Geschriften van de apostel Johannes

Wat zegt de Bijbel?

 

 

In deze rubriek zijn de volgende artikelen opgenomen:

 

 

Inleiding en Indeling 1 Johannes

Zonde die licht omstrikt - 1 Johannes 1:5-2:6

Geroepen tot Gemeenschap - 1 Johannes 1

Inleiding en Indeling Johannes 2 en 3

Inleiding en Indeling Openbaring

Het Witte Paard - Openbaring 6

De eerste zes zegels - Openbaring 6

Hij die komt! - Openbaring 22

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op de eerste brief van Johannes

 

 

 

De apostel schreef deze brief aan ‘zijn geliefde kinderen’ (hij gebruikt dat woord negen keer) om hen te helpen de zekerheid van hun persoonlijke behoudenis te vinden (5:13). Als u zeker bent van uw behoudenis, kunt u gemeenschap hebben met God en met Gods volk (1:3), blijdschap ervaren (1:4) en de overwinning behalen op de zonde (2:1-2). Johannes schreef ook om de gelovigen te waarschuwen voor valse leraars (2:26-27; 4:1-6). Zowel Petrus als Johannes was bezorgd over de zuiverheid van de leer in de gemeente, en wij moeten dat ook zijn.

De hoofdstukken 1-2 houden zich bezig met gemeenschap en stellen zeggen en doen tegenover elkaar. Praten over het christelijk leven is gemakkelijk, maar God wil onze wandel. In de hoofdstukken 3-5 benadrukt Johannes het zoonschap (de woorden ‘uit God geboren’ worden verschillende malen gebruikt) en geeft drie kenmerken van een echt kind van God: het doet Gods wil (hfdst. 3), het heeft de broeders lief (hfdst. 4) en het gelooft de waarheid (hfdst. 5).

‘God is licht (1:5) en zijn kinderen moeten wandelen in het licht. ‘God is liefde’ (4:8, 16) en zijn kinderen moeten wandelen in liefde. ‘De Geest is de waarheid’ (5:6) en Gods kinderen moeten de waarheid geloven en gehoorzamen.

--------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van de eerste brief van Johannes

I.       Het criterium voor Gemeenschap: God is licht (1:5-2:29)

A.      De test van gehoorzaamheid (1:5-2:6)

B.      De test van liefde (2:7-17)

C.      De test van waarheid (2:18-29)

II.       Het criterium van Zoonschap: God is Liefde (3-5)

A.      De test van gehoorzaamheid (3:1-24)

B.      De test van liefde (4:1-21)

C.      De test van waarheid (5:1-21)

_________________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

‘De zonde die ons licht omstrikt’

 

1 Johannes 1:5–2:6

 

‘Daarom dan ook, daar wij zo’n grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten ook wij alle last en de zonde die ons licht omstrikt, afleggen en met volharding de wedloop lopen die vóór ons ligt’ (Heb.12:1).

 

Inleiding

We hebben allemaal verschillende zwakheden maar we hebben wel allemaal één gemeenschap-pelijke vijand: de zonde die in ons woont! En die ‘vijand’ kan ons danig parten spelen in ons leven als gelovige. Deze strijd van de gelovige tegen de zonde beschrijft de apostel Paulus in de brief aan de Romeinen hoofdstuk 7-9, en hij maakt daar duidelijk dat eventuele zonden die wij doen als oorzaak de macht van de zonde heeft die in ons woont, ook al zijn we gelovig! Die ‘macht’ in ons kan ervoor zorgen dat onze wandel als gelovige mogelijk in tegenspraak is met de leer waarin wij zijn onderwezen, en dat zou niet zo mogen zijn. Gelovigen die zondigen zijn niet in de Bijbel vermeld om ons te ontmoedigen, maar om ons te waarschuwen. Let wel: de zonde is geen vijand van buitenaf maar een macht van binnenuit. (1Joh.2:16). God is licht, maar zonde is duisternis! Het nieuwe testament noemt het christelijk leven een ‘wandel’, en we moeten leren te wandelen in het licht. Maar daarvoor is het nodig de zonde geen plaats in ons leven te geven opdat de gemeenschap met Christus niet onderbroken wordt (Rom.6:14). In zijn eerste brief gaat de apostel Johannes uitvoerig op het probleem van de zonde in.

Van de hand van Johannes zijn er drie geschriften in het Nieuwe Testament opgenomen, waarin het verleden, heden en toekomst aan bod komen. Het eerste geschrift handelt over het verleden, toen het Woord vleesgeworden was en de Heer Jezus hier op aarde wandelde om als het offer voor de zonde op het kruis van Golgotha te sterven, voor de redding van de in zonde gevallen mens. In het boek Openbaring, ook van de hand van de apostel Johannes en dat gaat over de toekomst, ligt de nadruk op onze toekomstige heerlijkheid, Christus komt voor ons als het overwinnende Woord dat de machten van de duisternis zal werpen in de poel van vuur en zwavel. En tenslotte ligt in zijn brieven de nadruk op de praktische heiligheid wat een dagelijkse ervaring moet zijn in het leven van een gelovige omdat Christus, het levende Woord in ons woont.

Deze dingen schrijven wij u…

‘Deze dingen schrijven of verkondigen wij u’, is een terugkerend refrein en we vinden het vijf keer vermeld in de eerste brief van Johannes. Hiermee geeft hij de verschillende redenen aan waarom deze brief geschreven is. Dit schrijven wij u ‘opdat ook u met ons gemeenschap zouden hebben’ (1:3). Gemeenschap heeft te maken met onze relatie met Christus, niet met onze eenheid, dat is het zoon- of kindschap. Ons dagelijkse omgang (gemeenschap) is veranderlijk; ons zoon- of kindschap niet. Dit schrijven wij u ‘opdat uw blijdschap volkomen is’ (1:4). Blijdschap of vreugde is het resultaat van een innige gemeenschap met Christus. Dit schrijven wij u ‘over hen die u misleiden’ (2:26). We worden gewaarschuwd voor valse leraren waren die er toen en altijd zullen zijn. Dit schrijven wij u ‘opdat u weet dat u eeuwig leven hebt’ (5:13). In het evangelie verteld Johannes hoe we zijn gered, maar hier dat we zeker van onze redding kunnen zijn (de nadruk ligt op ‘geboren zijn uit God’: 3:9, 4:7, 5:1,4,18). Tenslotte, dit schrijven wij u ‘opdat u niet zondigt (2:1). De straf over de zonde is door Christus op zich genomen, maar de kracht van de zonde in het dagelijks leven is een andere zaak en daar gaat dit artikel over. Er is immers geen mens die niet zondigt (1Kon.8:46; Pred.7:20) en er ook niemand, behalve de Heer Jezus die zonder zonde was (1Joh.3:5; 2Kor.5:21), die niet in zonde geboren is (Ps.51:7; Rom.5:12, 7:17). Ook wij, kinderen van God, zullen er ook vroeg als laat ook mee te maken krijgen: de strijd tegen de zonde.

De zonde toelaten – (1Joh.1:7)

De voorwaarde voor gemeenschap is een wandel in het licht. ‘Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar’ (1:7). Dat is de voorwaarde: wandelen in het licht. Er staat niet ‘overeenkomstig het Licht’, want dat is niet mogelijk. Er is er maar Eén geweest die voortdurend in het licht van God gewandeld heeft en daarvan heeft God getuigd door tot driemaal toe te zeggen: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik mijn welbehagen heb’ (Luk.3:22; 9:35; Mat.17:5). God is Licht en in Hem is geheel geen duisternis, Hij is te rein van ogen om het kwaad te kunnen aanschouwen. Met Hem hebben wij te doen, Hem mogen wij hier vertonen, openbaren. Hem die zelfs zijn Zoon niet heeft gespaard om ons te kunnen redden, Hij doet vandaag een beroep op uw en mijn hart. O, Heer, schep mij een rein hart, opdat U in alle dingen de eerste plaats zou innemen! Alle dingen van het leven zijn zo betrekkelijk zo vergankelijk, maar de dingen van Gods Koninkrijk zijn eeuwig. Wat is de oorzaak dat zoveel christenen na korte of langere tijd afhaken en soms zelfs terug de wereld ingaan? Het is al te eenvoudig daarvoor de schuld af te schuiven, op de voorganger, de gemeente of de omstandigheden. Neen laten we de oorzaak zoeken in ons eigen hart, zoals David zei: ‘Mijn zonde staat bestending voor mij’. Voor zover u de Heer Jezus kent als uw persoonlijke Heiland, mag u weten een kind van God te zijn, maar kent u ook het zoonschap, dat spreekt van volwassenheid, van groei, van stabiliteit, een leven waarin de zonde geen plaats kan hebben.

