Profetische Boeken 4

Wat zegt de Bijbel?

 

In deze rubriek zijn de volgende artikelen opgenomen:

 

 

 

Inleiding en Indeling van het boek Sefanja

Inleiding op het boek Haggaï

Haggaï, de bode des Heren

Inleiding en Indeling op het boek Zacharia

De toekomst van Israël - Zacharia 12-14 (deel 1)

De toekomst van Israël - Zacharia 12-14 (deel 2)

De toekomst van Israël - Zacharia 12-14 (deel 3)

Inleiding en Indeling van het boek Maleachi

Maleachi 3-4 - Er is een gedenkboek geschreven

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op het boek Sefanja

 

 

 

De profeet

Als de Hizkia vermeld in het boek Sefanja 1:1 de koning Hizkia is (715-686), dan was Sefanja zijn achter-achterkleinzoon. Zijn naam betekent ‘Jehova verbergt’ of ‘Jehova beschermt’ en geeft Gods dienst en bescherming voor zijn trouw volk weer wanneer de dag van wraak nabijkomt. De Schrift geeft heel weinig informatie over Sefanja’s persoonlijk leven.

Zijn tijd

Sefanja diende in Juda tijdens de regering van koning Josia (640-609), die het volk in een religieus herstel leidde vanwege de vondst van het Wetboek in de tempel in het jaar 622 (2 Kron.34:14vv.). Het is mogelijk dat Sefanja’s boodschap die reformatie voorafging, anders zou hij vermoedelijk daar wel iets over hebben vermeld in zijn boek.

Politiek gezien waren het spannende tijden. De Assyriërs verloren aan macht, de Skyten vielen het noorden binnen, en Babel was de leidende macht geworden. Koning Manasse (697-642) had het volk steeds dieper in de afgoderij gevoerd en allerlei vreemde gewoonten en ideeën binnengebracht, en Josia had getracht dat tegen te houden. Helaas, stier koning Josia op het slagveld voor dat werk voltooid was, en zijn opvolgers stonden toe dat het volk terugkeerde naar hun zondige praktijken.

Zijn boodschap

Sefanja’s hoofdonderwerp is de ‘Dag des Heren’, die periode waarin God de volken zal oordelen en zijn rechtvaardig rijk inluidt. Dit onderwerp wordt door bijna alle profeten vermeld, maar in de boeken Joël en Sefanja het meest indringend: ‘De Dag des Heren is nabij’ (Sef.1:14).

---------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van het boek Sefanja

 

I. De dag des Heren en het Joodse volk (1:1-2:3)

1. Beelden van die grote gebeurtenis:

(1) Als een vloed (1:2-6)

(2) Als een groot offer (1:7-13)

(3) Als een veldslag (1:15-18)

2. Pleidooi om God te zoeken (2:1-3)

II. De dag des Heren en de volken (2:4-15)

1. Filistijnen (2:4-7)

2. Moab en Ammon (2:8-11)

3. Kus (2:12)

4. Assyrië (2:13-15)

III. De dag des Heren en het Koninkrijk (3:1-20)

1. Jeruzalem: Gods naijver (3:1-8)

2. De volken: genade en vergeving (3:11-20)

3. Het overblijfsel: onverdiende zegen (3:11-20)

(1) De zondaars verwijdert (3:11-13)

(2) De gelovigen juichen (3:14-17)

(3) Het land hersteld (3:18-20)

______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op het boek Haggaï

 

 

 

Zijn persoon

Van Haggaï is weinig tot niets bekend; we weten niets van zijn afkomst. Zijn naam betekent ‘de feestelijke’. Hij profeteerde in het jaar 520. Wel wordt in 1:1 vermeld dat Haggaï deze profetie heeft uitgesproken in het tweede jaar van koning Darius, die regeerde van 521-485 v.Chr. Hij was een tijdgenoot van Zerubbabel en Jozua de hogepriester.

Zijn tijd

Om de dienst van de laatste drie profeten, Haggaï, Zacharia en Maleachi, goed te begrijpen dienen we de Joodse geschiedenis kennen. In 536 Ging Ezra met ongeveer 50.000 Joden terug naar het heilige land. Ze bouwden het altaar eb begonnen weer met de offerdienst, en in 535 werd het fundament voor de tempel gelegd. Maar er was aanzienlijke tegenstand en het werk kwam stil te liggen. Het was pas in 525 dat het volk weer aan de slag ging; en in 515 was de tempel dan eindelijk klaar. Het was het werk van vier vrome mannenwaardoor het werk volbracht werd: Zerubbabel, de gouverneur; Jozua, de hogepriester; en Haggaï en Zacharia, beiden profeet. Zie Ezra 5:1 en 6:14.

Zijn dienst

Het doel van de dienst van Haggaï was om het luie volk op te wekken en ze te bemoedigen om de tempel te herstellen. Het was redelijk gemakkelijk het werk te beginnen toen zij weer in het beloofde land kwamen want iedereen was toegewijd en enthousiast. Maar na maanden van verzoeking en tegenstand, vertraagde het werk en stopte uiteindelijk. In dit kleine boekje hebben we vier boodschappen die elk een speciale zonde als onderwerp hebben dat ze weerhield om Gods wil te doen en zijn werk af te maken.

______________________________________________________________

Indeling van het boek Haggaï

I. Eerste boodschap: Overtuiging (1:1-15)

1. Hou op met excuses te maken (1:1-4)

2.Begin met je wandel te overdenken (1:5-11)

3. Begin met de dienst aan God (1:12-15)

II. Tweede boodschap: Vergelijking (2:1-9)

1. Ontmoediging (2:1-3)

2. Bemoediging (2:4-9)

(1) Wees sterkt (2:4)

(2) Vrees niet (2:5)

(3) Heerlijkheid zal komen (2:6-7)

(4) God zal voorzien (2:8-9)

III. Derde boodschap: Besmetting (2:10-19)

1. De vraag naar besmetting (2:10-13)

2. De zekerheid van de zegen (2:14-19)

IV. Vierde boodschap: Kroning (2:20-23)

1. Het komend oordeel (2:20-22)

2. De beloofde Messias (2:23)

_________________________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Haggaï, de bode des Heren

‘Ontwaakt gij die slaapt!’

 

 

Inleiding

Om een goed beeld te krijgen van het werk van de laatste drie profeten (Haggai, Zacharia en Maleachi), moeten we in de geschiedenis duiken. In 606 begon de ballingschap en in 538 ging Ezra met bijna 50.000 Joden terug naar het heilig land. Cyrus had ze toestemming gegeven om de tempel te herbouwen (Ezra1:1-4; 2Kron.36:22v.). Deze Cyrus was ‘Gods herder’, ‘zijn gezalfde’ (Jes.44:28; 45:1), omdat hij Gods instrument was voor de terugkeer van de ballingen. De teruggekeerde ballingen herstelden het altaar en begonnen de offerdiensten weer in te voeren, en in 535 werd het fundament voor de tempel gelegd. Maar er was grote tegenstand en het werk stopte (Ezra 4). Het duurde tot 520 voordat het volk weer begon, en in 515 was de tempel eindelijk klaar. Het was het werk van vier mensen die de opdracht voltooiden: Zerubbabel de gouverneur, Jozua de hogepriester en Haggai en Zacharia de profeten. Zie Ezra 5:1 en 6:14.

