs 24:30; Openbaring 1:7)?

7. Voor wie zal het Koninkrijk worden opgericht (Handelingen 1:6)?

8. Wanneer zal het Koninkrijk worden opgericht (Handelingen 1:7; Markus 13:32; 1 Thessalonika 5:1-2)?

Wie is Jezus Christus?

God?

1. God is 'de Eerste en de Laatste, de Alfa en de Oméga' (Openbaring 1:8; 21:6; Jesaja 44:6). Wie maakt er ook aanspraak op 'de Eerste en de Laatste' te zijn (Openbaring 1:17-18; 22:13)?

2. God is de Schepper volgens Psalm 102:25 en Jesaja 44:24. Wie is de Schepper volgens Hebreeën 1:2 en Kolosse 1:16?

3. In Jesaja 10:21 wordt God de 'Sterke God' genoemd. Wie wordt ook zo genoemd in Jesaja 9:5-6?

4. God heeft profeten tot Zijn volk gezonden, (Jeremia 35:15) maar Wie stuurde ze volgens Mattheüs 23:34?

5. God is de enige Redder (Jesaja 43:11). Wie is de redder waarvan Johannes 4:24 en 2 Timotheüs 1:10 spreekt?

6. God geeft zijn eer (heerlijkheid) niet aan een ander (Jesaja 42:8; 48:11). Waarom wil de Vader dan dat men de Zoon eert zoals men Hemzelf eert (Johannes 5:23; Hebreeën 2:9; Openbaring 5:13)?

7. God is het die de zonden vergeeft (Psalm 32:5; Jesaja 43:25; Lukas 5:21; Markus 2:7; Wie vergeeft de zonden volgens Markus 2:5; Lukas 5:20; 7:47-50; Kolosse 3:13?

8. Hoe sprak Thomas de Heer Jezus aan (Johannes 20:28)?

9. In Jesaja 45:23 en Romeinen 14:11 zegt God: 'voor Mij zal elke knie zich buigen'. Voor Wie moet, volgens Filippi 2:10 alle knie zich buigen?

10. Het is God die waardig is 'de heerlijkheid en de eer en de kracht te ontvangen' (Openbaring 4:11). Maar Wie is ook waardig die te ontvangen (Openbaring 5:12)?

11. Van Wie zag de profeet Jesaja in Jesaja 6 de heerlijkheid? En wat zegt Johannes 12:40 daarvan?

12. Wie is de koning van Israël en de “Koning der koningen” volgens Zefanja 3:15 en 1 Timotheüs 6:15? En Wie volgens Openbaring 19:16; Jeremia 23:5; Lukas 1:32?

Wie is Jezus Christus?

Een engel?

1. Wie is de persoon van wie Daniël 10:5 spreekt? Te onderscheiden van de aartsengel Michaël (Daniel 10:12,13,21).

2. Is er een bijbelgedeelte dat laat zien dat de Heer Jezus en Michaël dezelfde persoon zijn? Zo ja, welke dan?

3. Is ooit door God tot een engel gezegd 'Gij zijt mijn Zoon' (Hebreeën 1:5)?

4. Zou God toelaten dat een engel zich aan Zijn rechterhand zou zetten (Hebreeën 1:13)?

5. Mogen engelen aanbidding van mensen aanvaarden (Openbaring 22:8-9)?

6. Aanvaardde Jezus Christus de aanbidding van mensen (Mattheüs 14:33; Lukas 24:52)?

7. Door wie zijn de engelen geschapen (Kolosse 1:16; Johannes 1:3)?

'Luister naar raad en aanvaard streng onderricht, opdat gij in uw toekomst wijs moogt worden' (Spreuken 19:20).

BENT U VERMOEID?

De Heer Jezus heeft gezegd: 'Komt allen tot mij die zwoegt en zwaar beladen zijt; en ik zal u verkwikken' (Mattheüs 11:28)

GA DUS TOT DE HEER JEZUS!

WILT U GERED WORDEN?

'Bovendien is er in niemand anders redding, want er is onder de hemel geen andere naam die onder de mensen is gegeven, waardoor we gered moeten worden' (Handelingen 4:12)

GA DUS TOT DE HEER JEZUS!

WILT U EEUWIG LEVEN HEBBEN?

'Wie de Zoon heeft, heeft dit leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft dit leven niet' (1 Johannes 5:12).

GA DUS TOT DE HEER JEZUS

WILT U DE VADER KENNEN?

De Heer Jezus zegt: 'Niemand kent de Zoon volledig dan de Vader, noch kent iemand de Vader volledig dan de Zoon en een ieder aan wie de Zoon hem wi! openbaren' (Mattheüs 11:27)

GA DUS TOT DE HEER JEZUS!

WILT U NAAR DE VADER GAAN?

De Heer Jezus zegt: 'Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling van mij' (Johannes 14:6).

GA DUS TOT DE HEER JEZUS!

'EEN IEDER DIE DE ZOON LOOCHENT, HEEFT OOK DE VADER NIET. WIE DE ZOON BELIJDT, HEEFT OOK DE VADER' (1 Johannes 2:23).

Tenslotte nog dit:

Dit is een bewerking van een tractaat dat ik enige jaren geleden speciaal voor Jehovah getuigen heb geschreven. Daarom zijn de Bijbelteksten uit de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift 1969 genomen om u daarin tegemoet te komen. Deze “vertaling” is echter allesbehalve betrouwbaar en daarom is het zeer raadzaam daarnaast gebruik te maken van de zogenaamde Statenvertaling, de Voorhoeve-vertaling, de Herziene Statenvertaling (HSV) of de NBG-vertaling 1951. U kunt echter ook een grieks-engels/nederlands Nieuw Testament aanschaffen dat in de meeste evangelische boekhandels verkrijgbaar is.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

De evangelische beweging in Nederland

 

 

 

 

In Nederland wordt meestal de term 'evangelische beweging' gebruikt in plaats van het anglicisme 'evangelicaal', hoewel de term 'evangelisch' voor misverstanden kan zorgen. De term 'evangelicaal' wordt vooral gebruikt in kringen die zeer sterk beïnvloed worden vanuit de angelsaksische wereld. Aanhangers van de term 'evangelicaal' hanteren vaak ook een engere definitie van dit begrip. Kerken die tot de evangelische beweging worden gerekend, zijn de baptistenkerken, pinkstergemeenten, Vergadering van gelovigen en verschillende evangelische gemeenten. In de afgelopen decennia hebben ook traditionele protestantse kerken en enkele rooms-katholieke parochies elementen van het evangelische gedachtegoed overgenomen, met name voor wat betreft de geloofsbeleving en liederencultuur, maar ook wat betreft leerstellingen.