De zonde verbergen - (1Joh.1:5-6, 8, 10; 2:4)

‘Als wij zeggen dat wij gemeenschap hebben…!’ Woorden dienen in overeenstemming zijn met onze wandel. De apostel Paulus heeft het in de eerste brief aan de Korinthiërs over iemand die beweert een broeder te zijn maar in zonde leeft. Wie wij in Christus geworden zijn dient zichtbaar te worden in ons leven: ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’ (1Petr.1:16). We moeten onze zonden niet verbergen maar veroordelen. Johannes stelt het zwart-wit in deze brief Er zijn twee manieren waarop de gemeenschap verbroken kan worden, namelijk door oorzaken van binnen en van buiten. De duivel zal altijd, zo lang we leven, proberen ons te verleiden om dingen te doen waardoor we afdwalen van Gods weg. Daartoe zoekt hij aanknopingspunten in ons hart, want hij weet voor welke dingen wij gevoelig zijn. Kennen wij onze zwakke punten, en wapenen wij ons ertegen? Maar ook zorgen, tegenslagen, moeiten, verdriet kunnen ervoor zorgen dat de praktische gemeenschap verbroken wordt. Wat God zoekt in deze tijd zijn stabiele gelovigen, die niet door de eerste de beste storm omvallen, maar doorheen die storm gevormd zijn om in zijn dienst kunnen volharden. Onderkennen wij de macht van de duivel, de vader van de leugen de mensenmoordenaar van den beginnen? Kennen wij ons eigen hart en onze zwakheden en zijn wij ertegen gewapend om weerstand te bieden in tijd van verzoeking? Daarbij denk ik aan de persoon van Jozef in het Oude Testament, toen hij verzocht werd door de vrouw van Potifar. Maar hij kende zichzelf en God! Hoe zou ik dan dit grote kwaad doen en zondigen tegen God, waren zijn woorden. En die verzoeking was niet een eenmalige gebeurtenis, maar zij sprak tot hem dag aan dag. En dat is wat de duivel doet, dag aan dag proberen ons te verleiden om te zondigen. ’Zijn gedachten zijn ons niet onbekend’ (2Kor.2:11). Dat plezier gunnen we hem toch niet?!

De zonden belijden – (1Joh.1:7, 9)

‘Als wij zeggen dat wij geen zonden hebben, dan misleiden wij onszelf, anderen en God!’ We moeten oppassen dat we niet in een vorm van schijnheiligheid geraken, en ons beter voordoen dan we werkelijk zijn. In de Heer Jezus hebben we een Hogepriester, die voor ons bidt in tijden van verzoeking en beproeving, en een Voorspraak die voor ons tussenbeide kan treden wanneer we gezondigd hebben. God wil dat we niet zondigen, dat is het doel, maar helaas is het vlees zwak en zondigen we. De Heer Jezus is het zoenoffer voor onze zonden en Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonden. Leest u maar eens over de zonden waarvan mensen gereinigd zijn (1Kor.6:10-12). ‘Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming’ (Spr.28:13). Duidelijker kan het niet belijden en nalaten, want anders kan zo’n belijden in twijfel worden getrokken. ‘Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de Here mijn overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden’ (Ps.32:5). Ontdek zelf maar wat het gevolg is van een oprechte bevrijding en lees aandachtig Psalm 51, een Psalm die geschreven is nadat de profeet Natan bij David was gekomen om met hem te spreken over zijn zonde met Bathseba! (2Sam.11-12).

De zonde overwinnen – (1Joh.2:1-3, 5-6)

‘Ik ellendig mens, verzucht Paulus, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? (Rom.6:24). In de brief aan de Romeinen, in het bijzonder in hoofdstuk 6, wordt het probleem van de zonde, als macht die in ons woont, besproken. Wanneer we zondigen is dat een gevolg van de zonde die in woont, want als dat doe wat ik niet wil, doe ik het niet maar de zonde die in mij woont (Rom.6:17). Uiteraard spreekt dat ons niet vrij van onze eigen verantwoordelijkheid! We moeten ervoor waken dat de zonde, die als een belager aan de deur ligt (Gen.4:7), niet regeert in ons sterfelijk lichaam om zijn begeerten te gehoorzamen (Rom.6:12). ‘Maar ieder wordt verzocht als hij door zijn eigen begeerte meegesleept en verlokt wordt. Daarna als de begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volwassen  geworden is, brengt zij de dood voort’ (Jak.1:14-15). Een heel proces, maar wel effectief als we zien hoeveel gelovigen, in onze tijd, aan de zonde ten prooi vallen! Maar dat hoeft niet zo te zijn, want de heilige Geest, die elke ware gelovige heeft ontvangen, is groter dan hij die in de wereld is (1Joh.4:4). De zonde en onze oude natuur (het vlees of ons eigen ik) zijn harde leermeesters. De ongelovige is een slaaf van de zonden (Ef.2:1-3), maar ook veel gelovigen dienen de zonde ook al is de macht van de zonde door Christus verbroken. Wanneer je Romeinen 5 leest dan kun je ontdekken dat Christus voor de zonden van de ongelovigen is gestorven, maar dan komt hoofdstuk 6 waar je kunt lezen dat je in Christus vrijgemaakt bent van de wet van de zonde. In de eerste tien verzen van hoofdstuk 6 leren we dat de gelovige dood is voor de zonde (vs.2); dat het vlees is gekruisigd (vs.6); en de gelovige bevrijd is van de zonden (vs.7). De oude natuur hoeft niet meer als koning heersen over de gelovige die deze waarheid kent er rekening mee houdt en zich toewijdt aan de Heer. ‘Daarom dan, broeders, zijn wij schuldenaars, niet aan het vlees om naar het vlees te leven; want als u naar het vlees leeft, zult u sterven; maar als u door de Geest de werkingen van het lichaam doodt zult u leven’ (Rom.8:12-13). Niemand kan twee meesters dienen, door onze nieuwe positie in Christus hebben we nieuwe Meester en ook een nieuwe natuur. We zijn nu dienaren van de gerechtigheid in plaats van slaven van de zonde! Het is daarom niet genoeg te weten dat Christus voor ons gestorven is; we moeten ook weten dat wij in Christus gestorven zijn, ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij! (Gal.2:20). Het is niet genoeg te weten dat we een nieuwe natuur ontvangen hebben; we moeten ook beseffen dat onze oude natuur of: mens) met Christus gekruisigd is! Daarom: ‘Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen’ (Gal.5:16-17). Pas dus op voor de zonde die ons licht omstrikt, want het zijn de kleine vossen, die de wijngaarden verderven! (Hoogl.2:15).

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

‘Geroepen tot gemeenschap’

 

1 Johannes 1

                                                          

‘God is getrouw, door wie u geroepen bent tot de gemeenschap van zijn Zoon Jezus Christus onze Heer’ (1 Kor.1:9).

 

Inleiding

Voor zover ik weet kunnen alle voertuigen zowel voor- als achteruit, behalve een vliegtuig, en daarom zou ik een vliegtuig willen vergelijken met het leven van een gelovige. Zoals een vliegtuig alleen maar vooruit kan, zo is het ook bij ons als gelovigen. We kunnen als we met de Heer leven eigenlijk alleen maar vooruit. Het is vanzelfsprekend dat een kind van God groeit in zijn geloof, en als dat ontbreekt is er iets mis en zullen we onszelf moeten onderzoeken of wij nog wel in het geloof zijn (2Kor.13:5).

Maar zoals een vliegtuig brandstof nodig heeft om te kunnen opstijgen, zal ook de gelovige een bron van energie moeten bezitten om op een hoger niveau te kunnen komen. En daarover heeft hij inderdaad de beschikking, namelijk de inwonende heilige Geest. Paulus zegt: ‘Want God heeft ons niet gegeven een geest van bangheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid’ (2Tim.1:7). Echter er kunnen bij een vliegtuig allerlei defecten voorkomen, door menselijk falen of materiaal problemen of iets dergelijks, en dat kan ook bij een gelovige het geval zijn. Vandaar dat er na elke vlucht controles plaatsvinden om te zien of er geen gebreken zijn. Ook wij moeten zo nu en dan eens in de spiegel kijken hoe het met ons geloof staat. ‘Onderzoekt dan uzelf of u in het geloof bent; beproeft uzelf’ (2Kor.13:5). Om ongevallen te voorkomen willen we een aantal voorwaarden noemen die dat moeten voorkomen. Als een vliegtuig zonder brandstof valt dan kennen we de gevolgen, het stort neer! Als de Heilige Geest in ons leven wordt uitgeblust, bedroeft of iets dergelijks, dat mogen we er zeker van zijn dat het in ons leven bergafwaarts zal gaan! Dus houdt u in een goede conditie!

2. Wat is gemeenschap?

In Engelse Bijbelvertalingen wordt ons woord gemeenschap omschreven door ‘fellowship’, dat je zou kunnen vertalen met ‘kameraadschappelijkheid, omgang’. Maar er ligt ook de gedachte in ‘van iets gemeenschappelijks te bezitten’. De Griekse term koinõnia betekend onder andere ‘deelname’ of ‘betrokkenheid’.

In Mat.23:30 en Luk.5:10 zien we dat gemeenschap ook kan inhouden deelgenoot zijn in één of andere praktijk of bezigheid. In het Oude Testament komt het woord bijna niet voor als uitdrukking van geestelijke omgang, maar meestal in betrekking tot seksuele relaties.

Het wordt gebruikt als: ‘ergens aandeel of deel aan hebben of iets meedelen’, bv. financiën: (Rom.12:13;15:26; Gal.6:6; Fil.4:15; 2Kor.8:4, 9:13; Hebr.13:16). Het gaat hier om meer dan slechts het delen van goederen of gelden! Het was meer dan een gebaar, het was een teken van vriendschap en acceptatie. Vriendschap is een hoge uitdrukking van gemeenschap. De eerste christenen handhaafden de dagelijkse gemeenschap (Hand.2:42), die verder wordt beschreven in Handelingen 4 en 5.

Andere vormen van gemeenschap zijn ook mogelijk: ‘gemeenschap hebben met de zonden van anderen’ (1Tim.6:22), of ‘gemeenschap hebben met boze werken’ (2Joh. vs.11), en zelfs met demonen! (1Kor.10:20).