Het doel van de dienst van Haggai was om het volk op te wekken het werk te hervatten en hen te bemoedigen het werk aan Gods tempel te beëindigen. Haggaï's naam betekent 'de feestelijke’ Het was gemakkelijk geweest om dat werk te beginnen toen ze voor het eerst in het land terugkwamen omdat iedereen toegewijd en enthousiast was. Maar na maanden van beproeving en tegenstand, raakte het volk ontmoedigd en het werk stopte. In dit kleine boek hebben we vier boodschappen van Haggai, elk met een eigen onderwerp. In elke boodschap vestigt Haggai de aandacht op een zonde die ons ervan kan weerhouden om Gods werk te volbrengen. Het verslag van Haggaï speelt zich af van begin september tot eind december van het jaar 520 v.Chr.

Zet God op de eerste plaats! (1:1-15)

‘Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden’ (Mat.6)

Haggaï was door God gezonden tot Zerubbabel om namens Hem een boodschap te brengen, en die luidde: ‘Beklimt het gebergte, haalt hout en herbouwt dit huis; dan zal Ik er welgevallen aan hebben en verheerlijkt worden, zegt de Here’ (vs. 8). Het werk aan stad en tempel had, vanwege vijandschap lang genoeg stilgelegen, en het werd zo langzaamaan tijd om het werk te hervatten. Ze moesten leren prioriteiten te stellen, wat ging voor, hun eigen huis of het huis van de Heer? Wat wilden ze: ‘Het huis van onze God aan zijn lot overlaten’ (Neh.10:39), of niet? Gods zegen is verbonden met de keuzes die jij maakt! (Deut.28; Fil.4:19).

Ja, maar ik heb een akker gekocht en die moet ik noodzakelijk gaan bezien; Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga die proberen; Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen, houd mij voor verontschuldigd! (Luk.14:18-20). Allemaal excuses om ergens onderuit te komen, of het nu gaat om een uitnodiging voor een groot avondmaal of het werk van de Heer, en dan zal nu niet beter zijn toen in de tijd van Haggaï en Jezus (vs.1-4). Maar geen excuus is goed genoeg als de Heer je roept tot een taak!

Haggaï zegt: Bedenkt wat u is wedervaren toen u bezig was om voor uzelf weldoortimmerde huizen te bouwen, toen u met uzelf bezig was en het werk van God op de tweede of laatste plaats stelde? Dat is de reden dat de hemel over u de dauw heeft ingehouden en de aarde haar opbrengst. Ook riep ik een droogte over het land en de bergen, over het koren, de most, de olie en wat de aardbodem voortbrengt, over mens en dier en alle arbeid der handen (vs.5-11). Als je wil weten vanwaar al die tegenslag, dan moet je weten dat als je mijn koninkrijk had gezocht en zijn gerechtigheid, dat al deze dingen niet waren gebeurd, maar zou je mijn zegen ontvangen hebben. Dit principe is ook nu nog geldig, dus als je Gods zegen wilt ervaren, zet Hem dan op de eerste en enige plaats! Het de Here die de geest van Zerubbabel en Jozua opwekte, zodat ze terug aan het werk gingen om het huis van de Heer te voltooien (vs.12-15).

Kijk vooruit, niet achteruit! (2:1-10)

‘Maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt’ (Fp3:14)

Zij die het verleden verheerlijken hebben een slecht geheugen en een te grote fantasie! Vroeger was het niet altijd beter, en in het verleden te blijven leven, geeft geen kracht voor de toekomst. Wij denken wellicht ook wel eens dat in het de begintijd van de Gemeente stukken beter was dan nu, in deze eindtijd, maar als we bijvoorbeeld de brieven aan de Korinthiërs lezen weten we wel beter (1Kor.5:1). Bij de eerstesteenlegging, zestien jaar daarvoor, juichte het volk met groot gejuich en loofde de Here. Maar vele van de priesters, van de Levieten en van de familiehoofden, de ouden die het eerste huis hadden gezien, weenden luid, terwijl velen de stem verhieven met gejuich en vreugdebetoon (Ezra 3:10-13). Haggaï probeert de aandacht van het volk te richten op drie zaken: (1) de gebeurtenissen uit het verleden, (2) de Here en (3) de toekomst.

We kunnen, het verleden, de geschiedenis niet veranderen, maar de geschiedenis kan ons wel veranderen. Het is zoals het is, maar we moeten verder. Daarbij verwijst Haggaï het volk Here, die zegt ‘Ik ben met u’. David kon zeggen ‘Want met U ren ik door een legerbende, met mijn God spring ik over een muur’ (Ps.18:30). ‘Als God voor ons is, wie zou tegen ons zijn!’ (Rom.8:31). Haggaï bemoedig het volk door te wijzen op het feit dat de Heer met het volk Israël was toen ze Egypte verlieten en Zijn Geest in hun midden stond. ‘Ik zal in het midden van de Israëlieten wonen en Ik zal hun tot een God zijn. En zij zullen weten, dat Ik, de Here, hun God ben, die hen uit het land Egypte geleid heb, opdat Ik in hun midden wone; Ik ben de Here, hun God’ (Ex.29:45-46). Het verleden mag hoop en moed geven voor de toekomst, want: ‘De toekomstige heerlijkheid van dit huis zal groter zijn dan de vorige, zegt de Here der heerscharen; op deze plaats zal Ik heil geven, luidt het woord van de Here der heerscharen’ (2:10). Het zal hen niet ontbreken aan middelen om het huis van God te bouwen, want van Hem is het zilver en het goud (2:9). De heerlijkheid komt en met die heerlijkheid, de Heer der heerlijkheid!

Verontreiniging belemmerd zegen! (2:11-20)

‘Want bij wie zij niet zijn – de dingen van vers 5 en 6 - die is verblind in zijn bijziendheid, daar hij de reiniging van zijn vroegere zonden heeft vergeten’ (2Petr.1:9)

‘Bereid u om uw God te ontmoeten, o Israël’ (Amos 4:12). ‘God is in de hemel en wij zijn op de aarde’ (Pred.5:1), en daarom hoort wanneer wij tot God naderen, respect getoond te worden. De Here maakt het volk duidelijk waarom hun zijn zegen onthouden bleef, dat was vanwege hun onreinheid. ‘Zo zegt de Here der heerscharen: Vraag toch de priesters om onderricht in de wet, en zeg: wanneer iemand heilig vlees in de slip van zijn kleed draagt en hij raakt met zijn slip brood, moes, wijn, olie of enige andere spijs aan, wordt dit dan heilig? De priesters antwoordden: Neen. En Haggai zeide: Indien iemand onrein geworden door een lijk, iets van al deze dingen aanraakt, wordt het dan onrein? De priesters antwoordden: Het wordt onrein. Toen antwoordde Haggai: Zo staat het met dit volk en zo staat het met deze natie voor mijn aangezicht, luidt het woord des Heren, en zo staat het met al het werk van hun handen, en wat zij daar offeren, dat is onrein’ (2:12-15). Dus het volk moest zich reinigen om terug Gods zegen te kunnen verwachten. Tot twee keer toe werd het volk opgeroepen te ‘bedenken wat voorafgegaan was aan deze dag’ (2:16, 19).  Waren ze bereid hun zonden te belijden en basis voor gemeenschap te herstellen? We mogen ervan uitgaan want aan het einde zegt de Here: ‘Van deze dag aan zal Ik zegenen!’ (2:20). We willen niet eindigen dan nog deze principes door te trekken naar onze tijd. Bijbelse principes zijn blijvend, toepassingen kunnen veranderen. ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’ werd het volk Israël voorgehouden (Lev.11:44-45; 19:2; 20:7, 23), maar de apostel Petrus past het in zijn brief toe op de gelovigen van de Gemeente en dat in verband met de naderende komst van Christus Jezus (1Petr.1:16). Verder spreekt hij over ons, de gelovigen, als een heilig en een koninklijk priesterdom (1Petr.2:5, 9). Voldoen wij aan deze voorwaarden zodat God ons kan zegenen? Eenieder beproeve zichzelf!