Geschiedenis

De eerste gemeenten en groepen die gerekend kunnen worden tot de evangelische beweging ontstonden in Nederland aan het begin van de twintigste eeuw na zendingswerk van Amerikaanse evangelisten (Hoewel de eerste baptistengemeenten al in 1845 vanuit Duitsland ontstonden hadden deze in het begin een meer reformatorisch karakter). Ook bestond er in de eerste decennia van de twintigste eeuw een min of meer evangelische geloofsbeleving rondom de beweging van Johannes de Heer, wiens zangbundel (met eigen liederen en vertalingen van Engelse songs) zeer geliefd was. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er wat meer evangelische kerken, terwijl de echte groei pas in de jaren zeventig en tachtig kwam. Een belangrijke rol in de verbreiding van het evangelische gedachtegoed (ook binnen de traditionele kerken) werd toen gespeeld door de Evangelische Omroep en de Evangelische Hogeschool, instellingen waarin evangelische christenen samenwerkten met christenen uit de orthodox-gereformeerde kerken. De Nederlandse variant van het evangelische christendom profileerde zich in de jaren zeventig als een tegenbeweging, waarbinnen men zich afzette tegen ontwikkelingen in de traditionele kerken als de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. De middenmoot van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, en met de Gereformeerde Kerken geassocieerde instellingen als de Vrije Universiteit en de NCRV, gingen in de jaren zestig en zeventig een minder orthodoxe en minder conservatieve koers varen. Hierop werd vanuit evangelische hoek stevige kritiek geuit, vaak op een veroordelende manier. Bekend is de EO-brochure De Bijbel in de beklaagdenbank, waarin EO-prominenten als Andries Knevel, Ad de Boer en Willem Glashouwer zeer fel uithaalden naar de Gereformeerde Kerken. Geïnspireerd door de zogenaamde 'Culture Wars' in de Verenigde Staten profileerden de evangelischen zich vooral rond een drietal onderwerpen: de onfeilbaarheid (of zelfs: 'foutloosheid') van de Bijbel, de strijd tegen de evolutietheorie (en in het verlengde daarvan propaganda voor het creationisme) en medisch-ethische onderwerpen, zoals abortus en euthanasie. In deze periode werd de evangelische beweging door velen in de traditionele kerken als een sektarische en reactionaire stroming gezien. Doordat er enerzijds meer openheid is gekomen in de evangelische beweging en anderzijds ook de traditionele kerken van karakter zijn veranderd, zijn de verhoudingen de laatste jaren veel minder gespannen. De samenwerking tussen orthodox-protestanten uit de traditionele kerken en evangelischen in allerlei organisaties zorgde ervoor dat men elkaar beter leerde kennen, terwijl de voortgaande secularisatie van de maatschappij ertoe leidde dat orthodoxe christenen in het algemeen meer belang zijn gaan hechten aan hun onderlinge overeenkomsten en minder aan wat hen van elkaar scheidt.

Heden

Ook in de kleinere orthodox-gereformeerde kerken (Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, Christelijke Gereformeerde Kerken, Nederlands Gereformeerde Kerken) bestond er lange tijd kritiek op de evangelische beweging. Deze kritiek was echter van intern-theologische aard en betrof kwesties als de doop, de naar hun oordeel te individualistische geloofsbeleving van de evangelischen, het biblicistische (ofwel te letterlijk, met weinig oog voor de context) bijbelgebruik en het ontbreken van een duidelijke kerkelijke structuur. Inmiddels wint de evangelische beweging ook daar sterk aan invloed, waarbij de samenwerking in met name de Evangelische Omroep en de Evangelische Hogeschool een belangrijke rol speelt, evenals de groeiende bekendheid met de Angelsaksische evangelicale theologie.

De bevindelijk gereformeerde kerken blijven zich fel verzetten tegen evangelische invloeden, al voelen individuele kerkleden zich soms wel tot de evangelische geloofsbeleving aangetrokken.

Omdat de meeste evangelische kerken een congregationalistisch karakter hebben met weinig bevoegdheden voor het centrale kerkverband, staan veel ondersteunende organisaties, zoals opleidingen, zendings- en diakonale organisaties, doelgroepgerichte organisaties, congrescentra, e.d., meestal geheel los van de gemeentes. Ook deze organisaties worden gewoonlijk tot de evangelische beweging gerekend. Voorbeelden zijn Agapè (inclusief onderdeel Athletes in Action), Aglow International, CBMC Nederland, Fellowship of Christian Airline Personnel (FCAP), Full Gospel Business Men's Fellowship International (FGBMFI), Healthcare Christian Fellowship (HCF), International Christian Chamber of Commerce (ICCC), Open Doors, Stichting Opwekking, e.d.

Evangelische leerstellingen

Het ichthusteken, een veelgebruikt symbool binnen het evangelisch christendom. Het is lastig om een duidelijke omschrijving te geven van de evangelische leerstellingen. De evangelische beweging wordt dan ook niet zozeer gekenmerkt door een gemeenschappelijke theologie, maar veeleer door een gemeenschappelijke geloofsbeleving en liedcultuur. De leerstellingen worden vaak niet geëxpliciteerd, maar in de beleving en in de liederen ligt natuurlijk wel degelijk een impliciete overtuiging verscholen. De Britse theoloog Alister McGrath (zelf behorend tot de evangelische vleugel binnen de Anglicaanse Kerk) heeft een poging gedaan de centrale opvattingen binnen het evangelisch christendom te expliciteren:

Het soevereine gezag van de Schrift

'Een Evangelische omgang met de Bijbel houdt in dat zij wordt genomen zoals ze van zichzelf getuigt in 2 Timoteüs 3:16-17, “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig om…”. Strikt genomen alleen van toepassing op het Oude Testament, werd toch al snel duidelijk dat ook aan het Nieuwe Testament vergelijkbaar gezag moest worden toegekend. De Schrift is van God ingegeven, geïnspireerd door de Heilige Geest. Daardoor heeft de Schrift goddelijk gezag als Woord van God en als norm voor verleden, heden en toekomst. Met deze schriftvisie neemt de Evangelische Beweging duidelijk afstand van allerlei alternatieve visies volgens welke de Schrift een feilbaar menselijk religieus document zou zijn, of slechts gedeeltelijk van God ingegeven.'