De gelovige heeft gemeenschap met het lijden van Christus (Fil.3:10; 1Petr.4:13), het lijden van de apostel Paulus (2Kor.1:7), en gemeenschap met het lijden van vervolgde gelovigen (Hebr.10:33). Er wordt ook gesproken over ‘gemeenschap met het bloed en lichaam van Christus’ (1 Kor.10:16). Wordt hiermee de gemeenschap van de Geest bedoeld? (2Kor.13:14; Fil.2:1). Wij zijn ‘deelgenoten van de Goddelijke natuur’ (2Petr.1:4) en van de heerlijkheid die zal worden geopenbaard‘ (1Petr.5:1). Maar in 1Kor.9:11 staat dat we door God geroepen zijn tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, en daar willen wij ons nu mee bezig houden.

3. Hoe kom je en ervaar je de gemeenschap met God?

‘God is getrouw, door Wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here’ (1Kor.1:9). Je moet dus door God geroepen zijn. Zij beperkt zich ook niet tot alleen de Heer Jezus, maar strekt zich uit tot God, de Heilige Geest en de andere gelovigen (2Kor.13:13; 1Joh.1:4-5).

Er zijn drie kenmerken van echte christelijke gemeenschap: (1) Zij is gebaseerd op het getuigenis van Gods Woord. Zonder deze onderliggende kracht is ‘gemeenschappelijkheid’ niet mogelijk. (2) Zij is wederzijds, bepaald door de eenheid van alle gelovigen. (3) Zij wordt elke dag vernieuwd door de Heilige Geest. Bij echte christelijke gemeenschap gaan het sociale en geestelijke samen en dat kan alleen door een levende relatie met Christus. ‘Ze hadden alle dingen gemeenschappelijk’, ze waren een van hart en ziel (Hand.2:44; 4:32).

4. Voorwaarden om in gemeenschap te blijven. (Een wandel in het licht)

‘Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar’ (1:7).  Dat is de voorwaarde: wandelen in het licht. Er staat niet ‘overeenkomstig het Licht’, want dat is niet mogelijk. Er is er maar Eén geweest die voortdurend in het licht van God gewandeld heeft en daarvan heeft God getuigd door tot driemaal toe te zeggen: ‘dit is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik mijn welbehagen heb’. God is Licht en in Hem is geheel geen duisternis, Hij is te rein van ogen om het kwaad te kunnen aanschouwen. Met Hem hebben wij te doen, Hem mogen wij hier vertonen, openbaren. Hem die zelfs zijn Zoon niet heeft gespaard om ons te kunnen redden, Hij doet vandaag een beroep op uw en mijn hart. O, Heer, schep mij een rein hart, opdat U in alle dingen de eerste plaats zou innemen! Alle dingen van het leven zijn zo betrekkelijk zo vergankelijk, maar de dingen van Gods Koninkrijk zijn eeuwig. Wat is de oorzaak dat zoveel christenen na korte of langere tijd afhaken en soms zelfs terug de wereld ingaan? Het is al te eenvoudig daarvoor de schuld af te schuiven, op de voorganger, de gemeente of de omstandigheden. Neen laten we de oorzaak zoeken in ons eigen hart, zoals David zei: ‘mijn zonde staat bestending voor mij’. Voor zover u de Heer Jezus kent als uw persoonlijke Heiland, mag u weten een kind van God te zijn, maar kent u ook het zoonschap, dat spreekt van volwassenheid, van groei, van stabiliteit?

5. Belemmeringen voor gemeenschap. (De zonde nalaten)

Er zijn twee manieren waarop de gemeenschap verbroken kan worden, namelijk door oorzaken van binnen en van buiten. De duivel zal altijd, zo lang we leven, proberen ons te verleiden om dingen te doen waardoor we afdwalen van Gods weg. Daartoe zoekt hij aanknopingspunten in ons hart, want hij weet voor welke dingen wij gevoelig zijn. Kennen wij onze zwakke punten, en wapenen wij ons ertegen? Maar ook zorgen, tegenslagen, moeiten, verdriet kunnen ervoor zorgen dat de praktische gemeenschap verbroken wordt. Wat God zoekt in deze tijd zijn stabiele gelovigen, die niet door de eerste de beste storm omvallen, maar doorheen die storm gevormd zijn om in zijn dienst kunnen volharden. Onderkennen wij de macht van de duivel, de vader van de leugen de mensenmoordenaar van den beginnen? Kennen wij ons eigen hart en onze zwakheden en zijn wij ertegen gewapend om weerstand te bieden in tijd van verzoeking? Daarbij denk ik aan de persoon van Jozef in het Oude Testament, toen hij verzocht werd door de vrouw van Potifar. Maar hij kende zichzelf en God! Hoe zou ik dan dit grote kwaad doen en zondigen tegen God, waren zijn woorden. En die verzoeking was niet een eenmalige gebeurtenis, maar zij sprak tot hem dag aan dag. En dat is wat de duivel doet, dag aan dag proberen ons te verleiden om te zondigen. ’Zijn gedachten zijn ons niet onbekend’ (2Kor.2:11). Dat plezier gunnen we hem toch niet?!

6. Kenmerken van gemeenschap. (liefde en eenheid)

Er zijn meerdere kenmerken:

(1)   Zij is gebaseerd op het getuigenis van Gods Woord.

Zonder deze onderliggendekracht is gemeenschap niet mogelijk. ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken (Joh.14:23).

(2)   Zij is wederzijds, bepaald door de eenheid van alle gelovigen.

‘Heb de broederschap lief’ (1Petr.2:17) en ‘Hieraan zullen allen weten dat u mijn discipelen bent, als u liefde hebt onder elkander’ (Joh.13:35).

(3)   Zij wordt elke dag vernieuwd door de Heilige Geest.

Bij echte christelijke gemeenschap gaan het sociale en geestelijke samen en dat kan alleen door een levende relatie met Christus. Elke gelovige is een eiland op zich, maar er zijn genoeg mogelijkheden om bruggen naar elkaar te leggen. De uitnodiging tot die gemeenschap komt ook van de Here Jezus: ‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik ook bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden en hij met Mij’ (Op.3:20).

Wie met pek omgaat wordt er mee besmet, zegt een spreekwoord. En Paulus zegt in 1Kor.15:34 ‘Verkeerde omgang bederft goede zeden’. Dat is negatief geformuleerd en ik wilde deze woorden eens positief gaan gebruiken. ‘Goede omgang doet verkeerde zeden teniet.’ Als u een dagelijks leven in gemeenschap met de Heer heeft dan zal de omgeving ongetwijfeld daarvan iets gaan merken. En wat zijn dan de kenmerken van gemeenschap? Ten eerste de liefde en de eenheid die overal waar gelovigen zijn gevonden moet worden. ‘Hieraan zullen ze allen weten dat u mijn discipelen bent, als u liefde onder elkaar hebt (Joh.13:35) en ‘opdat zij allen een zijn... opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden. Het dienstmeisje zei tegen Petrus: ‘ook u was met Jezus’ (Joh.18:17), zij herkende hem. De Here Jezus zegt in Mattheüs 11:29: ‘Leert van mij…’, hetgeen later Paulus omschrijft als: ‘die gezindheid zij in u, die ook in Christus Jezus was’ (Fil.2).

7. Gevolgen van gemeenschap. (groei in geestelijk inzicht)

‘Groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus’ (2Petr.3:18).

Dat is toch wat wij ons tot doel hebben gesteld, ‘om Hem te kennen en de kracht van zijn opstanding?’ We moeten dat doel voor ogen houden: Wij zien Jezus! Uiteindelijk gaat het daarom dat wij meer inzicht krijgen Wie het is, die onze Heer en Heiland is. Christus moet gestalte in u en mij krijgen en dat kan alleen als wij aan de bovenstaande voorwaarden voldoen. Wilt u een succesvol christelijk leven? Dan zult u in uw leven rekening moeten houden met de voorwaarden hierboven vermeld. Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. Als dat in uw en mijn leven realiteit is dat kan God doorheen ons werken en zullen we zijn zegen ervaren en voor anderen een zegen kunnen zijn! Een stabiel christelijk leven: niet meer als een golf van de zee, die door de wind voortgedreven en opgejaagd wordt (Jak.1).

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

Indeling Tweede brief van Johannes  

 

 

1. Inleiding (verzen 1-3)

2. De waarheid in de praktijk brengen (verzen 4-6)

3. De waarheid beschermen (verzen 7-11)

A. Bescherming voor hen die de Waarheid willen vervalsen (vs.7)

B. Bescherming tegen hen die het willen vernietigen (vs.8)

C. Bescherming voor hen die het willen verlaten (vs.9)

 -------------------------------------------------------------------------------------

Indeling derde brief van Johannes

1. Gajus: een succesvol gelovige (verzen vs.8)

2. Diótrefes: Een hoogmoedige gelovige (verzen 9-10)

3. Demétrius: Een aangename gelovige (vs.12)

 ___________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

Inleiding op de Openbaring naar Johannes

 

 

I. Achtergrond

De apostel Johannes nam het herderlijk werk in Efeze en de omliggende gemeenten, de ‘zeven gemeenten in Klein-Azië’ van hoofdstuk 2 en 3, op zich ongeveer in het jaar 70. De Romeinse keizer Nero had de gelovigen in Rome vervolgd, maar de ‘vuurgloed’ die Petrus voorzegt (1Petr.4:12vv.) was nog niet begonnen. Toen echter Domitianus keizer werd (AD 81-96), werd de vervolging heftiger. Domitianus was een brute moordenaar zoals je in de geschiedenis kunt opmerken. Hij promootte de ‘keizer verering’ en begon met de aanhef: Onze Heer en God Domitianus beveelt…’. Iedereen die voor hem verscheen moest hem aanspreken met: ‘Heer en God’. Hij was verbitterd in de behandeling van joden en christenen, en het was op zijn bevel dat Johannes naar Patmos verbannen werd, een rotsachtig eiland van vijftien kilometer lang en acht kilometer breed, in de Egeïsche zee. De Romeinen hadden er een strafkamp waar de gevangenen in de mijnen moesten werken. Het was op deze geïsoleerde plaats dat Johannes zijn visioenen kreeg en het boek Openbaring schreef. Hij schreef het ongeveer in het jaar 95. Het is niet moeilijk om het boek Openbaring in te delen, want dat is al voor ons gedaan in hoofdstuk 1:19 want daar staat: ‘Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna gebeuren zal’.