Geef niet op want de Koning komt! (2:20-23)

Tot slot wordt tot de landvoogd Zerubbabel gesproken over het oordeel wat de volkeren zullen ondergaan. Israël, veeleer het kleinste van alle volken, heeft de Here God uitverkoren om zijn Naam te verheerlijken. Hoe groot de koninkrijken en machten ook mogen geweest zijn, en nog zijn, Israël zal het hoofd van de volkeren zijn. God heeft zijn Naam eraan verbonden en de beloften gedaan aan Abraham zullen ingelost worden. We zien dat duidelijk in het beeld van Daniël, waar die koninkrijken beschreven worden (Dan.2). Deze, de Babyloniërs, Meden en Perzen, Grieken en Romeinen zijn opgekomen en weer ondergegaan, maar het rijk van Christus komt en zal blijven tot in eeuwigheid! In het boek Micha lezen we dat de volken tegen Israël vergaderd zullen zijn in de nabije toekomst, waarvan wij al het begin mogen zien. ‘Wel zijn nu vele volkeren tegen u vergaderd, die zeggen: Zij worde ontwijd, en mogen onze ogen zich aan Sion verlustigen! Maar zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer. Sta op en dors, gij dochter Sions; want Ik zal uw hoorn van ijzer maken en uw hoeven van koper, en gij zult vele volkeren verbrijzelen en gij zult hun onrechtmatig gewin door de ban aan de Here wijden, en hun vermogen aan de Here der ganse aarde’ (Mi.4:11-13). Deze profetie betreffende het komende oordeel over de volken zal Zerubbabel bemoedigd hebben. De Here liet weten dat Hij Zerubbabel uitverkoren had.

Zerubbabel staat hier model voor de komende Messias, Jezus Christus; hij is opgenomen in de geslachtslijn van Christus (Mat.1:13; Luk.3:27). God spreekt niet alleen over Zerubbabel als zijn uitverkorene, maar ook als zijn zegelring, wat wil zeggen dat God hem met zijn gezag bekleed. God gaf aan Zerubbabel gezag om zijn huis te bouwen; God gaf aan de Heer Jezus gezag om verloren zondaars te redde en om zijn Gemeente, Gods huis in deze tijd, te bouwen (Mat.16:18; Joh.17:2)

Tenslotte

 God heeft alle gelovigen geroepen met een doel, ‘want wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot (het doen van) goede werken, die God tevoren heeft bereid, opdat wij daarin zouden wandelen’ (Ef.2:10). Nee, we worden niet behouden door geloof en werken, maar door een geloof dat werkt! Wat wij van onze roeping gemaakt hebben is aan ons en daarover zullen we verantwoording dienen af te leggen voor de rechterstoel van Christus (2Kor.5:10; Rom.14:12). We dienen handel te drijven, totdat Hij komt!

______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op het boek Zacharia

 

 

 

De schrijver

Zacharia diende samen met de profeet Haggaï in de dagen dat 50.000 Joden terugkeerden naar Palestina om de stad Jeruzalem en de tempel te herstellen. Het overblijfsel keerde terug in 536 v.Chr. en legde de fundamenten voor de tempel in 535, maar er kwam tegenstand en de bouw stopte. In 520 stelde God Haggaï en Zacharia aan om de leiders en het volk aan het werk te zetten, en in 525 voltooiden ze het werk. Zacharia was en priester en profeet (zie: Neh.12:4, 16). En uit Zach.2:4 komen we te weten dat hij een jonge man was. Zijn naam betekent ‘God herinnert’. Zijn vaders naam betekent ‘God zegent’ en de naam van zijn grootvader ‘Zijn tijd’. Voeg deze namen samen en je krijgt ‘God herinnert om te zegenen op zijn tijd’.

Onderwerp

Dit boek volt op Daniël als een oudtestamentische openbaring van Gods plan voor de Joden. De stad Jeruzalem wordt veertig keer vermeld in het boek Zacharia. Zacharia 1:14-17 zijn de ‘sleutelverzen’ van het boek: God was in grote ijver voor Jeruzalem; en Hij zal eens de stad herstellen en heerlijkheid en vrede. Het feit dat God Jeruzalem in zijn genade verkozen heeft wordt vaak in dit boek vermeld (1:17; 2:12; 3:2). Hij zal zich erbarmen over de stad (1:12) en zal zich op een dag in de stad wonen (8:3, 8).

Verklaring

Zoals vaak met oudtestamentische profetie, moeten we onderscheiden tussen de eerste uitleg en de toekomstige van wat Zacharia zegt. In een vers beschrijft hij de val van Jeruzalem door de Romeinen, en in het volgende vers schrijft hij over de komt van de Messias om te heersen. Zacharia’s geeft de voorkeur God met de naam ‘Heer der heerscharen’ te noemen – de God van de legers. Hij ziet dat God komt om Israëls vijanden te bestrijden en Jeruzalem op te richten in vrede en heerlijkheid. Om deze prachtige profetieën op de Kerk toe te passen is ze van hun kracht beroven. Uiteraard zijn er praktische verklaringen mogelijk maar we mogen daarbij de directe betekenis niet uit het oog verliezen, en dat is de terugkeer en herstel van Israël en de komst van de Messias en het oprichten van zijn Koninkrijk.

Het boek

Zoals je kunt zien in de Indeling wordt het boek in tweeën gedeeld. In hoofdstuk 1-6 beschrijft Zacharia acht visoenen, die allemaal de boodschap van het boek weergeven: Jeruzalem zal worden bevrijd, en in ere hersteld in vrede en voorspoed. Het eerste gedeelte wordt afgesloten met de kroning van Jozua als koning-priester; met zekerheid een beeld van Christus.

De hoofdstukken 7-8 geven het versla van het bezoek van sommige Joden te vasten in verband aan de herinnering van de val van Jeruzalem. Dit vasten werd in de vijfde maand gehouden (2Kon.25:8; Jer.52:12). Er kan daarover een vraag gesteld worden, want als Jeruzalem herbouwd zal worden waarom dan nog vasten? Zacharia zegt dat het vasten vanuit het hart onderhouden moet worden en niet vanwege een geplande datum, en hij belooft dat het vasten in de verheerlijkte stad in feesten zal overgaan.

Het laatste gedeelte (9-14) is een beschrijving van Jeruzalem en Gods overwinning over de volken. In 9-11 hebben we de eerste ‘last’ en in 12-14 de tweede. Zoals je kunt zien in de indeling, behandelt Zacharia de invasie van Alexander de Grote, de tijd van de Makkabeeën (Joodse patriotten die Israël voor een korte tijd verlosten), en zelfs de val van Jeruzalem door de Romeinen. Zacharia spring over baar de ‘latere dagen’ en toont de slag van Armageddon, de komst van Christus op aarde, en de oprichting van het Koninkrijk.

Christus

Zacharia laat ons Christus in veel aspecten van diens dienst: als Koning (9:9; Mat.21:4-5); de Steen (3:9; 10:4; Rom.9:31-33); de Slaaf verkocht voor dertig zilverstukken (11:12: Mat.27:3-10); de geslagen Herder (13:7; Mat.26:31); de Spruit (3:8, 6:12 zie Jesaja 4:2; Jer.23:5, 33:15); de glorierijke Heerser (14:1-4, 9, 16-17).

---------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van het boek Zacharia

 I. Introductie: Een oproep tot bekering – 1:1-16

(November 520 v.Chr.)

 II. Acht visoenen om te bemoedigen (1:7-6:15)

(24 februari 520v.Chr.)