In zijn bijbelgebruik is het evangelisch christendom orthodox-protestant. In tegen stelling tot andere orthodox-protestantse stromingen, zoals de orthodox-gereformeerden, heeft men echter veel minder moeite met modernere bijbelvertalingen en wordt het gebruik van verschillende vertalingen meer gestimuleerd.

De majesteit van Jezus Christus

'Jezus Christus is de eeuwige Zoon van God die mens werd (en God bleef) om een ieder die op Hem zijn geloof bouwt te verlossen van de zonde en te belonen met een eeuwig leven bij God. In Jezus Christus hebben we dus met God zelf te maken, Hij is Heer (Hem komt dezelfde eer en hetzelfde gezag toe als aan God de Vader) en Heiland (Hij heeft aan het kruis onze zonden gedragen en zodoende de weg naar God vrijgemaakt). Erkenning van dit verlossingswerk betekent dat de mens in zijn natuurlijke staat zondig is en schuldig staat tegenover God.'

De macht van de Heilige Geest

'In de Evangelische Beweging wordt naast de autoriteit van de Schrift en de majesteit van Christus ook de werking van de Heilige Geest onderstreept, zowel in het persoonlijk leven als in de gemeente. De Geest is actief betrokken bij de wedergeboorte en de heiliging van de mens, de Geest schenkt aan een ieder verschillende gaven om de gemeente van Christus te dienen.'

De noodzaak van de persoonlijke bekering

'De Evangelische Beweging onderstreept het belang van een levend en persoonlijk geloof. God vraagt van ons een persoonlijke bekering: dat we ons leven aan Hem toevertrouwen en dat we met Hem een levende relatie aangaan. Het geloof is meer dan het principieel aannemen van bepaalde waarheden. Het levend geloof treft de mens in het diepst van zijn hart en heeft van daaruit een onstuitbare invloed op de rest van zijn leven. Deze nieuwe levenswandel wordt gekenmerkt door de vrucht van de Geest als het gaat om karakter (Galaten 5:22-23) en een 'honger naar gerechtigheid' in al het doen en laten. Jakobus schreef hierover dat alleen dit de reine zuivere godsdienst is: 1) het zich in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven, en 2) het bijstaan van weduwen en wezen in hun nood: "wel in de wereld maar niet van de wereld".'

De prioriteit van evangelisatie

'De overtuiging dat de zonde scheiding maakt tussen God en de mens, en dat alle mensen zondigen, en dat we van zonden kunnen worden bevrijd door overgave aan de verlossing van Christus en de vrede die we als gelovigen mogen ervaren in Hem, zijn de belangrijkste drijfveren voor evangelisatie. Een christen met een levend geloof beseft dat hij dit niet voor zichzelf mag houden, maar dat er een wereld is die verloren gaat en dat hij daar conform de grote opdracht in Matteüs 28:19-20 een rol in heeft door zijn geloof uit te dragen. En niet alleen door woordelijke getuigenis maar vooral door zijn/haar levenswandel die, als het goed is, getekend is door liefde en mededogen voor vooral ook de 'onbekeerde' medemens.'

Het belang en de praktijk van de christelijke gemeenschap

'Het christelijk geloof is, in tegenstelling tot de toenemende individualisering in de samenleving, geen individueel gebeuren. De gemeenschap met andere christenen is van levensbelang. Alleen al vanuit sociologisch oogpunt is het van belang omdat mensen met een overeenkomstige levensstijl elkaar hierin kunnen helpen en stimuleren vol te houden. Natuurlijk is er meer. De gemeenschap van de gelovigen is niet zomaar een club of vereniging, ze vormt het lichaam van Christus in deze wereld. Ten behoeve van dit lichaam zijn de verschillende leden door de Heilige Geest toegerust met genadegaven zodat ieder een eigen taak kan vervullen in de gemeente.'

Politiek

In de Verenigde Staten heeft het evangelisch christendom verbindingen met Christelijk Rechts en het neoconservatisme. In Nederland en België is dit veel minder duidelijk. Evangelische christenen leggen een grote nadruk op het belang van het gezin en wijzen veelal het praktiseren van homoseksualiteit en abortus af. Afwijzing van de zogenaamde vervangingstheologie, die de Christelijke Kerk als vervanging en voortzetting van het Jodendom ziet, hangt samen met de opvatting dat de eindtijd nabij is. Er wordt daarbij in het bijzonder gewezen op het ontstaan van de staat Israël als een teken van de wederkomst van Jezus, waarin binnen de eigen opvattingen van de Eindtijd soms invloeden merkbaar zijn van het chiliasme. In het Israëlisch-Palestijnse conflict steunen evangelische christenen veelal Israël en niet de Palestijnse christenen. Ook staan zij in het algemeen positief ten opzichte van de nederzettingenpolitiek van de Israëlische staat op de Westelijke Jordaanoever. Dit botst regelmatig met de kritiek van Palestijnse theologen op de Israëltheologie (Landtheologie) die in evangelische kringen veel aanhang heeft.

Bron: niet bekend

Geplaatst: 300515

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

Mogen we een opwekking in Europa verwachten?

 

 

 

 

Ja, zullen sommigen zeggen want in het boek bijbelboek Openbaring wordt gesproken van ‘een grote schare die niemand tellen kan’ (Openb. 7:9). Dat is juist maar daar gaat het over een speciale groep, hen ‘die uit de grote verdrukking komen’ (Openb. 7:14). Dat is een periode die nog in de toekomst ligt en het is nog maar de vraag of de gelovigen die deel uit maken van de Gemeente die tijd zullen meemaken. (Zie mijn artikel onder de rubriek ‘Eschatologie) Nee, mogen we nú nog een opwekking verwachten? Met de regelmaat van de klok duiken er telkens berichten op die aankondigen dat we een opwekking mogen verwachten. Hen die daaraan twijfels hebben worden vaak geklassificeerd als zwartkijkers en pessimisten. Maar een keuze vóór of tegen de idee van een opwekking kan grote consequenties hebben voor ons geloofsleven. Het kan een leven in de mogelijke realiteit zijn, of het kan zijn dat je gaat leven in een droom die niet juist is en waardoor je voortdurend bloot staat aan teleurstellingen. Voldoende reden om nader onderzoek te doen.