II. Karakter

Openbaring is een uniek boek met kenmerken waar we acht op dienen te geven.

De tekst van Openbaring is:

A. Profetisch

Het is enige echte profetische boek van het Nieuwe Testament (1:3; 10:11; 129:10; 22:7,10,18-19)

B. Christus is het middelpunt

Het is de openbaring van Jezus Christus, niet een profetisch programma. In hoofdstuk 1 is Hij de Opgestane Priester-Koning; in de hoofdstukken 2-3 beoordeelt Hij de gemeenten; in hoofdstukken 4-5 ontvangt Hij eer en lof; in de hoofdstukken 6-19 oordeelt Hij de wereld en keert terug in heerlijkheid; en in de hoofdstukken 20-22 heerst Hij in heerlijkheid en kracht.

C. Open

Het woord ‘openbaring’ betekent letterlijk ‘onthulling’. Daniël werd gezegd zijn boek te verzegelen (Dan.12:4), maar Johannes ‘verzegel het niet’ (22:10). In plaats van een verzameling raadselachtige profetieën, is het boek Openbaring een redelijk, geordende onthulling van Christus en zijn uiteindelijke overwinning over satan, zonde en de wereld.

D. Symbolisch

‘Hij zond en openbaarde’ (1:1) suggereert dat het boek gebruik tekenen en symbolen om de boodschap over te brengen. Sommige worden verklaard (1:20; 4:5), andere blijven onverklaard (2:7,12,27-28). Deze geestelijke symboliek zou duidelijk worden voor de gelovige lezers die het boek zouden ontvangen, maar voor de Romeinse vervolgers bleef het gesloten. De symbolen spreken van een realiteit. Een vlag, bijvoorbeeld, staat voor de aanwezigheid van een natie. Het beeld van Christus in 1:12 is niet letterlijk te nemen, maar elk van deze symbolen onthullen een geestelijke waarheid van Hem.

E. De basis is het OT

Het is niet mogelijk het boek te begrijpen zonder te verwijzen naar het Oude Testament. Van de 404 verzen van Openbaring, verwijzen 278 naar het Oude Testament. Er is berekend dat er meer dan 500 referenties en toespelingen van het Oude Testament in het boek Openbaring te vinden zijn. De Psalmen, Daniël, Zacharia, Genesis, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Joël worden het meest naar verwezen.

F. Getallen

Er zijn zeven reeksen van ‘zeven’ in het boek: zeven gemeenten, zegels, trompetten, schalen, kandelaren enz. Het getal drieënhalf verschijnt ook aantal keren (11:2-3; 12:6; 13:5). We vinden ook de 144.000 (een veelvoud van twaalf) verzegelde Israëlieten, twaalf sterren (12:1), twaalf poorten (21:12), en twaalf fundamenten (21:14).

G. Universeel

Openbaring gaat over de hele wereld. Johannes ziet naties, volkeren en menigten (zie: 10:11; 11:9; 17:15 enz.). Dit boek beschrijft Gods oordeel over de wereld en de schepping van een nieuwe voor zijn volk.

H. Majestueus

Dit is het ‘boek van de troon’, want van hoofdstuk tot het einde, lezen we over de Koning en zijn heerschappij. Het woord ‘troon’ wordt vierenveertig keer gebruikt; ‘koning’, ‘koninkrijk’ en ‘heerschappij’ ongeveer zevenendertig keer; ‘macht’ en ‘gezag’ zo’n veertig keer. We zien Christus als de soevereine Heerser, heersende vanuit zijn hemelse troon.

 I. Sympathiek

Doorheen het hele boek zien we het lijdende volk van Gods volk en het medelijden van de hemel voor het volk van God op aarde (1:9): Antipas is martelaar (2:13); de gemeente in Smyrna dreigt gevangenschap (2:10); de zielen onder Gods altaar roepen om Gods oordeel (6:9-10); het oordeels uur is gekomen (3:10); de grote hoer is dronken van het bloed van de heiligen (17:6; 18:24; 19:2). Toch zal Gods de wereld oordelen en zijn volk redden.

J.    Climax

Openbaring is het hoogtepunt, de climax van de Bijbel en toont de vervulling van Gods plan en doel met zijn schepping.

III. Interpretatie

Goede en gelovige studenten verschillen van mening over de details van het boek. Vier belangrijke interpretaties worden genoemd:

A. Preteristische visie

Deze visie beweert dat alles wat in Openbaring staat vervuld is in de eerste eeuw.

Johannes, zeggen de voorstanders, handelt met de oorlog van de kerk en Rome. Hij schrijft om de heiligen om ze te vertroosten en te bemoedigen. Maar Johannes schrijft zeven keer dat het ‘profetie’ is. Zeker heeft het boek een speciale waarde voor hen die vervolging van de Romeinen te verduren hadden, maar die waarde eindigt niet met het einde van de apostolische eeuw maar strekt zich uit over alle eeuwen totdat Jezus komt.

B. Historische visie

Hen die deze visie volgen geloven dat we in de symbolen van de Openbaring de vervulling van de kerk kunnen vinden. Ze geloven dat het boek een overzicht geeft van het verloop van de geschiedenis van de apostolische tijd tot aan het einde van de tijden. Ze zoeken in geschiedenisboeken naar paralellen met het boek Openbaring, maar de resultaten daarvan zijn soms desastreus. De ene uitlegger ziet in een symbool Luther en de Reformatie, maar een ander ziet in hetzelfde symbool de boekdrukkunst! Wat voor een waarde zou het boek Openbaring voor de gelovigen in Johannes dagen gehad hebben als alleen maar de geschiedenis van de wereld zou voorzeggen? En wat voor waarde heeft het boek dan voor ons?

C. Idealistische visie

De verdedigers van deze visie verlaten de idee van profetie totaal en gebruiken Openbaring als een presentatie van het conflict tussen Christus en satan, goed en kwaad. Ze verwerpen de idee dat Johannes schrijft over actuele gebeurtenissen; ze zeggen dat het boek alleen gaat over algemene geestelijke principes. Maar nogmaals, Johannes schrijft profetie! We erkennen dat Openbaring meerdere algemene geestelijke principes in symbolische vorm bevat, moeten we ook erkennen dat het boek ook gaat over echte gebeurtenissen die eenmaal zullen plaatsvinden in deze wereld.

D. Futuristische visie

De navolgers van deze visie benadrukken dat Openbaring profetie is; de hoofdstukken 6 tot 22 beschrijven een reeks gebeurtenissen die op aarde en in de hemel zullen gebeuren nadat de gemeente van de aarde is weggenomen. De navolgers van deze visie realiseren en erkennen dat er ook geestelijke lessen in het boek Openbaring aanwezig zijn, maar ook dat het gaat over werkelijke gebeurtenissen die eens zullen gebeuren. Als Openbaring niet uitgelegd wordt als profetie, dat heeft God de gemeente geen boek in het Nieuwe Testament gegeven dat de toekomstige gebeurtenissen van de wereld weergeeft, de overwinning van de gemeente, het oordeel over de zonde, en de vervulling van de beloften en profetieën die in het Oude Testament gevonden worden. Dit is niet mogelijk! Nee, Openbaring is een profetisch boek! Zij die dit boek onderzoeken als een profetisch boek die komende gebeurtenissen voorzegt nadat de gemeente is opgenomen, zullen beloond worden voor hun werken.

Openbaring geeft Gods programma weer voor de geschiedenis van de mensheid. Wat eeuwen geleden is begonnen bij de eerste schepping, zal in de schepping van een nieuwe hemel en aarde zijn vervulling vinden. Dit is het boek van de ‘zaligsprekingen’ (1:3; 14:13; 16:15; 20:6; 22:7,14). Het laat ons zijn dat de geschiedenis zijn geschiedenis is en dat menselijke geschiedenis in de handen zijn van de overwinnende Christus. Wanneer we dit boek bestuderen, worden we bemoedigd, bereid om te dienen, en zullen we in staat zijn om ons leven te reinigen, zodat we gereed zouden zijn als Hij komt!

------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van de Openbaring naar Johannes

‘Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna zal gebeuren’ (Op.1:19)

I. Wat u hebt gezien (1)

A. Johannes ontmoeting met de verheerlijkte Christus als Koning-Priester

II. Wat is (2-3)

A. De zeven gemeenten in hun openbaring als volk van God

III. Wat hierna gebeuren zal (4-22)

A. De opname van de Gemeente (4-5)

1. Johannes wordt opgenomen

2. Het Lam in de troon

B. De zevenjarige verdrukking (6-19)

1. Eerste helft van de Grote Verdrukking (6-9)

2. Het midden van de Grote Verdrukking (10-14)

3. De laatste helft van de Grote Verdrukking (15-19)

C. Het duizendjarig Vrederijk van Christus (20)

D. De nieuwe hele en aarde (21-22)

_____________________________________________________________

 

Wat zegt de Bijbel?