 A. De ruiters (1:7-17) God heeft Jeruzalem niet vergeten.

B. De smeden (1:18-21) God vernietigt haar vijanden.

C.  De man met het meetsnoer (2:1-13) Jeruzalem hersteld.

D.  Jozua de hogepriester (3:1-10) Een gereinigd volk.

E.  De kandelaar (4:1-14) God geeft kracht.

F.  De vliegende boekrol (5:1-4) De zonde in het land geoordeeld.

G.  De vrouw in de efa 5:5-11) Slechtheid naar Babel.

H.  De vier wagens ((6:1-8) God heerst over de volken.

III.       Twee orakels ter verlichting (9-14)

A.  Het eerste orakel

1. Veroveringen van Alexander de Grote (9:1-8)

Komst van de Messias (9:9)

3. Overwinningen van de Makkabeeën (9:11-17)

Komst van de Messias (10)

5. Veroveringen van Rome (11:1-9)

Komst van de Messias (11:10-14)

Komst van de antichrist (11:15-17)

B.  Het tweede orakel

1. Israël in de Grote Verdrukking (12:1-9)

Komst van Christus (12:10-13:9)

2. Slag van Armageddon (14:1-3)

Komst van Christus (14:4-7)

3. Oprichting van Christus’ koninkrijk (14:8-21)

______________________________________________________________

 

Wat zegt de Bijbel?

 

De toekomst van Israël

Zacharia 12-14 (deel 1)

 

 

 

Voorwoord

Zijn toespraak tot de Verenigde Naties van 22 september 2016 begon premier Netanyahu van Israël met de woorden: ‘Wat ik nu ga zeggen zal u shockeren: Israël heeft een mooie toekomst bij de VN’. Ik betwijfel of hij deze woorden na de resolutie van 23 december 2016 nog zou zeggen. Want in die resolutie veroordeelde de VN het Israëlische nederzettingenbeleid in de zgn. Palestijnse gebieden. Dat kon gebeuren omdat Amerika zich onthield van stemming en zijn vetorecht niet gebruikte om Israël te steunen. Dat was een unicum! Israël beschuldigde daarom de Amerikaanse president Barack Obama ervan ‘onder één hoedje te spelen met de Palestijnen in een beschamende manoeuvre tegen Israël in de VN’. De toespraak van Netanyahu en de tekst van de resolutie tegen Israël, die aan de basis van dit artikel liggen, kunt u lezen in de Rubriek Israël op deze website. Via YouTube kunt u ook de toespraak beluisteren die premier Netanyahu gehouden heeft op de Algemene Vergadering van de VN, met Nederlandse ondertiteling. Ga naar: https://youtu.be/33dYKifz91E

Maar het is waar en premier Netanyahu heeft gelijk: er staat Israël nog een mooie toekomst te wachten, maar voor het zover is zal er nog een moeilijke tijd komen, de zgn. Grote Verdrukking! Want de Bijbel is duidelijk over de gebeurtenissen van het volk Israël in de eindtijd; het land en volk zullen steeds meer alleen komen te staan. Zodra er wat rust is gekomen in Syrië en in de omringende landen, zal wellicht alle aandacht op Israël gericht worden en wat zullen de gevolgen daarvan zijn? Zacharia zegt dat Jeruzalem in de eindtijd een schaal der bedwelming voor alle volkeren zal zijn en een steen die alle natiën zullen moeten heffen en dat ten slotte alle volkeren der aarde ten strijde zullen trekken tegen Jeruzalem.

Zoals gezegd: wij bezitten Gods Woord en hoeven niet te speculeren over Israëls toekomst. Wij hebben in de Bijbel het profetisch woord waarop we acht dienen te geven (2Petr.1:19) en het boek van de profeet Zacharia spreekt duidelijke taal, vooral in de hoofdstukken 12-14 die we gaan overdenken.

Inleiding

In de hoofdstukken 12-14 neemt Zacharia ons mee naar de eindtijd. Ik geloof dat hij de gebeurtenissen van het laatste gedeelte van de laatste jaarweek van Daniël beschrijft (Dan.9:24-27), want we bevinden ons hier vlak voor de komst van de Heer Jezus op de Olijfberg. Zacharia beschrijft de aanval van de volken tegen Jeruzalem. Het Joodse volk ondergaat ernstige beproevingen: de tijd van ‘Jacobs benauwdheid’ is aangebroken (Jer.30:7), waarna de Heer zal terugkeren in kracht en grote heerlijkheid om zijn volk te bevrijden en om het beloofde koninkrijk te vestigen. Een opwindend scenario! Het is geen fantasie; het is Gods Woord dat zegt dat het zal gebeuren! Wanneer we deze hoofdstukken bestuderen, vinden we zeventien keer de vermelding van de woorden ‘Te dien dage’. ‘Die dag’ is de ‘Dag des Heren’, de dag van wraak en oordeel waarover andere profeten al schreven (Joël 3:9-16; Sef.1) en waarover de Heer Jezus sprak in Mattheüs 24:4-31 en de apostel Johannes in Openbaring 4-19.

Zacharia beschrijft drie belangrijke gebeurtenissen:

1. God zal Israël bevrijden (Zach.12:1-9; 14:1-7)

Judea en Jeruzalem staan centraal in de profetie van Zacharia, liefst vierenveertig keer wordt de stad vermeld in het boek Zacharia, waarvan vijfentwintig keer in de laatste drie hoofdstukken. In hoofdstuk 1:14 sprak de Here: ‘Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand’. Veertien keer wordt door Jesaja God genoemd als de ‘Verlosser voor Israël’. God is zijn volk niet vergeten, maar zijn timing is niet altijd zoals wij het zouden wensen; Hij houdt zich echter altijd aan zijn beloften, ook ten opzichte van het volk Israël. De voorbereidingen voor die toekomstige verlossing zien wij nu al in wording.

Jeruzalem zal worden belegerd (Zach.12:1-3; 14:1-2)

De profetie opent met een bevestiging van Gods almacht en kracht. Let op de vermelding van ‘alle volken’ en ‘alle natiën’ in Zacharia 12:2-3,6,9; 14:2,12,14,16, want bij deze aanval zullen de legers van de hele wereld betrokken zijn en hij maakt deel uit van de beroemde ‘slag van Armageddon’ beschreven in Joël 3:9-16; Mattheüs 24:27-30; Openbaring 9:13-18; 16:13-16 en 19:17-21. We weten dat Rusland (de koning van het verre noorden) een permanente militaire basis heeft in Syrië. We horen van samenwerking tussen Rusland, Syrië en Iran. Amerika en Europa zijn nadrukkelijk aanwezig in het Midden-Oosten. ‘Alle volken en natiën’ die optrekken naar Israël, is verre van denkbeeldig vandaag de dag!

Drie ‘krachten’ zullen betrokken zijn in het bijeenkomen van dit grote leger: (1) de volkeren komen overeen in hun opstand tegen God en zijn volk (Ps.2:1-3); (2) Satan en zijn demonen gebruiken hun invloed om de volkeren bijeen te brengen (Op.16:12-14); en (3) God oefent zijn macht uit om hen bijeen te brengen (Zach.14:2; Openb.16:16; Ez.38:1-6).