Allereerst zullen we het begrip ‘opwekking’ moeten definiëren alvorens we er iets over kunnen zeggen. Men geeft de volgende definities: ‘Opwekking, een beweging die tracht het geloof nieuw leven in te blazen’ of ‘Opwekking: religieuze opleving refereert binnen de christelijke context over het algemeen aan een periode van geestelijke vernieuwing binnen de kerk. Tekenen van een opwekking zijn de massale bekering van mensen tot het christelijk geloof en een moreel herstel in het gedrag en uitingen’. Of (Wikipedia) ‘In het christendom wordt hieronder verstaan een buitengewoon werk van de Heilige Geest waardoor geestelijk ingeslapen gelovigen weer enthousiast worden over hun geloof. Een opwekking begint vaak met een sterk schuldbesef en het belijden van zonden. Een opwekking leidt ook tot wijdverbreide liefdadigheid en heeft een grote invloed op de maatschappij.’ Het is dus duidelijk dat een opwekking gaat over hen die geestelijk in slaap zijn gevallen, niet over mensen die nog tot geloof moeten komen.

In dit artikel wil ik proberen een antwoord te geven op de vraag: ‘Mogen we een opwekking verwachten van het christendom in West-Europa? en ‘Zijn er tekenen die erop wijzen dat er een opwekking nabij is?’

Kerkverlating in Europa

De berichten die wij via diverse media onder ogen krijgen geven niet veel hoop op een nabije opwekking in Europa terwijl het aantal christenen wereldwijd wel toeneemt (zie hierna). Al enkele decennia is er een grote leegloop begonnen uit de grote volkskerken in allerlei landen in Europa. Het kerkbezoek loopt sterk terug. En een steeds groter aantal kerkleden laat zich uitschrijven, niet in het minst uit de Rooms-Katholieke Kerk. Dit is de laatste jaren het gevolg geweest van de zondige praktijken die zich in de Kerk hebben geopenbaard. Onlangs (oktober 2013) waren er nog  een groot aantal uitschrijvingen uit de Rooms-Katholieke Kerk in Duitsland als gevolg van de affaire met bisschop Tebartz-Van Elst van het Duitse bisdom Limburg. Ook de Evangelische Kerk in Duitsland heeft te maken met een opvallende teruggang van het aantal leden.

Eigen waarneming

Ik ben geboren in 1947 en kan daarom een vrij lange periode van het kerkelijk leven in Nederland, Duitsland en België overzien; landen waar ik gewerkt en gewoond heb. We kunnen niet om de feiten heen dat, vergeleken met de jaren vijftig en zestig er grote veranderingen zijn gebeurd in het maatschappelijk leven en in het bijzonder vanaf de beginjaren zestig, en dat niet in het minst v.w.b. het kerkelijk leven. Veel grote landskerken hebben moeten fuseren, PKN in Nederland en VPKB in België, maar dat heeft de leegloop niet kunnen tegenhouden. Die leegloop is ook vaak het gevolg geweest van de liberale theologie, waardoor mensen vaak hun heil zochten in Evangelische Kerken. Nu (2013) zie ik echter in die Evangelische Kerken ook de vergrijzing toeslaan en tevens dat er (te) weinig instroom is van nieuwe gelovigen. Veel gemeenten dreigen uit te sterven! Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen, maar in het grote geheel is dit toch wel het beeld dat ik heb. Dus, komt er nog een opwekking in West-Europa? Ik zie daarvoor geen signalen.

Wat zegt de Bijbel?

Het Nieuwe Testament leert ons dat naarmate de tijd van Christus’ komst nadert, het met het christelijk geloof en het moreel van de mensen er niet beter op wordt (1 Tim. 4:1v.; 2 Tim. 3:1; 2 Petr. 3:3; 1 Joh. 2:18; Jud. :18). Nogmaals ik beperk mij tot West-Europa en heb zeker weet van de situatie in de rest van de wereld. Zelf ben ik actief betrokken bij een opwekking in Cuba die al enkele jaren duurt en waar veel mensen tot geloof komen. Een ander beeld geeft Roemenië waar ik sedert 1986 betrokken ben met diverse activiteiten (zie website JOBvzw. op mijn website) en waar ná de val de dictator Ceaucescu het kerkbezoek geleidelijk is teruggelopen. Het beeld dat de Bijbel geeft van de Kerk is dat het gaat van de Efeze-periode (de eerste liefde) naar Laodicea-periode (lauwheid) en dat het christendom uiteindelijk eindigt in de kerk van de eindtijd de grote hoer Babel. Een voorbeeld van het volk Israël kan ons tot voorbeeld dienen waar we aan het einde van hun rijdperk ook geen opwekking vinden maar een stijgend verval van moreel en geloof (Maleachi).

Uitzien naar de komst van de Heer Jezus

Als er geen opwekking te verwachten is, is er dan niets positiefs waar we op mogen hopen? Ik geloof van wel, ik denk dat er voldoende tekenen zijn die ons zeggen dat Jezus’ komst aanstaande is. De terugkeer van de joden en daarmee gepaard gaande de stichting van de staat Israël en een hersteld Romeins Rijk (Europa) zijn enkele zaken die mij doen denken dat de komst van Jezus aanstaande is.

‘Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt. En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is ’ (Luk. 21:28-31).

Rapporten en krantenartikels

Bisschoppen: zorgen over katholieke kerk in Nederland

De situatie van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland is zorgelijk. De grote volkskerk wordt een 'keuzekerk', waarin elke gelovige haalt wat hem goed uitkomt. Mensen komen vooral nog in de kerk voor rouwen, trouwen en dopen.

Nederland telt nog iets meer dan 4 miljoen katholieken. Van hen gaat nog maar 5,6 procent regelmatig naar de kerk, zo hebben de bisschoppen laten uitrekenen. In september 2013 waren er 67 priesterstudenten en 150 academische theologiestudenten. Veel parochies moeten fuseren en kerkgebouwen worden afgestoten.