 

 

Het Witte Paard

 Openbaring 6

 

 

Indeling boek Openbaring

Bij de beantwoording van wie of wat het ‘witte paard’ in Openbaring 6 voorstelt dienen we rekening te houden met de indeling van het boek Openbaring. Dat niet doen, staat een goede uitleg van het boek Openbaring in de weg. De hermeneutische ‘sleutels’, zeker voor wat betreft het boek Openbaring dienen gebruikt te worden, om de diverse ‘deuren’ van het boek te kunnen openen.

Allereerst de indeling van het boek Openbaring, daarvoor zijn een aantal mogelijkheden te vermelden. Bijvoorbeeld een indeling volgens een reeks van drie visioenen of vier terugkerende formules zoals ‘in de Geest’ of in vier zinsneden als ‘En ik zag’ of ‘ik zag’ dat zo’n veertig keer vermeld staat in het boek Openbaring. Ook zijn er die het boek indelen in reeksen van zeven; zeven gemeenten, zegels, bazuinen en schalen.

Mijn voorkeur gaat echter uit naar de indeling die het boek Openbaring zelf maakt in hoofdstuk 1:19: ‘Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna zal gebeuren’. ‘Wat u hebt gezien’, is de Heer Jezus in hoofdstuk 1, ‘wat is’, de zeven gemeenten, die profetisch de geschiedenis van de Kerk weergeven, in hoofdstuk 2 en 3, en ‘wat hierna gebeuren zal’, betreft alles wat daarna gebeurt, hoofdstuk 4:1–22:21. Daarom is de tekst in 4:1 belangrijk want daar staat: ‘Hierna zag ik…’ en ‘Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren’. Het ‘hierna’ is hetgeen volgt op Openbaring 2 en 3. Dat is wat mij betreft de reden waarom ik de voorkeur geeft aan bovenvermelde indeling van het boek Openbaring. Als er meerdere mogelijkheden zijn is het altijd raadzaam die visie de voorkeur te geven die rechtstreeks door de Bijbel zelf wordt ondersteund.

Waar bevinden we ons in hoofdstuk 6?

De troon in de hemel en het boek en het Lam zoals we die in hoofdstuk 4 en 5 vinden, is de voorbereiding op de oordelen die vermeld zijn in Openbaring 6. In hoofdstuk 5 ontvangt het Lam het boek met de zeven zegels, waarvan het eerste zegel in hoofdstuk 6 geopend wordt. In Daniël 9:27 vinden we de beschrijving van de laatste jaarweek van het totaal van zeventig, waarmee hoofdstuk 6 begint. Het hoofd van het hersteld Romeinse rijk zal een verbond van zeven jaar sluiten met het volk Israël. Aan het einde daarvan zal de Christus komen om zijn rijk op te richten. In Openbaring 6 bevinden ons dus chronologisch kort ná de Opname van de Gemeente en aan het begin van de oordelen die de aarde en haar bewoners zullen treffen. Openbaring 6-9 is het eerste gedeelte van die laatste jaarweek, de gebeurtenissen vermeld in hoofdstuk 10-14 is in het midden van die jaarweek, en de resterende oordelen zijn in het laatste gedeelte beschreven, de hoofdstukken 15-19.

Het witte paard

Enige tijd geleden hoorde ik een voorganger zeggen dat het witte paard de voortgang van het evangelie voorstelt, maar men vergeet dan dat het christendom sterk op zijn retour is, misschien niet in kwantiteit maar zeker wel in kwaliteit. De vraag die je je daarbij moet stellen wat is versta je onder christelijk? Zijn Amerika, Rusland of Europa christelijke rijken? De Bijbel schets ons helemaal geen glorierijke toekomst voor het christelijk geloof voor ogen, eerder het tegendeel! Om te verdedigen dat het witte paard verwijst naar de voortgang van het evangelie voert men als bewijs Openbaring 19:11 aan, maar de enige overeenkomst is de aanwezigheid van een wit paard. Deze vier paarden treden gelijktijdig op, omdat in vers 8 gesproken wordt van ‘hun werd macht gegeven’. Het zou dan vreemd zijn dat Christus’ koninkrijk zou leiden tot oorlog, hongersnood en pest. Christus verschijnt niet aan het begin van het uur van de verzoeking maar aan het eind ervan. Het is te ver gezocht dat het Lam van vers 1 de ruiter van vers 2 zou zijn. De ruiter van vers 2 werd een kroon gegeven, een ‘stephanos’, dat is een overwinnaarskroon, terwijl de Heer Jezus in Openbaring 19:12 een ‘diadema’ een koninklijke kroon draagt. Tenslotte is het vreemd in de ruiter de Christus te zien, of de voortgang van het christendom in de wereld, terwijl de andere paarden de oordelen voorstellen die voorafgaan aan de volgende, zwaardere, die in de volgende hoofdstukken beschreven worden.

Het Hoofd van het Romeins Rijk toont zijn macht (6:1-2)

De eerste vier zegels vormen een eenheid, zoals uit de inhoud wel duidelijk wordt, want ze zijn met elkaar verbonden door vier paarden en vier levende wezens. Met de opening van de eerste vier zegels, zegt één van de vier wezens met een donderslag ‘Kom!’, en een wit paard komt op. Het eerste paard is wit en de ruiter had een boog en een kroon. Die kroon ontving hij, wat duidt om een vrijwillige aanvaarding van macht en gezag. Verwar dit paard en ruiter niet die van hoofdstuk 19:11, waar we Christus zien als de Overwinnaar. Nee, de ruiter hier is het Hoofd van het hersteld Romeins rijk, die bezig is met de overwinning van de wereld. Het gegeven dat hij een boog heeft, maar van pijlen is geen sprake, kan een indicatie zijn dat zijn macht over de volken op een vreedzame wijze heeft verkregen. Wanneer de Gemeente is opgenomen, zal de weg voor deze heerser vrij zijn om zijn triomftocht voort te zetten. Er zal dan een tijdelijke vrede zijn, want hij zal Europa tot een eenheid maken en een verbond maken met de Joden, het land Israël (1Thes.5:2-3; Dan.9:27). Daniël spreekt van ‘een vorst die komen zou’ (Dan.9:26-27), dat is de toekomstige dictator die als vredemaker zal beginnen en hij zal van overwinning tot overwinning gaan om tenslotte de wereld aan zich te onderwerpen. Stel je eens voor dat zo’n dictator de macht zou krijgen over het Internet…!

Sommigen noemen deze persoon, de Antichrist, maar ik geef de voorkeur aan de benaming Hoofd van het Romeins Rijk. De Antichrist is meer een geestelijke macht, het Hoofd van het Hersteld Romeins rijk een economisch, militaire. (Zie het artikel: De twee beesten in Openbaring 13 in de Rubriek: Eschatologie). Dat het oude Romeinse rijk in de eindtijd weer een rol zal gaan spelen blijkt wel uit de uitleg van het zgn. gouden beeld van Nebukadnezar in Daniël 2:36-44. Treffend is de beschrijving van de laatste vorm van dat Romeins rijk wanneer we lezen dat het (1) in plaats van twee benen uitgebeeld wordt door tien tenen; (2) dat het een verdeeld koninkrijk zal zijn’; (3) dat ze zich door huwelijksgemeenschap vermengd hebben, d.w.z. op een vreedzame manier en (4) ‘dat ze met elkaar geen samenhangend geheel vormen’ (Dan.2:41-43). Wil je een nog duidelijker beschrijving van de huidige Europese Unie?

Wanneer verschijnt het witte paard op het toneel?

De tweede brief aan de Thessalonicenzen helpt ons daarbij op weg, wanneer Paulus spreekt over wat er voorafgaat aan de komende dag des Heren en de openbaring van de Antichrist. Hij zegt dan: ‘Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die (dag van de Heer) komt niet als niet eerst de afval (niet het verval, want dat is nu al) gekomen is en de mens van de zonde (de antichrist) geopenbaard is, de zoon van het verderf, die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is. En nu, u weet wat hem tegenhoudt, opdat hij geopenbaard wordt op zijn tijd. Alleen hij die nu tegenhoudt blijft totdat hij weggenomen wordt. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. (2Thes.2:3-4, 6-8). De tegenhouder is de Heilige Geest die woont in de Gemeente (1Kor.3:16). (Zie: Het artikel ‘De weerhouder’ in de Rubriek Eschatologie).

Waar is het wachten op?

Het eerstvolgende wat staat te gebeuren is de Opname van de Gemeente (1Thes.4:13-18; Joh.14:1-3; 3:4) waarna de oordelen over deze aarde kunnen aanbreken en de antichtist zal geopenbaard worden. Wat we nu meemaken in dit coronatijdperk is een voorbode van wat spoedig gaat komen. Dus heft uw hoofden op, de verlossing is nabij!

Zie ook:

Rubriek: NT Openbaring – De eerste zes zegels

_____________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 ‘De eerste zes zegels’

 

Openbaring 6

 

Nu, door de coronacrisis, niet alleen de gezondheid van het mensdom wereldwijd onder grote druk staat zal dat de economie ook raken. Deze crisis zal binnenkort voor de komende jaren een enorme impact op de wereldeconomie hebben. Waar het allemaal toe zal leiden is nog niet duidelijk, maar als we de Bijbel laten spreken zullen de krachten van de hemelen wankelen, met andere woorden economieën en politieke systemen zullen onder grote druk komen te staan. Wel zeker is dat mensen onrustig worden en dat zal vroeg of laat overgaan in bangheid en angst in afwachting van de dingen die over het aardrijk gaan komen (Luk.21:26). Hierover straks meer.