Om Jeruzalems situatie ‘te dien dage’ te beschrijven, gebruikt Zacharia de metafoor van een schaal (of kelk of beker) en een steen. Een schaal is een bekende Bijbelse voorstelling voor het oordeel. (Ps.75:9; Jes.51:17, 21-23; Jer.25:15-28; Ezech.23:31-33; Hab.2:16; Openb.14:10; 16:19; 18:6). De volken zijn van plan Jeruzalem te veroveren, maar wanneer ze beginnen met de ‘schaal te drinken’ zullen ze ziek en dronken worden. De geschiedenis leert ons dat elke natie die geprobeerd heeft om Israël te vernietigen, zichzelf heeft vernietigd. En als de volken tezamen Gods volk aanvallen, zal het niet anders gaan! Sommige vijanden zullen de stad binnenvallen, de vrouwen misbruiken, en de helft van de inwoners gevangennemen. Maar in de hoop om de stad en het volk te vernietigen, zullen ze teleurgesteld worden, want God zal ervoor zorgen dat de stad als een onwrikbare ‘steen’ zal zijn. Deze ‘steen’ zal uiteindelijk de vijandelijke legers vernietigen (Dan.2:45).

De komst van de Messias (Zach.14:3-7)

Het mag duidelijk zijn dat het hier niet over de Opname gaat, de komst van Christus voor de Gemeente. Nee, het gaat uiteraard over zijn komst voor Israël. ‘Ze zullen de Zoon des Mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid (Matth.25:30; Openb.1:7). De Heer Jezus is van de Olijfberg naar de hemel opgenomen met de belofte ‘dat Hij zo zal komen, op dezelfde wijze als u Hem naar de hemel hebt zien gaan’ (Hand.1:9-11) en zo zal het ook gebeuren. Hij komt vanuit de hemel naar de aarde, en zal staan op diezelfde Olijfberg, waardoor er een grote aardbeving zal komen die het gebied aanzienlijk zal veranderen (Jes.29:6; Openb.16:18-19). Daardoor zal er een nieuw dal ontstaan, dat een ontsnappingsroute zal worden voor velen van het volk. Er zullen ook veranderingen zijn in de hemelen: ‘de zon zal u niet meer tot licht zijn bij dag, noch de maan tot een schijnsel voor u lichten’ (Jes.60:19-20).

‘De Here is een krijgsheld’ zong het volk nadat het uit Egypte was bevrijd (Ex.15:3), maar dat aspect van God wordt vaak ontkend of tegengesproken, of is niet meer gekend vandaag de dag. Er is een generatie die weinig of niets weet over ‘te strijden voor het geloof’, of over een Verlosser die eenmaal zal strijden tegen de naties (Openb.19:11-21).

Voordat het volk Israël het land binnentrok, beloofde Mozes dat God voor hen zou vechten (Deut.1:30; 3:22). ‘Wie is toch de Koning der ere?’ was een vraag van David en het antwoord was ‘De Here, sterk en geweldig, de Here, geweldig in de strijd’ (Ps.24:8). Jesaja kondigde aan ‘De Here trekt uit als een held; als een krijgsman doet hij de strijdlust ontbranden; Hij heft de strijdkreet aan, ja, schreeuwt die uit; Hij betoont Zich een held tegen zijn vijanden’ (Jes.42:13). Onze God heeft veel geduld gehad met de volkeren, maar er komt een dag waarop Hij de strijd met hen zal aanbinden en zegevieren.

De Heer zal de vijanden verslaan (Zach.12:4-9; 14:12-15)

Verwarring (14:13), een plaag (14:12) en speciale kracht voor de strijders (12:5) zijn de dingen waardoor God de overwinning geeft over de binnenvallende legers. De paarden panieken vanwege hun blindheid en de berijders zullen door waanzin bezeten worden en elkaar bevechten (14:13). God zal waken over zijn volk en erop toezien dat ze bevrijd worden. Hij zal maken dat de Joden als vuur zijn en de vijanden als droge stoppels. Jezus Christus zal zijn grote macht openbaren wanneer Hij het volk verdedigt en de vijanden verslaat.

Terwijl de inwoners van Jeruzalem hier centraal staan, wordt er aandacht geschonken aan welke plaats Juda zal innemen in de strijd. De binnenvallende legers zullen via Juda moeten om Jeruzalem in te komen (12:2); maar God zal over het volk van Juda waken en hen vanwege David bevrijden (vers 4, 7). Het vertrouwen en de moed van het volk in Jeruzalem is een bemoediging voor Juda, dat dapper was in de strijd, en God zal het mogelijk maken om te overwinnen (vs.5-6). De zwakste Joodse strijder zal de kracht als van David bezitten, die tienduizenden vijanden versloeg (1Sam.18:7). Het leger van de Heer zal voortgaan als de Engel des Heren die 185.000 Assyrische soldaten sloeg in één nacht (Jes.37:36).

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

 

De toekomst van Israël

Zacharia 12-14 (deel 2)

 

 

 

 

2. God zal Israël reinigen (Zacharia 12:10-13:9)

De bevrijding van hun vijanden is niet het doel op zich, maar hun geestelijk herstel is wat God waardevoller acht. Hij wil Zichzelf aan Hen openbaren en een relatie opbouwen die in vroegere eeuwen niet mogelijk was vanwege hun zonden. Omdat te bereiken is reiniging nodig van het volk!

Het volk zal zich bekeren (Zach.12:10-14)

Berouw is niet iets wat we zelf bewerken; het is een gave van God doordat we zijn Woord horen en zijn genade beseffen (Hand.5:31, 11:18; 2Tim.2:25). God zal zijn geest uitstorten over Israël (Joël 2:28-29), en het volk zal zich hun zonde realiseren en tot God roepen om vergeving; Ze zullen ook hun Messias zien die de volken doorstoken hebben (Ps.22:16; Jes.53:5; Joh.19:34, 37) en op Hem hun vertrouwen vestigen. Vergeving komt tot elke zondaar alleen door geloof in het offer van Christus op het kruis.

Het volk zal rouw bedrijven, zoals ouders rouwen over het verlies van hun enige zoon, de wijze waarop het volk rouw bedreef over hun geliefde koning Josia nabij Megiddo toe hij in de strijd gedood werd (2Kron.35:20-27). Zacharia vermeld dat alle families van Israël zullen rouwen, de mannen en vrouwen apart, en dat is inclusief Davids familie, de profeten (Natan – 2Sam.7) en de priesters (Levi en Simei – Num.3:17-18, 21). Alle families die overblijven is de rest van het volk. Het zal een tijd zijn van diepe en ernstige nationale verootmoediging zoals er nog nooit geweest is.

Het volk zal worden gereinigd (Zach.13:1-7)

Jesaja had tegen het volk gezegd: ‘Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen’ (Jes.1:16), maar ze weigerden om te luisteren. Jeremia had voor het volk gepleit: ‘Reinigt uw hart van boosheid, Jeruzalem, opdat gij behouden wordt; hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen’ (Jer.4:14), ze maar wilden niet gehoorzamen. Maar nu, als antwoord op Israëls berouw en geloof, wil God hen rein wassen! Deze vergeving maakt deel uit van het nieuwe verbond dat God zijn volk beloofde (Jer.31:31-34) ‘Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken’ (vs.34). De Joden konden hun uiterlijke verontreinigingen reinigen door wassingen met water, maar de innerlijke reiniging van de zondige harten van mannen en vrouwen kan alleen bewerkstelligd worden door het bloed van de Heiland (Lev.16:30; 17:11). ‘Hij is het zoenoffer voor onze zonden’ (1Joh.2:2). Maar niet alleen hun harten zullen worden gereinigd maar ook het land zal worden gezuiverd van alles wat niet goed en vervuilend is. De afgoden en de valse profeten – twee van Israëls meest ernstige zonden – zullen verwijderd worden, en ook de ‘onreine geest’ dat veroorzaakte dat mensen zich van God afwenden (Zach.5:5-11).