Bron ANP 261113

Misverstanden rond secularisatie

Het ziet ernaar uit dat de secularisatie verder doorzet. Althans in Europa en zeker ook in Nederland. Het geloof in God heeft zijn vanzelfsprekendheid allang verloren. De kerken zijn duidelijk op hun retour. Wat zijn daarvan de gevolgen?

Bron: Reformatorisch Dagblad - 01-07-2013 - Dr. C. S. L. Janse

Kerk hervormt en sluit tientallen kerken in Vlaanderen

Het aantal parochies in Vlaanderen zal de komende jaren drastisch dalen. Het almaar dalend aantal gelovigen, het tekort aan pastoors en het teveel aan parochies nopen de kerk tot hervorming. Dat melden De Standaard en Het Nieuwsblad. Van de huidige 1.800 parochies zouden er over enkele jaren nog maximaal 400 overblijven

Bron: De Redactie 301113

Kerkbezoek in België volgens gewest en bisdom

In 2009 werd voor het eerst in tien jaar een zondagstelling gehouden: aan de parochies werd gevraagd hoeveel kerkgangers er in hun parochie waren op de derde zondag van oktober. We zullen deze aantallen vergelijken met de totale bevolking op actieve leeftijd (5- tot 69-jarigen) in 2009 om zo te berekenen hoeveel procent van de mensen op zondag kerkdiensten bijwoont. Voor heel België komen we dan op een kerkpraktijk van ongeveer 5 procent van de bevolking. In Vlaanderen (5,4 procent) ligt het percentage kerkgangers hoger dan in het Waals (4,2 procent) en Brussels (3,4 procent) gewest.

Bron: ttp://statbel.fgov.be/

Ad Limina Apostolorum-Rapport

De Rooms-Katholieke kerk in Nederland bevindt zich in een situatie van krimp welke al lang geleden is ingezet. In 25 jaar tijd nam het aantal leden af met 1 miljoen tot 4.044.000 katholieken. Op dit moment is 24,1 % van de totale Nederlandse bevolking rooms-katholiek en vormt zij daarmee de grootste groep gelovigen in Nederland. Was het aantal kerkgangers in 2004 nog 348,800 (7,8 %) in 2012 bedroeg het 226,100 (5,6 %). Voor verdere informatie en tabellen verwijs ik u naar het rapport.

Bron: Ad Limina Apostolorum-Rapport Nederlandse Bisschoppenconferentie: december 2013

Duitse Kerk loop leeg

Katholieken in Duitsland hebben het afgelopen jaar de kerk massaal de rug toegekeerd. Ruim 180.000 gelovigen hebben zich in 2010 laten uitschrijven, 47 procent meer dan in de jaren daarvoor. Dat blijkt uit cijfers van de Duitse Bisschoppenconferentie. De reden voor de plotselinge groei van de ontkerkelijking lijkt te liggen in de misbruikschandalen die vorig jaar aan het licht kwamen. In het bisdom Augsburg bijvoorbeeld hebben twee keer zoveel mensen de kerk verlaten als in de jaren daarvoor. In de Zuid-Duitse stad moest bisschop Walter Mixa aftreden wegens kindermishandeling. Ook kreeg hij veel kritiek, nadat hij de seksualisering van de samenleving als de oorzaak had genoemd voor het misbruik.

Bron: NOS – 30 juli 2011

Kerk van Engeland wil volk re-evangeliseren.

"Het christendom staat op het punt binnen een generatie uit te sterven in Groot-Brittannië, tenzij kerken een ongelooflijke doorbraak maken in het aantrekken van jongeren". Daarvoor waarschuwt de voormalige aartsbisschop van Canterbury Lord Carey, als commentaar op de generale synode van de Kerk van Engeland. Dat meldt The Guardian. De aartsbisschop van York, John Sentamu, zei als reactie op Lord Carey dat de Kerk "moet evangeliseren of verstenen" omdat het anders zijn positie als nationaal instituut dreigt te verliezen. Om succesvol te werk te gaan, wordt geopperd een missionaire houding aan te nemen die lijkt op de verspreiding van het geloof door zendelingen in Angelsaksische tijden.

Bron: IKON (171213)

Tot besluit

Ik kan het natuurlijk helemaal mis hebben, en op bepaalde manier hoop ik het, opdat nog veel mensen de Heer Jezus mogen leren kennen en behouden worden. Dus mocht u het met mijn visie niet eens zijn wilt u mij dat dan laten weten en zeggen waarom u wel gelooft in een opwekking in West-Europa? Dank bij voorbaat.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

‘Europees christendom in de eenentwintigste eeuw‘

 

 

 

Een overzicht.

Er is een tijd geweest dat Europa met recht naar zichzelf kon verwijzen als ‘een christelijk continent’. Europeanen hebben de mooiste gebouwen van het continent gebouwd om hun godsdienstoefeningen onderdak te bieden. Ze hebben fel gediscussieerd over het onderscheid tussen transsubstantiatie en consubstantiatie. Ze zijn als pelgrims, zendelingen en conquistadores naar alle windstreken van de aarde gevaren, met het doel de heiden tot het ware geloof te bekeren. Nu zijn de Europeanen de heidenen. Volgens de meest recente World Values Survey (2005-2008) woont 4 procent van de Noren en Zweden en 8 procent van de Fransen en Duitsers eens per week een kerkdienst bij, vergeleken met 36 procent van de Amerikanen., 44 procent van de Indiërs, 48 procent van de Brazilianen en 78 procent van de Afrikanen in het gebied ten zuiden van de Sahara. Voor een aantal in hoofdzaak katholieke landen als Italië (32 procent) en Spanje (16 procent) liggen de cijfers een stuk hoger. De enige landen waar de religieuze observantie lager is dan in protestants Europa zijn Rusland en Japan. Voor slechts één op de tien Duitsers en Nederlanders is God ‘zeer belangrijk’; bij de Fransen ligt dat aantal maar iets hoger. In vergelijking hiermee zegt 58 procent van de Amerikanen dat God zeer belangrijk is in hun leven. Het belang van God is nog groter in Latijns-Amerika en het Afrika ten zuiden van de Sahara, en het hoogst van alle in de moslimlanden in het Midden-Oosten. Alleen in China is God voor minder mensen (minder dan 5 procent) belangrijk dan in Europa. Iets minder dan een derde van de Amerikanen beschouwde de politici die niet in God geloven als ongeschikt voor een openbaar ambt, vergeleken met 4 procent van de Noren en Zweden, 9 procent van de Finnen, 11 procent van de Duitsers en Spanjaarden en 12 procent van de Italianen. Slechts de helft van de Indiërs en Brazilianen zou een atheïstisch politicus tolereren. Alleen in Japan is religie in de politiek minder belangrijk dan in West-Europa.