Voordat we overgaan tot de behandeling van de zes zegels zullen we eerst wat aandacht besteden aan een paar onderwerpen die om duidelijkheid vragen om verwarring in de uitleg en het verstaan daarvan te voorkomen. Allereerst moeten we stelling nemen in de vraag waar het hier in Openbaring 6 overgaat. We zullen de vraag moeten beantwoorden over

Ten eerste, zullen we een standpunt moeten innemen over wie de ‘leiding’ die leiden tot de gebeurtenissen beschreven door de vier eerste zegels; is het de Antichrist of het Hoofd van het Hersteld Romeins rijk? Deze twee personen en/of machten vinden we in hoofdstuk 13 van de Openbaring; er is daarover veel verwarring. (Ik verwijs u graag naar de artikelen die daar eerder over heb geschreven: ‘De twee beesten in Openbaring 13’ en ‘Twee rijken, Twee beesten’ in de rubriek Eschatologie). Ik ga ervanuit dat we in Openbaring 6 het met het toekomstig Hoofd van een hersteld Romeins Rijk te maken hebben, een militaire macht; het eerste beest vermeld in Op.13:1. Het is heel goed mogelijk dat de huidige Europese Unie van dat toekomstig rijk een voorloper is. Het tweede beest is de Antichrist; een geestelijke macht (Op.13:11), die in relatie zal staan met het volk Israël en zich meer zal manifesteren in de tweede helft van de laatste jaarweek van Daniël; de zogenaamde Grote Verdrukking.

Ten tweede dienen we rekening houden met twee anderen begrippen, namelijk: ‘de ure der verzoeking’ en de ‘Grote Verdrukking’. De eerste is een periode die hele laatste jaarweek van Daniël omvat, dus zeven jaar omvat en volgens mijn inzicht begint na de Opname van de Gemeente. De Grote Verdrukking, ook genoemd: ‘een tijd van benauwdheid voor Jakob (Israël) en die periode begint op de helft van die jaarweek, en zal die drie-en-half jaar duren, tot op de (zichtbare) komst van de Messias op de Olijfberg (Zach.14:4).

Veel Bijbeluitleggers hebben opmerkelijke overeenkomsten opgemerkt van de gebeurtenissen, vermeld in Mattheüs 24:6-14 en Openbaring 6:1-17. Over het tijdstip wanneer deze dingen gebeuren is wel verschil van mening. Sommigen denken dat het in het evangelie naar Mattheüs gaat over de tijd kort voor de zeventigste jaarweek van Daniël (Dan.9:27), anderen denken, op grond van het boek Openbaring eerder aan de eerste helft van deze jaarweek, dus juist vóór en als inleiding op de Grote Verdrukking, de benauwdheid van Jakob (Jer.30:7). Mogelijk is een overlapping van beide genoemde periodes ook nog een mogelijkheid ná de Opname. Het kan best zijn dat gebeurtenissen die kort vóór de Opname gebeuren een inleiding zijn, en uitgebreid zullen worden ná de Opname.

Een andere visie is, en die misschien de voorkeur geniet is dat de gebeurtenissen in Mat.24:8 de periode zijn van de zegels (Op.6-8). De Grote Verdrukking beschreven in Mat.24:21 de periode is van de bazuinen (Op.8-11) en tenslotte de gebeurtenissen die voorafgaan en verbonden zijn met de komst van de Messias (Mat.24:29vv.) die gelijkgesteld worden met de periode van de schalen (Op.15-16). Trouw blijvend aan mijn visie dat Op.1:19 de indeling van het boek geeft, denk ik ook dat de oordelen van de zegels van hoofdstuk 6 ná de opname plaatsvinden. Hoe dan ook, er is geen twijfel mogelijk over de parallellen in beide beschrijvingen.

 

Gebeurtenissen

Mattheüs

Openbaring

Valse christussen

Oorlogen

Hongersnoden

Dood

Martelaren

Wereldwijde chaos

24:4-5

24:6

24:7a

24:7b-8

24:24:9

24:10-13

6:1-2

6:3-4

6:5-6

6:7-8

6:9-11

6:12-17

 

In hoofdstuk 6 van het boek Openbaring geeft de apostel Johannes een beschrijving van het begin van de zeventigste jaarweek van Daniël; ‘het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen’ (Op.3:10). In hoofdstuk 6 opent het Lam het eerste van de zes zegel en verklaart de oorlog aan de god-vijandige wereld. Met elke zegel die in de hemel geopend wordt, vindt een belangrijke gebeurtenis op aarde plaats. Een vergelijking van deze zegels met wat de Heer Jezus leert in de rede op de Olijfberg in het evangelie in Mattheüs 24, kan verhelderend werken.

Het eerste zegel: Het Hoofd van het Romeins Rijk toont zijn macht (6:1-2)

De eerste vier zegels vormen een eenheid, zoals uit de inhoud wel duidelijk wordt, want ze zijn met elkaar verbonden door vier paarden en vier levende wezens. Met de opening van de eerste vier zegels, zegt één van de vier wezens met een donderslag ‘Kom!’, en een wit paard komt op. Het eerste paard is wit en de ruiter had een boog en een kroon. Die kroon ontving hij, wat duidt om een vrijwillige aanvaarding van macht en gezag. Verwar dit paard en ruiter niet die van hoofdstuk 19:11, waar we Christus zien als de Overwinnaar. Nee, de ruiter hier is het Hoofd van het hersteld Romeins rijk, die bezig is met de overwinning van de wereld. Het gegeven dat hij een boog heeft, maar van pijlen is geen sprake, kan een indicatie zijn dat zijn macht over de volken op een vreedzame wijze heeft verkregen. Wanneer de Gemeente is opgenomen, zal de weg voor deze heerser vrij zijn om zijn triomftocht voort te zetten. Er zal dan een tijdelijke vrede zijn, want hij zal Europa tot een eenheid maken en een verbond maken met de Joden, het land Israël (1Thes.5:2-3; Dan.9:27).

Het tweede zegel: Oorlog (6:3-4)

De wereldwijde vrede die door het witte paard en zijn ruiter tot stand is gekomen, zal niet lang standhouden, terwijl de mensen zeggen ‘vrede en veiligheid’, zal er een vreselijke oorlog losbreken; overeenkomstig Mat.24:6-7. Rood is de kleur van bloed, terreur en slachting. In Openbaring hebben we het rode paard van de oorlog (6:3-4), de rode draak (12:3), en het rode beest (17:3). We zien dat God toelaat dat de vrede van de wereld wordt weggenomen; overeenkomstig het goddelijk plan. Deze militaire macht verwisseld de boog voor een groot zwaard, en de mensen beginnen elkaar te doden. Dit alles geeft aan dat internationaal overleg en diplomatie er niet toe zal leiden dat er een blijvende vrede is.

Het derde zegel: Hongersnood (6:8-6)

Hongersnood en oorlog gaan vaak tezamen; zie Mat.24:7. De kleur zwart doet denken aan rouw (Ps.42:10; Jes.50:3) dat hongersnood veroorzaakt kan worden (Jer.14:1-2). De ruiter, nog steeds het hoofd van het Romeins rijk, houdt een weegschaal vast, wat mogelijk aangeeft dat hij de controle heeft over het beschikbare voedsel en/of de economie. ‘Een rantsoen tarwe voor een denaar; een penning was een dagloon van een arbeider; Met andere woorden, voedsel zal schaars zijn en het kost iemand een dagloon (Mat.20:2) voor een rantsoen tarwe. Maar er mag geen schade toegebracht mag worden aan olie en wijn, de luxeartikels voor de rijken. De rijker worden rijker en genieten van hun rijkdom, hoewel dat ook maar tijdelijk is (vs.15), terwijl het de armen nog slechter zal gaan en hebben nauwelijks iets te eten. Dat geeft aan dat alle pogingen om de mensen het noodzakelijkste te kunnen verstrekken falen. Het is goed te zien dat wijn, olie en graan zeer belangrijke producten van Israël waren (Hos.2:8). Omdat de Antichrist een verbond met Israël heeft, zal hij proberen deze bronnen open te houden.

Het vierde zegel: Dood (6:7-8):

Het woord ‘vaal’ of ‘bleekgroen’ suggereert een kleur van een melaatse (Lev.13:49). De dood berijdt zijn paard, en ‘Hades’ (het dodenrijk en niet de hel!) volgde hem. De dood eist het lichaam op, de Hades de ziel. God geeft hem gezag om een vierde van de wereldbevolking te doden. Daarvoor worden vier methoden gebruikt: (1) het zwaard (geweld en oorlog), (2) honger) dood of pest, (ziektes als gevolg van oorlog en honger), (4) en wilde dieren (de natuur neemt het over als de civilisatie instort). Lees Ezechiël 14:21 voor een parallel. Zelfs de wilde dieren zullen hongerig zijn en mensen aanvallen! Wat een verschrikkelijk tijd wacht de wereld die God verworpen heeft, nadat de Gemeente is opgenomen! (Zie Mattheüs 24:7).