Overeenkomstig de Wet, moesten de valse profeten worden gedood (Deut.13); dus zullen de valse profeten in die dagen liegen over hun beroep om hun leven te redden (13:2-6). Ze zullen geen speciale kleding dragen (vs.4; 2Kon.1:8; Math.3:4), en zij zullen zich eerder uitgeven voor boeren dan profeten. Wanneer ze gevraagd worden naar de littekens op hun lichamen, die eigenlijk veroorzaakt worden wanneer ze afgoden wouden hebben vereerd (1Kon.18:28), liegen ze daarover en zeggen dat familieleden hen bestraft hebben. In tegenstelling tot de valse profeten wordt de ware Herder voorgesteld in Zach.13:7. (Zie Zach.11 voor de andere vermeldingen betreffen de Herder). Een gedeelte van deze profetie haalde Jezus aan toen Hij met zijn discipelen op weg was naar Gethsemane (Math.26:31), en Hij verwees er nog eens naar toen Hij in die tuin werd gearresteerd (vs.56). Alleen Jezus de Messias kon door de Vader ‘de man die mijn metgezel is’ dat is ‘de man die Mijn Gelijke is’ (Joh.10:30; 14:9) worden genoemd.

Maar er is ook nog verdere verwijzing naar deze tekst naar de verwoesting van de tempel in 70 n.Chr. toen Jeruzalem door de Romeinen werd ingenomen. De Joden hebben hun Herder verworpen op het kruis (Jes.53:10), en deze verwerping leidde tot de verstrooiing van de Joden (Deut.28:64; 29:24-25). Vandaag de dag is Israël een verstrooid volk, maar er komt een dag dat ze bijeen gebracht zullen worden; ze zijn een verontreinigd volk, maar eens zullen ze een gereinigd volk zijn.

Het volk zal worden gezuiverd (Zach.13:8-9)

Dit beeld herinnerd ons eraan hoeveel waarde God hecht aan zijn volk: zij zijn als goud en zilver dat gereinigd dient te worden in vuur van de ellende. Dat was al hun ervaring in Egypte geweest (Deut.4:20) en in Babylon (Jes.48:10), maar ‘de tijd van Jakobs benauwdheid’ zal hun moeilijkste ‘vuuroven ervaring’ worden! De goudsmid zuiver goud en zilver zodat het vuil verwijderd wordt en dat is wat de Verdrukking in de laatste dagen voor Israël zal bewerken. Een derde van de mensen zullen gespaard worden, het gelovig overblijfsel, terwijl de anderen verworpen zullen worden en verloren zullen gaan. Het goddelijk overblijfsel dat tot de Heer roept (Hand.2:21) zullen gered worden de kern vormen van het beloofde koninkrijk, want God zal ze erkennen als zijn eigen volk (Hos.2:21-23).

Voordat we dit gedeelte achter ons laten, proberen we deze gedeelten praktisch toe te passen op Gods volk nu. Zeker de kerk van nu is vervuild en dient ook gereinigd te worden en de belofte voor vergeving is nog altijd geldig en aanwezig (1Joh.1:9). God heeft de kerk vaak in het vuur van het lijden gegooid voordat we Hem aanriepen om zijn aangezicht te zoeken (Hebr.12:3-11; 1Petr.4:12). Als Gods volk de oproep in 2 Kronieken 7:14 zou opvolgen, zou God de kerk reinigen, vergeven en zegenen en genezing brengen.

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

De toekomst van Israël

Zacharia 12-14 (deel 3)

 

 

 

 

3. God regeert over de aarde (Zacharia 14:8-11, 16-21)

‘En de Here zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en zijn naam de enige. (Zach.14:9).  Nadat de volkeren zijn geoordeeld en Israël gereinigd, zal de Here zijn rechtvaardig koninkrijk oprichten en regeren op Davids troon (Ps.72; Jer.30; Luk.1:32-33; Openb.17:14, 19:16). Zijn heerschappij zal wereldwijd zijn (‘over de gehele aarde’) Hij zal de enige God zijn die ze zullen vereren, en zijn naam zal de enige zijn die geëerd zal worden (zie Psalm 72; Jer.30;7-9). Wat zal er gebeuren wanneer de Koning alleen zal heersen? 

Het land zal zich herstellen (Zach.14:8)

Jeruzalem is de enige grote stad uit de antieke wereld die niet aan een rivier is gebouwd. Maar tijdens het Vrederijk zal er een rivier van ‘levend water’ uit Jeruzalem stromen die herstel zal brengen en het land vruchtbaar maken (zie: Ezech.47:1-12 en Joël 3:18). De rivier zal zich splitsen zodat de wateren naar de Dode Zee kunnen stromen en naar de Middellandse Zee. Eeuwenlang hebben mensen zich afgevraagd op welke manier de Dode Zee gered zou kunnen worden, maar dat herstel zal gebeuren tijdens het Vrederijk. Een mooie beschrijving van het land gedurende het Vrederijk vinden we in Jesaja 35.

Het landschap zal veranderen (Zach.14:10-11)

Naast de veranderingen die zullen worden veroorzaakt door de komst van Christus en een aardbeving, zullen twee andere zaken plaatsvinden: (1) Het land rondom Jeruzalem zal lager komen te liggen en een vlakte worden, en (2) Jeruzalem zal uitstijgen boven het land waarin het ligt. Deze verandering zijn een vervulling van Jesaja’s profetie: ‘En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als het hoogste, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen’ (Jes.2:2; Zach.8:1-3; Micha 4:1-3).

Wanneer de Messias als Koning-Priester zal heersen dan zal er een tempel moeten zijn en een priesterdienst gedurende het Vrederijk, dit wordt tot in detail beschreven in Ezech. 40-48. Jeruzalem zal de belangrijkste stad op aarde zijn en het tempelgebied het meest belangrijkste van de nieuwe heerlijke stad.

Alle gevaren zullen verwijderd worden (Zach.14:11)

De bergen rondom Jeruzalem dienden voor haar bescherming (Ps.48:1-8, 125:1-2); maar als de Messias regeert zal de stad geen gevaar meer hebben te duchten van vijanden (Ezech.34:22-31). De woorden ‘Het zal bewoond zijn’ herinneren ons eraan dat tijdens de Babylonische ballingschap slechts 50.000 Joden bereid waren het veilige Babylon te verlaten om zich in de ruïnes van Jeruzalem te gaan vestigen, en zelfs Nehemia had moeite mensen te vinden om in de stad te gaan wonen (Neh.11). Zacharia had al eerder verteld dat de kinderen op de straten zullen spelen, en dat de ouderen in de zon zullen zitten en met elkaar praten (Zach.8:4-8).

De heidenen zullen in Jeruzalem komen om te aanbidden (Zach.14:16)

Israël heeft dan een opdracht ten opzichte van de heidenen die de ware en levende God zullen vereren in zijn tempel (Jes.2:2-5; Zach.2:10-13). Van de zeven feesten opgesomd in Leviticus 23, is het Loofhuttenfeest de enige die gevierd zal worden in het Vrederijk (Lev.23:33-44). Het feest gedenkt de omwandeling in de woestijn, maar het is ook een tijd van vreugde om de zegeningen van God gedurende de oogst (vs.40). Maar waarom alleen het Loofhuttenfeest vieren? Het Loofhuttenfeest is het enige feest dat nier vervuld is totdat het koninkrijk is opgericht.

Het Pascha werd vervuld door de dood van Christus (1Kor.5:7; Joh.1:29)

De eerste vruchten van zijn opstanding (1Kor.15:23) en het een week durende feest van de ongezuurde broden is wat de gelovigen mogen doen; wandelen in heiligheid! (1Kor.5:6-8). Het pinksterfeest is vervuld in Handelingen 2 en het feest van de bazuinen zal plaatsvinden voordat het Koninkrijk begint wanneer God zijn volk bijeenbrengt van de einden van de aarde (Jes.18:3, 7; Math.24:29-31). De grote Verzoendag zal plaatsvinden wanneer het volk de verschijning van de Messias zal meemaken, zich bekeren en zullen worden gereinigd.