De Britse situatie is vooral zo interessant in het licht van de vastberadenheid waarmee de Britten hebben getracht hun eigen godsdienst in de negentiende eeuw te verspreiden. Volgens World Values Survey beweert vandaag de dag 17 procent van de Britten dat ze tenminste één keer per week een religieuze dienst bijwonen – meer dan in het continentale Europa, maar nog altijd minder dan de helft van het Amerikaanse cijfer. Toegegeven, de cijfers van het Verenigd Koninkrijk zijn licht gestegen sinds 1981 (toen slechts 14 procent zei eens per week een kerkdienst bij te wonen, en minder dan een vijfde zei dat God voor hem of haar zeer belangrijk was). Maar de surveys maken geen onderscheid tussen religies, dus geven ze het verval van het Britse christendom bijna zeker te laag op. Een onderzoek uit 2004 suggereerde dat in een gemiddelde week meer moslims dan anglicanen een kerk bezoeken. En bijna de volledige recente toename in het kerkbezoek wordt verklaard door de groei van niet-blanke gemeenten, in het bijzonder van evangelische kerken en die van de pinkstergemeente. Toen Christian Research op zondag 8 mei 2005 een telling bij 18.720 kerken hield, was het werkelijke cijfer van kerkbezoek amper 6,3 procent van de populatie, sinds 1998 15 procent minder. Bij nader inzien lijkt Groot-Brittannië zowel de ineenstorting van observantie als die van het geloof in West-Europa te belichamen.

De ontkerstening van Groot-Brittannië is een relatief recent verschijnsel. Britse protestanten waren in werkelijkheid nooit zo bijzonder kerks (bijvoorbeeld vergeleken met Ierse katholieken), maar tot eind jaren vijftig van de vorige eeuw was het lidmaatschap van een kerk, zo niet het kerkbezoek, qua aantal betrekkelijk hoog en stabiel. Nog in 1960 was amper een vijfde van de bevolking van het Verenigd Koninkrijk lid van een kerk. Maar in 2000 was dat gedeelte gedaald tot een tiende. Voor 1960 werden de meeste huwelijken in Engeland en Wales in een kerk bevestigd; maar toen begon de achteruitgang, die doorzette tot circa 40 procent eind jaren negentig van die eeuw. Gedurende het grootste deel van de eerste helft van de twintigste eeuw was het aantal kerkgangers goed voor 5 of 6 procent van de Engelse bevolking; pas na 1960 zakte het aandeel naar 2 procent. Cijfers voor de Church of Scotland laten een soortgelijke trend zien: gelijkmatig tot 1960, vervolgens dalend tot ongeveer 50 procent. Vooral de afname van het aantal confirmaties is opvallend. In 1910 waren er in Engeland 227.135 confirmaties; in 2007 waren het er amper 27.900 – en dat was 16 procent lager dan amper vijf jaar daarvoor. Tussen 1960 en 1970 daalde het confirmatiecijfer onder twaalf- tot twintigjarigen met meer dan de helft, en het bleef daarna zakken. Minder dan een vijfde van de gedoopten wordt nu geconfirmeerd. Voor de Church of Scotland is de terugval zelfs nog sneller gegaan.

Het lijkt zeker dat deze trends zich doorzetten. Praktiserende christenen worden ouder: 38 procent van de methodisten en de leden van de United Reformed Church was in 1999 bijvoorbeeld 56 jaar of ouder, vergeleken met 16 procent van de bevolking als geheel. Het is nog minder waarschijnlijk dat jongere Britten in God of de hemel geloven. Naar sommige maatstaven gemeten is Groot-Brittannië als een van de meest goddeloze samenlevingen ter wereld, met 56 procent van de bevolking die de kerk nooit bezoekt – het hoogste cijfer van West-Europa.

De survey ‘Soul of Britain’ (2000), uitgevoerd voor de tv-serie van Michael Buerk, liet een verbijsterende mate van religieuze verschrompeling zien. Slechts 9 procent van de ondervraagden meende dat het christelijk geloof de beste weg naar God was; 32 procent beschouwde alle religies als even geldig. Hoewel slecht 8 procent zichzelf als atheïst identificeerde, bekende 12 procent niet te weten wat ze moesten geloven. Meer dat twee derde van de respondenten zei geen helder gedefinieerde morele richtlijnen te herkennen, evenals een volle 85 procent van degenen die onder de 24 waren. (Bizar zei 45 procent van de ondervraagden dat deze teruggang in religie het land tot een slechtere plek had gemaakt).

Sommige van de beste schrijvers van de twintigste eeuw hadden een voorgevoel van de geloofscrisis van Groot-Brittannië. De Oxford-don C.S.Lewis (vandaag de dag het bekendst om zijn allegorische kinderverhalen) schreef The Screwtape Letters (1942) in de hoop dat spotten met de duivel dit tot staan kon brengen. Evelyn Waugh wist, toen hij na de oorlog zijn triologie Sword of Honour (1952-1961) schreef, dat hij het grafschrift van een oeroude vorm van het Engelse rooms-katholicisme schreef. Beiden voelden aan dat de Tweede Wereldoorlog een ernstige bedreiging voor het christelijk geloof betekende. Maar pas in de jaren zestig werden hun voorgevoelens van secularisatie bewaarheid. Waarom verloren de Britten hun historisch geloof? Net als bij zoveel moeilijke vragen lijkt deze op het eerste gezicht gemakkelijk te beantwoorden. Maar voor we het, zoals de dichter Philip Larkin de, neergang aan ‘de sixties’ – de Beatles, de anticonceptiepil en de minirok – wijten, moeten we onszelf eraan herinneren dat de Verenigde Staten deze aardse geneugten ook genoten, zonder dat ze zijn opgehouden een christelijk land te zijn. Vraag het veel Europeanen nu en ze zullen zeggen dat het geloof slechts een anachronisme is, een overblijfsel van middeleeuws bijgeloof. Ze zullen de geloofsijver van de Amerikaanse Biblebelt met rollende ogen aanzien – niet beseffend dat hun eigen gebrek aan geloof de werkelijke afwijking is.