Het vijfde zegel: De martelaren (6:9-11)

De oudtestamentische priesters storten het bloed van het offer onder het koperen altaar (Lev.4:7); en omdat het bloed spreekt van het leven (of ziel, Lev.17:11), zien we hier de zielen van de martelaren onder het hemelse altaar. Ná de opname zal het evangelie van het koninkrijk Mat.24:14) verkondigd worden en er zullen nog mensen tot geloof komen, uit de volken en ook uit Israël. Hun moordenaars zijn nog niet gewroken. Deze martelaars, heiligen bidden voor vergelding; zie Ps.74:9-19, 79:5 en 94:3-4. Het is waar dat de heiligen in deze tijd gezegd zijn te bidden voor hun vijanden die hen verdrukken, en dat is wat Christus, Stefánus en Paulus ook deden. (Luk.23:34; Hand.7:60 en 2Tim.4:16). Maar deze tijd is een tijd van oordeel, wanneer God de gebeden van zijn volk voor wraak en vergelding zal verhoren. Want, God oordeelt de wereld op grond van hun gebed, dus is het gebed er een die in overeenstemming met Gods wil is. (Zie Mat.24:9). God belooft dat hij hun gebed zal verhoren, maar er zullen eerst nog meer broeders geslacht worden. We zien nog andere broeders die geslacht worden in 12:11, 14:13 en 20:4-5. Mozes en Elia – Gods twee getuigen - maken daar ook deel van uit, die een dienst op aarde deden (11:1-7). Openbaring 20:4 geeft aan dat deze marelaren zullen opstaan tijdens het Vrederijk om te heersen.

Het zesde zegel: Wereldwijde chaos (6:12-17)

Dit gedeelte komt overeen met Luk.21:25-26; zie ook Joël 2:30-31, 3:15 en Jes.13:9-10, 34:2-4. Er worden in het boek Openbaring drie aardbevingen vermeld (6:12, 11:13, 16:18-19). Er is geen twijfel mogelijk dat dit letterlijke aardbevingen zullen zijn, die zullen gevolgd worden verwoestingen op aarde en in de hemel en grote angst zal veroorzaken bij groot en klein. Er zijn er die denken dat alles het gevolg zal zijn van een atoomoorlog, met de zon en maan die zwart zijn, grote landmassa’s in beweging, en mensen die in holen in de grond aan de ‘fallout’ zullen proberen te ontkomen. Dit mag mogelijk zijn, maar we moeten ook bedenken dat de mensen ook zullen schuilen voor Christus’ oordelen in het bijzonder, niet door mensenhanden veroorzaakte catastrofes.

Vers 15 is een levendige beschrijving hoe het leven er uit zal zien gedurende de eerste helft van de Grot Verdrukking. Een ding, koninkrijken zullen herleven. Vandaag, zien we een neiging tot nationalisme en democratie; maar dit trend zal veranderen (16:12-14). Er zal een Hoofd van het Hersteld Europees rijk komen, als vertegenwoordiger van tien ondergeschikte koningen (17:12-14). Een ander kenmerk van de ure van de verzoeking is het militarisme; er zullen ‘heersers’ zijn. Dat is een Romeins begrip en houdt een militair gezag in die volledig beheerst zal worden door het Hersteld Romeins rijk. Slavernij zal weer aanwezig zijn (18:13), waar ‘slaven en zielen van mensen, in de handel van Babylon begrepen zijn. Groot rijkdom zal gepaard gaan met grote armoede, en deze herverdeling van rijkdom zal de economieën van de landen verzwakken. Het lijkt erop dat het oordeel van de zes zegels een letterlijke verwoesting van de hemel en aarde omvat, en ook het ineenstorting van de economieën en politieke systemen van de volken. Dat alles zal het voor de machthebber van het Hersteld Romeins rijk gemakkelijker maken zijn macht te grijpen en uit te oefenen.

De volken zullen begrijpen dat de oordelen van God komen, maar zullen zich niet bekeren! Ze zullen eerder in de rotsen bescherming zoeken, dan bij de Rots. De eerste drie-en-half jaar van de laatste jaarweek van Daniël kunnen worden gezien als een voorbereiding van de tweede helft van deze jaarweek, en deze laatste periode is gekend als ‘de toorn van God (zie: 11:18; 12:12; 14:10; 18:3 enz.). Er is een pauze, tussen de zesde en zevende zegel (zoals ook tussen de zesde en zevende bazuin (10:1-11:13) waar we de twee grote groepen van verlosten zien die tijdens de Grote Verdrukking gered worden.

Samenvatting

Samengevat, zien we dat de Hoofd van het Hersteld Romeins rijk zijn loopbaan begint als een vredevol politiek machthebber, maar daarna zijn toevlucht neemt tot economische controlemaatregelen en macht voert over andere volken. Nu wij leven in een wereld die volledig door de computer beheerst is, zijn er meerdere sociale media beschikbaar waardoor die controle mogelijk kijken we daarvan niet meer vreemd op, en nu met de coronacrisis staan de mensheid daar steeds meer open. De privacy zal verdwijnen: Big Brother Watches You! zal tot de realiteit gaan behoren en dat meer dan ooit! We hebben kennis van de controle die in China wordt uitgeoefend. Dat straks iedereen een merkteken op hand of voorhoofd zal krijgen om te kunnen kopen of verkopen, is niet alleen technisch mogelijk maar steeds meer zullen de mensen dat acceptabel gaan vinden. De wereld zal zijn beloften van vrede accepteren omdat het de Prins van de Vrede, Jezus Christus heeft verworpen.

Oproep

‘En er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid door het bruisen van zee en watergolven, terwijl mensen het besterven van bangheid en verwachting van de dingen die over het aardrijk zullen komen, want de krachten van de hemelen zullen wankelen. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met kracht en grote heerlijkheid. Als nu deze dingen beginnen te gebeuren, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij.

En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Ziet de vijgenboom en alle bomen; wanneer zij al uitlopen en u dit ziet, dan weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien gebeuren, weet dan dat het Koninkrijk van God nabij is.

Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat alles is gebeurd. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

Past echter op uzelf, dat uw harten niet misschien worden bezwaard door roes en dronkenschap en zorgen van het leven, en die dag u plotseling overvalt als een strik. Want hij zal komen over allen die gezeten zijn op het hele aardoppervlak. Waakt echter, terwijl u ten allen tijde bid dat u in staat zult zijn te ontkomen aan dit alles wat staat te gebeuren, en te bestaan voor de Zoon des Mensen (Luk.21:25-36).

______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

 

 Hij, Die komt!

Openbaring 22:6-21

 

Inleiding

Een ‘eindtijdperiode’ in de Bijbel vertoont nooit een opgang in godsdienstig of moreel opzicht, maar altijd een neergang! Zo ook de tijd waarin wij leven! In 1 Kor. 10:9 lezen we dat ‘op ons, de einden van de eeuwen zijn gekomen’. En als Judas in zijn brief toen al sprak van ‘het laatst van de tijd’ (Jud. :18) en de apostelen van ‘het laatst van de dagen’ (2 Petr. 3:3) of ‘het laatste uur’ (1 Joh. 2:18), dan is het meer dan waarschijnlijk dat wij leven in de tijd die voorafgaat aan de komst van de Heer Jezus Christus.

De reacties op deze komende gebeurtenis kunnen zeer verschillend zijn. De één vindt het een beangstigend idee, de ander ziet er naar uit. Dit heeft natuurlijk alles van doen met de houding die je inneemt tegenover God.

De Bijbel omschrijft vrij nauwkeurig hoe de wereld er zal uitzien voor de komst van Christus. We horen van ‘valse christussen en profeten’, ‘oorlogen en geruchten van oorlogen’, ‘volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk’, ‘hongersnoden en aardbevingen’, ‘de wetteloosheid zal toenemen en de liefde van velen bekoelen’. Ik denk dat we met deze gegevens een heel herkenbaar beeld hebben van de wereld waarin wij leven. Nu zijn er altijd mensen die daarop zeggen ‘maar deze dingen zijn er altijd geweest, dus kun je op grond daarvan niet zeggen dat Jezus spoedig komt’. Natuurlijk zijn al deze dingen er geweest en kunnen we de berichten daarvan terugvinden in de (Bijbelse) geschiedenis, maar nog nooit in de geschiedenis van deze wereld zijn ze voorgekomen in zo’n grote mate en hevigheid! We worden nu verontrust over berichten van een gat in de ozonlaag, het smelten van de poolkap en daardoor het stijgen van het zeewater, het opraken van de wereldvoorraden aan olie en aardgas, een sterk toenemend aantal mensen en daardoor een gebrek aan water en voedsel, om maar te zwijgen van de huidge economische crisis die veel onrust veroorzaakt in de hele wereld

Maar er is nog iets anders, en dat is het ontstaan van de staat Israël in 1948! En dit is voor veel gelovigen een teken dat God bezig is met voorbereidingen zodat de profetieën betreffende het herstel van Israël spoedig in vervulling kunnen gaan. De terugkeer van veel joden naar Israël en het ontstaan van de staat in 1948, zijn aanwijzingen dat tal van voorzeggingen uit de bijbel betreffende een herstel van Israël aanstaande is. Voor de ongelovigen zal dat niets zeggen, maar voor ons gelovigen daarom des te meer, want daaraan voorafgaand zal de opname van de Gemeente plaatsvinden!

Het is natuurlijk zeer interessant te weten hoe de toekomst er zal uitzien, maar die kennis kan niet zonder gevolg blijven, en daarover willen we het hebben, want de waarde van profetie is niet speculatie, maar motivatie! We gaan dat doen aan de hand van de drie ‘Ik kom spoedig’-uitspraken uit het laatste hoofdstuk van het boek de Openbaring.

De waarde van profetie is niet speculatie, maar motivatie!