Maar het Loofhuttenfeest is een vooruit schaduwing van het vreugdevol en gezegend Koninkrijk, dus het zal worden gevierd wanneer het Koninkrijk in wording is. Het zal een jaarlijkse herinnering voor de volken zijn dat de rijke zegen die zij genieten komt van een genadige en barmhartige God.

De Heer zal gerechtigheid uitoefenen (Zach.14:17-19)

De volken die geen afvaardiging naar Jeruzalem sturen om God te vereren zullen terecht worden gewezen doordat ze geen regen zullen ontvangen op hun land. Dat was ook de manier waarop God het volk Israël strafte wanneer ze weigerden Hem te gehoorzamen (Deut.28:22-24). Bedenk, hoewel het Vrederijk een tijd van vrede en voorspoed zal zijn, is het ook de tijd dat de Heer Jezus zal heersen met ‘een ijzeren roede’ en ongehoorzaamheid zal bestraffen (Ps.2:9; Open.2:27; 12:5; 19:15). Het niet vieren van het Loofhuttenfeest staat gelijk aan de zegen van God te verachten en dat is een serieuze overtreding (zie Rom.1:18).

Egypte wordt apart vermeld omdat dat land afhankelijk is van de jaarlijkse overstroming van de Nijl voor de irrigatie, en zonder de regens kan de rivier niet stijgen. Gedurende Jozefs tijd, waren er zeven jaren van een verschrikkelijke droogte. Egypte is Israëls onderdrukker en vijand geweest en tijdens het Vrederijk, zullen ze de zegen van Israëls Messias ervaren. Geen dank betuigen zou een gruwelijke zonde zijn.

Heiligheid zal het kenmerk zijn (Zach.14:20-21).

We zouden ‘heiligheid’ verwachten geschreven op de bellen van de kleren van de hogepriester (Ex.28:36-38), maar zeker niet op de bellen van de paarden! En waarom zouden de gewone huishoudgereedschappen behandeld worden als het vaatwerk in de tempel? Deze twee beelden zijn Gods manier om te zeggen: ‘In het koninkrijk van God zal elk aspect van het leven heilig zijn voor God’. God heeft Israël een ‘koninkrijk van priesters’ genoemd (Ex.19:6), en dat zouden ze dan zijn door Gods genade.

Voor de huidige gelovige, is dit de oude versie van 1Kor.10:31 ‘’ Er is geen ‘onheilig’ en ‘heilig’ in het leven van een christen, want alles komt van God en zou tot Gods eer gebruikt moeten worden. Het Hebreeuwse woord ‘Kanaäniet’ in Zacharia 14:21 verwijst naar handelaars of een onrein persoon, beide zouden de tempel van God verontreinigen. Toen de Heer Jezus zijn dienst begon en eindigde, vond Hij religieuze handelaars die Gods huis voor hun persoonlijk gewin (Joh.2:13-22; Math.21:12-13; Mark.11:19:15-17; Luk.19:45-46). Het huis van gebed voor alle volken was veranderd is een dievenhol ten behoeve van het voordeel van de hogepriesters en zijn familie. Maar de tempel in het Vrederijk zal een heilige tempel zijn niet verontreinigd door hen die de Heer niet kennen of liefhebben en zal er een heilig priesterdom zal dienen.

Zacharia’s boek begint met een oproep tot bekering, maar het eindigt met een toekomstbeeld van een glorieus koninkrijk. Zacharia was een van Gods helden die dienst deden in een moeilijke tijd en plaats, maar hij bemoedigde Gods volk door het volk de toekomst voor te stellen die God voor hen in petto had. God is nog steeds na-ijverig over Jeruzalem en het Joodse volk, en Hij zal zijn belofte nakomen. ‘Bidt voor de vrede van Jeruzalem’ (Ps.122:6).

_______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

Inleiding op het boek Maleachi

 

 

 

De profeet

De naam Maleachi betekent ‘Mijn boodschapper’ (3:1). Hij is de laatste van de ‘schrijvende’ profeten, maar over zichzelf schreef hij niets. We hebben geen bijbels informatie over zijn afkomst, roeping of persoonlijk leven. Maar het belangrijkste van de boodschapper is de boodschap zelf die hij bracht!

Zijn tijd

In 538 v.Chr. gaf Kores (Cyres) een bevel uit dat de Joodse ballingen mochten terugkeren naar hun land om de tempel te herbouwen (2Kron.36:22-23). Ongeveer 50.000 aanvaarden de uitnodiging, en in 515, na veel uitstel, voltooiden zij de bouw van de tempel. Ezra bezocht hen in 458, en in 445 werd Nehemia tot hun gouverneur benoemd voor de duur van twaalf jaar (Neh.5:14). Als Wanneer Nehemia teruggekeerd was uit Susan (Neh.13:6-7), moest hij vaststellen dat het moraal achteruitgegaan was, en moest een paar drastische stappen nemen om orde op zaken te stellen.

Zijn boodschap

Maleachi diende de teruggekeerde Joodse natie ongeveer 400 jaar voor Christus. De zonden die hij beschrijft kunnen we vinden in Nehemia 13:10-30. Maleachi richt zijn eerste boodschap aan de priesters, en dan aan het volk. ‘Zo priester, zo volk!’ Als Maleachi Gods Woord verkondigde antwoorden de mensen door te argumenteren. Let maar op het voortdurende ‘Waarmee?’ (1:2, 6-7; 2:17; 3:7-8, 13). Het is gevaarlijk als mensen beginnen te discuteren met God en proberen hun zondige wandel te verdedigen.

---------------------------------------------------------------------------------------

Indeling van het boek Maleachi

I. Twijfelen aan Gods liefde (1:1-5)

1. Gods uitverkiezende genade (1:2)

2. Gods zegen voor Israël 1:3-5)

II. Gods naam onteren (1:6-2:9)

1. Onreine offers aanbieden (1:6-14)

2. Goddelijke voorrechten verachten (2:1-9)

III. Gods verbond ontheiliging (2:10-16)

1. Trouwen met heidense vrouwen (2:10-12)

2. Onoprecht berouw (2:13)

3. Scheiden van de vrouwen (2:14-16)

IV. Twijfelen aan God rechtvaardigheid (2:17-3:6)

1. Waar zijn de beloofde zegeningen? (2:17)

2. De eerste boodschapper: Johannes de Doper (3:1a)

3. De tweede boodschapper: de Messias (3:1b-6)

V. Gods huis beroven (3:7-12)

1. God beroven (3:7-8)

2. Zichzelf beroven (3:9-11)

3. Anderen beroven (3:12)

VI. De dienst aan God verachten (3:13-4:6)

1. De klagers (3:13-15)

2. De gelovigen 3:16-18)

3. De boosdoeners (4:1-3)

4. De predikers (4:4-6)

______________________________________________________________

Wat zegt de Bijbel?

 

'Er is een gedenkboek geschreven'

Maleachi 3 – 4

 

 

Inleiding

Dat de tijd waarin de profeet Maleachi leefde, grote gelijkenis vertoont met onze tijd, zal wel geen enkele bijbellezer ontgaan; de parallellen zijn daarvoor te duidelijk.

Maleachi is in onze Bijbel het laatste boek van het Oude Testament en een vergelijking met het laatste boek in het Nieuwe Testament, de Openbaring, ligt dan ook voor de hand. Maleachi was echter niet de laatste oudtestamentische profeet, dat was Johannes de Doper (Mat.11:10-15; Mark.1:2 en Luk.1:17).