Bron: Civilisation – Niall Ferguson

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

Betekenis Christelijke Feesten

 

 

 

 

Betekenis van Kerst en  de andere christelijke feestdagen bij velen onbekend.

Onderzoeken, gedaan in christelijke landen, hebben aangetoond dat de meeste mensen de betekenis niet meer weten van Kerst. De secularisatie is dermate doorgedrongen in het ‘christelijke’ Europa dat men zelfs de meest elementaire zaken betreffende geloof en Bijbel niet meer kent.

Een onderzoek, gedaan in Nederland in 2003, toonde aan dat ongeveer een op de drie Nederlanders niet precies weet wat er met Kerst wordt gevierd. Dat blijkt uit een telefonisch onderzoek van bureau 'Intomart' onder 750 personen van 18 jaar en ouder. Doel van het onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de beleving van Kerst door de Nederlandse bevolking. Elf vragen werden voorgelegd. Van de deelnemers wist 26 procent niet welk bijbels verhaal met Kerst centraal staat; 6 procent dacht dat het een ander verhaal is dan dat van de geboorte van Jezus Christus. De daaropvolgende vraag was: ‘De geboorte van Jezus is het bijbelverhaal dat bij Kerst hoort. Komt u dit bekend voor?’ Van de ondervraagden antwoordde 88 procent met ja en 10 procent met nee. Uiteindelijk is 4 procent van de Nederlandse bevolking totaal niet bekend met de kerstgeschiedenis.

Het onderzoek noemt het opmerkelijk dat ook onder kerkleden de betekenis van Kerst niet algemeen bekend is. Van de hervormde ondervraagden noemde 13 procent een verkeerd Bijbelverhaal. Van de rooms-katholieken zat 26 procent ernaast, terwijl van de gereformeerden 16 procent niet direct het juiste antwoord had. Van de niet-kerkelijke deelnemers wist 35 procent niet wat de aanleiding voor Kerst is.

Een op de zes ondervraagden was het eens met de stelling dat in 2050 helemaal niemand de betekenis van Kerst meer weet. Van de geënquêteerden is 12 procent van mening dat in 2050 christelijke feestdagen als Kerst niet meer gevierd zullen worden, 80 procent is het daarmee oneens.

Van de volwassenen denkt de grootste groep (34 procent) dat de vercommercialisering de belangrijkste bedreiging voor Kerst is. Een iets minder groot aantal (29 procent) ziet in de ontkerkelijking de grootste bedreiging. De multiculturele samenleving wordt door 26 procent van de ondervraagden gezien als bedreiging. De helft van de gereformeerden noemt de ontkerkelijking als bedreiging. Voor 61 procent van de Nederlandse bevolking is Kerst in de eerste plaats een familie- of gezelligheidsfeest. Van de Protestanten is 52 procent die mening toegedaan en 60 procent van de Rooms-katholieken.

Kerst als religieus feest komt op de tweede plaats. Dat antwoord gaf 23 procent van degenen die werden ondervraagd. Van de Protestantse gereformeerden vindt 78 procent Kerst in de eerste plaats een religieus feest, van de Protestantse hervormden 38 procent en van de Rooms-katholieken 29 procent. Kerst wordt door 6 procent van de Nederlanders gezien als vredesfeest en door 7 procent als vrije dagen.

Hoewel onkerkelijken met Kerst nog wel eens een dienst willen bezoeken, zegt 58 procent nee tegen het bijwonen van een viering in de kerk. Een positief antwoord geeft 38 procent. Van de Protestantse gereformeerden wil 80 procent dit jaar met Kerst een viering bijwonen, van de Protestantse hervormden 44 procent en van de Rooms-katholieken 68 procent.

De conclusie van het onderzoek luidt dat Kerst vooral toekomst heeft als familie- of gezelligheidsfeest. Ruim eenderde van de Nederlandse bevolking gaat een kerstviering bezoeken. Dit zijn vooral personen die zichzelf tot een kerkelijke gezindte rekenen. Van de personen die een viering bijwonen, behoort 11 procent niet tot een kerkelijke gezindte.

Dit onderzoek in gedaan in 2003 en de kennis van de betekenis van Kerst zal anno 2013 zeker niet toegenomen zijn. Tijd dus om daar in een aantal artikelen aandacht aan te schenken, die binnenkort geplaatst zullen worden.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

De betekenis van Kerst

 

 

 

 

‘Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden’ (De Bijbel – 1 Timotheüs 1:15) 

 

Een historische gebeurtenis.

Met Kerstmis denken we aan de geboorte van Jezus. Jezus geboorte is een historische gebeurtenis. Rond 120 n.Chr. vermelden verschillende Romeinse geschiedschrijvers ‘Christus’ meerdere keren, echter zonder verdere bijzonderheden. Zijn kruisiging wordt wel vermeld. En omdat hij is gestorven is het logisch dat hij ook geboren moet zijn. Jezus geboorte in Bethlehem, uit een maagd, was de vervulling van een Bijbelse voorzegging  c.q. profetie.

‘Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven’ (Jesaja 7:14)

‘En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël’ (Micha 5:1).

Maria en Jozef gingen naar Bethlehem om zich te laten registreren omdat er door keizer Augustus bevel was gegeven dat het hele aardrijk moest worden ingeschrven. Deze inschrijving vond voor het eerst plaats toen Quirinius stadhouder over Syrië was. De verplichting om zich in te schrijven in de plaats van Jozef’s geboorte maakte deze reis noodzakelijk. Tijdens hun verblijf daar werd Jezus geboren.

‘En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het eerst plaats, toen Quirinius het bewind over Syrië voerde. En zij gingen allen op reis om zich te laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad. Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David, die Betlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was’ (Lukas 2 :1-5)

Herodes de Grote was koning in Judea toen Jezus geboren werd. Een van de beslissingen van Herodes was om alle jongentjes in Bethelhem onder twee jaar te doden. Herodes stierf tussen het jaar 4 en 1 voor Christus, dus Jezus moet ten minste een jaar voor Herodes’ dood geboren zijn.