1. En zie, Ik kom spoedig                                               

Gelukkig (of zalig) hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart (vs. 7).

Door te zeggen ‘En zie, Ik kom spoedig’ vraagt de Heer de aandacht van de hoorders en lezers. Hij bemoedigt hen door te herhalen en te bevestigen wat Hij al eerder gezegd had, namelijk dat Hij spoedig komt. ‘De dingen die met spoed moeten gebeuren’ (vs.6) vinden hun hoogtepunt in Zijn komst. Aan deze kernachtige belofte verbindt Hij een zaligspreking, het zesde van de zeven die in het boek Openbaring voorkomen. Deze zaligspreking is een verkorte vorm van de eerste, wat zegt: ‘Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij’ (Op. 1:3) en heeft betrekking op het omgaan met het boek Openbaring. ‘Bewaren’ is natuurlijk niet het passieve optreden van de knecht die het hem toevertrouwde pond in de grond ‘bewaarde’ (Luk. 19:20-24), maar een zorgvuldig en ijverig gebruik er van. Christus duidt de inhoud van de Openbaring aan als ‘profetie’. Tot de komst van de Heer moet de kerk op aarde het profetisch woord bestuderen, erdoor worden gecorrigeerd en getroost. ‘U doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten’ (2 Petr. 1:19, Mat. 16:3 (!), vgl. 1 Thes. 5:19). Hoe is het in ons leven v.w.b. het gebruik van de Bijbel als leidraad voor ons leven? Gebed en Bijbellezen zijn de twee meest noodzakelijke dingen om een goed geestelijk leven te kunnen waarborgen. En juist in de eindtijd is dat meer dan nodig! De Bijbel die ons vertelt hoe de wereld er in de eindtijd zal uitzien, vertelt ons ook hoe wij ons dan hebben te gedragen. Jouw visie op de tijd waarin je leeft wordt weerspiegeld door het gedrag dat je openbaart. ‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich zoals Hij rein is’ (1Joh. 3:2). En dit is nu juist wat het boek Openbaring ons laat zien: ‘Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, zich nog meer heiligen’ (Op. 22:11). Een gewaarschuwd man telt voor twee; we hoeven maar te denken aan de gelijkenis van de tien maagden! Als de Heer Jezus in het evangelie naar Lukas spreekt over de eindtijdgebeurtenissen laat Hij ook een waarschuwend geluid horen: ‘Als nu deze dingen beginnen te gebeuren, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij’ (Luk. 21:28). Maar vervolgens ook: ‘Past echter op uzelf, dat uw harten niet misschien worden bezwaard door roes en dronkenschap en zorgen van het leven, en die dag u plotseling overvalt als een strik’ (vs. 34). En verder: ‘Waakt echter, terwijl u te allen tijde bidt dat u in staat zult zijn te ontkomen aan dit alles wat staat te gebeuren, en te bestaan voor de Zoon des mensen’ (vs. 36). ‘Bereid u om uw God te ontmoeten’ (Am. 4:12), ‘O Israël, want nog een zeer korte tijd en Hij die komt, zal komen en niet uitblijven’ (Hebr. 10:37).

2. Zie, Ik kom spoedig          

‘…en mijn loon is bij mij’ (vs. 12).

Loon wordt uitgekeerd na gedane arbeid, dat is zo in de maatschappij en ook in Gods koninkrijk. Er wordt nog wel eens geringschattend gesproken over ‘loon ontvangen’ voor gelovigen, maar dat is een miskenning van de waarde die God er aan geeft. Gelovigen die zich onderwerpen aan het gezag van het Woord van God zijn bruikbaar voor de Meester en zullen loon ontvangen (2 Tim. 2:21; 3:17; 1 Kor. 3:14). Natuurlijk werken we niet om het eeuwig leven te verdienen of omdat het ‘moet’, maar omdat we God liefhebben, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard heeft! ‘Wat ik ben is Gods gave aan mij, wat ik van mijzelf maak is mijn gave aan God’! Liefde vraagt om wederliefde! Er wordt in het Nieuwe Testament gesproken over goede werken als vrucht van het geloof[1].

Terugkerend naar ons thema, dan zien we in de Bijbel dat God trouwe dienstknechten beloont (Luk. 12:35-48). God zal ons niet belonen op grond van kwantiteit maar op grond van kwaliteit. ‘Verder wordt hier van een rentmeester vereist, dat men trouw wordt bevonden’ (1 Kor. 4:2). ‘Want God is niet onrechtvaardig om uw werk te vergeten en de liefde die u betoond hebt voor zijn naam’ (Hebr. 6:10). ‘En wie plant en wie begiet zijn één; maar ieder zal zijn eigen loon ontvangen naar zijn eigen arbeid. We moeten bouwen op het fundament, dat is Christus, maar laat ieder uitkijken hoe hij erop bouwt, want de dag zal het aan het licht brengen. Als iemand werk dat hij daarop gebouwd heeft, zal blijven, zal hij loon ontvangen; als iemands werk zal verbranden, zal hij schade lijden’ (1 Kor. 3:8-15).

Het gedeelte van Openbaring waarmee wij ons bezighouden roept sterke herinneringen op aan het Oude Testament (Jes. 40:10, 62:11), terwijl de Heer Jezus de rol van rechter vervult (Hand. 10:42; 17:31) die in het Oude Testament de Here God heeft. ‘Zie, de Here zal komen met kracht en zijn arm zal heerschappij oefenen: zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit’. Terwijl het woord ‘loon’ vaak een positieve inhoud heeft (vgl. Op. 11:18) zal Christus als Rechter, afhankelijk van iemands werk, positief (beloning) of negatief (straf) beoordelen. Hij vergeldt namelijk ‘ieder zoals zijn werk is’. Het enkelvoud ‘zijn werk’ karakteriseert iemands leven als één geheel.

Waaruit dat loon precies zal bestaan is niet bekend, maar het zal onze stoutste verwachtingen overtreffen, daarvan kunnen we zeker zijn!

3. Ja, Ik kom spoedig!                                                           

Amen, kom, Heer Jezus (vs. 20)! 

‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft komen; laat hij die wil, het levenswater nemen om niet’ (Op. 22:17). Deze woorden spreken een verlangen uit dat we vaker in de Bijbel tegenkomen. We denken maar aan David die heeft gezegd: ‘Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God, wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen?’ (Ps. 42:3). De apostel Paulus heeft dit verlangen zo uitgedrukt: ‘Ik verlang ernaar heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste’ (Fil. 1:23). Van Abraham staat geschreven dat hij ‘verlangde naar een beter, dat is een hemels vaderland’ (Hebr. 11:15). Dit ‘verlangen’ maakt deel uit van alle gelovigen die zijn verschijning liefhebben (2 Tim. 4:8). Maar hoe wij ook verlangen, Hij verlangt nog meer dan wij!

Dit is de laatste bladzijde van de Bijbel, Gods handelen met deze wereld is daarmee voltooid. Maar voordat Hij deze laatste bladzijde ‘omslaat’ doet God nog een laatste oproep aan allen die nog geen beslissing genomen hebben. God wil niet dat er iemand verloren gaat, maar dan allen tot behoudenis komen. Heb jij Gods stem gehoord? En wat is je antwoord? Heb je dorst, zoals David? En ben je al bij Hem gekomen, bij de Bron van levend water? Wil je wel, maar weet je niet hoe? Kom maar zoals je bent, Hij wacht op jou. Hij heeft gedachten van vrede over jou en niet van onheil, om je een hoopvolle toekomst te geven (Jer. 29:11). Of kun jij leven met de gedachte van een God die jou zal moeten oordelen? Denk er dan aan, ‘dat het vreselijk is te vallen in de handen van de levende God. Immers onze God is een verterend vuur!’ (Heb. 10:31; 12:29). Mag ik het eens concreet maken en de twee mogelijkheden die er zijn tegenover elkaar zetten, en zou je dan willen zeggen waar jij het liefste de eeuwigheid zou willen doorbrengen?

‘Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Zij zullen als straf lijden het eeuwig verderf, verwijderd van het aangezicht van de Heer’ (Op.  21:8; 2Thes. 1:9).

Of:

‘En hij toonde mij een rivier van levenswater, blinkend als kristal, die uitging van de troon van God en van het Lam. En er zal geen enkele vervloeking meer zijn; en de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn slaven zullen Hem dienen, en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. En er zal geen nacht meer zijn en lamplicht en zonlicht hebben zij niet nodig, want de Heer, God, zal over hen lichten; en zij zullen regeren tot in alle eeuwigheid’ (Op. 22:1-5).

De keus zal niet moeilijk zijn denk ik, maar je dient hem wel te maken. ‘Heden, als u zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.’ (Heb. 4:7)

Besluit

Het boek is uit, het verhaal stopt, of toch niet? Is het een never-ending-story? En hoe gaat het dan verder? De Bijbel laat ons met veel vragen zitten voor wat betreft ‘hetgeen hierna komen zal’. Ik denk dat ons voorstellingsvermogen ontoereikend is om te kunnen vatten ‘wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’, nl. ‘wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen’ (1 Kor. 2:9).

              O, welk een vreugd, zal het wezen, Daar als de wond’ren te zien,Van de heilige stad met de straten van goud, Maar ’t heerlijkst is: dààr zien wij Jezus! 

De genade van de Heer Jezus Christus zij met alle heiligen. Amen. (Op. 22:21)


Rom.6, 1Kor.3:13-15, Ef.2:8-9, Jak.2:17,26

_______________________________________________________________