De nadruk in het boek Maleachi ligt op de aanstaande komst van de dag des Heren, en de profeet keert zich tegen de wantoestanden die er heersten onder de priesters en het volk. In de dagen van de profeet was het volk (weer) tot zonde vervallen, de priesters waren wereldsgezind, en de natie bevond zich ver van God. Omdat het beloofde koninkrijk niet onmiddellijk kwam, trokken de Joden Gods handelen in twijfel, en beklaagden zich over de manier waarop Hij zijn volk behandelde. Het duurde dan ook niet lang voordat de priesters onzorgvuldig werden in hun dienst, en het volk volgde hun slechte voorbeeld. ‘Zo priester, zo volk’, werd realiteit (Hos.4:9).

Waarin faalden het volk en de priesters? Ze twijfelden aan Gods liefde (1:1-5), verachtten zijn Naam (1:6-2:9), ontheiligden zijn verbond (2:10-16), trokken Gods rechtvaardigheid in twijfel (2:17-3:6), beroofden Gods huis (3:7-12) en verachtten hun dienst aan God (3:13; 4:6).

Het is dan ook goed te begrijpen dat God zegt in Mal.1:10: ‘Was er ook maar iemand onder u die de deuren zou sluiten, dan zou u niet zonder reden Mijn altaar aansteken. Ik heb geen welgevallen in u, zegt de HEERE van de legermachten, en een graanoffer uit uw hand aanvaard Ik niet.’ Vergelijkbaar is de situatie in het Nieuwe Testament van het christendom in de beschrijving van Laodicea, waarvan de Heer Jezus zegt: 'Ik zal u uit mijn mond spuwen' (Op.3:16). We hebben dus een heel sombere schildering van de zedelijke toestand van het volk Israël aan het einde van Oude Testament en het christendom in het Nieuwe Testament. Maleachi maakt ook melding van het bestaan van een klein gedeelte van het volk dat nog rekening houdt met God, een getrouw overblijfsel dat de dienst aan het huis van God niet verzaakte. God heeft er in alle tijden voor gezorgd dat er altijd een aantal gelovigen zijn die Hem trouw dienen. We vinden hier twee groepen mensen die beweren te behoren tot het volk van God, maar wat verschillen ze enorm van elkaar!

Leven in een eindtijd betekent keuzes maken!

De tijd waarin Maleachi optrad was in alle opzichten te vergelijken met een ‘eindtijd’, en in een eindtijd zullen de situaties zo zijn, dat het zichtbaar zal worden wie de Here dient en wie Hem niet dient; er zullen keuzes gemaakt moeten worden.

Dat was toen zo en vandaag is het niet anders! Het boek Openbaring spreekt daarover: ‘Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie rechtvaardig is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden’ (Op.22:11; vgl. 1Joh.3:3). Soortgelijke woorden komen we tegen in het boek Ezechiël, waar de profeet spreekt over de toekomstige dienst van het volk: ‘Zij moeten Mijn volk het onderscheid leren tussen heilig en onheilig, en hun het onderscheid laten weten tussen onrein en rein’ (Ez.44:23).

Volgens 1Kor.10:11 is de ‘eindtijd’ aangebroken met de komst van de Gemeente, nadat Israël de Messias verworpen had. Nu, zoveel jaren later, zien we steeds duidelijker de symptomen van onze eindtijd openbaar worden. Leest u maar eens 1Tim.4:1vv. en 2Tim.3:1vv. en meerdere gedeelten uit het Nieuwe Testament.

‘Wie Hem niet dient’

Er komt echter een dag waarop duidelijk zal worden waarin we ‘het onderscheid zullen zien tussen een rechtvaardige en een goddeloze, tussen wie God dient en wie Hem niet dient’ (Mal.3:18). Dit onderscheid wordt door God gemaakt. Het is niet aan ons om te oordelen, maar de vraag rijst wel waaraan wij iemand kunnen herkennen die beweert een gelovige te zijn. Op meerdere plaatsen in dit Bijbelboek lezen we dat de priesters en het volk ongehoorzaam zijn aan God; ‘de vreze Gods stond hun niet voor ogen’. Het voortdurend terugkerend ‘En dan zegt gij…’ zegt ons genoeg. Er zijn twee grote (laatste) klachten op te merken in hoofdstuk 3:14-15. Ten eerste: ‘Nutteloos is het God te dienen; wat gewin geeft het…?’ Met andere woorden ‘het brengt niet op’, en ten tweede: ‘wij prijzen de overmoedigen gelukkig… zij verzoeken God en ontkomen.’ Met andere woorden, we gebruiken de vrijheid tot losbandigheid (Ps.37; 73; Pred.8:11) Maar het slot van dit boekje laat zien dat God daar anders over denkt! Hoe ernstig is de situatie niet in veel christelijke kerken, als we horen van het loslaten van de Schrift als het Woord van God, het samengaan met andere religies, om maar over veel andere zaken te zwijgen! Er is een enorme leegloop te constateren uit de grote volkskerken van mensen ‘die belijden God te kennen, maar Hem verloochenen met hun werken’ (Tit.1:16).

‘Wie God dient’

Te midden van de afvalligen van het volk Israël zien we echter ook een groepje dat er anders over denkt! Mensen die ‘geheel anders’ zijn en trouw zijn gebleven aan God. Dat zijn de ‘helden’ van de eindtijd, gelovigen die ook in moeilijke tijden trouw blijven. Representanten van dit groepje getrouwen vinden we onder andere terug in Lukas 2:25-38, met name Simeon en Anna. In deze tijd zien wij hetzelfde gebeuren, aan de ene kant een afvallig christendom, en dat is het grootste gedeelte, en aan de andere kant een evangelische beweging, die het kenmerk van de Heer heeft gekregen: ‘u hebt kleine kracht en u hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend’ (Op.3:8). Deze gelovigen weten dat God er anders over denkt, want aldus ‘spreken zij die de HEERE vrezen, ieder tot zijn naaste: De HEERE slaat er acht op en luistert. Er is een gedenkboek geschreven voor Zijn aangezicht, voor wie de HEERE vrezen en wie Zijn Naam hoogachten’ (Mal.3:16-17).

Neen, God is niet onrechtvaardig om uw werk te vergeten’ (Heb.6:10; 1Kor.15:58). Het loont de moeite, ook in moeilijke tijden, om trouw te blijven aan de Heer want ‘die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien’ (Ps.126:5; 56:9). Dat zien we dan ook in Maleachi hoofdstuk 4 verwoord, daar worden de getrouwen beloond, terwijl de afvalligen geoordeeld worden. Dan, op die dag (vs.17), zal het onderscheid zichtbaar worden tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient. ‘En zij zullen voor Mij, zegt de HEERE van de legermachten, op de dag die Ik maken zal, een persoonlijk eigendom zijn. Ik zal hen sparen, zoals een man zijn zoon spaart die hem dient’ (Mal.3:17).

Behoort u tot hen die de Here dienen, de Here vrezen, dan ontvangt u een geweldige bemoediging en belofte, leest u maar: ‘Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal’ (Mal.4:2).

Besluit

Maleachi sluit af met de aankondiging van de komst van Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt, en door zijn boodschap roept hij het volk op zich te bekeren tot God. Deze boodschap werd 400 jaar later gebracht door Johannes de Doper, van wie Jezus zegt: ‘Als u het wilt aannemen, hij is Elia die zou komen’, die zei: ‘Maak de weg van de Heere gereed, maak Zijn paden recht’ (Mat.11:15). Daarom: ‘Bereid u om uw God te ontmoeten’ (Amos 4:12).

_______________________________________________________________