‘Toen Herodes zag, dat hij door de wijzen misleid was, ontstak hij in hevige toorn en zond bevel om in Betlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst‘ (Mattheüs 2:16)

Een spirituele gebeurtenis.

Belanrijker is dat Kerstmis een geestelijke gebeurtenis dient te zijn. Jezus kwam naar de aarde om zondaars te redden. Kerstmis is niet slects een geschiedkunge gebeurtenis op een bepaald moment in de tijd; het kan een geestelijke ervaring worden voor iedere persoon die het Evangelie hoort.

De apostel Johannes schrijft: ‘Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven’ (Johannes 1 :11-12). Jezus ziet nog steeds uit naar mensen die Hem in hun leven willen ontvangen. Jezus ontvangen betekend te geloven dat Hij de Zoon van God is, die Mens werd, stierf voor onze zonden, opstond uit de doden en ten hemel is gevaren vanwaar Hij weer komen zal. Jezus aannemen in je leven betekend het ontvangen van het heil. Dat is de geestelijke ervaring van Kerstmis.

‘Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden‘ (Mattheüs 1:21)

Tot besluit.

Nee, het Kerstfeest kan alleen een feest zijn als u de werkelijke betekenis van Kerst verstaat. Geen cadeautjes krijgen, maar hét cadeau van God ontvangen.

‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde‘ (Evangelie naar Johannes 3:16-17).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

De betekenis van Pasen

 

 

 

 

Pasen gaat over de kruisiging en opstanding van Jezus. Pasen is het belangrijkste feest voor christenen. Hij was gestorven aan het kruis, werd in een graf gelegd, maar werd door de God  uit de dood opgewekt. Het graf is leeg, want Jezus is opgestaan uit de dood. Zonder zijn opstanding is het ontstaan van het Christendom niet te verklaren.

‘En toen zij zeer verschrikt werden en haar aangezicht ter aarde neigden, zeiden dezen tot haar: Wat zoekt gij de levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.’ (Lukas 24:5).

De betekenis van Christus’ opstanding:

- dat de macht van de dood verbroken is. De dood is niet meer het einde, maar na de dood is er leven mogelijk. De grote scheiding is niet meer die tussen leven en dood, maar tussen geloof in Christus en ongeloof.

- dat Christus’ dood aan het kruis geen mislukking was, maar een offer dat Christus in onze plaats bracht. Doordat God Christus opwekte uit de dood, mogen wij weten dat God dat offer heeft aangenomen.

- de opstanding van Christus is de voorbode van de opstanding van de doden op de laatste dag.

Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen; maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen‘ (1 Korinthiërs 15:3-8).

De opstanding van Christus gaat niet alleen over de toekomst, maar raakt ook ons leven in het hier en nu. Toen Christus stierf aan het kruis stierf Hij voor degenen die in Hem zouden geloven. De opstanding van Christus houdt in, dat wij hier op deze aarde in principe al deel hebben aan dat nieuwe leven. Deze verbondenheid met Christus’ sterven en opstaan komt naar voor in de doop. Dat wij hier op deze aarde al een nieuw leven ontvangen, wil niet zeggen dat wij hier op deze aarde al vrij van de zonde zijn of vrij van ziekte, dood of pijn. Dat houdt al wel in, dat hier op deze aarde gemeenschap met God mogelijk is.

Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? 4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen’ (Romeinen 6:3-4).

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

'De betekenis van Pinksteren'

 

 

 

 

Veel mensen weten de betekenis van de christelijke feestdagen niet meer en zeker de betekenis van het Pinksterfeest niet. Op de Pinksterdag herdenken we dat de heilige Geest is gekomen. Die komst, of uitstorting is een éénmalige geschiedkundige gebeurtenis geweest. Veertig dagen na Zijn opstanding nam Jezus afscheid van de discipelen op de Olijfberg. Hij gaf aan de discipelen de opdracht zich niet van Jeruzalem te verwijderen en daar te wachten op de komst van de heilige Geest. Hij wilde hen niet alleen laten en had gezegd dat hij hen niet als wezen zou achterlaten, maar de Trooster zou sturen. Die Trooster, de Heilige Geest, kon niet komen zolang Jezus er nog was. Met de Trooster bedoelde Jezus de Heilige Geest, de derde Persoon van de Goddelijke drie-eenheid. Die Geest werd op de gelovigen uitgestort met Pinksteren. En toen dat gebeurde vertoonden zich er tongen als van vuur op de hoofden van de discipelen.

‘En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was‘ (Johannes 7:37-39; 16:7).

Toen de Heilige Geest dan gekomen was, veranderde alles voor de discipelen. Zij herinnerden zich dat Jezus had gezegd: ‘Jullie zullen mijn getuigen zijn, tot aan het einde van de aarde’. Zij hadden iets meer dan drie jaar, dag en nacht met Hem doorgebracht en van alles geleerd over God. Nu hoefden de discipelen niet meer te wachten, maar begonnen ze in de kracht van God, de Heilige Geest, te getuigen. Ze getuigden van hun ervaringen met Jezus en van het koninkrijk van God. Ze riepen de mensen op om zich te bekeren van hun verkeerde wegen. Hun zonden te belijden en een nieuw leven aan te nemen uit de handen van God, door de vergeving die God voor hen die geloven in Jezus aanbiedt. Een oproep om hun leven zo in te vullen als waar ze voor geschapen zijn. Een leven in relatie met God.

‘Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen‘ (Handelingen 2:37-38).

Het bijzondere in hun boodschap was dat Jezus leeft. Elke zondige mens kan bij God komen door de vergeving in Jezus. Een nieuw begin in elk leven is mogelijk. Jezus roept op om Hem aan te nemen als Verlosser en je door jouw leven heen te laten leiden door Zijn Geest. Het is mogelijk door je te bekeren een relatie met God te krijgen en door Zijn Woord, de Bijbel, te lezen Hem beter te leren kennen. Zo ontdek je wat het doel is van je leven hier op aarde. Een doel wat voor iedereen persoonlijk weer anders is, maar waar God zin aan wil geven. Pinksteren is dus het feest van de uitstorting van de Heilige Geest op de gelovigen, nadat Jezus naar de hemel was gegaan. Toen ontvingen de discipelen de kracht om te getuigen en wonderen en teken volgden hen om hun getuigenissen te bevestigen.

‘Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?(Lukas 11:13). 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX